From 6dca6b73c8026b86bef6380a7ac3b76fafee6ea4 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 30 Apr 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-04-30 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie --- .../BWBR0006516/README.md | 114 +++++++++--------- 1 file changed, 58 insertions(+), 56 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md index 2c2c02deaa1..ad93ed8c9e2 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md @@ -20,19 +20,19 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een initiële opleiding; -c. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, van de Politiewet 1993, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel; -d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *b*, van de Politiewet 1993, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, werkzaam bij het LSOP en de ambtenaar aangesteld bij een voorziening tot samenwerking, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 1993; +c. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel; +d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 1993, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, werkzaam bij het LSOP en de ambtenaar aangesteld bij een voorziening tot samenwerking, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 1993; e. bijzondere ambtenaar van politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Politiewet 1993; f. vakantiewerker: een scholier of student die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden; g. voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de Politiewet 1993; h. het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs; -i. ambtenaar: de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de bijzondere ambtenaar van politie en de vakantiewerker; +i. ambtenaar: de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de bijzondere ambtenaar van politie en de vakantiewerker; j. volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat; k. deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur per week omvat; l. bevoegd gezag: -1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps; -2°. Onze Minister, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten; +1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps; +2°. Onze Minister, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten; 3°. Onze Minister van Justitie, voor zover het betreft de bijzondere ambtenaar van politie; 4°. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs; 5°. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs; @@ -282,7 +282,7 @@ c. de functie waarin de ambtenaar wordt aangesteld; d. de plaats of de plaatsen van tewerkstelling en het werkgebied; e. de datum van ingang van de aanstelling; f. voor zover van toepassing, de rang waarin hij wordt aangesteld; -g. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een adspirant betreft, het salaris; +g. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een aspirant betreft, het salaris; h. de arbeidstijd die zijn betrekking omvat en i. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd. j. de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van de aanspraak; @@ -444,7 +444,7 @@ De periode van non-activiteit bedraagt ten hoogste 21 maanden op basis van het v **1.** Het LSOP roostert voor de aspirant gedurende de initiële opleiding 165,6 vakantie-uren per kalenderjaar in. Per kalenderjaar worden ten minste twee kalenderweken aaneengesloten ingeroosterd. -**2.** Indien het bevoegd gezag ingeroosterde vakantie-uren intrekt en deze uren niet op een ander tijdstip in dat kalenderjaar kunnen worden genoten, wordt de aspirant voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft genoten een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur. Door andere omstandigheden niet genoten vakantie-uren vervallen aan het einde van het desbetreffende kalenderjaar. +**2.** Indien het bevoegd gezag ingeroosterde vakantie-uren intrekt en deze uren niet op een ander tijdstip in dat kalenderjaar kunnen worden genoten, wordt de aspirant voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft genoten een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur. Ten hoogste 21,6 niet genoten vakantie-uren kunnen worden vergoed of vervallen bij een volledige betrekking, dan wel, indien de aspirant een andere betrekking dan een volledige betrekking heeft, een evenredig deel hiervan. Door andere omstandigheden niet genoten vakantie-uren vervallen aan het einde van het desbetreffende kalenderjaar. **3.** Na afloop van het laatste opleidingsjaar zullen de niet ingeroosterde vakantie-uren die nog resteren in dat kalenderjaar bij voortzetting van de aanstelling in het desbetreffende kalenderjaar kunnen worden opgenomen. @@ -637,11 +637,13 @@ Op aanvraag van de ambtenaar kan ten behoeve van één of meer van de in het eer a. zijn salaris, vastgesteld aan de hand van één van de bijlagen van het Besluit bezoldiging politie; b. zijn vakantie-uitkering; -c. zijn vakantie-uren met inachtneming van het bepaalde in artikel 22, tweede lid; +c. zijn vakantie-uren; d. zijn uitkering als bedoeld in artikel 25a en 25b van het Besluit bezoldiging politie; e. zijn vergoeding, bedoeld in artikel 28a, vierde lid. -**3.** Indien de ambtenaar afziet van de in het tweede lid genoemde aanspraken, wordt de waarde van die aanspraken vastgesteld op de waarde op de dag waarop de ambtenaar aan de fiscale regeling gaat deelnemen. +**3.** Voor de vakantie-uren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geldt dat van de in een kalenderjaar toegekende vakantie-uren op basis van de artikelen 17, 18 en 19 maximaal van het verschil tussen deze toegekende vakantie-uren en 144 vakantie-uren bij een volledige betrekking kan worden afgezien, dan wel, indien de ambtenaar een andere betrekking heeft, een evenredig deel hiervan. + +**4.** Indien de ambtenaar afziet van de in het tweede lid genoemde aanspraken, wordt de waarde van die aanspraken vastgesteld op de waarde op de dag waarop de ambtenaar aan de fiscale regeling gaat deelnemen. ### Artikel 28f @@ -810,11 +812,7 @@ f. een niet-inwonend kind van de echtgenote of echtgenoot. **5.** Het bevoegd gezag kan achteraf van de ambtenaar verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft verricht in verband met de noodzakelijke verzorging, bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien de ambtenaar daar redelijkerwijs niet in slaagt, kunnen de opgenomen uren in mindering worden gebracht op het vakantieverlof. -**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop, een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming. - -**7.** Indien aan de gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het zesde lid is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegde gezag het zesde lid op overeenkomstige wijze toepassen, mits de ambtenaar schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een aanvraag. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. - -**8.** Voor de toepassing van dit artikel is artikel 37, derde lid, van overeenkomstige toepassing. +**6.** Voor de toepassing van dit artikel is artikel 37, derde lid, van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 41 @@ -826,7 +824,7 @@ f. een niet-inwonend kind van de echtgenote of echtgenoot. **4.** Het verlof wordt uitsluitend verleend aan de ambtenaar wiens dienstbetrekking ten minste een jaar heeft geduurd. -**5.** Het aantal uren verlof waarop de ambtenaar ten hoogste aanspraak heeft, bedraagt een kwart van het aantal door de ambtenaar te werken uren in het kalenderjaar waarin het verlof aanvangt uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. +**5.** Het aantal uren verlof waarop de ambtenaar ten hoogste recht heeft, bedraagt dertien maal de arbeidsduur per week uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar gedurende het verlof wijzigt, wordt de aanspraak op het verlof opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin de arbeidsduur is gewijzigd en de mate waarin de periode gedurende welke het verlof wordt genoten is verstreken. **6.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. De ambtenaar kan het bevoegd gezag verzoeken in afwijking van de eerste volzin het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten of het verlof op te delen in ten hoogste drie niet aaneengesloten perioden, waarbij iedere periode ten minste één maand bedraagt. Het bevoegd gezag stemt in met het verzoek tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten. @@ -842,15 +840,15 @@ f. een niet-inwonend kind van de echtgenote of echtgenoot. ### Artikel 41a -**1.** De ambtenaar heeft in verband met de adoptie van een kind aanspraak op verlof met behoud van bezoldiging. +**1.** De ambtenaar heeft in verband met de adoptie van een kind recht op verlof voor ten hoogste vier aaneengesloten weken. Het recht bestaat gedurende een tijdvak van achttien weken, gerekend vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen, zoals die dag is aangeduid in een door de werknemer aan de werkgever overgelegd document waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen. -**2.** De aanspraak op verlof in verband met adoptie bedraagt ten hoogste drie aaneengesloten weken. De aanspraak bestaat gedurende een tijdvak van zestien weken vanaf de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen zoals die dag is aangeduid in een door de ambtenaar aan het bevoegd gezag overgelegd document waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen. +**2.** De ambtenaar die recht heeft op adoptieverlof, maakt aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging gedurende een periode van ten hoogste drie weken. **3.** Indien als gevolg van een adoptieverzoek tegelijkertijd twee of meer kinderen feitelijk ter adoptie worden opgenomen, bestaat de aanspraak op verlof slechts ten aanzien van één van die kinderen. **4.** De ambtenaar meldt aan het bevoegd gezag het verlof in verband met adoptie uiterlijk drie weken voor de dag van ingang van het verlof onder opgave van de omvang van het verlof. Bij de melding worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen. -**5.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming. +**5.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het tweede lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming. **6.** Indien aan de gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het vijfde lid is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegde gezag het vijfde lid op overeenkomstige wijze toepassen, mits de ambtenaar schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een aanvraag. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. @@ -998,11 +996,15 @@ In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend i **1.** De vrouwelijke ambtenaar heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof. -**2.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een arts of van een verloskundige waarin de vermoedelijke datum van de bevalling wordt aangegeven, binnen zes weken is te verwachten. Het verlof begint in ieder geval vier weken vóór deze datum. +**2.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een arts of van een verloskundige waarin de vermoedelijke datum van de bevalling wordt aangegeven, binnen zes weken is te verwachten. Het verlof begint in ieder geval vier weken vóór deze datum. Het verlof wordt verlengd met het aantal dagen dat de werkelijke datum van bevalling later ligt dan de vermoedelijke datum van bevalling. -**3.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen. +**3.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op bevallingsverlof van tien aaneengesloten weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Het bevallingsverlof wordt verlengd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof tot en met de vermoedelijke datum van bevalling minder dan zes weken heeft bedragen of tot ten hoogste zes weken met het aantal dagen dat de werkelijke datum van bevalling eerder ligt dan de vermoedelijke datum van bevalling. -**4.** Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt gelijkgesteld met verhindering wegens ziekte. +**4.** Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof behoudt de vrouwelijke ambtenaar haar aanspraak op bezoldiging. + +**5.** Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging als bedoeld in het vierde lid toegepast welke overeenkomt met het bedrag van de financiële tegemoetkoming. + +**6.** Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de vrouwelijke ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegde gezag het vijfde lid op overeenkomstige wijze toepassen, mits zij schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid van indienen van de aanvraag. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de vrouwelijke ambtenaar zou zijn toegekend indien zij wel een aanvraag zou hebben ingediend. ## Hoofdstuk VII.a. Integriteit @@ -1202,7 +1204,7 @@ De loonsuppletie wordt toegekend gedurende vijf jaar. Afhankelijk van het aantal **5.** De loonsuppletie wordt eenmaal per jaar vastgesteld en uitgekeerd. Het bevoegd gezag kan maandelijks een voorschot van de suppletie verstrekken. -### Artikel 55v +### Artikel 55u Onze minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit hoofdstuk. @@ -1210,9 +1212,9 @@ Onze minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit hoofdstuk. ### Artikel 56 -**1.** De verstrekking van uniformkleding aan de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, alsmede het onderhoud daarvan geschieden door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van uniformkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister stelt ter zake van de verstrekking van uniformkleding nadere regels vast. +**1.** De verstrekking van uniformkleding aan de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, alsmede het onderhoud daarvan geschieden door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van uniformkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister stelt ter zake van de verstrekking van uniformkleding nadere regels vast. -**2.** De verstrekking van dienstkleding aan de adspirant, de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de bijzondere ambtenaar van politie en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, alsmede het onderhoud daarvan geschieden door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van dienstkleding geschiedt kosteloos. +**2.** De verstrekking van dienstkleding aan de aspirant, de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de bijzondere ambtenaar van politie en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, alsmede het onderhoud daarvan geschieden door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van dienstkleding geschiedt kosteloos. Bij regeling van Onze Minister worden ter zake van de verstrekking van dienstkleding nadere regels vastgesteld. **3.