2003-08-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

This commit is contained in:
Coornhert 2003-08-01 12:00:00 +00:00
parent 97b0545c5a
commit 6f65c32448

View file

@ -233,7 +233,21 @@ Het instellingsbestuur stelt om het jaar een plan met betrekking tot de instelli
### Artikel 2.2a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Het instellingsbestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en het instellingsbestuur van de Koninklijke Bibliotheek stellen in afwijking van artikel 2.2 een instellingsplan vast uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige plan en zenden dit na vaststelling onverwijld aan Onze minister.
**2.** In het instellingsplan wordt rekening gehouden met het wetenschapsbudget, bedoeld in artikel 16a van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, de instellingsplannen van universiteiten, verkenningen, rapporten, adviezen en aanbevelingen een en ander voorzover die naar het oordeel van het instellingsbestuur van belang zijn voor de uitvoering van de taken van de instelling.
**3.**
Het instellingsplan omvat in elk geval:
a. de doelstellingen van de instelling voor wetenschappelijk onderzoek op middellange termijn,
b. de hoofdlijnen van het te voeren beleid en de daarin te stellen prioriteiten, en
c. de financiële, personele, materiële en organisatorische voorwaarden die moeten worden vervuld.
**4.** Onze minister brengt zijn standpunt over het instellingsplan binnen zes maanden na ontvangst van het plan ter kennis van het instellingsbestuur. Onze minister doet daarvan en van het instellingsplan afschrift toekomen aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
**5.** Onze minister kan zijn standpunt over het instellingsplan gedurende de looptijd daarvan wijzigen, indien de vaststelling van een nieuw wetenschapsbudget daartoe aanleiding geeft. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.3
@ -260,7 +274,7 @@ b. een financiële raming in verband met de bekostiging van de daarvoor in aanme
### Artikel 2.5
**1.** De rijksbijdrage waarop de in artikel 1.9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 1.17, eerste lid, bedoelde aanspraak betrekking heeft, wordt berekend op de grondslag van een algemene berekeningswijze en voorzover het betreft investeringen in gebouwen en terreinen, hetzij op de grondslag van die algemene berekeningswijze hetzij op de grondslag van een andere door Onze minister te bepalen wijze. In afwijking van de eerste volzin wordt de rijksbijdrage voor de universiteiten voor zover het betreft onderwijs gericht op het beroep van leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad berekend op de grondslag van een bijzondere berekeningswijze. Artikel 4:32 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de rijksbijdrage.
**1.** De rijksbijdrage waarop de in artikel 1.9, eerste lid, bedoelde aanspraak betrekking heeft, wordt berekend op de grondslag van een algemene berekeningswijze en voorzover het betreft investeringen in gebouwen en terreinen, hetzij op de grondslag van die algemene berekeningswijze hetzij op de grondslag van een andere door Onze minister te bepalen wijze. In afwijking van de eerste volzin wordt de rijksbijdrage voor de universiteiten voor zover het betreft onderwijs gericht op het beroep van leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad berekend op de grondslag van een bijzondere berekeningswijze. Artikel 4:32 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de rijksbijdrage.
**2.** Onze minister kan aan de bekostiging van onderzoek aan universiteiten voorwaarden verbinden, verband houdend met de kwaliteitszorg.
@ -286,11 +300,27 @@ b. een financiële raming in verband met de bekostiging van de daarvoor in aanme
### Artikel 2.6a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
De inkomsten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en van de Koninklijke Bibliotheek bestaan uit:
a. de bijdrage uit 's Rijks kas,
b. inkomsten, die samenhangen met voorzieningen waarvoor de rijksbijdrage is verleend, en
c. andere inkomsten.
**2.** De rijksbijdrage wordt vastgesteld of nader vastgesteld door de vaststelling of nadere vaststelling bij de wet van het hoofdstuk van de rijksbegroting waarop zij is voorgesteld.
**3.** De rijksbijdrage wordt betaald in zodanige termijnen en tot zodanige bedragen als voor het doen van de betalingen door de instelling nodig is.
**4.** Zolang de rijksbijdrage niet is vastgesteld of nader vastgesteld, wordt daarop een voorschot betaald overeenkomstig door Onze minister te stellen regels.
**5.** Bij vaststelling van de rijksbijdrage blijven inkomsten als bedoeld in het eerste lid, onder c, buiten beschouwing.
**6.** Onze minister stelt regels met betrekking tot de bestemming van saldi die voortvloeien uit de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
### Artikel 2.7
**1.** Onze minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het komende begrotingsjaar voorlopig kan worden verwacht. Hij deelt daarbij mede op welke wijze de geraamde rijksbijdrage is berekend.
**1.** Onze minister maakt aan elke instelling, bedoeld in artikel 1.9, eerste lid, jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het komende begrotingsjaar voorlopig kan worden verwacht. Hij deelt daarbij mede op welke wijze de geraamde rijksbijdrage is berekend.
**2.** Onze minister maakt aan elke instelling zo spoedig mogelijk na de in artikel 2.5, derde lid, bedoelde vaststelling bekend, welke rijksbijdrage voor de instelling is vastgesteld.
@ -302,9 +332,9 @@ Vervallen
### Artikel 2.8
**1.** Het instellingsbestuur stelt jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, voor de instelling een begroting vast. Het zendt de begroting, alsmede wijzigingen van de begroting, binnen veertien dagen na de vaststelling ter kennis aan Onze minister. Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar. Het bestuur van een in artikel 1.13, eerste lid, bedoelde universiteit, neemt bij de vaststelling van de begroting, onderscheidenlijk wijziging van de begroting de vastgestelde rijksbijdrage ten behoeve van het academisch ziekenhuis in acht.
**1.** Het instellingsbestuur stelt jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, voor de instelling een begroting vast. Het instellingsbestuur zendt de begroting, alsmede wijzigingen van de begroting, binnen veertien dagen na de vaststelling ter kennis aan Onze minister. Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar. Het bestuur van een in artikel 1.13, eerste lid, bedoelde universiteit, neemt bij de vaststelling van de begroting, onderscheidenlijk wijziging van de begroting de vastgestelde rijksbijdrage ten behoeve van het academisch ziekenhuis in acht.
**2.** De begroting behelst een raming van de inkomsten en uitgaven alsmede van de baten en lasten van de instelling en dient in evenwicht te zijn. De in de begroting voorziene inkomsten uit de rijksbijdrage sluiten aan op de voor het desbetreffende begrotingsjaar door Onze minister geraamde, onderscheidenlijk vastgestelde en in voorkomende gevallen nader vastgestelde rijksbijdrage.
**2.** De begroting behelst een raming van de inkomsten en uitgaven alsmede van de baten en lasten van de instelling en dient in evenwicht te zijn. In de begroting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en die van de Koninklijke Bibliotheek is een allocatie van middelen opgenomen die in overeenstemming is met het instellingsplan, bedoeld in artikel 2.2a. De in de begroting voorziene inkomsten uit de rijksbijdrage sluiten aan op de voor het desbetreffende begrotingsjaar door Onze minister geraamde, onderscheidenlijk vastgestelde en in voorkomende gevallen nader vastgestelde rijksbijdrage.
**3.** Het instellingsbestuur draagt zorg voor wijziging van de begroting indien de vastgestelde rijksbijdrage afwijkt van de in de begroting opgenomen geraamde rijksbijdrage, alsmede in geval van een nader vastgestelde rijksbijdrage.
@ -3719,7 +3749,11 @@ Vervallen
### Artikel 13.10
Vervallen
**1.** Indien het algemeen bestuur naar het oordeel van Onze minister zijn taak ernstig verwaarloost, kan Onze minister de noodzakelijke voorzieningen treffen.
**2.** De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat het algemeen bestuur in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren.
**3.** Onze minister stelt de beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 13.11
@ -4102,8 +4136,6 @@ Aan artikel 2.4 wordt voor de eerste maal toepassing gegeven twee jaren na de ge
**3.** In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, worden tot en met het begrotingsjaar 2007 de opleidingen op het gebied van de kunst, de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst en de voortgezette kunstopleidingen en de voortgezette opleidingen bouwkunst, bedoeld in de artikel 7.4, vijfde lid, eerste en derde volzin, in verband met de aard van deze onderwijsvoorzieningen bekostigd op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
**4.** In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, wordt de rijksbijdrage ten behoeve van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en ten behoeve van de Koninklijke Bibliotheek tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip berekend op een door Onze minister te bepalen wijze.
### Artikel 16.27
**1.** De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bestaande organen voor postacademisch onderwijs, bedoeld in artikel 146 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, worden voor 1 september van het daaropvolgende jaar opgeheven. Onze minister kan terzake nadere regels geven.
@ -4739,15 +4771,29 @@ Aanvragen om een oordeel als bedoeld in artikel 6.3, zoals dat artikel luidde vo
## Hoofdstuk 17d. Overgangsbepalingen van de wet ter uitvoering van de in het wetenschapsbudget 2000 opgenomen voornemens en tot het aanbrengen van een aantal technische wijzigingen
### Artikel 17d.1
Artikel 2.2a wordt voor het eerst toegepast op het instellingsplan dat het instellingsbestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onderscheidenlijk het instellingsbestuur van de Koninklijke Bibliotheek vaststelt in het jaar 2006.
### Artikel 17d.2
Op geschillen betreffende de vaststelling van de rijksbijdrage op grond van artikel 16.26, vierde lid, die tijdig aanhangig zijn of worden gemaakt, blijven de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.
## Hoofdstuk 17e. Overgangsrecht Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
### Artikel 17e.1
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien het instellingsbestuur van de openbare universiteit te Enschede voornemens is in het studiejaar 20032004 de bacheloropleiding klinische technologie te verzorgen, kan hij die opleiding tot 20 augustus 2003 aanmelden voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 20032004.
**2.** Indien het instellingsbestuur de opleiding, bedoeld in het eerste lid, voor registratie heeft aangemeld, registreert de Informatie Beheer Groep deze opleiding overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens.
**3.** Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 27 augustus 2003 te voorzien in de ontbrekende gegevens.
**4.** De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 27 augustus 2003 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie.
### Artikel 17e.2
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Indien de bacheloropleiding klinische technologie met toepassing van artikel 17e.1 is geregistreerd, is aan die opleiding accreditatie verleend tot en met 31 augustus 2007.
### Artikel 17e.3