diff --git a/amvb/besluit-experimenten-flexibel-hoger-onderwijs/BWBR0037837/README.md b/amvb/besluit-experimenten-flexibel-hoger-onderwijs/BWBR0037837/README.md index a4e077725ac..5960d9c7ab1 100644 --- a/amvb/besluit-experimenten-flexibel-hoger-onderwijs/BWBR0037837/README.md +++ b/amvb/besluit-experimenten-flexibel-hoger-onderwijs/BWBR0037837/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs bwb_id: BWBR0037837 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2016-05-01' +datum_inwerkingtreding: '2017-01-23' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037837 citeertitel: Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs --- @@ -32,7 +32,7 @@ l. *masteropleiding:* masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, o m. *deeltijds:* deeltijds als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de wet; n. *duaal:* duaal als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de wet; o. *Ad-programma:* Ad-programma als bedoeld in artikel 7.8a van de wet; -p. *accreditatieorgaan:* de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie bedoeld in artikel 1 van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167); +p. *accreditatieorgaan:* de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie bedoeld in artikel 1 van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (Trb. 2003, 167); q. *accreditatie:* keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een bachelor- of een masteropleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld; r. *toets nieuwe opleiding:* keurmerk dat tot uitdrukking brengt dat de kwaliteit van een voorgenomen bachelor- of masteropleiding door het accreditatieorgaan positief is beoordeeld; s. *studiepunt:* studiepunt als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de wet; @@ -44,26 +44,32 @@ x. *examencommissie:* examencommissie als bedoeld in artikel 7.12 van de wet; y. *onderwijs- en examenregeling:* onderwijs- en examenregeling als bedoeld in artikel 7.13 van de wet; z. *experiment leeruitkomsten:* experiment als bedoeld in artikel 7; aa. *experiment accreditatie onvolledige opleidingen:* experiment als bedoeld in artikel 19; -bb. *experiment educatieve module:* experiment als bedoeld in artikel 27. +bb. *experiment educatieve module:* experiment als bedoeld in artikel 27; +cc. *experiment flexstuderen:* experiment als bedoeld in artikel 17b; +dd. *studiejaar:* tijdvak dat begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar. ### Artikel 2 -Het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten, het experiment accreditatie onvolledige opleidingen of het experiment educatieve module is verplicht +Het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan een experiment in de zin van dit besluit is verplicht a. tijdig zodanige informatie aan studenten en aanstaande studenten te verstrekken over de deelname aan en inrichting van het desbetreffende experiment dat het hen in staat stelt zich voorafgaand aan de inschrijving een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan; en b. tijdig in de onderwijs- en examenregeling bekend te maken op welke opleidingen of Ad-programma’s en op welke wijze dit besluit van toepassing is. ### Artikel 3 -**1.** Het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten of het experiment educatieve module zorgt ervoor dat in geval van beëindiging van het desbetreffende experiment de onderwijscontinuïteit voor de betrokken studenten is gewaarborgd. +**1.** Onverminderd artikel 5a.12 van de wet, zorgt het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan een experiment in de zin van dit besluit ervoor dat in geval van beëindiging van het desbetreffende experiment de onderwijscontinuïteit voor de betrokken studenten is gewaarborgd. **2.** Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten of het experiment educatieve module stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment. **3.** Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten op grond van artikel 10.16a, eerste lid, van de wet heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VIIB van toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment. +**4.** Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen stelt de medezeggenschapsraad, of in geval van een universiteit, de universiteitsraad, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment. + +**5.** Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen, op grond van de artikelen 9.30, eerste lid, of 10.16a, eerste lid, van de wet heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VIIB van toepassing is, stelt het bestuur het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in de artikelen 9.30, derde lid, tweede volzin, of 10.16a, derde lid, tweede volzin, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment. + ### Artikel 4 -**1.** Onze Minister evalueert uiterlijk in 2023 het experiment leeruitkomsten en het experiment accreditatie onvolledige opleidingen. Onze Minister evalueert uiterlijk in 2021 het experiment educatieve module. +**1.** Onze Minister evalueert uiterlijk in 2023 het experiment leeruitkomsten en het experiment accreditatie onvolledige opleidingen. Onze Minister evalueert uiterlijk in 2021 het experiment educatieve module. Onze Minister evalueert uiterlijk in 2022 het experiment flexstuderen. **2.** Bij de evaluatie wordt in ieder geval onderzocht of de wijze waarop de experimenten op grond van dit besluit zijn vormgegeven, doelmatig is, mede in relatie tot de administratieve lasten. @@ -73,10 +79,10 @@ b. tijdig in de onderwijs- en examenregeling bekend te maken op welke opleidinge ### Artikel 5 -Onze Minister kan het experiment leeruitkomsten, het experiment accreditatie onvolledige opleidingen of het experiment educatieve module bij een instelling voor hoger onderwijs geheel of gedeeltelijk beëindigen, indien: +Onze Minister kan een experiment in de zin van dit besluit bij een instelling voor hoger onderwijs geheel of gedeeltelijk beëindigen, indien: a. de desbetreffende instelling voor hoger onderwijs de voorschriften van dit besluit niet naar behoren naleeft; of -b. door het experiment leeruitkomsten, het experiment accreditatie onvolledige opleidingen of het experiment educatieve module afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit of toegankelijkheid van het hoger onderwijs. +b. door het experiment afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit of toegankelijkheid van het hoger onderwijs. ## Hoofdstuk 2. Experiment leeruitkomsten @@ -88,7 +94,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder deelnemende instelling: instelling voor ho **1.** Instellingen voor hoger onderwijs kunnen deeltijdse en duale Ad-programma’s, deeltijdse en duale bacheloropleidingen of deeltijdse en duale masteropleidingen, aanbieden waarbij geen sprake hoeft te zijn van een samenhangend geheel van onderwijseenheden als bedoeld in artikel 7.3 van de wet, maar waarbij sprake kan zijn van een samenhangend geheel van eenheden van leeruitkomsten, op basis waarvan opleidingstrajecten kunnen worden ingericht en afgestemd op de uitgangspositie, werksituatie, kenmerken en behoeften van individuele studenten of groepen studenten. -**2.** Het experiment leeruitkomsten, bedoeld in het eerste lid, duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022. +**2.** Het experiment leeruitkomsten, bedoeld in het eerste lid, duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022. ### Artikel 8 @@ -111,15 +117,13 @@ c. de mate waarin de tijdens het experiment gehanteerde kaders ter borging van d ### Artikel 11 -**1.** Deelname aan het experiment staat in ieder geval open voor instellingen voor hoger onderwijs waaraan Onze Minister op grond van artikel 3 van de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen subsidie heeft verleend. - -**2.** Deelname aan het experiment staat voorts open voor een instelling voor hoger onderwijs die op de beoordelingsmaatstaven van bijlage B van de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen op de onderdelen een tot en met zeven van de aanvraag minimaal een zes heeft behaald, maar waaraan Onze Minister vanwege het subsidieplafond geen subsidie heeft verleend. +Deelname aan het experiment leeruitkomsten staat open voor instellingen voor hoger onderwijs die een aanvraag hebben ingediend op grond van de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen. ### Artikel 12 **1.** Voor deelname aan het experiment leeruitkomsten is toestemming van Onze Minister vereist. -**2.** Een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 11 die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, dient daartoe voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 bij Onze Minister een aanvraag in. +**2.** Een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 11 die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, dient daartoe voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 bij Onze Minister een aanvraag in. **3.** In de aanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk hoe de desbetreffende opleiding of het desbetreffende Ad-programma, bedoeld in artikel 7, zal worden vormgegeven. @@ -129,15 +133,13 @@ c. de mate waarin de tijdens het experiment gehanteerde kaders ter borging van d **2.** Het accreditatieorgaan adviseert Onze Minister binnen zes weken over de mate waarin de kwaliteit van de desbetreffende opleiding of van het desbetreffende Ad-programma is gewaarborgd. -**3.** Onze Minister neemt na ontvangst van het advies van het accreditatieorgaan binnen een redelijke termijn gelijktijdig een besluit over de voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 ingediende aanvragen tot deelname aan het experiment leeruitkomsten. +**3.** Onze Minister neemt na ontvangst van het advies van het accreditatieorgaan binnen een redelijke termijn gelijktijdig een besluit over de voor 1 mei 2016, voor 1 november 2016 of voor 1 mei 2017 ingediende aanvragen tot deelname aan het experiment leeruitkomsten. **4.** Onze Minister verleent uitsluitend toestemming voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, indien de aanvraag het doel, bedoeld in artikel 8, in voldoende mate ondersteunt. **5.** Toestemming wordt in ieder geval geweigerd, indien uit het advies, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de kwaliteit van de desbetreffende opleiding of het desbetreffende Ad-programma onvoldoende is gewaarborgd. -**6.** Toestemming kan in geval van een aanvraag door een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 11, tweede lid, voorts worden geweigerd, indien honorering van die aanvraag in verband met de wenselijke omvang van het experiment leeruitkomsten de uitvoerbaarheid daarvan ernstig zou bemoeilijken. - -**7.** Onze Minister bepaalt in het besluit op welke opleidingen of Ad-programma’s de toestemming betrekking heeft. +**6.** Onze Minister bepaalt in het besluit op welke opleidingen of Ad-programma’s de toestemming betrekking heeft. ### Artikel 14 @@ -145,7 +147,7 @@ c. de mate waarin de tijdens het experiment gehanteerde kaders ter borging van d **2.** Het bestuur van een deelnemende instelling stelt vast hoe de studiepunten, bedoeld in het eerste lid, zijn opgebouwd en op welke wijze zij met elkaar samenhangen. -**3.** De studielast van een eenheid van leeruitkomsten bedraagt niet meer dan 30 studiepunten. +**3.** De studielast van een eenheid van leeruitkomsten bedraagt niet meer dan 30 studiepunten. **4.** Het bestuur van een deelnemende instelling maakt de vastgestelde leeruitkomsten, de daaraan verbonden studiepunten, alsmede de opbouw en samenhang daarvan tijdig bekend in de onderwijs- en examenregeling. @@ -175,7 +177,7 @@ c. wanneer het afsluitend examen, bedoeld in artikel 7.10a, onderscheidenlijk he **1.** Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling jaarlijks over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het voorafgaande kalenderjaar. -**2.** Voor 1 mei 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het tijdvak 2016 tot en met 2020. +**2.** Voor 1 mei 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling over de uitvoering van het experiment leeruitkomsten in het tijdvak 2016 tot en met 2020. **3.** Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs neemt de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet. Het bestuur van een andere deelnemende instelling neemt de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet. @@ -183,6 +185,144 @@ c. wanneer het afsluitend examen, bedoeld in artikel 7.10a, onderscheidenlijk he **5.** Onze Minister kan een deelnemende instelling in verband met het experiment leeruitkomsten andere, op de individuele instelling of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde, verplichtingen opleggen. +## Hoofdstuk 2a. Experiment flexstuderen + +### Artikel 17a + +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder deelnemende instelling: een universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage behorende bij de wet, of een hogeschool als bedoeld in onderdeel g van die bijlage, die deelneemt aan het experiment flexstuderen. + +### Artikel 17b + +**1.** + +Een deelnemende instelling kan een student die is ingeschreven voor een voltijdse bachelor- of masteropleiding of een Ad-programma de mogelijkheid bieden die opleiding, het Ad-programma, of een deel daarvan, flexibel te volgen, waarbij + +a. de hoogte van het collegegeld wordt bepaald door de omvang van het onderwijs dat de student van plan is te volgen, en +b. de student uitsluitend het onderwijs volgt waarvoor hij collegegeld betaalt. + +**2.** Aan het experiment flexstuderen kunnen uitsluitend studenten deelnemen die het volledig wettelijk collegegeld verschuldigd zijn als bedoeld in artikel 7.45a van de wet en die, voor zover het studenten aan een bacheloropleiding betreft, bij de desbetreffende opleiding hun propedeutisch examen als bedoeld in artikel 7.8, derde lid, van de wet hebben behaald of bij de desbetreffende opleiding geen afwijzing hebben ontvangen als bedoeld in artikel 7.8b, derde lid, van de wet. + +**3.** Het collegegeldtarief voor het volgen van onderwijs, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor onderwijs met een studielast van één studiepunt, het bedrag van het wettelijk collegegeld, geldend voor het desbetreffende studiejaar, gedeeld door 60 en vermeerderd met 15 procent van dat breukdeel. + +### Artikel 17c + +**1.** Een deelnemende instelling laat in een studiejaar niet meer studenten toe tot het experiment flexstuderen dan 10 procent van het totaal aantal studenten dat in het daaraan voorafgaande studiejaar per 1 oktober was ingeschreven bij alle voltijdse opleidingen van die instelling. + +**2.** Per studiejaar laat een deelnemende instelling maximaal 1.000 nieuwe studenten toe tot het experiment flexstuderen. + +**3.** Vanaf het studiejaar 2021–2022 kunnen studenten niet meer voor de eerste keer deelnemen aan het experiment flexstuderen. + +### Artikel 17d + +Het experiment flexstuderen duurt van 1 september 2017 tot 1 september 2023, tenzij Onze Minister een besluit neemt als bedoeld in artikel 17h, tweede lid. + +### Artikel 17e + +Met het experiment flexstuderen wordt beoogd te onderzoeken of het aanbieden van hoger onderwijs als bedoeld in artikel 17b leidt tot een toegankelijker aanbod van voltijds hoger onderwijs, dat beter aansluit bij de behoeften van studenten en daardoor leidt tot meer tevredenheid van en ontplooiingsmogelijkheden voor studenten en tot minder uitval. + +### Artikel 17f + +**1.** In verband met het experiment flexstuderen wordt afgeweken van de artikelen 7.34, eerste lid, onderdelen a en b, 7.43 en 7.48 van de wet. + +**2.** Het bestuur van een deelnemende instelling kan in verband met het experiment flexstuderen ten aanzien van een deelnemende student afwijken van de artikelen 7.47 en 7.51 tot en met 7.51i van de wet. + +### Artikel 17g + +Onze Minister evalueert het experiment flexstuderen op basis van de volgende criteria: de mate waarin het aanbieden van hoger onderwijs als bedoeld in artikel 17b positief bijdraagt aan + +a. een toegankelijker aanbod van hoger onderwijs, dat +b. beter aansluit bij de behoeften van studenten en daardoor leidt tot +c. meer tevredenheid van studenten, +d. meer ontplooiingsmogelijkheden voor studenten en +e. tot minder uitval. + +### Artikel 17h + +**1.** + +Onze Minister doet in het studiejaar 2018–2019 tussentijds een onderzoek naar het experiment flexstuderen. Daarbij wordt in het bijzonder onderzocht: + +a. of de belangstelling voor deelname aan het experiment flexstuderen bij studenten toereikend is met het oog op een betekenisvolle evaluatie; en +b. of voortzetting van het experiment flexstuderen verantwoord is uit een oogpunt van financiële beheersbaarheid en organisatorische uitvoerbaarheid. + +**2.** Indien de uitkomsten van de tussentijdse beoordeling, bedoeld in het eerste lid, negatief zijn, kan Onze Minister, na overleg met de deelnemende instellingen, het experiment met ingang van het studiejaar 2019–2020 beëindigen. + +### Artikel 17i + +Aan het experiment flexstuderen kan uitsluitend worden deelgenomen door universiteiten als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage behorende bij de wet, en door hogescholen als bedoeld in onderdeel g van die bijlage. + +### Artikel 17j + +**1.** Voor deelname aan het experiment flexstuderen is toestemming van Onze Minister vereist. + +**2.** Een universiteit of een hogeschool die toestemming wenst te verkrijgen voor deelname aan het experiment flexstuderen, dient daartoe voor 1 maart 2017 bij Onze Minister elektronisch een aanvraag in via het e-mailadres experimentflexstuderen@minocw.nl. + +**3.** In de aanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk hoe het experiment bij de instelling zal worden vormgegeven. + +### Artikel 17k + +**1.** Onze Minister neemt binnen zes weken gelijktijdig een besluit over de voor 1 maart 2017 ingediende aanvragen tot deelname aan het experiment flexstuderen. + +**2.** Onverminderd het derde tot en met vijfde lid verleent Onze Minister uitsluitend toestemming voor deelname aan het experiment flexstuderen, indien de aanvraag het doel, bedoeld in artikel 17e, in voldoende mate ondersteunt. + +**3.** Toestemming wordt geweigerd, indien uit de aanvraag niet blijkt dat het bevoegde medezeggenschapsorgaan, bedoeld in artikel 3, vierde en vijfde lid, heeft ingestemd met het voornemen tot deelname aan het experiment flexstuderen. + +**4.** Toestemming kan worden geweigerd, indien honorering van de aanvraag in verband met de wenselijke omvang van het experiment flexstuderen de uitvoerbaarheid daarvan ernstig zou bemoeilijken. + +**5.** Bij het besluit tot verlening van toestemming en in voorkomend geval bij het selecteren van deelnemende instellingen betrekt Onze Minister de variëteit van de ingediende plannen en de mate waarin de plannen zijn uitgewerkt. + +### Artikel 17l + +Bij onvoldoende belangstelling voor deelname aan het experiment flexstuderen of indien er onvoldoende voor het doel, bedoeld in artikel 17e, geschikte plannen zijn ingediend, kan Onze Minister besluiten het experiment flexstuderen niet uit te voeren. + +### Artikel 17m + +**1.** + +Deelname aan het experiment flexstuderen geeft de student uitsluitend het recht: + +deel te nemen aan het onderwijs waarvoor hij overeenkomstig artikel 17b betaalt, tentamens af te leggen van de onderwijseenheden waarvoor hij overeenkomstig artikel 17b betaalt en in voorkomend geval examens af te leggen. Artikel 7.48 van de wet is niet van toepassing. + +**2.** De student die deelneemt aan het experiment flexstuderen, kan gedurende het studiejaar volgens door de instelling vastgestelde regels van procedurele aard alsnog kiezen voor het volgen van voltijds onderwijs tegen volledig wettelijk collegegeld. In dat geval betaalt de student het resterende deel van het wettelijk collegegeld naar rato van de omvang van het resterende deel van het desbetreffende studiejaar. In een studiejaar betaalt de deelnemende student in totaal niet meer dan het bedrag van het wettelijk collegegeld, geldend voor het desbetreffende studiejaar vermeerderd met 15 procent van dat bedrag. + +**3.** Een student die deelneemt aan het experiment flexstuderen verstrekt desgevraagd nadere informatie aan de deelnemende instelling waar hij is ingeschreven in verband met de deelname aan het experiment flexstuderen door de instelling en de monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment flexstuderen door Onze Minister. + +### Artikel 17n + +**1.** Met inachtneming van dit besluit richt het bestuur van een deelnemende instelling het experiment flexstuderen naar eigen inzicht in. + +**2.** Het bestuur van een deelnemende instelling kan in verband met de uitvoering van het experiment flexstuderen afwijken van de verplichting jegens een deelnemende student tot het bieden van financiële ondersteuning, bedoeld in de artikelen 7.51 tot en met 7.51i van de wet, indien die ondersteuning in verband met de deelname van de student aan het experiment flexstuderen niet nodig is. + +**3.** Het bestuur van een deelnemende instelling kan in verband met de uitvoering van het experiment flexstuderen de wijze van betalen van het collegegeld, bedoeld in artikel 17b, derde lid, regelen. + +### Artikel 17o + +**1.** Het bestuur van een deelnemende instelling voert het experiment flexstuderen overeenkomstig de aanvraag uit. + +**2.** Het bestuur van een deelnemende instelling neemt zodanige maatregelen dat studenten die deelnemen aan het experiment flexstuderen uitsluitend onderwijs kunnen volgen en uitsluitend tentamens en examens kunnen afleggen in de vakken van de opleiding waarvoor zij betalen. + +**3.** + +Het bestuur van een deelnemende instelling maakt de inrichting van het experiment flexstuderen binnen de instelling tijdig bekend. De informatie, bedoeld in de eerste volzin, betreft in ieder geval de volgende onderwerpen: + +a. een vermelding van de voltijdse bachelor- of masteropleidingen of de Ad-programma’s waarop het experiment flexstuderen betrekking heeft; +b. de wijze van aanmelding door studenten voor het experiment flexstuderen; +c. de maximaal tot het experiment flexstuderen toe te laten studenten en de in verband daarmee vastgestelde selectiecriteria en -procedure; +d. een regeling voor het herkansen van tentamens en de geldigheidsduur van tentamenresultaten; +e. het maximum aantal, al dan niet aaneengesloten, studiejaren, dat een student kan deelnemen aan het experiment flexstuderen; +f. de wijze waarop het instellingsbestuur de overstap door studenten van deelname aan het experiment flexstuderen naar het volgen van regulier voltijds hoger onderwijs, bedoeld in artikel 17m, tweede lid, en omgekeerd in procedurele en financiële zin heeft geregeld; +g. de wijze waarop het bestuur gebruik maakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 17n, tweede en derde lid; +h. het handhavingsbeleid van het bestuur in verband met de verplichting, bedoeld in het tweede lid; en +i. de inhoud van de informatieverplichting voor studenten, bedoeld in artikel 17m, derde lid. + +**4.** De aspecten, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en d, worden vastgesteld in de onderwijs- en examenregeling. + +**5.** Het bestuur van een deelnemende instelling rapporteert jaarlijks in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet, aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment flexstuderen in het voorafgaande kalenderjaar. + +**6.** Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd nadere informatie aan Onze Minister in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment flexstuderen. + +**7.** Onze Minister kan een deelnemende instelling in verband met het experiment flexstuderen andere, op de individuele instelling of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde verplichtingen opleggen. + ## Hoofdstuk 3. Experiment accreditatie onvolledige opleidingen ### Artikel 18 @@ -199,7 +339,7 @@ a. die deelnemen aan het experiment leeruitkomsten; b. waarbij het onderwijsaanbod beperkt is tot de afsluitende fase van de opleiding; en c. waarbij de studielast van het aangeboden onderwijs minder bedraagt dan 240 studiepunten. -**2.** Het experiment accreditatie onvolledige opleidingen duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022. +**2.** Het experiment accreditatie onvolledige opleidingen duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022. ### Artikel 20 @@ -224,7 +364,7 @@ b. de mate van effectiviteit van de kaders voor accreditatie of toets nieuwe opl **1.** Rechtspersonen voor hoger onderwijs die deeltijdse of duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgen, waarbij het onderwijsaanbod beperkt is tot de afsluitende fase van de opleiding en waarbij de studielast van het aangeboden onderwijs minder bedraagt dan 240 studiepunten, kunnen deelnemen aan het experiment accreditatie onvolledige opleidingen door het indienen van een aanvraag als bedoeld in de artikelen 5a.9 en 5a.11 van de wet bij het accreditatieorgaan. -**2.** Een aanvraag wordt voor 1 januari 2018 worden ingediend. +**2.** Een aanvraag wordt voor 1 januari 2018 worden ingediend. **3.** In de aanvraag geeft de aanvrager aan hoe het voor de desbetreffend onvolledige opleiding benodigde toelatingsniveau van aspirant-studenten wordt gewaarborgd. @@ -232,7 +372,7 @@ b. de mate van effectiviteit van de kaders voor accreditatie of toets nieuwe opl ### Artikel 24 -**1.** Het accreditatieorgaan legt voor 1 juli 2016 in het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5a.2a van de wet, vast op welke wijze en volgens welke criteria accreditatie of toets nieuwe opleiding wordt verleend aan de deeltijdse en duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 19. +**1.** Het accreditatieorgaan legt voor 1 juli 2016 in het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5a.2a van de wet, vast op welke wijze en volgens welke criteria accreditatie of toets nieuwe opleiding wordt verleend aan de deeltijdse en duale bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 19. **2.** Het accreditatieorgaan besteedt bij het vastleggen van de werkwijze en de beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval aandacht aan de kwaliteit van de toetsing en beoordeling door de deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs van het toelatingsniveau van aspirant-studenten op het niveau dat benodigd is voor deelname aan het onderwijs dat door de rechtspersoon voor hoger onderwijs wordt verzorgd in het kader van de desbetreffende opleiding. @@ -244,7 +384,7 @@ b. de mate van effectiviteit van de kaders voor accreditatie of toets nieuwe opl ### Artikel 25 -**1.** Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs jaarlijks voor 1 juli in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet, aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het voorafgaande kalenderjaar. +**1.** Van 2017 tot en met 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs jaarlijks voor 1 juli in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet, aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het voorafgaande kalenderjaar. **2.** In 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende rechtspersoon voor hoger onderwijs aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment accreditatie onvolledige opleidingen in het tijdvak 2016 tot en met 2020. @@ -270,7 +410,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een deelnemende instelling: een instelling **5.** Een student die beschikt over een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11 van de wet betreffende een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs of een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs en tevens beschikt over een certificaat educatieve module, is met inachtneming van de verwantschapsvoorschriften, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling verwantschapstabel educatieve minor, bevoegd tot het geven van middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het geven van onderwijs in de eerste drie leerjaren van het hoger algemeen voortgezet onderwijs of van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet voortgezet onderwijs BES in een met zijn opleiding inhoudelijk overeenkomend vak in die leerjaren. -**6.** Het experiment educatieve module duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2019. +**6.** Het experiment educatieve module duurt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2019. ### Artikel 28 @@ -291,13 +431,13 @@ b. de mate waarin meer gediplomeerden op bachelorniveau in het wetenschappelijk **1.** Aan het experiment educatieve module kan uitsluitend worden deelgenomen door de instellingen voor hoger onderwijs bedoeld in artikel 26. -**2.** Een instelling die het voornemen heeft deel te nemen aan het experiment educatieve module meldt dat voor 1 september 2016 aan Onze Minister. +**2.** Een instelling die het voornemen heeft deel te nemen aan het experiment educatieve module meldt dat voor 1 september 2016 aan Onze Minister. ### Artikel 32 **1.** Van 2017 tot en met 2019 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling jaarlijks in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet, over de uitvoering van het experiment educatieve module in het voorafgaande kalenderjaar. -**2.** Voor 1 juli 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet over de uitvoering van het experiment educatieve module in het tijdvak 2016 tot en met 2019. +**2.** Voor 1 juli 2020 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet over de uitvoering van het experiment educatieve module in het tijdvak 2016 tot en met 2019. **3.** Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd nadere informatie aan Onze Minister of het accreditatieorgaan in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment educatieve module. @@ -309,7 +449,7 @@ b. de mate waarin meer gediplomeerden op bachelorniveau in het wetenschappelijk ### Artikel 33 -Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2016 en vervalt met ingang van 1 juli 2022. +Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2016 en vervalt met ingang van 1 januari 2025. ### Artikel 34