From 6d7e5785adea560f50a410d5ceb891579e3e32ba Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jul 2023 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2023-07-01 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet --- wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md | 634 +++++++++++++++++++++++--- 1 file changed, 559 insertions(+), 75 deletions(-) diff --git a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md index be445d04d53..05d2933cc1a 100644 --- a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md +++ b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md @@ -23,7 +23,7 @@ d. verkenningsonderzoek: een onderzoek, zonder gebruikmaking van een boorgat, na e. opsporen van delfstoffen: onderzoek doen naar de aanwezigheid van delfstoffen, dan wel naar nadere gegevens daaromtrent, met gebruikmaking van een boorgat; f. winnen van delfstoffen: het met gebruikmaking van een boorgat, tunnel, schacht of ander ondergronds werk onttrekken van delfstoffen aan de ondergrond anders dan in de vorm van monsters of formatiebeproevingen; g. opsporen van aardwarmte: onderzoek doen naar de aanwezigheid van aardwarmte, dan wel naar nadere gegevens daaromtrent, met gebruikmaking van een boorgat; -h. winnen van aardwarmte: het onttrekken van aardwarmte aan de ondergrond anders dan het onttrekken daarvan in samenhang met het opsporen of het winnen van delfstoffen dan wel met het opslaan van stoffen; +h. *winnen van aardwarmte: * met gebruikmaking van boorgaten onttrekken van aardwarmte aan de ondergrond door het oppompen van formatiewater en het terugvoeren van dat formatiewater in het oorspronkelijke reservoirinterval, of door het uitwisselen van warmte met de ondergrond zonder het oppompen en terugvoeren van formatiewater; i. opslaan van stoffen: het brengen of houden van stoffen op een diepte van meer dan 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem, dan wel het terughalen van die stoffen, anders dan het in de ondergrond brengen of houden of daaruit terughalen van stoffen gericht op het onttrekken van aardwarmte aan de ondergrond; j. opsporingsvergunning: een vergunning voor het opsporen van delfstoffen; k. winningsvergunning: een vergunning voor het winnen van delfstoffen, alsmede voor het opsporen van delfstoffen; @@ -75,7 +75,12 @@ ak. buiten gebruik stellen van een boorgat: het permanent afsluiten van een boor al. kabel: leiding voor het vervoer van elektriciteit of elektronische signalen die: 1°. twee of meer mijnbouwwerken verbindt of -2°. tussen een mijnbouwwerk en een ander werk ligt en door Onze Minister is aangewezen. +2°. tussen een mijnbouwwerk en een ander werk ligt en door Onze Minister is aangewezen; +am. *toewijzing zoekgebied aardwarmte: * het exclusieve recht om in een bepaald gebied een startvergunning aardwarmte aan te vragen; +an. *startvergunning aardwarmte: * een vergunning om aardwarmte op te sporen en gedurende de looptijd van de vergunning te winnen; +ao. *vervolgvergunning aardwarmte: * een vergunning om aardwarmte gedurende de looptijd van de vergunning te winnen; +ap. *uitvoerder aardwarmte: * een natuurlijke persoon of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 24z, die in opdracht van de vergunninghouder de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot het opsporen en winnen van aardwarmte uitvoert of daartoe opdracht verleent; +aq. *invloedssfeer: * gebied in de ondergrond waar als gevolg van winning van aardwarmte een daling in temperatuur plaatsvindt. ### Artikel 2 @@ -109,28 +114,20 @@ Voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Onze Minister draagt zorg voor de instelling van een onafhankelijk wetenschappelijk kennisprogramma, waarin de inbreng van nationale en internationale wetenschappers en deskundigen is geborgd. -## Hoofdstuk 2. Vergunningen voor opsporen en winnen van delfstoffen en aardwarmte +## Hoofdstuk 2. Vergunningen voor opsporen en winnen van delfstoffen ### Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen ### Artikel 6 -**1.** - Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister: a. delfstoffen op te sporen; -b. delfstoffen te winnen; -c. aardwarmte op te sporen; -d. aardwarmte te winnen. - -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het verbod niet van toepassing is op in die maatregel omschreven categorieën van opsporen of winnen van aardwarmte. - -**3.** Het in dit hoofdstuk met betrekking tot opsporen of winnen van delfstoffen bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot opsporen of winnen van aardwarmte. +b. delfstoffen te winnen. ### Artikel 6a -Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit inzake de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, voor het opsporen van koolwaterstoffen in het continentaal plat of onder de territoriale zee. +Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit inzake de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, voor het opsporen van koolwaterstoffen in het continentaal plat of onder de territoriale zee. ### Artikel 7 @@ -144,7 +141,7 @@ Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorberei **1.** -Indien een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a of b, is verleend, wordt geen vergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover die vergunning zou gelden voor een activiteit tot het oprichten van een mijnbouwwerk: +Indien een vergunning als bedoeld in artikel 6, onderdelen a of b, is verleend, wordt geen vergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover die vergunning zou gelden voor een activiteit tot het oprichten van een mijnbouwwerk: a. in de op grond van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming aangewezen Natura 2000-gebieden Waddenzee en Noordzeekustzone, b. in een gebied, of een gedeelte daarvan, dat is gelegen binnen de Waddenzee, als aangewezen krachtens de Wet ruimtelijke ordening, @@ -165,21 +162,21 @@ Onverminderd de artikelen 7 en 8 kan een vergunning slechts geheel of gedeelteli a. op grond van de technische of financiële mogelijkheden van de aanvrager, b. op grond van de manier waarop de aanvrager voornemens is de activiteiten voor opsporing of winning te verrichten, waaronder de bij die activiteiten te gebruiken technieken, hulpmiddelen of stoffen, -c. op grond van het gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin, waarvan de aanvrager blijk heeft gegeven bij activiteiten als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 25, eerste lid, onder een eerdere vergunning, +c. op grond van het gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin, waarvan de aanvrager blijk heeft gegeven bij activiteiten als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25, eerste lid onder een eerdere vergunning, d. indien een keuze moet worden gemaakt uit twee of meer aanvragen om een vergunning die bij een beoordeling op grond van de onderdelen a, b en c gelijkwaardig zijn gebleken, in het belang van het doelmatig en voortvarend opsporen en winnen, e. indien: -1°. bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, regels zijn gesteld inhoudende dat de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte door middel van een opsporings- of winningsinstallatie in dat gebied niet wordt of kan worden toegestaan, +1°. bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, regels zijn gesteld inhoudende dat de opsporing of winning van een delfstof door middel van een opsporings- of winningsinstallatie in dat gebied niet wordt of kan worden toegestaan, 2°. bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 49 regels zijn gesteld over: -– het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte, +– het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof, – de diepte waarop een activiteit plaatsvindt, – de soort activiteit, of – de soort delfstof, f. indien het in de aanvraag aangeduide gebied door Onze Minister niet geschikt wordt geacht voor de in de aanvraag vermelde activiteit om reden van het belang van: 1°. de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, voor zover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat, -2°. het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, +2°. het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, 3°. nadelige gevolgen die voor het milieu worden veroorzaakt, of 4°. nadelige gevolgen die voor de natuur worden veroorzaakt. @@ -215,7 +212,7 @@ c. de beschikbare informatie betreffende de technische bekwaamheden en de veilig ### Artikel 11 -**1.** In een vergunning wordt bepaald voor welke in artikel 6 bedoelde activiteiten en voor welke delfstoffen zij geldt. Indien in een winningsvergunning is opgenomen dat zij geldt voor bepaalde delfstoffen, geldt zij tevens voor andere delfstoffen die onvermijdelijk meekomen met de winning van die bepaalde delfstoffen. +**1.** In een vergunning wordt bepaald voor welke in artikel 6 bedoelde activiteiten en voor welke delfstoffen zij geldt. Indien in een winningsvergunning is opgenomen dat zij geldt voor bepaalde delfstoffen, geldt zij tevens voor andere delfstoffen die onvermijdelijk meekomen en aardwarmte die onvermijdelijk meekomt met de winning van die bepaalde delfstoffen. **2.