From 6f4c2a329cf65ceda9255ca9650fbcbebdf182ee Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Apr 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-04-01 | BWBR0002553 | Liquidatiewet ongevallenwetten --- wet/liquidatiewet-ongevallenwetten/BWBR0002553/README.md | 4 ++-- 1 file changed, 2 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/liquidatiewet-ongevallenwetten/BWBR0002553/README.md b/wet/liquidatiewet-ongevallenwetten/BWBR0002553/README.md index 3735248384f..ca376845d4c 100644 --- a/wet/liquidatiewet-ongevallenwetten/BWBR0002553/README.md +++ b/wet/liquidatiewet-ongevallenwetten/BWBR0002553/README.md @@ -105,7 +105,7 @@ j. de wet van 25 november 1953, *Stb.* 560, betreffende ongevallenverzekering va Aan de aan artikel 4, 5, 6 of 7 ontleende uitkering wordt geen hoger dagloon ten grondslag gelegd dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten werden ingetrokken: a. indien en voor zolang die uitkering is berekend naar een verlies aan geschiktheid tot werken van niet meer dan 25%; -b. voor zover die uitkering wordt verleend over een tijdvak, gelegen na de maand, voorafgaande aan die, waarin de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. +b. voor zover die uitkering wordt verleend over een tijdvak, gelegen na de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. **3.** Bij toekenning van een uitkering op grond van het bepaalde in artikel 4, 6 of 7 en bij toepassing van het eerste lid, een en ander zonder toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 15, derde lid, van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36, derde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, komt bij de berekening van het dagloon, dat aan de uitkering ten grondslag wordt gelegd, het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan 5/6 van het in het eerste lid bedoelde maximum dagloon, voor dat meerdere niet in aanmerking. @@ -196,7 +196,7 @@ b. recht op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan artikel 4 of ### Artikel 18 -**1.** Degene, die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, dan wel mede ontleent, aan artikel 13, 14 of 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, onderscheidenlijk degene, ten aanzien van wie artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt en die van de dag, waarop zijn recht op bedoelde uitkering is ingegaan, onderscheidenlijk van de dag, met ingang van welke artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt, tot en met de laatste dag van de maand, voorafgaande aan die, waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, onafgebroken recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft gehad, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, waarop hij - indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken - recht zou hebben gehad op de eerste dag van de maand, waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend in aansluiting waaraan hem vorenbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, onderscheidenlijk ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend, ten aanzien waarvan artikel 11, eerste lid, is toegepast of waarvoor hem op grond van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, of artikel 7, tweede lid, geen recht op uitkering is toegekend. +**1.** Degene, die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, dan wel mede ontleent, aan artikel 13, 14 of 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, onderscheidenlijk degene, ten aanzien van wie artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt en die van de dag, waarop zijn recht op bedoelde uitkering is ingegaan, onderscheidenlijk van de dag, met ingang van welke artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt, tot en met de dag voorafgaand aan die waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, onafgebroken recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft gehad, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder *a*, van de Zeeongevallenwet 1919, waarop hij - indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken - recht zou hebben gehad op de dag waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend in aansluiting waaraan hem vorenbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, onderscheidenlijk ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend, ten aanzien waarvan artikel 11, eerste lid, is toegepast of waarvoor hem op grond van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, of artikel 7, tweede lid, geen recht op uitkering is toegekend. **2.** Bij de berekening van de in het vorige lid bedoelde afkoopsom komt het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten werden ingetrokken, voor dat meerdere niet in aanmerking.