2004-02-13 | BWBR0013800 | Wet op het onderwijstoezicht

This commit is contained in:
Coornhert 2004-02-13 12:00:00 +00:00
parent 4d0cf35f58
commit 70f54901aa

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Wet op het onderwijstoezicht
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voorzover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voorzover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
b. de inspectie: de Inspectie van het onderwijs en, voorzover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Inspectie van het landbouwonderwijs,
c. de inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van het onderwijs,
d. het hoofd inspectie: het hoofd van de Inspectie landbouwonderwijs,
@ -27,24 +27,24 @@ e. onderwijswet:
Wet op de expertisecentra,
Wet op het voortgezet onderwijs,
Wet educatie en beroepsonderwijs,
de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
Wet op de erkende onderwijsinstellingen, of
Experimentenwet onderwijs,
f. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder tenzij anders blijkt mede wordt begrepen de in de Wet educatie en beroepsonderwijs geregelde externe legitimering,
g. instelling: school, instelling, exameninstelling of agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling,
h. exameninstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
i. externe legitimering: externe legitimering als bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
j. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school,
j. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling,
k. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet,
l. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers,
m. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1c van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 6.1.5a, 6.2.3a en 6.3.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
m. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1d van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 6.1.5a, 6.2.3a en 6.3.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
n. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt.
### Artikel 2
**1.** Er is een Inspectie van het onderwijs, die onder Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ressorteert. Aan het hoofd van de inspectie staat de inspecteur-generaal.
**1.** Er is een Inspectie van het onderwijs, die onder Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ressorteert. Aan het hoofd van de inspectie staat de inspecteur-generaal.
**2.** Er is een Inspectie van het landbouwonderwijs, die onder Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ressorteert. Aan het hoofd van de inspectie staat het hoofd inspectie.
**2.** Er is een Inspectie van het landbouwonderwijs, die onder Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ressorteert. Aan het hoofd van de inspectie staat het hoofd inspectie.
**3.** Onze Minister geeft met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de inspectie toegekende bevoegdheden uitsluitend in schriftelijke vorm zijn aanwijzingen, onder mededeling daarvan aan de Staten-Generaal.
@ -162,7 +162,7 @@ Indien uit het onderzoek een redelijk vermoeden voortvloeit dat de kwaliteit tek
### Artikel 12
**1.** De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in artikel 11, tweede of derde lid, uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 21 van de Wet op de expertisecentra, artikel 24, eerste lid, of artikel 141, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en het verslag omtrent de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
**1.** De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in artikel 11, tweede of derde lid, uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 21 van de Wet op de expertisecentra, artikel 24, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en het verslag omtrent de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
**2.**
@ -180,7 +180,7 @@ c. de kwaliteitsdoelen die de instelling zichzelf heeft gesteld, van voldoende n
**2.** Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen.
**3.** Een toezichtskader wordt bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
**3.** Een toezichtskader wordt bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
### Artikel 14
@ -278,7 +278,7 @@ De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde uitoefening van het toezicht.
**1.** Er is een klachtadviescommissie belast met de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van de inspectie. Op de behandeling van en advisering over klachten is de in afdeling 9.3 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
**2.** De klachtadviescommissie bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de inspectie. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
**2.** De klachtadviescommissie bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de inspectie. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
**3.** De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, in het bijzonder op het gebied van de vrijheid van richting en inrichting, toezicht en klachtbehandeling.
@ -288,7 +288,7 @@ De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde uitoefening van het toezicht.
**1.** Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de artikelen 13 en 22.
**2.** De raad bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
**2.** De raad bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
**3.** De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, kwaliteitszorg en toezicht.