2009-01-01 | BWBR0017751 | Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent cd4c2eb341
commit 70e947a26a

View file

@ -729,6 +729,109 @@ b. de te betalen premie voor een door of ten behoeve van de jeugdige gesloten zo
**2.** Indien de bijdrage over een gedeelte van een maand is verschuldigd, bedraagt zij het voor een maand geldende bedrag, gedeeld door dertig en vermenigvuldigd met het aantal dagen dat het verblijf heeft geduurd.
## Hoofdstuk 13a. De uitkeringen
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
### Artikel 73a
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1. uitkering bureau jeugdzorg: de uitkering, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder a, van de wet;
2. uitkering zorgaanbod: de uitkering, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder b, van de wet.
### Paragraaf 2. De wijze waarop het bedrag van de uitkeringen wordt bepaald
### Artikel 73b
**1.**
De uitkering bureau jeugdzorg bestaat uit de som van de volgende bedragen:
a. een bedrag voor de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, op basis van het aantal minderjarigen voor wie de stichting deze taken heeft uitgevoerd in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt en de daartoe vastgestelde normbedragen, en
b. een bedrag voor de uitvoering van de overige wettelijke taken, dat overeenkomt met het verschil tussen het bedrag dat de provinciebesturen ontvingen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de uitkering wordt verstrekt en het bedrag bedoeld in artikel 73e, vermeerderd met een door Onze Ministers vast te stellen bedrag, dat is gerelateerd aan de uitvoering door de stichting van de taak, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de wet, en de uitvoering door de stichting van de taak, bedoeld in artikel 5 van de wet.
**2.** De normbedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden per onderscheiden taak vastgesteld bij regeling van Onze Ministers.
**3.** Het bedrag voor de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, kan worden verminderd, indien het derde lid van artikel 73c van toepassing is.
### Artikel 73c
**1.**
Onze Ministers stellen het bedrag voor de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, als volgt vast:
a. de voorlopige vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen, en
b. de definitieve vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het eerste jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen.
**2.** Het aantal minderjarigen, bedoeld in het eerste lid, is het gemiddelde van het aantal minderjarigen op de eerste dag van elke kalendermaand met uitsluiting van het aantal minderjarigen voor wie een persoon in dienst van een landelijke instelling als bedoeld in artikel 104, eerste lid, van de wet, de taak uitoefent, met uitzondering van de taken als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet, waarvoor de regeling waarbij het normbedrag of de normbedragen worden vastgesteld anders bepaalt.
### Artikel 73d
**1.** De uitkering bureau jeugdzorg, kan, in afwijking van de artikelen 73b en 73c, voor zover in de begroting de benodigde gelden ter beschikking zijn gesteld, worden verhoogd, indien aannemelijk is dat de uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 73b, onvoldoende is om te voorzien in de behoefte aan de uitvoering van de wettelijke taken van het bureau jeugdzorg en de andere activiteiten, genoemd in artikel 37, eerste lid, onder a, van de wet.
**2.** De uitkering bureau jeugdzorg kan, in afwijking van de artikelen 73b en 73c, worden verminderd, indien aannemelijk is dat de behoefte aan subsidie voor door de stichting te leveren activiteiten, in het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, substantieel lager zal zijn dan die in het tweede jaar voorafgaand aan dat jaar.
**3.** Onze Ministers kunnen bij ministeriële regeling factoren aanwijzen die in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de behoefte en regels stellen omtrent de mate waarin de factoren, de vaststelling van de behoefte beïnvloeden.
### Artikel 73e
**1.** De uitkering zorgaanbod bestaat, onverminderd artikel 104, tweede lid, van de wet, uit het bedrag dat het provinciebestuur in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de uitkering wordt verstrekt ontving voor jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet, voor de vertrouwenspersoon voor de cliënten van zorgaanbieders, voor experimenten, voor de steunfunctie met betrekking tot die jeugdzorg, voor cliëntenorganisaties en voor het verwerken van gegevens, bedoeld in de artikelen 43 en 44, eerste lid, van de wet.
**2.** De uitkering zorgaanbod wordt verhoogd met een bedrag uit de in de begroting beschikbaar gestelde gelden voor extra aanbod, volgens bij circulaire van Onze Ministers vast te stellen regels over de verdeling van dit bedrag aan de hand van het aantal jeugdigen in de provincie, het aantal allochtone jeugdigen en het aantal jeugdigen dat behoort tot een eenoudergezin.
**3.** De uitkering zorgaanbod kan, in afwijking van het eerste lid, en onverminderd het tweede lid, voor zover in de begroting de benodigde gelden ter beschikking zijn gesteld, worden verhoogd, indien aannemelijk is dat de uitkering, vastgesteld overeenkomstig het eerste en tweede lid, onvoldoende is om te voorzien in de behoefte aan jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet.
**4.** De uitkering zorgaanbod kan, in afwijking van het eerste lid, worden verminderd, indien aannemelijk is dat de behoefte aan subsidie voor door zorgaanbieders te leveren activiteiten in het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, substantieel lager zal zijn dan die in het tweede jaar voorafgaand aan dat jaar.
**5.** Artikel 73d, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 73f
**1.** Een uitkering als bedoeld in artikel 73b en artikel 73d wordt verminderd, indien de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 73k, zodanig is dat van het provinciebestuur redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij te verlenen subsidies ten laste brengt van die reserve.
**2.** De uitkeringen, bedoeld in de artikelen 73b en 73d, kunnen worden bijgesteld in verband met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van arbeidsvoorwaarden. Met het oog hierop bepalen Onze Ministers per activiteit welk deel van de uitkeringen, dan wel welk deel van de desbetreffende normbedragen waaruit de uitkering is opgebouwd, in aanmerking zal worden genomen in verband met de ontwikkeling van het prijspeil en welk deel in verband met de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden en welk deel ongevoelig is voor ontwikkeling van beide.
### Paragraaf 3. De aanvraag van de uitkering
### Artikel 73g
**1.** Een aanvraag van de uitkering bureau jeugdzorg en van de uitkering zorgaanbod voor het eerstvolgende jaar wordt gedaan door de toezending van het ontwerp van het uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 32, eerste lid, tweede volzin, van de wet.
**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de bij de aanvraag te voegen gegevens en de wijze waarop deze worden verstrekt.
### Artikel 73h
Gedeputeerde staten verstrekken ter verantwoording de informatie, bedoeld in artikel 32, tweede lid, onder a, van de wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
### Paragraaf 4. De vaststelling en de betaling van de uitkering
### Artikel 73i
**1.** Onze Ministers stellen de uitkering bureau jeugdzorg, bedoeld in artikel 73b, eerste lid, voorlopig vast uiterlijk dertien weken na ontvangst van de aanvraag. De definitieve vaststelling van de uitkering vindt plaats uiterlijk dertien weken nadat het provinciebestuur de gegevens, bedoeld in artikel 73c, tweede lid, heeft overgelegd. Het provinciebestuur overlegt de gegevens uiterlijk vóór 1 juni van het uitvoeringsjaar.
**2.** Onze Ministers stellen de uitkering zorgaanbod, bedoeld in artikel 73e, vast binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
**3.** De uitkeringen worden betaald in termijnen, volgens bij regeling van Onze Ministers vast te stellen schema.
### Paragraaf 5. Aan de uitkering verbonden verplichtingen
### Artikel 73j
De artikelen 4:49, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 73k
**1.** Het provinciebestuur vormt een egalisatiereserve jeugdzorg.
**2.** Het verschil tussen de som van vastgestelde uitkeringen en de vastgestelde subsidies in het jaar waarop de uitkeringen betrekking hebben, komt ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve.
**3.** De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
**4.** In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onder c, d, en e, van de Algemene wet bestuursrecht, is het provinciebestuur terzake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de uitkering aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen.
**5.** De egalisatiereserve wordt uitsluitend besteed voor een van de doeleinden waarvoor de uitkeringen zijn verstrekt.
## Hoofdstuk 14. Wijziging van andere besluiten
### Artikel 74