2008-04-01 | BWBR0003628 | Binnenvaartpolitiereglement

This commit is contained in:
Coornhert 2008-04-01 12:00:00 +00:00
parent 30c21ec8c8
commit 6dcad0fb81

View file

@ -177,7 +177,7 @@ Aan boord van een schip moeten de volgende bescheiden, voorzover deze door de da
a. de meetbrief van het schip;
b. de bescheiden vereist door het ADNR, nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3;
c. het vaarbevoegdheidsbewijs;
d. het radarpatent dan wel een ander diploma dat overeenkomstig het Reglement radarpatenten is toegelaten; deze documenten behoeven niet aan boord te zijn, indien het Rijnpatent of een ander overeenkomstig het Reglement Rijnpatenten 1998 toegelaten diploma van de schipper de vermelding «Radar» bevat;
d. het radarpatent dan wel een ander diploma dat overeenkomstig het Patentreglement Rijn is toegelaten; deze documenten behoeven niet aan boord te zijn, indien het Rijnpatent of een ander overeenkomstig het Patentreglement Rijn toegelaten diploma van de schipper de vermelding «Radar» bevat;
e. het Handboek voor de marifonie in de binnenvaart, algemeen en regionaal deel;
f. de vergunning voor het gebruik van frequentieruimte;
g. het marifoon bedieningscertificaat;
@ -459,7 +459,7 @@ b. overdag: een gele cilinder die aan de bovenzijde en aan de benedenzijde is vo
**2.**
Indien een sleep verscheidene motorschepen bevat die niet in kiellinie varen dan wel verscheidene motorschepen tezamen een motorschip, een duwstel of een gekoppeld samenstel assisteren, moet elk van deze schepen, in plaats van de in het eerste lid bedoelde toplichten, s nachts voeren:
Indien een sleep verscheidene motorschepen bevat die niet in kiellinie varen dan wel verscheidene motorschepen tezamen een motorschip, een duwstel of een gekoppeld samenstel assisteren, moet elk van deze schepen, in plaats van de in het eerste lid bedoelde toplichten, s nachts voeren:
drie toplichten op het voorschip, in de lengte-as van het schip, in een verticale lijn telkens met een onderlinge afstand van ongeveer 1 m. Het bovenste en het onderste toplicht moeten op dezelfde hoogte zijn aangebracht als voor de in het eerste lid bedoelde toplichten is voorgeschreven.
@ -472,7 +472,7 @@ b. overdag: een gele bol, op een geschikte plaats en op een zodanige hoogte, dat
Indien echter:
i. een lengte in een sleep langer is dan 110 m, moet deze lengte s nachts twee van deze lichten voeren, waarvan één voorop en één achterop;
i. een lengte in een sleep langer is dan 110 m, moet deze lengte s nachts twee van deze lichten voeren, waarvan één voorop en één achterop;
ii. een lengte in een sleep is samengesteld uit meer dan twee langszijde van elkaar vastgemaakte schepen, moeten alleen de schepen aan de buitenzijden dit licht of deze lichten dan wel deze bol voeren.
**4.**
@ -978,7 +978,7 @@ b. overdag: twee zwarte ruiten in een verticale lijn met een onderlinge afstand
Een schip bezig met mijnenopruimingswerkzaamheden moet, behalve de tekens bedoeld in artikel 3.08, voeren:
a. s nachts: drie groene heldere of gewone rondom schijnende lichten, één aan of nabij de top van de mast op het voorschip en één aan elk uiteinde van de ra van deze mast;
b. overdag: drie zwarte bollen op dezelfde plaatsen als de lichten s nachts.
b. overdag: drie zwarte bollen op dezelfde plaatsen als de lichten s nachts.
### Artikel 3.36
@ -1088,7 +1088,7 @@ Op de in bijlage 9 vermelde vaarwegen moet het schip op de kanalen voor het schi
Een schip mag slechts gebruik maken van radar, indien:
a. het is uitgerust met een voor de behoeften van de binnenvaart geschikte radarinstallatie dan wel een Inland ECDIS installatie die kan functioneren in de navigatie modus en een bochtaanwijzer die goed functioneren en die van een type zijn dat voor de binnenvaart door de daartoe aangewezen instantie is goedgekeurd volgens de daaromtrent vastgestelde voorschriften; en
b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Reglement radarpatenten. Bij goed zicht mag van radar worden gebruik gemaakt teneinde hiermede te oefenen, zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Patentreglement Rijn. Bij goed zicht mag van radar worden gebruik gemaakt teneinde hiermede te oefenen, zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
**2.** Onverminderd het eerste lid moet een klein schip zijn uitgerust met een marifooninstallatie die geschikt is voor de daartoe aangewezen kanalen en die goed functioneert.
@ -1754,7 +1754,7 @@ Dit sein mag worden herhaald.
**1.**
Een schip mag slechts op radar varen, indien zowel een persoon die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Reglement radarpatenten en die tevens houder is van het vereiste vaarbevoegdheidsbewijs als een tweede persoon die met het varen op radar voldoende op de hoogte is zich voortdurend in de stuurhut bevindt.
Een schip mag slechts op radar varen, indien zowel een persoon die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Patentreglement Rijn en die tevens houder is van het vereiste vaarbevoegdheidsbewijs als een tweede persoon die met het varen op radar voldoende op de hoogte is zich voortdurend in de stuurhut bevindt.
Voor een schip dat is uitgerust met een eenmansstuurstelling voor het varen op radar en dat voldoet aan de daaromtrent vastgestelde voorschriften behoeft de tweede persoon slechts aan boord beschikbaar te zijn.
@ -2379,13 +2379,13 @@ De gevaarlijke stoffen in de zin van de IMDG-codeb1IMDG-code: International Mari
^11 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 10,95 m.
^12 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
^12 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
^13 Of zoveel minder als de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP + 7,20 m.
Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
^14 Bij een waterstand van NAP  0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP  0,50 m.
^14 Bij een waterstand van NAP 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP 0,50 m.
^15 Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928.150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP + 0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 cm hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP +0,50 m is slechts 8,00 m; c. eerst op ca NAP + 2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.
@ -2395,7 +2395,7 @@ Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan
^18 Bij een waterstand van NAP 0,40 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is. Bij een waterstand van NAP +1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnesluis is.
^19 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand is bij de Doorslagsluis te Nieuwegein.
^19 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand is bij de Doorslagsluis te Nieuwegein.
^20 Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder als de waterstand t.o.v. NAP.