2020-11-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2020-11-01 12:00:00 +00:00
parent ddfa9492c8
commit 707419d26f

View file

@ -93,6 +93,8 @@ register onderwijsdeelnemers: register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artike
«basisgegevens»: gegevens als bedoeld in artikel 41f, eerste lid, onderdelen a tot en met d;
«belangstellingsmeting»: de belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 68;
«instelling voor beroepsonderwijs»: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waaraan beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van die wet wordt verzorgd;
«opleidingsdomein»: opleidingsdomein als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel t2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
@ -1179,7 +1181,7 @@ c. de toewijzing van ondersteuningsmiddelen of ondersteuningsvoorzieningen aan d
**15.** Het samenwerkingsverband kent aan elke beslissing als bedoeld in artikel 10e, vierde lid, eerste volzin, en aan elke toelaatbaarheidsverklaring als bedoeld in artikel 10g, en artikel 40, twaalfde lid, van de Wet op de expertisecentra een volgnummer toe. Het samenwerkingsverband verstrekt van elk advies over de ondersteuningsbehoefte van een leerling als bedoeld in het veertiende lid, afschrift aan de ouders.
**16.** Bevoegde gezagsorganen van tot dezelfde richting behorende scholen en scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra waaraan voortgezet speciaal onderwijs behorend tot cluster 3 en 4 wordt verzorgd, kunnen een landelijk samenwerkingsverband oprichten. Een landelijk samenwerkingsverband omvat alle in Nederland gelegen en tot dezelfde richting behorende scholen als bedoeld in de eerste volzin. Op een landelijk samenwerkingsverband zijn het tweede tot en met vijftiende lid, met uitzondering van het derde en vijfde lid, en het zeventiende lid van overeenkomstige toepassing. Indien een bevoegd gezag scholen heeft met meer dan een richting bepaalt het bevoegd gezag eenmalig op basis van welke richting de aansluiting bij het samenwerkingsverband plaatsvindt.
**16.** Bevoegde gezagsorganen van tot dezelfde richting behorende scholen en scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra waaraan voortgezet speciaal onderwijs behorend tot cluster 3 en 4 wordt verzorgd kunnen aangesloten blijven of kunnen zich aansluiten bij een landelijk samenwerkingsverband als bedoeld in dit lid, zoals dat luidde vóór de datum van inwerkingtreding van dit lid zoals dat is komen te luiden met de Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160). Op een landelijk samenwerkingsverband zijn het tweede tot en met het vijftiende lid, met uitzondering van het derde lid en het vijfde lid, en het zeventiende lid van overeenkomstige toepassing. Indien een bevoegd gezag scholen heeft met ten minste de richting van de scholen die behoren tot het landelijk samenwerkingsverband bepaalt het bevoegd gezag eenmalig of aansluiting bij het landelijk samenwerkingsverband wordt gevraagd. Het landelijk samenwerkingsverband beslist over de aansluiting.
**17.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de samenwerkingsverbanden.
@ -1256,7 +1258,7 @@ De bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften ten aanzien van het voor
In het maatschappelijk verkeer brengt het bevoegd gezag ondubbelzinnig tot uitdrukking:
a. welk bij of krachtens deze wet geregeld, uit s Rijks kas bekostigd onderwijs de leerlingen volgen en aankomende leerlingen kunnen gaan volgen,
b. van welke richting dit onderwijs uitgaat, en
b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft, en
c. in voorkomend geval welk onderwijs de school verzorgt met toepassing van artikel 20, tweede lid.
### Artikel 22
@ -2100,10 +2102,6 @@ b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is vo
**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het lerarenregister.
### Artikel 41b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 41c
Onze Minister is voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister de verwerkingsverantwoordelijke.
@ -2163,14 +2161,6 @@ Nadat een leraar de gegevens, bedoeld in artikel 41g, tweede en derde lid, heeft
**4.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 41k
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 41l
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 41m
**1.**
@ -2311,10 +2301,6 @@ c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden ges
**7.** Bij de verstrekking, bedoeld in het vijfde en zesde lid, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, voor zover dat noodzakelijk is voor de in het vijfde of zesde lid genoemde doelen, onverminderd de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 25 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
### Artikel 41t
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 41u
De artikelen 41a, vierde lid, 41c, 41e en 41h tot en met 41j, zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal.
@ -2559,7 +2545,7 @@ zijn van toepassing de in artikel 38a bedoelde voorschriften en regels. Voor de
**1.** De instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen kan worden opgedragen of overgedragen aan een stichting die met dit doel wordt onderscheidenlijk is opgericht. De besluitvorming van de zijde van de gemeente vindt plaats door de gemeenteraad.
**2.** Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs.
**2.** Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs.
**3.** De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit.
@ -2687,7 +2673,7 @@ i. een advies van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten over de
Onze Minister kan goedkeuring onthouden indien als gevolg van de institutionele of bestuurlijke fusie:
a. de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod, zowel in het opzicht van richting als van pedagogisch-didactische aanpak en schoolsoort binnen de gemeenten waarin de huidige leerlingen van die scholen of rechtspersonen woonachtig zijn, op significante wijze wordt belemmerd, of
a. de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod, waaronder schoolsoort binnen de gemeenten waarin de huidige leerlingen van die scholen of rechtspersonen woonachtig zijn, op significante wijze wordt belemmerd, of
b. het aandeel per schoolsoort van de bij de fusie betrokken scholen in het aantal leerlingen in de gemeenten waarin de huidige leerlingen van die scholen woonachtig zijn een nader bij ministeriële regeling vast te stellen percentage overschrijdt.
**2.** Onze Minister kan bovendien goedkeuring onthouden aan een institutionele fusie indien de percentages leerlingen betrokken bij de fusie minder zijn dan de percentages bedoeld in artikel 72 of artikel 72a, eerste lid, onderdeel a.
@ -2873,36 +2859,85 @@ d. vbo: voorbereidend beroepsonderwijs.
**1.**
Onze Minister brengt een openbare of bijzondere school voor bekostiging in aanmerking indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze school zal worden bezocht door ten minste:
Onze Minister brengt een openbare of bijzondere school voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag:
a. 390 leerlingen voor een school voor vwo,
b. 325 leerlingen voor een school voor havo en 130 leerlingen voor een afdeling voor havo,
c. 260 leerlingen voor een school voor mavo,
d. 260 leerlingen voor een school voor vbo met 1 profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid,
e. 160 leerlingen voor elk profiel van een school voor vbo indien meer dan 1 profiel binnen de school voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht, of
f. 120 leerlingen voor een school voor praktijkonderwijs.
a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze school zal worden bezocht door ten minste:
**2.** Onze Minister brengt een openbare of bijzondere scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het aantal leerlingen van elk van de samenstellende scholen ten minste drie kwart zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid genoemde aantal.
1° 390 leerlingen voor een school voor vwo;
2° 325 leerlingen voor een school voor havo en 130 leerlingen voor een afdeling voor havo;
3° 260 leerlingen voor een school voor mavo;
4° 260 leerlingen voor een school voor vbo met 1 profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid,;
5° 160 leerlingen voor elk profiel van een school voor vbo indien meer dan 1 profiel binnen de school voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht; of
6° 120 leerlingen voor een school voor praktijkonderwijs; en
b. voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid.
**2.**
Onze Minister brengt een openbare of bijzondere scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag:
a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat het aantal leerlingen van elk van de samenstellende scholen ten minste drie kwart zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid, onder a, genoemde aantal; en
b. voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid.
**3.**
Onze Minister kan een school of scholengemeenschap die ontstaat na splitsing van een school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking brengen indien wordt voldaan aan voorwaarden die bij ministeriële regeling zijn vastgesteld. Deze voorwaarden zullen in elk geval betrekking hebben op:
Onze Minister brengt een school of scholengemeenschap die ontstaat na splitsing van een school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien wordt voldaan aan de verplichtingen die zijn vastgesteld:
a. het aantal leerlingen op de teldatum in het jaar voorafgaand aan de aanvraag van de te splitsen school of van een of meer van de samenstellende scholen van de te splitsen scholengemeenschap, en
b. het aantal leerlingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze na de splitsing de scholen of de samenstellende scholen van de scholengemeenschap zal bezoeken.
a. in artikel 67, eerste lid, aanhef en onderdeel d, tweede en derde lid en artikel 67a, eerste lid, tweede lid, onderdelen b, c en d, en derde lid; en
b. bij ministeriële regeling, waarin deze verplichtingen in elk geval betrekking hebben op:
**4.** Onze Minister kan een openbare school of scholengemeenschap waarvoor een aanvraag als bedoeld in artikel 66, eerste lid, is ingediend, voor bekostiging in aanmerking brengen. Onze Minister brengt een openbare school of scholengemeenschap waarvoor een aanvraag als bedoeld in artikel 66, tweede lid, is ingediend voor bekostiging in aanmerking.
1° het aantal leerlingen op de teldatum in het jaar voorafgaand aan de aanvraag van de te splitsen school of van een of meer van de samenstellende scholen van de te splitsen scholengemeenschap;
2° het aantal leerlingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze na de splitsing de scholen of de samenstellende scholen van de scholengemeenschap zal bezoeken; en
3° de wijze waarop op basis van de statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, aannemelijk wordt gemaakt dat op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag de scholen die na splitsing ontstaan, worden bezocht door ten minste het voor de desbetreffende schoolsoort geldende aantal leerlingen.
**4.** Onze Minister brengt een openbare school of scholengemeenschap waarvoor een aanvraag als bedoeld in artikel 66, eerste of tweede lid, is ingediend voor bekostiging in aanmerking, indien voldaan is aan de verplichtingen in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid, met uitzondering van een document waaruit blijkt dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school of scholengemeenschap is gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging. Artikel 69 is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 64a
**1.**
Onze Minister brengt een nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 73, aanhef en onderdeel a, voor bekostiging in aanmerking indien:
a. het bevoegd gezag met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat de nevenvestiging ten minste zal worden bezocht door:
1° 195 leerlingen voor een nevenvestiging voor vwo;
2° 195 leerlingen voor een nevenvestiging voor havo;
3° 130 leerlingen voor een nevenvestiging voor mavo;
4° 130 leerlingen voor een nevenvestiging voor vbo met 1 profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid;
5° 80 leerlingen voor elk profiel voor vbo indien meer dan 1 profiel binnen de nevenvestiging voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht; of
6° dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
b. het onderwijs op de school waaraan de nevenvestiging wordt verbonden niet zeer zwak is als bedoeld in artikel 23a1, eerste en derde lid, of door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht als onvoldoende is beoordeeld; en
c. het bevoegd gezag voldoet aan de verplichtingen in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid.
**2.**
Onze Minister brengt een nevenvestiging van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 73, aanhef en onderdeel a, voor bekostiging in aanmerking indien:
a. het bevoegd gezag met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat het aantal leerlingen van elk van de samenstellende scholen ten minste drie kwart zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid, onder a, genoemde aantal;
b. het onderwijs op de scholengemeenschap waaraan de nevenvestiging is verbonden niet zeer zwak is als bedoeld in artikel 23a1, eerste en derde lid, of door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht als onvoldoende is beoordeeld; en
c. het bevoegd gezag voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid.
**3.** Van het aantal leerlingen voor de nieuwe nevenvestiging, en van de leerlingen van 1 van de al bestaande vestigingen van de school of scholengemeenschap is ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage afkomstig uit dezelfde postcodegebieden.
### Artikel 65
**1.**
Onze Minister brengt een nieuw te vormen profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, aan een al bekostigde school voor vbo voor bekostiging in aanmerking indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit profiel zal worden bezocht door ten minste:
Onze Minister brengt een nieuw te vormen profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, aan een al bekostigde school voor vbo voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag:
a. 160 leerlingen indien de school geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap, of
b. 120 leerlingen indien de school deel uitmaakt van een scholengemeenschap.
a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat dit profiel zal worden bezocht door ten minste:
**2.** Onze Minister brengt een nieuw te vormen school die wordt toegevoegd aan een al bekostigde school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze nieuwe school zal worden bezocht door ten minste drie kwart van het daarvoor in artikel 64, eerste lid, genoemde aantal leerlingen.
1° 160 leerlingen indien de school geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap; of
2° 120 leerlingen indien de school deel uitmaakt van een scholengemeenschap; en
b. voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid.
**2.**
Onze Minister brengt een nieuw te vormen school die wordt toegevoegd aan een al bekostigde school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag:
a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze nieuwe school zal worden bezocht door ten minste drie kwart van het daarvoor in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, genoemde aantal leerlingen; en
b. voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid.
**3.** De artikelen 68 en 69 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 66
@ -2914,40 +2949,148 @@ b. 120 leerlingen indien de school deel uitmaakt van een scholengemeenschap.
### Artikel 67
**1.** Het bevoegd gezag dient een aanvraag om een school voor bekostiging in aanmerking te brengen voor 1 november in bij Onze Minister.
**1.**
**2.** De aanvraag vermeldt de schoolsoort en het vestigingsadres van de school. Indien de aanvraag betrekking heeft op een school voor bijzonder onderwijs, wordt in de aanvraag ook vermeld van welke verlangde richting het onderwijs zal uitgaan.
Het bevoegd gezag dient voor 1 november bij Onze Minister een aanvraag in om voor bekostiging in aanmerking te brengen:
**3.** De aanvraag gaat vergezeld van een prognose over de te verwachten omvang. Het aantal leerlingen dat naar verwachting op het vestigingsadres een openbare school of een bijzondere school van de verlangde richting zal bezoeken, wordt voor elke schoolsoort berekend op basis van statistische gegevens die onder meer door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden verstrekt.
a. een school;
b. een scholengemeenschap;
c. een nevenvestiging van een school of scholengemeenschap als bedoeld in artikel 73, onderdeel a;
d. een school of scholengemeenschap die zal ontstaan na splitsing van een school of scholengemeenschap; of
e. een nieuw te vormen profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, aan een al bekostigde school voor vbo.
**4.** Een aanvraag voor een school voor praktijkonderwijs wordt ingediend in overeenstemming met de bevoegde gezagsorganen in het samenwerkingsverband waarvan de school deel gaat uitmaken en na overleg met de gemeente.
**2.** Indien het bevoegd gezag het voornemen heeft om een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in te dienen, meldt het bevoegd gezag dit aan Onze Minister voor 1 juli voorafgaand aan die voorgenomen aanvraag. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop deze melding plaatsvindt en kan een model voor de melding worden vastgesteld.
**5.** Onze Minister besluit voor 1 mei volgend op de aanvraag of de school voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.
**3.** De inspectie adviseert Onze Minister of de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 67a, tweede lid, onderdeel b.
**6.** Onverminderd artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een besluit tot bekostiging van een nieuwe school gepubliceerd in de Staatscourant.
**4.**
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een scholengemeenschap of een profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, dan wel een school of scholengemeenschap die ontstaat na splitsing van een school of scholengemeenschap dan wel een afdeling voor havo voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Onze Minister controleert of de belangstellingsmeting juist en volledig is en besluit voor 1 juni:
### Artikel 68
a. met inachtneming van artikel 64, op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, of de school, scholengemeenschap of school of scholengemeenschap na splitsing met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht;
b. met inachtneming van artikel 64a, op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, of de nevenvestiging met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht;
c. met inachtneming van artikel 65, op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, of het nieuw te vormen profiel met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht; of
d. met inachtneming van artikel 64, vierde lid, op een aanvraag als bedoeld in artikel 66, eerste lid of tweede lid, of de openbare school of scholengemeenschap met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.
**1.** Indien het bevoegd gezag daartoe op grond van artikel 76e een aanvraag indient, stelt het college van burgemeester en wethouders uiterlijk op 1 augustus van het zesde kalenderjaar na het besluit van Onze Minister om een school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking te brengen, huisvesting ter beschikking. Het besluit hiertoe maakt het college van burgemeester en wethouders meer dan 1 jaar voor het beschikbaar stellen van de huisvesting bekend.
**5.** Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, afwijzen indien deze is ingediend door een rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, die voorafgaande aan de aanvraag een of meer scholen in stand heeft gehouden waarop artikel 109a, eerste lid, van toepassing is geweest of waarvan een of meer van de bestuurders of toezichthouders deel uitmaakte of uitmaakt van een andere rechtspersoon die een dergelijke school in stand heeft gehouden, welke toepassing onherroepelijk is geworden en ten tijde van de aanvraag nog geen vijf jaren oud is gerekend vanaf de ontvangst van het besluit tot toepassing van artikel 109a, eerste lid.
**2.** Indien huisvesting is vereist, vangt de bekostiging aan op 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het bevoegd gezag, voor 1 augustus, heeft aangetoond dat het college van burgemeester en wethouders de huisvesting ter beschikking zal stellen.
**6.** Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, afwijzen indien de aanvraag is ingediend door een rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, die reeds een of meer scholen in stand houdt en die een aanwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 103g, eerste lid, of waarvan een of meer van de bestuurders of toezichthouders deel uitmaakte of uitmaakt van een andere rechtspersoon die een dergelijke aanwijzing heeft ontvangen welke aanwijzing onherroepelijk is geworden en ten tijde van de aanvraag nog geen vijf jaren oud is gerekend vanaf de ontvangst van het besluit tot toepassing van artikel 103g, eerste lid.
**3.** Indien geen huisvesting is vereist, vangt de bekostiging aan op 1 augustus volgend op het besluit van Onze Minister om een school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking te brengen. Op verzoek van het bevoegd gezag kan dit tijdstip 1 of 2 jaar worden uitgesteld.
**7.** Onverminderd artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht worden de besluiten, bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid gepubliceerd in de Staatscourant.
### Artikel 69
**8.** Voor uitsluitend de controle of de gegevens uit de ouderverklaringen, bedoeld in artikel 68, vierde lid, juist en volledig zijn, maakt Onze Minister gebruik van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, van een van de ouders en de leerling waarop de ouderverklaring betrekking heeft.
**9.** Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie een kader vast waarin de werkwijze voor het advies, bedoeld in het derde lid, is vastgelegd. Deze werkwijze omvat in ieder geval een gesprek over de aanvraag met het bevoegd gezag dat de aanvraag heeft ingediend. Dit kader wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
**10.** Burgemeester en wethouders van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kunnen voor de datum, genoemd in het eerste lid, bij Onze Minister een zienswijze naar voren brengen.
### Artikel 67a
**1.**
De aanspraak op bekostiging op grond van artikel 64 van een nieuwe school of scholengemeenschap vervalt, indien:
Een aanvraag als bedoeld in artikel 67, eerste lid, vermeldt:
a. vanaf het moment waarop de bekostiging overeenkomstig artikel 68, tweede lid, aanvangt, geen onderwijs aan de nieuwe school of scholengemeenschap wordt gegeven, of
b. het vestigingsadres niet binnen hemelsbreed gemeten een afstand van 3 kilometer van het bij de aanvraag om bekostiging opgegeven beoogde vestigingsadres komt te liggen.
a. de schoolsoort of schoolsoorten;
b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft; en
c. de beoogde plaats van vestiging van de school, scholen, scholengemeenschap, scholengemeenschappen of nevenvestiging.
**2.** De aanspraak op bekostiging vervalt, indien binnen 1 jaar na het besluit van Onze Minister om een school op grond van artikel 65, tweede lid, voor bekostiging in aanmerking te brengen, geen onderwijs aan de nieuwe school wordt gegeven.
**2.**
**3.** Op aanvraag van het bevoegd gezag kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een bepaalde tijd te handhaven.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een belangstellingsmeting;
b. een beschrijving van het voorgenomen beleid over de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school, scholengemeenschap, nevenvestiging of het profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid zal worden gevoerd, voor zover dit betreft de uitwerking van de wettelijke voorschriften voor:
1° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
2° het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in artikel 6g, eerste tot en met vijfde lid, of 10f, lid 3a en het vijfde lid, zal worden geprogrammeerd;
3° de inhoud van een in onderwijstijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, geldend voor de schoolsoort en leerweg, bedoeld in de artikelen 10, 10b, 10d, 10f, 11a, 11b, 11c, 11e, 11f, 12, 13 en 14, en de referentieniveaus, bedoeld in artikel 2 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, voor zover deze schoolsoort of leerweg van toepassing is op de aanvraag;
4° de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 17;
5° leerlingen die extra ondersteuning behoeven, bedoeld in artikel 17b;
6° de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in artikel 24d en 24e en, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 32b1, een beschrijving van de over te dragen taken;
c. een document waaruit blijkt dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging, het samenwerkingsverband en de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging; en
d. een verklaring omtrent het gedrag afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, van de personen die het bestuur en het intern toezicht vormen en die op het tijdstip van het doen van de aanvraag niet ouder is dan zes maanden.
**3.**
De aanvraag bevat tevens:
a. een beschrijving van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs;
b. een beschrijving van de beoogde samenstelling van de formatie van de school, scholengemeenschap, nevenvestiging of het profiel;
c. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan voorschriften die worden gesteld aan de bekwaamheid van de leraren, onderwijsondersteunende functionarissen, de rector, directeur, conrector of adjunct-directeur;
d. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de zorg voor de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen op de school, scholengemeenschap of nevenvestiging;
e. een meerjarenbegroting over de eerste drie schooljaren die gebaseerd is op de bekostiging die de school, scholengemeenschap of nevenvestiging zal ontvangen gegeven het aantal te verwachten leerlingen in die periode;
f. de verwachtingen met betrekking tot de huisvesting;
g. informatie over de hoogte van en het beleid ten aanzien van de vrijwillige geldelijke bijdrage die van de ouders zal worden gevraagd en het jaarlijks verwachte totaalbedrag van die bijdragen;
h. informatie over de wijze waarop het bevoegd gezag uitvoering zal geven aan de afspraken, bedoeld in artikel 118a; en
i. een beschrijving van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de Wet medezeggenschap op scholen.
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan de wijze waarop de aanvraag plaatsvindt en wordt een model voor de aanvraag vastgesteld.
**5.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, bevat een aanvraag voor een school voor praktijkonderwijs een document waaruit blijkt dat deze aanvraag in overeenstemming is met de bevoegde gezagsorganen in het samenwerkingsverband waarvan de school deel gaat uitmaken en wordt deze ingediend na overleg met de gemeente van de beoogde plaats van vestiging.
### Artikel 68
**1.** De belangstellingsmeting wordt uitgevoerd aan de hand van hetzij ouderverklaringen dan wel, in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, een marktonderzoek.
**2.**
De belangstellingsmeting:
a. geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 67, eerste lid; en
b. vindt plaats binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van vijftien kilometer van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging.
**3.**
Het te verwachten aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt berekend overeenkomstig de formule q = (y/x *100%) * w * z, waarbij:
a. voor de ouderverklaring geldt:
y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar van wie in de ouderverklaring is aangegeven belangstelling te hebben voor de school, scholengemeenschap of nevenvestiging in de aanvraag;
x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar op 1 januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b;
w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 en 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid, onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft;
z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor;
b. voor het marktonderzoek geldt:
y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar ten aanzien van wie in het marktonderzoek is aangegeven dat er belangstelling is voor de school, scholengemeenschap of nevenvestiging in de aanvraag;
x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen;
w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 en 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid, onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft;
z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor.
De aanvraag bevat de berekeningen die tot de uitkomsten van de formules, bedoeld onder a, of b, hebben geleid.
**4.** De ouderverklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op één leerling in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar op 1 november van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan en wordt ingediend door de ouder van deze leerling.
**5.**
Het marktonderzoek, bedoeld in het eerste lid:
a. heeft betrekking op leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar,
b. wordt afgenomen onder de ouders van leerlingen, bedoeld in onderdeel a, op een wetenschappelijk verantwoorde manier door een onafhankelijk onderzoeksbureau dat aantoonbaar werkt volgens een door een brancheorganisatie opgestelde gedragscode met betrekking tot de uitvoering van marktonderzoek,
c. wordt uitgevoerd aan de hand van een aselecte steekproef uit de leerlingen, bedoeld in onderdeel a, die aantoonbaar representatief is voor die leerlingen, en
d. mag niet ouder zijn dan 24 maanden voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de aanvraag.
**6.** Indien uit de belangstellingsmeting van meer dan één aanvraag blijkt dat de betrokken postcodegebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, elkaar overlappen en daardoor de som van de leerlingen voor wie belangstelling is aangetoond in het overlappende voedingsgebied groter is dan het totaal aantal leerlingen in de overlappende voedingsgebieden, worden de aantallen van de leerlingen voor wie belangstelling is aangetoond in het overlappende voedingsgebied naar evenredigheid verminderd tot de som van het totaal aantal leerlingen in het overlappende voedingsgebied voor wie belangstelling is aangetoond gelijk is aan het totaal aantal leerlingen in het overlappende voedingsgebied.
**7.**
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de uitvoering van de belangstellingsmeting over:
a. de wijze waarop de belangstellingsmeting wordt uitgevoerd; en
b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tussen de verschillende onderdelen van de formule voor de belangstellingsmeting, bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
### Artikel 69
**1.** De bekostiging vangt aan op 1 augustus.
**2.** De aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen 64, 64a en 65 vervalt, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school, scholengemeenschap, nevenvestiging of in het nieuwe profiel wordt gegeven. Indien door het bevoegd gezag een aanvraag tot bekostiging is gedaan met ingang van 1 augustus van het eerste kalenderjaar na het besluit van Onze Minister, vervalt de aanspraak op bekostiging voor dat schooljaar indien op de eerste schooldag geen onderwijs wordt gegeven.
**3.** In afwijking van het tweede lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven.
### Artikel 70
@ -2960,13 +3103,11 @@ Onze Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school of scholengem
**1.** Onze Minister kan, onder door hem te stellen voorwaarden, voor bekostiging in aanmerking brengen een school die wordt opgericht door omzetting van een bekostigde openbare school in een gelijksoortige bijzondere school.
**2.** Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een school die wordt opgericht door omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of door omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting.
**2.** Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een school die wordt opgericht door omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school.
**3.** Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een school waaraan het onderwijs wordt uitgebreid met onderwijs van een andere richting.
**3.** Een omzetting kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 augustus van enig kalenderjaar.
**4.** Een omzetting of uitbreiding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 augustus van enig kalenderjaar.
**5.** Dit artikel is ook van toepassing op een scholengemeenschap.
**4.** Dit artikel is ook van toepassing op een scholengemeenschap.
### Artikel 72
@ -3006,7 +3147,7 @@ b. tijdelijke nevenvestiging.
### Artikel 73b
**1.** Een nevenvestiging komt tot stand door een samenvoeging als bedoeld in artikel 72 of door vorming van een nieuwe nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 74b, eerste lid, onderdeel b of c.
**1.** Een nevenvestiging komt tot stand door een samenvoeging als bedoeld in artikel 72 of door vorming van een nieuwe nevenvestiging van een school of scholengemeenschap als bedoeld in artikel 64a.
**2.** Op een nevenvestiging van een school voor vwo of havo kan in elk geval onderwijs worden verzorgd in de eerste 3 leerjaren van de desbetreffende schoolsoort.
@ -3079,22 +3220,16 @@ c. voor zover het gaat om het vbo, met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven
**1.**
Onverminderd artikel 74c brengt Onze Minister voor bekostiging in aanmerking een onderwijsvoorziening als bedoeld in de onderdelen a tot en met h, indien de voorziening is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen en indien nodig ook wordt voldaan aan de in die onderdelen genoemde voorwaarden. Een bevoegd gezag kan voor 1 november bij Onze Minister een aanvraag indienen voor bekostiging van:
Onverminderd artikel 74c brengt Onze Minister voor bekostiging in aanmerking een onderwijsvoorziening als bedoeld in de onderdelen a tot en met f, indien de voorziening is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen en indien nodig ook wordt voldaan aan de in die onderdelen genoemde voorwaarden. Een bevoegd gezag kan voor 1 november bij Onze Minister een aanvraag indienen voor bekostiging van:
a. een vestiging die wordt verplaatst of een deel van het onderwijsaanbod van een vestiging dat wordt verplaatst naar een andere vestiging van dezelfde school, beide over hemelsbreed gemeten een afstand van 3 kilometer of meer van het huidige vestigingsadres,
b. een nieuwe nevenvestiging, onder de verplichting dat ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de leerlingen van 1 van de al bestaande vestigingen woont binnen hemelsbreed gemeten een afstand van 10 kilometer van de nieuwe nevenvestiging,
c. een nieuwe nevenvestiging buiten de regio van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen, met dien verstande dat:
b. een of meer scholen die door het bevoegd gezag worden afgesplitst van een scholengemeenschap,
c. onderwijs vanaf het vierde leerjaar op een hoofdvestiging of nevenvestiging aan een school voor vwo of havo, en onderwijs vanaf het derde leerjaar op een hoofd- of nevenvestiging aan een school voor mavo of vbo indien niet binnen hemelsbreed gemeten een afstand van 3 kilometer een andere vestiging van de school is gelegen waaraan dit onderwijs wordt verzorgd,
d. onderwijs in de gemengde leerweg op een hoofdvestiging of nevenvestiging aan een school voor mavo of vbo of aan een agrarisch opleidingscentrum voor zover het gaat om het vbo, indien wordt voldaan aan voorwaarden die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn vastgesteld,
e. op een hoofdvestiging of nevenvestiging van een school voor vbo: een profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdelen a tot en met c en f tot en met j, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, of
f. het profiel dienstverlening en producten, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel j, aan een agrarisch opleidingscentrum, voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden.
1°. ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de leerlingen van 1 van de al bestaande vestigingen woont binnen een hemelsbreed gemeten afstand van 10 kilometer van de nieuwe nevenvestiging,
2°. geen van de bevoegde gezagsorganen in de desbetreffende regio of, bij afwezigheid van een regionaal plan onderwijsvoorzieningen aldaar, in de gemeente bedenkingen kenbaar maakt tegen bekostiging van de nieuwe nevenvestiging, en
3°. het desbetreffende bevoegd gezag over de aanvraag op overeenstemming gericht overleg voert met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de nieuwe nevenvestiging wordt gevestigd,
d. een of meer scholen die door het bevoegd gezag worden afgesplitst van een scholengemeenschap,
e. onderwijs vanaf het vierde leerjaar op een hoofdvestiging of nevenvestiging aan een school voor vwo of havo, en onderwijs vanaf het derde leerjaar op een hoofd- of nevenvestiging aan een school voor mavo of vbo indien niet binnen hemelsbreed gemeten een afstand van 3 kilometer een andere vestiging van de school is gelegen waaraan dit onderwijs wordt verzorgd,
f. onderwijs in de gemengde leerweg op een hoofdvestiging of nevenvestiging aan een school voor mavo of vbo of aan een agrarisch opleidingscentrum voor zover het gaat om het vbo, indien wordt voldaan aan voorwaarden die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn vastgesteld,
g. op een hoofdvestiging of nevenvestiging van een school voor vbo: een profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdelen a tot en met c en f tot en met j, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, of
h. het profiel dienstverlening en producten, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel j, aan een agrarisch opleidingscentrum, voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden.
**2.** Onze Minister kan een onderwijsvoorziening als bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met h, die niet is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen, voor bekostiging in aanmerking brengen indien de overige bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regionale samenwerking instemmen met de aanvraag en wordt voldaan aan de in die onderdelen opgenomen voorwaarden.
**2.** Onze Minister kan een onderwijsvoorziening als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, die niet is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen, voor bekostiging in aanmerking brengen indien de overige bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regionale samenwerking instemmen met de aanvraag en wordt voldaan aan de in die onderdelen opgenomen voorwaarden.
**3.** Onze Minister besluit voor 1 mei volgend op de aanvraag of de onderwijsvoorziening voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.
@ -3106,7 +3241,7 @@ Onze Minister wijst een aanvraag als bedoeld in artikel 74b af indien een bevoeg
### Artikel 74d
**1.** Indien het bevoegd gezag daarvoor op grond van artikel 76e een aanvraag indient, stelt het college van burgemeester en wethouders uiterlijk op 1 augustus van het zesde kalenderjaar na het besluit van Onze Minister om een onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 74b, eerste lid, onderdelen a tot en met c, voor bekostiging in aanmerking te brengen, huisvesting ter beschikking. Het college van burgemeester en wethouders maakt het besluit daartoe uiterlijk 1 jaar voor het beschikbaar stellen van de huisvesting bekend.
**1.** Indien het bevoegd gezag daarvoor op grond van artikel 76e een aanvraag indient, stelt het college van burgemeester en wethouders uiterlijk op 1 augustus van het zesde kalenderjaar na het besluit van Onze Minister om een onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 74b, eerste lid, onderdeel a, voor bekostiging in aanmerking te brengen, huisvesting ter beschikking. Het college van burgemeester en wethouders maakt het besluit daartoe uiterlijk 1 jaar voor het beschikbaar stellen van de huisvesting bekend.
**2.** Na een besluit van Onze Minister om een onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 74b voor bekostiging in aanmerking te brengen vangt de bekostiging van de betrokken onderwijsvoorziening aan op 1 augustus van enig kalenderjaar.
@ -4317,7 +4452,7 @@ b. door nul leerlingen is bezocht voor zover het de hoogste twee leerjaren betre
**1.** Grondslag der berekening is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van elk van de jaren bij de school was ingeschreven.
**2.** Indien voor de leerlingen binnen redelijke afstand geen plaatsruimte beschikbaar is op een gelijksoortige school, waar het verlangde onderwijs wordt gegeven, past Onze Minister artikel 107 zodanig toe, dat de leerlingen van elk leerjaar de cursus kunnen voltooien.
**2.** Indien voor de leerlingen binnen redelijke afstand geen plaatsruimte beschikbaar is op een gelijksoortige school, past Onze Minister artikel 107 zodanig toe, dat de leerlingen van elk leerjaar de cursus kunnen voltooien.
**3.** Artikel 107 blijft buiten toepassing, zolang de school niet alle leerjaren omvat.
@ -4327,7 +4462,7 @@ b. door nul leerlingen is bezocht voor zover het de hoogste twee leerjaren betre
### Artikel 109
**1.** Bij het verstrijken van de looptijd van een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 74a gaat de aanspraak op bekostiging verloren voor zover het betreft een profiel als bedoeld in artikel 74b, eerste lid, onderdeel g, al dan niet met gebruikmaking van artikel 74b, tweede lid, of g, met dien verstande dat de bekostiging nog een jaar wordt gehandhaafd voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het derde leerjaar en nog twee jaar voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het vierde leerjaar.
**1.** Bij het verstrijken van de looptijd van een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 74a gaat de aanspraak op bekostiging verloren voor zover het betreft een profiel als bedoeld in artikel 74b, eerste lid, onderdeel e of f, al dan niet met gebruikmaking van artikel 74b, tweede lid, met dien verstande dat de bekostiging nog een jaar wordt gehandhaafd voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het derde leerjaar en nog twee jaar voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het vierde leerjaar.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het desbetreffende profiel op grond van een aansluitend regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 74a of op grond van artikel 65 voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
@ -4345,6 +4480,13 @@ a. heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de
b. heeft de inspectie daarover een inspectierapport als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht uitgebracht; en
c. stelt Onze Minister het bevoegd gezag vervolgens vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze met betrekking tot de voorgenomen opheffing of de voorgenomen beëindiging van de bekostiging naar voren te brengen.
**4.**
Op een schoolsoort of leerweg die minder dan 2 schooljaren wordt bekostigd en waarvan de kwaliteit van het onderwijs in deze periode zeer zwak is, bedoeld in artikel 23a1, eerste lid, zijn het eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag:
a. tekortschiet in de naleving van drie of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, en dientengevolge
b. tekortschiet in het zorgdragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 3b, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
### Artikel 110
De artikelen 107 en 108 zijn, voor zover zij betrekking hebben op scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, van overeenkomstige toepassing op afdelingen als bedoeld in artikel 8, onderdeel b.
@ -4725,6 +4867,20 @@ b. met ingang van 1 augustus 2017 op het vierde leerjaar.
### Afdeling VI. Overgangsrecht Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen)
### Artikel 118ff
Op aanvragen die voor de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdelen I en O van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) zijn ingediend op grond van de artikelen 67, eerste lid, en 74b, eerste lid, onderdelen b en c, van deze wet zoals deze artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van die wet, blijft Titel III zoals deze titel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van die wet van toepassing.
### Artikel 118gg
Geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten van Onze Minister die zijn genomen voor de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) op grond van de artikelen 67, vijfde en zevende lid, en 74b, derde lid, zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, worden behandeld op grond van de regelingen zoals deze gelden de dag voor deze wet in werking treedt. De eerste volzin is hangende het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid.
### Artikel 118hh
**1.** Op aanvragen die voor de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel E, van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) zijn ingediend op grond van artikel 53g blijft artikel 53h zoals dat artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van die wet, van toepassing.
**2.** Geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten van Onze Minister die zijn genomen voor de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) op grond van artikel 53f zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, worden behandeld op grond van de regelingen zoals deze gelden de dag voor deze wet in werking treedt. De eerste volzin is hangende het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid.
### Afdeling VII. Overgangsrecht in verband met de
### Artikel 118ii
@ -4751,6 +4907,8 @@ Artikel 76v.1 is van overeenkomstige toepassing op de school of scholengemeensch
**3.** Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
### Afdeling IX. Overgangsrecht wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (Stb. 2020, 437)
## Titel V. Slotbepalingen
### Artikel 119
@ -4798,6 +4956,10 @@ Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel III van
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 29 november 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer ten behoeve van het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van onderwijsdeelnemers (Stb. 508) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van artikel 103b, twaalfde tot en met vijftiende lid, in de praktijk.
### Artikel 123d
Onze Minister zendt na vijf, tien en vijftien jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de gewijzigde systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe scholen in de praktijk. Daarbij wordt in ieder geval gelet op de effecten op de segregatie.
### Artikel 123e
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 8 april 2020 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het faciliteren van een gelijke kans op doorstroom naar het hoger algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (Stb. 2020, 121) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel 27a in de praktijk.