** In een vergunning wordt bepaald voor welk tijdvak zij geldt. Dit geschiedt zodanig dat het tijdvak niet langer is dan noodzakelijk om de activiteiten, waarvoor de vergunning wordt verleend, te verrichten. @@ -236,15 +233,15 @@ c. de beschikbare informatie betreffende de technische bekwaamheden en de veilig Een vergunning kan onder andere beperkingen dan die bedoeld in artikel 11 worden verleend of aan een vergunning kunnen andere voorschriften dan die bedoeld in de artikelen 12 en 98 worden verbonden uitsluitend in verband met: a. de manier waarop de aanvrager voornemens is de activiteiten voor opsporing of winning te verrichten, waaronder de bij die activiteiten te gebruiken technieken, hulpmiddelen of stoffen, -b. bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor gebieden op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, gestelde regels over de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte door middel van een opsporings- of winningsinstallatie, +b. bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor gebieden op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, gestelde regels over de opsporing of winning van een delfstof door middel van een opsporings- of winningsinstallatie, c. bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 49 gestelde regels over: -1°. het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte, +1°. het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof, 2°. de diepte waarop een activiteit plaatsvindt, 3°. de soort activiteit, of 4°. de soort delfstof, d. de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, -e. het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot opslaan van stoffen, +e. het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot opslaan van stoffen, f. de nadelige gevolgen die voor het milieu worden veroorzaakt, g. de nadelige gevolgen die voor de natuur worden veroorzaakt, of h. het belang van de landsverdediging. @@ -296,7 +293,7 @@ b. het dagelijks bestuur van de waterschappen van het gebied waarop de aanvraag In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister de termijn, waarbinnen hij op een aanvraag beslist, tweemaal met ten hoogste een jaar verlengen indien de aanvraag betrekking heeft op: a. een gebied waarvoor een aanvang voor de vaststelling van een structuurvisie met betrekking tot mijnbouwactiviteiten is gemaakt als bedoeld in artikel 2.3, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor gebieden op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, of -b. een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, waarvoor in een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, respectievelijk 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening regels zijn gesteld in verband met de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte door middel van een opsporings- of winningsinstallatie en nationale belangen die regels met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. +b. een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, waarvoor in een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, respectievelijk 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening regels zijn gesteld in verband met de opsporing of winning van een delfstof door middel van een opsporings- of winningsinstallatie en nationale belangen die regels met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. **4.** Van een beschikking tot verlening van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. @@ -310,15 +307,15 @@ Onverminderd artikel 32c kan Onze Minister een vergunning slechts wijzigen: a. op aanvraag van de houder van de vergunning, b. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake de manier waarop de aanvrager de activiteiten voor opsporing of winning verricht of voornemens is te verrichten, waaronder de bij die activiteiten te gebruiken technieken, hulpmiddelen of stoffen, -c. in verband met een vaststelling of wijziging van bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, gestelde regels over de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte door middel van een opsporings- of winningsinstallatie, +c. in verband met een vaststelling of wijziging van bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, gestelde regels over de opsporing of winning van een delfstof door middel van een opsporings- of winningsinstallatie, d. in verband met een vaststelling of wijziging van bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 49 gestelde regels over: -1°. het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte, +1°. het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof, 2°. de diepte waarop een activiteit plaatsvindt, 3°. de soort activiteit, 4°. de soort delfstof, e. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, -f. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, +f. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, g. voor zover de vergunning geldt voor de op grond van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming aangewezen Natura 2000-gebieden Waddenzee en Noordzeekustzone, h. voor zover de vergunning geldt voor een gebied gelegen binnen de Waddenzee als aangewezen krachtens de Wet ruimtelijke ordening of op de Waddeneilanden, of i. voor zover de vergunning geldt voor het op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Trb. 1973, 155) aangewezen werelderfgoedgebied Waddenzee. @@ -365,15 +362,15 @@ c. indien dit wordt gerechtvaardigd door een wijziging in de technische of finan d. indien niet overeenkomstig de vergunning is of wordt gehandeld, e. indien voor de houder van de vergunning of de in artikel 22 bedoelde aangewezen persoon als zodanig geldende regels niet worden nageleefd, f. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake de manier waarop de aanvrager de activiteiten voor opsporing of winning verricht of voornemens is te verrichten, waaronder de bij die activiteiten te gebruiken technieken, hulpmiddelen of stoffen, -g. in verband met een vaststelling of wijziging van bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, gestelde regels inhoudende dat de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte door middel van een opsporings- of winningsinstallatie in dat gebied niet wordt of kan worden toegestaan, +g. in verband met een vaststelling of wijziging van bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of 10.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voor een gebied op land, respectievelijk in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, gestelde regels inhoudende dat de opsporing of winning van een delfstof door middel van een opsporings- of winningsinstallatie in dat gebied niet wordt of kan worden toegestaan, h. in verband met een vaststelling of wijziging van bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 49 gestelde regels over: -1°. het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte, +1°. het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof, 2°. de diepte waarop een activiteit plaatsvindt, 3°. de soort activiteit, of 4°. de soort delfstof, i. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, -j. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, +j. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, k. voor zover de vergunning geldt voor de op grond van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming aangewezen Natura 2000-gebieden Waddenzee en Noordzeekustzone, l. voor zover de vergunning geldt voor een gebied gelegen binnen de Waddenzee als aangewezen krachtens de Wet ruimtelijke ordening of op de Waddeneilanden, m. voor zover de vergunning geldt voor het op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Trb. 1973, 155) aangewezen werelderfgoedgebied Waddenzee, of @@ -425,7 +422,7 @@ b. als de houder een rechtspersoon is, met ingang van de dag na die waarop die p **1.** De houder van een winningsvergunning voor koolwaterstoffen gaat niet over tot het winnen uit een voorkomen dat naar redelijkerwijs kan worden aangenomen de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, zolang geen overeenkomst van kracht is als bedoeld in artikel 42, tweede lid, tenzij Onze Minister ontheffing heeft verleend van de verplichting om een overeenkomst te sluiten. -**2.** Indien tijdens of na het winnen van koolwaterstoffen blijkt of is gebleken dat het desbetreffende voorkomen de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, is de vergunninghouder, bedoeld in het eerste lid, verplicht terstond na het bekend worden van dat feit de voor het aangrenzende gebied tot het winnen van de delfstoffen of aardwarmte gerechtigde daarvan in kennis te stellen en medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst als bedoeld in artikel 42, tweede lid, eerste volzin. Artikel 42, tweede lid, tweede tot en met vierde volzin, zijn van toepassing. +**2.** Indien tijdens of na het winnen van koolwaterstoffen blijkt of is gebleken dat het desbetreffende voorkomen de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, is de vergunninghouder, bedoeld in het eerste lid, verplicht terstond na het bekend worden van dat feit de voor het aangrenzende gebied tot het winnen van de delfstoffen gerechtigde daarvan in kennis te stellen en medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst als bedoeld in artikel 42, tweede lid, eerste volzin. Artikel 42, tweede lid, tweede tot en met vierde volzin, zijn van toepassing. ### Artikel 24 @@ -437,6 +434,462 @@ In aanvulling op artikel 17.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer, draagt ook ## Hoofdstuk 2a. Toewijzing zoekgebied aardwarmte, startvergunning aardwarmte en vervolgvergunning aardwarmte +### Paragraaf 1. Algemeen + +### Artikel 24b + +Het is verboden zonder een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte, aardwarmte op te sporen of te winnen. + +### Artikel 24c + +**1.** Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 24b, is niet van toepassing op het opsporen of het winnen van aardwarmte in het kader van het verkrijgen van gegevens voor zuiver wetenschappelijk onderzoek of voor het door de centrale overheid te voeren beleid. Bij het nemen van een besluit omtrent een vergunning voor deze activiteiten sluit Onze Minister aan bij de bepalingen van dit hoofdstuk, voor zover dit met het bijzondere karakter van de vergunning te verenigen is. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het nemen van een besluit omtrent een vergunning, bedoeld in het eerste lid. + +### Paragraaf 2. Toewijzing zoekgebied aardwarmte + +### Artikel 24d + +Onze Minister verleent op aanvraag een toewijzing zoekgebied aardwarmte. + +### Artikel 24e + +**1.** + +Een aanvraag om een toewijzing zoekgebied aardwarmte bevat een beschrijving van: + +a. de aardlagen en de begrenzing ervan waar de aanvraag betrekking op heeft; +b. de andere gebruiksmogelijkheden van het gebied, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater en kenbare mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; +c. een plan voor de wijze waarop de aanvrager voornemens is de aardwarmte op te sporen en te winnen; +d. de voorgenomen afzet van warmte en de afspraken hieromtrent; +e. de ervaring van de aanvrager met de ontwikkeling van aardwarmteprojecten en andere mijnbouwactiviteiten; +f. de wijze waarop de aanvrager voornemens is de opsporing en winning van aardwarmte te financieren. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag. + +### Artikel 24f + +**1.** Zodra voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte een aanvraag is ingediend die voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 24e en deze aanvraag betrekking heeft op een zoekgebied dat beschikbaar is voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte, stelt Onze Minister met een uitnodiging in de Staatscourant anderen in de gelegenheid om voor hetzelfde zoekgebied of een deel hiervan een aanvraag in te dienen. + +**2.** Anderen kunnen een aanvraag voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte indienen tot twaalf weken na de dag van plaatsing van de uitnodiging in de Staatscourant. Indien deze aanvragen gedeeltelijk betrekking hebben op een nieuw zoekgebied voor aardwarmte ten opzichte van het in de Staatscourant gepubliceerde zoekgebied aardwarmte, geldt voor dat deel van de aanvraag de procedure van het eerste lid en wordt dat deel van de aanvraag geacht een nieuwe aanvraag te zijn. + +**3.** Onze Minister stelt de aanvragers van alle ingediende aanvragen op de hoogte. De aanvragers voeren overleg over de mogelijkheden tot samenwerking dan wel aanpassing van de aanvraag. + +**4.** Gedurende acht weken na het op de hoogte stellen van de aanvragers, bedoeld in het derde lid, heeft een aanvrager de mogelijkheid zijn aanvraag te wijzigen of in te trekken. + +### Artikel 24g + +**1.** Over de aanvragen die aan het bepaalde bij of krachtens artikel 24e voldoen stelt Onze Minister gedeputeerde staten van de provincies en het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen wier grondgebied het zoekgebied waarop de aanvraag voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte betrekking heeft, in de gelegenheid binnen acht weken advies uit te brengen met het oog op de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen. + +**2.** Over de aanvragen die aan het bepaalde bij of krachtens artikel 24e voldoen stelt Onze Minister gedeputeerde staten van de provincies en het dagelijks bestuur van waterschappen binnen wier grondgebied het zoekgebied waarop de aanvraag voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte betrekking heeft, in de gelegenheid binnen acht weken advies uit te brengen met het oog op grondwaterkwaliteit en -kwantiteit. + +### Artikel 24h + +**1.** Onze Minister beslist op een aanvraag om een toewijzing zoekgebied aardwarmte binnen achttien weken na ontvangst van de aanvraag. + +**2.** Als ingevolge artikel 24f, tweede lid, een aanvraag wordt ingediend, beslist Onze Minister binnen zes weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 24f, vierde lid. + +**3.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. + +**4.** Van een beschikking tot verlening van een toewijzing zoekgebied aardwarmte wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. + +### Artikel 24i + +**1.** + +Een aanvraag om een toewijzing zoekgebied aardwarmte wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen indien: + +a. het opsporen of winnen van aardwarmte in de in de aanvraag aangegeven aardlagen en de begrenzing ervan bij of krachtens wet niet is toegestaan; +b. voor het zoekgebied al een toewijzing zoekgebied aardwarmte, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte geldt. + +**2.** + +Een aanvraag om een toewijzing zoekgebied aardwarmte kan geheel of gedeeltelijk worden afgewezen: + +a. in het belang van de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; +b. indien het plan of de uitvoering ervan voor de wijze van opsporen en winnen van aardwarmte niet haalbaar wordt geacht; +c. indien er onvoldoende zicht is op een warmtevraag die passend is bij de te verwachten winning van aardwarmte; +d. indien het zoekgebied niet passend is bij de te verwachten warmtevraag; +e. indien onvoldoende zicht is op de financiering van de opsporing en winning van aardwarmte. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste en tweede lid. + +### Artikel 24j + +**1.** Indien er meer aanvragen om een toewijzing zoekgebied aardwarmte zijn ingediend die toegewezen zouden kunnen worden, verleent Onze Minister de toewijzing zoekgebied aardwarmte aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de procedure van rangschikking, de rangschikkingscriteria en de onderlinge weging hiervan. + +### Artikel 24k + +**1.** Een toewijzing zoekgebied aardwarmte geldt voor een periode van vier jaar. Onze Minister kan deze termijn op verzoek van de houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte eenmaal met een jaar verlengen. + +**2.** In afwijking van het eerste lid geldt de toewijzing zoekgebied aardwarmte, indien een aanvraag voor een startvergunning aardwarmte is ingediend, tot het moment waarop het besluit waarbij op deze aanvraag wordt beslist, onherroepelijk wordt. + +**3.** In afwijking van het eerste lid kan de houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte, wanneer hij gelet op de voorgenomen afzet van warmte en de afspraken hieromtrent voldoende vraag naar warmte aannemelijk kan maken, iedere keer wanneer een startvergunning aardwarmte wordt aangevraagd om een verlenging van de toewijzing zoekgebied vragen voor een periode van vier jaar. + +**4.** Onze Minister bepaalt in de toewijzing zoekgebied aardwarmte voor welke aardlagen en begrenzing daarvan een toewijzing zoekgebied aardwarmte geldt. + +### Artikel 24l + +**1.** Onze Minister kan op aanvraag van een houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte, een toewijzing zoekgebied aardwarmte wijzigen of intrekken. + +**2.** Onze Minister kan op aanvraag van een houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte, een natuurlijke persoon of rechtspersoon als houder aan een toewijzing zoekgebied aardwarmte toevoegen. + +**3.** Onze Minister kan een toewijzing zoekgebied aardwarmte wijzigen of intrekken indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest. + +**4.** Onze Minister beslist op een aanvraag als bedoeld in het eerste of tweede lid binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. + +### Artikel 24m + +Indien meer dan één natuurlijke persoon of rechtspersoon een toewijzing zoekgebied aardwarmte houdt, worden zij gezamenlijk als houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte beschouwd. + +### Paragraaf 3. Startvergunning aardwarmte + +### Artikel 24n + +Onze Minister verleent op aanvraag een startvergunning aardwarmte aan de houder van de toewijzing zoekgebied aardwarmte of aan de houder van de toewijzing zoekgebied aardwarmte en de uitvoerder aardwarmte. + +### Artikel 24o + +**1.** + +Een aanvraag voor een startvergunning aardwarmte bevat een beschrijving van: + +a. de aardlagen en de begrenzing ervan waar de aanvrager voornemens is aardwarmte op te sporen en te winnen; +b. de andere gebruiksmogelijkheden van het gebied, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of kenbare voornemens tot het opslaan van stoffen; +c. de wijze waarop de aanvrager voornemens is aardwarmte op te sporen en te winnen en hoe hij voornemens is de putintegriteit te borgen; +d. de verwachte bodembeweging ten gevolge van de winning; +e. indien dit nodig is gelet op de verwachte bodembeweging: + +1°. de veiligheidsrisico’s voor omwonenden, het risico op schade aan gebouwen of infrastructurele werken of het risico op verstoring van de functionaliteit daarvan; +2°. de maatregelen die worden genomen om bodembeweging te voorkomen of te beperken; +3°. de maatregelen die worden genomen om schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken; +f. overeenkomsten met betrekking tot de afzet van warmte; +g. de wijze waarop de aanvrager voornemens is de kosten in verband met de opsporing en winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, waaronder het stellen van financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, en het zo nodig geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de startvergunning te dragen; +h. de ervaring van de aanvrager met de ontwikkeling van aardwarmteprojecten en andere mijnbouwactiviteiten. + +**2.** Een aanvraag voor een startvergunning aardwarmte gaat vergezeld van een aanvraag om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, derde lid. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag. + +### Artikel 24p + +**1.** Als een aanvraag voor een startvergunning aardwarmte ziet op aardwarmte die zich gedeeltelijk bevindt in een aangrenzend gebied waarvoor geen toewijzing zoekgebied aardwarmte, startvergunning aardwarmte of vervolgvergunning aardwarmte is aangevraagd of verleend, doet Onze Minister hiervan mededeling in de Staatscourant. + +**2.** Indien het in het eerste lid aangevraagde gebied grenst aan een gebied waarvoor een toewijzing zoekgebied aardwarmte, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte geldt, stelt Onze Minister de houders van de toewijzing of vergunning op de hoogte van de ingediende aanvraag. + +**3.** Een houder van een toewijzing of vergunning als bedoeld in het tweede lid, kan binnen acht weken na de mededeling van Onze Minister een concurrerende aanvraag voor een startvergunning aardwarmte voor dit aangrenzende gebied indienen. + +**4.** Onze Minister stelt de aanvragers van alle ingediende aanvragen op de hoogte. De aanvragers voeren overleg over de mogelijkheden tot samenwerking of aanpassing van de aanvraag. + +**5.** Gedurende vier weken na het op de hoogte stellen van de aanvragers, bedoeld in het derde lid, heeft een aanvrager de mogelijkheid zijn aanvraag te wijzigen of in te trekken. + +**6.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het vijfde lid, eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. + +### Artikel 24q + +**1.** Over de aanvragen die aan het bepaalde bij of krachtens artikel 24o voldoen stelt Onze Minister gedeputeerde staten van de provincie en het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen wier grondgebied het gebied waarop de aanvraag voor een startvergunning aardwarmte betrekking heeft, in de gelegenheid binnen acht weken advies uit te brengen met het oog op de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen. + +**2.** Over de aanvragen die aan het bepaalde bij of krachtens artikel 24o voldoen, stelt Onze Minister gedeputeerde staten van de provincie en het dagelijks bestuur van waterschappen binnen wier grondgebied het gebied waarop de aanvraag voor een startvergunning aardwarmte betrekking heeft, in de gelegenheid binnen acht weken advies uit te brengen met het oog op grondwaterkwaliteit en -kwantiteit. + +**3.** Indien Onze Minister voornemens is af te wijken van het advies van gedeputeerde staten van de provincie met het oog op het beheer van grondwater met het oog op de winning van drinkwater, bedoeld in het eerste lid, of het advies van gedeputeerde staten van de provincie met het oog op grondwaterkwaliteit en -kwantiteit, bedoeld in het tweede lid, informeert Onze Minister Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. + +### Artikel 24r + +Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit inzake de aanvraag om een startvergunning aardwarmte. + +### Artikel 24s + +**1.** In afwijking van artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 24z, vierde lid, beslist Onze Minister op een aanvraag om een startvergunning aardwarmte en het tegelijkertijd ingediende verzoek om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte binnen 32 weken na de ontvangst daarvan. + +**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen. + +**3.** Van een beschikking tot verlening van een startvergunning aardwarmte wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. + +### Artikel 24t + +**1.** + +De aanvraag om een startvergunning aardwarmte wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen indien: + +a. het opsporen of winnen van aardwarmte in de in de aanvraag aangegeven aardlagen en de begrenzing ervan bij of krachtens wet niet is toegestaan; +b. voor de aardlagen en de begrenzing ervan die in de aanvraag is aangeduid aan een ander dan de aanvrager een toewijzing zoekgebied aardwarmte is verleend of een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte is verleend; +c. de in de aanvraag beschreven opsporing en winning onaanvaardbare risico’s met zich brengt voor de veiligheid van omwonenden of onaanvaardbare schade kan veroorzaken aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; +d. geen financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, kan worden gesteld ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater. + +**2.** + +Een aanvraag om een startvergunning aardwarmte kan geheel of gedeeltelijk worden afgewezen: + +a. in het belang van de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; +b. indien de in de aanvraag aangeduide wijze van opsporing en winning en de wijze waarop de putintegriteit wordt geborgd niet geschikt wordt geacht om reden van nadelige gevolgen voor het milieu; +c. indien de aardlagen en de begrenzing ervan waar de aanvrager voornemens is aardwarmte te winnen niet aansluiten bij de verwachte winning van aardwarmte en de verwachte afzet van aardwarmte; +d. in verband met het ontbreken van overeenkomsten met betrekking tot de afzet van aardwarmte; +e. in verband met de financiële mogelijkheden van de aanvrager om de kosten in verband met de opsporing en winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, te dragen en gelet op zijn voornemens om kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de startvergunning te dragen. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste en tweede lid. + +### Artikel 24u + +**1.** Indien er op basis van artikel 24p, derde lid, meer aanvragen om een startvergunning aardwarmte zijn ingediend die toegewezen zouden kunnen worden, verleent Onze Minister de startvergunning aardwarmte aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de procedure van rangschikking, de rangschikkingscriteria en de onderlinge weging hiervan. + +### Artikel 24v + +**1.** Een startvergunning aardwarmte geldt voor twee jaar of, indien een aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte is ingediend, tot het tijdstip waarop de beschikking waarbij op deze aanvraag wordt beslist, onherroepelijk wordt. + +**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met een jaar verlengen. + +**3.** Onze Minister bepaalt in een startvergunning aardwarmte voor welke aardlagen en begrenzing daarvan zij geldt. + +### Artikel 24w + +**1.** Indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, verbindt Onze Minister aan een startvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen in verband met het stellen van financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte. + +**2.** Indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen of gereserveerd bij of krachtens wet voor de winning van drinkwater uit grondwater, verbindt Onze Minister aan de startvergunning aardwarmte het voorschrift dat geen doorboring plaatsvindt door dat gebied + +**3.** Onze Minister verbindt aan een startvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen in verband met het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de wijze van winning en de wijze waarop de putintegriteit wordt geborgd. + +**4.** + +Onze Minister kan aan een startvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen verbinden in verband met: + +a. de veiligheid van omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; +b. het belang van de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; +c. de financiële mogelijkheden van de aanvrager om de kosten in verband met de opsporing en winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, te dragen en om kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de startvergunning te dragen. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de gronden, bedoeld in het derde lid, en kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid. + +### Artikel 24x + +**1.** Een startvergunning aardwarmte geldt ook voor delfstoffen die onvermijdelijk meekomen met de winning van aardwarmte, maar niet voor delfstoffen die zelfstandig economisch winbaar zijn. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de zelfstandige economische winbaarheid van meekomende delfstoffen. + +### Artikel 24y + +Indien bij het opsporen of winnen van aardwarmte wordt geconstateerd dat de situatie van de ondergrond afwijkt van de aanvraag voor de startvergunning aardwarmte, meldt een houder van een startvergunning aardwarmte dit zo spoedig mogelijk aan Onze Minister. + +### Artikel 24z + +**1.** Het verrichten van feitelijke werkzaamheden in verband met de opsporing of winning van aardwarmte waaronder het verlenen van opdracht daartoe of het buiten gebruik stellen van een boorgat, is slechts toegestaan aan één, door de houder van de startvergunning aardwarmte of de houder van de vervolgvergunning aardwarmte aangewezen uitvoerder aardwarmte. + +**2.** Indien de uitvoerder aardwarmte niet meer in staat is feitelijke werkzaamheden uit te voeren, wijst de houder van de startvergunning aardwarmte of de houder van de vervolgvergunning aardwarmte een nieuwe uitvoerder aardwarmte aan. + +**3.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister kan zijn instemming slechts weigeren in verband met de technische of financiële capaciteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt. + +**4.** Onze Minister beslist op een aanvraag om een instemming binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Onze Minister kan de termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen. + +**5.** Onze Minister kan aan de instemming met de uitvoerder aardwarmte voorschriften of beperkingen verbinden in verband met de technische en financiële capaciteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt. + +**6.** Onze Minister kan de instemming, bedoeld in het derde lid, wijzigen of intrekken indien de uitvoerder aardwarmte niet meer in staat is feitelijke werkzaamheden op een verantwoorde wijze uit te voeren. + +**7.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over: + +a. de aanwijzing, bedoeld in het eerste en tweede lid; +b. de instemming, bedoeld in het derde lid; +c. een aanvraag om een instemming als bedoeld in het vierde lid; +d. de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid; +e. het wijzigen of intrekken van de instemming, bedoeld in het zesde lid. + +### Artikel 24aa + +Indien meer dan één natuurlijke persoon of rechtspersoon een startvergunning aardwarmte houdt, worden zij gezamenlijk als houder van een startvergunning aardwarmte beschouwd. + +### Artikel 24ab + +**1.** Onze Minister kan op aanvraag van een houder van een startvergunning aardwarmte een startvergunning aardwarmte wijzigen of intrekken. + +**2.** + +Onze Minister kan een startvergunning aardwarmte wijzigen of intrekken: + +a. indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens of omstandigheden volledig bekend waren geweest; +b. indien dat wordt gerechtvaardigd door veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake: + +1°. de veiligheidsrisico’s voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; +2°. het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de wijze van opsporen en winnen; +3°. de financiële mogelijkheden van de houder om de kosten in verband met de opsporing en winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, waaronder het stellen van financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, te dragen en om kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de startvergunning te dragen; +c. indien er niet langer een uitvoerder aardwarmte is waarmee Onze Minister heeft ingestemd; +d. indien niet overeenkomstig de startvergunning aardwarmte is of wordt gehandeld. + +**3.** Onze Minister beslist op een aanvraag om wijziging of intrekking van een startvergunning aardwarmte binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het tweede lid. + +### Artikel 24ac + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over: + +a. het splitsen van een startvergunning aardwarmte, waardoor twee of meer startvergunningen aardwarmte voor twee of meer gebieden ontstaan; +b. het samenvoegen van delen van twee of meer startvergunningen aardwarmte, waardoor een startvergunning aardwarmte voor een gebied ontstaat. + +### Artikel 24ad + +**1.** Een houder van een startvergunning aardwarmte kan deze slechts met schriftelijke toestemming van Onze Minister op een ander doen overgaan. Onze Minister kan aan een toestemming voorschriften of beperkingen verbinden. + +**2.** Een verzoek om overdracht gaat vergezeld van de informatie, bedoeld in artikel 24o, eerste lid, onderdeel g. + +**3.** Artikel 24t, tweede lid, aanhef en onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Indien de houder van een startvergunning aardwarmte een deel van zijn startvergunning aardwarmte op een ander wil doen overgaan, dient hij tevens een aanvraag in om splitsing van de startvergunning aardwarmte als bedoeld in artikel 24ac, onderdeel a. + +### Paragraaf 4. Vervolgvergunning aardwarmte + +### Artikel 24ae + +Onze Minister verleent op aanvraag een vervolgvergunning aardwarmte aan de houder van een startvergunning aardwarmte voor het gebied of een gedeelte daarvan waarop de startvergunning aardwarmte ziet. + +### Artikel 24af + +**1.** + +Een aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte gaat vergezeld van een beschrijving van: + +a. de aardlaag en de begrenzing ervan waar de aanvrager aardwarmte wint; +b. de verwachte exploitatieduur; +c. de verwachte invloedssfeer van de winning en de verwachte afkoeling; +d. indien van toepassing, wijziging ten opzichte van de startvergunning aardwarmte in de wijze waarop de aanvrager voornemens is aardwarmte te winnen en de wijze waarop hij zijn put heeft ingericht; +e. de gemeten en nog te verwachten bodembeweging ten gevolge van de winning; +f. indien dit nodig is gelet op de nog te verwachten bodembeweging: + +1°. de veiligheidsrisico’s voor omwonenden, het risico op schade aan gebouwen of infrastructurele werken of het risico op verstoring van de functionaliteit daarvan, +2°. de maatregelen die worden genomen om bodembeweging te voorkomen of te beperken; +3°. de maatregelen die worden genomen om de schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken; +g. indien van toepassing, wijziging ten opzichte van de startvergunning aardwarmte in de wijze waarop de aanvrager voornemens is de kosten in verband met de winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, waaronder het stellen van financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, te dragen; +h. de wijze waarop de aanvrager voornemens is om kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens de looptijd van de vervolgvergunning of na afloop hiervan te dragen. + +**2.** Indien een nieuwe uitvoerder aardwarmte wordt aangewezen, gaat de aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte vergezeld van een verzoek om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, derde lid. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag. + +### Artikel 24ag + +**1.** + +Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit inzake een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte indien de verlening van de vervolgvergunning aardwarmte ten opzichte van de startvergunning aardwarmte leidt tot een significant: + +a. nadeliger gevolg voor het milieu als gevolg van de wijze van winning; +b. nadeliger effect van de bodembeweging ten gevolge van de winning; +c. groter risico voor omwonenden of grotere schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 24ah + +**1.** Indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, stelt Onze Minister gedeputeerde staten van de provincie en het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten binnen wier grondgebied het gebied waarop de aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte betrekking heeft, in de gelegenheid binnen acht weken advies uit te brengen met het oog op de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen. + +**2.** Indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, stelt Onze Minister gedeputeerde staten van de provincie en het dagelijks bestuur van waterschappen binnen wier grondgebied het gebied waarop de aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte betrekking heeft, in de gelegenheid binnen acht weken advies uit te brengen met het oog op grondwaterkwaliteit en -kwantiteit. + +**3.** Indien Onze Minister voornemens is af te wijken van het advies van gedeputeerde staten van de provincie met het oog op het beheer van grondwater met het oog op de winning van drinkwater, bedoeld in het eerste lid, of het advies van gedeputeerde staten van de provincie met het oog op grondwaterkwaliteit en -kwantiteit, bedoeld in het tweede lid, informeert Onze Minister Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. + +### Artikel 24ai + +**1.** Onze Minister beslist op een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte binnen twaalf weken na de ontvangst van de aanvraag. + +**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. + +**3.** Indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, beslist Onze Minister, in afwijking van artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht en het eerste lid, op een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte binnen 32 weken na de ontvangst daarvan. + +**4.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het derde lid, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen. + +**5.** Van een beschikking tot verlening van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. + +### Artikel 24aj + +**1.** + +Een aanvraag om vervolgvergunning aardwarmte wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen indien: + +a. de in de aanvraag beschreven winning onaanvaardbare risico’s met zich brengt voor de veiligheid van omwonenden of onaanvaardbare schade kan veroorzaken aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; +b. geen financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, kan worden gesteld ter dekking van de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater. + +**2.** + +Een vervolgvergunning aardwarmte kan geheel of gedeeltelijk worden afgewezen: + +a. indien de in de aanvraag aangeduide wijze van winning niet geschikt wordt geacht om reden van de nadelige gevolgen voor het milieu; +b. indien de invloedssfeer niet aansluit bij de door de aanvrager aangegeven aardlaag en de begrenzing ervan; +c. in verband met de financiële mogelijkheden van de aanvrager om alle kosten in verband met de winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, te dragen; +d. in verband met de financiële mogelijkheden van de aanvrager om de kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens de looptijd van of na afloop van de vervolgvergunning te dragen. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste en tweede lid. + +### Artikel 24ak + +In een vervolgvergunning aardwarmte wordt bepaald voor welk tijdvak zij geldt en voor welke aardlaag en begrenzing daarvan zij geldt. + +### Artikel 24al + +**1.** Indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, verbindt Onze Minister aan een vervolgvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen in verband met het stellen van financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte. + +**2.** Onze Minister verbindt aan een vervolgvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen in verband met het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de wijze van winning en de wijze waarop de putintegriteit wordt geborgd. + +**3.** + +Onze Minister kan aan een vervolgvergunning aardwarmte voorschriften of beperkingen verbinden in verband met: + +a. de veiligheid van omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; +b. het belang van de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; +c. de financiële mogelijkheden van de aanvrager om de kosten in verband met de winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, te dragen; +d. de financiële mogelijkheden van de aanvrager om de kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de vervolgvergunning te dragen. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de gronden, bedoeld in het tweede lid, en kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het eerste en derde lid. + +### Artikel 24am + +**1.** Een vervolgvergunning aardwarmte geldt ook voor delfstoffen die onvermijdelijk meekomen met de winning van aardwarmte, maar niet voor delfstoffen die zelfstandig economisch winbaar zijn. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de zelfstandige economische winbaarheid van meekomende delfstoffen. + +### Artikel 24an + +Indien meer dan één natuurlijke persoon of rechtspersoon een vervolgvergunning aardwarmte houden, worden zij gezamenlijk als houder van een vervolgvergunning aardwarmte beschouwd. + +### Artikel 24ao + +**1.** Onze Minister kan op aanvraag van een houder van een vervolgvergunning aardwarmte een vervolgvergunning aardwarmte wijzigen of intrekken. + +**2.** + +Onze Minister kan een vervolgvergunning aardwarmte wijzigen of intrekken: + +a. indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; +b. indien dat wordt gerechtvaardigd door veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake: + +1°. de wijze waarop de houder aardwarmte wint; +2°. de veiligheid van omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; +3°. de financiële mogelijkheden van de houder om de kosten in verband met de winning en de hierbij behorende aansprakelijkheden, waaronder het stellen van financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater, te dragen en om kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van een boorgat tijdens of na afloop van de looptijd van de vervolgvergunning te dragen. +c. in verband met de nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de wijze van winning; +d. indien er niet langer een uitvoerder aardwarmte is waarmee Onze Minister heeft ingestemd; +e. indien de houder definitief gestopt is met het winnen van aardwarmte; +f. indien niet overeenkomstig de vergunning is of wordt gehandeld. + +**3.** Onze Minister beslist op een aanvraag om wijziging of intrekking van vervolgvergunning aardwarmte binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de gronden, bedoeld in het tweede lid. + +### Artikel 24ap + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over: + +a. het splitsen van een vervolgvergunning aardwarmte, waardoor twee of meer vervolgvergunningen aardwarmte voor twee of meer gebieden ontstaan; +b. het samenvoegen van delen van twee of meer vervolgvergunningen aardwarmte, waardoor een vervolgvergunning aardwarmte voor een gebied ontstaat. + +### Artikel 24aq + +**1.** De houder van een vervolgvergunning aardwarmte kan deze slechts met schriftelijke toestemming van Onze Minister op een ander doen overgaan. Aan een toestemming kunnen voorschriften worden verbonden of een toestemming kan onder beperkingen worden verleend. + +**2.** Een verzoek om overdracht gaat vergezeld van de informatie, bedoeld in artikel 24af, eerste lid, onderdeel g en h. + +**3.** Artikel 24aj, tweede lid, aanhef en onderdeel c, en d, is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Indien de houder van een vergunning een deel van zijn vergunning op een ander wil doen overgaan, dient hij tevens een aanvraag in om splitsing van de vergunning als bedoeld in artikel 24ap. + ## Hoofdstuk 3. Vergunningen voor het opslaan van stoffen en voor het opsporen van CO ### Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen @@ -458,7 +911,7 @@ b. CO_2-opslagcomplexen op te sporen. **1.** Een opslagvergunning wordt niet verleend, voorzover deze bij het in werking treden zou gaan gelden voor een gebied waarvoor op dat tijdstip reeds een door een ander gehouden opslagvergunning geldt. -**2.** Een opslagvergunning wordt evenmin verleend, voorzover deze bij het in werking treden zou gaan gelden voor een voorkomen waarvoor op dat tijdstip reeds een door een ander gehouden vergunning als bedoeld in artikel 6 geldt. +**2.** Een opslagvergunning wordt evenmin verleend, voorzover deze bij het in werking treden zou gaan gelden voor een voorkomen waarvoor op dat tijdstip reeds een door een ander gehouden vergunning als bedoeld in artikel 6 geldt of waarvoor een toewijzing zoekgebied aardwarmte, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte geldt. **3.** Ingeval aan een houder van een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen een opslagvergunning voor hetzelfde gebied en voor dezelfde stof is verleend, vervalt de opsporings- of winningsvergunning op het tijdstip waarop de verleende opslagvergunning onherroepelijk wordt. @@ -832,6 +1285,22 @@ d. het belang van een planmatig beheer van voorkomens van delfstoffen of aardwar **2.** De houder van een vergunning voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen neemt alle noodzakelijke maatregelen om de gevolgen van een zwaar ongeval voor mens en milieu te beperken. +**3.** + +Een houder van een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte dan wel de laatste houder van een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de verrichte activiteiten: + +a. nadelige gevolgen voor mens en milieu worden veroorzaakt; +b. schade door bodembeweging wordt veroorzaakt; +c. de veiligheid wordt geschaad. + +**4.** + +Een uitvoerder aardwarmte draagt zorg voor een goede en veilige uitvoering van het opsporen en winnen van aardwarmte en neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de verrichte activiteiten: + +a. nadelige gevolgen voor mens en milieu worden veroorzaakt; +b. schade door bodembeweging wordt veroorzaakt; +c. de veiligheid wordt geschaad. + ### Artikel 33a **1.** De houder van een vergunning voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen verricht de activiteiten op basis van systematisch risicobeheer, zodat de overblijvende risico’s op zware ongevallen voor mens, milieu en het mijnbouwwerk aanvaardbaar zijn. @@ -925,12 +1394,7 @@ Vervallen ### Artikel 39 -**1.** - -De artikelen 34 tot en met 38 zijn van overeenkomstige toepassing op: - -a. het winnen van aardwarmte, en -b. het opslaan van stoffen. +**1.** De artikelen 34 tot en met 36 zijn van overeenkomstige toepassing op het opslaan van stoffen. **2.** Het eerste lid blijft buiten toepassing voor zover hoofdstuk 3, paragraaf 3.2, toepassing vindt. @@ -982,20 +1446,22 @@ b. de artikelen 2.25, eerste lid, en 8.1. **1.** Met het oog op de kans op beweging van de aardbodem worden metingen verricht voor de aanvang van het winnen van delfstoffen, tijdens het winnen en tot dertig jaar na het beëindigen van het winnen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent deze metingen en de rapportage over de uitkomsten daarvan, waarbij in elk geval wordt bepaald dat de rapportage een analyse van de metingen bevat. -**2.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het winnen van aardwarmte en het opslaan van stoffen. +**2.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het opslaan van stoffen. -**3.** Dit artikel geldt, tenzij in de desbetreffende vergunning anders is bepaald, niet met betrekking tot het winnen van delfstoffen of aardwarmte of het opslaan van stoffen in het continentaal plat en onder de territoriale zee, voorzover het winnen of het opslaan plaatsvindt vanuit of in een voorkomen dat gelegen is aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. +**3.** Dit artikel geldt, tenzij in de desbetreffende vergunning anders is bepaald, niet met betrekking tot het winnen van delfstoffen of het opslaan van stoffen in het continentaal plat en onder de territoriale zee, voorzover het winnen of het opslaan plaatsvindt vanuit of in een voorkomen dat gelegen is aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. **4.** De verplichtingen van dit artikel rusten op de houder van de desbetreffende, in artikel 6 of 25 bedoelde vergunning, dan wel, indien de vergunning haar geldigheid heeft verloren, op de laatste houder van de vergunning. Indien de vergunning wordt gehouden door meer dan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, rusten de verplichtingen van dit artikel op de in artikel 22 bedoelde aangewezen persoon, dan wel, indien de vergunning haar geldigheid heeft verloren, de laatstelijk op grond van dat artikel aangewezen persoon. ### Artikel 42 -**1.** Indien een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 geldt voor een gebied, waarvoor een ander een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 houdt, kan Onze Minister de vergunninghouder verplichten in een door hem te bepalen omvang te gedogen dat de houder van die andere vergunning zijn daaruit voortvloeiende rechten uitoefent. +**1.** Indien een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25, een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte geldt voor een gebied waarvoor een ander een in dit lid genoemde vergunning houdt, kan Onze Minister de vergunninghouder verplichten in een door hem te bepalen omvang te gedogen dat de houder van die andere vergunning zijn daaruit voortvloeiende rechten uitoefent. -**2.** Indien een vergunning voor het winnen van delfstoffen of aardwarmte geldt voor een gebied, waarin zich een voorkomen bevindt dat naar redelijkerwijs kan worden aangenomen de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, is de vergunninghouder verplicht om medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen de vergunninghouder en de voor het aangrenzende gebied tot het winnen van de delfstoffen of aardwarmte gerechtigde, tenzij Onze Minister van deze verplichting ontheffing verleent. De overeenkomst strekt er toe dat het winnen in onderlinge overeenstemming zal geschieden. In de overeenkomst kan worden bepaald dat verplichtingen die krachtens de hoofdstukken 2, 3 en 4 rusten op de in artikel 22 bedoelde aangewezen personen, rusten op een van deze aangewezen personen. Onze Minister kan eisen stellen aan de tot stand te brengen overeenkomst. De overeenkomst en de wijzigingen in de overeenkomst worden aan Onze Minister overgelegd. +**2.** Indien een vergunning voor het winnen van delfstoffen geldt voor een gebied, waarin zich een voorkomen bevindt dat naar redelijkerwijs kan worden aangenomen de grens van het vergunningsgebied overschrijdt of een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte geldt voor een invloedssfeer die naar redelijkerwijs kan worden aangenomen de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, is de vergunninghouder verplicht om medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen de vergunninghouder en de voor het aangrenzende gebied tot het winnen van de delfstoffen of aardwarmte gerechtigde, tenzij Onze Minister van deze verplichting ontheffing verleent. De overeenkomst strekt er toe dat het winnen in onderlinge overeenstemming zal geschieden. In de overeenkomst kan worden bepaald dat verplichtingen die krachtens de hoofdstukken 2, 3 en 4 rusten op de in artikel 22 bedoelde aangewezen personen, rusten op een van deze aangewezen personen. Onze Minister kan eisen stellen aan de tot stand te brengen overeenkomst. De overeenkomst en de wijzigingen in de overeenkomst worden aan Onze Minister overgelegd. **3.** Indien een vergunning voor het winnen van koolwaterstoffen geldt voor een gebied waarvoor een vergunning voor permanent opslaan van CO_2 geldt, is de houder van de winningsvergunning verplicht om medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen de vergunninghouder en de houder van de vergunning voor permanent opslaan van CO_2. De overeenkomst strekt ertoe dat winnen en permanent opslaan van CO_2 in onderlinge overeenstemming zal geschieden. In de overeenkomst kan worden bepaald dat verplichtingen die krachtens de hoofdstukken 2, 3 en 4 rusten op de in artikel 22 bedoelde aangewezen personen, rusten op een van deze aangewezen personen. Onze Minister kan eisen stellen aan de tot stand te brengen overeenkomst. De overeenkomst en de wijzigingen in de overeenkomst worden aan Onze Minister overgelegd. +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald onder welke omstandigheden de houder van een vervolgvergunning aardwarmte verplicht is medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en degene die een winningsvergunning heeft voor de meekomende delfstoffen. Een overeenkomst strekt ertoe dat degene die een vergunning heeft voor de winning van de meekomende delfstoffen een redelijke vergoeding ontvangt voor de met de bij de winning van aardwarmte meekomende delfstoffen. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud van de overeenkomst. + ### Artikel 43 **1.** Rondom een mijnbouwinstallatie geldt een veiligheidszone van 500 meter. @@ -1271,7 +1737,7 @@ b. de verplichtingen van de exploitant of de eigenaar inzake eventuele opmerking **3.** Het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop de zekerheid wordt gesteld, dienen ten genoegen van Onze Minister te zijn. -**4.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het winnen van aardwarmte en het opslaan van stoffen. +**4.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het opsporen en winnen van aardwarmte en het opslaan van stoffen. **5.** Dit artikel geldt, tenzij in de desbetreffende vergunning anders is bepaald, niet met betrekking tot het winnen van delfstoffen of aardwarmte of het opslaan van stoffen in het continentaal plat en onder de territoriale zee, voorzover het winnen of het opslaan plaatsvindt vanuit of in een voorkomen dat gelegen is aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. @@ -1309,7 +1775,7 @@ a. het opsporen van delfstoffen of aardwarmte; b. het winnen van delfstoffen of aardwarmte; c. het opslaan van stoffen; d. het instellen van een verkenningsonderzoek; -e. boorgaten, anders dan ten behoeve van het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen, dieper dan 500 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem; +e. boorgaten dieper dan 500 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem; f. pijpleidingen en kabels die worden gebruikt ten behoeve van het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte, dan wel ten behoeve van het opslaan van stoffen; g. de stoffen die samen met CO_2, worden getransporteerd en opgeslagen; h. het geheel of gedeeltelijk uitsluiten van een gebied van de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte of het opslaan van stoffen, @@ -1337,7 +1803,7 @@ b. de bescherming van historische, oudheidkundige en andere wetenschappelijke vo **5.** -De in het eerste lid bedoelde regels kunnen mede betrekking hebben op het buiten werking stellen, het buiten gebruik stellen, het verwijderen, het achterlaten, of het hergebruiken van mijnbouwwerken, kabels en pijpleidingen, waaronder regels over: +De in het eerste lid bedoelde regels kunnen mede betrekking hebben op het buiten gebruik stellen van een boorgat dan wel het buiten werking stellen, het verwijderen, het achterlaten of het hergebruiken van mijnbouwwerken, kabels en pijpleidingen, waaronder regels over: a. meldingen en het overleggen van gegevens en bescheiden; b. het stellen van zekerheden voor de nakoming van verplichtingen tot verwijderen, tot achterlaten of tot het na hergebruik verwijderen van mijnbouwwerken, kabels en pijpleidingen die buiten werking zijn. @@ -1468,11 +1934,9 @@ De houder van de winningsvergunning Groningenveld is verplicht de winning van he **2.** De houder van de winningsvergunning Groningenveld neemt alle noodzakelijke maatregelen om de gevolgen van een zwaar ongeval voor mens en milieu te beperken. -**3.** Onze Minister neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad. +**3.** Na beëindiging van de winning uit het Groningenveld neemt de houder van de winningsvergunning Groningenveld dan wel, indien deze vergunning haar gelding heeft verloren, de laatste houder daarvan, alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om nadelige gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld zoveel mogelijk te beperken. -**4.** Na beëindiging van de winning uit het Groningenveld neemt de houder van de winningsvergunning Groningenveld dan wel, indien deze vergunning haar gelding heeft verloren, de laatste houder daarvan, alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om nadelige gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld zoveel mogelijk te beperken. - -**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het uitvoeren van de door Onze Minister vastgestelde operationele strategie. +**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het uitvoeren van de door Onze Minister vastgestelde operationele strategie. ### Artikel 52h @@ -1697,7 +2161,7 @@ b. de waarde van de in het winningsbedrijf gewonnen en verbruikte koolwaterstoff Bij het opmaken van de winst- en verliesrekening, bedoeld in artikel 66, eerste lid, wordt een verhoging van 10% toegepast op de kosten met uitzondering van: -a. door de houder van de winningsvergunning aan de staat verschuldigde belastingen en andere Nederlandse publiekrechtelijke lasten met uitzondering van een heffing als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet Instituut mijnbouwschade Groningen; +a. door de houder van de winningsvergunning aan de staat verschuldigde belastingen en andere Nederlandse publiekrechtelijke lasten met uitzondering van een heffing als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen; b. afschrijving op de koopsom ter zake van de overname van een winningsvergunning, voorzover deze koopsom de door de overdrager van die vergunning nog niet reeds ten laste van een winst- en verliesrekening gebrachte kosten te boven gaat; c. dotaties aan de voorziening ter zake van de uit een overgenomen winningsvergunning voortvloeiende ontmantelingsverplichting, voorzover reeds door de overdrager van die vergunning dotaties zijn gepleegd. @@ -1802,7 +2266,7 @@ Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing e Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de provincie uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht, waarvan het percentage gelijk is aan het percentage van de belastingrente, bedoeld in artikel 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. -### Afdeling 5.2. Deelneming in opsporing en winning van koolwaterstoffen en andere taken en activiteiten van de aangewezen vennootschap +### Afdeling 5.2. Deelneming in opsporing en winning van koolwaterstoffen of aardwarmte en andere taken en activiteiten van de aangewezen vennootschap #### Paragraaf 5.2.1. Algemeen @@ -1830,21 +2294,23 @@ e. het verstrekken van inlichtingen aan Onze Minister, indien informatie over fi f. het uitvoeren van de taken, het uitoefenen van de rechten en het voldoen aan de verplichtingen die voor de vennootschap voortvloeien uit de overeenkomst van samenwerking, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 30 mei 1963, nummer 39 (Stcrt. 126) en de daarmee verband houdende regelingen en overeenkomsten; g. Onze Minister desgevraagd de inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van voorgenomen energiebeleid, in het bijzonder ten aanzien van opsporing, winning, beëindiging van opsporing en winning, alsmede het beheer en afzet van koolwaterstoffen. -**2.** Onverminderd het eerste lid, kunnen de vennootschap bij besluit van Onze Minister andere taken dan de taken, bedoeld in het eerste lid, worden opgedragen in het algemeen belang van het energiebeleid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de algemene belangen omschreven ten behoeve waarvan en de gevallen waarin Onze Minister de vennootschap een opdracht als bedoeld in de eerste volzin kan geven. Onze Minister kan aan een besluit tot het geven van een opdracht voorschriften en beperkingen verbinden. +**2.** In het belang van kennisdeling en -borging wijst Onze Minister een naamloze of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan alle aandelen middellijk of onmiddellijk aan de staat behoren, aan, die tot taak heeft het deelnemen in werkzaamheden voor opsporing en winning van aardwarmte op grond van overeenkomsten, overeenkomstig artikel 86a. -**3.** +**3.** Onverminderd het eerste lid, kunnen de vennootschap bij besluit van Onze Minister andere taken dan de taken, bedoeld in het eerste lid, worden opgedragen in het algemeen belang van het klimaat- en energiebeleid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de algemene belangen omschreven ten behoeve waarvan en de gevallen waarin Onze Minister de vennootschap een opdracht als bedoeld in de eerste volzin kan geven. Onze Minister kan aan een besluit tot het geven van een opdracht voorschriften en beperkingen verbinden. -De vennootschap verricht middellijk of onmiddellijk geen andere activiteiten dan activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en tweede lid, tenzij Onze Minister daarmee heeft ingestemd. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan zijn instemming. De instemming wordt slechts verleend indien die activiteiten en de uitvoering daarvan: +**4.** -a. nauw verwant zijn aan de activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en tweede lid, +De vennootschap verricht middellijk of onmiddellijk geen andere activiteiten dan activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en derde lid, tenzij Onze Minister daarmee heeft ingestemd. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan zijn instemming. De instemming wordt slechts verleend indien die activiteiten en de uitvoering daarvan: + +a. nauw verwant zijn aan de activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en derde lid, b. een goede uitvoering van die taken niet belemmeren of anderszins bemoeilijken, en -c. mede het algemeen belang van het energiebeleid dienen. +c. mede het algemeen belang van het klimaat- en energiebeleid dienen. -**4.** Onze Minister kan een besluit tot het geven van een opdracht als bedoeld in het tweede lid onderscheidenlijk een besluit tot instemming als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het geven van die opdracht onderscheidenlijk het verlenen van die instemming als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid. +**5.** Onze Minister kan een besluit tot het geven van een opdracht als bedoeld in het derde lid onderscheidenlijk een besluit tot instemming als bedoeld in het vierde lid intrekken of wijzigen indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het geven van die opdracht onderscheidenlijk het verlenen van die instemming als bedoeld in het derde onderscheidenlijk het vierde lid. ### Artikel 83 -**1.** Indien de vennootschap activiteiten als bedoeld in artikel 82, derde lid, verricht, is zij verplicht, al dan niet op geconsolideerde basis, een afzonderlijke boekhouding te voeren voor die activiteiten enerzijds en de activiteiten ter uitvoering van haar taken, bedoeld in artikel 82, eerste en tweede lid, anderzijds. +**1.** Indien de vennootschap activiteiten als bedoeld in artikel 82, vierde lid, verricht, is zij verplicht, al dan niet op geconsolideerde basis, een afzonderlijke boekhouding te voeren voor die activiteiten enerzijds en de activiteiten ter uitvoering van haar taken, bedoeld in artikel 82, eerste, tweede en derde lid, anderzijds. **2.** @@ -1854,17 +2320,17 @@ a. de registratie van de lasten en baten van de verschillende activiteiten gesch b. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend; c. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de boekhouding wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd. -**3.** De baten die de vennootschap behaalt met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 82, eerste of tweede lid, worden niet gebruikt voor financiering van de activiteiten, bedoeld in artikel 82, derde lid. +**3.** De baten die de vennootschap behaalt met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 82, eerste, tweede of derde lid, worden niet gebruikt voor financiering van de activiteiten, bedoeld in artikel 82, vierde lid. -**4.** De vennootschap verricht activiteiten als bedoeld in artikel 82, derde lid, tegen marktconforme tarieven en voorwaarden en op basis van een integrale doorberekening van alle kosten. +**4.** De vennootschap verricht activiteiten als bedoeld in artikel 82, vierde lid, tegen marktconforme tarieven en voorwaarden en op basis van een integrale doorberekening van alle kosten. ### Artikel 84 -De statuten van de vennootschap en elke wijziging van die statuten behoeven goedkeuring van Onze Minister. Hij onthoudt zijn goedkeuring slechts als door de statuten naar zijn oordeel een behoorlijke vervulling van de taken, genoemd in artikel 82, eerste en tweede lid, onvoldoende is gewaarborgd. +De statuten van de vennootschap en elke wijziging van die statuten behoeven goedkeuring van Onze Minister. Hij onthoudt zijn goedkeuring slechts als door de statuten naar zijn oordeel een behoorlijke vervulling van de taken, genoemd in artikel 82, eerste, tweede en derde lid, onvoldoende is gewaarborgd. ### Artikel 85 -Onze Minister kan de vennootschap aanwijzingen geven in het belang van een goede vervulling van de in artikel 82, eerste en tweede lid, bedoelde taken. +Onze Minister kan de vennootschap aanwijzingen geven in het belang van een goede vervulling van de in artikel 82, eerste, tweede en derde lid, bedoelde taken. ### Artikel 86 @@ -1872,6 +2338,16 @@ Onze Minister kan de vennootschap aanwijzingen geven in het belang van een goede **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de te verstrekken gegevens en inlichtingen en omtrent de wijze en het tijdstip waarop de gegevens en inlichtingen moeten worden verschaft. +### Artikel 86a + +**1.** De houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte en de op grond van artikel 82, tweede lid, aangewezen vennootschap brengen een overeenkomst tot stand gericht op deelname door die aangewezen vennootschap in de voorgenomen werkzaamheden voor opsporing en winning van aardwarmte, tenzij Onze Minister bepaalt dat deze verplichting niet geldt. + +**2.** De overeenkomst wordt gesloten binnen een jaar na de verlening van de toewijzing zoekgebied aardwarmte. Onze Minister kan deze termijn eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. + +**3.** De overeenkomst en wijzigingen daarin behoeven de instemming van Onze Minister. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de deelname en de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid. + #### Paragraaf 5.2.2. Deelneming in opsporingswerkzaamheden ### Artikel 87 @@ -2050,11 +2526,11 @@ Deze paragraaf heeft betrekking op personen die een vergunning houden voor het o **3.** Als de wijziging in de zeggenschap, bedoeld in het eerste lid, mogelijk nadelig is voor een te stellen of gestelde zekerheid als bedoeld in de artikelen 47 en 48 en de melding niet is gedaan binnen de termijn van vier weken, bedoeld in dat lid, is een rechtshandeling, die nodig is voor de wijziging van de zeggenschap vernietigbaar door een rechterlijke uitspraak, onverminderd de toepassing van artikel 40, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek door een persoon als bedoeld in artikel 97d, tweede lid, of de vennootschap. -### Afdeling 5.3. Afdrachten in verband met andere vergunningen dan die tot het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen +### Afdeling 5.3. Afdrachten in verband met andere vergunningen dan die tot het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen of aardwarmte ### Artikel 98 -**1.** De houder van een vergunning tot het winnen van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen en de houder van een vergunning tot het winnen van aardwarmte zijn jaarlijks een afdracht verschuldigd aan de staat, voorzover dit in aan de vergunning verbonden voorschriften is bepaald. De afdracht wordt afgestemd op de omvang van of de voordelen behaald met het winnen en de daarmee samenhangende activiteiten. +**1.** De houder van een vergunning tot het winnen van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen is jaarlijks een afdracht verschuldigd aan de staat, voorzover dit in aan de vergunning verbonden voorschriften is bepaald. De afdracht wordt afgestemd op de omvang van of de voordelen behaald met het winnen en de daarmee samenhangende activiteiten. **2.** De houder van een opslagvergunning is jaarlijks een afdracht verschuldigd aan de staat, voorzover dit in aan de vergunning verbonden voorschriften is bepaald. De afdracht wordt afgestemd op de omvang van of de voordelen behaald met het opslaan en de daarmee samenhangende activiteiten. @@ -2107,7 +2583,7 @@ b. afdrachten in verband met andere vergunningen dan die tot het opsporen en het ### Artikel 104 -Dit hoofdstuk is niet van toepassing ten aanzien van vergunningen als bedoeld in artikel 24. +Dit hoofdstuk is niet van toepassing ten aanzien van vergunningen als bedoeld in de artikelen 24 en 24c. ## Hoofdstuk 6. Adviseurs @@ -2135,7 +2611,9 @@ c. een besluit tot wijziging van een instemming met een winningsplan en een besl 1°. de effecten van de wijze van winning alsmede de daarmee verband houdende activiteiten, 2°. de effecten van de bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging, 3°. de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; -d. een vaststelling van een operationele strategie als bedoeld in artikel 52d, eerste lid. +d. een vaststelling van een operationele strategie als bedoeld in artikel 52d, eerste lid; +e. de verlening of intrekking van een startvergunning aardwarmte; +f. de verlening of intrekking van een vervolgvergunning aardwarmte indien hiervoor de procedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt gevolgd. ### Artikel 106 @@ -2437,7 +2915,7 @@ De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd tot oplegging van een last onder be **1.** -Een exploitant van een productie-installatie, een eigenaar van een niet-productie-installatie, een eigenaar van een pijpleiding en een netbeheerder als bedoeld in artikel 1 van de Gaswet zijn, indien van toepassing in afwijking van artikel 2.9a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een vergoeding verschuldigd voor: +Een aanvrager, een verzoeker, een exploitant van een productie-installatie, een eigenaar van een niet-productie-installatie, een eigenaar van een pijpleiding, een netbeheerder als bedoeld in artikel 1 van de Gaswet en een aanvrager of houder van een zoekgebied aardwarmte, van een startvergunning aardwarmte of een vervolgvergunning aardwarmte, zijn, indien van toepassing in afwijking van artikel 2.9a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een vergoeding verschuldigd voor: a. het door Onze Minister: @@ -2867,39 +3345,45 @@ Betalingen gedaan op grond van de tussen de Staat en de houder van de winningsve ### Artikel 167f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een aanvraag voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een aanvraag voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte. Indien over een aanvraag voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte al adviezen zijn ingewonnen, worden niet opnieuw adviezen ingewonnen. ### Artikel 167g -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een opsporingsvergunning voor aardwarmte wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een toewijzing zoekgebied aardwarmte. De resterende looptijd van de opsporingsvergunning aardwarmte wordt geacht de looptijd van de toewijzing zoekgebied aardwarmte te zijn. ### Artikel 167h -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een aanvraag voor een winningsvergunning voor aardwarmte en een verzoek om instemming met een winningsplan door een houder van een opsporingsvergunning voor aardwarmte wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een aanvraag om een startvergunning aardwarmte. Indien over een aanvraag voor een winningsvergunning voor aardwarmte en over het verzoek om instemming met een winningsplan voor aardwarmte al adviezen zijn ingewonnen of de procedure, bedoeld in Afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht is gevolgd, worden niet opnieuw adviezen ingewonnen of wordt niet opnieuw de procedure, bedoeld in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. + +**2.** Het verbod om aardwarmte op te sporen zonder startvergunning aardwarmte, bedoeld in artikel 24b, geldt niet voor de houder van een opsporingsvergunning voor aardwarmte, bedoeld in het eerste lid, met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a, zolang de aanvraag om een startvergunning, bedoeld in het eerste lid, in behandeling is. ### Artikel 167i -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een winningsvergunning voor aardwarmte afgegeven voor 1 januari 2020 waarvoor nog geen instemming met een winningsplan is verleend, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een startvergunning aardwarmte. + +**2.** Een verzoek om instemming met een winningsplan door een houder van een winningsvergunning voor aardwarmte afgegeven voor 1 januari 2020, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte. Indien over een verzoek om instemming met een winningsplan voor aardwarmte al adviezen zijn ingewonnen of de procedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is gevolgd, worden niet opnieuw adviezen ingewonnen of wordt niet opnieuw de procedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. + +**3.** De houder van de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning voor aardwarmte is verplicht binnen twee jaar een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte in te dienen. Na het verstrijken van deze termijn, vervalt de winningsvergunning aardwarmte. Onze Minister kan deze termijn op aanvraag van de houder van de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning voor aardwarmte eenmaal met een jaar verlengen. ### Artikel 167j -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een winningsvergunning aardwarmte afgegeven voor 1 januari 2020 waarvoor een instemming met een winningsplan aardwarmte is verleend, wordt met inbegrip van de instemming met het winningsplan en de daaraan verbonden voorwaarden en beperkingen met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een vervolgvergunning aardwarmte. De resterende looptijd van de winningsvergunning aardwarmte, of, indien dat korter is, de resterende looptijd van de instemming met het winningsplan, wordt geacht de looptijd van de vervolgvergunning aardwarmte te zijn. ### Artikel 167k -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een winningsvergunning aardwarmte afgegeven na 1 januari 2020 waarvoor een instemming met een winningsplan aardwarmte is verleend, wordt met inbegrip van de instemming met het winningsplan en de daaraan verbonden voorwaarden en beperkingen met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een startvergunning aardwarmte. De resterende looptijd van de winningsvergunning aardwarmte of, indien dat korter is, de resterende looptijd van de instemming met het winningsplan, wordt geacht de looptijd van de startvergunning aardwarmte te zijn. ### Artikel 167l -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een aanvraag voor het nemen van een besluit omtrent een vergunning voor het opsporen of winnen van aardwarmte in het kader van het verkrijgen van gegevens voor zuiver wetenschappelijk onderzoek of voor het door de centrale overheid te voeren beleid als bedoeld in artikel 24, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een aanvraag voor het nemen van een besluit omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 24c. ### Artikel 167m -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De Mijnbouwwet zoals die luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit hoofdstuk 2a, blijft van toepassing op besluiten die zijn genomen voor inwerkingtreding van hoofdstuk 2a en die nog niet onherroepelijk zijn. ### Artikel 167n -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Artikel 86a geldt uitsluitend voor een houder van een toewijzing zoekgebied aardwarmte, die is verleend op basis van artikel 24d. ## Hoofdstuk 12. Intrekking en wijziging van enige wetten