2015-07-01 | BWBR0033471 | Dagloonbesluit werknemersverzekeringen
This commit is contained in:
parent
e87884a2db
commit
6ffb6fcafb
1 changed files with 249 additions and 127 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Dagloonbesluit werknemersverzekeringen
|
|||
bwb_id: BWBR0033471
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-06-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2015-04-09'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0033471
|
||||
citeertitel: Dagloonbesluit werknemersverzekeringen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -21,33 +21,34 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
a. *aangiftetijdvak:* het tijdvak van vier weken dan wel één maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen, betrekking heeft danwel, indien de werkgever over een afwijkend tijdvak aangifte doet, het tijdvak waarover loon is betaald van één maand of vier weken of herleid tot één maand of vier weken;
|
||||
b. *arbeidsongeschikt(heid):* arbeidsongeschikt(heid) als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO of volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet WIA;
|
||||
c. *arbeidsurenverlies:* het arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WW;
|
||||
d. *gebroken aangiftetijdvak:* een aangiftetijdvak dat deels binnen en deels buiten het refertejaar bedoeld in artikel 2 of artikel 13, valt;
|
||||
d. *gebroken aangiftetijdvak:* een aangiftetijdvak dat deels binnen en deels buiten de referteperiode, bedoeld in de artikelen 2, 12b en 13, valt;
|
||||
e. *het UWV:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
f. *minimumjeugdloonpercentage:* een percentage als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de WML;
|
||||
g. *minimumloon:* het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de WML, gedeeld door 21,75;
|
||||
h. *uitkering:* een uitkering op grond van de ZW, de WW, de Wet WIA, de WAO of de Wazo;
|
||||
i. *verlof:* een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wazo;
|
||||
j. *WAO:*
|
||||
i. *reguliere WW-uitkering:* een uitkering op grond van de WW, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 18 of op grond van hoofdstuk IV van die wet;
|
||||
j. *verlof:* een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wazo;
|
||||
k. *WAO:*
|
||||
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
k. *WAO-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de WAO;
|
||||
l. *WAO-vervolgdagloon:* het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de WAO;
|
||||
m. *Wazo:*
|
||||
l. *WAO-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de WAO;
|
||||
m. *WAO-vervolgdagloon:* het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de WAO;
|
||||
n. *Wazo:*
|
||||
Wet arbeid en zorg;
|
||||
n. *Wazo-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 3:13 van de Wazo;
|
||||
o. *Wet WIA:*
|
||||
o. *Wazo-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 3:13 van de Wazo;
|
||||
p. *Wet WIA:*
|
||||
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
|
||||
p. *WIA-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA;
|
||||
q. *Wfsv:*
|
||||
q. *WIA-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA;
|
||||
r. *Wfsv:*
|
||||
Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
r. *WML:*
|
||||
s. *WML:*
|
||||
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
|
||||
s. *WW:*
|
||||
t. *WW:*
|
||||
Werkloosheidswet;
|
||||
t. *WW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de WW;
|
||||
u. *ziek/ziekte:* ongeschikt(heid) tot het verrichten van zijn of haar arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de ZW;
|
||||
v. *ZW:*
|
||||
u. *WW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de WW;
|
||||
v. *ziek/ziekte:* ongeschikt(heid) tot het verrichten van zijn of haar arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de ZW;
|
||||
w. *ZW:*
|
||||
Ziektewet;
|
||||
w. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW.
|
||||
x. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit besluit is maandag de eerste dag van de kalenderweek en zijn de eerste vijf dagen van de kalenderweek dagloondagen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -55,131 +56,112 @@ w. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW.
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Onder refertejaar wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van een jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ziekte of het arbeidsurenverlies is ingetreden.
|
||||
**1.** Onder referteperiode wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van één jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid eindigt het refertejaar op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking is geëindigd, indien de dienstbetrekking eindigt door ontbinding door de kantonrechter, wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en
|
||||
In afwijking van het eerste lid, wordt onder referteperiode verstaan de periode van één jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking is geëindigd, indien de dienstbetrekking eindigt door wederzijds goedvinden van partijen of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en:
|
||||
|
||||
a. de werknemer een schadeloosstelling of vergoeding wegens de beëindiging van de dienstbetrekking heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in het eerste lid, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt, en
|
||||
b. de datum van eindiging van die dienstbetrekking is gelegen voor het einde van het refertejaar, bedoeld het eerste lid.
|
||||
a. de werknemer een vergoeding wegens de beëindiging van de dienstbetrekking of een vergoeding op grond van artikel 672, negende lid, of artikel 677, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in het eerste lid, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt; en
|
||||
b. de datum van eindiging van die dienstbetrekking is gelegen voor het einde van de referteperiode, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het vaststellen van het ZW-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW eindigt het refertejaar, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid, is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste en tweede lid, een eerder recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan. De referteperiode begint dan op de eerste werkloosheidsdag van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden als bedoeld in het eerste lid of waarin de dienstbetrekking is geëindigd als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het vaststellen van het WW-dagloon van de werknemer, op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, eindigt het refertejaar, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin het eerste verlies van arbeidsuren is ingetreden, indien het opeenvolgende verlies van arbeidsuren heeft plaatsgevonden in dezelfde dienstbetrekking.
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies of de dag waarop de dienstbetrekking is geëindigd, indien de eerste werkloosheidsdag van het eerdere recht is gelegen na afloop van de referteperiode als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste en tweede lid, geen recht op loon bestond of geen loon is genoten. In dat geval is de referteperiode de periode vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de dag waarop het arbeidsurenverlies is ingetreden of tot en met de dag waarop de dienstbetrekking is geëindigd.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid begint de referteperiode voor het dagloon van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW op de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, is aangevangen na het begin van de referteperiode als bedoeld in het eerste lid. De referteperiode eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid eindigt de referteperiode voor het dagloon van een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de werkgever kwam te verkeren in een omstandigheid als bedoeld in artikel 61 van die wet. De referteperiode begint één jaar daarvoor of indien de dienstbetrekking waarin de betalingsonmacht van de werkgever, bedoeld in artikel 61 van de WW, is ingetreden, daarna is aangevangen, op de dag waarop die dienstbetrekking is aangevangen.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van het zesde en zevende lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies of de dag dat de werkgever kwam te verkeren in een omstandigheid als bedoeld in artikel 61 van de WW, indien de desbetreffende dienstbetrekking is aangevangen na afloop van de referteperiode als bedoeld in het zesde of zevende lid.
|
||||
|
||||
**9.** Bij het vaststellen van het WW-dagloon van de werknemer, op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste en derde lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin het eerste verlies van arbeidsuren is ingetreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv, genoten in het refertejaar uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden met dien verstande dat niet onder loon worden begrepen:
|
||||
Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv, genoten in de referteperiode met dien verstande dat niet onder loon worden begrepen:
|
||||
|
||||
a. uitkeringen op grond van de Wet WIA, de WAO, de WW en de uitkeringen die naar aard en strekking met deze uitkeringen overeenkomen, met uitzondering van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW;
|
||||
b. de aanvullingen en de toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv op de uitkeringen die niet onder loon worden begrepen genoemd in onderdeel a;
|
||||
c. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; en
|
||||
d. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt onder loon tevens verstaan de som van het loon, bedoeld in het eerste lid, genoten in het refertejaar uit elkaar opvolgende dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever indien:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van al deze dienstbetrekkingen een schriftelijk beding als bedoeld in artikel 691, tweede lid, van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek was opgenomen;
|
||||
b. al deze dienstbetrekkingen van rechtswege zijn geëindigd door inroeping van dat beding; en
|
||||
c. de werknemer gedurende de tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen liggende dagen recht op ziekengeld had.
|
||||
|
||||
Indien de vorige zin van toepassing is dan geldt tevens als loon het ziekengeld dat is uitgekeerd gedurende de tussen elkaar opvolgende dienstbetrekkingen liggende dagen.
|
||||
|
||||
**3.** In dit hoofdstuk wordt onder loon tevens verstaan de som van het loon, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien de werknemer bij één werkgever als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, meer opvolgende dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 691 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, heeft gehad en deze dienstbetrekkingen in de loonaangifte vanaf de aanvang van de eerste dienstbetrekking worden aangemerkt als één inkomstenverhouding.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien artikel 18 of hoofdstuk IV van de WW van toepassing is, onder loon verstaan het in het eerste lid bedoelde loon dat is genoten in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden of de dienstbetrekking waarin de betalingsonmacht van de werkgever, bedoeld in artikel 61 van die wet, is in getreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht zijn loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever van dat loon opgave heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Onder loon als bedoeld in artikel 3 wordt mede begrepen loon uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden en uit de daaraan voorafgaande dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, waarvan de werknemer aantoont dat dit in het refertejaar vorderbaar maar niet tevens inbaar is geworden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht dit loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarin het vorderbaar is geworden. Indien in het refertejaar een uitkering is genoten, waarbij in het dagloon loon als bedoeld in de eerste zin is meegerekend, wordt, indien van dat loon in het refertejaar opgave is gedaan, dat loon bij de dagloonberekening buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**2.** Onder loon als bedoeld in artikel 3 wordt mede begrepen het loon waarvan de werknemer aantoont dat dit in de referteperiode vorderbaar maar niet tevens inbaar is geworden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht dit loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarin het vorderbaar is geworden. Indien in de referteperiode een uitkering is genoten, waarbij in het dagloon loon als bedoeld in de eerste zin is meegerekend, wordt, indien van dat loon in de referteperiode opgave is gedaan, dat loon bij de dagloonberekening buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het dagloon van uitkeringen op grond van de ZW en WW is de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
Het dagloon van uitkeringen op grond van de WW is de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
|
||||
[(A–B) x 108/100 + C] / D
|
||||
[(A-B) x 108/100 + C] / D
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
A staat voor het loon dat de werknemer in het refertejaar heeft genoten bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert;
|
||||
A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers die vakantiebijslag reserveren;
|
||||
|
||||
B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in het refertejaar heeft genoten;
|
||||
B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperiode heeft genoten;
|
||||
|
||||
C staat voor het loon dat de werknemer in het refertejaar heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en
|
||||
C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren; en
|
||||
|
||||
D staat voor 261 dan wel, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden is aangevangen na aanvang van het refertejaar, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van het refertejaar.
|
||||
D staat voor 261 indien de referteperiode een duur van één jaar heeft of indien artikel 2, vijfde lid, van toepassing is. Indien er sprake is van een afwijkende referteperiode staat D voor het aantal dagloondagen in de referteperiode.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De factoren A, B, en C die bij de berekening in het eerste lid voor een gebroken aangiftetijdvak in aanmerking worden genomen, worden verkregen door het loon respectievelijk de vakantiebijslag over het desbetreffende gebroken aangiftetijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z
|
||||
In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon of de vakantiebijslag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z. Waarbij:
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
Z staat voor het aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak binnen de dienstbetrekking of de uitkeringsverhouding; en
|
||||
|
||||
Y staat voor het totale aantal binnen het refertejaar gelegen dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak waarop de werknemer in de dienstbetrekking is waaruit hij ziek of werkloos is geworden; en
|
||||
|
||||
Z staat voor het totale aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak waarop de werknemer in de dienstbetrekking is waaruit hij ziek of werkloos is geworden.
|
||||
|
||||
Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld.
|
||||
Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid en tweede lid wordt onder een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert een werkgever verstaan die:
|
||||
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert een werkgever verstaan die:
|
||||
|
||||
a. de vakantiebijslag periodiek bij iedere loonbetaling uitbetaalt;
|
||||
b. de vakantiebijslag als onderdeel van het periodieke loon betaalt; of
|
||||
c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML.
|
||||
|
||||
**4.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden een of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof, arbeidsongeschiktheid of ziekte, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin wel loon is genoten.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden, is aangevangen na afloop van het refertejaar, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de dag waarop de ziekte of het arbeidsurenverlies is ingetreden en A, B en C staan in dat geval, in zoverre in afwijking van artikel 3, voor het loon respectievelijk de vakantiebijslag genoten in deze dienstbetrekking na afloop van het refertejaar. Dit lid is van overeenkomstige toepassing in de situatie, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid.
|
||||
Indien het aantal dagloondagen nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
|
||||
**6.** Indien artikel 3, tweede of derde lid, van toepassing is, staat C tevens voor het ziekengeld uitgekeerd tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede of derde lid, en staat D voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de eerste van de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede of derde lid, is aangevangen tot en met de laatste dag van het refertejaar.
|
||||
E/F
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
Indien het aantal dagloondagen op grond van het eerste, vijfde of zesde lid nul is, dan wordt het dagloon, in afwijking van het eerste lid, als volgt berekend: E/F.
|
||||
E staat voor het overeengekomen loon in het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden; en
|
||||
|
||||
Waarbij:
|
||||
|
||||
E staat voor het overeengekomen loon in het aangiftetijdvak waarin de ziekte of het arbeidsurenverlies is ingetreden; en
|
||||
|
||||
F staat voor het aantal dagloondagen in het aangiftetijdvak waarin de ziekte of het arbeidsurenverlies is ingetreden dan wel, indien het een aangiftetijdvak van een maand betreft, voor 21,75.
|
||||
F staat voor het aantal dagloondagen in het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden dan wel, indien het een aangiftetijdvak van een maand betreft, voor 21,75.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werknemer in een aangiftetijdvak geen loon of minder loon heeft genoten in verband met verlof of omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht in verband met ziekte, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 5, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten in dezelfde dienstbetrekking of in de opvolgende dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 3, derde lid in het laatste aan dat verlof of die ziekte, voorafgaande en volledig in het refertejaar gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheid zich niet heeft voorgedaan.
|
||||
**1.** Indien de werknemer in een aangiftetijdvak geen loon of minder loon heeft genoten in verband met verlof tijdens de dienstbetrekking, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 5, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten in dezelfde dienstbetrekking in het laatste aan dat verlof voorafgaande en volledig in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheid zich niet heeft voorgedaan en waarin de werknemer het volledige aangiftetijdvak in dienstbetrekking tot de desbetreffende werkgever stond.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien er geen voorafgaand aangiftetijdvak als bedoeld in het eerste lid is, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 5, eerste lid, het loon in aanmerking genomen uit dezelfde dienstbetrekking of uit de opvolgende dienstbetrekkingen als bedoel in artikel 3, derde lid, over het aangiftetijdvak direct na afloop van dat verlof of die ziekte, indien:
|
||||
Indien er geen voorafgaand aangiftetijdvak als bedoeld in het eerste lid is, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 5, eerste lid, het loon in aanmerking genomen uit dezelfde dienstbetrekking of uit de opvolgende dienstbetrekkingen als bedoel in artikel 3, derde lid, over het aangiftetijdvak direct na afloop van dat verlof, indien:
|
||||
|
||||
a. dat aangiftetijdvak geheel is gelegen in het refertejaar, en
|
||||
a. dat aangiftetijdvak geheel is gelegen in de referteperiode, en
|
||||
b. de werknemer gedurende het volledige aangiftetijdvak in dienstbetrekking tot de desbetreffende werkgever stond.
|
||||
|
||||
**3.** Indien er geen aangiftetijdvak is als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt voor ieder in het refertejaar gelegen aangiftetijdvak waarin door de werknemer geen of minder loon is genoten in verband met de in het eerste lid genoemde omstandigheden, bij de berekening van het dagloon het per aangiftetijdvak geldende overeengekomen loon in aanmerking genomen.
|
||||
**3.** Indien er geen aangiftetijdvak is als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt voor ieder in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak waarin door de werknemer geen of minder loon is genoten in verband met de in het eerste lid genoemde omstandigheid, bij de berekening van het dagloon het per aangiftetijdvak geldende overeengekomen loon in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Dit artikel blijft buiten toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de toepassing van dit artikel leidt tot een lager dagloon, of
|
||||
b. gedurende het aangiftetijdvak, bedoeld in het eerste lid, het te vervangen loon mede bestaat uit een uitkering op grond van de ZW, vanwege de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**4.** Dit artikel blijft buiten toepassing indien de toepassing van dit artikel leidt tot een lager dagloon.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 5 en 6 wordt het ZW-dagloon van de persoon, die op de dag van het ontstaan van zijn ziekte op grond van artikel 7 van de ZW als werknemer wordt aangemerkt, vastgesteld op het WW-dagloon.
|
||||
|
||||
**2.** Het ZW-dagloon van de persoon die laatstelijk op grond van artikel 8c van de ZW verzekerd was, wordt vastgesteld op het Wazo-dagloon.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de uitkering op grond van de WW in verband met niet volledig arbeidsurenverlies is vastgesteld of op die uitkering inkomen wordt verrekend met toepassing van artikel 35aa van de WW, wordt het ZW-dagloon, van de persoon bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op 100/70 van het bedrag van de uitkering op grond van de WW per dag over de vier kalenderweken voorafgaande aan de dag van het ontstaan van de ziekte.
|
||||
|
||||
**4.** Het ZW-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW, die tevens laatstelijk verzekerd was op grond van artikel 7 of 8 van de ZW wordt vastgesteld op het WW-dagloon respectievelijk het ZW-dagloon.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -238,64 +220,208 @@ B staat voor de breuk die de verhouding weergeeft, bedoeld in het eerste lid, on
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Het WW-dagloon van de werknemer, op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren in dezelfde dienstbetrekking artikel 3 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, wordt vastgesteld door de berekening op grond van artikel 5, eerste lid, te vervangen door:
|
||||
|
||||
(A + B) x C / D
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
A staat voor het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering ter zake van zijn arbeidsurenverlies waarbij op grond van artikel 3 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren een daaropvolgend arbeidsurenverlies wordt samengeteld;
|
||||
|
||||
B staat voor de evenredige verhoging van het dagloon, in de mate waarin het minimumloon in de periode bedoeld in C is herzien;
|
||||
|
||||
C staat voor het gemiddelde aantal arbeidsuren in de kalenderweek van het voorgaande arbeidsurenverlies tot en met de kalenderweek voorafgaande aan die waarin het volgende arbeidsurenverlies plaatsvindt; en
|
||||
|
||||
D staat voor het gemiddelde aantal arbeidsuren voorafgaande aan het voorgaande arbeidsurenverlies.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Het WW-dagloon van de werknemer, die aantoont dat zijn per tijdseenheid overeengekomen loon in een dienstbetrekking is verlaagd op of nadat hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, wordt vastgesteld door bij de toepassing van artikel 5, eerste lid, telkens het loon te vervangen door: het loon dat deze werknemer zou hebben genoten indien deze verlaging niet zou hebben plaatsgevonden, tot ten hoogste 9/7 deel van dat lagere loon.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Het WW-dagloon van de werknemer die binnen 24 maanden na de dag van beëindiging van een eerdere dienstbetrekking, waaruit hij een WW-uitkering heeft ontvangen, een andere dienstbetrekking is aangegaan, wordt, bij beëindiging van deze nieuwe dienstbetrekking binnen 36 maanden na die eerdere beëindiging, niet lager vastgesteld dan op het WW-dagloon dat gold vanwege die eerdere dienstbetrekking. Het dagloon wordt in aanmerking genomen naar de mate waarin de nieuwe dienstbetrekking in de plaats is gekomen van de eerdere dienstbetrekking.
|
||||
**1.** Het WW-dagloon van de werknemer die aansluitend op de beëindiging van een eerdere dienstbetrekking van ten minste één jaar, één of meerdere dienstbetrekkingen is aangegaan, waardoor geen recht op een WW-uitkering is ontstaan, wordt, bij beëindiging van deze nieuwe dienstbetrekkingen binnen 54 weken na die eerdere beëindiging, niet lager vastgesteld dan op het WW-dagloon dat zou hebben gegolden vanwege beëindiging van die eerdere dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde termijn van 24 maanden wordt verlengd met in deze periode gelegen perioden van ziekte.
|
||||
**2.** Het WW-dagloon wordt, indien een werknemer, na beëindiging van een dienstbetrekking die ten minste één jaar heeft geduurd, een recht heeft gehad op een reguliere WW-uitkering dat is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet en niet herleeft vanwege artikel 21, tweede lid, onderdeel a, niet lager vastgesteld dan op het WW-dagloon van het geëindigde recht, mits het recht is ontstaan binnen twaalf maanden na de eerste werkloosheidsdag van het geëindigde recht.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het vast te stellen WW-dagloon vanwege alle doch binnen de termijn van 36 maanden na de dag van beëindiging van de in het eerste lid bedoelde eerdere dienstbetrekking aangegane en beëindigde nieuwe dienstbetrekkingen.
|
||||
## Hoofdstuk 2a. Bepalingen voor vaststelling van dagloon
|
||||
|
||||
**4.** Indien de werknemer op de dag van het beëindigen van de eerste dienstbetrekking de leeftijd van 55 jaar had bereikt, is de in het eerste en derde lid genoemde termijn van 36 maanden niet van toepassing.
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder werknemer:
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op het vaststellen van het WW-dagloon indien de eerste dienstbetrekking is beëindigd als gevolg van:
|
||||
a. de werknemer, bedoeld in de eerste afdeling, paragraaf 2, van de ZW; en
|
||||
b. de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a en b, en tweede lid, van de Wazo.
|
||||
|
||||
a. verwijtbare werkloosheid van de werknemer;
|
||||
b. het bereiken van de leeftijd waarop het uit deze dienstbetrekking voortvloeiende ouderdomspensioen aanvangt.
|
||||
### Artikel 12b
|
||||
|
||||
**1.** Onder referteperiode wordt in dit hoofdstuk verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ziekte is ingetreden of waarin het recht op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 van de Wazo is ontstaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid eindigt de referteperiode op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking is geëindigd, indien de dienstbetrekking eindigt door wederzijds goedvinden van partijen of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en:
|
||||
|
||||
a. de werknemer een vergoeding wegens de beëindiging van de dienstbetrekking of vergoeding op grond van artikel 672, negende lid of artikel 677, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WW, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt; en
|
||||
b. de datum van eindiging van die dienstbetrekking is gelegen voor het einde van de referteperiode, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het vaststellen van het ZW-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het vaststellen van het Wazo-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op uitkering berust op artikel 3:10 van de Wazo eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 12c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv, genoten in de referteperiode uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, met dien verstande dat niet onder loon worden begrepen:
|
||||
|
||||
a. uitkeringen op grond van de Wet WIA, de WAO, de WW en de uitkeringen die naar aard en strekking met deze uitkeringen overeenkomen, met uitzondering van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW;
|
||||
b. de aanvullingen en de toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv op de uitkeringen die niet onder loon worden begrepen genoemd in onderdeel a;
|
||||
c. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; en
|
||||
d. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt onder loon tevens verstaan de som van het loon, bedoeld in het eerste lid, genoten in de referteperiode uit elkaar opvolgende dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever indien:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van al deze dienstbetrekkingen een schriftelijk beding als bedoeld in artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek was opgenomen;
|
||||
b. al deze dienstbetrekkingen van rechtswege zijn geëindigd door inroeping van dat beding; en
|
||||
c. de werknemer gedurende de tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen liggende dagen recht op ziekengeld had.
|
||||
|
||||
Indien de vorige zin van toepassing is dan geldt tevens als loon het ziekengeld dat is uitgekeerd gedurende de tussen elkaar opvolgende dienstbetrekkingen liggende dagen.
|
||||
|
||||
**3.** In dit hoofdstuk wordt onder loon tevens verstaan de som van het loon, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien de werknemer bij één werkgever als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, meer elkaar opvolgende dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 691 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, heeft gehad en deze dienstbetrekkingen in de loonaangifte vanaf de aanvang van de eerste dienstbetrekking worden aangemerkt als één inkomstenverhouding.
|
||||
|
||||
### Artikel 12d
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht zijn loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever van dat loon opgave heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Onder loon als bedoeld in artikel 12c wordt mede begrepen loon uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, en uit de daaraan voorafgaande dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 12c, tweede en derde lid, waarvan de werknemer aantoont dat dit in de referteperiode vorderbaar maar niet tevens inbaar is geworden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht dit loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarin het vorderbaar is geworden. Indien in de referteperiode een uitkering is genoten, waarbij in het dagloon loon als bedoeld in de eerste zin is meegerekend, wordt, indien van dat loon in de referteperiode opgave is gedaan, dat loon bij de dagloonberekening buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 12e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het dagloon van uitkeringen op grond van de ZW en de Wazo is de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
|
||||
[(A-B) x 108/100 + C] / D
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert;
|
||||
|
||||
B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperiode heeft genoten;
|
||||
|
||||
C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en
|
||||
|
||||
D staat voor 261 dan wel, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na aanvang van de referteperiode, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon of de vakantiebijslag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z. Waarbij:
|
||||
|
||||
Z staat voor het aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak binnen de dienstbetrekking of de uitkeringsverhouding; en
|
||||
|
||||
Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert een werkgever verstaan die:
|
||||
|
||||
a. de vakantiebijslag periodiek bij iedere loonbetaling uitbetaalt;
|
||||
b. de vakantiebijslag als onderdeel van het periodieke loon betaalt; of
|
||||
c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML.
|
||||
|
||||
**4.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, één of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof, arbeidsongeschiktheid of ziekte, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin wel loon is genoten.
|
||||
|
||||
**5.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na afloop van de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de dag waarop de ziekte is ingetreden of de dag waarop het recht op een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan en A, B en C staan in dat geval, in zoverre in afwijking van artikel 12c, voor het loon respectievelijk de vakantiebijslag genoten in deze dienstbetrekking. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de situatie, bedoeld in artikel 12c, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Indien artikel 12c, tweede of derde lid, van toepassing is, staat C tevens voor het ziekengeld uitgekeerd tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede of derde lid, en staat D voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de eerste van de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede of derde lid, is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Indien het aantal dagloondagen nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
|
||||
E/F
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
E staat voor het overeengekomen loon in het aangiftetijdvak waarin de ziekte is ingetreden of waarin het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan; en
|
||||
|
||||
F staat voor het aantal dagloondagen in het aangiftetijdvak waarin de ziekte is ingetreden of waarin het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan dan wel, indien het een aangiftetijdvak van een maand betreft, voor 21,75.
|
||||
|
||||
### Artikel 12f
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werknemer in een aangiftetijdvak geen loon of minder loon heeft genoten in verband met verlof of omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht in verband met ziekte, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in 12e, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten in dezelfde dienstbetrekking of in de opvolgende dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 12c, derde lid, in het laatste aan dat verlof of die ziekte, voorafgaande en volledig in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheid zich niet heeft voorgedaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien er geen voorafgaand aangiftetijdvak als bedoeld in het eerste lid is, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 12e, eerste lid, het loon in aanmerking genomen uit dezelfde dienstbetrekking of uit de opvolgende dienstbetrekkingen als bedoel in artikel 12c, derde lid, over het aangiftetijdvak direct na afloop van dat verlof of die ziekte, indien:
|
||||
|
||||
a. dat aangiftetijdvak geheel is gelegen in de referteperiode; en
|
||||
b. de werknemer gedurende het volledige aangiftetijdvak in dienstbetrekking tot de desbetreffende werkgever stond.
|
||||
|
||||
**3.** Indien er geen aangiftetijdvak is als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt voor ieder in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak waarin door de werknemer geen of minder loon is genoten in verband met de in het eerste lid genoemde omstandigheden, bij de berekening van het dagloon het per aangiftetijdvak geldende overeengekomen loon in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Dit artikel blijft buiten toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de toepassing van dit artikel leidt tot een lager dagloon; of
|
||||
b. gedurende het aangiftetijdvak, bedoeld in het eerste lid, het te vervangen loon mede bestaat uit een uitkering op grond van de ZW, vanwege de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12g
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f wordt het ZW-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW, die tevens laatstelijk verzekerd was op grond van artikel 7 van die wet, vastgesteld op het vastgestelde en herziene WW-dagloon.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt het ZW-dagloon vastgesteld op 100/70 keer de gemiddelde WW-uitkering per werkdag waarop recht bestond in de kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de dag na de dag waarop het recht op een uitkering op grond van de WW is geëindigd, ligt, indien met de WW-uitkering in die voorafgaande kalendermaand inkomen als bedoeld in artikel 1b van die wet is verrekend.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f wordt het ZW-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW, die tevens laatstelijk op grond van artikel 8c van de ZW verzekerd was, vastgesteld op het Wazo-dagloon.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f wordt het ZW-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW, die tevens laatstelijk verzekerd was op grond van artikel 8 van de ZW, vastgesteld op het voorgaande ZW-dagloon.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f wordt het ZW-dagloon van de persoon die laatstelijk op grond van artikel 8c van de ZW verzekerd was, vastgesteld op het Wazo-dagloon.
|
||||
|
||||
### Artikel 12h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f, wordt het dagloon van de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wazo, die op de dag voorafgaande aan het ontstaan van het recht op een uitkering op grond van de Wazo als werknemer wordt aangemerkt op grond van artikel 7, onderdeel a, van de ZW, vastgesteld op:
|
||||
|
||||
a. het vastgestelde en herziene WW-dagloon, indien met de uitkering op grond van die wet in de kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan, geen inkomen als bedoeld in artikel 1b van de WW is verrekend; of
|
||||
b. 100/70 keer de gemiddelde uitkering op grond van de WW per werkdag, waarop recht bestond, in de laatste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan, indien met de uitkering op grond van de WW in die laatste kalendermaand inkomen als bedoeld in artikel 1b van die wet is verrekend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f, wordt het dagloon van de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wazo, die op grond van artikel 8, onderdeel a, van de ZW voorafgaand aan een uitkering op grond van de Wazo ziekengeld ontving, vastgesteld op:
|
||||
|
||||
a. het vastgestelde en herziene ZW-dagloon, indien met de uitkering op grond van die wet in de vier kalenderweken voorafgaande aan de uitkering op grond van de Wazo, geen inkomen op grond van artikel 31 van de ZW is verrekend; of
|
||||
b. 100/A van het ziekengeld per dag over de vier kalenderweken voorafgaande aan de Wazo-uitkering, indien er met de uitkering op grond van die wet in de vier kalenderweken voorafgaand aan een uitkering op grond van de Wazo inkomen is verrekend op grond van artikel 31 van de ZW. Daarbij staat A voor het uitkeringpercentage van de uitkering op grond van de ZW.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de gelijkgestelde, bedoeld in het tweede lid, recht had op ziekengeld, omdat hij op de eerste dag dat hij zijn arbeid niet kon verrichten vanwege ziekte op grond van artikel 7, onderdeel a, van de ZW als werknemer werd aangemerkt, wordt, in afwijking van het tweede lid, het dagloon vastgesteld op:
|
||||
|
||||
a. het vastgestelde en herziene WW-dagloon, indien met de uitkering op grond van de ZW in de kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan, geen inkomen als bedoeld in artikel 1b van de WW is verrekend; of
|
||||
b. 100/70 keer de gemiddelde uitkering op grond van de ZW per dag, waarop recht bestond, in de laatste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan, indien met de uitkering op grond van de ZW in die laatste kalendermaand inkomen als bedoeld in artikel 1b van de WW is verrekend.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de Wazo, is het dagloon, in afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f, gelijk aan het reeds vastgestelde en herziene WIA-dagloon. Indien voor de gelijkgestelde, bedoeld in de eerste zin, bij het vaststellen van de hoogte van de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van artikel 61 van de Wet WIA rekening werd gehouden met inkomen, wordt het Wazo-dagloon, vastgesteld op 100/70 keer de gemiddelde uitkering per dag in de laatste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f, wordt het dagloon voor de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, tweede lid, van de Wazo vastgesteld overeenkomstig artikel 68 van de ZW en de regels op grond van artikel 71, onderdeel c, van die wet.
|
||||
|
||||
**6.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing voor de persoon die recht heeft op een Wazo-uitkering op grond van artikel 3:10 van de Wazo.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Bepalingen voor vaststelling van dagloon
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Onder refertejaar wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van één jaar die eindigt op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, of die eindigt, in geval de arbeidsongeschiktheid is ingetreden in gelijktijdige dienstbetrekkingen, op de laatste dag van het aangiftetijdvak dat het eerst voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid is geëindigd.
|
||||
**1.** Onder referteperiode wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van één jaar die eindigt op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, of die eindigt, in geval de arbeidsongeschiktheid is ingetreden in gelijktijdige dienstbetrekkingen, op de laatste dag van het aangiftetijdvak dat het eerst voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid is geëindigd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien artikel 40, eerste lid, van de WAO van toepassing is, is artikel 40, tweede lid, van de WAO van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het refertejaar eindigt, indien de aanspraak op uitkering berust op artikel 10 van de Wet WIA of op artikel 17 van de WAO, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
|
||||
**3.** De referteperiode eindigt, indien de aanspraak op uitkering berust op artikel 10 van de Wet WIA of op artikel 17 van de WAO, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv met dien verstande dat niet onder loon wordt begrepen:
|
||||
|
||||
a. de toeslagen en aanvullingen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van die wet;
|
||||
b. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; en
|
||||
c. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof.
|
||||
b. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend;
|
||||
c. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof; en
|
||||
d. een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht zijn loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarover een werkgever van dat loon opgave heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Onder loon als bedoeld in artikel 14 wordt mede begrepen het loon waarvan de werknemer aantoont dat dit in het refertejaar vorderbaar maar niet tevens inbaar is geworden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht dit loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarin het vorderbaar is geworden. Indien in het refertejaar een uitkering is genoten, waarbij in het dagloon loon als bedoeld in de eerste zin is meegerekend, wordt, indien van dat loon in het refertejaar opgave is gedaan, dat loon bij de dagloonberekening buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**2.** Onder loon als bedoeld in artikel 14 wordt mede begrepen het loon waarvan de werknemer aantoont dat dit in de referteperiode vorderbaar maar niet tevens inbaar is geworden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht dit loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarin het vorderbaar is geworden. Indien in de referteperiode een uitkering is genoten, waarbij in het dagloon loon als bedoeld in de eerste zin is meegerekend, wordt, indien van dat loon in de referteperiode opgave is gedaan, dat loon bij de dagloonberekening buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -307,25 +433,21 @@ Het dagloon van uitkeringen op grond van de Wet WIA en de WAO is de uitkomst van
|
|||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
A staat voor het loon dat de werknemer in het refertejaar heeft genoten bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert;
|
||||
A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert;
|
||||
|
||||
B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in het refertejaar heeft genoten;
|
||||
B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperiode heeft genoten;
|
||||
|
||||
C staat voor het loon dat de werknemer in het refertejaar heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en
|
||||
C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en
|
||||
|
||||
D staat voor 261.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De factoren A, B en C, die bij de berekening van een gebroken aangiftetijdvak in aanmerking worden genomen, worden verkregen door het loon respectievelijk de vakantiebijslag over het desbetreffende gebroken loonaangiftetijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z
|
||||
In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon of de vakantiebijslag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z waarbij:
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
Z staat voor het aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak binnen de dienstbetrekking of de uitkeringsverhouding; en
|
||||
|
||||
Y staat voor het aantal binnen het refertejaar gelegen dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak waarop de werknemer in dienstbetrekking is; en
|
||||
|
||||
Z staat voor het totale aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak waarop de werknemer in dienstbetrekking is.
|
||||
|
||||
Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld.
|
||||
Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -337,7 +459,7 @@ c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML.
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien het loon in het refertejaar geheel of gedeeltelijk heeft bestaan uit een uitkering wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de uitkering gesteld op de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
Indien het loon in de referteperiode geheel of gedeeltelijk heeft bestaan uit een uitkering wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de uitkering gesteld op de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
|
||||
((100 x E) / F)
|
||||
|
||||
|
|
@ -348,7 +470,7 @@ E staat voor de uitkering; en
|
|||
F staat voor:
|
||||
|
||||
a. 70, dan wel
|
||||
b. indien het uitkeringspercentage op grond van de ZW, hoofdstuk IV van de WW, de WAO, hoofdstuk 6 van de Wet WIA of van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo hoger is dan 70, het uitkeringspercentage waarnaar de uitkering is berekend; of
|
||||
b. indien het uitkeringspercentage op grond van de ZW, de WAO, hoofdstuk 6 van de Wet WIA of van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo hoger is dan 70, het uitkeringspercentage waarnaar de uitkering is berekend; of
|
||||
c. 100, indien artikel 53 of 63 van de Wet WIA van toepassing is, dan wel
|
||||
d. indien de teller van de factor, bedoeld in artikel 53 of 63 van de Wet WIA lager is, de waarde van die teller.
|
||||
|
||||
|
|
@ -364,20 +486,20 @@ G staat voor de vakantiebijslag die in het in aanmerking te nemen tijdvak is gen
|
|||
|
||||
H gelijk is aan de factor F, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de dienstbetrekking is geëindigd door ontbinding door de kantonrechter, wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en de werknemer schadeloosstelling of vergoeding wegens beëindiging van een dienstbetrekking heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt, wordt voor de toepassing van het eerste lid factor D verminderd met het aantal dagloondagen gedurende de periode tussen het einde van de dienstbetrekking en het intreden van het arbeidsurenverlies, voor zover die periode in het refertejaar ligt, en worden de factoren A, B en C verminderd met al het loon genoten in de aangiftetijdvakken die volledig liggen binnen die periode.
|
||||
**6.** Indien een dienstbetrekking is geëindigd door wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en de werknemer een vergoeding wegens beëindiging van een dienstbetrekking of een vergoeding op grond van artikel 672, negende lid, of artikel 677, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WW, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt, wordt voor de toepassing van het eerste lid factor D verminderd met het aantal dagloondagen gedurende de periode tussen het einde van de dienstbetrekking en het intreden van het arbeidsurenverlies, voor zover die periode in de referteperiode ligt en worden de factoren A, B en C verminderd met al het loon genoten in de aangiftetijdvakken die volledig liggen binnen die periode.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werknemer in een aangiftetijdvak in het refertejaar geen loon of minder loon heeft genoten in verband met verlof of omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht wegens ziekte wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 16, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten bij dezelfde werkgever in het laatste aan dat verlof of die ziekte, voorafgaande en volledig in het refertejaar gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheid zich niet heeft voorgedaan en waarin de werknemer het volledige aangiftetijdvak in dienstbetrekking tot de desbetreffende werkgever stond.
|
||||
**1.** Indien de werknemer in een aangiftetijdvak in de referteperiode geen loon of minder loon heeft genoten in verband met verlof of omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht wegens ziekte wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 16, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten bij dezelfde werkgever in het laatste aan dat verlof of die ziekte, voorafgaande en volledig in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheid zich niet heeft voorgedaan en waarin de werknemer het volledige aangiftetijdvak in dienstbetrekking tot de desbetreffende werkgever stond.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien er geen voorafgaand aangiftetijdvak als bedoeld in het eerste lid is, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 16, eerste lid, het loon in aanmerking genomen bij dezelfde werkgever over het aangiftetijdvak direct na afloop van dat verlof of die ziekte, indien:
|
||||
|
||||
a. dat aangiftetijdvak geheel gelegen is in het refertejaar, en
|
||||
a. dat aangiftetijdvak geheel gelegen is in de referteperiode, en
|
||||
b. de werknemer gedurende het volledige aangiftetijdvak in dienstbetrekking tot de desbetreffende werkgever stond.
|
||||
|
||||
**3.** Indien er geen aangiftetijdvak is als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt voor ieder in het refertejaar gelegen aangiftetijdvak waarin door de werknemer geen of minder loon is genoten in verband met de in het eerste lid genoemde omstandigheden, bij de berekening van het dagloon het per aangiftetijdvak geldende overeengekomen loon in aanmerking genomen.