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is verplicht het uniform en de onderscheidingstekenen te dragen, voor zover dit voor hem voorgeschreven is. @@ -1236,7 +1238,7 @@ Onze minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit hoofdstuk. ### Artikel 59 -De adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit, of de bijzondere ambtenaar van politie kunnen zich niet beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn, in die gevallen, waarin hun optreden redelijkerwijze is vereist. +De aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit, of de bijzondere ambtenaar van politie kunnen zich niet beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn, in die gevallen, waarin hun optreden redelijkerwijze is vereist. ### Artikel 60 @@ -1297,19 +1299,25 @@ Vervallen ### Artikel 67 -**1.** De ambtenaar die geheel of gedeeltelijk op kosten van de regio, het Rijk, het LSOP of een voorziening tot samenwerking een opleiding heeft verkregen en tijdens die opleiding dan wel binnen drie jaar na het beëindigen daarvan de dienst verlaat, kan worden verplicht deze kosten geheel of gedeeltelijk aan de regio, aan het Rijk, het LSOP of een voorziening tot samenwerking terug te betalen. +**1.** + +Van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geheel of gedeeltelijk op kosten van de regio, het Rijk, het LSOP of een voorziening tot samenwerking een opleiding hebben verkregen, kunnen deze kosten geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien: + +a. de opleiding niet met goed gevolg is afgerond door toedoen van de ambtenaar of in het geval het niet met goed gevolg afronden aan eigen schuld van de ambtenaar is te wijten; +b. de opleiding voortijdig wordt beëindigd door toedoen van de ambtenaar of in het geval de beëindiging aan eigen schuld van de ambtenaar is te wijten; +c. de ambtenaar binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding de politie verlaat tenzij de ambtenaar het vertrek niet is toe te rekenen. **2.** In beginsel geldt de verplichting uit het eerste lid niet bij een ontslag op grond van artikel 91. -**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die een opleiding waarvoor studiefaciliteiten zijn verleend, voortijdig afbreekt. +**3.** Tot terugvordering van de kosten, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden overgegaan indien de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard bekend te zijn met de mogelijkheid van terugvordering en de kosten die voor de terugvordering in aanmerking kunnen komen. -**4.** Indien het bevoegd gezag de verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, oplegt, geschiedt dit binnen drie maanden na de datum van het ontslag uit de dienst. +**4.** De terugvordering, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt binnen drie maanden na de datum waarop de ambtenaar de politie heeft verlaten. Bij de berekening van de terug te betalen kosten wordt rekening gehouden met het reeds verstreken deel van de periode van drie jaar. -**5.** Het bevoegd gezag stelt over de uitvoering van het eerste en tweede lid nadere regels vast. +**5.** Het bevoegd gezag stelt over de uitvoering van het eerste lid nadere regels vast. ### Artikel 68 -**1.** Het bevoegd gezag kan de ambtenaar verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de korpschef dan wel, indien het een adspirant betreft, de directeur van een instelling, de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen. +**1.** Het bevoegd gezag kan de ambtenaar verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de korpschef dan wel, indien het een aspirant betreft, de directeur van een instelling, de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen. **2.** Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden. @@ -1344,7 +1352,7 @@ b indien de ambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld. ### Artikel 70 -**1.** De ambtenaar die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming van het bevoegd gezag, dat deze toestemming slechts kan verlenen na een positief medisch advies als bedoeld in hoofdstuk VII. +**1.** De ambtenaar die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor krachtens de Infectieziektenwet een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming van het bevoegd gezag, dat deze toestemming slechts kan verlenen na een positief medisch advies als bedoeld in hoofdstuk VII. **2.** De ambtenaar die verkeert in de situatie, bedoeld in het eerste lid, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon of de arbodienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de deskundige persoon of de arbodienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek. @@ -1372,6 +1380,10 @@ Hij kan zijn bezwaren tegen de over hem opgemaakte beoordeling of toekomstverwac Met inachtneming van de door Onze Minister ter zake vastgestelde gespreksleidraad wordt met de ambtenaar ten minste eenmaal per drie jaar een gesprek gehouden over een persoonlijk ontwikkelingsplan. Op aanvraag van de ambtenaar dan wel in overleg met de ambtenaar kan het bevoegd gezag bepalen dat een gesprek over een persoonlijk ontwikkelingsplan plaatsvindt met een grotere frequentie dan eenmaal per drie jaar, doch met een maximum van eenmaal per jaar. De hoofdzaken van dit gesprek worden in overeenstemming met de ambtenaar in een door de ambtenaar medeondertekend document vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van dit document. +### Artikel 72a + +Een diploma verbonden aan het voltooien van een initiële opleiding, die de ambtenaar is begonnen vóór 1 januari 2002, wordt voor wat betreft de benoembaarheid van de ambtenaar in een functie, bij nader door Onze Minister te stellen regels, gelijkgesteld aan een diploma verbonden aan een voltooide initiële opleiding van na 1 januari 2002. + ### Artikel 73 **1.** Aan de ambtenaar kan door het bevoegd gezag de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen, dienstterreinen, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd. @@ -1398,7 +1410,13 @@ e. indeling in een hogere salarisschaal. **2.** De aan het huldeblijk verbonden uitgaven bedragen bij de in het eerste lid genoemde ambtsjubilea respectievelijk niet meer dan vijfentwintig, vijftig, honderd en honderd procent van de som van de bezoldiging en de vakantieuitkering van de ambtenaar. Voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaar worden de in de eerste volzin vermelde percentages genomen van de bezoldiging en de vakantie-uitkering die de ambtenaar zou hebben genoten indien er geen sprake zou zijn geweest van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. -**3.** Het bevoegd gezag kent aan de ambtenaar die een diensttijd bij politie heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 91 of op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel e, een gratificatie toe, tenzij bij voortduring van het dienstverband niet binnen een termijn van vijf jaar aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou bestaan. De gratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van de eerstvolgende gratificatie bij ambtsjubileum waarop hij bij het voortduren van het dienstverband aanspraak zou maken. +**3.** + +Het bevoegd gezag kent aan de ambtenaar die een diensttijd bij de politie heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van: + +a. artikel 91, +b. artikel 94, eerste lid, onderdeel e, of +c. artikel 94, eerste lid, onderdeel f, voor zover dit ontslag is verleend in verband met het vanuit ziekte verrichten van passende arbeid bij een andere werkgever dan een overheidswerkgever, een gratificatie toe, tenzij bij voortduring van het dienstverband niet binnen een termijn van vijf jaar aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou bestaan. De gratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van de eerstvolgende gratificatie bij ambtsjubileum waarop hij bij het voortduren van het dienstverband aanspraak zou maken. **4.** Het bevoegd gezag kent aan de ambtenaar die de zestigjarige leeftijd heeft bereikt en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 88 een gratificatie toe op voet van het tweede lid, indien hij bij het voortduren van het dienstverband tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd aanspraak zou maken op een gratificatie bij 40- of 50-jarig ambtsjubileum. @@ -1420,7 +1438,7 @@ De straffen die kunnen worden opgelegd, zijn: a. schriftelijke berisping; b. buitengewone dienst op andere dagen dan op zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen en vrije dagen zonder beloning of tegen een lagere dan de normale beloning en wel voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag; -c. vermindering van het recht op een jaarlijkse vakantie met ten hoogste een vierde gedeelte van het aantal dagen, bedoeld in artikel 17, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat; +c. vermindering van het recht op een jaarlijkse vakantie met ten hoogste een vierde gedeelte van het aantal uren, bedoeld in artikel 17, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat; d. geldboete van ten hoogste € 22; e. gedeeltelijke inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand; f. vermindering van het salarisnummer met ten hoogste twee jaren, voor de tijd van niet langer dan twee jaren; @@ -1507,7 +1525,7 @@ In uitzonderlijke gevallen kan deze termijn nog eenmaal met drie maanden worden **1.** Tenzij bij wet is bepaald dat ontslag wordt gegeven bij koninklijk besluit, wordt ontslag gegeven door het bevoegd gezag. -**2.** Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 89, artikel 90, artikel 91, eerste lid, artikel 92 of artikel 94, eerste lid, onderdeel *f*, wordt schriftelijk medegedeeld dat toekenning van een bovenwettelijke uitkering als bedoeld in het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, pas plaatsvindt, nadat door hem een aanvraag daartoe is ingediend. +**2.** Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 89, artikel 90, artikel 91, eerste lid, artikel 92 of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g, wordt schriftelijk medegedeeld dat toekenning van een bovenwettelijke uitkering als bedoeld in het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, pas plaatsvindt, nadat door hem een aanvraag daartoe is ingediend. ### Artikel 87 @@ -1525,7 +1543,7 @@ a. indien wordt overwogen de ambtenaar een straf als bedoeld in artikel 77 op te b. indien het belang van de dienst dit vereist, met dien verstande dat de termijn van drie maanden, bedoeld in het tweede lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de ambtenaar rekening wordt gehouden, of c. op aanvraag van de ambtenaar. -**5.** Indien een ontslag op aanvraag wordt verleend aan een adspirant, gaat dit ontslag, in afwijking van het tweede lid, onmiddellijk in. +**5.** Indien een ontslag op aanvraag wordt verleend aan een aspirant, gaat dit ontslag, in afwijking van het tweede lid, onmiddellijk in. **6.** Het ontslag op aanvraag van de ambtenaar wordt eervol verleend. @@ -1613,16 +1631,6 @@ b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een ui **3.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de inhoud van de in het eerste lid genoemde vragenlijst en de procedures omtrent de vragenlijst. -### Artikel 88d - -**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een ouderdomspensioen als bedoeld hoofdstuk 7 van het Pensioenreglement, wordt eervol ontslag verleend. - -**2.** Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een ouderdomspensioen. - -**3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking. Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd. - -**4.** Artikel 87, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. - ### Artikel 89 **1.** Aan de aspirant die aan het einde van de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet voldoet aan de gestelde kwalificatie-eisen, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken. @@ -1633,7 +1641,7 @@ b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een ui **4.** -Aan de adspirant die gedurende de initiële opleiding en aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak dan wel de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die gedurende de proeftijd niet de geschiktheid blijkt te bezitten die voor de dienst wordt vereist, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van: +Aan de aspirant die gedurende de initiële opleiding en aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak dan wel de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die gedurende de proeftijd niet de geschiktheid blijkt te bezitten die voor de dienst wordt vereist, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van: a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest; b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of @@ -1725,7 +1733,7 @@ d. onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf; e. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; f. het vanuit ziekte verrichten van passende arbeid bij een andere werkgever op grond van artikel 49b; g. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken; -h. het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; +h. het bereiken van de leeftijd waarop op grond van de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat; i. het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld, of j. het zonder deugdelijke grond weigeren gevolg te geven of medewerking te verlenen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 49c. @@ -1747,15 +1755,9 @@ a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens zie b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en c. de betrokkene in dienst treedt van de andere werkgever. -**5.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onder a, en het vierde lid, onder a, wordt niet in aanmerking genomen afwezigheid van een ambtenaar wegens door haar zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof. +**5.** Voor de berekening van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschapsverlof en perioden van ongeschiktheid tijdens het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in artikel 55, niet in aanmerking genomen. -**6.** - -Voor het bepalen van het in het derde lid, onder a, en het vierde lid, onder a, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld - -- indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, -- indien zij worden onderbroken door afwezigheid wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof of -- indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd door een periode van arbeidsgeschiktheid die in totaal minder dan vier weken bedraagt. +**6.** Perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, anders dan bedoeld in het vijfde lid, worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 55, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. **7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, en het vierde lid, onderdelen a en b, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een daartoe door de uitvoeringsinstelling, die de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts. @@ -1801,7 +1803,7 @@ Vervallen ### Artikel 97 -Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 90, met uitzondering van het tweede lid, 91, eerste lid, 92, of 94, eerste lid, onderdeel e of f, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Bij samenloop van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd. +Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 90, met uitzondering van het tweede lid, 91, eerste lid, 92, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Bij samenloop van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd. ### Artikel 98