2008-03-15 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
ea46883b46
commit
6e07e9313d
1 changed files with 158 additions and 6 deletions
|
|
@ -66,6 +66,8 @@ EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging:
|
|||
|
||||
EG-verordening overbrenging van afvalstoffen: verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190);
|
||||
|
||||
*EG-verordening PRTR*: verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 33);
|
||||
|
||||
EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten: verordening (EG) nr. 2216/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 december 2004 inzake een gestandaardiseerd en beveiligd registersysteem overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 386);
|
||||
|
||||
EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PbEU L 396);
|
||||
|
|
@ -2122,8 +2124,9 @@ b. de bij die bepaling verkregen gegevens aan het bevoegd gezag moeten worden ge
|
|||
|
||||
In afwijking van het vierde lid, onder b, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het ter beschikking stellen van gegevens als bedoeld in dat onderdeel, voor zover:
|
||||
|
||||
a. die gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
|
||||
b. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vierde lid, of 12.5.
|
||||
a. die gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
|
||||
b. die gegevens krachtens artikel 12.20, eerste lid, moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
|
||||
c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vierde lid, of 12.5.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2173,8 +2176,9 @@ i. dat met betrekking tot een bij het voorschrift aangegeven onderwerp waarover
|
|||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onder *c*, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het melden of ter beschikking stellen van uitkomsten als bedoeld in dat onderdeel, indien:
|
||||
|
||||
a. die uitkomsten als gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
|
||||
b. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vijfde lid, of 12.5.
|
||||
a. die uitkomsten als gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
|
||||
b. die uitkomsten als gegevens krachtens artikel 12.20, eerste lid, moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
|
||||
c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vijfde lid, of 12.5.
|
||||
|
||||
**3.** Bij een voorschrift inzake nadere eisen als bedoeld in het eerste lid, onder *f*, kan worden aangegeven hoe van die eisen door het aangewezen bestuursorgaan openbaar wordt kennisgegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3672,6 +3676,12 @@ c. de uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie of de
|
|||
|
||||
Indien degene die de inrichting drijft, verplicht is aan een ander bestuursorgaan dan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 12.4, gegevens ter beschikking te stellen, die in de vereiste vorm zijn opgenomen in een milieuverslag als bedoeld in artikel 12.4 dat ten behoeve van een bestuursorgaan is opgesteld, kan aan deze verplichting worden voldaan door dat verslag over te leggen en voor deze gegevens te verwijzen naar het betrokken onderdeel van dat verslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.10*
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 12.4, tweede lid, tweede volzin, worden in het milieuverslag niet de gegevens opgenomen die degene die de inrichting drijft, met betrekking tot het verslagjaar reeds overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR dient te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de afbakening, bedoeld in het eerste lid, wordt aangebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.10
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de Wet op de waterhuishouding, dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
|
||||
|
|
@ -3771,6 +3781,140 @@ e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen a
|
|||
|
||||
### Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.3.1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.18
|
||||
|
||||
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
*PRTR*: register inzake de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen als bedoeld in artikel 12.25, eerste lid;
|
||||
|
||||
*PRTR-protocol*: op 21 mei 2003 te Kiev tot stand gekomen Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, met Bijlagen (Trb. 2003, 153, en Trb. 2007, 95);
|
||||
|
||||
*PRTR-verslag*: verslag als bedoeld in artikel 12.20, eerste lid;
|
||||
|
||||
*verslagjaar*: kalenderjaar waarover ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR een PRTR-verslag moet worden opgesteld.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.19
|
||||
|
||||
**1.** Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin een of meer van de in bijlage I bij de EG-verordening PRTR genoemde activiteiten worden verricht in een mate die de ingevolge die bijlage van toepassing zijnde capaciteitsdrempelwaarde overschrijdt.
|
||||
|
||||
**2.** Onder inrichtingen als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.20
|
||||
|
||||
**1.** Indien degene die een inrichting drijft, ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR met betrekking tot een kalenderjaar rapportageplichtig is, zendt hij uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar aan de op grond van artikel 12.21 bevoegde instantie langs elektronische weg een verslag bevattende de in artikel 5, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Het PRTR-verslag voldoet aan de in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR genoemde kwaliteitseisen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste verslagjaar is 2007.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.21
|
||||
|
||||
**1.** Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet of artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de Mijnbouwwet van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen als bevoegde instantie voor inrichtingen waar activiteiten worden verricht als bedoeld in bijlage I, nummer 7, onder a, bij de EG-verordening PRTR.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.22
|
||||
|
||||
De kwaliteitsbeoordeling van het PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, geschiedt uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.23
|
||||
|
||||
**1.** De op grond van artikel 12.21 bevoegde instantie kan uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat een PRTR-verslag niet voldoet aan de bij artikel 5, eerste of tweede lid, of artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR gestelde eisen of niet is opgesteld met inachtneming van de bij artikel 5, derde of vierde lid, van de EG-verordening PRTR of de krachtens artikel 12.29, aanhef en onder a tot en met c, gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegde instantie kan het afgeven van de in het eerste lid bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het PRTR-verslag heeft ingediend.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De bevoegde instantie kan na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, na het tijdstip dat met toepassing van het tweede lid is vastgesteld, alsnog verklaren dat het PRTR-verslag niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen, indien:
|
||||
|
||||
a. het verslag onjuiste of onvolledige gegevens bevat of
|
||||
b. het verslag anderszins onjuist was, en degene die het verslag heeft ingediend, dit wist of behoorde te weten.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, vervalt vijf jaren na afloop van het verslagjaar.
|
||||
|
||||
**5.** In gevallen waarin niet tijdig een PRTR-verslag is ingediend, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring inhoudt dat geen PRTR-verslag is ingediend en dat in plaats van 30 juni wordt gelezen: 30 september. Het tweede lid is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.24
|
||||
|
||||
**1.** De op grond van artikel 12.21 bevoegde instanties verstrekken de in artikel 12.20, eerste lid, bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. op gegevens, opgenomen in een PRTR-verslag ten aanzien waarvan een verklaring als bedoeld in artikel 12.23, eerste lid, is afgegeven, en
|
||||
b. indien een verklaring als bedoeld in artikel 12.23, vijfde lid, is afgegeven,
|
||||
|
||||
in welke gevallen de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip aan Onze Minister meldt dat een verklaring als bedoeld onder a onderscheidenlijk b is afgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegde instantie kan op verzoek van degene die de inrichting drijft, of ambtshalve bepalen dat bepaalde in een PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister worden verstrekt. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt ingediend gelijktijdig met het toezenden van het PRTR-verslag, doch uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar. Een ambtshalve bepaling als bedoeld in de eerste volzin vindt plaats uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, deelt de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid, tweede volzin, genoemde tijdstip aan Onze Minister mee:
|
||||
|
||||
a. welk type informatie geheim is gehouden;
|
||||
b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid worden gegevens ten aanzien waarvan een verzoek als bedoeld in het derde lid is afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat het betrokken besluit ingevolge artikel 20.3 in werking is getreden. Artikel 20.5 is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het tweede lid worden verklaringen als bedoeld in artikel 12.23 niet eerder gemeld dan nadat het betrokken besluit ingevolge artikel 20.3 in werking is getreden. Artikel 20.5 is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.3.3. PRTR
|
||||
|
||||
### Artikel 12.25
|
||||
|
||||
**1.** Er is een register dat gegevens bevat over de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen.
|
||||
|
||||
**2.** Het PRTR is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.
|
||||
|
||||
**3.** Het PRTR wordt beheerd door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de vorm en de inrichting van het PRTR.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.26
|
||||
|
||||
**1.** Het PRTR bevat de door de op grond van artikel 12.21 bevoegde instanties overeenkomstig artikel 12.24, eerste lid, aan Onze Minister verstrekte gegevens alsmede de overeenkomstig artikel 12.24, tweede lid, aan Onze Minister gemelde verklaringen.
|
||||
|
||||
**2.** Het PRTR bevat tevens gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen als bedoeld in artikel 2, negende lid, van het PRTR-protocol, voorzover die gegevens bij Onze Minister aanwezig zijn, die gegevens een voldoende mate van ruimtelijke detaillering bezitten en het opnemen van die gegevens in het PRTR in praktische zin mogelijk is. Indien in het PRTR gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen worden opgenomen, wordt tevens aangegeven met behulp van welke methode die gegevens zijn vergaard.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien een bevoegde instantie bepaalde gegevens met toepassing van artikel 12.24, derde lid, niet aan Onze Minister heeft verstrekt, wordt in het PRTR aangegeven:
|
||||
|
||||
a. welk type informatie geheim is gehouden;
|
||||
b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.27
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt de in artikel 12.26 bedoelde gegevens per verslagjaar via het PRTR openbaar telkens uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid geschiedt de openbaarmaking met betrekking tot het verslagjaar 2007 uiterlijk op 30 juni 2009.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.28
|
||||
|
||||
Onze Minister is belast met de uitvoering van artikel 7, tweede lid, van de EG-verordening PRTR.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.3.4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.29
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de goede werking van het PRTR en ter uitvoering van de EG-verordening PRTR regels worden gesteld met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de voor de gegevensinzameling gebruikte methodiek, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de EG-verordening PRTR;
|
||||
b. de frequentie van informatievergaring, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de EG-verordening PRTR;
|
||||
c. de wijze waarop een PRTR-verslag moet worden opgesteld en de inhoud van een dergelijk verslag;
|
||||
d. de geheimhouding van gegevens, bedoeld in de artikelen 12.24, derde en vierde lid, en 12.26, derde lid;
|
||||
e. de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, moet worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.30
|
||||
|
||||
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5 van de EG-verordening PRTR.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
|
||||
|
||||
### Afdeling 13.1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -5383,6 +5527,8 @@ b. in verband daarmee een voor de betrokkene krachtens hoofdstuk 8 geldende verg
|
|||
|
||||
**2.** Indien de geboden spoed een zodanig verzoek niet toelaat of het bevoegde bestuursorgaan niet binnen de aangegeven termijn aan het verzoek gevolg heeft gegeven, geeft Onze Minister toepassing aan artikel 17.4, eerste lid, onderscheidenlijk wijzigt hij de vergunning.
|
||||
|
||||
### Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
|
||||
|
||||
### Artikel 17.6
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
|
@ -5412,7 +5558,8 @@ onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al
|
|||
De artikelen 18.3 tot en met 18.18 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
|
||||
|
||||
a. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
|
||||
b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
|
||||
b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
|
||||
c. de EG-verordening PRTR.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -5424,6 +5571,7 @@ a. zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de voorschriften di
|
|||
|
||||
1°. de betrokken wetten;
|
||||
2°. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
|
||||
3°. de EG-verordening PRTR;
|
||||
b. andere gegevens dan die bedoeld in de artikelen 8.12, vierde lid, 8.12a, derde lid, 8.13, eerste lid, onder c, en 8.14, eerste lid, onder a, die eveneens van belang zijn met het oog op de onder a bedoelde taak, te verzamelen en te registreren;
|
||||
c. klachten, die betrekking hebben op de naleving van het met betrekking tot de inrichting bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, te behandelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5493,6 +5641,10 @@ De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens hoof
|
|||
|
||||
### Artikel 18.2g
|
||||
|
||||
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.2h
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 18.3
|
||||
|
|
@ -6217,7 +6369,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, dan wel artikel 18.3 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.10, tweede lid, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, dan wel artikel 18.3 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue