diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index a3c9931223e..9d6101c1bb6 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -434,14 +434,17 @@ De IND reikt het verblijfsdocument uit: • bij minderjarigheid in het bijzijn van de wettelijk vertegenwoordiger; en • bij wijziging van de beperking of vernieuwing van het verblijfsdocument tegen inlevering van het oude verblijfsdocument, tenzij sprake is van verlies of diefstal van het oude verblijfsdocument. -De korpschef reikt het verblijfsdocument uit als de vreemdeling slachtoffer is van dreigend eergerelateerd geweld. +De korpschef reikt het verblijfsdocument aan de vreemdeling uit, als: + +• de vreemdeling slachtoffer is van dreigend eergerelateerd geweld; en +• veiligheidsaspecten uitreiking door de IND belemmeren. De IND verstrekt een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 Vw. -Op de regel zijn de volgende uitzonderingen van toepassing: +Op deze regel zijn de volgende uitzonderingen van toepassing: • de vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld aangifte te doen van een overtreding van artikel 273 f WvSr (mensenhandel). De korpschef verstrekt een document of schriftelijke verklaring. -• uitzetting van de vreemdeling moet achterwege blijven op grond van artikel 64 Vw vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van zijn gezinsleden. Het gestelde in A4/7.3 is van toepassing. +• uitzetting van de vreemdeling moet achterwege blijven op grond van artikel 64 Vw vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van zijn gezinsleden. Het bepaalde in paragraaf A4/7.3 Vc is van toepassing. ### 4. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd @@ -829,12 +832,14 @@ De IND toetst aan de voorwaarden voor het verlengen van de geldigheidsduur van d a. een situatie van verlenging genoemd in artikel 3.80, eerste lid, Vb; of b. een situatie van verlenging genoemd in artikel 3.82, eerste lid, Vb, tenzij zich een geval genoemd in het tweede lid van dit artikel voordoet. -De IND bekijkt per geval of de termijnoverschrijding, zoals bedoeld in artikel 3.80, eerste lid, Vb de vreemdeling niet is toe te rekenen. De IND merkt in ieder geval de volgende omstandigheden niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening: +De IND neemt aan dat een termijnoverschrijding niet aan de vreemdeling kan worden toegerekend, als de verlengingsaanvraag is ingediend binnen vier weken na afloop van de aan hem verleende vergunning. -• vakantie; -• detentie; -• nalatigheid van de vreemdeling; of -• het niet hebben ontvangen of hebben gelezen van de rappelbrief. +De IND verlengt de verblijfsvergunning in beginsel aansluitend aan de geldigheidsduur van de eerder verleende verblijfsvergunning, als: + +• de vreemdeling aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning; en +• de vreemdeling het bewijs dat hij voldoet aan de geldende voorwaarden uiterlijk binnen vier weken na het bieden van herstel verzuim aan heeft geleverd. + +De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet zonder meer aansluitend aan de geldigheidsduur van de eerder verleende verblijfsvergunning, als de vreemdeling (of de erkend referent) de aanvraag om verlenging heeft ingediend meer dan vier weken na afloop van de geldigheidsduur van de voorgaande verblijfsvergunning. De vreemdeling krijgt de gelegenheid aannemelijk te maken dat sprake is van omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding niet aan hem toe te rekenen is. Op basis van de feiten en omstandigheden van de zaak beoordeelt de IND of de te late indiening aan de vreemdeling kan worden toegerekend. De IND rekent een te late indiening van de aanvraag niet toe aan de vreemdeling als hij zich als achtergelaten vreemdeling zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid heeft gewend. De IND houdt rekening met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vreemdeling met zich mee heeft gebracht. @@ -842,7 +847,7 @@ De in artikel 3.82, eerste lid, Vb bedoelde redelijke termijn is twee jaar. Als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling intrekt (al dan niet met terugwerkende kracht), vangt de redelijke termijn aan op de dag na bekendmaking van het intrekkingsbesluit. -Als de IND de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht intrekt en sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb, dan geldt dat de aanvraag: +Als de IND de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht intrekt en er sprake is van omstandigheden als bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb, dan geldt dat de aanvraag: • tijdig is ingediend als deze is ingediend vóór het tijdstip waarop de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is ingetrokken; of • niet tijdig is ingediend als deze is ingediend ná het tijdstip waarop de verblijfsvergunning is ingetrokken. @@ -2416,21 +2421,27 @@ Bij het bepalen van de ingangsdatum van de drie jaren, zoals opgenomen in artike In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder c, Vb beschouwt de IND het afronden van een postdoctorale opleiding als voldoende, als deze: • voor een academisch jaar is aangegaan; en -• vanwege de zomerperiode korter dan 12 maanden, maar minimaal 10 maanden heeft geduurd. +• vanwege de zomerperiode korter dan 12 maanden, maar minimaal 10 maanden, heeft geduurd. In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt het volgende. -In het geval de onderwijsinstelling niet is opgenomen in de top 200 van ten minste twee van de algemene lijsten, genoemd in artikel 3.23 VV, maar wel is opgenomen in de top 200 van de ranglijsten per faculteit en vakgebied, dient de vreemdeling te zijn afgestudeerd of gepromoveerd in het vakgebied waarmee de onderwijsinstelling in de top 200 van de ranglijst per faculteit en vakgebied staat om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’. +In het geval de onderwijsinstelling niet is opgenomen in de top 200 van ten minste twee van de algemene lijsten genoemd in artikel 3.23 VV, maar wel is opgenomen in de top 200 van de ranglijsten per faculteit en vakgebied, dient de vreemdeling te zijn afgestudeerd of gepromoveerd in het vakgebied waarmee de onderwijsinstelling in de top 200 van de ranglijst per faculteit en vakgebied staat om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’. -In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt dat de onderwijsinstelling op de datum van afstuderen of promoveren in de top 200 van de ranglijsten als bedoeld in art. 3.23 VV staat. +In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder e, Vb en artikel 3.23 VV geldt dat de onderwijsinstelling op de datum van afstuderen of promoveren in de top 200 van de ranglijsten als bedoeld in artikel 3.23 VV staat. -In aanvulling op artikel 3.42, tweede lid, Vb geldt dat een tweede verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ alleen wordt verleend als de vreemdeling na afloop van het eerste zoekjaar een nieuwe opleiding heeft afgerond of opnieuw wetenschappelijk onderzoek heeft verricht als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, Vb. +Voor afgestudeerde UAF-studenten die in aanmerking willen komen voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het zoekjaar hoogopgeleiden geldt aanvullend het volgende: + +• de aanvraag dient in beginsel door tussenkomst van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF te worden ingediend; +• op grond van artikel 3.71, derde lid, Vb kan worden voorbijgegaan aan het mvv-vereiste indien de afgestudeerde UAF-student rechtmatig in Nederland verblijft; en +• het paspoortvereiste wordt niet tegengeworpen als op grond van een individuele beoordeling op basis van de aanwezige documenten de identiteit en nationaliteit van de betreffende afgestudeerde UAF-student voldoende aannemelijk zijn gemaakt. + +In aanvulling op artikel 3.42, tweede lid, Vb geldt dat een tweede verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ alleen wordt verleend als de vreemdeling na afloop van het eerste zoekjaar een nieuwe opleiding heeft afgerond of opnieuw wetenschappelijk onderzoek heeft verricht als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, Vb. #### 2.3. Arbeid als kennismigrant Voor de hoogte van het looncriterium wordt verwezen naar artikel 2.1, eerste en vijfde lid, BuWav. -De vereisten zoals opgenomen in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb, zijn van toepassing op aanvragen om een verblijfsvergunning als de vreemdeling conform artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b of c, BuWav wordt aangemerkt als: +De vereisten zoals opgenomen in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb zijn van toepassing op aanvragen om een verblijfsvergunning als de vreemdeling conform artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b of c, BuWav wordt aangemerkt als: • een wetenschappelijk onderzoeker; of • een arts in opleiding tot specialist aan een door de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie aangewezen opleidingsinstituut. @@ -2444,7 +2455,8 @@ Op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een ver De IND telt bij de berekening van het bruto maandloon als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, BuWav de onkostenvergoedingen en toeslagen mee, als: -de werkgever het loon elke maand giraal overmaakt op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, die op naam is gesteld van de vreemdeling; en de onkostenvergoeding en toeslagen contractueel zijn vastgelegd. +• de werkgever het loon inclusief onkostenvergoedingen en toeslagen over een periode van ten hoogste een maand elke maand giraal overmaakt op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, die op naam is gesteld van de vreemdeling; en +• de onkostenvergoeding en toeslagen contractueel zijn vastgelegd. De IND telt bij het bruto maandloon niet mee: @@ -2474,7 +2486,7 @@ De IND verstaat onder onderzoekers in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 ook pro Onderzoekers kunnen voor twee verblijfsbeperkingen in aanmerking komen: • als onderzoeker in de zin van richtlijn (EU) 2016/801; of -• als kennismigrant conform de gelijknamige regeling (zie hoofdstuk B6/2.3 Vc). +• als kennismigrant conform de gelijknamige regeling (zie paragraaf B6/2.3 Vc). Uit een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, Vb moet in ieder geval blijken dat aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: @@ -2482,15 +2494,17 @@ Uit een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, Vb moet in ied • de vreemdeling beschikt over een passend diploma van hoger onderwijs waarmee toegang bestaat tot een doctoraatprogramma; en • de rechtsbetrekking en de arbeidsvoorwaarden van de vreemdeling zijn opgenomen in de gastovereenkomst. +In aanvulling op artikel 3.33, eerste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend aan een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden. + Een diploma van hoger onderwijs geeft toegang tot doctoraatprogramma’s om onderzoek te mogen doen in de zin van richtlijn (EU) 2016/801. -In afwijking hiervan kan een vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf in Nederland om onderzoek (PHD) te verrichten en hiervoor een verblijfsvergunning te verkrijgen zonder al in het bezit te zijn van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling verklaart dat op individuele gronden is aangetoond dat de vreemdeling over het benodigde niveau beschikt. +In afwijking hiervan kan een vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf in Nederland om onderzoek (PhD) te verrichten en hiervoor een verblijfsvergunning te verkrijgen zonder al in het bezit te zijn van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling verklaart dat op individuele gronden is aangetoond dat de vreemdeling over het benodigde niveau beschikt. De IND beschouwt deze vreemdeling als een student die in het bezit is van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling waarbij de student onderzoek gaat doen bereid is om hem voor dit doel toe te laten. De vreemdeling die dan onderzoek mag verrichten en gelijktijdig een masterprogramma volgt, valt in dat geval onder de beleidsregels voor onderzoek in de zin van de richtlijn (EU) 2016/801. -In aanvulling op B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb: +In aanvulling op paragraaf B1/4.3 Vc beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb: • een inkomen uit een (studie)beurs, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen; • een inkomen uit een stipendium, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen; @@ -2527,7 +2541,7 @@ De gezinsleden van de vreemdeling hebben op grond van artikel 3.3, vierde lid, o De IND verschaft na ontvangst van een kennisgeving desgevraagd een verblijfssticker waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, mits aan de voorwaarden voor inkomende mobiliteit is voldaan: • De vreemdeling is, als gezinslid van de onderzoeker, in het bezit van een geldige door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning; -• De kennisgeving is voorzien van alle relevante stukken als genoemd in paragraaf B6/4.4 Vc ingediend door de onderzoeker als referent; +• De kennisgeving is, voorzien van alle relevante stukken als genoemd in paragraaf B6/4.4 Vc, ingediend door de onderzoeker als referent; • De mobiliteit is voor de duur van maximaal 180 dagen in een periode van 360 dagen en past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat; en • Er zijn geen bewijzen of ernstige en objectieve redenen om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen als bedoeld in artikel 3.3, zesde lid, Vb. @@ -2535,7 +2549,7 @@ Indien niet langer aan de voorwaarden voor inkomende kortetermijnmobiliteit word De erkende referent is verplicht om uiterlijk vier weken voor aanvang van de uitgaande mobiliteit alle informatie te melden bij de IND zoals genoemd bij de uitgaande kortetermijnmobiliteit voor onderzoekers. -De erkende referent dient bij inkomende langetermijnmobiliteit als onderzoeker, namens de vreemdeling een aanvraag in bij de IND in voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801. Om voor inwilliging in aanmerking te komen moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden worden voldaan: +De erkende referent dient bij inkomende langetermijnmobiliteit als onderzoeker namens de vreemdeling een aanvraag in bij de IND in voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801. Om voor inwilliging in aanmerking te komen moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden worden voldaan: • De vreemdeling is in het bezit van een geldige door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801; • De vreemdeling is in het bezit van een gastovereenkomst met de Nederlandse onderzoeksinstelling, als bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801; @@ -2543,7 +2557,7 @@ De erkende referent dient bij inkomende langetermijnmobiliteit als onderzoeker, • De vreemdeling gaat in Nederland onderzoek verrichten aan een krachtens artikel 2c van de Vw als referent erkende onderzoeksinstelling; en • Het onderzoeksprogramma bevat mobiliteitsmaatregelen in het kader waarvan de vreemdeling in Nederland onderzoek gaat verrichten. -De gezinsleden van de vreemdeling hebben op grond van artikel 30, derde en vierde lid van richtlijn (EU) 2016/801 het recht om de vreemdeling tijdens zijn mobiliteit te vergezellen. +De gezinsleden van de vreemdeling hebben op grond van artikel 30, derde en vierde lid, van richtlijn (EU) 2016/801 het recht om de vreemdeling tijdens zijn mobiliteit te vergezellen. De gezinsleden die de onderzoeker willen vergezellen, dienen bij inkomende langetermijnmobiliteit een aanvraag in bij de IND (zie hoofdstuk B7 Vc). De onderzoeker mag als referent de aanvraag voor diens gezinsleden indienen. Gelet op artikel 3.26 VV geldt dat erkende referenten als bedoeld in artikel 3.99, eerste lid, Vb ook de aanvraag ten behoeve van een gezinslid in mogen dienen. De als referent erkende onderzoeksinstelling mag derhalve de aanvraag indienen. @@ -2594,15 +2608,9 @@ De IND trekt de verblijfsvergunning in als het aanzienlijk kapitaal onder het vo #### 2.6. Houder van een Europese blauwe kaart -Voor de hoogte van het looncriterium wordt verwezen naar artikel 2.2, eerste lid, onder b BuWav. +Voor de hoogte van het looncriterium en de wijze van uitbetaling van het loon wordt verwezen naar artikel 2.2, eerste lid, onder b, derde en vierde lid, BuWav. -De IND telt bij het bruto maandloon de onkostenvergoedingen en toeslagen mee, mits deze elke maand giraal worden overgemaakt op een bankrekening die op naam is gesteld van de vreemdeling en contractueel zijn vastgelegd. - -De IND telt niet mee in het bruto maandloon: - -• (de waarde van) in natura uitgekeerd loon; -• de vakantietoeslag; en -• de waarde van onzekere, niet vaste, loonbestanddelen als overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen. +Voor de vraag welke bestanddelen meetellen bij het vaststellen van de hoogte van het bruto maandloon is het gestelde in paragraaf B6/2.3 Vc onder het kopje ‘*Bestanddelen bruto maandloon kennismigranten’* van overeenkomstige toepassing. In aanvulling op artikel 3.30b Vb geldt dat de daar bedoelde getuigschriften voldoen als de vreemdeling arbeid gaat verrichten waarvoor minimaal een diploma van hoger onderwijs vereist is. @@ -2610,7 +2618,7 @@ In aanvulling op artikel 3.30b Vb moet een gereglementeerd beroep erkend zijn en In aanvulling op artikel 3.30b Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend aan een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden. -In aanvulling op de artikelen 4.43 en 3.89b Vb geeft de IND de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning als houder van een Europese blauwe kaart een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als houder van een Europese blauwe kaart houder te vinden als de vreemdeling werkloos raakt. De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden. +In aanvulling op artikelen 4.43 en 3.89b Vb geeft de IND de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning als houder van een Europese blauwe kaart een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als houder van een Europese blauwe kaart houder te vinden als de vreemdeling werkloos raakt. De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden. De IND trekt de verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘verblijf als houder van de Europese blauwe kaart’ in: @@ -2642,7 +2650,9 @@ Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb wijst de IND de aanvraag af of trekt • de voorwaarden genoemd in artikel 3.30d, eerste lid, onderdelen a tot en met j, Vb; of • de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 3.30d, tweede lid, Vb. -Op grond van artikel 11, vierde lid, respectievelijk 22, vierde lid van de richtlijn 2014/66/EU vermeldt de IND op het verblijfsdocument van de werknemer ‘ICT’ respectievelijk ‘mobile ICT’. +Op grond van artikel 11, vierde lid, respectievelijk 22, vierde lid, van de richtlijn 2014/66/EU vermeldt de IND op het verblijfsdocument van de werknemer ‘ICT’ respectievelijk ‘mobile ICT’. + +In aanvulling op artikel 3.30d, eerste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend aan een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden. ### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur @@ -2718,19 +2728,17 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder n, Vb verleent de IND de Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder d, Vb verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning: -• voor de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden; -• voor de duur van de opleiding als de vreemdeling als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister; of -• voor de duur van de registratie als de vreemdeling voor een beperkte periode in het BIG-register staat geregistreerd. +• voor de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden; of +• voor de duur van de opleiding als de vreemdeling als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister. ##### 3.3.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning: -• voor de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden; -• voor ten hoogste de duur van de opleiding als de kennismigrant als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister; of -• voor de duur van de registratie als de vreemdeling voor een beperkte periode in het BIG-register staat geregistreerd. +• voor de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden; of +• voor ten hoogste de duur van de opleiding als de kennismigrant als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister. -De vreemdeling kan een aanvraag indienen voor de verlenging van de inkomende langetermijnmobiliteit. Verlenging is slechts mogelijk voor zover dit past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat en zolang de vreemdeling blijft voldoen aan de voorwaarden voor langetermijnmobiliteit. +De vreemdeling kan een aanvraag indienen voor verlenging van de inkomende langetermijnmobiliteit. Verlenging is slechts mogelijk voor zover dit past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat en zolang de vreemdeling blijft voldoen aan de voorwaarden voor langetermijnmobiliteit. Bovenstaande geldt ook bij de inkomende langetermijnmobiliteit van de gezinsleden van onderzoeker. @@ -3360,33 +3368,65 @@ De IND beoordeelt de toelating van buitenlandse adoptiefkinderen aan de hand van #### 3.7. Buitenlandse pleegkinderen + + De IND beschouwt als buitenlandse pleegkinderen vreemdelingen die: • om andere redenen dan adoptie in hun belang naar Nederland worden overgebracht; en • worden geplaatst in een pleeggezin waarbij de pleegouders feitelijk de plaats van de biologische of juridische ouders innemen. -##### 3.7.1 +Daarbij kan sprake zijn van een situatie dat het pleegkind: + +• in het land van herkomst nog geen deel uitmaakte van het gezin van de aspirant-pleegouders (zie verder paragraaf B7/3.7.1 Vc); of +• in het land van herkomst al feitelijk behoorde tot het gezin van de pleegouders en hier nog steeds toe behoort (zie verder paragraaf B7/3.7.2 Vc). + +##### 3.7.1. Het kind maakte in het land van herkomst nog geen deel uit van het gezin van de aspirant-pleegouders + +###### 3.7.1.1. Geen aanvaardbare toekomst De IND neemt aan dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst, als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, Vb is weggelegd in het land van herkomst, als sprake is van zodanige omstandigheden, dat het kind niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd. +Onder naaste bloed- of aanverwanten wordt verstaan de ouders, grootouders, broers of zusters, van het buitenlandse pleegkind of de broers of zusters van de ouders van het buitenlandse pleegkind (ooms en tantes van het buitenlandse pleegkind). + De IND neemt niet aan dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, Vb als het kind verblijft bij zijn ouders in minder welvarende omstandigheden, voor zover die omstandigheden ter plaatse als normaal zijn te beschouwen. De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind, genoemd in artikel 3.28, derde lid, Vb, blijkt dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. -Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind nooit zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op tbc is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar tbc te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is. +Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind nooit zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op TBC is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar TBC te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is. -##### 3.7.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd +###### 3.7.1.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd -In aanvulling op de in artikel 3.28 Vb opgenomen voorwaarden, verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking familie- of gezinslid, als ook wordt voldaan aan alle hierna genoemde voorwaarden: +In aanvulling op de in artikel 3.28 Vb opgenomen voorwaarden, verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking familie- of gezinslid, als wordt voldaan aan alle hierna genoemde voorwaarden: -1. het buitenlandse pleegkind is een bloed- of aanverwant als bedoeld in artikel 1:3 BW van de referent; +1. het buitenlandse pleegkind een bloed- of aanverwant is als bedoeld in artikel 1:3 BW van de referent; 2. a. de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het kind stemmen in met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders; óf -b. de autoriteiten in het land van herkomst stemmen in met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders, in het geval dat de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger(s) overleden zijn of een onbekende verblijfplaats hebben; en -3. het gezag van de aspirant-pleegouder(s) over het kind is geregeld door de bevoegde autoriteiten. +b. de autoriteiten van het land van herkomst stemmen in met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders, in het geval dat de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger(s) overleden zijn of een onbekende verblijfplaats hebben; en +3. de voogdij van de aspirant-pleegouder(s) over het kind is geregeld door de bevoegde autoriteiten. De referent moet een grootouder, broer of halfbroer, zuster of halfzuster, schoonzus of zwager, of oom of tante van het pleegkind zijn. -Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is zowel instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger(s) als instemming van de autoriteiten in het land van herkomst vereist. +Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is zowel instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger(s) als instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist. + +##### 3.7.2. Het kind behoorde in het land van herkomst feitelijk reeds tot het gezin van de pleegouders + +###### 3.7.2.1. Geen aanvaardbare toekomst + +De IND neemt aan dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst, als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, Vb is weggelegd in het land van herkomst, als het kind: + +• in het land van herkomst al feitelijk behoorde tot het gezin van de pleegouders en hier nog steeds toe behoort; en +• minimaal één jaar in het land van herkomst is verzorgd en opgevoed door de pleegouders omdat de eigen ouders overleden zijn of niet in staat waren om voor het kind te zorgen. + +De IND neemt aan dat het kind feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de pleegouders als tussen het kind en de pleegouders sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM (zie paragraaf B7/3.8.1 Vc). + +De pleegouders hoeven geen bloed- of aanverwant te zijn van het kind. + +###### 3.7.2.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd + +In aanvulling op de in artikel 3.28 Vb opgenomen voorwaarden, verleent de IND uitsluitend een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking familie- of gezinslid, als ook wordt voldaan aan alle hierna genoemde voorwaarden: + +• de pleegouders die het kind minimaal een jaar hebben verzorgd en opgevoed in het land van herkomst hebben in die periode de voogdij over het kind gekregen; +• de voogdij van de aspirant-pleegouder(s) over het kind is geregeld door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst; en +• de autoriteiten van het land van herkomst stemmen in met het vertrek naar en het verblijf van het kind in het gezin van de pleegouders in Nederland. ##### 3.7.3. Meetellen gezinsinkomen @@ -3520,9 +3560,16 @@ De IND beschouwt een ongehuwdverklaring uit het land van herkomst en/of het land De IND beschouwt als bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling de persoon bij wie verblijf was toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten: -• recente bescheiden van de politie, waaruit blijkt dat bij de politie aannemelijk is gemaakt dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden; of -• een recente verklaring van de politie of het OM waaruit blijkt dat het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld; en -• recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron, waaruit voldoende blijkt dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. +• recente bescheiden van de politie, zoals een aangifte of een melding huiselijk geweld; of +• een recente verklaring van de politie of het OM waaruit blijkt dat het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld. + +Bij deze bewijsmiddelen dient ook recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron te worden overgelegd, waaruit voldoende blijkt dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. + +De IND beoordeelt op basis van de inhoud van alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen de aannemelijkheid van het gestelde huiselijk geweld. + +Daarnaast beschouwt de IND ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld: + +• de beschikking waaruit blijkt dat het huwelijk door de Nederlandse rechter nietig is verklaard omdat het huwelijk onder dwang is gesloten zoals bedoeld in artikel 1:71 lid 1 BW. De IND beschouwt in ieder geval een geboorteakte als bewijsmiddel dat sprake is van juridisch ouderschap. @@ -3575,23 +3622,33 @@ De IND beschouwt, bij het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrij De IND beschouwt bescheiden waaruit blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de vreemdeling niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd als bewijsmiddel dat de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft. -De IND beschouwt bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie blijkt als bewijsmiddel dat de referent een bloed- of aanverwant is van de vreemdeling in de zin dat hij een grootouder, broer, zuster, oom of tante van de vreemdeling is. +De aspirant-pleegouder moet aantonen wie de in het land van herkomst wonende naaste bloed- en aanverwanten zijn (bijv. familieboekje). + +Het bewijsmiddel moet afkomstig zijn uit een objectieve bron uit het land van herkomst (bijvoorbeeld een verklaring van een welzijnsinstelling, een verklaring van een arts of een uitspraak van een rechter). Een verklaring uit niet-objectieve bron (bijvoorbeeld familieleden) geldt in het algemeen niet als bewijsmiddel van geen aanvaardbare toekomst. + +Het komt regelmatig voor dat de aspirant-pleegouder verklaringen van de familieleden in het land van herkomst overhandigt waarin staat dat zij niet in staat zijn om het buitenlandse pleegkind te verzorgen. Als deze verklaringen niet worden onderbouwd met bewijsmiddelen uit een objectieve bron, neemt de IND in het algemeen niet aan dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst voor het kind in het land van herkomst. + +De IND beschouwt bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie blijkt als bewijsmiddel dat de referent een bloed- of aanverwant is van de vreemdeling in de zin dat hij een grootouder, broer of halfbroer, zuster of halfzuster, schoonzus of zwager, oom of tante van de vreemdeling is. Als bewijsmiddel geldt bijvoorbeeld een familieboekje. De IND beschouwt een in het land van herkomst afgegeven medische verklaring, niet ouder dan zes maanden, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat in redelijkheid kan worden aangenomen dat de vreemdeling niet lijdt aan een gevaarlijke of besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. -De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger en – als het recht van het land van herkomst dit vereist – de autoriteiten in het land van herkomst hebben ingestemd met het verblijf van de vreemdeling in het gezin van de pleegouders: +De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger en – als het recht van het land van herkomst dit vereist – de autoriteiten van het land van herkomst hebben ingestemd met het verblijf van de vreemdeling in het gezin van de pleegouders: • een instemmingsverklaring van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers; en -• een instemmingsverklaring van de bevoegde autoriteiten in het land van herkomst. +• een instemmingsverklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst. -De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten (bij voorkeur) van het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de aspirant-pleegouders het gezag hebben over de vreemdeling. +De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten (bij voorkeur) van het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de aspirant-pleegouders de voogdij hebben over de vreemdeling. Een voorbeeld van een dergelijke verklaring is een voogdijbeschikking. + +De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de autoriteiten van het land van herkomst hebben ingestemd met het vertrek naar en het verblijf van de vreemdeling in het gezin van de pleegouders in Nederland een instemmingsverklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst. + +De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de pleegouders de voogdij hebben gekregen over de vreemdeling. Een voorbeeld van een dergelijke verklaring is een voogdijbeschikking. + +De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling minimaal één jaar in het land van herkomst is verzorgd en opgevoed door de pleegouders omdat de eigen ouders overleden zijn of niet in staat waren om voor de vreemdeling te zorgen. Een voorbeeld van een dergelijke verklaring waaruit dit kan blijken is een voogdijbeschikking. De IND beschouwt bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie tussen de vreemdeling en de referent blijkt als bewijsmiddel waaruit moet blijven dat sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM. De IND beschouwt bescheiden waaruit blijkt dat invulling wordt gegeven aan het gezinsleven tussen de vreemdeling en de referent als bewijsmiddel van de feitelijke invulling. -Mvv-vereiste voor de gezinsleden van de houder van de Europese blauwe kaart - De IND beschouwt gegevens en bescheiden waaruit de duur en aard van het eerdere verblijf als gezinslid in de andere staat die partij is bij het EU-verdrag als bewijsmiddel dat de vreemdeling geen mvv hoeft over te leggen. Voor de bewijsmiddelen van gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning asiel wordt verwezen naar C2/4.1.2. @@ -3678,18 +3735,20 @@ De IND trekt de verblijfsvergunning in als naar het oordeel van het LEC EGG geen -De IND beschouwt het schriftelijke advies van het LEC EGG als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van een dreiging met eergerelateerd geweld in Nederland én in het land van herkomst, dat er een reële dreiging is die niet op korte termijn kan worden weggenomen en dat de wijze waarop uiting kan worden gegeven aan het eergerelateerd geweld voldoende ernstig is. +De IND beschouwt het schriftelijke advies van het LEC EGG als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van een dreiging met eergerelateerd geweld in Nederland en in het land van herkomst, dat er een reële dreiging is die niet op korte termijn kan worden weggenomen en dat de wijze waarop uiting kan worden gegeven aan het eergerelateerd geweld voldoende ernstig is. -De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat er familieleden in het land van herkomst wonen, welke familieleden dat zijn en waar zij woonachtig zijn bijvoorbeeld bewijsmiddelen als een familieboekje, een uittreksel uit de burgerlijke stand of een notariële akte waaruit de gezinssamenstelling en de woonplaats blijkt. +De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat er familieleden in het land van herkomst wonen, welke familieleden dat zijn en waar zij woonachtig zijn, bijvoorbeeld bewijsmiddelen als een familieboekje, een uittreksel uit de burgerlijke stand of een notariële akte waaruit de gezinssamenstelling en de woonplaats blijkt. De IND beschouwt als bewijsmiddel van huiselijk geweld: -• recente bescheiden van de politie, waarbij bij de politie aannemelijk gemaakt moet zijn dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden; óf +• recente bescheiden van de politie, zoals een aangifte of een melding huiselijk; of • een recente verklaring van de politie of het OM dat het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld. -in combinatie met recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron, waaruit voldoende moet blijken dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. +Bij deze bewijsmiddelen dient ook recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron te worden overgelegd, waaruit voldoende moet blijken dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. -De IND beschouwt ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld: +De IND beoordeelt op basis van de inhoud van alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen de aannemelijkheid van het gestelde huiselijk geweld. + +Daarnaast beschouwt de IND ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld: • de beschikking waaruit blijkt dat het huwelijk door de Nederlandse rechter nietig is verklaard omdat het huwelijk onder dwang is gesloten zoals bedoeld in artikel 1:71 lid 1 BW. @@ -4249,6 +4308,11 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de De IND beschouwt een daartoe strekkende medische verklaring als bewijsmiddel van de bijzonderheid van het specialisme als bedoeld in B8/9.1.2 Vc, onder situatie 1. +Het kan gaan om de volgende verklaring: + +• een verklaring van een zorginstelling in Nederland dat betrokkene kan worden behandeld door deze instelling/specialist; en +• een verklaring van de behandelaar in het buitenland waaruit blijkt dat het specialisme ontbreekt of dat de vreemdeling in eigen land is uitbehandeld. + De IND beschouwt objectieve bescheiden als bewijsmiddel van het verblijf in Nederland als bedoeld in B8/9.1.2 Vc, onder situatie 2. Ook moet uit deze of andere bescheiden het moment van aanvang van medische behandeling blijken. De IND beschouwt getuigenverklaringen niet als bewijsmiddel van het verblijf in Nederland als bedoeld in B8/9.1.2 Vc, onder situatie 2. De IND beschouwt officiële bescheiden, zoals een familieboekje of overlijdensakte, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat er geen gezins- of familieleden in het land van herkomst of bestendig verblijf zijn die de mantelzorg op zich kunnen nemen. @@ -4267,7 +4331,7 @@ De IND beschouwt een geldige polis van de afgesloten ziektekostenverzekering waa • de ziektekostenverzekering uit de algemene middelen wordt betaald; of • de premie van de ziektekostenverzekering wordt voldaan uit een uitkering die ten laste komt van de algemene middelen. -De IND beschouwt in ieder geval de bewijsmiddelen 1, 2 en 3 genoemd in paragraaf A3/7.2.4 Vc, onder het kopje ‘*bewijsmiddelen’ * als bewijsmiddel dat de vreemdeling zich terecht beroept op medische gronden. +De IND beschouwt in ieder geval de bewijsmiddelen 1, 2 en 3 genoemd in paragraaf A3/7.2.4 Vc, onder het kopje ‘*bewijsmiddelen’* als bewijsmiddel dat de vreemdeling zich terecht beroept op medische gronden. De IND beschouwt als bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding: @@ -4334,7 +4398,7 @@ De IND merkt de ouders van een verwesterde minderjarige vrouw die aannemelijk he De IND wijst de aanvraag niet af wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding. -De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder b, VV niet als ten aanzien van de ouders het gestelde in paragraaf C2/6.2.7 Vc of paragraaf C2/6.2.8 Vc van toepassing is (openbare orde beleid). +De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder b, VV niet als ten aanzien van de ouders het gestelde in paragraaf C2/7.10 van toepassing is (openbare orde beleid). De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb, aan de volgende gezinsleden van een verwesterde minderjarige vrouw die aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk: @@ -4348,7 +4412,7 @@ De IND neemt aan dat meerderjarige broer(s) en/of zus(sen) niet langer deel uitm Als de meerderjarige broer of zus zelf de zorg heeft voor buitenhuwelijkse kinderen, is dit uitsluitend een reden om aan te nemen dat hij/zij niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de hoofdpersoon, als daarnaast sprake is van een van de twee hiervóór genoemde omstandigheden. -De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb niet als ten aanzien van de broer(s) en/of zus(sen) het gestelde in paragraaf C2/6.2.7 Vc of paragraaf C2/6.2.8 Vc van toepassing is (openbare orde beleid). +De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb niet als ten aanzien van de broer(s) en/of zus(sen) het gestelde in paragraaf C2/7.10 Vc van toepassing is (openbare orde beleid). De IND wijst de aanvraag van de broer(s) en/of zus(sen) van de verwesterde minderjarige vrouw niet af wegens het ontbreken van een referentverklaring als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder k, Vw. @@ -5323,12 +5387,14 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de medische behandeli De IND beschouwt als bewijsmiddel van huiselijk geweld: -• recente bescheiden van de politie, waarbij bij de politie aannemelijk gemaakt moet zijn dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden; óf +• recente bescheiden van de politie, zoals een aangifte of een melding huiselijk geweld; of • een recente verklaring van de politie of het OM dat het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld. -In combinatie met recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron, waaruit voldoende moet blijken dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. +Bij deze bewijsmiddelen dient ook recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron te worden overgelegd, waaruit voldoende moet blijken dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. -De IND beschouwt ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld: +De IND beoordeelt op basis van de inhoud van alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen de aannemelijkheid van het gestelde huiselijk geweld. + +Daarnaast beschouwt de IND ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld: • de beschikking waaruit blijkt dat het huwelijk door de Nederlandse rechter nietig is verklaard omdat het huwelijk onder dwang is gesloten zoals bedoeld in artikel 1:71 lid 1 BW. @@ -5360,8 +5426,8 @@ De IND beschouwt de beschikking van de kinderrechter als bewijsmiddel dat de ond De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt welke hulpverlening de minderjarige vreemdeling nodig heeft als bedoeld in B9/16.5 Vc: -− het rapport van de Raad voor Kinderbescherming; of, indien van recenter datum: -− het rapport van de gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert. +– het rapport van de Raad voor Kinderbescherming; of, indien van recenter datum: +– het rapport van de gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert. De IND beschouwt uitsluitend een advies van de DT&V als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling van een minderjarige vreemdeling niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang kan worden verleend. @@ -5420,15 +5486,26 @@ Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb neemt de IND slechts aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de burger van de Unie aan het familielid ten minste één jaar ononderbroken regelmatig een som geld heeft betaald welke voor het familielid noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst. -In aanvulling op artikel 8.7, vierde lid, Vb neemt de IND aan dat een duurzame relatie bestaat als de burger van de Unie en de ongehuwde partner: +De IND neemt in aanvulling op artikel 8.7, vierde lid, Vb aan dat een burger van de Unie en de ongehuwde partner een duurzame relatie hebben, als zij voorafgaand aan het moment van de aanvraag of op het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij in ieder geval gedurende die termijn feitelijk is samengewoond. -• voorafgaand aan het moment van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht of het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden en gedurende die termijn feitelijk samenwoonden; of -• gezamenlijk een kind hebben. +De IND kan op grond van de persoonlijke omstandigheden van het geval een relatie als duurzaam aanmerken als de burger van de Unie en de ongehuwde partner: + +• nog geen zes maanden feitelijk hebben samengewoond; en +• gedurende tenminste zes maanden een duurzame relatie onderhouden. + +De IND betrekt bij die beoordeling de redenen, waarom de burger van de Unie en de ongehuwde partner (tijdelijk) niet samenwonen. + +Verder kan de IND daarbij in ieder geval de volgende relevante aspecten betrekken die aan kunnen tonen dat er emotionele en affectieve banden zijn aangegaan, die maken dat sprake is van een duurzame relatie als hier bedoeld: + +• de duur van de gezamenlijke huishouding; +• het dragen van zorg voor elkaar; +• het hebben van een gezamenlijk kind en daar de gezamenlijke zorg voor dragen; +• het hebben van gezamenlijke financiële verplichtingen of banden (hypotheek, gezamenlijke schulden of gezamenlijke bankrekeningen) of gezamenlijk grote aankopen of eigendommen; +• samenwoning in het verleden (in Nederland of in het buitenland); en/of +• de frequentie van het contact en elkaar zien. In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie. -Reële en daadwerkelijke arbeid - In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IND een burger van de Unie als werknemer of zelfstandige als deze reële en daadwerkelijke arbeid verricht. Van reële en daadwerkelijke arbeid is in ieder geval sprake als: @@ -5466,7 +5543,7 @@ In de volgende gevallen wordt geen sticker ‘Verblijfsaantekeningen gemeenschap • er zijn indicaties aanwezig van een schijnrelatie of schijnhuwelijk; of • er is niet deugdelijk bewezen dat sprake is van een duurzame relatie. -Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen algemeen’ wordt aangetekend dat arbeid niet is toegestaan. Wordt het de vreemdeling echter op een andere grond toegestaan om arbeid te verrichten, dan wordt op de sticker aangetekend dat arbeid wel is toegestaan. +Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen algemeen’ wordt aangetekend dat arbeid niet is toegestaan. Als het de vreemdeling echter op een andere grond wordt toegestaan om arbeid te verrichten, dan wordt op de sticker aangetekend dat arbeid wel is toegestaan. De IND stelt een burger van de Unie voor wie het vrije verkeer van werknemers nog niet geldt als gevolg van een overgangsmaatregel in het bezit van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ als: @@ -5594,8 +5671,7 @@ Tenzij anders is bepaald in Vb, VV, of Vc, geldt binnen het EU-recht de vrije be In aanvulling op artikel 8.13, derde lid, Vb beschouwt de IND als bewijsmiddel: • een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, huurcontracten of afschriften van rekeningen op beider naam als sprake is van een gezamenlijke huishouding buiten Nederland; -• een bewijs van inschrijving als ingezetene in de BRP als de partners in Nederland samenwonen of recentelijk hebben samengewoond; of -• de geboorteakte van een kind dat uit de relatie is geboren. +• een bewijs van inschrijving als ingezetene in de BRP als de partners in Nederland samenwonen of recentelijk hebben samengewoond. Bij de beoordeling van een aanvraag voor toetsing aan het EU-recht van een familielid beoordeelt de IND de inkomenspositie van de burger van de Unie als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb aan de hand van de bewijsmiddelen zoals genoemd in paragraaf B1/ 8.3.4 Vc.