2018-10-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
71fe1290a1
commit
6d4cbd2619
1 changed files with 76 additions and 58 deletions
|
|
@ -289,9 +289,9 @@ Op grond van artikel 3.101 Vb worden de volgende aanvragen ingediend bij de IND:
|
|||
|
||||
• de aanvraag tot het verlenen, verlengen van de geldigheidsduur of het wijzigen van de beperking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
|
||||
• de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd; en
|
||||
• de aanvraag tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb.
|
||||
• de aanvraag tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb.
|
||||
|
||||
De aanvrager dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres of IND-loket dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de aanvrager de leges moet betalen. De aanvrager dient de aanvraag in met het vereiste formulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
|
||||
De aanvrager dient de aanvraag in op een door de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar gemaakte wijze. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de aanvrager de leges moet betalen. De aanvrager dient de aanvraag in met het vereiste formulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
|
||||
|
||||
De vreemdeling moet de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel indienen bij de politie van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -733,7 +733,9 @@ De beperking en de arbeidsmarktaantekening waaronder de IND de verblijfsvergunni
|
|||
|
||||
##### 5.1.1. Overgangsrecht nieuwe arbeidsmarktaantekening
|
||||
|
||||
Aan de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument van de vreemdeling die vóór 1 april 2017 in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’, ‘houder van een Europese blauwe kaart’, ‘wetenschappelijk onderzoek in het kader van richtlijn 2005/71/EG’ of ‘Studie’, kunnen dezelfde rechten worden ontleend als de arbeidsmarktaantekening zoals die vanaf 1 april 2017 geldt voor deze verblijfsdoelen.
|
||||
Aan de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument van de vreemdeling die vóór 1 april 2017 in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’, ‘houder van een Europese blauwe kaart’, ‘wetenschappelijk onderzoek in het kader van richtlijn 2005/71/EG’ of ‘Studie’, kunnen dezelfde rechten worden ontleend als aan de arbeidsmarktaantekening zoals die vanaf 1 april 2017 geldt voor deze verblijfsdoelen.
|
||||
|
||||
Aan de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument van de vreemdeling die vóór 1 oktober 2018 in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘overplaatsing binnen een onderneming’ kunnen per 1 oktober 2018 dezelfde rechten worden ontleend als aan de arbeidsmarktaantekening zoals die vanaf 1 oktober 2018 geldt voor dit verblijfsdoel.
|
||||
|
||||
#### 5.2. Aantekening beroep algemene middelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1304,7 +1306,9 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artike
|
|||
|
||||
Nederland heeft met Canada, Zuid-Korea, Argentinië (WHP), Australië en Nieuw-Zeeland (WHS) een overeenkomst gesloten (Memorandum of Understanding (hierna: MoU)) op grond waarvan jongeren die de nationaliteit van één van de landen bezitten, onder bepaalde voorwaarden tijdelijk in Nederland mogen verblijven om kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur. Het verblijf heeft het karakter van een kennismaking met de Nederlandse samenleving en cultuur en is daarom slechts éénmalig en de verblijfsvergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend. De jongeren mogen niet ten laste komen van de publieke middelen en de (tijdige) terugreis moet gewaarborgd zijn. Het begrip uitwisseling kenmerkt zich door wederkerigheid, in die zin dat de mogelijkheid om de samenleving en cultuur te leren kennen ook in het land van herkomst van de buitenlandse jongeren bestaat voor de Nederlandse jongeren.
|
||||
|
||||
Als uitwisselingsjongeren tijdens hun verblijf in Nederland geen (voldoende) middelen (meer) hebben om zelfstandig in levensonderhoud te voorzien, mogen zij om in de kosten van het verblijf (levensonderhoud) in Nederland te kunnen voorzien incidenteel betaalde arbeid verrichten.
|
||||
De uitwisselingsjongere dient zelfstandig in zijn levensonderhoud te voorzien. Om het verblijf in Nederland financieel te ondersteunen, mag de uitwisselingsjongere overeenkomstig artikel 1j, onderdeel b, BuWav werken zonder dat de werkgever in het bezit is van een tewerkstellingsvergunning. Voorwaarde daarbij is dat het hoofddoel van het verblijf in Nederland – culturele uitwisseling – voorop blijft staan. Het werk mag dus alleen van incidentele aard zijn.
|
||||
|
||||
Beperking in de duur van de werkzaamheden benadrukt het incidentele en ondersteunende karakter van het werken. De uitwisselingsjongere mag daarom ten hoogste 12 weken aaneengesloten werkzaamheden verrichten bij eenzelfde werkgever. Het is niet toegestaan het aantal uren uit te spreiden over een periode langer dan 12 weken. Na 12 weken bij eenzelfde werkgever gewerkt te hebben, mag de uitwisselingsjongere wel weer 12 weken aaneengesloten bij een andere werkgever aan de slag.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de uitwisselingsjongere die in Nederland verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als een beroep wordt gedaan op de algemene middelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1323,9 +1327,9 @@ De IND wijst de aanvraag van een vreemdeling die in het kader van de internation
|
|||
|
||||
##### 2.1.2. WHP Argentinië en Zuid-Korea
|
||||
|
||||
Het WHP met Zuid-Korea is gecontinueerd per 1 oktober 2016 voor de duur van in beginsel 2 jaar.
|
||||
Het WHP met Zuid-Korea is gecontinueerd per 1 oktober 2018 voor de duur van in beginsel 2 jaar.
|
||||
|
||||
Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Seoel.
|
||||
Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en is verstrekt door de Nederlandse ambassade in Seoel.
|
||||
|
||||
Per 1 juli 2017 heeft Nederland met Argentinië een MoU betreffende een WHP afgesloten voor een periode van in beginsel 2 jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1333,11 +1337,11 @@ Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de
|
|||
|
||||
De IND wijst de aanvraag van een vreemdeling die in het kader van de internationale overeenkomsten (MoU) WHP Argentinië of Zuid-Korea af als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
− jonger dan 18 jaar is of ouder dan 30 jaar op het moment van indiening van de aanvraag;
|
||||
− geen retourticket heeft dan wel niet de middelen van bestaan heeft voor de aanschaf van een retourticket;
|
||||
− eerder in Nederland in het kader van uitwisseling heeft verbleven;
|
||||
− ten laste komt van de algemene middelen;
|
||||
− het quotum voor het aantal inwilligingen van het WHP Zuid-Korea respectievelijk Argentinië is bereikt.
|
||||
– jonger dan 18 jaar is of ouder dan 30 jaar op het moment van indiening van de aanvraag;
|
||||
– geen retourticket heeft dan wel niet de financiële middelen heeft voor de aanschaf van een retourticket;
|
||||
– eerder in Nederland in het kader van uitwisseling heeft verbleven;
|
||||
– ten laste komt van de algemene middelen;
|
||||
– het quotum voor het aantal inwilligingen van het WHP Zuid-Korea respectievelijk Argentinië is bereikt.
|
||||
|
||||
#### 2.2. Au pairs
|
||||
|
||||
|
|
@ -1395,9 +1399,9 @@ Nederland heeft zich in Europees verband gecommitteerd aan de uitvoering van het
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder o, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Uitwisseling’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan'.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de verblijfsvergunning wordt verleend op grond van de internationale overeenkomsten met Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Argentinië en Australië: ’Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder o, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de verblijfsvergunning wordt verleend op grond van de internationale overeenkomsten met Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Argentinië en Australië: ‘TWV niet vereist voor incidentele arbeid in het kader van WHP/WHS, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning aan de vreemdeling die in het kader van uitwisseling (niet zijnde au pair) in Nederland wil verblijven het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1811,7 +1815,7 @@ Op grond van paragraaf 24, van Bijlage 1 Uitvoeringsregels behorende bij de RuWa
|
|||
• trainees; en
|
||||
• specialisten.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV een TWV heeft verleend voor de te verrichten arbeid.
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV een positief advies heeft afgegeven voor de te verrichten arbeid.
|
||||
|
||||
##### 2.1.4. Geestelijk bedienaren
|
||||
|
||||
|
|
@ -1938,7 +1942,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling tijdel
|
|||
• een beschikking van het UWV waaruit blijkt dat het traject voldoet aan de voorwaarden van de Regeling internationaal handelsverkeer, zoals neergelegd in artikel 1k van de BuWav; en
|
||||
• een bewijs van aanmelding van de vreemdeling bij het UWV.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een TWV die ten behoeve van de vreemdeling aan de referent is verleend als bewijsmiddel dat:
|
||||
De IND beschouwt een advies van het UWV dat ten behoeve van de vreemdeling is afgegeven als bewijsmiddel dat:
|
||||
|
||||
• met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend; en
|
||||
• dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
|
@ -2184,7 +2188,7 @@ De erkende referent dient bij inkomende langetermijnmobiliteit als onderzoeker,
|
|||
|
||||
De gezinsleden van de vreemdeling hebben op grond van artikel 30, derde en vierde lid van richtlijn (EU) 2016/801 het recht om de vreemdeling tijdens zijn mobiliteit te vergezellen.
|
||||
|
||||
De gezinsleden die de onderzoeker willen vergezellen, dienen bij inkomende langetermijnmobiliteit een aanvraag in bij de IND (zie hoofdstuk B7 Vc). De onderzoeker dient als referent de aanvraag in voor diens gezinsleden.
|
||||
De gezinsleden die de onderzoeker willen vergezellen, dienen bij inkomende langetermijnmobiliteit een aanvraag in bij de IND (zie hoofdstuk B7 Vc). De onderzoeker mag als referent de aanvraag voor diens gezinsleden indienen. Gelet op artikel 3.26 VV geldt dat erkende referenten als bedoeld in artikel 3.99, eerste lid, Vb ook de aanvraag ten behoeve van een gezinslid in mogen dienen. De als referent erkende onderzoeksinstelling mag derhalve de aanvraag indienen.
|
||||
|
||||
#### 2.5. Arbeid als zelfstandige
|
||||
|
||||
|
|
@ -2343,7 +2347,7 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder h, VV luidt de arbeidsmarkt
|
|||
|
||||
##### 3.2.6. Overplaatsing binnen een onderneming
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1. derde lid, aanhef en onder n, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid wegens overplaatsing binnen een onderneming toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1. derde lid, aanhef en onder n, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid wegens overplaatsing binnen een onderneming en arbeid als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’.
|
||||
|
||||
#### 3.3. Geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
|
@ -3318,7 +3322,7 @@ De IND beschouwt ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld:
|
|||
|
||||
#### 3.1. Beleidsregels
|
||||
|
||||
Voor zover indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een vreemdeling die via Schiphol Nederland inreist zijn de bevoegdheden van de Districtscommandant KMar Schiphol gelijkgesteld met die van de Korpschef van Politie.
|
||||
De Commandant van de Koninklijke Marechaussee heeft dezelfde bevoegdheden als de Korpschef van de Nationale Politie voor zover indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een vreemdeling.
|
||||
|
||||
EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf neergelegde bepalingen voor zover zij geen rechten ontlenen aan het gemeenschapsrecht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3330,7 +3334,7 @@ De IND onderscheidt drie verblijfsrechtelijke situaties met betrekking tot het t
|
|||
|
||||
Aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel wordt op grond van artikel 8, onder k Vw een bedenktijd van maximaal drie maanden gegund, waarbinnen zij een beslissing moeten nemen of zij aangifte willen doen van mensenhandel of op andere wijze medewerking willen verlenen aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van een verdachte van mensenhandel, of dat zij hiervan afzien.
|
||||
|
||||
Reeds bij de geringste aanwijzing dat sprake is van mensenhandel, biedt de politie aan het vermoedelijke slachtoffer de bedenktijd aan.
|
||||
Reeds bij de geringste aanwijzing dat sprake is van mensenhandel en/of op voorspraak van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Opsporing (ISZW-DO), biedt de politie of KMar aan het vermoedelijke slachtoffer de bedenktijd aan.
|
||||
|
||||
Gedurende de bedenktijd schort de IND het vertrek van het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel uit Nederland op.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3340,31 +3344,31 @@ De bedenktijd staat uitsluitend open voor vreemdelingen die niet rechtmatig in N
|
|||
|
||||
• werkzaam zijn of zijn geweest in een situatie als strafbaar gesteld in artikel 273f WvSr;
|
||||
• nog niet in Nederland werkzaam zijn geweest in een situatie die strafbaar is gesteld in artikel 273f WvSr, maar wel mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel; of
|
||||
• geen toegang tot Nederland hebben gehad, maar wel mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel waarbij de KMar, zo nodig in overleg met het OM, bepaalt of er voldoende signalen van mensenhandel zijn om bedenktijd aan te bieden.
|
||||
• geen toegang tot Nederland hebben gehad, maar wel mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel waarbij de KMar, zo nodig in overleg met het OM, de bedenktijd aanbiedt bij de geringste aanwijzing van mensenhandel.
|
||||
|
||||
De bedenktijd staat niet open voor getuige-aangevers van mensenhandel.
|
||||
|
||||
De IND verleent de bedenktijd aan vreemdelingen die zich in vreemdelingenbewaring bevinden uitsluitend als het OM en de politie hiermee akkoord gaan.
|
||||
De IND verleent de bedenktijd aan vreemdelingen die zich in vreemdelingenbewaring bevinden uitsluitend als het OM en de politie of KMar hiermee akkoord gaan.
|
||||
|
||||
Gedurende de periode van de bedenktijd moet het vermoedelijke slachtoffer zich maandelijks bij de regionale eenheid van de politie waar hij of zij administratief is ondergebracht.
|
||||
Gedurende de periode van de bedenktijd moet het vermoedelijke slachtoffer zich maandelijks melden bij de regionale eenheid van de politie of KMar waar hij of zij administratief is ondergebracht.
|
||||
|
||||
De bedenktijd eindigt op het moment dat:
|
||||
|
||||
• de politie vaststelt dat het vermoedelijke slachtoffer tijdens de periode van de bedenktijd ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken;
|
||||
• de politie of KMar vaststelt dat het vermoedelijke slachtoffer tijdens de periode van de bedenktijd ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken;
|
||||
• het vermoedelijke slachtoffer gedurende de periode van de bedenktijd aangeeft af te zien van het doen van aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte;
|
||||
• het vermoedelijke slachtoffer aangifte van mensenhandel heeft gedaan en het proces-verbaal heeft ondertekend, of op andere wijze medewerking heeft verleend aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte; of
|
||||
• het vermoedelijke slachtoffer een aanvraag voor een verblijfsvergunning (anders dan op grond van deze paragraaf) indient.
|
||||
|
||||
Als de bedenktijd eindigt, heft de IND de opschorting van het vertrek op.
|
||||
|
||||
De IND merkt de kennisgeving van aangifte of het verlenen van medewerking aan het strafproces mensenhandel (Model M55) ambtshalve aan als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, zodra deze door de politie is doorgestuurd naar de IND.
|
||||
De IND merkt de kennisgeving van aangifte of het verlenen van medewerking aan het strafproces mensenhandel (Model M55) ambtshalve aan als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, zodra deze door de politie of KMar is doorgestuurd naar de IND.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.48, derde lid, Vb wijst de IND de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning niet af als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• een gevaar vormt voor de openbare orde, waarbij sprake is van een inbreuk op de openbare orde die rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan of anderszins medewerking is verleend; of
|
||||
• niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding.
|
||||
|
||||
De IND beslist op een aanvraag van een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel binnen een streeftermijn van 24 uur nadat de aanvraag door de politie aan de IND is verzonden.
|
||||
De IND beslist op een aanvraag van een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel binnen een streeftermijn van 24 uur nadat de aanvraag door de politie of KMar aan de IND is verzonden.
|
||||
|
||||
De IND toetst ex nunc bij de ambtshalve beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3380,7 +3384,8 @@ De IND beoordeelt ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verbl
|
|||
De IND kan aan een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel op grond van artikel 3.48, eerste lid, onder d, Vb een verblijfsvergunning verlenen, als het vermoedelijke slachtoffer aantoont dat hij geen aangifte kan of wil doen of anderszins medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met:
|
||||
|
||||
• een ernstige bedreiging; en/of
|
||||
• een medische of psychische beperking.
|
||||
• een medische of psychische beperking; en/of
|
||||
• minderjarigheid.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.48, derde lid Vb wijst de IND de aanvraag tot verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van het vermoedelijke slachtoffer dat niet kan of wil meewerken niet af als het vermoedelijke slachtoffer:
|
||||
|
||||
|
|
@ -3415,17 +3420,18 @@ De IND trekt de verblijfsvergunning van een getuige-aangever van mensenhandel in
|
|||
|
||||
#### 3.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie of het OM als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de strafzaak, op basis waarvan de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft gehad in het kader van het beleid over mensenhandel, nog loopt.
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie, de KMar of het OM als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de strafzaak, op basis waarvan de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft gehad in het kader van het beleid over mensenhandel, nog loopt.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel geen aangifte kan of wil doen of geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met een ernstige bedreiging en/of een medische of psychische beperking:
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel geen aangifte kan of wil doen of geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met een ernstige bedreiging en/of een medische of psychische beperking en/of minderjarigheid:
|
||||
|
||||
• een verklaring van de politie waaruit blijkt dat er aanwijzingen zijn van mensenhandel en in ieder geval een van onderstaande twee verklaringen:
|
||||
• een verklaring van de politie waaruit blijkt dat van de vreemdeling niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met ernstige bedreigingen in Nederland door de mensenhandelaar. Als deze verklaring wordt overgelegd, wordt hiermee ook aannemelijk geacht dat betrokkene zich niet aan de bedreigingen kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst, omdat mensenhandelbendes vrijwel altijd opereren over de grenzen heen; of
|
||||
• een verklaring van de politie of KMar waaruit blijkt dat er aanwijzingen zijn van mensenhandel en in ieder geval een van onderstaande drie verklaringen:
|
||||
• een verklaring van de politie of KMar waaruit blijkt dat van de vreemdeling niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met ernstige bedreigingen in Nederland door de mensenhandelaar. Als deze verklaring wordt overgelegd, wordt hiermee ook aannemelijk geacht dat betrokkene zich niet aan de bedreigingen kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst, omdat mensenhandelbendes vrijwel altijd opereren over de grenzen heen; of
|
||||
• een gedagtekend en ondertekend schriftelijk bewijs van een medische behandelaar(s), niet ouder dan zes weken op het moment waarop het bewijs overgelegd wordt, waaruit blijkt:
|
||||
|
||||
○ de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s);
|
||||
○ welke medische klachten de vreemdeling heeft;
|
||||
○ welke gevolgen de genoemde klachten hebben voor de medewerking aan het strafproces.
|
||||
• de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s);
|
||||
• welke medische klachten de vreemdeling heeft;
|
||||
• welke gevolgen de genoemde klachten hebben voor de medewerking aan het strafproces; of
|
||||
• een verklaring van de politie of KMar waaruit blijkt dat van de vreemdeling niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met de minderjarigheid van de vreemdeling. Deze verklaring bevat een nadere en op het individuele geval toegespitste toelichting, waarin wordt ingegaan op de gevolgen die de minderjarigheid heeft voor de medewerking aan het strafproces. Van de minderjarigheid wordt enkel uitgegaan indien deze op grond van identificerende documenten, dan wel op grond van paragraaf C1/2.2 Vc is vastgesteld door de IND.
|
||||
|
||||
#### 3.4. Afspraken ketenpartners
|
||||
|
||||
|
|
@ -3443,9 +3449,9 @@ Het Coördinatiecentrum Mensenhandel is, ten behoeve van de landelijke rapportag
|
|||
|
||||
Het verdient aanbeveling dat bij de voorbereiding van politieacties die gericht zijn op illegalen, expliciet aandacht is voor mensenhandel. Ook moeten voorbereidingen worden getroffen voor de opvang van mogelijke slachtoffers van mensenhandel. Daarvoor kan voorafgaand aan de acties contact worden opgenomen met het Coördinatiecentrum Mensenhandel die de regionale netwerken kan inschakelen en contacten kan leggen met hulporganisaties in herkomstlanden van slachtoffers.
|
||||
|
||||
Het Coördinatiecentrum Mensenhandel bemiddelt bij het zoeken naar opvang en schakelt na een melding van de politie de regiocoördinator mensenhandel in de regio in. De regiocoördinator is verantwoordelijk voor de dagelijkse begeleiding van het vermoedelijke slachtoffer. Als in de regio nog niet is voorzien in regiocoördinatie, blijft het Coördinatiecentrum Mensenhandel verantwoordelijk voor de regiocoördinatie. De beschikbare capaciteit bepaalt de plaatsing van het vermoedelijke slachtoffer. Als hoofdregel geldt dat in het belang van het onderzoek gedurende de periode van de bedenktijd opvang wordt gezocht binnen de politieregio.
|
||||
Het Coördinatiecentrum Mensenhandel bemiddelt bij het zoeken naar opvang en schakelt na een melding van de politie de zorgcoördinator mensenhandel in de regio in. De zorgcoördinator is verantwoordelijk voor de dagelijkse begeleiding van het vermoedelijke slachtoffer. Als in de regio nog niet is voorzien in zorgcoördinatie, blijft het Coördinatiecentrum Mensenhandel verantwoordelijk voor de zorgcoördinatie. De beschikbare capaciteit bepaalt de plaatsing van het vermoedelijke slachtoffer. Als hoofdregel geldt dat in het belang van het onderzoek gedurende de periode van de bedenktijd opvang wordt gezocht binnen de politieregio.
|
||||
|
||||
De Korpschef wijst aanspreekpersonen aan binnen zijn korps die de contacten met de regiocoördinator onderhouden en centraal aanspreekbaar zijn binnen het opsporingsonderzoek.
|
||||
De Korpschef wijst aanspreekpersonen aan binnen zijn korps die de contacten met de zorgcoördinator onderhouden en centraal aanspreekbaar zijn binnen het opsporingsonderzoek.
|
||||
|
||||
Als het slachtoffer minderjarig is, dan moet in het gezag worden voorzien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3453,16 +3459,16 @@ Voor het organiseren van eerste opvang buiten kantooruren kan de politie een ber
|
|||
|
||||
Na afgifte van de verblijfsvergunning kan het slachtoffer zich voor vervolgopvang wenden tot:
|
||||
|
||||
• de regiocoördinator in de regio waar hij of zij verblijft; of
|
||||
• als geen regiocoördinator beschikbaar is, tot het Coördinatiecentrum Mensenhandel.
|
||||
• de zorgcoördinator in de regio waar hij of zij verblijft; of
|
||||
• als geen zorgcoördinator beschikbaar is, tot het Coördinatiecentrum Mensenhandel.
|
||||
|
||||
Vervolgopvang op een andere locatie kan aangewezen zijn, als de opvanglocatie die in de periode van de bedenktijd werd geboden niet geschikt is voor een langduriger verblijf.
|
||||
|
||||
Nadat is vastgesteld dat het vermoedelijke slachtoffer bedenktijd wenst voor het overwegen tot het doen van aangifte, verstrekt de politie het aanvraagformulier voor de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) aan het vermoedelijke slachtoffer. De politie vult voor de verzending de verklaring op de tweede bladzijde van het aanvraagformulier in. De politie voorziet het aanvraagformulier van een stempel. Het aanvraagformulier wordt eenmalig verstrekt en is geldig gedurende de drie maanden bedenktijd.
|
||||
|
||||
De regiocoördinator is eindverantwoordelijk voor de opvang van het vermoedelijke slachtoffer. De regiocoördinator draagt er zorg voor dat het vermoedelijke slachtoffer in staat wordt gesteld zich medisch te laten onderzoeken en zich zo nodig te laten behandelen. Met het oog op de mogelijke latere afgifte van een verblijfsvergunning moet een tbc-onderzoek onderdeel uitmaken van dit medisch onderzoek.
|
||||
De zorgcoördinator is eindverantwoordelijk voor de opvang van het vermoedelijke slachtoffer. De zorgcoördinator draagt er zorg voor dat het vermoedelijke slachtoffer in staat wordt gesteld zich medisch te laten onderzoeken en zich zo nodig te laten behandelen. Met het oog op de mogelijke latere afgifte van een verblijfsvergunning moet een tbc-onderzoek onderdeel uitmaken van dit medisch onderzoek.
|
||||
|
||||
De regiocoördinator draagt er zorg voor dat het slachtoffer goed wordt geïnformeerd over de juridische consequenties van het doen van aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte. Als het noodzakelijk blijkt om voor het geven van juridisch advies gedurende de periode van de bedenktijd een rechtshulpverlener in te schakelen, ontvangt de rechtshulpverlener hiervoor de gebruikelijke financiering van de Raad voor Rechtsbijstand.
|
||||
De zorgcoördinator draagt er zorg voor dat het slachtoffer goed wordt geïnformeerd over de juridische consequenties van het doen van aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte. Als het noodzakelijk blijkt om voor het geven van juridisch advies gedurende de periode van de bedenktijd een rechtshulpverlener in te schakelen, ontvangt de rechtshulpverlener hiervoor de gebruikelijke financiering van de Raad voor Rechtsbijstand.
|
||||
|
||||
### 4. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken
|
||||
|
||||
|
|
@ -4303,12 +4309,13 @@ e. de vreemdeling voldoet op het moment waarop hij de aanvraag voor een verblijf
|
|||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder h, Vb, als:
|
||||
|
||||
• het slachtoffer aantoont dat de dreiging op grond waarvan de verblijfsvergunning is verleend voortduurt, waardoor het slachtoffer geen medewerking kan verlenen aan het strafproces; of
|
||||
• uit recente medische informatie blijkt dat een fysieke of psychische aandoening het slachtoffer (nog steeds) in de weg staat om medewerking te verlenen aan het strafproces.
|
||||
• uit recente medische informatie blijkt dat een fysieke of psychische aandoening het slachtoffer (nog steeds) in de weg staat om medewerking te verlenen aan het strafproces; of
|
||||
• het slachtoffer op het moment van de aanvraag minderjarig is en uit een recente verklaring van de politie of KMar blijkt dat van de vreemdeling (nog steeds) niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met diens minderjarigheid.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb, als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling ten minste één jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel die hiervan om zwaarwegende redenen geen aangifte kan of wil doen of anderszins geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar; en
|
||||
• geen sprake meer is van een ernstige bedreiging of van een fysieke of psychische beperking, waardoor het slachtoffer geen medewerking kan verlenen aan het strafproces; en
|
||||
• geen sprake meer is van een ernstige bedreiging, een fysieke of psychische beperking of minderjarigheid, waardoor het slachtoffer geen medewerking kan verlenen aan het strafproces; en
|
||||
• er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard, die rechtstreeks verband houden met mensenhandel, waardoor van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat.
|
||||
|
||||
### 11. Na verblijf als slachtoffer van (dreigend) eergerelateerd geweld of van (dreigend) huiselijk geweld
|
||||
|
|
@ -4347,13 +4354,12 @@ De IND kent aan deze factoren zwaar gewicht toe als:
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vb, als de vreemdeling aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
|
||||
1. de strafzaak heeft uiteindelijk geleid tot een onherroepelijke veroordeling;
|
||||
2. de strafzaak heeft uiteindelijk niet geleid tot een veroordeling, maar het slachtoffer verblijft op het moment van de rechterlijke uitspraak al drie jaar of langer op basis van een verblijfsvergunning op grond van het beleid over mensenhandel in Nederland; of
|
||||
3. er loopt een strafzaak en het slachtoffer verblijft drie jaar op basis van een verblijfsvergunning op grond van het beleid inzake mensenhandel in Nederland.
|
||||
1. de officier van justitie besluit tot vervolging over te gaan ter zake van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan en dat heeft geleid tot verlening van de verblijfsvergunning op grond van artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vb;
|
||||
2. er loopt een strafzaak en het slachtoffer verblijft drie jaar onafgebroken op basis van een verblijfsvergunning op grond van het beleid inzake mensenhandel in Nederland.
|
||||
|
||||
Een veroordeling op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven is voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
|
||||
Een vervolgingsbeslissing is voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op één van de gronden die onder 1 tot en met 3 zijn beschreven, verleent de IND een verblijfsvergunning als de vreemdeling heeft onderbouwd dat op grond van bijzondere individuele omstandigheden die rechtstreeks verband houden met mensenhandel, niet kan worden gevergd dat hij Nederland verlaat.
|
||||
Als de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op één van de gronden die onder 1 en 2 zijn beschreven, verleent de IND een verblijfsvergunning als de vreemdeling heeft onderbouwd dat op grond van bijzondere individuele omstandigheden die rechtstreeks verband houden met mensenhandel, niet kan worden gevergd dat hij Nederland verlaat.
|
||||
|
||||
De IND betrekt in elk geval de volgende factoren bij de beoordeling of van de vreemdeling kan worden gevergd dat hij Nederland verlaat:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4515,8 +4521,8 @@ De IND beschouwt een afschrift van de overlijdensakte als bewijsmiddel waaruit m
|
|||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de medische behandeling van de vreemdeling voor ten minste één jaar noodzakelijk is:
|
||||
|
||||
• een door de medische behandelaars van de vreemdeling volledig ingevulde en ondertekende Bijlage bewijs omtrent medische situatie vreemdeling, die niet ouder is dan zes weken;
|
||||
• een door de vreemdeling zelf volledig ingevulde en ondertekende Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens die niet ouder is dan zes maanden; en
|
||||
• een door de medische behandelaars van de vreemdeling volledig ingevulde en ondertekende ‘Bijlage bewijs omtrent medische situatie vreemdeling’, die niet ouder is dan zes weken;
|
||||
• een door de vreemdeling zelf volledig ingevulde en ondertekende ‘Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens’ die niet ouder is dan zes maanden; en
|
||||
• relevante medische gegevens zoals beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel van huiselijk geweld:
|
||||
|
|
@ -4524,20 +4530,22 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel van huiselijk geweld:
|
|||
• recente bescheiden van de politie, waarbij bij de politie aannemelijk gemaakt moet zijn dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden; óf
|
||||
• een recente verklaring van de politie of het OM dat het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld.
|
||||
|
||||
in combinatie met recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron, waaruit voldoende moet blijken dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden.
|
||||
In combinatie met recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron, waaruit voldoende moet blijken dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld:
|
||||
|
||||
• de beschikking waaruit blijkt dat het huwelijk door de Nederlandse rechter nietig is verklaard omdat het huwelijk onder dwang is gesloten zoals bedoeld in artikel 1:71 lid 1 BW.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de strafzaak, op basis waarvan de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft gehad in het kader van het beleid op het gebied van mensenhandel, heeft geleid tot een onherroepelijke veroordeling.
|
||||
De IND beschouwt de dagvaarding of een andere verklaring van het OM als bewijsmiddel waaruit blijkt dat het OM tot vervolging overgaat ter zake van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie of het OM als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de strafzaak, op basis waarvan de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft gehad in het kader van het beleid op het gebied van mensenhandel, nog loopt.
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie, KMar of het OM als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de strafzaak, op basis waarvan de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft gehad in het kader van het beleid op het gebied van mensenhandel, nog loopt.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat van de vreemdeling nog steeds niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces, omdat de ernstige bedreigingen in Nederland door de mensenhandelaar voortduren.
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie of KMar als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat van de vreemdeling nog steeds niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces, omdat de ernstige bedreigingen in Nederland door de mensenhandelaar voortduren.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt medische informatie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat er nog steeds sprake is van een fysieke of psychische aandoening die aan het verlenen van medewerking aan het strafproces in de weg staat. De medische informatie moet afkomstig zijn van een behandelaar die in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de politie of KMar als bewijsmiddel waaruit blijkt dat van de vreemdeling nog steeds niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met de minderjarigheid van de vreemdeling. De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit blijkt dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag minderjarig is. Als de vreemdeling op grond van artikel 3.72 Vb wordt vrijgesteld van het vereiste om te beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding, dan dient hij zijn minderjarigheid met andere bewijsmiddelen te onderbouwen. Daarbij wordt betrokken of sprake is van bewijsnood.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de strafzaak heeft geleid tot een onherroepelijke veroordeling voor mensenhandel.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt bewijsstukken waaruit de banden met Nederland en de intensiteit daarvan blijken als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling privéleven heeft opgebouwd in Nederland.
|
||||
|
|
@ -4963,7 +4971,7 @@ In aanvulling op artikel 3.29a, eerste lid, aanhef en onder b, Vb accepteert de
|
|||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.29a, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
1. de vreemdeling investeert een bedrag van minimaal € 1.250.000 in een in Nederland gevestigd(e):
|
||||
1. de vreemdeling investeert een bedrag van minimaal € 1.250.000 in een in Nederland gevestigd(e):
|
||||
|
||||
a. innovatieve onderneming;
|
||||
b. contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve onderneming(en);
|
||||
|
|
@ -4980,6 +4988,14 @@ De RVO adviseert de IND of de investering in een innovatieve onderneming (voorwa
|
|||
|
||||
De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
A. Primaire toets Vereist: J J J, anders volgt negatief advies
|
||||
|
||||
Algemene criteria voor de investering in een onderneming
|
||||
|
||||
B. Secundaire toets Vereist: minimaal twee keer J anders volgt negatief advies
|
||||
|
||||
Criteria voor de effecten van de investering
|
||||
|
||||
De beoogde investering heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie als alle delen van onderdeel A positief worden beoordeeld en ten minste twee van onderdeel B positief worden beoordeeld.
|
||||
2. Een investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve ondernemingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5006,15 +5022,17 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning niet of trekt deze in als de FIU meldt da
|
|||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet of trekt deze in als de vreemdeling investeert in onroerend goed voor bewoning.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘vermogende vreemdeling’ neemt de IND aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.31 Vb aan de vreemdeling op wie artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is, als:
|
||||
Artikel 3.31b Vb geeft de bevoegdheid een verblijfsvergunning te verlenen aan de vreemdeling op wie artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is, als:
|
||||
|
||||
• diens huwelijk of (geregistreerd) partnerschap met een hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht na drie jaar is ontwricht of ontbonden;
|
||||
• de vreemdeling op grond van dat huwelijk of (geregistreerd) partnerschap was toegelaten; en
|
||||
• de vreemdeling één jaar direct voorafgaande aan ontwrichting van het huwelijk of (geregistreerd) partnerschap rechtmatig verblijf had als bedoeld in artikel 8, onder a, Vw.
|
||||
• diens huwelijk of geregistreerd partnerschap met een hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht na drie jaar is ontwricht of ontbonden;
|
||||
• de vreemdeling op grond van dat huwelijk of geregistreerd partnerschap was toegelaten; en
|
||||
• de vreemdeling één jaar direct voorafgaande aan ontwrichting van het huwelijk of geregistreerd partnerschap rechtmatig verblijf had als bedoeld in artikel 8, onder a, Vw.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘vermogende vreemdeling’ neemt de IND aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning als aan de in artikel 3.31b Vb opgenomen voorwaarden is voldaan.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue