From 707fe10ef81da92bf4e73675a555358403d5d2e6 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-01-01 | BWBR0017613 | Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid --- .../BWBR0017613/README.md | 150 +++++++++--------- 1 file changed, 73 insertions(+), 77 deletions(-) diff --git a/rijkswet/rijkswet-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017613/README.md b/rijkswet/rijkswet-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017613/README.md index b57c5b8ef93..558fcc89191 100644 --- a/rijkswet/rijkswet-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017613/README.md +++ b/rijkswet/rijkswet-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017613/README.md @@ -18,29 +18,28 @@ citeertitel: Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid In deze rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; -b. Onze Minister van Justitie: Onze Minister van Justitie van Nederland, tenzij anders wordt bepaald; -c. de raad: de Onderzoeksraad voor veiligheid, genoemd in artikel 2, eerste lid; -d. de leden van de raad: zowel de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, als de buitengewone leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid; -e. het bureau: het bureau, bedoeld in artikel 11, tweede lid; -f. voorval: gebeurtenis die de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu veroorzaakt, alsmede een gebeurtenis die gevaar voor een dergelijk gevolg in het leven heeft geroepen; -g. schip: zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven; -h. zeeschip: schip dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor drijven in zee is bestemd; -i. Nederlands zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; -j. Curaçaos zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Curaçao geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; -k. Arubaans zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Aruba geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; -l. Sint-Maartens zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; -m. ro-ro-veerboot: ro-ro-veerboot als omschreven in artikel 2, onderdeel a, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138); -n. hogesnelheidspassagiersvaartuig: hogesnelheidspassagiersvaartuig als omschreven in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138); -o. luchtvaartuig: toestel dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak; -p. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig; -q. oorzaken: handelingen, verzuimen, gebeurtenissen, omstandigheden of een combinatie daarvan die tot het voorval hebben geleid; -r. aanbeveling: voorstel van de raad op basis van uit onderzoek van de raad voortvloeiende informatie met de bedoeling toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken; -s. vluchtrecorder: elk soort, ter vergemakkelijking van onderzoeken van ongevallen en incidenten, in het luchtvaartuig geïnstalleerd registratietoestel; +a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid van Nederland; +b. de raad: de Onderzoeksraad voor veiligheid, genoemd in artikel 2, eerste lid; +c. de leden van de raad: zowel de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, als de buitengewone leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid; +d. het bureau: het bureau, bedoeld in artikel 11, tweede lid; +e. voorval: gebeurtenis die de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu veroorzaakt, alsmede een gebeurtenis die gevaar voor een dergelijk gevolg in het leven heeft geroepen; +f. schip: zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven; +g. zeeschip: schip dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor drijven in zee is bestemd; +h. Nederlands zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; +i. Curaçaos zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Curaçao geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; +j. Arubaans zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Aruba geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; +k. Sint-Maartens zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren; +l. ro-ro-passagiersschip: ro-ro-passagiersschip als omschreven in artikel 2, onderdeel 1, van richtlijn nr. (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 betreffende een inspectiesysteem voor de veilige exploitatie van ro-ro-passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen op geregelde diensten en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad (PbEU L 315); +m. hogesnelheidspassagiersvaartuig: hogesnelheidspassagiersvaartuig als omschreven in artikel 2, onderdeel 2, van richtlijn nr. (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 betreffende een inspectiesysteem voor de veilige exploitatie van ro-ro-passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen op geregelde diensten en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad (PbEU L 315); +n. luchtvaartuig: toestel dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak; +o. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig; +p. oorzaken: handelingen, verzuimen, gebeurtenissen, omstandigheden of een combinatie daarvan die tot het voorval hebben geleid; +q. aanbeveling: voorstel van de raad op basis van uit onderzoek van de raad voortvloeiende informatie met de bedoeling toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken; +r. vluchtrecorder: elk soort, ter vergemakkelijking van onderzoeken van ongevallen en incidenten, in het luchtvaartuig geïnstalleerd registratietoestel; **2.** -Onder een voorval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt niet verstaan: +Onder een voorval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt niet verstaan: a. een verstoring van de openbare orde als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet of artikel 174, derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een oproerige beweging of een andere ernstige wanordelijkheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet of artikel 178, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan wel een situatie die ernstig doet vrezen voor het ontstaan van een van deze gebeurtenissen; b. een optreden van bevoegde autoriteiten ter handhaving van de rechtsorde; @@ -78,7 +77,7 @@ De raad is bevoegd een onderzoek in te stellen naar: a. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Nederland met inbegrip van wateren onder Nederlandse jurisdictie; b. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten met inbegrip van wateren onder Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht; c. voorvallen waarbij een Nederlands zeeschip op volle zee of in wateren onder andere dan Nederlandse jurisdictie is betrokken; -d. voorvallen waarbij een ro-ro-veerboot of een hogesnelheidspassagiersvaartuig op volle zee is betrokken dat het laatst een haven in Nederland heeft aangedaan; +d. voorvallen waarbij een ro-ro-passagiersschip of een hogesnelheidspassagiersvaartuig op volle zee is betrokken dat het laatst een haven in Nederland heeft aangedaan; e. voorvallen waarbij een Nederlands luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland; f. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens zeeschip is betrokken op volle zee of in wateren onder andere dan Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht; g. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht. @@ -111,17 +110,21 @@ b. een buitenlandse krijgsmacht, indien het voorval plaatsvond op of boven het g Voor zover daarvan niet uitdrukkelijk wordt afgeweken, wordt de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen ten aanzien van de raad in acht genomen. Op als zelfstandig bestuursorgaan aan te merken functionarissen van de raad is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing. +### Artikel 5b + +Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, en artikel 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming kan de raad, voor zo ver dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 3 van deze wet, bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 onderscheidenlijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerken evenals nummers verwerken die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven op grond van artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. + ### Paragraaf 2. Inrichting en samenstelling ### Artikel 6 -**1.** De raad kent vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen. +**1.** De raad kent minimaal drie en maximaal vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen. **2.** Voorts maken buitengewone leden deel uit van de raad. -**3.** De raad doet aan zijn beraadslagingen ten aanzien van individuele of categorieën voorvallen daarvoor in aanmerking komende buitengewone leden deelnemen. +**3.** Buitengewone leden kunnen op verzoek of uit eigen beweging deelnemen aan beraadslagingen van de raad, behoudens het bepaalde in het vierde lid. -**4.** Aan de beraadslagingen van de raad nemen buitengewone leden niet deel voor de toepassing van de artikelen 7, 16, 17, 20, eerste lid, 25, 26, 65 en 71. +**4.** Aan de beraadslagingen van de raad nemen buitengewone leden niet deel voor de toepassing van de artikelen 7, 16, 17, 20, eerste lid, 25, 26 en 65. ### Artikel 7 @@ -131,15 +134,13 @@ Voor zover daarvan niet uitdrukkelijk wordt afgeweken, wordt de Kaderwet zelfsta **3.** De keuze van de leden van de raad geschiedt op zodanige wijze dat alle relevante deskundigheid in de raad aanwezig is. In de raad is in ieder geval deskundigheid aanwezig op het terrein van defensie en transport. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen terzake nadere regels worden gesteld. -**4.** Het lidmaatschap van de raad wordt aangewezen als een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet veiligheidsonderzoeken. +**4.** De benoeming van de leden van de raad geschiedt voor een periode van vier jaar. De zittingsduur van het lid dat is benoemd op een tussentijds opengevallen plaats, is gelijk aan de duur van de resterende zittingsperiode van het lid in wiens plaats dit lid is benoemd. De leden van de raad kunnen eenmaalworden herbenoemd. -**5.** De benoeming van de leden van de raad geschiedt voor een periode van vier jaar. De zittingsduur van het lid dat is benoemd op een tussentijds opengevallen plaats, is gelijk aan de duur van de resterende zittingsperiode van het lid in wiens plaats dit lid is benoemd. De leden van de raad kunnen eenmaalworden herbenoemd. +**5.** Onze Minister draagt in overeenstemming met Onze Minister in Nederland wie het mede aangaat, zorg voor openbaarmaking van een vacature in de raad. De raad kan aan Onze Minister een met redenen omkleed voorstel doen voor openbaarmaking van een vacature. Onze Minister informeert de Staten-Generaal over de gevolgde procedure bij de benoeming en de benoemde kandidaat. -**6.** Onze Minister draagt in overeenstemming met Onze Minister in Nederland wie het mede aangaat, zorg voor openbaarmaking van een vacature in de raad. De raad kan aan Onze Minister een met redenen omkleed voorstel doen voor openbaarmaking van een vacature. +**6.** Op eigen verzoek wordt aan de leden van de raad ontslag verleend uiterlijk met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de dag waarop Onze Minister het verzoek om ontslag heeft ontvangen. -**7.** Op eigen verzoek wordt aan de leden van de raad ontslag verleend uiterlijk met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de dag waarop Onze Minister het verzoek om ontslag heeft ontvangen. - -**8.** Onverminderd het zevende lid zijn schorsing en ontslag alleen mogelijk wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. +**7.** Onverminderd het zesde lid zijn schorsing en ontslag alleen mogelijk wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. ### Artikel 8 @@ -171,10 +172,12 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtre **3.** Het bureau staat onder leiding van de algemeen secretaris. -**4.** De keuze van de medewerkers van het bureau geschiedt op zodanige wijze dat alle relevante deskundigheid in het bureau aanwezig is. De functie van medewerker van het bureau, waaronder begrepen die van algemeen secretaris, wordt aangewezen als een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet veiligheidsonderzoeken. +**4.** De keuze van de medewerkers van het bureau geschiedt op zodanige wijze dat alle relevante deskundigheid in het bureau aanwezig is. **5.** Tot de medewerkers van het bureau behoren door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met de voorzitter van de raad aldaar met behoud van hun rechtspositie geplaatste militairen, die worden ingezet bij het onderzoek van voorvallen als bedoeld in artikel 4, derde lid. Zij kunnen door de raad ook voor andere onderzoekstaken worden ingezet. +**6.** Onder medewerker van het bureau wordt mede begrepen degene die anders dan krachtens een aanstelling werkzaam is bij het bureau en is belast met werkzaamheden ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 4. + ### Artikel 12 De algemeen secretaris noch een van de medewerkers van het bureau is lid van de raad. De algemeen secretaris is slechts verantwoording schuldig aan de raad. @@ -189,7 +192,7 @@ Vervallen **2.** Voor het onderzoek van een voorval als bedoeld in artikel 4, derde lid, wordt slechts bijstand verleend door deskundigen, aangewezen op grond van het eerste lid, aan wie op grond van de Wet veiligheidsonderzoeken een verklaring is afgegeven dat uit het oogpunt van de veiligheid van de staat of andere gewichtige belangen van de staat geen bezwaar bestaat tegen vervulling van een vertrouwensfunctie, behoudens in gevallen waarin door Onze Minister van Defensie anders wordt beslist. -**3.** Onze Minister onderscheidenlijk Onze Minister van Justitie kan ten aanzien van een ander voorval dan in het tweede lid bedoeld bepalen dat voor het onderzoek daarvan slechts bijstand wordt verleend door deskundigen, aangewezen op grond van het eerste lid, aan wie een verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven. +**3.** Onze Minister onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan ten aanzien van een ander voorval dan in het tweede lid bedoeld bepalen dat voor het onderzoek daarvan slechts bijstand wordt verleend door deskundigen, aangewezen op grond van het eerste lid, aan wie een verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven. **4.** De deskundigen, aangewezen op grond van het eerste lid, worden voor de duur van het onderzoek toegevoegd aan het bureau. @@ -241,7 +244,7 @@ De rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid wordt in en buiten rechte verteg ### Artikel 19 -**1.** De inkomsten van de rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid bestaan uit een jaarlijkse bijdrage ten laste van de begroting voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +**1.** De inkomsten van de rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid bestaan uit een jaarlijkse bijdrage ten laste van de begroting voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid. **2.** Indien bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken, kunnen aan de raad additionele middelen ter beschikking worden gesteld. @@ -335,7 +338,7 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het melden door Nederland ### Artikel 32 -Het ten aanzien van de onderzoekers gestelde bij of krachtens de artikelen 33 tot en met 40 en artikel 69, vierde lid, geldt voor de leden van de raad, de medewerkers van het bureau, voor zover als onderzoeker bij hun aanstelling aangewezen, en op grond van artikel 14, eerste lid, aangewezen deskundigen. +Het ten aanzien van de onderzoekers gestelde bij of krachtens de artikelen 33 tot en met 40 geldt voor de leden van de raad, de medewerkers van het bureau, belast met het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 4, de algemeen secretaris, en op grond van artikel 14, eerste lid, aangewezen deskundigen. ### Artikel 33 @@ -389,7 +392,7 @@ Een onderzoeker is bevoegd inlichtingen te vorderen. **1.** Een ieder is verplicht aan een onderzoeker binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. -**2.** Onze Minister, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Justitie kunnen bij het verlenen van medewerking door henzelf of door onder hen ressorterende personen aangeven dat daarbij aangeduide informatie vertrouwelijk aan de raad wordt verstrekt. Het vertrouwelijk verstrekken van informatie aan de raad geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 57. De vertrouwelijk verstrekte informatie wordt niet openbaar gemaakt. +**2.** Onze Minister, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen bij het verlenen van medewerking door henzelf of door onder hen ressorterende personen aangeven dat daarbij aangeduide informatie vertrouwelijk aan de raad wordt verstrekt. Het vertrouwelijk verstrekken van informatie aan de raad geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 57. De vertrouwelijk verstrekte informatie wordt niet openbaar gemaakt. **3.** Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voorzover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit. Degenen voor wie een wettelijk voorschrift geldt dat verplicht tot geheimhouding behoudens voorzover enig ander wettelijk voorschrift tot bekendmaking of medewerking verplicht, kunnen eveneens hun medewerking weigeren indien daarvoor gewichtige redenen zijn. @@ -469,7 +472,7 @@ Van plaats, dag en uur van de zitting doet de raad schriftelijk mededeling aan: a. de natuurlijke personen, rechtspersonen of bestuursorganen waarvan het handelen of nalaten blijkens het voorlopig oordeel van de raad heeft bijgedragen tot het ontstaan van het voorval, of de nabestaanden van een natuurlijke persoon als hiervoor bedoeld; b. de in artikel 45 bedoelde vertegenwoordigers die aan het onderzoek deelnemen; c. Onze Minister van Defensie, indien het een onderzoek betreft van een voorval als bedoeld in artikel 4, derde of vierde lid; -d. Onze Minister onderscheidenlijk Onze Minister van Justitie, na een daartoe strekkend verzoek. +d. Onze Minister onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, na een daartoe strekkend verzoek. **3.** Plaats, dag en uur van de zitting worden eveneens bekendgemaakt in de Staatscourant. @@ -552,7 +555,8 @@ De raad neemt door hem vergaarde informatie niet in het rapport op voorzover dit a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van het Koninkrijk zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk zijn meegedeeld; -d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. +d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor opname in het rapport van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; +e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven op grond van artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. **2.** @@ -671,25 +675,25 @@ b. met een technisch hulpmiddel vastgelegde communicatie tussen personen die bet c. in het kader van het onderzoek van de raad vastgelegde medische of privé-informatie betreffende personen die betrokken zijn geweest bij een door de raad onderzocht voorval, tenzij de betrokken persoon daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven; d. gegevens die zijn ontleend aan een vluchtrecorder, een cockpit voice recorder of een reisgegevensrecorder, gebruikt in de scheepvaart, en transcripten daarvan; e. meningen, geuit in het kader van het analyseren van het onderzoeksmateriaal; -f. door de raad opgestelde documenten. +f. door de raad opgestelde documenten, of in opdracht van de raad door derden opgestelde documenten **2.** Ten behoeve van een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek of een procedure tot oplegging van een disciplinaire maatregel, een bestuurlijke sanctie of een bestuurlijke maatregel kunnen gegevensdragers als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d en f, met uitzondering van het in artikel 55, eerste lid, bedoelde rapport, niet ter inzage worden gevorderd of in beslag worden genomen. Op verzoek kunnen verklaringen als bedoeld in het eerste lid onderdeel a echter ter inzage worden gegeven, indien degene die de verklaring heeft afgelegd, daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven en kan informatie als bedoeld in onderdeel c ter beschikking worden gesteld, indien degene wie de informatie betreft, daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. **3.** In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen gegevensdragers als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, als bewijs worden gebruikt en ter inzage worden gevorderd of in beslag worden genomen, indien het een strafrechtelijk onderzoek betreft naar een gijzeling, moord, doodslag of een strafbaar feit met het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te destabiliseren of te vernietigen. -**4.** Een onderzoeker wordt ter zake van een onderzoek waarbij hij betrokken is of is geweest, niet als getuige of deskundige opgeroepen. +**4.** De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de op grond van artikel 14, eerste lid, aangewezen deskundigen worden ter zake van een onderzoek waarbij zij betrokken zijn of zijn geweest, niet als getuige of deskundige opgeroepen. **5.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, en het tweede lid voor zover het betrekking heeft op een gegevensdrager als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing bij de vervolging van een getuige of deskundige ter zake van meineed in verband met een door hem voor de raad afgelegde verklaring. ### Artikel 70 -De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de overige onderzoekers doen geen aangifte van strafbare feiten waarvan ze bij de uitoefening van hun functie bij de raad kennis hebben gekregen, bij een opsporingsambtenaar, met uitzondering van de gevallen bedoeld in de artikelen 160 en 162 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, meineed, de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, de feiten strafbaar gesteld in: +De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de op grond van artikel 14, eerste lid, aangewezen deskundigen doen geen aangifte van strafbare feiten waarvan ze bij de uitoefening van hun functie bij de raad kennis hebben gekregen, bij een opsporingsambtenaar, met uitzondering van de gevallen bedoeld in de artikelen 160 en 162 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, meineed, de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, de feiten strafbaar gesteld in: a. de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht; b. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES; -c. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba; -d. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao; -e. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten. +c. de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba; +d. de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao; +e. de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten. ### Paragraaf 6. Geheimhouding @@ -709,15 +713,19 @@ Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van deze rijkswet en daarbij de bes **2.** Het bestuursorgaan zendt een afschrift van deze kennisgeving aan de raad. Indien de aanbeveling zich richt tot Onze Minister wie het aangaat, maakt deze zijn standpunt schriftelijk kenbaar aan de raad. +**3.** Indien op een aanbeveling artikel 18 van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (PbEU 2010, L 295) van toepassing is, bepaalt het bestuursorgaan waartoe de aanbeveling zich richt, binnen 90 dagen na de dag waarop het betrokken rapport is vastgesteld, zijn standpunt daaromtrent. De mogelijkheid om de termijn te verlengen, bedoeld in het eerste lid, is in dat geval niet van toepassing. + ### Artikel 74 -**1.** Indien de raad aan een ander dan een bestuursorgaan een aanbeveling heeft gedaan, deelt deze binnen een jaar na de dag waarop het betrokken rapport is vastgesteld aan Onze Minister wie het aangaat, mee op welke wijze hij gevolg aan de aanbeveling zal geven en zendt hij afschrift van deze mededeling aan de raad. +**1.** Indien de raad aan een ander dan een bestuursorgaan een aanbeveling heeft gedaan, deelt deze binnen een half jaar na de dag waarop het betrokken rapport is vastgesteld aan Onze Minister wie het aangaat, mee op welke wijze hij gevolg aan de aanbeveling zal geven en zendt hij afschrift van deze mededeling aan de raad. De natuurlijke persoon tot wie of de rechtspersoon waartoe de aanbeveling zich richt kan deze termijn ten hoogste tweemaal met drie maanden gemotiveerd verlengen. **2.** Onze Minister wie het aangaat, beraadt zich binnen een jaar na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling of nadere maatregelen noodzakelijk zijn. Onze Minister wie het aangaat, licht de raad en de natuurlijke persoon tot wie of de rechtspersoon waartoe de aanbeveling zich richt over de uitkomsten van zijn beraad in. +**3.** Indien op een aanbeveling artikel 18 van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (PbEU 2010, L 295) van toepassing is, deelt de ontvanger van de aanbeveling binnen 90 dagen na de dag waarop het betrokken rapport is vastgesteld, aan Onze Minister die het aangaat, mee op welke wijze hij gevolg aan de aanbeveling zal geven en zendt hij een afschrift van deze mededeling aan de raad. De mogelijkheid om de termijn te verlengen, bedoeld in het eerste lid, is in dat geval niet van toepassing. + ### Artikel 75 -Onze Minister zendt na overleg met Onze Ministers wie het aangaat, jaarlijks aan de Staten-Generaal een overzicht van de aanbevelingen van de raad, van de daaromtrent bepaalde standpunten en van de wijze waarop aan de aanbevelingen vervolg is gegeven. +De raad zendt jaarlijks aan de Staten-Generaal een overzicht van de aanbevelingen van de raad, van de daaromtrent bepaalde standpunten en van de wijze waarop aan de aanbevelingen vervolg is gegeven. ### Artikel 76 @@ -745,21 +753,25 @@ Onze Minister wie het aangaat, en de raad maken een ontwerp-rapport dat zij hebb Indien Nederland aanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregelen krijgt van een andere staat, deelt Onze Minister in Nederland wie het aangaat, de betrokken staat, met redenen omkleed, mede welk gevolg aan de aanbevelingen of de voorstellen zal worden gegeven. +### Artikel 80a + +De artikelen 32 tot en met 40, 59, vijfde lid, en 69 zijn van toepassing indien de raad of een vertegenwoordiger van de raad deelneemt of bijstand verleent aan een onderzoek dat door een andere staat of door Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt ingesteld. + ## Hoofdstuk 8. Straf- en opsporingsbepalingen ### Artikel 81 -**1.** Degene die handelt in strijd met het bepaalde op grond van de artikelen 28, eerste lid, of 31, tweede lid, of in strijd met de artikelen 49, 51, tweede lid, 72 of 74, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 7.400, onderscheidenlijk ANG 7.400. +**1.** Degene die handelt in strijd met het bepaalde op grond van de artikelen 28, eerste lid, of 31, tweede lid, of in strijd met de artikelen 49, 51, tweede lid, 72 of 74, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van de derde categorie ingevolge artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, onderscheidenlijk artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, onderscheidenlijk artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten. **2.** De krachtens het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. ### Artikel 82 -**1.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn, onverminderd de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren. +**1.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn, onverminderd de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren. -**2.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn tevens belast de door Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren. +**2.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn tevens belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren. -**3.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao en de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn tevens respectievelijk belast de daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao en Sint Maarten aangewezen personen. +**3.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao en de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn tevens respectievelijk belast de daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao en Sint Maarten aangewezen personen. **4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. @@ -785,61 +797,47 @@ Indien Nederland aanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregele ### Artikel 85 -**1.** Wijzigt deze wet. - -**2.** De tekst van deze rijkswet zoals deze luidt nadat de wijzigingen bedoeld in het eerste lid daarin zijn aangebracht, wordt in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba geplaatst. Voor de plaatsing stelt Onze Minister de nummering van de artikelen van deze rijkswet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen met de nieuwe nummering in overeenstemming. +Vervallen ### Artikel 86 -**1.** In afwijking van artikel 7, eerste en tweede lid, geschiedt de benoeming van de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid, voor de eerste maal zonder dat de raad wordt gehoord. - -**2.** In afwijking van artikel 7, vijfde lid, worden twee leden van de raad als bedoeld in artikel 6, eerste lid, waaronder de voorzitter, de eerste maal voor een periode van 2 jaar benoemd. +Vervallen ### Artikel 87 -**1.** De Wet Raad voor de Transportveiligheid wordt ingetrokken. - -**2.** Onderzoeken naar voorvallen op grond van de Wet Raad voor de Transportveiligheid die zijn begonnen voor de datum van inwerkingtreding van het eerste lid, worden door de raad afgehandeld. +Vervallen ### Artikel 88 -**1.** Met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 2 zijn de personeelsleden van de Raad voor de Transportveiligheid, van wie naam en functie zijn vermeld op een door het bestuur van de Raad voor de Transportveiligheid vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van de rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid. - -**2.** De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de Raad voor de Transportveiligheid. - -**3.** De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2 krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van de Raad voor de Transportveiligheid, waarvan naam en functie zijn vermeld op een door de Raad voor de Transportveiligheid vastgestelde lijst, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van de rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid met een rechtspositie die in totaliteit ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de Raad voor de Transportveiligheid. +Vervallen ### Artikel 89 -**1.** De Raad voor de Transportveiligheid wordt ontbonden. - -**2.** De vermogensbestanddelen van de Raad voor de Transportveiligheid gaan onder algemene titel over op de rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid. - -**3.** Ingeval registergoederen overgaan, doet Onze Minister van Financiën de overgang van die registergoederen onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing. +Vervallen ### Artikel 90 -Archiefbescheiden van de Raad voor de Transportveiligheid worden overgedragen aan de rechtspersoon Onderzoeksraad voor veiligheid, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. +Vervallen ### Artikel 91 -De Marinescheepsongevallenwet 1935 (Stb. 531) wordt ingetrokken. De bepalingen van die wet blijven voor de duur van het onderzoek van kracht ten aanzien van onderzoeken naar ongevallen en incidenten met militaire schepen als bedoeld in artikel 93. +Vervallen ### Artikel 92 -Archiefbescheiden van de Nederlandse Marineraad betreffende zaken die zijn afgedaan, worden overgedragen aan de Staat, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. +Vervallen ### Artikel 93 -Onderzoeken naar ongevallen of incidenten met Nederlandse oorlogsvaartuigen als bedoeld in de Marinescheepsongevallenwet 1935 (Stb. 531) of militaire luchtvaartuigen, die zijn gestart voor de datum van inwerkingtreding van artikel 2, worden afgehandeld overeenkomstig de voor die datum op die onderzoeken toepasselijke regelgeving. +Vervallen ### Artikel 94 -Wijzigt de Schepenwet. +Vervallen ### Artikel 95 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 96 @@ -849,9 +847,7 @@ Wijzigt deze wet. ### Artikel 97 -**1.** Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat deze rijkswet op een later tijdstip in werking treedt ten aanzien van het onderzoek naar ongevallen en incidenten met een zeeschip dat niet in gebruik is bij Onze Minister van Defensie of een buitenlandse krijgsmacht. - -**2.** Indien het bij koninklijke boodschap van 4 april 2003 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet openbaarheid van bestuur en enige andere wetten (Wet uitvoering Verdrag van Aarhus, Kamerstukken II, 2002–2003, 28 835, nrs. 1 en 2), nadat het tot wet is verheven, op een later tijdstip in werking treedt dan deze rijkswet, treedt, in afwijking van het eerste lid, artikel 57, derde tot en met het negende lid, in werking op hetzelfde tijdstip als dat waarop die wet in werking treedt. +Vervallen ### Artikel 98