From 6e5a77524187b60018262ea2cee82ffd17668a5b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-01-01 | BWBR0013131 | Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak --- .../BWBR0013131/README.md | 82 +++++++++---------- 1 file changed, 37 insertions(+), 45 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md index bde53278c1d..3f5f5bacdcb 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak bwb_id: BWBR0013131 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2012-11-27' +datum_inwerkingtreding: '2002-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013131 citeertitel: Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak --- @@ -12,85 +12,77 @@ citeertitel: Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechts ### Artikel 1 -**1.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter onderscheidenlijk rechterlijk lid, anders dan voorzitter, van de Raad voor de rechtspraak is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 2 onderscheidenlijk categorie 3 zijn ingedeeld. +**1.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter onderscheidenlijk lid, anders dan voorzitter, van de Raad voor de rechtspraak is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 2 onderscheidenlijk categorie 3 zijn ingedeeld. -**2.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, voorzitter van het bestuur van de Centrale Raad van Beroep en voorzitter van het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. +**2.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, voorzitter van het bestuur van de Centrale Raad van Beroep en voorzitter van het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. -**3.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. +**3.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank te Amsterdam, 's-Gravenhage of Rotterdam onderscheidenlijk voorzitter van het bestuur van een andere rechtbank is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 onderscheidenlijk categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. -**4.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het derde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. +**4.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van sectorvoorzitter van een gerechtshof, lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van de Centrale Raad van Beroep, en lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan het maximum bruto maandsalaris behorende bij het ambt dat in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 5 is ingedeeld. -**5.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een gerechtshof, de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 5 zijn ingedeeld. +**5.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van sectorvoorzitter van een rechtbank is gelijk aan het maximum bruto maandsalaris behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 7 zijn ingedeeld. -**6.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het vijfde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 6 zijn ingedeeld. +**6.** Voor de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechtshoven te Amsterdam en 's-Gravenhage, de directeuren bedrijfsvoering bij de rechtbanken te Amsterdam, Arnhem, Breda, 's-Gravenhage, Groningen, Haarlem, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden, Maastricht, Rotterdam, Utrecht, Zutphen en Zwolle, en de directeur bedrijfsvoering bij de Centrale Raad van Beroep geldt salarisschaal 15 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. -**7.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, wordt het salaris behorende bij een in het eerste tot en met zesde lid bedoelde functie vermenigvuldigd met de voor hem als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast of lid met rechtspraak belast geldende arbeidsduurfactor. +**7.** Voor de directeuren bedrijfsvoering bij de andere gerechtshoven, de andere rechtbanken en het College van Beroep voor het bedrijfsleven geldt salarisschaal 14 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. + +**8.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die onderscheidenlijk het lid met rechtspraak belast dat is aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke taak, bedraagt het salaris behorende bij een in het eerste tot en met vijfde lid genoemde functie, een met zijn taak overeenkomend deel van het voor die functie ingevolge het eerste tot en met vijfde lid geldende salaris. + +**9.** Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 is, met uitzondering van de artikelen 1, tweede en derde lid, 5, tweede, derde en vijfde lid, onderdeel b, 5a, 7, achtste lid, 8, vierde lid, en 24, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing op de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten. ### Artikel 2 -**1.** Voor de toepasselijkheid van het krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde, uitgezonderd artikel 5 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren onderscheidenlijk de artikelen 5, 6 en 8e van datzelfde besluit, wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd tot voorzitter of ander rechterlijk lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk voorzitter of ander rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak gedurende zijn benoemingsduur als rechterlijk lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk de Raad voor de rechtspraak onder «salaris» respectievelijk «bezoldiging» verstaan: het salaris dat hij overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 16, eerste lid, eerste volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie onderscheidenlijk artikel 86, eerste lid, eerste volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie ontvangt, respectievelijk het salaris in laatstvermelde zin, vermeerderd met de toelagen die bij of krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn aangewezen als tot de bezoldiging behorende toelagen waarop hij aanspraak heeft. Ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd tot voorzitter of ander rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak wordt in artikel 1, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren in plaats van «op grond van artikel 6, 8d of 8e» gelezen: op grond van artikel 8d. - -**2.** Voor de toepasselijkheid van het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde, uitgezonderd de artikelen 7, 13, 14, 15 en 17, eerste en zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de artikelen 5, 6 en 8e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die na het verstrijken van een benoeming als voorzitter of ander rechterlijk lid van een gerechtsbestuur een toelage als bedoeld in artikel 16, eerste lid, derde volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie ontvangt, onder «salaris» en «bezoldiging» mede die toelage verstaan, met dien verstande dat in artikel 1, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren in plaats van «op grond van artikel 6, 8d of 8e» wordt gelezen: op grond van artikel 8d. +Voor de toepasselijkheid van het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde, uitgezonderd de artikelen 7, 8, 13 tot en met 15 en 17, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, 38a van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en 7 en 8 van het Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur, wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur of van de Raad voor de rechtspraak, onder« salaris» en «bezoldiging» mede verstaan de toelage die in verband met het verrichten van de werkzaamheden als lid van het gerechtsbestuur of van de Raad voor de rechtspraak wordt genoten, met dien verstande dat in artikel 38e, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren in plaats van «krachtens artikel 8 van de wet» wordt gelezen: krachtens artikel 8 van de wet en artikel 1, achtste lid, van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak. ### Artikel 3 -**1.** Voor de toepasselijkheid van hoofdstuk 3 en de artikelen 6e, tweede lid, 33c en 33h van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, onder «rechterlijk ambtenaar» verstaan: rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak. +**1.** Voor de toepasselijkheid van hoofdstuk 3 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de artikelen 27 en 33, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren respectievelijk artikel 38g, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, onder «rechterlijk ambtenaar» respectievelijk «betrokkene» verstaan: rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak. -**2.** Voor de toepasselijkheid van artikel 6 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur, onder «rechterlijk ambtenaar» tevens verstaan: rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur. - -**3.** Voor de toepasselijkheid van hoofdstuk 3 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de gewezen rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die op de dag voorafgaand aan zijn ontslag als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast tevens als lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak was benoemd, onder «gewezen rechterlijk ambtenaar» verstaan: gewezen rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak. +**2.** Voor de toepasselijkheid van hoofdstuk 3 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de gewezen rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die op de dag voorafgaand aan zijn ontslag als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast tevens als lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak was benoemd, onder «gewezen rechterlijk ambtenaar» verstaan: gewezen rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak. ### Artikel 4 -Het bestuur van een gerecht, uitgezonderd het niet-rechterlijk lid, stelt de Raad voor de rechtspraak in de gelegenheid om advies uit te brengen inzake een ten aanzien van het niet-rechterlijk lid voorgenomen toekenning van een schadeloosstelling, kostenvergoeding of geldelijke tegemoetkoming, in het geval de schadeloosstelling, kostenvergoeding of geldelijke tegemoetkoming op jaarbasis meer dan € 5.000 bedraagt. Indien de Raad voor de rechtspraak advies heeft uitgebracht, zendt het bestuur van het gerecht, uitgezonderd het niet-rechterlijk lid, een afschrift van de vervolgens gedane toekenning aan de Raad voor de rechtspraak. +**1.** Ten aanzien van de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de bevoegdheden in de op de Ambtenarenwet berustende bepalingen, met uitzondering van de aan Ons, Onze Minister-President, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën toegekende bevoegdheden, alsmede met uitzondering van de bevoegdheden tot aanstelling, disciplinaire bestraffing, schorsing en ontslag, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak. + +**2.** Ten aanzien van de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten worden de bevoegdheden in de op de Ambtenarenwet berustende bepalingen, met uitzondering van de aan Ons, Onze Minister-President, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën toegekende bevoegdheden, alsmede met uitzondering van de bevoegdheden tot aanstelling, disciplinaire bestraffing, schorsing en ontslag, uitgeoefend door het bestuur van het gerecht, uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering, met dien verstande dat de bevoegdheid in artikel 69, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt uitgeoefend met inachtneming van het derde lid. + +**3.** Het bestuur van een gerecht, uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering, stelt de Raad voor de rechtspraak in de gelegenheid om advies uit te brengen inzake een ten aanzien van de directeur bedrijfsvoering voorgenomen besluit tot schadeloosstelling, kostenvergoeding of verlening van een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, in het geval de schadeloosstelling, kostenvergoeding of geldelijke tegemoetkoming op jaarbasis meer dan € 5000 bedraagt. Indien de Raad voor de rechtspraak advies heeft uitgebracht, zendt het bestuur van het gerecht, uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering, een afschrift van het vervolgens genomen besluit aan de Raad voor de rechtspraak. + +**4.** In afwijking van het tweede lid worden de in de op de Ambtenarenwet berustende bepalingen aan Onze Minister toegekende bevoegdheden tot het stellen van regels, de daarin aan Onze Minister toegekende bevoegdheden tot het verlenen van mandaat van een bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk technisch karakter, de daarin aan Onze Minister toegekende bevoegdheden tot het doen van een voordracht voor een regeling, alsmede de in de artikelen 113 tot en met 117 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement aan Onze Minister toegekende bevoegdheden, ten aanzien van de directeuren bedrijfsvoering uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak. + +**5.** Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van de bevoegdheden in de ingevolge artikel 1, negende lid, overeenkomstig toepasselijke bepalingen van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. + +**6.** Artikel 98, eerste lid, onderdeel g, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is niet van toepassing op de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten. ### Artikel 5 -Ten aanzien van de rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de in het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan het gerechtsbestuur toegekende bevoegdheden, met uitzondering van die in de artikelen 2i, 3, 3b, 6, 6a, 6b, 6f, 7, 8b, 8d, 8e, 33i, 37b en 38 alsmede hoofdstuk 4A van dat besluit, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak uitgezonderd het betrokken rechterlijk lid. +Ten aanzien van de rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de in het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan de functionele autoriteit toegekende bevoegdheden, met uitzondering van die in de artikelen 9c, tweede lid, 38, vierde lid, en 38d van dat besluit, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak. ### Artikel 6 -Vervallen +De directeur bedrijfsvoering die of het niet-rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak dat niet op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement in vaste dienst is aangesteld en ten gevolge van een ontslag, anders dan op grond van artikel 81, eerste lid, onder l, 94a, eerste lid, of 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, onderscheidenlijk ten gevolge van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, wordt aangemerkt als betrokkene in de zin van artikel 1, onderdeel b, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. ### Artikel 7 -Het bestuur van een gerecht onderscheidenlijk de Raad voor de rechtspraak besteedt een keer per jaar aandacht aan het functioneren van het gerechtsbestuur onderscheidenlijk de Raad voor de rechtspraak alsmede aan het functioneren van de afzonderlijke leden daarvan. +**1.** Het bestuur van een gerecht onderscheidenlijk de Raad voor de rechtspraak besteedt een keer per jaar aandacht aan het functioneren van het gerechtsbestuur onderscheidenlijk de Raad voor de rechtspraak alsmede aan het functioneren van de afzonderlijke leden daarvan. + +**2.** De artikelen 71 en 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn niet van toepassing op de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten en de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak. ### Artikel 8 -**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast belast is met de vervanging van de voorzitter van het gerechtsbestuur of het andere rechterlijk lid van het gerechtsbestuur wordt, wanneer de vervanging ten minste dertig dagen heeft geduurd, voor de duur van de vervanging door het bestuur van het betrokken gerecht een toelage toegekend. +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast onderscheidenlijk de gerechtsambtenaar die belast is met de vervanging van de voorzitter van het gerechtsbestuur of een ander rechterlijk lid van het gerechtsbestuur onderscheidenlijk van een directeur bedrijfsvoering, wordt, wanneer de vervanging ten minste dertig dagen heeft geduurd, voor de duur van de vervanging een toelage toegekend. -**2.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat hij geniet en het salaris dat hij zou genieten indien hij met ingang van de dag waarop de vervanging is ingegaan tevens als voorzitter of ander rechterlijk lid van het gerechtsbestuur zou zijn benoemd. +**2.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat hij geniet en het salaris dat hij, met inbegrip van de toelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, zou genieten indien hij met ingang van de dag waarop de vervanging is ingegaan tevens als voorzitter of ander rechterlijk lid van het gerechtsbestuur zou zijn benoemd. Voor de gerechtsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat hij geniet en het salaris dat hij zou genieten indien hij met ingang van de dag waarop de vervanging is ingegaan als directeur bedrijfsvoering zou zijn benoemd. ### Artikel 9 -**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht onderscheidenlijk ander rechterlijk lid van het bestuur van een gerecht wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 7 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding van € 4702,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 4.907, € 2711,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 2.829 onderscheidenlijk € 1807,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 1.887 per jaar toegekend. +**1.** -**2.** Toekenning van een onkostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid geschiedt door de Raad voor de rechtspraak, uitgezonderd het betrokken lid, onderscheidenlijk, indien het een lid van een gerechtsbestuur betreft, het gerechtsbestuur, uitgezonderd het betrokken lid. +Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht, sectorvoorzitter bij een gerechtshof, lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderscheidenlijk sectorvoorzitter bij een rechtbank wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 1 van het Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding toegekend van € 3906,59, € 2252,11, € 1500,65, -### Artikel 9a +€ 1500,65 onderscheidenlijk € 1377,22 per jaar. -**1.** De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft, wanneer hij voor meer dan 50% van een volledige arbeidsduur ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, maar niet volledig arbeidsongeschikt is, in afwijking van artikel 9, eerste lid, na ommekomst van het kalenderjaar waarin de ongeschiktheid is aangevangen en het kalenderjaar daaropvolgend, aanspraak op een onkostenvergoeding die een met zijn arbeidsduur overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die hij zou hebben ontvangen indien hij in het geheel niet ongeschikt tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zou zijn. - -**2.** In afwijking van artikel 9, eerste lid, heeft de persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, in geval van volledige arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, na ommekomst van het kalenderjaar volgend op dat waarin de arbeidsongeschiktheid is aangevangen, geen aanspraak op een onkostenvergoeding. - -### Artikel 9aa - -**1.** De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft, wanneer aan hem voor zijn volledige arbeidsduur buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van artikel 9, eerste lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof geen aanspraak op een onkostenvergoeding. - -**2.** De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft, wanneer aan hem voor 50% of meer van de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van artikel 9, eerste lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof, aanspraak op de onkostenvergoeding naar rato van het aantal uren dat hij geen buitengewoon verlof geniet. - -### Artikel 9b - -Bij regeling van Onze Minister kunnen de in de artikelen 9 tot en met 9aa genoemde vergoedingen worden aangepast door middel van toepassing van het geldende prijsindexcijfer, waarbij de bedragen worden afgerond naar de eerstvolgende euro. - -### Artikel 9ba - -Voor de toepasselijkheid van artikel 16, eerste lid, vierde volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie wordt onder de salarishoogte behorende bij de functie van voorzitter of ander rechterlijk lid van een gerechtsbestuur verstaan: de salarishoogte behorende bij de functie van voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van het gerecht die de betrokkene vervulde op de dag voorafgaand aan de datum waarop hij zijn werkzaamheden als voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van een gerecht beëindigt. - -### Artikel 9c - -Vervallen +**2.** Aan de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak wordt een representatiekostenvergoeding toe-gekend van € 3849,26 per jaar. Het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel is op deze leden niet van toepassing. ### Artikel 10