2003-01-01 | BWBR0002320 | Algemene wet inzake rijksbelastingen
This commit is contained in:
parent
e631cdb762
commit
6ecc8ed4e3
1 changed files with 10 additions and 14 deletions
|
|
@ -43,7 +43,7 @@ b. met betrekking tot een lichaam van bestuurder, zijn daaronder begrepen de beh
|
|||
De belastingwet verstaat onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
|
||||
b. directeur, inspecteur of ontvanger: de directeur, de inspecteur of de ontvanger, die inzake rijksbelastingen bevoegd is;
|
||||
b. directeur, inspecteur of ontvanger: de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;
|
||||
c. open commanditaire vennootschap: de commanditaire vennootschap waarbij, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van commanditaire vennoten kan plaats hebben zonder toestemming van alle vennoten, beherende zowel als commanditaire;
|
||||
d. 1°. Rijk: Nederland;
|
||||
2°. Nederland: Nederland, met dien verstande dat voor de heffing van de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de vennootschapsbelasting en de assurantiebelasting Nederland tevens omvat het buiten de territoriale zee onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover het Koninkrijk der Nederlanden daar op grond van het internationale recht ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen soevereine rechten mag uitoefenen, alsmede de in, op of boven dat gebied aanwezige installaties en andere inrichtingen ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen van dat gebied;
|
||||
|
|
@ -67,9 +67,9 @@ b. een voorlopige conserverende aanslag niet wordt verrekend met een conserveren
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke directeur, inspecteur of ontvanger bevoegd is.
|
||||
**1.** De bevoegdheid van een directeur, inspecteur of ontvanger is niet bepaald naar een geografische indeling van Nederland.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de inrichting van de rijksbelastingdienst.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoofdlijnen van de inrichting van de rijksbelastingdienst alsmede omtrent de functionaris, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, onder wie een belastingplichtige ressorteert.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -182,7 +182,7 @@ De voorlopige aanslagen en de in de belastingwet aangewezen voorheffingen worden
|
|||
|
||||
Navordering kan mede plaatsvinden in alle gevallen waarin te weinig belasting is geheven, doordat:
|
||||
|
||||
a. een voorlopige aanslag, een voorheffing of een voorlopige teruggaaf ten onrechte of tot een onjuist bedrag is verrekend;
|
||||
a. een voorlopige aanslag, een voorheffing, een voorlopige teruggaaf of een voorlopige verliesverrekening ten onrechte of tot een onjuist bedrag is verrekend;
|
||||
b. zich een geval voordoet als bedoeld in artikel 2.17, vierde lid, aanhef en onder 1°, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Artikel 11, vierde lid, is te dezen van toepassing. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de navorderingstermijn met de duur van dit uitstel verlengd.
|
||||
|
|
@ -302,7 +302,7 @@ c. de afronding van de verschuldigde rechten bij invoer, compenserende rente en
|
|||
|
||||
### Artikel 22h
|
||||
|
||||
De berekening van de rechten bij invoer geschiedt in Nederlandse valuta.
|
||||
De berekening van de rechten bij invoer geschiedt in euro's.
|
||||
|
||||
### Artikel 22i
|
||||
|
||||
|
|
@ -383,8 +383,6 @@ In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een uit
|
|||
a. een uitnodiging tot betaling dan wel
|
||||
b. een beschikking die is genomen op grond van wettelijke bepalingen in de zin van de Douanewet.
|
||||
|
||||
**3.** Het beroep kan niet betreffen de toepassing van de wettelijke bepalingen betreffende de vraag welke inspecteur bevoegd is.
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
**1.** Hij die beroep instelt tegen meer dan één uitspraak kan dat doen bij één beroepschrift.
|
||||
|
|
@ -761,7 +759,7 @@ De bevoegdheden en de verplichtingen van een minderjarige, een onder curatele ge
|
|||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Na iemands overlijden kunnen zijn rechtverkrijgenden onder algemene titel in het uitoefenen van de bevoegdheden en in het nakomen van de verplichtingen, welke de overledene zou hebben gehad, ware hij in leven gebleven, worden vertegenwoordigd door een hunner, de executeur-testamentair of de bewindvoerder over de nalatenschap. Desgevorderd is ieder der in dit lid genoemde personen tot nakoming van die verplichtingen gehouden.
|
||||
**1.** Na iemands overlijden kunnen zijn rechtverkrijgenden onder algemene titel in het uitoefenen van de bevoegdheden en in het nakomen van de verplichtingen, welke de overledene zou hebben gehad, ware hij in leven gebleven, worden vertegenwoordigd door een hunner, de executeur, de door de rechter benoemde vereffenaar van de nalatenschap of de bewindvoerder over de nalatenschap. Desgevorderd is ieder der in dit lid genoemde personen tot nakoming van die verplichtingen gehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Stukken betreffende belastingaangelegenheden van een overledene kunnen worden gericht aan een der in het eerste lid genoemde personen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -845,7 +843,7 @@ Administratieplichtigen zijn:
|
|||
a. lichamen;
|
||||
b. natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, alsmede natuurlijke personen die belastbare winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 genieten;
|
||||
c. natuurlijke personen die inhoudingsplichtige zijn;
|
||||
d. natuurlijke personen die een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 3.90, 3.91of 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 verrichten.
|
||||
d. natuurlijke personen die een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 3.91 en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 verrichten.
|
||||
|
||||
**3.** Tot de administratie behoort hetgeen ingevolge andere belastingwetten wordt bijgehouden, aangetekend of opgemaakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1296,13 +1294,11 @@ b. het misdrijf omschreven in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, indien
|
|||
|
||||
**1.** Met betrekking tot bij wettelijke bepalingen in de zin van de Douanewet strafbaar gestelde feiten en met uitbreiding van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering is de inspecteur bevoegd een van misdrijf verdachte persoon die is aangehouden in of op een entrepot, ruimte voor tijdelijke opslag, plaats, spoorwegemplacement, haven, luchthaven, terrein, gebouw, erf of vervoermiddel, een en ander als bedoeld in de artikelen 12 en 14 van de Douanewet, of bij het juist hebben verlaten van een locatie of vervoermiddel als in die artikelen bedoeld, na aanhouding naar een plaats voor verhoor te geleiden dan wel diens aanhouding of voorgeleiding te bevelen.
|
||||
|
||||
**2.** Een in het eerste lid bedoelde persoon kan mede worden geleid voor de inspecteur in wiens ambtsgebied die persoon is aangehouden.
|
||||
**2.** Indien de inspecteur die de verdachte heeft aangehouden of voor wie de verdachte wordt geleid de inverzekeringstelling of de bewaring van de verdachte nodig oordeelt, doet hij de verdachte voorgeleiden voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de inspecteur die de verdachte heeft aangehouden of voor wie de verdachte wordt geleid de inverzekeringstelling of de bewaring van de verdachte nodig oordeelt, doet hij de verdachte voorgeleiden voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie.
|
||||
**3.** Indien de verdachte niet voor de officier of voor een hulpofficier van justitie wordt voorgeleid, wordt de verdachte, na te zijn verhoord, dadelijk in vrijheid gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de verdachte niet voor de officier of voor een hulpofficier van justitie wordt voorgeleid, wordt de verdachte, na te zijn verhoord, dadelijk in vrijheid gesteld.
|
||||
|
||||
**5.** De verdachte mag niet langer dan zes uren voor verhoor worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.
|
||||
**4.** De verdachte mag niet langer dan zes uren voor verhoor worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 88b
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue