2010-01-01 | BWBR0020611 | Wet inburgering

This commit is contained in:
Coornhert 2010-01-01 12:00:00 +00:00
parent dac36eb447
commit 70129fdbe5

View file

@ -23,24 +23,28 @@ b. inburgeringsplichtige: de persoon die op grond van de artikelen 3, 5 en 6 inb
c. oudkomer: de vreemdeling die sedert het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000 en die op grond van de artikelen 3 en 5 inburgeringsplichtig wordt, voor zover die vreemdeling op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen nieuwkomer was in de zin van de Wet inburgering nieuwkomers;
d. leerplichtige leeftijd: de leeftijd waarop bij verblijf in Nederland sprake is van een verplichting tot inschrijving als bedoeld in artikel 3 van de Leerplichtwet 1969;
e. inburgeringsplicht: de verplichting, bedoeld in artikel 7;
f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inburgeringsplichtige woonplaats heeft in de zin van titel 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar woonplaats heeft in de zin van titel 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
g. geestelijke bedienaar: de persoon die een geestelijk, godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt bekleedt, arbeid verricht als geestelijk voorganger, godsdienstleraar of zendeling, dan wel ten behoeve van een kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard verricht;
h. IB-Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
i. exameninstelling: de IB-Groep of een krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen instelling;
j. cursusinstelling: een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf werkzaamheden verricht, gericht op het toeleiden van inburgeringsplichtigen naar het inburgeringsexamen en die:
h. exameninstelling: een krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen instelling;
i. cursusinstelling: een rechtspersoon of een natuurlijk persoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf werkzaamheden verricht, gericht op het toeleiden van inburgeringsplichtigen of vrijwillige inburgeraars naar het inburgeringsexamen en die:
1°. zolang op grond van artikel 9 geen regels zijn gesteld over de afgifte van een certificaat, in het bezit is van een door Onze Minister aan te wijzen keurmerk, of
2°. indien op grond van artikel 9 regels zijn gesteld over de afgifte daarvan: in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 9;
k. inburgeringsexamen: het examen, bedoeld in artikel 13, eerste lid;
l. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
m. overheidswerkgever: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet;
n. burgerservicenummer: het als zodanig overeenkomstig de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer aan een natuurlijke persoon toegekend nummer;
o. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is verleend, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b of c, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
p. algemene bijstand: algemene bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
q. kwalificatieplicht: de plicht tot inschrijving als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969.
r. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
s. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
t. persoonlijk inburgeringsbudget: een budget dat door het college, in het kader van een te sluiten overeenkomst met een inburgeringsbedrijf, ten behoeve van een inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar ter beschikking wordt gesteld met behulp waarvan de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar zijn inburgering op een op zijn persoonlijke situatie afgestemde wijze vorm geeft.
j. inburgeringsexamen: het examen, bedoeld in artikel 13, eerste lid;
k. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
l. overheidswerkgever: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet;
m. burgerservicenummer: het als zodanig overeenkomstig de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer aan een natuurlijke persoon toegekend nummer;
n. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is verleend, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b of c, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
o. algemene bijstand: algemene bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
p. kwalificatieplicht: de plicht tot inschrijving als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969;
q. vrijwillige inburgeraar: de Nederlander en een persoon als bedoeld in artikel 5, tweede lid, die:
1°. ouder is dan 15 jaar;
2°. minder dan acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven;
3°. niet beschikt over een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diploma, certificaat of ander document;
4°. niet leerplichtig of kwalificatieplichtig is, dan wel een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diploma, certificaat of ander document;
r. inburgeringsbedrijf: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in het kader van uitoefening van beroep of bedrijf de inburgering van personen in Nederland bevordert;
s. persoonlijk inburgeringsbudget: een budget dat door het college, in het kader van een te sluiten overeenkomst met een inburgeringsbedrijf, ten behoeve van een inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar ter beschikking wordt gesteld met behulp waarvan de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar zijn inburgering op een op zijn persoonlijke situatie afgestemde wijze vorm geeft.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kan de geestelijke bedienaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, nader worden omschreven.
@ -133,7 +137,7 @@ De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de informatieverstrekking door
### Artikel 9
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de afgifte van een certificaat aan een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf werkzaamheden verricht gericht op het toeleiden van inburgeringsplichtigen naar het inburgeringsexamen.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de afgifte van een certificaat aan een rechtspersoon of een natuurlijk persoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf werkzaamheden verricht gericht op het toeleiden van inburgeringsplichtigen of vrijwillige inburgeraars naar het inburgeringsexamen.
**2.** Onze Minister dan wel een door Onze Minister op grond van artikel 10 aangewezen instelling beslist op aanvraag over de afgifte van het certificaat, bedoeld in het eerste lid, en is tevens bevoegd een afgegeven certificaat in te trekken.
@ -215,9 +219,9 @@ b. ingeval van gedeeltelijke vrijstelling, de overige daartoe behorende examens
### Artikel 15
**1.** Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen wordt afgenomen door de IB-Groep en de door Onze Minister aangewezen exameninstellingen.
**1.** Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen wordt afgenomen door Onze Minister en de door Onze Minister aangewezen exameninstellingen.
**2.** De IB-Groep neemt het centrale deel van het inburgeringsexamen af.
**2.** Onze Minister neemt het centrale deel van het inburgeringsexamen af.
**3.** Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
@ -241,7 +245,7 @@ e. de door de exameninstelling aan Onze Minister, aan gemeenten en aan anderen d
### Artikel 16
**1.** De IB-Groep verstrekt op aanvraag een lening aan de inburgeringsplichtige indien is voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels omtrent de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de lening wordt verstrekt.
**1.** Onze Minister verstrekt op aanvraag een lening aan de inburgeringsplichtige indien is voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels omtrent de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de lening wordt verstrekt.
**2.** Het bedrag van de lening wordt betaald aan de door de inburgeringsplichtige aangewezen cursusinstelling en exameninstelling.
@ -261,13 +265,13 @@ c. kwijtschelding.
**1.** De terugbetalingsperiode vangt niet eerder aan dan zes maanden nadat drie jaar zijn verstreken sedert de verstrekking van de lening of, indien dat eerder is, zes maanden nadat het inburgeringsexamen is behaald.
**2.** De IB-Groep kan het terug te betalen bedrag invorderen bij dwangbevel.
**2.** Onze Minister kan het terug te betalen bedrag invorderen bij dwangbevel.
**3.** Indien de lening wordt kwijtgescholden, gaat de over het kwijtgescholden bedrag opgebouwde rente op het tijdstip van kwijtschelding teniet.
### Artikel 18
**1.** Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels verstrekt de IB-Groep een vergoeding aan de gewezen inburgeringsplichtige die binnen drie jaar het inburgeringsexamen heeft behaald.
**1.** Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels verstrekt Onze Minister een vergoeding aan de gewezen inburgeringsplichtige die binnen drie jaar het inburgeringsexamen heeft behaald.
**2.** Voor de oudkomer vangt de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet aan, dan nadat het college zulks ten aanzien van hem op grond van artikel 26 heeft bepaald.
@ -285,7 +289,7 @@ g. de verlenging van de termijn van drie jaar, bedoeld in het eerste lid.
**4.** Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld omtrent het verstrekken van een vergoeding aan de gewezen inburgeringsplichtige die kennis en vaardigheden heeft verworven op een hoger niveau dan is vastgesteld op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a.
### Paragraaf 2. Gemeentelijk aanbod
### Paragraaf 2. Gemeentelijk aanbod aan inburgeringsplichtigen
### Artikel 19
@ -367,6 +371,64 @@ c. geeft het college, indien de vaststelling betrekking heeft op een oudkomer, d
### Paragraaf 3. Gemeentelijk aanbod aan vrijwillige inburgeraars
### Artikel 24a
**1.** Het college kan een inburgeringsvoorziening aanbieden aan een vrijwillige inburgeraar. Het college kan in afwijking van de eerste volzin aan een vrijwillige inburgeraar die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt of zal volgen een taalkennisvoorziening aanbieden.
**2.** Indien de vrijwillige inburgeraar daarom verzoekt, kan de inburgeringsvoorziening, de taalkennisvoorziening of de inburgeringscomponent van de gecombineerde voorziening, bedoeld in artikel 24b, eerste lid, worden aangeboden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget.
**3.** Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
**4.** Een aanbod aan de vrijwillige inburgeraar die algemene bijstand of een uitkering op grond van een van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangt, wordt afgestemd op diens mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. Het college stemt het aanbod aan de vrijwillige inburgeraar af op de aard van de arbeid die de vrijwillige inburgeraar verricht of past de aangeboden inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening zonodig aan aan de aard van de arbeid die de vrijwillige inburgeraar gaat verrichten.
**5.**
De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:
a. de procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod als bedoeld in het eerste en tweede lid en de criteria die daarbij worden gehanteerd, en
b. de wijze waarop het college met een vrijwillige inburgeraar in overleg treedt om te komen tot een passende inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het persoonlijk inburgeringsbudget.
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het aanbod van de inburgeringsvoorziening aan de vrijwillige inburgeraar die geestelijke bedienaar is.
### Artikel 24b
**1.** Een aanbod voor een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan de vrijwillige inburgeraar die algemene bijstand of een uitkering op grond van een van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangt, en die tevens verplicht is om arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, wordt uitsluitend gedaan in combinatie met een op grond van de Wet werk en bijstand, dan wel de Wet investeren in jongeren, dan wel een van de bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen, aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Binnen een gecombineerde voorziening kunnen onderdelen volgtijdelijk worden ingezet.
**2.** Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van een gecombineerde voorziening als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 24c
**1.** Het college, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem aangewezen deskundige, de desbetreffende eigenrisicodrager en de desbetreffende overheidswerkgever werken samen bij de uitvoering van de artikelen 24a, derde lid, 24b, eerste lid, en 24d.
**2.** Het college, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de desbetreffende eigenrisicodrager en de desbetreffende overheidswerkgever maken in ieder geval afspraken met betrekking tot de inkoop van een gecombineerde voorziening als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, de wijze waarop die voorziening feitelijk wordt aangeboden en de onderlinge gegevensuitwisseling.
### Artikel 24d
**1.** Indien de vrijwillige inburgeraar in aanmerking wordt gebracht voor een inburgeringsvoorziening, een taalkennisvoorziening of een gecombineerde voorziening als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, doet het college de vrijwillige inburgeraar terzake een aanbod als bedoeld in artikel 24a, eerste lid.
**2.** Indien de vrijwillige inburgeraar het aanbod, bedoeld in het eerste lid, aanvaardt, sluit het college een overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overeenkomst.
### Artikel 24e
**1.** De vrijwillige inburgeraar met wie een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening is overeengekomen, is de in artikel 23, tweede lid, bedoelde eigen bijdrage verschuldigd.
**2.**
In afwijking van het eerste lid kan de gemeenteraad voor vrijwillige inburgeraars of bepaalde categorieën vrijwillige inburgeraars bij verordening bepalen dat:
a. geen eigen bijdrage is verschuldigd, of
b. een eigen bijdrage is verschuldigd die lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 23, tweede lid.
**3.** De vrijwillige inburgeraar met wie een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening is overeengekomen en die op last van het college, dan wel een andere instantie als bedoeld in artikel 21, tweede lid, een gecombineerde voorziening als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, dient te volgen, is geen eigen bijdrage verschuldigd.
### Artikel 24f
De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan vrijwillige inburgeraars ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, de eventuele inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen, de niet-nakoming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, alsmede het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar.
## Hoofdstuk 6. Handhaving
### Paragraaf 1. Algemeen
@ -504,27 +566,27 @@ Vervallen
### Artikel 47
**1.** Er is een Informatiesysteem Inburgering, beheerd door de IB-Groep. Dit systeem bevat een systematisch geordende verzameling van gegevens die van belang zijn met betrekking tot de inburgering op grond van deze wet.
**1.** Er is een Informatiesysteem Inburgering, beheerd door Onze Minister. Dit systeem bevat een systematisch geordende verzameling van gegevens die van belang zijn met betrekking tot de inburgering op grond van deze wet.
**2.**
Het Informatiesysteem Inburgering heeft tot doel de verstrekking:
a. aan het college, de IB-Groep en een of meer bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen uitvoerende instanties van gegevens die van belang zijn voor de uitvoering van deze wet en van de Wet participatiebudget, voor zover het betreft inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen;
b. aan Onze Minister van gegevens die van belang zijn voor de bekostiging, bedoeld in de artikelen 10, zevende lid, en 14, vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank en artikel 52, en met het oog op de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding van toekomstig beleid;
a. aan het college, Onze Minister en een of meer bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen uitvoerende instanties van gegevens die van belang zijn voor de uitvoering van deze wet en van de Wet participatiebudget, voor zover het betreft inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen;
b. aan Onze Minister van gegevens die van belang zijn voor de bekostiging, bedoeld in artikel 52, en met het oog op de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding van toekomstig beleid;
c. aan Onze Minister van Justitie van gegevens die van belang zijn voor de uitvoering van de artikelen 16a, 21 en 34 van de Vreemdelingenwet 2000 en voor de beoordeling van een verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het Informatiesysteem Inburgering. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot de in het Informatiesysteem Inburgering op te nemen gegevens en de verwerking van die gegevens.
### Artikel 48
**1.** Er is een Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen, beheerd door de IB-Groep. Dit bestand bevat persoonsgegevens van vreemdelingen van wie de IB-Groep op basis van gegevens, vastgelegd in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en het vestigingsregister, bedoeld in artikel 112 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, en van bij de IB-Groep berustende gegevens inzake krachtens artikel 5, eerste lid, onderdeel c, en derde lid aangewezen diploma's, certificaten of andere documenten, niet met zekerheid kan vaststellen dat zij niet inburgeringsplichtig zijn.
**1.** Er is een Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen, beheerd door Onze Minister. Dit bestand bevat persoonsgegevens van vreemdelingen van wie Onze Minister op basis van gegevens, vastgelegd in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en het vestigingsregister, bedoeld in artikel 112 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, en van bij Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap berustende gegevens inzake krachtens artikel 5, eerste lid, onderdeel c, en derde lid aangewezen diploma's, certificaten of andere documenten, niet met zekerheid kan vaststellen dat zij niet inburgeringsplichtig zijn.
**2.**
Het doel van het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen is:
a. het college, de IB-Groep en een of meer bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen uitvoerende instanties van zodanige informatie te voorzien dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat een vreemdeling ten onrechte als inburgeringsplichtige wordt aangemerkt, en
a. het college, Onze Minister en een of meer bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen uitvoerende instanties van zodanige informatie te voorzien dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat een vreemdeling ten onrechte als inburgeringsplichtige wordt aangemerkt, en
b. het verstrekken aan een of meer bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen uitvoerende instanties van gegevens die van belang zijn voor de uitvoering van deze wet;
c. het verstrekken aan Onze Minister van informatie met het oog op de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding van toekomstig beleid.
@ -532,11 +594,11 @@ c. het verstrekken aan Onze Minister van informatie met het oog op de evaluatie
### Artikel 49
Het college, de cursusinstellingen, de exameninstellingen en de IB-Groep nemen in de registratie, die zij voor de uitvoering van deze wet aanleggen, het burgerservicenummer van de geregistreerde op.
Het college, de cursusinstellingen, de exameninstellingen en Onze Minister nemen in de registratie, die zij voor de uitvoering van deze wet aanleggen, het burgerservicenummer van de geregistreerde op.
### Artikel 50
**1.** Bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens kunnen door het college, de cursusinstellingen, de exameninstellingen en de IB-Groep worden verwerkt, voorzover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de doelmatige en doeltreffende uitvoering van deze wet.
**1.** Bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens kunnen door het college, de cursusinstellingen, de exameninstellingen en Onze Minister worden verwerkt, voorzover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de doelmatige en doeltreffende uitvoering van deze wet.
**2.**
@ -549,7 +611,7 @@ d. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts wo
### Artikel 51
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van beleidsinformatie door de gemeenten, de cursusinstellingen en de exameninstellingen over uitvoering van de in de hoofdstukken 4, 5, paragraaf 2, en 6 bedoelde taken, die niet reeds op grond van artikel 47, op grond van artikel 18, tweede lid, van de Wet verzelfstandiging informatiseringsbank of op grond van artikel 5 van de Wet participatiebudget is verstrekt.
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van beleidsinformatie door de gemeenten, de cursusinstellingen en de exameninstellingen over uitvoering van de in de hoofdstukken 4, 5, paragraaf 2, en 6 bedoelde taken, die niet reeds op grond van artikel 47 of op grond van artikel 5 van de Wet participatiebudget is verstrekt.
## Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen