diff --git a/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md b/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md index f79e37e92fc..5e4c2cc17df 100644 --- a/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md +++ b/wet/spoorwegwet/BWBR0015007/README.md @@ -129,7 +129,7 @@ i. energievoorziening. **3.** De krachtens het eerste lid te stellen regels ten aanzien van een onderwerp waarin ook door een besluit van een of meer instellingen van de Europese Unie is voorzien, mogen niet in strijd zijn met dat besluit. -**4.** In de krachtens het eerste lid te stellen regels kan worden bepaald dat Onze Minister bevoegd is op aanvraag van de beheerder ontheffing te verlenen van die regels. +**4.** In de krachtens het eerste lid te stellen regels kan worden bepaald dat Onze Minister bevoegd is op aanvraag van de beheerder ontheffing te verlenen van die regels. In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag voor een ontheffing in ieder geval binnen vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. **5.** Een wijziging van de technische of functionele eigenschappen van de hoofdspoorweginfrastructuur die de gebruiksmogelijkheden van de hoofdspoorwegen aanmerkelijk verandert, behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De beheerder vermeldt in zijn verzoek om instemming de zienswijzen van betrokken gerechtigden en, voor zover de wijziging afwijkt van die zienswijzen, een deugdelijke motivering van die afwijking. @@ -163,7 +163,9 @@ e. voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van richtl **6.** Het voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. -**7.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van de technische specificaties, de regels of de eisen, bedoeld in het tweede lid. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter omschrijving van hoofdspoorwegen waarvoor de ontheffing mogelijk is, met het oog op het veilig gebruik van hoofdspoorwegen en over de procedures die bij ontheffingverlening kunnen gelden. +**7.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag voor een vergunning, bedoeld in het eerste lid, en de aanvragen, bedoeld in het derde en vierde lid, in ieder geval binnen vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. + +**8.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van de technische specificaties, de regels of de eisen, bedoeld in het tweede lid. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter omschrijving van hoofdspoorwegen waarvoor de ontheffing mogelijk is, met het oog op het veilig gebruik van hoofdspoorwegen en over de procedures die bij ontheffingverlening kunnen gelden. ### Artikel 9 @@ -178,13 +180,17 @@ b. een vergunning dan wel nieuwe vergunning voor indienststelling, indien Onze M **3.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, een vergunning respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling, indien de omvang van de voorgenomen verbetering of vernieuwing of de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van een betrokken subsysteem dat noodzakelijk maakt of maken. -**4.** Artikel 8, tweede, derde en zevende lid en het krachtens artikel 8, zevende lid, bepaalde zijn van toepassing op de verlening van de vergunning respectievelijk van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing. +**4.** Artikel 8, tweede, derde en negende lid en het krachtens artikel 8, negende lid, bepaalde zijn van toepassing op de verlening van de vergunning respectievelijk van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing. **5.** Onze Minister kan op aanvraag op andere gronden dan genoemd in artikel 9, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, met inachtneming van artikel 20 van die richtlijn, een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten. **6.** Onze Minister kan op aanvraag voorafgaand aan vergunningverlening als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. -**7.** Het voldoen van het verbeterde of vernieuwde subsysteem aan de krachtens het vierde lid geldende eisen blijkt uit de toetsing van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. +**7.** Onze Minister neemt een besluit op grond van het derde lid binnen vier maanden na indiening van het informatiedossier. + +**8.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht neemt Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn een besluit op grond van het vijfde en zesde lid in ieder geval binnen vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. + +**9.** Het voldoen van het verbeterde of vernieuwde subsysteem aan de krachtens het vierde lid geldende eisen blijkt uit de toetsing van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. ### Artikel 10 @@ -209,7 +215,7 @@ Vervallen Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registeren of bewaren van gegevens over: a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid; -b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 8, zesde lid, of artikel 9, zevende lid, en +b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 8, zesde lid, of artikel 9, negende lid, en c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 9, derde lid. ### Artikel 13 @@ -253,13 +259,15 @@ Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, i a. voldoet aan artikel 9, eerste, tweede en derde lid, van richtlijn 2004/49/EG; b. op zodanige wijze is geoperationaliseerd dat het een veilig beheer en gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur mogelijk maakt. -**3.** Een veiligheidsvergunning is ten hoogste vijf jaar geldig. +**3.