2003-01-01 | BWBR0004163 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-01 12:00:00 +00:00
parent 30740c7c0d
commit 6e372a2464

View file

@ -117,8 +117,8 @@ c. de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen.
De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel *a*:
1°. de gewezen zelfstandige heeft gedurende drie jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend en gedurende de zeven jaar daarvoor eveneens rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend dan wel arbeid in dienstbetrekking verricht;
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige bedroeg de laatste drie boekjaren gemiddeld minder dan ƒ 36 800 per 6 juli 2002 en terugwerkend tot 1 juli 2002: € 20.968,00 per jaar;
3°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 6 juli 2002 en terugwerkend tot 1 juli 2002: € 20.968,00 per jaar bedragen; en
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige bedroeg de laatste drie boekjaren gemiddeld minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2003: € 21.731,00 per jaar;
3°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2003: € 21.731,00 per jaar bedragen; en
4°. de aanvraag is ingediend voor het beëindigen van het bedrijf of beroep en de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een periode van anderhalf jaar, volgend op het tijdstip van aanvraag.
**3.**
@ -126,7 +126,7 @@ De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bed
De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel *b*:
1°. de gewezen zelfstandige heeft gedurende drie jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend;
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 6 juli 2002 en terugwerkend tot 1 juli 2002: € 20.968,00 per jaar bedragen; en
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2003: € 21.731,00 per jaar bedragen; en
3°. de aanvraag is ingediend voor het beëindigen van het bedrijf of beroep en de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een periode van anderhalf jaar, volgend op het tijdstip van aanvraag.
**4.** Het recht op uitkering komt de gewezen zelfstandige en de echtgenoot gezamenlijk toe. De uitkering wordt aan de gewezen zelfstandige en de echtgenoot ieder voor de helft uitbetaald, dan wel op hun gezamenlijk verzoek aan een van hen voor het geheel.
@ -135,9 +135,9 @@ De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bed
De grondslag bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat voor:
a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 557,10;
b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.002,77;
c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 779,93.
a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 567,79;
b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.022,01;
c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 794,90.
**6.** Onze Minister herziet de bedragen, genoemd in het tweede lid, 2° en 3°, en in het derde lid, 2°, met ingang van een door hem te bepalen dag zodanig, dat deze netto gelijk zijn aan het netto minimumloon.
@ -187,7 +187,7 @@ Als inkomen wordt aangemerkt:
a. voor de gewezen zelfstandige en de echtgenoot: de som van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven van hemzelf en zijn echtgenoot;
b. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige: zijn inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
**2.** Als inkomen wordt voorts aangemerkt het inkomen uit het vermogen waarover de gewezen zelfstandige en zijn echtgenoot na de beëindiging van het bedrijf of beroep beschikken, met dien verstande dat daarbij een vermogen van ƒ 202 000 per 1 januari 2002: € 105.936,00 buiten beschouwing blijft. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 5%Bij Stcrt. 1996/247 is dit percentage m.i.v. 1 januari 1997 vastgesteld op 4%. per jaar van het vermogen.
**2.** Als inkomen wordt voorts aangemerkt het inkomen uit het vermogen waarover de gewezen zelfstandige en zijn echtgenoot na de beëindiging van het bedrijf of beroep beschikken, met dien verstande dat daarbij een vermogen van ƒ 202 000 per 1 januari 2003: € 109.368,00 buiten beschouwing blijft. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 5%Bij Stcrt. 1996/247 is dit percentage m.i.v. 1 januari 1997 vastgesteld op 4%. per jaar van het vermogen.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere en zonodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in artikel 5, tweede en derde lid. Daarbij kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in artikel 5, tweede en derde lid, alsmede de periode waarop de vaststelling betrekking heeft.