2022-08-01 | BWBR0013103 | Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs enz. (regels inzake regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten)
This commit is contained in:
parent
c4468d0c89
commit
6fa6be89fe
1 changed files with 2 additions and 13 deletions
|
|
@ -26,22 +26,11 @@ Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
|
|||
|
||||
### Artikel IV
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 28 en 118g tot en met 118i van de Wet op het voortgezet onderwijs wordt onder een school tevens verstaan een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 124 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De artikelen 8.1.8 en 8.3.1 tot en met 8.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zijn tevens van toepassing op degene die:
|
||||
|
||||
a. op grond van artikel 12.3.24 van die wet nog in de gelegenheid is gesteld om binnen een redelijke tijd zijn opleiding onderscheidenlijk programma te voltooien volgens de op 31 december 1995 geldende voorschriften, en
|
||||
b. voor het bereiken van de in artikel 8.1.8, eerste lid onderdeel a, van die wet genoemde leeftijd een instelling verlaat zonder een diploma van een opleiding tot beginnende beroepsuitoefening als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs zoals die wet luidde op 31 december 1995, of een diploma van een opleiding voor middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a, van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals die wet luidde op 31 december 1995.
|
||||
|
||||
**3.** Tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip zijn de in artikel 118h van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b van de Wet op de expertisecentra bedoelde regio's en contactgemeenten de regio's onderscheidenlijk contactgemeenten, aangewezen op grond van de Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten.
|
||||
|
||||
**4.** Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden de specifieke uitkeringen die op grond van de Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten zijn toegekend ten behoeve van het lopende kalenderjaar, voor het dan resterende gedeelte van dat kalenderjaar aangemerkt als te zijn toegekend op grond van artikel 118h, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 162b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra ten behoeve van de in die artikelen genoemde taken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel V
|
||||
|
||||
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, en na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Onze Minister van Veiligheid en Justitie, voor 1 januari 2002 en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra voor zover het de wijzigingen door deze wet betreft. Uit dit verslag blijkt tevens of het voor de doeltreffendheid van de in de eerste volzin bedoelde wettelijke voorschriften wenselijk moet worden geacht, de door de gemeentebesturen behaalde resultaten te betrekken bij de berekening van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 118h, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra.
|
||||
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, en na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Onze Minister van Veiligheid en Justitie, voor 1 januari 2002 en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra voor zover het de wijzigingen door deze wet betreft. Uit dit verslag blijkt tevens of het voor de doeltreffendheid van de in de eerste volzin bedoelde wettelijke voorschriften wenselijk moet worden geacht, de door de gemeentebesturen behaalde resultaten te betrekken bij de berekening van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 8.3.2, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra.
|
||||
|
||||
### Artikel VI
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue