diff --git a/amvb/burgerlijk-ambtenarenreglement-defensie/BWBR0006040/README.md b/amvb/burgerlijk-ambtenarenreglement-defensie/BWBR0006040/README.md index 95215b1fd05..6df56bb916a 100644 --- a/amvb/burgerlijk-ambtenarenreglement-defensie/BWBR0006040/README.md +++ b/amvb/burgerlijk-ambtenarenreglement-defensie/BWBR0006040/README.md @@ -258,9 +258,9 @@ De beloning van de ambtenaar die is aangesteld op grond van artikel 7, tweede li ### Artikel 21 -**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt wordt gedurende zijn ontheffing een non-activiteitswedde toegekend op de voet van de artikelen 4, eerste lid, onder *b*, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 5, eerste lid, onder *b*, en tweede lid van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement. +**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt wordt gedurende zijn ontheffing een non-activiteitswedde toegekend op de voet van de artikelen 4 en 5 van de Wet incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement. -**2.** Onder schadeloosstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder *b*, van genoemde wet, worden voor de toepassing van dit artikel verstaan alle inkomsten, aan de in het vorige lid bedoelde functie verbonden. +**2.** Onder schadeloosstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, van genoemde wet, worden voor de toepassing van dit artikel verstaan alle inkomsten, aan de in het vorige lid bedoelde functie verbonden. **3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van substituut-ombudsman met de in het eerste lid bedoelde functie gelijkgesteld. @@ -1100,7 +1100,7 @@ c. voor zover het betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganis **4.** -Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 142, derde en zesde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend: +Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 17, tweede lid, van het Besluit medezeggenschap defensie aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend: a. aan leden van hoofdbesturen van centrales van overheidspersoneel als bedoeld in het Besluit georganiseerd overleg sector defensie en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrales zijn aangesloten; b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die organisatie aangesloten centrales; @@ -1667,15 +1667,60 @@ De ambtenaar heeft recht op vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens dienst ### Artikel 90 -**1.** Aan de wijze van functievervulling van de ambtenaar wordt regelmatig aandacht besteed door middel van het houden van functioneringsgesprekken of het opmaken van beoordelingen, dan wel van beide. +**1.** Aan de wijze van functievervulling van de ambtenaar en aan zijn gedrag in relatie tot zijn functie wordt ten minste een keer per jaar aandacht besteed door middel van het houden van een functioneringsgesprek. -**2.** Een beoordeling moet in elk geval opgemaakt worden wanneer het bevoegd gezag dit wenselijk vindt of de ambtenaar dit aanvraagt. +**2.** Aan het functioneringsgesprek wordt deelgenomen door de ambtenaar en diens functionele chef. -**3.** Alvorens een beoordeling wordt vastgesteld wordt deze met de ambtenaar besproken en wordt hem de gelegenheid geboden daarover zijn mening kenbaar te maken. +**3.** Op verzoek van een van de deelnemers aan het functioneringsgesprek en met instemming van beide deelnemers kunnen een of meer andere personen aan het gesprek deelnemen. -**4.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent het opmaken en vaststellen van beoordelingen bedoeld in het eerste lid. +**4.** -**5.** Onze Minister stelt een leidraad vast inzake functioneringsgesprekken. +Het functioneringsgesprek is ten minste gericht op de navolgende onderdelen: + +a. het functioneren van de ambtenaar in de omgeving waarin hij zijn functie vervult, alsmede de functionele relatie tussen de ambtenaar en de functionele chef met betrekking tot de functie-uitoefening van de ambtenaar over de achterliggende periode. Hierbij komen in elk geval de volgende aspecten aan de orde: + +- de verhouding tussen de getoonde kennis en de vaardigheden, en de gestelde functie-eisen; +- de vorderingen en de gedragingen; +- de toetsing of en in hoeverre is voldaan aan eerder gemaakte afspraken; +b. afspraken en aandachtspunten met betrekking tot de toekomstige functievervulling; +c. de persoonlijke ontwikkeling in relatie tot de mogelijke loopbaanwensen van de ambtenaar en de algemene loopbaanpatronen; +d. indien de ambtenaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt: de relatie tussen leeftijd en belastbaarheid en functievervulling. + +**5.** + +a. De functionele chef legt een samenvatting van de inhoud van het gesprek alsmede de gemaakte afspraken en besproken aandachtspunten in het functioneringsgesprekformulier vast. Het formulier wordt voor een correcte weergave daarvan door de functionele chef en de ambtenaar ondertekend. De functionele chef verstrekt de ambtenaar een afschrift van het functioneringsgesprekformulier. + +b. De afspraken en aandachtspunten worden opgelegd in het personeelsdossier van de betrokkene. + +**6.** Onze Minister stelt beleidsregels ten aanzien van het houden van functioneringsgesprekken alsmede het functioneringsgesprekformulier, waarin ten minste de in het vierde lid genoemde onderdelen zijn opgenomen. + +### Artikel 90a + +**1.** Indien het bevoegd gezag of de ambtenaar dit wenselijk vindt, wordt een beoordeling opgemaakt. De ambtenaar dient daartoe een aanvraag in bij het bevoegd gezag. + +**2.** Onze Minister kan opdracht geven tot het opmaken van een beoordeling. + +**3.** De ambtenaar wordt beoordeeld omtrent de wijze waarop hij zijn functie heeft vervuld en omtrent zijn gedrag in relatie tot die functie, gedurende het beoordelingstijdvak. De beoordeling is gebaseerd op concrete handelingen, resultaten en gedragingen van de te beoordelen ambtenaar. + +**4.** Bij het opmaken van een beoordeling kan een toekomstverwachting worden opgemaakt. + +**5.** Het beoordelingstijdvak omvat een periode van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaren. Per kalenderjaar kan maximaal één beoordeling worden opgemaakt. + +**6.** De beoordeling wordt opgemaakt door een eerste en in beginsel een tweede beoordelaar. Als eerste beoordelaar treedt op de functionele chef van de ambtenaar. De tweede beoordelaar is het bevoegd gezag dan wel een door het bevoegd gezag aangewezen functionaris. In geval het bevoegd gezag is opgetreden als eerste beoordelaar, treedt in beginsel als tweede beoordelaar op de functionele chef van het bevoegd gezag. + +**7.** Gelet op de vereiste deskundigheid kan bij het uitbrengen van een beoordeling een personeelsbeoordelingsadviseur aan de beoordelaar worden toegevoegd. + +**8.** + +Na het opmaken van de beoordeling van de ambtenaar: + +a. wordt met de ambtenaar zijn beoordeling besproken; +b. krijgt de ambtenaar een afschrift van zijn beoordeling uitgereikt; +c. krijgt hij de gelegenheid zijn bedenkingen tegen de omtrent hem opgemaakte beoordeling binnen 2 weken schriftelijk bij de tweede beoordelaar kenbaar te maken, tenzij er geen tweede beoordelaar is; indien er geen tweede beoordelaar is, worden de bedenkingen kenbaar gemaakt bij de eerste beoordelaar. + +**9.** Nadat de beoordeling door de tweede beoordelaar is vastgesteld, wordt aan de ambtenaar een afschrift verstrekt. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing indien er sprake is van één beoordelaar. + +**10.** Onze Minister stelt beleidsregels ten aanzien van het opmaken en vaststellen van beoordelingen alsmede het beoordelingsformulier volgens welke de ambtenaar wordt beoordeeld. ### Artikel 91 @@ -2117,7 +2162,7 @@ Voor zoveel voor ambtenaren nadere regels ter uitwerking of aanvulling van de be ### Artikel 168a -Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 4, 5 en 7 kan mandaat worden verleend aan de directeur-generaal personeel van het Ministerie van Defensie. +Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 4, 5 en 7 kan mandaat worden verleend aan de directeur-generaal personeel en materieel van het Ministerie van Defensie. ### Artikel 169