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval uiterlijk vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft, en neemt het besluit, bedoeld in het vijfde lid, uiterlijk vier maanden nadat hij heeft vastgesteld dat het veiligheidsbeheersysteem niet meer voldoet aan het tweede lid. -**4.** Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidsbeheersysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid. +**4.** Een veiligheidsvergunning is ten hoogste vijf jaar geldig. -**5.** De beheerder gebruikt het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in het tweede lid, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, ter beheersing van alle uit die taken voortvloeiende risico’s. +**5.** Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidsbeheersysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid. -**6.** +**6.** De beheerder gebruikt het veiligheidsbeheersysteem, bedoeld in het tweede lid, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, ter beheersing van alle uit die taken voortvloeiende risico’s. + +**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitvoering van dit artikel, waaronder: @@ -513,7 +521,9 @@ b. een B-certificaat voor de voorzieningen die de spoorwegonderneming overeenkom **3.** Een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2004/49/EG, afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een lidstaat van de Europese Unie wordt ten aanzien van aan de grens gelegen, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen hoofdspoorwegen, en indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, gelijkgesteld met een B-certificaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. -**4.** Onze Minister verleent op aanvraag aan een beheerder, in afwijking van het eerste lid, een veiligheidscertificaat, indien hij beschikt over een op grond van artikel 16a verleende veiligheidsvergunning. +**4.** Artikel 16a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste en derde lid bedoelde aanvraag. + +**5.** Onze Minister verleent op aanvraag aan een beheerder, in afwijking van het eerste lid, een veiligheidscertificaat, indien hij beschikt over een op grond van artikel 16a verleende veiligheidsvergunning. **5.** Een beheerder gebruikt een op grond van het vierde lid verleend veiligheidscertificaat slechts ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid. @@ -534,6 +544,8 @@ d. indien het certificaat, bedoeld in artikel 32, tweede lid, door een daartoe b **4.** Onze Minister kan het veiligheidscertificaat of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften ambtshalve of op aanvraag wijzigen, met inachtneming van het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de hoofdspoorweg. +**5.** Onze Minister neemt het besluit, bedoeld in het derde en vierde lid, uiterlijk vier maanden nadat hij heeft vastgesteld dat de omstandigheid, genoemd in het derde en vierde lid, zich heeft voorgedaan, en beslist, indien een aanvraag als bedoeld in het vierde lid is gedaan, in afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag, in ieder geval uiterlijk vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. + ### Artikel 34 **1.** Onze Minister kan aan degene die een veiligheidscertificaat heeft aangevraagd of aan de certificaathouder die een wijziging van het veiligheidscertificaat heeft aangevraagd een proefcertificaat verlenen. @@ -542,7 +554,7 @@ d. indien het certificaat, bedoeld in artikel 32, tweede lid, door een daartoe b **3.** Het proefcertificaat is ten hoogste dertien weken geldig en vervalt van rechtswege bij de verlening of de wijziging, bedoeld in het tweede lid. Indien toepassing is gegeven aan artikel 32, tweede lid, tweede volzin, vervalt het proefcertificaat met ingang van de dag na de laatste dag van de krachtens die bepaling gestelde termijn. -**4.** Artikel 33, tweede en derde lid, is op het proefcertificaat van overeenkomstige toepassing. +**4.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag bedoeld in het eerste lid, in ieder geval binnen vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. Artikel 33, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 35 @@ -556,7 +568,7 @@ c. de bedrijfsprocessen die ten minste in het veiligheidsbeheersysteem zijn opge ### Artikel 36 -**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken, met een spoorvoertuig waarvoor Onze Minister geen vergunning voor indienststelling als bedoeld in het derde lid respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling als bedoeld in het vijfde lid heeft verleend. Onze Minister kan op aanvraag, na de beheerder te hebben gehoord, ontheffing verlenen van dit verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over voor welke spoorvoertuigen en in welke gevallen een ontheffing mogelijk is. +**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een spoorvoertuig dat voldoet aan alle relevante technische specificaties inzake interoperabiliteit die op het ogenblik van indienststelling van kracht zijn, op voorwaarde dat de essentiële eisen voor een groot deel in deze technische specificaties inzake interoperabiliteit zijn opgenomen en dat de relevante technische specificatie inzake interoperabiliteit inzake rollend materieel in werking is getreden en van toepassing is, waarvoor Onze Minister geen vergunning voor indienststelling als bedoeld in het derde lid, respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling als bedoeld in het vijfde lid heeft verleend. Onze Minister kan op aanvraag, na de beheerder te hebben gehoord, ontheffing verlenen van dit verbod. De ontheffing kan onder voorwaarden worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. **2.** Het eerste lid geldt niet voor bij algemene maatregel van bestuur met inachtneming van artikel 21 van richtlijn 2008/57/EG, aangewezen spoorvoertuigen. @@ -564,7 +576,7 @@ c. de bedrijfsprocessen die ten minste in het veiligheidsbeheersysteem zijn opge Onze Minister verleent, na de beheerder te hebben gehoord, een vergunning voor indienststelling, indien: -a. elk subsysteem van het spoorvoertuig voldoet aan de daarvoor geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit; +a. elk subsysteem van het spoorvoertuig voldoet aan de daarvoor geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit. Indien voor alle structurele subsystemen van een spoorvoertuig een EG-keuringsverklaring is afgegeven overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV van richtlijn 2008/57/EG, verleent Onze Minister de vergunning voor indienststelling zonder verdere controles; b. elk subsysteem van het spoorvoertuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister, met inachtneming van artikel 17 van richtlijn 2008/57/EG vastgestelde, voor dat subsysteem geldende voorschriften ter uitvoering van de essentiële eisen van richtlijn 2008/57/EG; c. elk subsysteem van het spoorvoertuig voldoet aan de, bij regeling van Onze Minister daarvoor gegeven voorschriften ter uitwerking van de in een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, opgenomen open punten, anders dan ten behoeve van de verenigbaarheid van een spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur; d. elk subsysteem voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van richtlijn 2008/57/EG, en @@ -591,6 +603,72 @@ d. het spoorvoertuig voldoet aan de voorschriften, bedoeld in het derde lid, ond **10.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van de technische specificaties respectievelijk de voorschriften, bedoeld in het derde lid, onderdelen a respectievelijk b, en van de voorschriften, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter omschrijving van spoorvoertuigen waarmee op omschreven hoofdspoorwegen gebruik gemaakt mag worden en met het oog op het veilig gebruik van die spoorvoertuigen op die hoofdspoorwegen alsmede over de procedures die bij ontheffingverlening kunnen gelden. +**11.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid. + +### Artikel 36a + +**1.** Onze Minister is bevoegd, ter verlening van de in artikel 36, vijfde lid, bedoelde aanvullende vergunning voor indienststelling aanvullende informatie, uitvoering van risicoanalysen overeenkomstig artikel 6, derde lid, onderdeel a, van richtlijn 2004/49/EG of tests op de hoofdspoorweginfrastructuur te eisen, teneinde de technische verenigbaarheid te toetsen tussen het spoorvoertuig en de hoofdspoorweginfrastructuur, met inbegrip van de nationale voorschriften die van toepassing zijn op de openstaande punten in de technische specificaties die nodig zijn om deze verenigbaarheid te waarborgen en van de nationale voorschriften die van toepassing zijn op de specifieke gevallen die in de betreffende technische specificaties zijn omschreven. Onze Minister bepaalt na raadpleging van de aanvrager de draagwijdte en de inhoud van de gevraagde aanvullende informatie, risicoanalysen en tests. De beheerder doet, in overleg met de aanvrager, al het mogelijke om ervoor te zorgen dat eventuele tests plaatsvinden binnen drie maanden na het verzoek van de aanvrager. Onze Minister is bevoegd van een ieder medewerking te vorderen voor zover die redelijkerwijs nodig is om te waarborgen dat de tests plaatsvinden. + +**2.** Na de goedkeuring van het in artikel 27 van richtlijn 2008/57/EG bedoelde referentiedocument verricht Onze Minister de toets, bedoeld in het eerste lid, alleen op basis van de in de categorieën B of C van het referentiedocument opgenomen nationale voorschriften. + +**3.** + +Artikel 16a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op: + +a. de aanvragen voor een vergunning of aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde of vijfde lid; +b. de aanvragen, bedoeld in artikel 36, vierde, negende en tiende lid. + +**4.** + +In afwijking van het derde lid neemt Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn een besluit ten aanzien van een aanvullende vergunning voor indienststelling als bedoeld in artikel 36, vijfde lid, in ieder geval: + +a. uiterlijk twee maanden na indiening van de bij de aanvraag van de aanvullende vergunning voor indienststelling behorende gegevens; +b. uiterlijk een maand na het verstrekken van de aanvullende informatie, bedoeld in het eerste lid, en +c. uiterlijk een maand na het verstrekken van de resultaten van de tests, bedoeld in het eerste lid. + +**5.** In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht dient de aanvrager een bezwaarschrift tegen een beschikking tot weigering van een vergunning of aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde of vijfde lid, in binnen een maand. In afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister op dit bezwaarschrift uiterlijk twee maanden, gerekend vanaf de dag na die waarop de in de eerste volzin bedoelde termijn is verstreken. + +**6.** Indien Onze Minister niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, op het bezwaar heeft beslist, is de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, vijfde lid, drie maanden na afloop van die termijn van rechtswege gegeven. Deze van rechtswege gegeven aanvullende vergunning voor indienststelling geldt alleen voor de hoofdspoorweginfrastructuur ten aanzien waarvan Onze Minister niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, op het bezwaar heeft beslist. De artikelen 4:20b, tweede en derde lid, 4:20c en 4:20d van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. + +**7.** Wanneer Onze Minister vaststelt dat de houder van de vergunning of de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde of vijfde lid, niet langer aan de eisen voldoet, kan hij de vergunning of de aanvullende vergunning voor indienststelling intrekken. Wanneer Onze Minister de aanvullende vergunning voor indienststelling heeft ingetrokken, stelt hij de instantie die de vergunning voor indienststelling heeft verleend onverwijld in kennis van die intrekking. Tevens kan Onze Minister de vergunning of aanvullende vergunning voor indienststelling intrekken wanneer blijkt dat de vergunninghouder er gedurende het jaar dat volgde op de verlening niet het bedoelde gebruik van heeft gemaakt. + +### Artikel 36b + +**1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een spoorvoertuig dat niet voldoet aan alle relevante technische specificaties inzake interoperabiliteit die op het ogenblik van de indienststelling van kracht zijn, met inbegrip van spoorvoertuigen waarvoor afwijkingen gelden, of wanneer een belangrijk gedeelte van de essentiële eisen niet is opgenomen in één of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, waarvoor Onze Minister geen vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in het vierde lid heeft verleend. Onze Minister kan op aanvraag, na de beheerder te hebben gehoord, ontheffing verlenen van dit verbod. De ontheffing kan onder voorwaarden worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. + +**2.** Het eerste lid geldt niet voor bij algemene maatregel van bestuur met inachtneming van artikel 21 van richtlijn 2008/57/EG, aangewezen spoorvoertuigen. + +**3.** + +Onze Minister verleent, na de beheerder te hebben gehoord, een vergunning voor indienststelling als volgt: + +– voor de technische aspecten die onder een technische specificatie inzake interoperabiliteit vallen, wordt de procedure voor de opstelling van de EG-keuringsverklaring uit artikel 18 van richtlijn 2008/57/EG toegepast; +– voor de andere technische aspecten gelden de voorschriften waarvan overeenkomstig artikel 17, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG en artikel 8 van richtlijn 2004/49/EG kennis is gegeven. + +**4.** Onze Minister verleent, na de beheerder te hebben gehoord, een aanvullende vergunning voor indienststelling slechts wanneer in een andere lidstaat reeds een vergunning voor indienststelling is verleend. + +**5.** + +Onze Minister is bevoegd ter verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling aanvullende informatie, de uitvoering van risicoanalysen overeenkomstig artikel 6, derde lid, onderdeel a, van richtlijn 2004/49/EG of tests op de hoofdspoorweginfrastructuur te eisen, teneinde na te gaan of de in artikel 25, tweede lid, onderdelen c en d, van richtlijn 2008/57/EG bedoelde informatie voldoet aan de geldende voorschriften zoals die overeenkomstig artikel 8 van richtlijn 2004/49/EG aan de Commissie zijn meegedeeld. + +Onze Minister legt, na raadpleging van de aanvrager, de reikwijdte en de inhoud van de aanvullende informatie, de risicoanalysen of de vereiste tests vast. De beheerder doet, in overleg met de aanvrager, al het mogelijke om ervoor te zorgen dat tests kunnen plaatsvinden binnen drie maanden na het verzoek van de aanvrager. Onze Minister is bevoegd van een ieder medewerking te vorderen voor zover die redelijkerwijs nodig is om te waarborgen dat de tests plaatsvinden. + +**6.** Na de aanneming van het in artikel 27 van richtlijn 2008/57/EG bedoelde referentiedocument, voert Onze Minister de in het vijfde lid bedoelde controle echter alleen uit op basis van de nationale voorschriften van categorie B of C die in dat referentiedocument zijn opgenomen. + +**7.** + +In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht neemt Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn een besluit, bedoeld in het vierde lid, ten aanzien van een aanvullende vergunning voor indienststelling in ieder geval: + +a. uiterlijk vier maanden na indiening van de bij de aanvraag voor de aanvullende vergunning voor indienststelling behorende gegevens; +b. uiterlijk binnen twee maanden na het verstrekken van de aanvullende informatie, bedoeld in het vijfde lid, en +c. uiterlijk binnen twee maanden na het verstrekken van de resultaten van de tests, bedoeld in het vijfde lid. + +**8.** Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van richtlijn 2008/57/EG, ontheffing verlenen van de technische specificaties respectievelijk de voorschriften, bedoeld in het derde lid. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter omschrijving van spoorvoertuigen waarmee op omschreven hoofdspoorwegen gebruik gemaakt mag worden en met het oog op het veilig gebruik van die spoorvoertuigen op die hoofdspoorwegen alsmede over de procedures die bij ontheffingverlening kunnen gelden. + +**9.** Artikel 36a, derde, vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**10.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid. + ### Artikel 37 **1.** Het is een spoorwegonderneming verboden om van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een spoorvoertuig, waarvoor een vergunning voor indienststelling is afgegeven, dat niet in het register, bedoeld in het tweede lid, dan wel in het register van een andere staat is ingeschreven. @@ -613,17 +691,23 @@ a. op verzoek van de houder van het spoorvoertuig; b. indien het spoorvoertuig definitief buiten gebruik wordt gesteld, of c. in andere bij regeling van Onze Minister aangegeven gevallen. +**8.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht besluit Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn ten aanzien van de inschrijving in het register, bedoeld in het eerste lid, en het schrappen van de inschrijving, bedoeld in het zevende lid, in ieder geval binnen vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. + ### Artikel 37a **1.** Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning voor indienststelling of een aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type indien hij voor een spoorvoertuig van dat type een dergelijke vergunning heeft verleend. -**2.** Onze Minister verleent in afwijking van artikel 36, derde en vijfde lid, een vergunning voor indienststelling respectievelijk een aanvullende vergunning voor indienststelling, indien het spoorvoertuig overeenstemt met een type dat voorzien is van een geldige dergelijke vergunning. +**2.** Onze Minister verleent in afwijking van de artikelen 36, derde en vijfde lid, en 36b, derde en vierde lid, een vergunning voor indienststelling respectievelijk een aanvullende vergunning voor indienststelling, indien het spoorvoertuig overeenstemt met een type dat voorzien is van een geldige dergelijke vergunning. -**3.** Onze Minister kan de vergunning voor indienststelling voor een type respectievelijk de aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type schorsen of intrekken, indien het type niet of niet langer voldoet aan de bij of krachtens artikel 36 geldende eisen. +**3.** Onze Minister kan de vergunning voor indienststelling voor een type, respectievelijk de aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type, wijzigen of intrekken indien het type niet of niet langer voldoet aan de technische specificaties voor de interoperabiliteitsonderdelen of aan de bij of krachtens de artikelen 36 of 36b geldende eisen op grond waarvan die vergunning is verleend, als die technische specificaties of eisen zijn gewijzigd. Indien een spoorvoertuig overeenstemt met een type waarvoor reeds een vergunning voor indienststelling is afgegeven, verleent Onze Minister zonder verdere controles een vergunning voor indienststelling op basis van een door de aanvrager overgelegde verklaring van overeenstemming met dit type. Indien echter de betrokken bepalingen in technische specificaties en nationale voorschriften op grond waarvan voor een voertuigtype een vergunning is afgegeven zijn gewijzigd, kan Onze Minister reeds afgegeven vergunningen voor voertuigtypen schorsen, wijziging of intrekken. Indien de vergunning moet worden vernieuwd, hebben de criteria die Onze Minister controleert alleen betrekking op de gewijzigde voorschriften. De vernieuwing van de typegoedkeuring heeft geen invloed op vergunningen voor indienststelling die op grond van eerder goedgekeurde typen zijn afgegeven. **4.** De overeenstemming met een type blijkt uit een verklaring van overeenstemming die voldoet aan de daartoe bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften. -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van het spoorvoertuig waarvoor een vergunning voor indienststelling respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling van het type is verleend, met dat type. +**5.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag voor de vergunning of aanvullende vergunning, bedoeld in het eerste lid, en op de aanvraag voor de vergunning of aanvullende vergunning, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval binnen vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. + +**6.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht besluit Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn over toepassing van het vierde lid in ieder geval binnen vier maanden nadat hij heeft vastgesteld dat het type niet of niet langer voldoet aan de bij of krachtens artikel 36 en 36b gestelde eisen. + +**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van het spoorvoertuig waarvoor een vergunning voor indienststelling respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling van het type is verleend, met dat type. ### Artikel 37b @@ -638,13 +722,13 @@ b. een vergunning dan wel nieuwe vergunning voor indienststelling, indien Onze M **3.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, een vergunning voor indienststelling respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling indien de omvang van de voorgenomen verbetering of vernieuwing, de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van een betrokken subsysteem of de gevolgen voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maakt of maken. -**4.** Artikel 36, derde, vierde en tiende lid, en het krachtens tiende lid van dat artikel bepaalde zijn van toepassing, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing. +**4.** De artikelen 36, derde, vierde en tiende lid, 36b, derde lid, en het krachtens het tiende lid van artikel 36 bepaalde zijn van toepassing, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing. **5.** Onze Minister kan op aanvraag, op andere gronden dan genoemd in artikel 9, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG en met inachtneming van artikel 20 van die richtlijn, een of meer voor het betrokken subsysteem vastgestelde technische specificaties inzake interoperabiliteit buiten toepassing laten. -**6.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, indien het spoorvoertuig niet volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, een aanvullende vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, indien de gevolgen van de de verbetering of vernieuwing voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maken. +**6.** Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, indien het spoorvoertuig niet volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, een aanvullende vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, indien de gevolgen van de verbetering of vernieuwing voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maken. -**7.** Artikel 36, vijfde lid, is van toepassing, met dien verstande dat het slechts toepassing vindt op de verbetering of vernieuwing. +**7.** De artikelen 36, vijfde lid, 36a, eerste lid, en 36b, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing, met dien verstande dat het slechts toepassing vindt op de verbetering of vernieuwing. **8.** @@ -653,37 +737,43 @@ Het is verboden van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een verbete a. zonder voorafgaande indiening van een informatiedossier als bedoeld in het tweede lid, en b. een aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, indien Onze Minister die krachtens het zesde lid heeft geëist. -**9.** Het voldoen van de verbetering of vernieuwing bij een spoorvoertuig aan artikel 36, derde lid, onderdelen a tot en met c en e, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. +**9.** Het voldoen van de verbetering of vernieuwing bij een spoorvoertuig aan de artikelen 36, derde lid, onderdelen a tot en met c en e, en 36b, derde lid, blijkt uit een geldige verklaring van een aangemelde instantie of van een keuringsinstantie. + +**10.** Onze Minister neemt het besluit, bedoeld in het derde en zesde lid, uiterlijk vier maanden na de indiening van het volledige informatiedossier als bedoeld in het tweede lid. + +**11.** In afwijking van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag, bedoeld in het vijfde lid, in ieder geval binnen vier maanden nadat alle in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde informatie is verschaft. ### Artikel 38 -**1.** Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG. +**1.** Een EG-keuringsverklaring als de artikelen 36, zesde lid, en 36b, derde lid, voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG. -**2.** De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG. +**2.** De afgifte van een EG-keuringsverklaring als de artikelen 36, zesde lid, en 36b, derde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG. -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte, vorm en inhoud van EG-keuringsverklaringen als bedoeld in artikel 36, zesde lid, en over het informatiedossier, bedoeld in artikel 37b, tweede lid. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte, vorm en inhoud van EG-keuringsverklaringen als de artikelen 36, zesde lid, en 36b, derde lid, en over het informatiedossier, bedoeld in artikel 37b, tweede lid. **4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verlening en de aanvraag van: -a. de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde lid, en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, derde lid; -b. de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, vijfde lid, en van aanvullende vergunning voor indienstststelling of van de nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid. +a. de vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, derde lid, en 36b, derde lid, en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, derde lid; +b. de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, vijfde lid, en 36b, vierde lid, en van aanvullende vergunning voor indienstststelling of van de nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid. **5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registreren of bewaren van gegevens over: -a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 36, zesde lid; -b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 36, zevende lid, of van de verklaring, bedoeld in artikel 37b, negende lid; -c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde lid, of van de vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld artikel 37b, derde lid, en -d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, vijfde lid, of van de aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid. +a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, de artikelen 36, zesde lid, en 36b, derde lid; +b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in de artikelen 36, zevende lid, en artikel 36b, derde lid, of van de verklaring, bedoeld in artikel 37b, negende lid; +c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, derde lid, en 36b, derde lid, of van de vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld artikel 37b, derde lid, en +d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, vijfde lid, en 36b, vierde lid, of van de aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid. ### Artikel 39 **1.** Het is verboden een interoperabiliteitsonderdeel voor het gebruik binnen het hoofdspoorwegsysteem in de handel te brengen, indien ten aanzien daarvan niet een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, is afgegeven. -**2.** Degene die de interoperabiliteitsonderdelen gebruikt zorgt dat deze binnen hun toepassingsgebied worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming, en dat zij naar behoren worden geïnstalleerd en onderhouden. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op reserveonderdelen voor subsystemen die reeds in dienst zijn gesteld op het moment dat de specificaties voor die interoperabiliteitsonderdelen van kracht worden. + +**3.** Degene die de interoperabiliteitsonderdelen gebruikt zorgt dat deze binnen hun toepassingsgebied worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming, en dat zij naar behoren worden geïnstalleerd en onderhouden. ### Artikel 40 @@ -711,7 +801,7 @@ b. het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van interoperabiliteit ### Artikel 42 -**1.** Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, af te geven indien niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie is voldaan aan artikel 36, derde lid, onderdelen a en b. +**1.** Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, respectievelijk artikel 36b, derde lid, af te geven indien niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie is voldaan aan artikel 36, derde lid, onderdelen a en b, respectievelijk artikel 36b, derde lid. **2.** Het is verboden een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, voor een interoperabiliteitsonderdeel af te geven, indien niet voldaan is aan artikel 40, eerste lid. @@ -721,9 +811,13 @@ b. het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van interoperabiliteit **2.** Indien de fabrikant of zijn in Nederland gevestigde gemachtigde niet voldoet aan het eerste lid neemt Onze Minister met toepassing van artikel 14 van richtlijn 2008/57/EG maatregelen, om het in de handel brengen van het betrokken interoperabiliteitsonderdeel te beperken of te verbieden dan wel het uit de handel te doen nemen. +**3.** Onze Minister besluit binnen vier maanden, nadat hij heeft vastgesteld dat de fabrikant of zijn in Nederland gevestigde gemachtigde niet voldoet aan de vordering, bedoeld in het eerste lid, over de maatregelen bedoeld in het tweede lid. + ### Artikel 44 -Indien Onze Minister vaststelt dat een interoperabiliteitsonderdeel, ondanks het feit dat ten aanzien daarvan een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG is afgegeven en ondanks het feit dat het onderdeel overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt, de veiligheid van het verkeer op de hoofdspoorwegen of interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 2008/57/EG in gevaar brengt, neemt hij met toepassing van artikel 14 van die richtlijn maatregelen om het toepassingsgebied van dit onderdeel te beperken, het gebruik ervan te verbieden of het uit de handel te doen nemen. +**1.** Indien Onze Minister vaststelt dat een interoperabiliteitsonderdeel, ondanks het feit dat ten aanzien daarvan een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG is afgegeven en ondanks het feit dat het onderdeel overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt, de veiligheid van het verkeer op de hoofdspoorwegen of interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 2008/57/EG in gevaar brengt, neemt hij met toepassing van artikel 14 van die richtlijn maatregelen om het toepassingsgebied van dit onderdeel te beperken, het gebruik ervan te verbieden of het uit de handel te doen nemen. + +**2.** Onze Minister besluit binnen vier maanden, nadat hij heeft vastgesteld dat een interoperabiliteitsonderdeel de veiligheid van het verkeer op de hoofdspoorwegen of interoperabiliteit in gevaar brengt, als bedoeld in het eerste lid, over de maatregelen bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 45 @@ -751,11 +845,13 @@ Vervallen ### Artikel 47 -**1.** De spoorwegonderneming of de houder van het spoorvoertuig dragen er zorg voor dat een door hen gebruikt spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, overeenkomstig de geldende specificaties inzake interoperabiliteit wordt geëxploiteerd. +**1.** De spoorwegonderneming of de houder van het spoorvoertuig draagt er zorg voor dat een door hen gebruikt spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid, is ingeschreven, altijd overeenkomstig de op het moment van indienststelling, vernieuwing of verbetering van het spoorvoertuig geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit wordt geëxploiteerd. -**2.** Onze Minister kan het gebruik met een spoorvoertuig van hoofdspoorweginfrastructuur verbieden indien ter zake van het spoorvoertuig niet voldaan is aan het eerste lid. +**2.** De beheerder draagt er zorg voor dat de hoofdspoorweginfrastructuur, waarvoor hem de concessie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, is verleend, altijd overeenkomstig de op het moment van indienststelling, vernieuwing of verbetering van de hoofdspoorweginfrastructuur geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit wordt beheerd. -**3.** Het is verboden om met een spoorvoertuig dat niet overeenkomstig de essentiële eisen van richtlijn 2008/57/EG is geëxploiteerd en onderhouden, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken. +**3.** Onze Minister kan het gebruik met een spoorvoertuig van hoofdspoorweginfrastructuur verbieden, indien ter zake van het spoorvoertuig niet voldaan is aan het eerste lid. + +**4.** Het is verboden om met een spoorvoertuig dat niet overeenkomstig de essentiële eisen van richtlijn 2008/57/EG is geëxploiteerd en onderhouden, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken. ### Artikel 48 @@ -1272,6 +1368,14 @@ c. onterechte weigering van toegang tot een dienstvoorziening in geval van een c **6.** De Autoriteit Consument en Markt stelt met inachtneming van artikel 56, achtste en negende lid, van richtlijn 2012/34/EU de termijnen vast waarbinnen zij een besluit als bedoeld in het tweede lid neemt, alsmede de termijnen voor het verstrekken van de voor het onderzoek benodigde gegevens en bescheiden. Artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op alle partijen waarbij de Autoriteit Consument en Markt in het kader van de besluitvorming informatie opvraagt. +### Artikel 71a + +**1.** Bij de werving, selectie en benoeming van de leden van de Autoriteit Consument en Markt draagt Onze Minister van Economische Zaken er zorg voor dat onder de leden passende beroepsbekwaamheid en relevante ervaring bij voorkeur op het gebied van spoorwegen of andere netwerkindustrieën zijn vertegenwoordigd. + +**2.** Een lid van de Autoriteit Consument en Markt neemt geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming over aangelegenheden die een onderneming uit de spoorwegsector betreffen waarmee hij gedurende het jaar voorafgaand aan de start van een procedure een directe of indirecte band onderhield. + +**3.** Een lid van de Autoriteit Consument en Markt bekleedt gedurende een periode van ten minste een jaar na de datum waarop zijn benoeming bij die autoriteit is beëindigd, geen beroepsfunctie of beroepsverantwoordelijkheid bij een onderneming of instantie uit de spoorwegsector. + ### Artikel 72 **1.** In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en onverminderd artikel 7, derde lid, van die wet, verstrekt de Autoriteit Consument en Markt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 57 van richtlijn 2012/34/EU, alsmede de door de Europese Commissie gevraagde informatie ten behoeve van de door die Commissie vast te stellen gedelegeerde handelingen of uitvoeringsmaatregelen, bedoeld in richtlijn 2012/34/EU. @@ -1317,7 +1421,7 @@ b. een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 77 -**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 19, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 37b, eerste en achtste lid, 51, vierde lid, 53, 65, tweede lid, 74a, 96, tweede lid, en 96a, alsmede ter zake van overtreding van de krachtens hoofdstuk 2 en de artikelen 64, tweede lid, 65, eerste lid, en hoofdstuk 6, paragraaf 9 vastgestelde voorschriften, voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als beboetbaar feit is aangemerkt. +**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 19, 36, eerste lid, 36b, eerste lid, 37, eerste lid, 37b, eerste en achtste lid, 51, vierde lid, 53, 65, tweede lid, 74a, 96, tweede lid, en 96a, alsmede ter zake van overtreding van de krachtens hoofdstuk 2 en de artikelen 64, tweede lid, 65, eerste lid, en hoofdstuk 6, paragraaf 9 vastgestelde voorschriften, voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als beboetbaar feit is aangemerkt. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. @@ -1455,7 +1559,7 @@ Een wijziging of aanvulling van richtlijn 2012/34/EU, richtlijn 2004/49/EG, rich Onze Minister erkent op aanvraag: a. aangemelde instanties; -b. de instanties, belast met de toetsing, bedoeld in artikel 8, zesde lid, artikel 9, zevende lid, artikel 36, zevende lid, en artikel 37b, negende lid. +b. de instanties, belast met de toetsing, bedoeld in artikel 8, zesde lid, artikel 9, zevende lid, artikel 36, zevende lid, artikel 36b, achtste lid, en artikel 37b, negende lid. **2.** De instanties, de directeur en het personeel daarvan voldoen ten minste aan de toepasselijke eisen, neergelegd in bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG, en aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. @@ -1645,6 +1749,12 @@ Artikel 39, eerste lid, is niet van toepassing op spoorvoertuigen en uitrusting Erkenningen op grond van artikel 32d, zevende lid, van de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67) berusten met ingang van de dag waarop artikel 93 in werking treedt op artikel 93, eerste lid. +### Artikel 123a + +**1.** Op vergunningen en aanvullende vergunningen voor indienststelling die ingevolge artikel 36 van de Spoorwegwet zijn verleend, zoals dat artikel luidde tot de inwerkingtreding van het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2016 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Spoorwegwet ter nadere implementatie van drie spoorwegrichtlijnen, en gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2016 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Spoorwegwet ter nadere implementatie van drie spoorwegrichtlijnen, zijn de artikelen 36 en 36b van genoemde wet, zoals die luidt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2016 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Spoorwegwet ter nadere implementatie van drie spoorwegrichtlijnen, van toepassing. + +**2.** Op aanvragen voor vergunningen en aanvullende vergunningen voor indienststelling die ingevolge artikel 36 van de Spoorwegwet, zoals dat artikel luidde tot de inwerkingtreding van het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2016 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Spoorwegwet ter nadere implementatie van drie spoorwegrichtlijnen, door Onze Minister in behandeling zijn genomen, zijn de artikelen 36 en 36b van genoemde wet, zoals die luidt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2016 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Spoorwegwet ter nadere implementatie van drie spoorwegrichtlijnen, van toepassing. + ### Artikel 124 **1.** In afwijking van artikel 2, tweede en derde lid, kunnen spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien deze spoorwegen rechtstreeks of middellijk in overwegende mate zijn aangelegd op kosten van het Rijk en naar het oordeel van Onze Minister voldoende is komen vast te staan dat gedurende de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel 2, tweede lid deze spoorwegen door Railinfrabeheer b.v., gevestigd te Utrecht, werden onderhouden.