diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index dd953128048..2df7d013a44 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -34,7 +34,7 @@ inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar; adviseurs: bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift in de gelegenheid moeten worden gesteld advies uit te brengen met betrekking tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit; -betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die overeenkomstig afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht worden betrokken bij de totstandkoming van de in artikel 13.1, eerste lid, bedoelde beschikkingen. +betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in artikel 13.1, eerste lid, bedoelde beschikkingen. inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht; @@ -204,7 +204,7 @@ Bij de provinciale milieuverordening worden geen regels gesteld, die het naar of **3.** Het betrokken orgaan houdt bij de beslissing op de aanvraag om een ontheffing in ieder geval rekening met het voor hem geldende milieubeleidsplan. -**4.** Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een ontheffing, dan wel tot wijziging of intrekking van een ontheffing. Indien uit het oogpunt van bescherming van het milieu redelijkerwijs geen bedenkingen zijn te verwachten, kan bij de provinciale milieuverordening anders worden bepaald. +**4.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Indien uit het oogpunt van bescherming van het milieu redelijkerwijs geen zienswijzen zijn te verwachten, kan bij de provinciale milieuverordening anders worden bepaald. ### Artikel 1.4 @@ -550,7 +550,7 @@ e. de redelijkerwijze te verwachten financiële, economische en ruimtelijke gevo **1.** Onze Ministers betrekken bij de voorbereiding van het nationale milieubeleidsplan de naar hun oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende bestuursorganen, instellingen en organisaties. Daartoe behoren in elk geval gedeputeerde staten van de provincies. -**2.** Met betrekking tot de voorbereiding van het nationale milieubeleidsplan is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. Een ieder kan gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zijn zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar maken aan Onze Minister. +**2.** Op de voorbereiding van het nationale milieubeleidsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. ### Artikel 4.5 @@ -587,12 +587,12 @@ Het programma bevat ten minste: a. een programma van van rijkswege in de eerstvolgende vier jaar te verrichten activiteiten ter bescherming van het milieu; b. een programma voor de vaststelling en herziening van milieukwaliteitseisen krachtens artikel 5.1, eerste lid, onder aanduiding van de daarbij beoogde resultaten; -c. een overzicht van de in de onderscheidene begrotingshoofdstukken opgenomen begrotingsposten op het gebied van het milieubeheer, alsmede een aanduiding van de financiële gevolgen van de onder *a* bedoelde activiteiten voor het Rijk voor de volgende jaren; +c. een overzicht van de in de onderscheidene begrotingshoofdstukken opgenomen begrotingsposten op het gebied van het milieubeheer, alsmede een aanduiding van de financiële gevolgen van de onder a bedoelde activiteiten voor het Rijk voor de volgende jaren; d. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende nationale milieubeleidsplan. **3.** Bij de vaststelling van het programma houden Onze Ministers rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan. -**4.** Met betrekking tot de voorbereiding van het nationale milieuprogramma is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. Een ieder kan gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zijn zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar maken aan Onze Minister. +**4.** Op de voorbereiding van het nationale milieuprogramma is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. ### Artikel 4.8 @@ -641,7 +641,7 @@ a. gedeputeerde staten van de aangrenzende provincies, b. de bestuursorganen waaraan provinciale bevoegdheden zijn gedelegeerd bij de uitoefening waarvan met het plan rekening moet worden gehouden, en c. Onze Minister. -**3.** Gedeputeerde staten betrekken bij de voorbereiding van het plan voorts de ingezetenen van de provincie en in de provincie een belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 147 van de Provinciewet vastgestelde verordening. +**3.** Gedeputeerde staten betrekken bij de voorbereiding van het plan voorts de ingezetenen en belanghebbenden, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 147 van de Provinciewet vastgestelde verordening. ### Artikel 4.11 @@ -742,7 +742,7 @@ a. gedeputeerde staten, b. burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeenten, en c. Onze Minister. -**3.** Burgemeester en wethouders betrekken bij de voorbereiding van het plan voorts de ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening. +**3.** Burgemeester en wethouders betrekken bij de voorbereiding van het plan voorts de ingezetenen en belanghebbenden, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening. ### Artikel 4.18 @@ -1008,7 +1008,7 @@ c. de wijze waarop en de termijn waarbinnen een ieder bedenkingen tegen verlenin **1.** Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast, in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2 en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Daarbij wijzen zij de besluiten van bestuursorganen ter zake van die activiteiten aan, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. Artikel 7.2, tweede lid en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**2.** Bij de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste lid, geven gedeputeerde staten toepassing aan de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure; gedurende acht weken na de datum van terinzagelegging van het ontwerp kan een ieder zijn zienswijze naar voren brengen. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met de besturen van de gemeenten en waterschappen in hun provincie. Zij stellen de in artikel 7.1, tweede lid, onder b, 1°, bedoelde instantie, alsmede Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen. +**2.** Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met de besturen van de gemeenten en waterschappen in hun provincie. Zij stellen de in artikel 7.1, tweede lid, onder b, 1°, bedoelde instantie, alsmede Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen. **3.** Gedeputeerde staten leggen met het ontwerp van het besluit aan provinciale staten een verslag over van het gevoerde overleg, de uitgebrachte adviezen en de naar voren gebrachte zienswijzen, waarbij zij onder opgave van redenen aangeven in hoeverre daarmee rekening is gehouden. @@ -1162,17 +1162,11 @@ h. een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de **3.** Het zendt tegelijkertijd een exemplaar van de mededeling aan de commissie en aan de adviseurs. Het vermeldt daarbij de datum van ontvangst. -**4.** - -Het geeft voorts tegelijkertijd openbaar kennis van de ontvangst van de mededeling door: - -a. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen; -b. kennisgeving in de *Staatscourant* in gevallen waarin Wij, een of meer van Onze Ministers of gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn; -c. kennisgeving in een publicatie in een ander land in geval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. +**4.** Het geeft voorts tegelijkertijd kennis van de ontvangst van de mededeling met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Kennisgeving geschiedt in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. **5.** Indien overeenkomstig artikel 14.6, eerste lid, een verzoek is gedaan tot toepassing van artikel 14.5, vindt toepassing van het derde en vierde lid eerst plaats nadat op dat verzoek is beslist. -**6.** Onze Ministers stellen regelen omtrent de inhoud van een mededeling als bedoeld in het eerste lid en van kennisgevingen als bedoeld in het vierde lid. +**6.** Onze Ministers stellen regelen omtrent de inhoud van een mededeling als bedoeld in het eerste lid. **7.** Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de mededeling in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben. @@ -1180,7 +1174,7 @@ c. kennisgeving in een publicatie in een ander land in geval er sprake is van mo **1.** Indien het bevoegd gezag voornemens is een besluit te nemen bij de voorbereiding waarvan het een milieu-effectrapport moet maken, deelt het zijn voornemen schriftelijk mede aan de commissie en aan de adviseurs. -**2.** Het geeft tegelijkertijd openbaar kennis van zijn voornemen met overeenkomstige toepassing van artikel 7.12, vierde lid. +**2.** Het geeft tegelijkertijd kennis van zijn voornemen met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7.12, vierde lid, tweede volzin. **3.** Artikel 7.12, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1192,7 +1186,7 @@ c. kennisgeving in een publicatie in een ander land in geval er sprake is van mo **3.** Indien het bevoegd gezag het milieu-effectrapport niet zelf maakt, pleegt het voorts overleg over het geven van richtlijnen inzake de inhoud ervan met degene die de activiteit onderneemt. -**4.** Het bevoegd gezag stelt een ieder in de gelegenheid opmerkingen te maken over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport. +**4.** Het bevoegd gezag stelt een ieder in de gelegenheid naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport. ### Artikel 7.15 @@ -1205,9 +1199,9 @@ De in het eerste lid bedoelde richtlijnen kunnen: a. betrekking hebben op de wijze waarop aan het bij of krachtens de artikelen 7.10 of 7.11 bepaalde moet worden voldaan; b. gegevens als bedoeld in artikel 7.10 of 7.11 aanwijzen die het milieu-effectrapport in elk geval moet inhouden, zo nodig nadat daarnaar onderzoek is verricht. -**3.** Ingeval de richtlijnen een milieu-effectrapport betreffen, dat moet worden gemaakt bij de voorbereiding van een besluit waarop afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, kan geen onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden verlangd ter verkrijging van gegevens als bedoeld in artikel 7.10, eerste lid, onder d. +**3.** Ingeval de richtlijnen een milieu-effectrapport betreffen, dat moet worden gemaakt bij de voorbereiding van een besluit waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, kan geen onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden verlangd ter verkrijging van gegevens als bedoeld in artikel 7.10, eerste lid, onder d. -**4.** De richtlijnen worden bekendgemaakt aan degene die de activiteit onderneemt en meegedeeld aan de commissie, de adviseurs en degenen die bij het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 7.14, vierde lid, opmerkingen hebben gemaakt. Artikel 3:44, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. +**4.** De richtlijnen worden bekendgemaakt aan degene die de activiteit onderneemt en meegedeeld aan de commissie, de adviseurs en degenen die bij het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 7.14, vierde lid, zienswijzen naar voren hebben gebracht. Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 7.16 @@ -1231,80 +1225,46 @@ De artikelen 7.12 tot en met 7.15 vinden geen toepassing indien degene die het m ### Artikel 7.19 -Het bevoegd gezag kan een orgaan aanwijzen, dat voor de toepassing van de artikelen 7.20 tot en met 7.24, 7.25, tweede lid, en 7.26, vierde lid, voor hem in de plaats treedt. +Het bevoegd gezag kan een orgaan aanwijzen, dat voor de toepassing van artikel 7.20 voor hem in de plaats treedt. ### Artikel 7.20 **1.** Het bevoegd gezag zendt van een milieu-effectrapport onverwijld een exemplaar aan de commissie en aan de adviseurs. Het vermeldt daarbij de in artikel 7.17, tweede lid, bedoelde datum. -**2.** Het geeft openbaar kennis van het milieu-effectrapport. Van een milieu-effectrapport dat niet door het bevoegd gezag is gemaakt, wordt uiterlijk acht weken na de in artikel 7.17, tweede lid, bedoelde datum openbaar kennisgegeven. +**2.** Het geeft kennis van het milieu-effectrapport met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Kennisgeving geschiedt in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. Van een milieu-effectrapport dat niet door het bevoegd gezag is gemaakt, wordt uiterlijk acht weken na de in artikel 7.17, tweede lid, bedoelde datum openbaar kennisgegeven. -**3.** +**3.** De artikelen 3:11, 3:14, 3:15, eerste lid, 3:16 en 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «het ontwerp van het te nemen besluit» en «het ontwerp» wordt gelezen: het milieu-effectrapport. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. -Een openbare kennisgeving als bedoeld in het tweede lid geschiedt ten minste door: - -a. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen; -b. terinzagelegging overeenkomstig artikel 7.22; -c. kennisgeving in de *Staatscourant* in gevallen waarin Wij, een of meer van Onze Ministers of gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn; -d. kennisgeving in een publicatie in een ander land in geval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. +**4.** De zienswijzen kunnen slechts betrekking hebben op het, mede gelet op de overeenkomstig artikel 7.15 gegeven richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport, niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens de artikelen 7.10 en 7.11 gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat. ### Artikel 7.21 -**1.** - -In kennisgevingen als bedoeld in artikel 7.20, derde lid, vermeldt het bevoegd gezag ten minste: - -a. een aanduiding van de activiteit waarop het milieu-effectrapport betrekking heeft; -b. het tijdstip waarop een exemplaar van het milieu-effectrapport ter inzage wordt gelegd, alsmede de uren waarop en de plaats waar het ter inzage ligt; -c. het orgaan waarbij en de termijn waarbinnen door een ieder schriftelijk opmerkingen kunnen worden ingediend met betrekking tot het milieu-effectrapport; -d. dat overeenkomstig artikel 7.23, vijfde lid, degene die opmerkingen indient, kan verzoeken zijn persoonlijke gegevens niet bekend te maken. - -**2.** Het bevoegd gezag deelt de in het eerste lid, onder *b* tot en met *d*, bedoelde gegevens mede aan degene die het milieu-effectrapport heeft overgelegd, aan de commissie en aan de adviseurs. +Vervallen ### Artikel 7.22 -**1.** Het bevoegd gezag legt met een exemplaar van het milieu-effectrapport een exemplaar ter inzage van de overeenkomstig artikel 7.15 gegeven richtlijnen inzake de inhoud van dat rapport en van de adviezen en opmerkingen, die daaromtrent overeenkomstig het bij of krachtens artikel 7.14 bepaalde zijn ingebracht. - -**2.** Het voegt telkens zo spoedig mogelijk bij de ter inzage liggende stukken de overige stukken waarvan de terinzagelegging in dit hoofdstuk is voorgeschreven. - -**3.** Vanaf de dag waarop het milieu-effectrapport ter inzage is gelegd, kan een ieder de ter inzage liggende stukken kosteloos inzien tot het tijdstip waarop het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport is gemaakt, onherroepelijk is geworden. Het bevoegd gezag stelt de uren waarop en de plaats waar de stukken kunnen worden ingezien, vast, met dien verstande dat de stukken gedurende vier weken nadat het milieu-effectrapport ter inzage is gelegd, in elk geval kunnen worden ingezien tijdens de werkuren alsmede desgevraagd ten minste gedurende drie aaneengesloten uren per week buiten de werkuren. Het bevoegd gezag verstrekt een ieder desgevraagd, tegen betaling van de kosten, voor zover mogelijk een exemplaar van de stukken. +Vervallen ### Artikel 7.23 -**1.** Gedurende een door het bevoegd gezag te bepalen termijn van ten minste vier weken vanaf de dag waarop het milieu-effectrapport ter inzage is gelegd, kan een ieder opmerkingen over het milieu-effectrapport schriftelijk inbrengen. - -**2.** De opmerkingen kunnen slechts betrekking hebben op het, mede gelet op de overeenkomstig artikel 7.15 gegeven richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport, niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens de artikelen 7.10 en 7.11 gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat. - -**3.** De opmerkingen worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op het stuk waarbij dat geschiedt, wordt de datum van ontvangst aangetekend. - -**4.** Het bevoegd gezag zendt van ieder zodanig stuk zo spoedig mogelijk een exemplaar aan degene die het milieu-effectrapport heeft overgelegd, aan de commissie en aan de adviseurs. Het legt een exemplaar ter inzage. - -**5.** De persoonlijke gegevens van degene die opmerkingen heeft ingediend, worden, indien hij daarom verzoekt, niet bekendgemaakt. Het verzoek wordt schriftelijk onder vermelding van de in de eerste volzin bedoelde gegevens, tegelijkertijd met de opmerkingen, ingediend bij het bevoegd gezag. +Vervallen ### Artikel 7.24 -**1.** Een ieder kan opmerkingen over het milieu-effectrapport mondeling inbrengen tijdens een openbare zitting, die op een daartoe door het bevoegd gezag vastgestelde tijd en plaats wordt gehouden. Het bevoegd gezag maakt tijd en plaats van de te houden openbare zitting ten minste twee weken tevoren bekend met overeenkomstige toepassing van artikel 7.20, derde lid, onder *a* en *c*. Het deelt de in de vorige volzin bedoelde gegevens mede aan degene die het milieu-effectrapport heeft overgelegd, aan de commissie en aan de adviseurs. Artikel 7.23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat zo spoedig mogelijk een verslag wordt gemaakt van het tijdens de zitting voorgevallene. - -**3.** Het bevoegd gezag zendt zo spoedig mogelijk een exemplaar van het verslag toe aan degene die het milieu-effectrapport heeft overgelegd, aan de commissie, aan de adviseurs en aan degenen die ter zitting aanwezig waren, voor zover zij hun naam en adres ter zitting hebben opgegeven. Het legt gelijktijdig een exemplaar van het verslag ter inzage. +Vervallen ### Artikel 7.25 -**1.** Een adviseur die gebruik maakt van de hem door het bevoegd gezag geboden gelegenheid advies over het milieu-effectrapport uit te brengen, zendt zijn advies voor het einde van de ingevolge artikel 7.23, eerste lid, geldende termijn aan het bevoegd gezag. Artikel 7.23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Het bevoegd gezag zendt van ieder advies zo spoedig mogelijk een exemplaar aan degene die het milieu-effectrapport heeft overgelegd, en aan de commissie. Het legt een exemplaar ter inzage. +Vervallen ### Artikel 7.26 -**1.** De commissie wordt tot uiterlijk vijf weken na het einde van de ingevolge artikel 7.23, eerste lid, geldende termijn dan wel, indien de in artikel 7.24 bedoelde openbare zitting plaatsvindt na afloop van die termijn, tot uiterlijk vijf weken na het tijdstip waarop die openbare zitting is gehouden, in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Artikel 7.23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**1.** De commissie wordt tot uiterlijk vijf weken na het einde van de in artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Artikel 7.20, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**2.** De commissie betrekt in haar advies de overeenkomstig de artikelen 7.23, 7.24 en 7.25 ingediende opmerkingen en adviezen. +**2.** De commissie betrekt in haar advies de overeenkomstig afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht uitgebrachte adviezen en de overeenkomstig artikel 7.20, derde lid, juncto artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht naar voren gebrachte zienswijzen. **3.** Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie in haar advies daarop in. -**4.** Artikel 7.25, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. - ### Paragraaf 7.7. Het besluit ### Artikel 7.27 @@ -1334,17 +1294,17 @@ b. bij het indienen van de aanvraag geen milieu-effectrapport is overgelegd. ### Artikel 7.29 -Indien van een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28, openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport - zo nodig in afwijking van artikel 7.20, tweede lid, tweede volzin - in ieder geval gelijktijdig openbaar kennisgegeven. +Indien van een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28, openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport - zo nodig in afwijking van artikel 7.20, tweede lid, derde volzin - in ieder geval gelijktijdig openbaar kennisgegeven. ### Artikel 7.30 **1.** Indien krachtens wettelijk voorschrift van het voorontwerp of het ontwerp van een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 7.29. Indien krachtens wettelijk voorschrift zowel van een voorontwerp als van een ontwerp van het besluit openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig met het voorontwerp kennisgegeven. -**2.** Van het ontwerp van een zodanig besluit wordt, indien van een aanvraag om of een voorontwerp van het besluit openbaar kennis is gegeven, niet openbaar kennisgegeven dan nadat toepassing is gegeven aan de artikelen 7.17 tot en met 7.26. +**2.** Van het ontwerp van een zodanig besluit wordt, indien van een aanvraag om of een voorontwerp van het besluit openbaar kennis is gegeven, niet openbaar kennisgegeven dan nadat toepassing is gegeven aan de artikelen 7.17 tot en met 7.20 en 7.26. ### Artikel 7.31 -Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28 of krachtens wettelijk voorschrift het voorontwerp of het ontwerp van een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, ter inzage wordt gelegd, wordt het milieu-effectrapport in ieder geval daarbij ter inzage gelegd. +Vervallen ### Artikel 7.32 @@ -1354,13 +1314,11 @@ Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28 of krachtens wettelijk voorschri ### Artikel 7.33 -**1.** Indien bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, een openbare zitting wordt gehouden, wordt deze zitting behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 3.25 van de Algemene wet bestuursrecht tevens gehouden ter uitvoering van artikel 7.24. - -**2.** Indien bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, anderszins de gelegenheid moet worden gegeven tot het mondeling inbrengen van bedenkingen, wordt deze gelegenheid in ieder geval gegeven tijdens de zitting ter uitvoering van artikel 7.24. +Vervallen ### Artikel 7.34 -**1.** Indien met betrekking tot handelingen als bedoeld in de artikelen 7.28, eerste lid, en 7.29 tot en met 7.33 de krachtens deze wet en krachtens andere wettelijke voorschriften geldende termijnen niet even lang zijn, geldt voor de betrokken perioden met betrekking tot de totstandkoming van het besluit de langste van die termijnen. +**1.** Indien met betrekking tot handelingen als bedoeld in de artikelen 7.28, eerste lid, 7.29, 7.30 en 7.32 de krachtens deze wet en krachtens andere wettelijke voorschriften geldende termijnen niet even lang zijn, geldt voor de betrokken perioden met betrekking tot de totstandkoming van het besluit de langste van die termijnen. **2.** Indien krachtens wettelijk voorschrift een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, binnen een bepaalde termijn moet worden genomen, wordt die termijn verlengd met vijf weken, alsmede, indien ingevolge het eerste lid langere termijnen in de plaats treden van termijnen die bij de totstandkoming van het besluit zouden gelden, met de som van de verschillen tussen de laatstbedoelde en de ingevolge het eerste lid geldende termijnen. @@ -1372,12 +1330,12 @@ Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28 of krachtens wettelijk voorschri **3.** -Het bevoegd gezag kan, indien krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van een activiteit slechts één besluit is aangewezen op de totstandkoming waarvan afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, ongeacht de beperkingen die ter zake in de wettelijke regeling waarop het besluit berust, zijn gesteld: +Het bevoegd gezag kan, indien krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van een activiteit slechts één besluit is aangewezen op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, ongeacht de beperkingen die ter zake in de wettelijke regeling waarop het besluit berust, zijn gesteld: a. naast de voorwaarden, voorschriften en beperkingen tot het opnemen waarvan het ingevolge die wettelijke regeling bevoegd is, in het besluit tevens alle andere voorwaarden, voorschriften en beperkingen opnemen, die nodig zijn ter bescherming van het milieu; b. een besluit nemen, ertoe strekkende dat de activiteit niet wordt ondernomen, indien het ondernemen van die activiteit tot ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu kan leiden. -**4.** Indien op de totstandkoming van meer dan een van de krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van eenzelfde activiteit aangewezen besluiten afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt een van die besluiten aangewezen als het besluit waarop het derde lid van toepassing is. Bij die aanwijzing kan worden bepaald dat zij slechts geldt in daarbij aangegeven gevallen. De aanwijzing geschiedt bij algemene maatregel van bestuur. +**4.** Indien op de voorbereiding van meer dan een van de krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van eenzelfde activiteit aangewezen besluiten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt een van die besluiten aangewezen als het besluit waarop het derde lid van toepassing is. Bij die aanwijzing kan worden bepaald dat zij slechts geldt in daarbij aangegeven gevallen. De aanwijzing geschiedt bij algemene maatregel van bestuur. **5.** Met betrekking tot het krachtens het vierde lid aangewezen besluit is het derde lid van toepassing, met dien verstande dat slechts voorwaarden, voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld met betrekking tot onderwerpen waaromtrent geen voorwaarden, voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld bij de andere in het vierde lid bedoelde besluiten. @@ -1395,21 +1353,21 @@ De motivering van een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, vermeldt a. de wijze waarop rekening is gehouden met de in het milieu-effectrapport beschreven gevolgen voor het milieu van de activiteit waarop het besluit betrekking heeft; b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieu-effectrapport beschreven alternatieven; -c. hetgeen is overwogen omtrent de overeenkomstig de artikelen 7.23 tot en met 7.26 ter zake van het milieu-effectrapport ingebrachte opmerkingen en adviezen. +c. hetgeen is overwogen omtrent de terzake van het milieu-effectrapport overeenkomstig artikel 7.20, derde lid, juncto artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht naar voren gebrachte zienswijzen en de overeenkomstig artikel 7.26 uitgebrachte adviezen. **2.** Het bevoegd gezag bepaalt bij het besluit de termijn of de termijnen alsmede de wijze waarop het het onderzoek, bedoeld in artikel 7.39, zal verrichten. ### Artikel 7.38 -**1.** Van een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, doet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk mededeling door toezending van een exemplaar aan degenen die overeenkomstig artikel 7.23 of 7.24 opmerkingen hebben ingediend, aan de commissie en aan de adviseurs. Artikel 3:44, derde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. +**1.** Van een besluit als bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, doet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk mededeling door toezending van een exemplaar aan degenen die overeenkomstig artikel 7.20, derde lid, juncto artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zienswijzen naar voren hebben gebracht, aan de commissie en aan de adviseurs. Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. -**2.** Het doet van zijn besluit tevens zo spoedig mogelijk mededeling met overeenkomstige toepassing van artikel 7.20, derde lid, onder *a* en *c*. Het voegt een exemplaar van het besluit bij de overeenkomstig artikel 7.22 ter inzage gelegde stukken. +**2.** Het doet van zijn besluit tevens zo spoedig mogelijk mededeling met overeenkomstige toepassing van artikel 3.44, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. ### Paragraaf 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen ### Artikel 7.38a -**1.** Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, worden de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie, alsmede de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt en het besluit, bedoeld in artikel 7.27, aan de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in het andere land verstrekt gelijktijdig met de bekendmaking in Nederland. Tevens worden deze informatie en deze bescheiden toegezonden aan de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van dat andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied. De artikelen 7.14, eerste lid, en 7.25, eerste lid, zijn ten aanzien van die instanties van overeenkomstige toepassing. +**1.** Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, worden de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie, alsmede de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt en het besluit, bedoeld in artikel 7.27, aan de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in het andere land verstrekt gelijktijdig met de bekendmaking in Nederland. Tevens worden deze informatie en deze bescheiden toegezonden aan de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van dat andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied. Artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 7.14, eerste lid, en 7.20, vierde lid, zijn ten aanzien van die instanties van overeenkomstige toepassing. **2.** De ingevolge het eerste lid te verstrekken stukken dienen als grondslag voor het overleg met bestuursorganen in het betrokken andere land over de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu in dat andere land kan hebben, en de maatregelen die worden overwogen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. @@ -1468,7 +1426,7 @@ Degene die de activiteit onderneemt, is verplicht aan het bevoegd gezag desgevra ### Artikel 7.41 -Het bevoegd gezag stelt een verslag op van het onderzoek. Het zendt zo spoedig mogelijk een exemplaar van het verslag aan degene die de activiteit onderneemt, aan de commissie en aan de adviseurs. Het maakt het verslag gelijktijdig bekend met overeenkomstige toepassing van artikel 7.20, derde lid, onder *a* en *c*. +Het bevoegd gezag stelt een verslag op van het onderzoek. Het zendt zo spoedig mogelijk een exemplaar van het verslag aan degene die de activiteit onderneemt, aan de commissie en aan de adviseurs. Het maakt het verslag gelijktijdig bekend met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 7.42 @@ -1560,7 +1518,7 @@ b. indien de aanvraag om bouwvergunning voor dat bouwen niet tegelijk met de aan ### Artikel 8.6 -De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning. +Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. ### Artikel 8.7 @@ -1570,13 +1528,13 @@ Het bevoegd gezag stelt a. de inspecteur, indien de betrokken inrichting behoort tot een door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de betrokken inrichting zal zijn of is gelegen, in gevallen waarin zij niet het bevoegd gezag zijn, -c. andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen overheidsorganen in gevallen die bij die maatregel zijn aangewezen, +c. andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen in gevallen die bij die maatregel zijn aangewezen, in de gelegenheid hem advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning. **2.** De adviseurs kunnen het bevoegd gezag te allen tijde uit eigen beweging advies uitbrengen over de beslissing op de aanvraag. -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen overheidsorganen worden aangewezen, die - anders dan als adviseurs - overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht eveneens bij de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag worden betrokken. +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen, die - anders dan als adviseurs - eveneens bij de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag worden betrokken. ### Artikel 8.8 @@ -1587,7 +1545,7 @@ Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing op de aanvraag in ieder geval: a. de bestaande toestand van het milieu, voor zover de inrichting daarvoor gevolgen kan veroorzaken; b. de gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken; c. de met betrekking tot de inrichting en het gebied waar de inrichting zal zijn of is gelegen, redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu; -d. de voor het einde van de in artikel 3:24 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn overeenkomstig de artikelen 3:23, 3:24 en 3:25 van die wet ingebrachte adviezen en bedenkingen en de overeenkomstig artikel 8.31 ingebrachte adviezen; +d. de voor het einde van de in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn overeenkomstig artikel 3:15 van die wet naar voren gebrachte zienswijzen en door de krachtens artikel 8.7 aangewezen adviseurs en overeenkomstig artikel 8.31 uitgebrachte adviezen; e. de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen. **2.** @@ -1806,27 +1764,21 @@ b. de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen d **3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het eerste lid wordt toegepast met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. -**4.** Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de artikelen 8.7 tot en met 8.17 van overeenkomstige toepassing. - -**5.** Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. +**4.** Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de artikelen 8.6 tot en met 8.17 van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 8.23 **1.** Het bevoegd gezag kan beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden in het belang van de bescherming van het milieu. -**2.** Een ieder, met uitzondering van de vergunninghouder, kan het bevoegd gezag verzoeken een vergunning in het belang van de bescherming van het milieu met toepassing van het eerste lid te wijzigen. +**2.** Een belanghebbende, met uitzondering van de vergunninghouder, kan het bevoegd gezag verzoeken een vergunning in het belang van de bescherming van het milieu met toepassing van het eerste lid te wijzigen. -**3.** Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de artikelen 8.7 tot en met 8.17 van overeenkomstige toepassing. - -**4.** Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. +**3.** Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de artikelen 8.6 tot en met 8.17 van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 8.24 **1.** Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bevoegd gezag beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden. -**2.** Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van die beperkingen en voorschriften zijn de artikelen 8.7 tot en met 8.17 van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking zijn de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. +**2.** Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van die beperkingen en voorschriften zijn de artikelen 8.6 tot en met 8.17 van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 8.25 @@ -1843,31 +1795,29 @@ f. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde **2.** Het bevoegd gezag trekt de vergunning in, voor zover regels, vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, hiertoe verplichten. -**3.** Een ieder, met uitzondering van de vergunninghouder, kan het bevoegd gezag verzoeken een vergunning met toepassing van het eerste lid in te trekken. +**3.** Een belanghebbende, met uitzondering van de vergunninghouder, kan het bevoegd gezag verzoeken een vergunning met toepassing van het eerste lid in te trekken. -**4.** Met betrekking tot een beslissing als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 8.7, 8.8 en 8.9 van overeenkomstige toepassing. +**4.** Met betrekking tot een beslissing als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 8.6 tot en met 8.9 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is op de voorbereiding van de intrekking van een vergunning op grond van het eerste lid, onder c, d, e of f, of tweede lid. **5.** In een geval als aangegeven krachtens artikel 8.15 kan een voorschrift overeenkomstig de betrokken algemene maatregel van bestuur aan de beschikking tot intrekking worden verbonden. Artikel 8.15, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. **6.** In de beschikking tot intrekking kan worden bepaald dat een voorschrift als bedoeld in het vijfde lid, dan wel daarbij aangewezen aan de vergunning verbonden voorschriften gedurende een daarbij aan te geven termijn blijven gelden. -**7.** Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid, onder a of b, is paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid, onder f, is artikel 8.10, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. +**7.** Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid, onder f, is artikel 8.10, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. -**8.** Het bevoegd gezag gaat tot intrekking van een vergunning op grond van het eerste lid, onder c, d, e of f, of het tweede lid niet over zonder de vergunninghouder in de gelegenheid te hebben gesteld binnen een termijn van ten minste twee weken schriftelijk of mondeling bedenkingen tegen de intrekking kenbaar te maken. Van de beschikking wordt mededeling gedaan door toezending daarvan aan de adviseurs. +**8.** Het bevoegd gezag gaat tot intrekking van een vergunning op grond van het eerste lid, onder c, d, e of f, of het tweede lid niet over zonder de vergunninghouder in de gelegenheid te hebben gesteld binnen een termijn van zes weken schriftelijk of mondeling zienswijzen over de intrekking naar voren te brengen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan door toezending daarvan aan de adviseurs. ### Artikel 8.26 **1.** Het bevoegd gezag kan de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken op verzoek van de vergunninghouder, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. -**2.** Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de artikelen 8.7, 8.8 en 8.9 van overeenkomstige toepassing. +**2.** Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de artikelen 8.6, 8.8 en 8.9 van overeenkomstige toepassing. **3.** Artikel 8.25, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**4.** Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. - ### Artikel 8.26a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een ingevolge deze afdeling gegeven beschikking waarop artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, wordt gegeven binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp van die beschikking. #### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen @@ -1885,7 +1835,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 8.28 -In gevallen waarin een vergunning krachtens deze wet wordt aangevraagd, die betrekking heeft op een inrichting van waaruit stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in het oppervlaktewater worden gebracht, worden, indien daarvoor een vergunning krachtens die wet vereist is, bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. +In gevallen waarin een vergunning krachtens deze wet wordt aangevraagd, die betrekking heeft op een inrichting van waaruit stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in het oppervlaktewater worden gebracht, worden, indien daarvoor een vergunning krachtens die wet vereist is, bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. ### Artikel 8.29 @@ -1905,13 +1855,13 @@ Indien in de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren een **2.** Het orgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is, wordt voorts in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning. -**3.** In een geval als bedoeld in artikel 3:29 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde termijn met een bij zijn besluit te bepalen redelijke termijn verlengen. +**3.** In een geval als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde termijn met een bij zijn besluit te bepalen redelijke termijn verlengen. ### Artikel 8.31a **1.** In een geval als bedoeld in artikel 8.28, waarin burgemeester en wethouders bevoegd zijn de beschikking op de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet te verlenen, kunnen gedeputeerde staten, indien dat met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, en zo nodig in afwijking van regels, gesteld krachtens artikel 8.46, op een daartoe strekkend verzoek van het orgaan dat bevoegd is de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te verlenen, aan burgemeester en wethouders een bindende aanwijzing geven ter zake van de inhoud van die beschikking. -**2.** Een aanwijzing wordt gegeven binnen acht weken na de dag waarop het ontwerp van de beschikking op de aanvraag overeenkomstig artikel 3:19, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. Zij wordt niet gegeven dan na overleg met het bevoegd gezag. +**2.** Een aanwijzing wordt gegeven binnen acht weken na de dag waarop het ontwerp van de beschikking op de aanvraag overeenkomstig artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. Zij wordt niet gegeven dan na overleg met het bevoegd gezag. **3.** De aanwijzing wordt vermeld in de beschikking van het bevoegd gezag, ter zake waarvan zij is gegeven. Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van die beschikking. @@ -1921,7 +1871,7 @@ De motivering van de beschikking vermeldt in ieder geval de invloed die de samen ### Artikel 8.33 -Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.22, tweede lid, en 8.23 zijn de artikelen 8.28, 8.29, 8.31, eerste en tweede lid, 8.31*a* en 8.32 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de in artikel 8.31, eerste lid , tweede volzin, en artikel 8.31*a*, tweede lid, eerste volzin, genoemde termijnen de overeenkomstig artikel 3:30, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vastgestelde termijn in de plaats treedt. +Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.22, tweede lid, en 8.23 zijn de artikelen 8.28, 8.29, 8.31, eerste en tweede lid, 8.31a en 8.32 van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 8.34 @@ -1933,7 +1883,7 @@ Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.2 ### Artikel 8.35 -**1.** Indien een vergunning betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie, waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, worden bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. +**1.** Indien een vergunning betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie, waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, worden bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. **2.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts betrekking heeft op daarbij aangewezen categorieën van gevallen. @@ -1994,13 +1944,13 @@ c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor **1.** Het bevoegd gezag zendt Onze Minister onverwijld een exemplaar van de aanvraag en van de daarbij gevoegde stukken. -**2.** Indien de aanvrager de krachtens artikel 8.5 te verstrekken gegevens, voorzover deze betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen, niet of niet volledig heeft verstrekt, laat het bevoegd gezag - onverminderd artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht - de aanvraag op verzoek van Onze Minister buiten behandeling. +**2.** Indien de aanvrager de krachtens artikel 8.5 te verstrekken gegevens, voorzover deze betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen, niet of niet volledig heeft verstrekt, laat het bevoegd gezag de aanvraag op verzoek van Onze Minister buiten behandeling. **3.** Op verzoek van Onze Minister neemt het bevoegd gezag de aanvraag ondanks de onvolledigheid van de in het tweede lid bedoelde gegevens in behandeling. Het stelt de aanvrager op verzoek van Onze Minister in de gelegenheid de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht binnen een bij het verzoek aan te geven termijn aan te vullen. -**4.** Onze Minister zendt een exemplaar van het ontwerp van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het met een exemplaar van het ontwerp van de beschikking overeenkomstig artikel 3:19, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht aan de aanvrager van de vergunning en de betrokken bestuursorganen kan worden gezonden. +**4.** Onze Minister zendt een exemplaar van het ontwerp van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het met een exemplaar van het ontwerp van de beschikking overeenkomstig artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan de aanvrager van de vergunning en aan de betrokken bestuursorganen kan worden gezonden. -**5.** Adviezen en bedenkingen die overeenkomstig de artikelen 3:23, 3:24 en 3:25 van de Algemene wet bestuursrecht en overeenkomstig artikel 8.31 worden ingebracht, kunnen mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring. Voor zover dat het geval is, zendt het bevoegd gezag ze onverwijld aan Onze Minister. Onze Minister deelt zijn oordeel over de adviezen en bedenkingen mee aan het bevoegd gezag. +**5.** Zienswijzen die overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren worden gebracht alsmede door de krachtens artikel 8.7 aangewezen adviseurs en overeenkomstig artikel 8.31 uitgebrachte adviezen kunnen mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring. Voor zover dat het geval is, zendt het bevoegd gezag ze onverwijld aan Onze Minister. Onze Minister deelt zijn oordeel over de zienswijzen en adviezen mee aan het bevoegd gezag. **6.** Het bevoegd gezag kan Onze Minister te allen tijde advies uitbrengen met het oog op de samenhang tussen de beslissing omtrent de verklaring en de beslissing op de aanvraag. Het brengt met het oog op deze samenhang in ieder geval advies uit over het ontwerp van de verklaring. @@ -2010,7 +1960,7 @@ c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor **1.** De artikelen 8.36a tot en met 8.37 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot wijziging en intrekking van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.22 tot en met 8.26 en 8.34. -**2.** Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het besluit kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in artikel 3:33, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. +**2.** Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het besluit kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht dan wel artikel 8.26a. ### Artikel 8.39 @@ -2025,7 +1975,7 @@ voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van de betrokken afvalstof **2.** Overeenkomstig het verzoek wijzigt het bevoegd gezag de vergunning of trekt het deze in. -**3.** Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het tweede lid is paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat het bevoegd gezag adviezen en afschriften van ingebrachte bedenkingen ook aan Onze Minister toezendt en dat deze zijn oordeel daarover aan het bevoegd gezag meedeelt. Artikel 8.7 is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Het bevoegd gezag brengt adviezen en overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren gebrachte zienswijzen ter kennis van Onze Minister. Deze deelt zijn oordeel daarover aan het bevoegd gezag mee. Artikel 8.7 is van overeenkomstige toepassing. ### Titel 8.2. Algemene regels @@ -2284,8 +2234,6 @@ Ten behoeve van het opstellen van het afvalbeheersplan verschaffen de bestuursor **2.** Onze Minister zendt het afvalbeheersplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig artikel 10.8, derde lid, waren betrokken bij de voorbereiding ervan. -**3.** Onze Minister maakt de vaststelling bekend in de Staatscourant. Hierbij geeft hij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het afvalbeheersplan. - ### Artikel 10.12 **1.** Het afvalbeheersplan geldt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken na de dag waarop de vaststelling van het afvalbeheersplan is bekendgemaakt in de Staatscourant. Onze Minister kan bepalen dat het afvalbeheersplan, of onderdelen daarvan, eerst op een later tijdstip gaan gelden. @@ -2459,7 +2407,7 @@ a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel; b. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat; c. in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. -**2.** Bij de voorbereiding van een zodanig besluit betrekt de gemeenteraad de ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening. +**2.** De gemeenteraad betrekt bij de voorbereiding van een zodanig besluit de ingezetenen en belanghebbenden, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening. **3.** Burgemeester en wethouders stellen de inspecteur op de hoogte van het voornemen een zodanig besluit te nemen. @@ -2871,7 +2819,9 @@ e. een voorschrift gesteld bij artikel 5, zesde lid, 8, zesde lid, 15, achtste l **1.** De artikelen 8.5 tot en met 8.25 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in artikel 10.63, met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van de in artikel 10.2, eerste lid, en artikel 10.54, eerste lid, gestelde verboden –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen, dan wel – indien het een ontheffing betreft van krachtens de artikelen 10.15, 10.17 en 10.18 gestelde regels – het door dat artikel beoogde belang. -**2.** Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.15, 10.17 en 10.18 kan – in afwijking van het eerste lid – worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. Indien toepassing is gegeven aan de eerste volzin, doet Onze Minister van de beschikking ter zake van de ontheffing mededeling in de Staatscourant. Daarbij vermeldt hij de wijze waarop belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld van de inhoud van de beschikking kennis te nemen. +**2.** Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.15, 10.17 en 10.18 kan – in afwijking van het eerste lid – worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. + +**3.** In afwijking van het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in artikel 10.63, tweede lid. ## Hoofdstuk 11. Andere handelingen @@ -2972,7 +2922,7 @@ Vervallen ### Artikel 13.1 -**1.** Bij de toepassing van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de totstandkoming van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten, wordt afdeling 13.2 in acht genomen, indien dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald. +**1.** Bij de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op de voorbereiding van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten, wordt afdeling 13.2 in acht genomen, indien dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald. **2.** @@ -3006,56 +2956,51 @@ de Wet bescherming Antarctica. ### Artikel 13.2 -**1.** Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven uiterlijk tien weken na ontvangst van de aanvraag. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de artikelen 3:19, tweede lid, 3:20, eerste lid, onder *a* en *b*, en tweede lid, 3:21 en 3:22 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 13.4 en 13.6 van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, is artikel 3:19, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. +Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven uiterlijk tien weken na ontvangst van de aanvraag. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de artikelen 3:11, 3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onder a, en 3:14 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 13.4 en 13.6 van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 13.3 -Artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing in een geval als bedoeld in artikel 7.28. +Zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht, kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. ### Artikel 13.4 -Indien de aanvraag om een vergunning of ontheffing betrekking heeft op een inrichting of werk, geschiedt de terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:19, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in ieder geval op het gemeentehuis van de gemeente waarin de inrichting of het werk geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, en wordt van het ontwerp gelijktijdig mededeling gedaan door: - -a. aanplakking van een kennisgeving aan dat gemeentehuis, op zodanige wijze dat de inhoud van de kennisgeving voor het publiek duidelijk leesbaar is; -b. niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van gebouwde eigendommen die in de directe omgeving van de inrichting of het werk liggen, voor zover zodanige kennisgeving kan dienen om het beoogde doel te bereiken. +Indien de aanvraag om een vergunning of ontheffing betrekking heeft op een inrichting of werk, geschiedt de terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in ieder geval ter secretarie van de gemeente waarin de inrichting of het werk geheel of in hoofdzaak zal zijn gelegen. ### Artikel 13.5 -In het overzicht, bedoeld in artikel 3:21, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht, worden, voor zover redelijkerwijs nodig voor een beoordeling van het ontwerp, tevens vermeld de overeenkomstig artikel 8.19 gedane meldingen die hetzelfde onderwerp betreffen. +Vervallen ### Artikel 13.6 -Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de artikelen 19.3 tot en met 19.6. Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig artikel 3:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en afschriften van bedenkingen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig artikel 3:24 van die wet. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is niet van toepassing. +Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de artikelen 19.3 tot en met 19.5. Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig artikel 3:15 van die wet. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is niet van toepassing. ### Artikel 13.7 -In afwijking van artikel 3:28 van de Algemene wet bestuursrecht houdt het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aan indien deze betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een krachtens artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen categorie, die is gelegen op een terrein als bedoeld in dat artikel, waaromheen nog geen zone is vastgesteld. De verplichting tot aanhouding geldt niet, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat de vergunning op andere gronden moet worden geweigerd. Het bevoegd gezag doet de aanvrager schriftelijk mededeling van de aanhouding. Binnen twaalf weken nadat een zone rond het betrokken terrein is vastgesteld, geeft het bevoegd gezag de beschikking op de aanvraag. +In afwijking van artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht houdt het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aan indien deze betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een krachtens artikel 41 van de Wet geluidhinder aangewezen categorie, die is gelegen op een terrein als bedoeld in dat artikel, waaromheen nog geen zone is vastgesteld. De verplichting tot aanhouding geldt niet, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat de vergunning op andere gronden moet worden geweigerd. Het bevoegd gezag doet de aanvrager schriftelijk mededeling van de aanhouding. Binnen twaalf weken nadat een zone rond het betrokken terrein is vastgesteld, geeft het bevoegd gezag de beschikking op de aanvraag. ### Artikel 13.8 -Indien een aanvraag ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 3:29 van de Algemene wet bestuursrecht, gecoördineerd behandeld wordt met andere aanvragen om een beschikking waarop de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van die wet van toepassing zijn, geldt de ingevolge dat artikel bepaalde termijn tevens voor de beschikking op de andere aanvragen. +Indien een aanvraag ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gecoördineerd behandeld wordt met andere aanvragen om een beschikking, op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van die wet van toepassing is, geldt de ingevolge dat artikellid bepaalde termijn tevens voor de beschikking op de andere aanvragen. ### Artikel 13.9 -De in artikel 3:30, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde verplichtingen blijven buiten toepassing ten aanzien van de voorgenomen wijziging van een vergunning die strekt tot uitvoering van een krachtens artikel 8.45 of 8.46 voor het bevoegd gezag geldende verplichting. +Indien een beslissing op een aanvraag om een vergunning of ontheffing of een beschikking tot wijziging daarvan niet kan worden gegeven dan nadat is voldaan aan een uit een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voortvloeiende verplichting, wordt de termijn voor het geven van die beschikking opgeschort tot de ten aanzien van die verplichting geldende procedure is afgerond. ### Artikel 13.10 -In gevallen waarin Onze Minister bevoegd is een vergunning of ontheffing te verlenen, kan hij in overeenstemming met Onze betrokken Minister in het belang van de veiligheid van de Staat de toepassing van afdeling 3.5 en artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht en van de artikelen 8.7, 8.30, eerste lid, tweede volzin, en 8.31 geheel of gedeeltelijk achterwege laten, voor zover dat belang zulks vereist. +In gevallen waarin Onze Minister bevoegd is een vergunning of ontheffing te verlenen, kan hij in overeenstemming met Onze betrokken Minister in het belang van de veiligheid van de Staat de toepassing van afdeling 3.4 en artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht en van de artikelen 8.7, 8.30, eerste lid, tweede volzin, en 8.31 geheel of gedeeltelijk achterwege laten, voor zover dat belang zulks vereist. ### Artikel 13.11 **1.** -Het bevoegd gezag kan bepalen dat de paragrafen 3.5.3 tot en met 3.5.5, onderscheidenlijk paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijven bij de totstandkoming van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing of van een beschikking tot wijziging daarvan, indien die beschikking: +Het bevoegd gezag kan bepalen dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijft bij de voorbereiding van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing of van een beschikking tot wijziging daarvan, indien die beschikking: a. betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid op korte termijn nodig is; b. betrekking heeft op het beheer van andere dan gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid en in verband met de hoeveelheid waarin die afvalstoffen vrijkomen, op korte termijn nodig is; c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens artikel 17.4 -**2.** In gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35 kan Onze Minister in gevallen als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de in dat lid genoemde paragrafen buiten toepassing blijven. +**2.** In gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35 kan Onze Minister in gevallen als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijft. ### Artikel @@ -3157,23 +3102,23 @@ Vervallen ### Artikel 14.1 -**1.** Ingeval ten behoeve van een zelfde inrichting aanvragen zijn gedaan tot het geven van met elkaar samenhangende beschikkingen en op ten minste een daarvan afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, kunnen gedeputeerde staten van de provincie waar die inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, een gecoördineerde behandeling van die aanvragen bevorderen. +**1.** Ingeval ten behoeve van een zelfde inrichting aanvragen zijn gedaan tot het geven van met elkaar samenhangende beschikkingen en op de voorbereiding van ten minste een daarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, kunnen gedeputeerde staten van de provincie waar die inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, een gecoördineerde behandeling van die aanvragen bevorderen. **2.** Gedeputeerde staten zijn gehouden een gecoördineerde behandeling van aanvragen als bedoeld in de aanhef van het eerste lid, indien zij zijn gericht tot verschillende bestuursorganen, te bevorderen wanneer een van die organen dan wel de aanvrager of een der aanvragers hun daarom verzoekt. **3.** Gedeputeerde staten zijn voorts gehouden op verzoek van degene die voornemens is een of meer aanvragen te doen als in de aanhef van het eerste lid bedoeld, indien die aanvragen zullen worden gericht tot verschillende bestuursorganen, een gecoördineerde voorbereiding van die aanvragen te bevorderen. -**4.** De verplichtingen, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden, voor zover het betreft aanvragen om beschikkingen waarop de paragrafen 3.5.1 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing zijn, slechts voor zover nakoming daarvan mogelijk is in verband met de wettelijke voorschriften betreffende de totstandkoming van die beschikkingen. +**4.** De verplichtingen, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden, voor zover het betreft aanvragen om beschikkingen op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, slechts voor zover nakoming daarvan mogelijk is in verband met de wettelijke voorschriften betreffende de totstandkoming van die beschikkingen. **5.** Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste, tweede of derde lid, delen zij dit onverwijld schriftelijk mede aan de aanvragers en elk der andere bestuursorganen waartoe één of meer der aanvragen mocht zijn gericht. ### Artikel 14.2 -**1.** Ten aanzien van aanvragen als bedoeld in de aanhef van artikel 14.1, eerste lid, die binnen een tijdsverloop van zes weken zijn gedaan, kunnen gedeputeerde staten, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, bepalen dat als datum van ontvangst van die aanvragen geldt de datum waarop de laatste daarvan is ontvangen. Indien het ontwerp van de beschikking op een aanvraag al overeenkomstig artikel 3:19, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht is toegezonden, blijft de eerste volzin met betrekking tot die aanvraag buiten toepassing. +**1.** Ten aanzien van aanvragen als bedoeld in de aanhef van artikel 14.1, eerste lid, die binnen een tijdsverloop van zes weken zijn gedaan, kunnen gedeputeerde staten, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, bepalen dat als datum van ontvangst van die aanvragen geldt de datum waarop de laatste daarvan is ontvangen. Indien het ontwerp van de beschikking op een aanvraag al overeenkomstig artikel 3:13 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is toegezonden, blijft de eerste volzin met betrekking tot die aanvraag buiten toepassing. **2.** Gedeputeerde staten zijn gehouden ten aanzien van aanvragen als bedoeld in het eerste lid een bepaling als daar bedoeld te stellen wanneer een ander bestuursorgaan waartoe één of meer der aanvragen is gericht, dan wel de aanvrager of een der aanvragers hun daarom verzoekt. Een verzoek wordt schriftelijk bij gedeputeerde staten ingediend. -**3.** Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste of tweede lid, delen zij dit onverwijld mede aan de aanvragers en aan elk der andere bestuursorganen waartoe één of meer der aanvragen mocht zijn gericht, onder vermelding van de datum waarop de laatste aanvraag is ontvangen. Het bevoegd gezag stelt een aantekening ter zake op het geschrift waarbij de aanvraag is ingediend. +**3.** Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste of tweede lid, delen zij dit onverwijld mede aan de aanvragers en aan elk der andere bestuursorganen waartoe één of meer der aanvragen mocht zijn gericht, onder vermelding van de datum waarop de laatste aanvraag is ontvangen. ### Artikel 14.3 @@ -3183,10 +3128,9 @@ Vervallen Zij dragen er daarnaast ten minste zorg voor dat zoveel mogelijk: -a. van de aanvragen, voor zover daarvan krachtens artikel 3:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht mededeling moet worden gedaan, gezamenlijk overeenkomstig artikel 3:19, tweede lid, van die wet en artikel 13.4 mededeling wordt gedaan; -b. van de ontwerpen van de betrokken beschikkingen gezamenlijk overeenkomstig artikel 3:19 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 13.4 mededeling wordt gedaan; -c. de gelegenheid tot het mondeling inbrengen van bedenkingen overeenkomstig artikel 3:25 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gegeven met betrekking tot de ontwerpen van de betrokken beschikkingen te zamen; -d. de betrokken beschikkingen gezamenlijk overeenkomstig artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht worden bekendgemaakt. +a. ten aanzien van de ontwerpen van de betrokken beschikkingen gezamenlijk toepassing wordt gegeven aan de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 13.4; +b. de gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gegeven met betrekking tot de ontwerpen van de betrokken beschikkingen te zamen; +c. de betrokken beschikkingen gezamenlijk overeenkomstig artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht worden bekendgemaakt. ### Artikel 14.4 @@ -3196,7 +3140,7 @@ Gedeputeerde staten kunnen van de bestuursorganen die bevoegd zijn te beslissen ### Artikel 14.5 -**1.** Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt en op de totstandkoming waarvan afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport gemaakt. +**1.** Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt en op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport gemaakt. **2.** Buiten de gevallen, in het eerste lid bedoeld, kan, ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, worden besloten dat ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport wordt gemaakt. @@ -3255,10 +3199,8 @@ Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zoveel mogelijk a. van de mededelingen van de voornemens tot het indienen van verzoeken, als bedoeld in artikel 7.12, eerste lid, alsmede van de voornemens tot het nemen van besluiten, als bedoeld in artikel 7.13, eerste lid, te zamen overeenkomstig artikel 7.12, vierde en vijfde lid, wordt kennisgegeven; b. de krachtens artikel 7.15 te geven richtlijnen te zamen worden toegezonden aan degene die het milieu-effectrapport maakt; c. het milieu-effectrapport wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen en overeenkomstig artikel 7.20, eerste lid, aan de adviseurs en de Commissie voor de milieu-effectrapportage; -d. van het milieu-effectrapport overeenkomstig artikel 7.20, tweede en derde lid, wordt kennisgegeven; -e. de met betrekking tot het milieu-effectrapport ingebrachte opmerkingen en adviezen overeenkomstig artikel 7.22 ter inzage worden gelegd en worden toegezonden aan elk der bevoegde organen, alsmede overeenkomstig de artikelen 7.23, derde en vierde lid, 7.25, tweede lid, en 7.26, derde lid, aan degene die het rapport heeft overgelegd, aan de Commissie voor de milieu-effectrapportage en aan de adviseurs; -f. één openbare zitting als bedoeld in artikel 7.24 over het milieu-effectrapport wordt gehouden; -g. het verslag van die zitting overeenkomstig artikel 7.24, tweede lid, wordt opgesteld, wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen en aan de in artikel 7.24, derde lid, bedoelde personen en organen ter inzage wordt gelegd. +d. van het milieu-effectrapport overeenkomstig artikel 7.20, tweede lid, wordt kennisgegeven; +e. overigens toepassing wordt gegeven aan artikel 7.20 en aan artikel 7.26, eerste lid. **3.** Artikel 14.4 is van overeenkomstige toepassing. @@ -3270,8 +3212,8 @@ In gevallen waarin een orgaan met de coördinatie van de voorbereiding en behand a. in afwijking van artikel 7.17, eerste lid, het rapport aan dat orgaan worden overgelegd; b. de Commissie voor de milieu-effectrapportage en kunnen de adviseurs hun adviezen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport en over het rapport bij dat orgaan indienen; -c. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig artikel 7.14, derde lid, geboden gelegenheid opmerkingen te maken over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport, die opmerkingen bij dat orgaan indienen; -d. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig artikel 7.23, eerste lid, geboden gelegenheid opmerkingen over het rapport in te brengen, die opmerkingen bij dat orgaan indienen. +c. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig artikel 7.14, vierde lid, geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen; +d. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 7.20, derde lid, geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen. **2.** Indien stukken met een inhoud als bedoeld in het eerste lid worden overgelegd onderscheidenlijk ingediend bij een ander bevoegd gezag, zendt het deze onverwijld aan het met de coördinatie belaste orgaan. @@ -3300,7 +3242,7 @@ b. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen va Indien een verzoek als bedoeld in artikel 14.12, eerste lid, wordt ingewilligd, treedt het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt, op als het met de coördinatie belaste orgaan. -De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de artikelen 7.12 tot en met 7.26 aangemerkt als adviseur. +De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de artikelen 7.12 tot en met 7.20 en 7.26 aangemerkt als adviseur. **2.** Indien ter zake van de activiteit waarop het verzoek betrekking heeft, meer dan één besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van die besluiten, het met de coördinatie belaste orgaan aangewezen. @@ -3642,13 +3584,11 @@ overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen de **1.** Een verzoek als bedoeld in artikel 15.36 kan slechts worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, preparaten of andere produkten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, preparaten of andere produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. Onze Minister betrekt bij zijn oordeel met betrekking tot de vraag of degenen die, onderscheidenlijk de organisaties van degenen die het verzoek hebben ingediend, een belangrijke meerderheid vormen, in ieder geval het aantal van hen in verhouding met het totale aantal van degenen die deze stoffen, preparaten of andere produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. -**2.** Onze Minister doet van de indiening van het verzoek mededeling in de *Staatscourant* en in één of meer landelijk verschijnende dagbladen. Artikel 3:20 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend de zakelijke inhoud van het verzoek wordt vermeld en dat een ieder alleen schriftelijk bedenkingen met betrekking tot het verzoek kan inbrengen. +**2.** Op de voorbereiding van een besluit op het verzoek is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. -**3.** Onze Minister beslist op het verzoek binnen zestien weken na de indiening ervan. Indien een besluit niet kan worden genomen dan nadat is voldaan aan een uit een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voortvloeiende verplichting, wordt de termijn voor het nemen van dat besluit opgeschort tot de ten aanzien van die verplichting geldende procedure is afgerond. Van de opschorting wordt mededeling gedaan aan de verzoeker. +**3.** Indien een besluit niet kan worden genomen dan nadat is voldaan aan een uit een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voortvloeiende verplichting, wordt de termijn voor het nemen van dat besluit opgeschort tot de ten aanzien van die verplichting geldende procedure is afgerond. Van de opschorting wordt mededeling gedaan aan de verzoeker. -**4.** Onze Minister doet van zijn beslissing op het verzoek mededeling in de *Staatscourant*. De motivering van het besluit vermeldt in ieder geval de overwegingen over de omtrent het verzoek gegeven zienswijzen. Indien bij het besluit een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend wordt verklaard, wordt de tekst van de overeenkomst in de *Staatscourant* geplaatst. - -**5.** Onze Minister doet tevens mededeling van zijn beslissing op het verzoek door kennisgeving van de zakelijke inhoud van het besluit in één of meer landelijk verschijnende dagbladen onder vermelding van de vindplaats van de mededeling omtrent de beslissing op het verzoek in de *Staatscourant*. +**4.** Indien bij het besluit een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend wordt verklaard, wordt de tekst van de overeenkomst in de *Staatscourant* geplaatst. ### Artikel 15.38 @@ -3658,7 +3598,7 @@ overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen de **3.** Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. Artikel 15.39, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel *b* van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste. -**4.** Met betrekking tot de totstandkoming van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is artikel 15.37, tweede tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen. +**4.** Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen. ### Artikel 15.39 @@ -3672,9 +3612,9 @@ a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist zijn of onvolledig blijken, d b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het nemen van het besluit, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven van het besluit het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen op onaanvaardbare wijze zou schaden; c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten. -**3.** Alvorens een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder *a*, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken. Onze Minister maakt het besluit tot intrekking bekend in de *Staatscourant*. +**3.** Alvorens een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder *a*, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen. -**4.** Op het voornemen tot intrekking van een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder *b* of *c*, is artikel 15.37, tweede, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. +**4.** Op de voorbereiding van een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder b of c, is artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 15.40 @@ -4668,7 +4608,7 @@ In een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, geeft het bevoegd gezag geen ### Artikel 18.14 -**1.** Een ieder kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven. +**1.** Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven. **2.** Op verzoek van Onze Minister geeft het bevoegd gezag een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning, indien in een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, het bij of krachtens deze wet met betrekking tot de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in artikel 10.5, tweede lid, bepaalde niet wordt nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan. @@ -4921,9 +4861,9 @@ Onverminderd artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur verstrekt een bestuur ### Artikel 19.3 -**1.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.5 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de belanghebbende toestaan dat deze ten behoeve van de openbaarmaking een, door het bevoegd gezag goedgekeurde, tweede tekst overlegt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. Het bevoegd gezag maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet kunnen ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie gegevens worden aangewezen waarvoor de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid eveneens geldt. +**1.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de belanghebbende toestaan dat deze ten behoeve van de openbaarmaking een, door het bevoegd gezag goedgekeurde, tweede tekst overlegt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. Het bevoegd gezag maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet kunnen ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie gegevens worden aangewezen waarvoor de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid eveneens geldt. -**2.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.5 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur, wordt op aanwijzing van Onze betrokken Minister ten behoeve van de openbaarmaking een tweede tekst overgelegd, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. +**2.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur, wordt op aanwijzing van Onze betrokken Minister ten behoeve van de openbaarmaking een tweede tekst overgelegd, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. ### Artikel 19.4 @@ -4937,17 +4877,17 @@ Onverminderd artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur verstrekt een bestuur **1.** Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van hoofdstuk 7 is gedaan, wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan de Commissie voor de milieu-effectrapportage. -**2.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 of afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht of van paragraaf 7.2 of 7.5 is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de artikelen 3:19, eerste lid, tweede volzin, 3:28, 3:29 en 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 7.5, zevende lid, 7.20, tweede lid, 13.7 en 13.8 geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort. +**2.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht indien het een besluit op aanvraag betreft of van paragraaf 7.2 of 7.5 is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de artikelen 3:18 en 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 7.5, zevende lid, 7.20, tweede lid, 13.7 en 13.8 geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort. -**3.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van paragraaf 3.5.6 of afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht of van paragraaf 7.6 of 7.7 is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. +**3.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht indien het geen besluit op aanvraag betreft of van paragraaf 7.6 of 7.7 is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. ### Artikel 19.6 -Het bevoegd gezag laat artikel 3:21, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de eerder genomen, nog van kracht zijnde besluiten, alsmede artikel 13.5 op verzoek van de aanvrager dan wel op aanwijzing van Onze betrokken Minister buiten toepassing met betrekking tot voor het in werking treden van deze wet gegeven beschikkingen, indien daarin milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan openbaarmaking op de in artikel 19.3 bedoelde gronden achterwege mag, onderscheidenlijk dient te blijven. +Vervallen ### Artikel 19.6a -De artikelen 19.3 tot en met 19.6 zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen. +De artikelen 19.3 tot en met 19.5 zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen. ### Artikel 19.6b @@ -4973,7 +4913,7 @@ Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel ### Artikel 20.1 -**1.** Tegen een besluit op grond van deze wet - met uitzondering van een besluit ten aanzien waarvan op grond van deze wet een andere beroepsgang is opengesteld - of een van de in het derde lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +**1.** Tegen een besluit op grond van deze wet - met uitzondering van een besluit ten aanzien waarvan op grond van deze wet een andere beroepsgang is opengesteld - of een van de in het derde lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. **2.** De Afdeling beslist op een beroep als bedoeld in het eerste lid, binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.29, eerste lid, of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit. @@ -5040,7 +4980,7 @@ g. inhoudende een dwangbevel als bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid. **3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder b, c, d of e, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag. -**4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. +**4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. ### Artikel 20.3 @@ -5071,26 +5011,17 @@ In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld **5.** Voor de toepassing van titel II, paragraaf 1, van de Wet op de Raad van State wordt de tussenuitspraak geacht deel uit te maken van de einduitspraak. -### Paragraaf 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de +### Paragraaf 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van ### Artikel 20.6 -**1.** Deze paragraaf is van toepassing op het beroep tegen besluiten als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, ten aanzien waarvan de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn. +**1.** Deze paragraaf is van toepassing op het beroep tegen besluiten als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. -**2.** - -Het beroep tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid kan worden ingesteld door: - -a. degenen die bedenkingen hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit; -b. de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit; -c. degenen die bedenkingen hebben tegen wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp daarvan zijn aangebracht; -d. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen bedenkingen te hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit. - -**3.** Artikel 20.5 is niet van toepassing op een besluit als bedoeld in het eerste lid. +**2.** Artikel 20.5 is niet van toepassing op een besluit als bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 20.7 -In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 20.6, eerste lid, aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van het besluit overeenkomstig artikel 3:44, tweede lid, onder *a*, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. +Vervallen ### Artikel 20.8 @@ -5100,38 +5031,23 @@ In afwijking van artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin, treedt een besluit als Indien in een geval als bedoeld in artikel 8.28 ingevolge dit hoofdstuk beroep is ingesteld tegen een beschikking op de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning krachtens artikel 7 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en krachtens artikel 8.1 of artikel 8.24 van deze wet een daarmee samenhangende beschikking is gegeven, kan de uitspraak in beroep ook op de laatstbedoelde beschikking betrekking hebben. -### Paragraaf 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van +### Paragraaf 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer ### Artikel 20.10 -**1.** Deze paragraaf is van toepassing op het beroep tegen besluiten als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, ten aanzien waarvan paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. - -**2.** - -Het beroep tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid kan worden ingesteld door: - -a. degenen die bedenkingen hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit; -b. de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit; -c. degenen die bedenkingen hebben tegen wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht; -d. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen bedenkingen te hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit. +Vervallen ### Artikel 20.11 -**1.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 20.10, eerste lid, aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van het besluit overeenkomstig artikel 3:44, tweede lid, onder *a*, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. - -**2.** Indien ten aanzien van een besluit als bedoeld in artikel 20.10, eerste lid, een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 19.3 is gedaan, treedt dit besluit in afwijking van artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin, in werking zes weken na de dag waarop het besluit aan degene tot wie het is gericht, is toegezonden. In een geval als bedoeld in de eerste volzin vangt de beroepstermijn in afwijking van het eerste lid aan met ingang van de dag na de dag waarop het besluit aan degene tot wie het is gericht, is toegezonden, en loopt in afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht af zes weken na de dag waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, tweede lid, onder *a*, van die wet ter inzage is gelegd. +Vervallen ### Artikel 20.12 -Indien in een geval als bedoeld in artikel 8.28 ingevolge dit hoofdstuk beroep is ingesteld tegen een beschikking tot wijziging of intrekking van een vergunning krachtens artikel 7*a* van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en krachtens deze wet een daarmee samenhangende beschikking is gegeven, kan de uitspraak in beroep ook op de laatstbedoelde beschikking betrekking hebben. - -### Paragraaf 20.4. Beroep tegen andere besluiten +Vervallen ### Artikel 20.13 -Tegen besluiten als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, ten aanzien waarvan afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, kan beroep worden ingesteld door een belanghebbende. - -### Paragraaf 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer +Vervallen ### Artikel 20.14 @@ -5181,7 +5097,7 @@ Vervallen Zij vermelden in hun verslag in ieder geval: -a. het aantal malen dat in de periode waarop het verslag betrekking heeft, de termijnen zijn overschreden, die ingevolge de artikelen 3:19, eerste lid, tweede volzin, en 3:28 of 3:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alsmede artikel 13.7 gelden voor het toezenden van het ontwerp van de beschikking en voor het geven van de beschikking, de oorzaken daarvan en de maatregelen die zij hebben getroffen of zullen treffen om het overschrijden van die termijnen zo veel mogelijk te voorkomen; +a. het aantal malen dat in de periode waarop het verslag betrekking heeft, de termijnen zijn overschreden, die ingevolge artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede artikel 13.7 gelden voor het geven van de beschikking, de oorzaken daarvan en de maatregelen die zij hebben getroffen of zullen treffen om het overschrijden van die termijnen zo veel mogelijk te voorkomen; b. afzonderlijk de wijze waarop zij de in het eerste lid genoemde hoofdstukken van deze wet hebben uitgevoerd ten aanzien van inrichtingen die geheel of gedeeltelijk gedreven worden door onderscheidenlijk de betrokken gemeente, de betrokken provincie of het rijk. **3.** Gevallen ten aanzien waarvan artikel 13.10 is toegepast, worden in het verslag van Onze Minister niet vermeld.