|
||||
**3.** Indien er geen aangiftetijdvak is als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt voor ieder in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak waarin door de werknemer geen of minder loon is genoten in verband met de in het eerste lid genoemde omstandigheden, bij de berekening van het dagloon het per aangiftetijdvak geldende overeengekomen loon in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -388,11 +510,11 @@ b. gedurende het aangiftetijdvak, bedoeld in het eerste lid, het te vervangen lo
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Het dagloon van de werknemer die vanaf de aanvang van het refertejaar tot en met de laatste dag van het eerste volledige aangiftetijdvak van dat jaar geen loon als bedoeld in artikel 14 of 15 heeft genoten, wordt vastgesteld door bij de toepassing van artikel 16, eerste lid, «261» te vervangen door: het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van het refertejaar.
|
||||
**1.** Het dagloon van de werknemer die vanaf de aanvang van de referteperiode tot en met de laatste dag van het eerste volledige aangiftetijdvak van dat jaar geen loon als bedoeld in artikel 14 of 15 heeft genoten, wordt vastgesteld door bij de toepassing van artikel 16, eerste lid, «261» te vervangen door: het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het dagloon van de werknemer die in het refertejaar geen loon als bedoeld in artikel 14 of 15 heeft genoten, is, in afwijking van artikel 16, eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
Het dagloon van de werknemer die in de referteperiode geen loon als bedoeld in artikel 14 of 15 heeft genoten, is, in afwijking van artikel 16, eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
|
||||
|
||||
[(A–B) x 108/100 + C] / D
|
||||
|
||||
|
|
@ -434,13 +556,13 @@ In de gevallen waarin de artikelen 48, eerste lid, onderdelen b en c, en 55, eer
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Het WIA- of WAO-dagloon van de werknemer, die aantoont dat zijn per tijdseenheid overeengekomen loon in een dienstbetrekking is verlaagd op of nadat hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, wordt vastgesteld door bij de toepassing van artikel 16, eerste lid, telkens het loon te vervangen door: het loon dat deze werknemer zou hebben genoten in het refertejaar indien deze verlaging niet zou hebben plaatsgevonden, tot ten hoogste 9/7 deel van dat lagere loon.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Indien het minimumloon is herzien tussen het einde van het refertejaar en de eerste dag waarop recht bestaat op een uitkering op grond van de ZW, de WW, de Wet WIA of de WAO wordt de hoogte van het dagloon zoals berekend op grond van dit besluit aangepast in de mate waarin het minimumloon is herzien.
|
||||
Indien het minimumloon is herzien tussen het einde van de referteperiode en de eerste dag waarop recht bestaat op een uitkering op grond van de ZW, de WW, de Wet WIA of de WAO wordt de hoogte van het dagloon zoals berekend op grond van dit besluit aangepast in de mate waarin het minimumloon is herzien.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,7 +570,7 @@ Indien het minimumloon is herzien tussen het einde van het refertejaar en de eer
|
|||
|
||||
Indien de werknemer:
|
||||
|
||||
a. bij aanvang van het refertejaar, bedoeld in artikel 2 of artikel 13, jonger is dan 23 jaar en het op grond van dit besluit berekende dagloon minder bedraagt dan het minimumloon vermeerderd met de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de WML, dat behoort bij de leeftijd van de werknemer op de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering; of
|
||||
a. bij aanvang van de referteperiode, bedoeld in artikel 2, artikel 12b of artikel 13, jonger is dan 23 jaar en het op grond van dit besluit berekende dagloon minder bedraagt dan het minimumloon vermeerderd met de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de WML, dat behoort bij de leeftijd van de werknemer op de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering; of
|
||||
b. op de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering jonger is dan 23 jaar en het op grond van de overige artikelen van dit besluit berekende dagloon minder bedraagt dan het minimumloon vermeerderd met de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de WML, dat behoort bij de leeftijd van de werknemer bij zijn verjaring,
|
||||
|
||||
wordt zijn dagloon op de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering respectievelijk telkens bij zijn verjaring verhoogd door het dagloon te vermenigvuldigen met:
|
||||
|
|
@ -459,11 +581,11 @@ waarbij:
|
|||
|
||||
A staat voor het minimumjeugdloonpercentage dat verbonden is aan de leeftijd van de werknemer op de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering dan wel voor het minimumjeugdloonpercentage dat geldt bij zijn verjaring of indien de werknemer de leeftijd van 23 jaar heeft bereikt, voor 100; en
|
||||
|
||||
B staat voor het minimumjeugdloonpercentage dat verbonden is aan de leeftijd van de werknemer bij aanvang van het refertejaar dan wel voor het minimumjeugdloonpercentage dat geldt op de laatste dag voor zijn verjaring.
|
||||
B staat voor het minimumjeugdloonpercentage dat verbonden is aan de leeftijd van de werknemer bij aanvang van de referteperiode dan wel voor het minimumjeugdloonpercentage dat geldt op de laatste dag voor zijn verjaring.
|
||||
|
||||
**2.** Het op grond van dit artikel verhoogde dagloon bedraagt niet meer dan het minimumloon vermeerderd met de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de WML dat behoort bij de leeftijd van de werknemer op de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering, dan wel bij de leeftijd van de werknemer bij zijn verjaring.
|
||||
|
||||
**3.** Indien bij het vaststellen van het dagloon artikel 18 van toepassing is of indien de dienstbetrekking is aangevangen na aanvang van het refertejaar als bedoeld in artikel 5 wordt bij toepassing van het eerste lid voor «bij aanvang van een refertejaar» gelezen: bij aanvang van de dienstbetrekking.
|
||||
**3.** Indien bij het vaststellen van het dagloon artikel 18 van toepassing is of indien de dienstbetrekking is aangevangen na aanvang van de referteperiode, wordt bij toepassing van het eerste lid voor «bij aanvang van de referteperiode» gelezen: bij aanvang van de dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue