From 6e760f165aa89170d7c7f4981ee91125f8bd6fdc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 3 Mar 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-03-03 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 52 +++++++++---------- 1 file changed, 26 insertions(+), 26 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index e332514b3d5..92a43a9049b 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -2190,18 +2190,17 @@ Minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar worden niet tot een redelijke #### 2.1. De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd -De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ingediend in een AC. De Minister heeft op grond van artikel 3.108, tweede lid, Vb in artikel 3.42, eerste lid, VV de AC’s in Ter Apel en Zevenaar aangewezen als plaatsen waar een asielaanvraag kan worden ingediend. +De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ingediend in een AC. De Minister heeft op grond van artikel 3.108, tweede lid, Vb in artikel 3.42, eerste lid, VV de AC’s in Ter Apel en Zevenaar aangewezen als plaatsen waar een asielaanvraag kan worden ingediend. -Dat niet aan deze hoofdregels wordt voldaan, wordt niet tegengeworpen aan de vreemdeling: +Alvorens de asielaanvraag in één van deze AC’s kan worden ingediend, dient de vreemdeling zich aan te melden in AC Ter Apel. -– die vóór 1 april 2001 een aanvraag tot toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Vw (oud) heeft ingediend; en -– die in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. +Op grond van artikel 3.42, tweede lid, VV wordt de asielaanvraag ingediend in AC Schiphol als de vreemdeling zich aan een Nederlandse buitengrens (zee- of luchthaven) heeft gemeld en aan hem de toegang is geweigerd. -Als '14-1-brief' wordt in dit verband aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan alle volgende drie kenmerken: +Op grond van artikel 3.42, derde lid, VV wordt de eerste aanvraag eveneens ingediend in AC Schiphol als de vreemdeling stelt minderjarig te zijn en hij, naar het zich laat aanzien, niet begeleid wordt door een ouder of wettelijk vertegenwoordiger. -– het verzoek is ingediend rechtstreeks bij de Minister (dan wel de IND); -– het verzoek is niet ingediend met het in het VV voorgeschreven formulier; en -– het verzoek moet worden aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 Vw. +Vreemdelingen die een tweede of volgende aanvraag willen indienen, dienen vooraf telefonisch een afspraak te maken (zie C10/2.2.5). + +De asielaanvraag van vreemdelingen aan wie de vrijheid rechtens is ontnomen wordt op grond van artikel 3.108, derde lid, Vb ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd (zie C11/2.1). #### 2.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd @@ -3691,11 +3690,7 @@ Ingevolge artikel 2, vijfde lid, Rva ontstaat geen recht op opvang indien een as ##### 2.1.4. 14-1-brieven -In artikel 2, zesde lid, Rva is geregeld dat er geen recht op opvang ontstaat indien een asielaanvraag is ingediend door middel van een 14-1-brief (zie C9/2.1); tevens staat een aanvraag die is ingediend door middel van een 14-1-brief, waarop nog niet is beslist, niet in de weg aan de beëindiging van de voorzieningen. - -Van deze categorie aanvragen is, gezien de wijze waarop zij worden behandeld (geen toets in de AC-procedure), niet duidelijk of er voldoende aanknopingspunten zijn om te veronderstellen dat een verblijfsvergunning asiel zal worden verleend. Indien een vreemdeling ervoor kiest om de middels een 14-1-brief ingediende aanvraag in te trekken en een asielaanvraag in het AC in te dienen wordt opvang verleend, tenzij de aanvraag in het AC wordt afgewezen. - -De definitie van een 14-1-brief in dit kader is opgenomen in artikel 1, onder j, Rva. +2010311402-03-201019-02-2010WBV2010/22010311402-03-201019-02-2010WBV2010/203-03-2010 #### 2.2. Recht op opvangvoorzieningen @@ -3722,23 +3717,22 @@ g. de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in afwachting van een beslissing h. de vreemdeling op wie een vertrekmoratorium van toepassing is (zie C22/6); i. de vreemdeling op wie Richtlijn 2001/55 van toepassing is (zie C22/7); j. de vreemdeling aan wie binnen de AC-procedure een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verstrekt; -k. de uitgenodigde vluchteling, ook indien reeds binnen de AC-procedure een verblijfsvergunning is verleend (zie C10/3.3). +k. de uitgenodigde vluchteling, ook indien reeds binnen de AC-procedure een verblijfsvergunning is verleend (zie C10/3.3); +l. de vreemdeling wiens asielaanvraag is afgewezen en die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw op grond van een door de President van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens getroffen voorlopige maatregel ‘interim measure’ (Rule 39) waarin is bepaald dat de vreemdeling vooralsnog niet mag worden uitgezet; +m. de uitgeprocedeerde asielzoeker aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vw onder de beperking ‘het ondergaan van medische behandeling’ of ‘vanwege medische noodsituatie’ is verleend op basis van voorafgaand aan de aanvraag overgelegde complete en actuele medische gegevens; +n. de uitgeprocedeerde asielzoeker met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw, die voorafgaand aan de aanvraag op medische gronden zijn complete en actuele medische gegevens heeft overgelegd. Tot de in artikel 3, derde lid, Rva gelijkgestelde categorieën asielzoekers behoort niet de vreemdeling die, nadat hij de nationale rechtsmiddelen heeft uitgeput, een klacht indient bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en ten aanzien van wie de President van het Hof een verzoek aan Nederland richt om de uitzetting uit Nederland op te schorten (*Rule 39*, zie C22/5.4). -In dit geval ontstaat, voor de duur van het beroep, een recht op opvang. Het recht op opvang ontstaat echter eerst nadat de voorzieningenrechter het verzoek heeft toegewezen. Het enkele verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening doet derhalve nog geen recht op opvang ontstaan. Immers, de rechtsgevolgen van de afwijzende beschikking blijven van kracht en op de vreemdeling blijft de rechtsplicht rusten Nederland te verlaten. Slechts de uitzetting van de betreffende vreemdeling wordt tijdelijk, dat wil zeggen voor de duur van de behandeling van het verzoekschrift, opgeschort. Eerst na de toewijzende uitspraak in voorlopige voorziening ontstaat, ingevolge artikel 8, onder h, Vw rechtmatig verblijf in Nederland. - -Deze bepaling wordt analoog toegepast indien in hoger beroep de Voorzitter van de ABRvS het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toewijst. - In onderdeel c is bepaald dat de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning is verleend en die opvangvoorzieningen van het COA geniet, recht op opvangvoorzieningen blijft behouden tot het moment waarop hij woonruimte in een gemeente kan betrekken. Alvorens vergunninghouders uitgeplaatst kunnen worden maken zij aanspraak op dezelfde opvangvoorzieningen als asielzoekers, mits zij daarvoor de instemming van het COA, als bedoeld in artikel 12 Rva hebben verkregen. Artikel 3, onder d, Rva heeft betrekking op gezinsleden die niet vallen onder artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw. Deze vreemdelingen hebben dus geen asielaanvraag, maar een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend. Voorwaarde voor het bieden van verstrekkingen aan deze vreemdelingen is dat de vergunninghouder, waarmee de gezinshereniging wordt beoogd, nog aanspraak maakt op opvangvoorzieningen. Maakt de vergunninghouder geen gebruik (meer) van de opvangvoorzieningen van het COA, dan doet de reguliere verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging geen aanspraak op opvangvoorzieningen ontstaan. Ingevolge onderdeel e ontstaat recht op opvang ten aanzien van de vreemdeling die buiten een opvangvoorziening van het COA in het bezit wordt gesteld van: -– een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; of -– een op grond van artikel 3.6 Vb ambtshalve toegekende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie B14); danwel -– een op basis van de inherente afwijkingsbevoegdheid door de Minister verleende verblijfsvergunning wegens schrijnendheid, nadat op de asielaanvraag onherroepelijk negatief is beslist. +• een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; of +• een op grond van artikel 3.6 Vb ambtshalve toegekende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie B14); danwel +• een op basis van de inherente afwijkingsbevoegdheid door de Minister verleende verblijfsvergunning wegens schrijnendheid, nadat op de asielaanvraag onherroepelijk negatief is beslist. In een dergelijke situatie ontstaat recht op opvang, in afwachting van het betrekken van woonruimte in een gemeente. Dit recht geldt ook ten aanzien van de vreemdeling die in het vertrekcentrum, of in vreemdelingenbewaring, waaronder begrepen verblijf in het uitzetcentrum, alsnog in het bezit wordt gesteld van een van de hierboven genoemde verblijfsvergunningen. Voorwaarde is wel dat de vreemdeling de verblijfsvergunning ontvangt op een asielaanvraag, of volgend op een onherroepelijk afgewezen asielaanvraag. Indien de vreemdeling louter een reguliere aanvraag heeft doorlopen, of na de afwijzing van zijn asielaanvraag een reguliere aanvraag heeft ingediend, brengt vergunningverlening op asielgerelateerde gronden geen recht op opvang mee. @@ -3746,11 +3740,7 @@ De vreemdeling die ten tijde van de vergunningverlening nog valt onder de Wet ge Het is staand beleid dat de verwijderbare vreemdeling, die niet in staat is om te reizen ex artikel 64 Vw (zie A4/7), aanspraak maakt op opvangvoorzieningen van het COA. Echter, het enkele beroep op artikel 64 Vw genereert geen aanspraak op opvangvoorzieningen (zie C23/2.3.3). -Indien de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in verband met zijn gezondheidstoestand aanspraak wenst te maken op (de voortzetting van) de voorzieningen ingevolge de Rva, dan dient hij zich eerst te wenden tot de IND met het verzoek om vast te stellen of er in zijn geval sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 64 Vw. Hiertoe kan door de vreemdeling gebruik worden gemaakt van het aanvraagformulier voor de Rva-verstrekkingen, model M54. Ook zonder dit formulier zal de aanvraag in behandeling worden genomen. - -De IND stelt, na advies te hebben ingewonnen van de medisch adviseur, vast of de vreemdeling medisch gezien kan reizen en zendt het volledig ingevulde aanvraagformulier naar het COA. Het COA verzorgt de verdere inschrijving en plaatsing van de vreemdeling conform de Rva. - -Het bovenstaande is ook van toepassing op vreemdelingen die weliswaar rechtmatig verblijf hebben omdat zij een verblijfsaanvraag hebben ingediend (artikel 8, onder f of h, Vw), en zodoende niet vallen onder de werking van artikel 64 Vw, maar die zich wel feitelijk in dezelfde situatie bevinden als bedoeld in artikel 64 Vw. +Het bovenstaande is ook van toepassing op vreemdelingen die weliswaar rechtmatig verblijf hebben omdat zij een verblijfsaanvraag hebben ingediend (artikel 8, aanhef en onder f of h, Vw), en zodoende niet vallen onder de werking van artikel 64 Vw, maar die zich wel feitelijk in dezelfde situatie bevinden als bedoeld in artikel 64 Vw. In geval er sprake is van feitelijk dezelfde situatie als bedoeld in artikel 64 Vw, kunnen deze vreemdelingen – voor wat betreft het verlenen van verstrekkingen – analoog aan artikel 64 Vw worden behandeld. In deze gevallen dient de vreemdeling zich allereerst te wenden tot de IND met het verzoek om vast te stellen dat er in zijn geval sprake is van de situatie analoog aan die als bedoeld in artikel 64 Vw. De hierboven beschreven procedure is verder overeenkomstig van toepassing. @@ -3762,6 +3752,14 @@ Ook hier geldt dat de aanspraak op opvangvoorzieningen eerst ontstaat nadat door Dit artikelonderdeel kan analoog toegepast worden op uitgenodigde vluchtelingen die niet op voordracht van de UNHCR naar Nederland komen, maar op voordracht van de Minister van BuZa. +De vreemdeling heeft rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, Vw gedurende de geldigheid van de door de president van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens getroffen voorlopige maatregel ‘interim measure’ (Rule 39). Het moet gaan om een getroffen interim measure waarin is bepaald dat de vreemdeling voor een gespecificeerde termijn of totdat op het klaagschrift is beslist niet mag worden uitgezet. + +Gedurende de geldigheid van die maatregel bestaat geen vertrekplicht en is uitzetting zowel naar internationaal als naar nationaal recht onrechtmatig. Vreemdelingen ten aanzien van wie in het kader van hun asielprocedure een dergelijke interim measure is getroffen kunnen opvang krijgen in een opvangvoorziening. + +Voor opvang komt in aanmerking de uitgeprocedeerde asielzoeker die een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘het ondergaan van medische behandeling’ of ‘vanwege medische noodsituatie’ is verleend op basis van complete en actuele relevante medische gegevens die voorafgaand aan de aanvraag zijn overgelegd. Deze vreemdeling heeft recht op opvang in afwachting van huisvesting in een gemeente. + +Uitgeprocedeerde asielzoekers die voorafgaand aan de aanvraag om verblijf voor bepaalde tijd op medische gronden complete en actuele medische gegevens hebben overgelegd en die rechtmatig verblijf hebben in de bezwaarfase of de beroepsfase kunnen (wederom) aanspraak maken op opvang. Het betreft de situatie dat sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw vanwege het feit dat een bezwaarschrift in de procedure om verblijf op medische gronden ingevolge artikel 73 Vw schorsende werking heeft. Voorts gaat het om de situatie dat sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw vanwege het feit dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening heeft toegewezen en heeft bepaald dat uitzetting achterwege dient te worden gelaten totdat op het bezwaarschrift of het beroepschrift is beslist. + ##### 2.2.3. Andere categorieën vreemdelingen Ingevolge het vierde lid van artikel 3 kan het COA ook aan andere categorieën vreemdelingen dan asielzoekers als bedoeld in artikel 3, tweede lid, Wet COA opvang aanbieden in een opvangvoorziening; hiertoe is een verzoek van de Minister benodigd. @@ -6431,6 +6429,8 @@ Nepal wordt niet beschouwd als veilig derde land. Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. +##### 6.5. Algehele veiligheidssituatie + #### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Ten aanzien van Amv’s uit Nepal kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.