2009-01-01 | BWBR0022479 | Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1ddd97298c
commit 6e24bc5286

View file

@ -70,7 +70,7 @@ aa. wanneer een bedrijf in de pluimveevleessector wordt uitgeoefend, wordt mest
**5.** a. De ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf in de legsector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, een hygiënogram uitvoeren;
b. De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, laat nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twaalf maanden een hygiënogram uitvoeren;
c. De ondernemer die een leghennenbedrijf of een meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per dertig maanden een hygiënogram uitvoeren;
c. De ondernemer die een leghennenbedrijf of een meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren.
**6.** In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent waarin minder dan 250 leghennen worden gehouden en waarvan de consumptie-eieren bestemd zijn voor eigen consumptie of boerderijverkoop, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren.
@ -90,20 +90,30 @@ c. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent kan een deel van het hygiëne
### Artikel 4
**1.** Door of namens de ondernemer vindt onderzoek van koppels en broedeieren op de aanwezigheid van Salmonella plaats door monstername en analyse van de genomen monsters.
**1.** De ondernemer draagt er zorg voor dat een onderzoek van koppels en broedeieren op de aanwezigheid van Salmonella plaatsvindt door middel van monstername en analyse van de genomen monsters.
**2.** a. In afwijking van het eerste lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent maximaal veertien dagen voor de overplaatsing van een koppel monsters van dit koppel nemen door een bij of krachtens de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 bevoegde veterinair of paraveterinair.
b. De ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername ten minste elke 15 weken uit op het leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf.
De eerste monstername wordt uitgevoerd als de leghennen een leeftijd van minimaal 22 weken en maximaal 26 weken hebben.
c. De voorzitter laat bij de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, een monstername door GD uitvoeren. Deze monstername vindt plaats 1 bij één koppel per jaar per bedrijf dat tenminste duizend dieren omvat, 2) op de leeftijd van 24 weken bij een koppel leghennen dat gehuisvest is in een gebouw waarin bij een vorig koppel Salmonella is aangetroffen 3) bij ieder vermoeden van besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimirium naar aanleiding van het epidemiologische onderzoek van uitbraken van door voedsel overgedragen zoönoses overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2003/1999/EG, 4) bij andere koppels leghennen op een bedrijf indien de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimirium op dat bedrijf zijn aangetroffen en 5) indien de voorzitter het nodig acht.
c. De voorzitter laat bij de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, een monstername uitvoeren, in de volgende gevallen:
- bij één koppel leghennen per jaar per bedrijf dat tenminste duizend dieren omvat,
- op de leeftijd van 24 weken bij een koppel leghennen dat gehuisvest is in een gebouw waarin bij een vorig koppel Salmonella is aangetroffen,
- bij ieder vermoeden van besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium naar aanleiding van het epidemiologische onderzoek van uitbraken van door voedsel overgedragen zoönoses overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2003/99/EG,
- bij andere koppels leghennen op een bedrijf indien de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium op dat bedrijf zijn aangetroffen en
- indien de voorzitter het nodig acht.
d. De in c. genoemde monsternamen kunnen in de plaats treden van de in b. genoemde monsternamen.
**3.** Het onderzoek van een koppel vleeskuikens op de aanwezigheid van Campylobacter vindt twee maal per twaalf maanden plaats, voordat dit koppel van het bedrijf wordt afgevoerd, door monstername door of namens de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent en analyse van de genomen monsters.
**3.** a. De ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit bij de levering van een koppel eendagskuikens op het vleeskuikenbedrijf.
b. De ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit bij een koppel vleeskuikens vanaf de leeftijd van 21 dagen, voordat dit koppel vleeskuikens van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.
c. De voorzitter laat bij tien procent van de vleeskuikenbedrijven één maal per twaalf maanden een monstername uitvoeren.
d. De in c. genoemde monstername kan in de plaats treden van de in b. genoemde monstername.
e. De ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent draagt er zorg voor dat twee maal per jaar een onderzoek op de aanwezigheid van Campylobacter bij een koppel plaatsvindt door middel van monstername en analyse van de genomen monsters, voordat het betreffende koppel van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.
**4.** a. De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername eens in de twee weken uit op het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf, dan wel laat op zijn verzoek en na toestemming van de voorzitter, deze monstername op de kuikenbroederij uitvoeren.
b. De voorzitter laat bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde drie maal een monstername door GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf en 3) tijdens een ronde tussen de onder 1) en 2) genoemde tijdstippen.
c. Indien de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de in a. genoemde monstername op de kuikenbroederij laat uitvoeren, laat de voorzitter bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde twee maal een monstername door GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf. Daarnaast laat de voorzitter op de kuikenbroederij een maal in de zestien weken een monstername door GD uitvoeren.
b. De voorzitter laat bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde drie maal een monstername uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf en 3) tijdens een ronde tussen de onder 1) en 2) genoemde tijdstippen.
c. Indien de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de in a. genoemde monstername op de kuikenbroederij laat uitvoeren, laat de voorzitter bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde twee maal een monstername uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf. Daarnaast laat de voorzitter op de kuikenbroederij een maal in de zestien weken een monstername uitvoeren.
d. De in b. en c. genoemde monsternamen kunnen in de plaats treden van de in a. genoemde monstername.
e. De ondernemer die een opfokbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit 1) bij de aankomst van de eendagskuikens op het bedrijf, 2) vier weken na plaatsing van het koppel, 3) maximaal veertien dagen voor overplaatsing van het koppel.
@ -125,11 +135,11 @@ c. Totdat de uitslag van het verificatieonderzoek door GD bekend is, is de onder
### Artikel 5
**1.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan de afnemer van het pluimvee, de consumptie-eieren of de broedeieren.
**1.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse als bedoeld in artikel 4, achtste lid, van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, alsmede van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid schriftelijk aan de afnemer van het pluimvee, de consumptie-eieren of de broedeieren.
**2.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, tweede en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan het productschap.
**2.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse als bedoeld in artikel 4, achtste lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, aan het productschap.
**3.** Het bestuur kan bij besluit regels vaststellen omtrent de wijze waarop de ondernemer de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, meldt.
**3.** Het bestuur kan bij besluit regels vaststellen omtrent de melding door de ondernemer van de resultaten van de analyse als bedoeld in artikel 4, achtste lid, van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, alsmede van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid.
**4.** Het bestuur kan bij besluit bepalen dat een ondernemer tevens de in het eerste lid bedoelde resultaten schriftelijk meldt aan de leverancier van het pluimvee of de broedeieren.
@ -164,13 +174,13 @@ b. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de seroty
### Artikel 7
**1.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella bij een koppel vleeskuikens is aangetoond, reinigt en ontsmet de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent onverwijld de stal na het afvoeren van het koppel uit deze stal.
**1.** De ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent handelt in overeenstemming met het in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1177/2006 neergelegde verbod op het gebruik van antimicrobiële stoffen.
**2.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het eerste lid laat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent de stal op de aanwezigheid van Salmonella onderzoeken door een HOSOWO-instantie.
**2.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella bij een koppel vleeskuikens is aangetoond, reinigt en ontsmet de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent onverwijld de stal na het afvoeren van het koppel uit deze stal.
**3.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het tweede lid Salmonella in de stal is aangetoond mag de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent een nieuw koppel vleeskuikens in de stal plaatsen en laat hij de stal, na het afvoeren van dit koppel, ontsmetten door een professioneel ontsmettingsbedrijf.
**3.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het tweede lid laat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent de stal op de aanwezigheid van Salmonella onderzoeken door een HOSOWO-instantie.
**4.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent, een besmetting met Salmonella bij een koppel vleeskuikens is aangetoond, stelt de ondernemer, voordat hij een nieuw koppel plaatst, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld besluit, een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op en voert dit uit.
**4.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het derde lid Salmonella in de stal is aangetoond mag de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent een nieuw koppel vleeskuikens in de stal plaatsen en laat hij de stal, na het afvoeren van dit koppel, ontsmetten door een professioneel ontsmettingsbedrijf.
### . Opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf
@ -178,24 +188,24 @@ b. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de seroty
**1.** De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, handelt in overeenstemming met het in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1177/2006 neergelegde verbod op het gebruik van antimicrobiële stoffen.
**2.** De voorzitter stelt op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, vast dat een koppel dat zich op een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf bevindt wel of niet besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium. Indien de voorzitter vaststelt dat een koppel niet besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium, bericht de voorzitter de ondernemer dat de in artikel 4, vijfde lid, bedoelde verplichting tot het bewaren dan wel van het bedrijf af te voeren voor vernietiging of verwerking van de consumptie-eieren vervalt.
**2.** De voorzitter stelt op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, dan wel het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid onder b., vast dat een koppel dat zich op een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf bevindt wel of niet besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium. Indien de voorzitter vaststelt dat een koppel niet besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium, bericht de voorzitter de ondernemer dat de in artikel 4, vijfde lid onder c., bedoelde verplichting tot het bewaren dan wel van het bedrijf af te voeren voor vernietiging of verwerking van de consumptie-eieren vervalt.
**3.** In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium vaststelt bij een koppel leghennen of opfokleghennen, kan de voorzitter de ondernemer gelasten dit koppel te laten ruimen.
**4.** a. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium vaststelt bij een koppel opfokleghennen of leghennen, gelast de voorzitter de ondernemer de consumptie-eieren van dit koppel te laten verwerken of vernietigen.
b. Indien op grond van het in artikel 4, tweede lid onder b. genoemde onderzoek blijkt dat een koppel leghennen niet meer besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, trekt de voorzitter de last tot verwerking of vernietiging van de consumptie-eieren van dit koppel in.
b. Indien op grond van het in artikel 4, vijfde lid onder b. genoemde onderzoek blijkt dat een koppel leghennen niet meer besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, trekt de voorzitter de last tot verwerking of vernietiging van de consumptie-eieren van dit koppel in.
**5.** De ondernemer is gehouden de in het derde en vierde lid, sub a., genoemde last onverwijld op te volgen.
**6.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met de serotypen Salmonella entcritidis of Salmonella typhimurium bij een koppel is bevestigd, laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent onverwijld na het afvoeren van het koppel uit de stal, de stal reinigen en deze door een professioneel ontsmettingsbedrijf ontsmetten.
**6.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid onder b., een besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium bij een koppel is bevestigd, laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent onverwijld na het afvoeren van het koppel uit de stal, de stal reinigen en deze door een professioneel ontsmettingsbedrijf ontsmetten.
**7.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het zesde lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal door een HOSOWO-instantie onderzoeken op de aanwezigheid van de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium.
**8.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in het zevende lid de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium in de stal worden aangetoond, herhaalt de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent het bepaalde in het zesde en zevende lid totdat de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium niet meer in de stal worden aangetoond.
**9.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in het achtste lid de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium in de stal worden aangetoond, herhaalt de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent het bepaalde in het zesde lid totdat de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium niet meer in de stal worden aangetoond.
**9.** Slechts indien op grond van het in het zevende lid bedoelde onderzoek de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium niet meer in de stal worden aangetoond, mag de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent een nieuw koppel in de stal plaatsen. De ondernemer is verplicht de plaatsing van een nieuw koppel binnen vijf werkdagen te melden aan het productschap.
**10.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in het achtste lid de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium in de stal worden aangetoond, herhaalt de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent het bepaalde in het zevende lid totdat de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium niet meer in de stal worden aangetoond.
**10.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid onder b., een besmetting met het serotype Salmonella enteritidis bij een koppel is bevestigd, zet de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent op dit bedrijf uitsluitend tegen het serotype Salmonella enteritidis gevaccineerde koppels op.
**11.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met het serotype Salmonella enteritidis bij een koppel is bevestigd, zet de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent op dit bedrijf uitsluitend tegen het serotype Salmonella enteritidis gevaccineerde koppels op.
@ -235,7 +245,7 @@ c) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd te laten vern
**1.** De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent laat zich jaarlijks ten minste één maal op eigen kosten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een erkende controle-instantie.
**2.** De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent laat zich iedere drie maanden op eigen kosten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een erkende controle-instantie.
**2.** De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent laat zich iedere zes maanden op eigen kosten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een erkende controle-instantie.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde controle-instantie kan op aanvraag worden erkend door de voorzitter indien zij voldoet aan door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden, welke strekken tot waarborg van de onafhankelijkheid en expertise van de controle-instantie.
@ -245,7 +255,7 @@ c) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd te laten vern
### Artikel 12
**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid, en artikel 9, derde lid, bepaalde, wordt het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.
**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 7, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid, en artikel 9, derde lid, bepaalde, wordt het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.
**2.**
@ -257,15 +267,15 @@ c. aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te
d. te gedogen dat de door het bestuur aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders;
e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.
**3.** De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid, en artikel 9, derde lid, bepaalde.
**3.** De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 7, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid, en artikel 9, derde lid, bepaalde.
## 10. Tuchtrechtelijke maatregelen en strafbaarstelling
### Artikel 13
**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid,en artikel 9, derde lid, bepaalde, worden op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 7, eerste en tweede en lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid, en artikel 9, derde lid, bepaalde, worden op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
**2.** Overtreding van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid, en artikel 9, derde lid, bepaalde is een strafbaar feit.
**2.** Overtreding van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, artikel 7, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde en achtste lid, en artikel 9, derde lid, bepaalde is een strafbaar feit.
## 11. Slotbepalingen
@ -289,4 +299,4 @@ De op grond van deze verordening door het bestuur vast te stellen besluiten word
**2.** Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
## Bijlage I
## Bijlage I. Protocol Antibiotica