diff --git a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md index 7855555a168..1e52168edac 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md @@ -181,7 +181,7 @@ b. de volgende afvalstoffen: *drainwater:* voedingswater dat bij substraatteelt niet wordt opgenomen door het gewas; -*driftarme dop:* spuitdop als bedoeld in artikel 3.83, eerste lid, onderdeel a; +*driftarme dop:* spuitdop, waarvan volgens een bij ministeriële regeling aangewezen testmethode is aangetoond dat deze de drift met ten minste 50% reduceert ten opzichte van de grensdop van de klasse fijn en midden volgens de classificatie van de British Crop Protection Council (931-030-F110 bij 3 bar); *drijfmest:* dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn; @@ -262,7 +262,7 @@ c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsnivea *jachthaven:* inrichting voor het bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen; -*kantdop:* driftarme dop die een tophoek van maximaal 90° heeft; +*kantdop:* spuitdop die een tophoek van maximaal 90° heeft; *ketelinstallatie:* stookinstallatie, bestaande uit een ketel waarin brandstof wordt verstookt, welke verbranding in hoofdzaak is bedoeld om kracht op te wekken of om warmte over te dragen aan water, stoom of een combinatie van water of stoom; @@ -312,8 +312,6 @@ c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsnivea *LQ:* Limited Quantities, gelimiteerde hoeveelheden als bedoeld in het ADR; -*luchtondersteuning:* voorziening aan de spuitboom van veldspuitapparatuur, waarbij een separate luchtstroom een geforceerde neerwaartse richting van het gewasbeschermingsmiddel creëert; - *massastroom:* massa van een bepaalde stof of stoffen die per tijdseenheid wordt geëmitteerd, uitgedrukt in massa per tijdseenheid; *maximaal geluidsniveau:* (L_Amax) maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand «F» of «fast», als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; @@ -468,8 +466,6 @@ b. het optredende equivalente geluidsniveau (L_Aeq), veroorzaakt door wegverkeer *veldspuitapparatuur:* mechanisch voortbewogen apparatuur voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de bovengrondse volveldsbehandeling in buitenteelten, die een overwegend neerwaartse uitstroming van de spuitvloeistof bewerkstelligt; -*venturidop:* dop die bestaat uit een voorkamer en uitstroomopening waarbij als gevolg van de constructie van de dop door de stromende vloeistof een onderdruk in de voorkamer ontstaat waardoor door een kleine opening in de voorkamer op natuurlijke wijze lucht wordt aangezogen dat zich in de voorkamer vermengt met de vloeistof waardoor grovere druppels ontstaan die verdeeld worden door een uitstroomopening; - *verblijfsruimten:* verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, van het Besluit geluidhinder; *verdichten:* reduceren van het volume bij een gelijkblijvende massa of een gelijkblijvend gewicht; @@ -512,6 +508,8 @@ b. het optredende equivalente geluidsniveau (L_Aeq), veroorzaakt door wegverkeer *warmtekrachtinstallatie:* stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend; +*werkzame stof:* werkzame stof als bedoeld in artikel 18 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; + *windturbine:* een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind; *woning:* gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet; @@ -3826,7 +3824,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing op het telen of kweken van gewassen in een kas. **1.** Indien assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van ten minste 15.000 lux wordt toegepast, is vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang de bovenzijde van de kas op een zodanige wijze afgeschermd dat ten minste 98% van de lichtuitstraling wordt gereduceerd. -**2.** Het bevoegd gezag kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, bij maatwerkvoorschrift buiten de donkerteperiode een ander percentage dan het percentage, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. +**2.** Het bevoegd gezag kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, bij maatwerkvoorschrift een ander percentage dan het percentage, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. **3.** Het eerste en tweede lid zijn tot 1 januari 2021 niet van toepassing op een kas, kleiner dan 2.500 vierkante meter, waarin assimilatiebelichting wordt toegepast. @@ -3843,7 +3841,7 @@ Indien assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van minder dan 15.000 l a. gedurende de donkerteperiode die toepassing niet toegestaan, tenzij de bovenzijde op een zodanige wijze is afgeschermd dat de lichtuitstraling met ten minste 98% wordt gereduceerd, en b. gedurende de nanacht die toepassing niet toegestaan, tenzij de bovenzijde op een zodanige wijze is afgeschermd dat de lichtuitstraling met ten minste 74% wordt gereduceerd. -**2.** Het bevoegd gezag kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, bij maatwerkvoorschrift een ander percentage dan het percentage in het eerste lid, onder b, vaststellen. +**2.** Het bevoegd gezag kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, bij maatwerkvoorschrift een ander percentage dan het percentage in het eerste lid, onder a en b, vaststellen. **3.** Het eerste lid, onderdeel b, is tot 1 januari 2018 niet van toepassing op een kas waarin assimilatiebelichting wordt toegepast en waarbij het technisch of teelttechnisch redelijkerwijs niet kan worden gevergd de bovenzijde te voorzien van een lichtscherminstallatie als bedoeld in dat onderdeel. @@ -3857,9 +3855,7 @@ b. gedurende de nanacht die toepassing niet toegestaan, tenzij de bovenzijde op ### Artikel 3.59 -**1.** Vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang is de gevel van een kas waarin assimilatiebelichting wordt toegepast op een zodanige wijze afgeschermd dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel met ten minste 95% wordt gereduceerd en de gebruikte lampen buiten de inrichting niet zichtbaar zijn. - -**2.** Het eerste lid is tot 1 januari 2018 niet van toepassing op een inrichting waar kunstmatige belichting van gewassen wordt toegepast, gericht op de beïnvloeding van het groeiproces van de gewassen, waarvan het geïnstalleerde elektrische vermogen op 1 januari 2013 minder bedraagt dan 20 Watt per vierkante meter. +Vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang is de gevel van een kas waarin assimilatiebelichting wordt toegepast op een zodanige wijze afgeschermd dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel met ten minste 95% wordt gereduceerd en de gebruikte lampen buiten de inrichting niet zichtbaar zijn. ### Artikel 3.60 @@ -3966,7 +3962,19 @@ c. een buffervoorziening met een inhoud van ten hoogste 50 kubieke meter per hec ### Artikel 3.64a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Drainwater, drainagewater of het spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie, dat gewasbeschermingsmiddelen bevat, wordt voorafgaand aan het lozen door een zuiveringsvoorziening geleid die ten minste 95% van de werkzame stoffen die bestaan uit organische verbindingen, uit het water verwijdert. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het water na de lozing wordt geleid door een zuiveringsvoorziening die, of een zuiveringtechnisch werk dat, ten minste 95% van de werkzame stoffen die bestaan uit organische verbindingen, uit het water verwijdert. + +**3.** De werking van de zuiveringsvoorziening of het zuiveringtechnisch werk wordt aangetoond volgens een bij ministeriële regeling aangewezen testmethode. + +**4.** De hoeveelheid van het, in het eerste lid bedoelde, water dat wordt geloosd, wordt gemeten en geregistreerd. + +**5.** De resultaten van de metingen en registraties worden gedurende vijf jaren bewaard. + +**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het meten en registreren, bedoeld in het vierde lid. + +**7.** Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het eerste lid voor lozingen van drainagewater, afkomstig van de teelt waarbij gewassen op materiaal groeien dat in verbinding staat met de ondergrond, indien door kwel of inzijgend water het ondoelmatig is om ten minste 95% van de werkzame stoffen, die bestaan uit organische verbindingen, uit het afvalwater te verwijderen. ### Artikel 3.64b @@ -4054,7 +4062,7 @@ In afwijking van de artikelen 3.67 en 3.68 kan het bevoegd gezag, indien het met ### Artikel 3.70 -Onverminderd de artikelen 3.56 tot en met 3.64 wordt bij het telen in een kas, waarbij gewassen op materiaal groeien dat in verbinding staat met de ondergrond, voldaan aan de artikelen 3.71 tot en met 3.74. +Onverminderd 3.56 tot en met 3.64b wordt bij het telen in een kas, waarbij gewassen op materiaal groeien dat in verbinding staat met de ondergrond, voldaan aan de artikelen 3.71 tot en met 3.74. ### Artikel 3.71 @@ -4194,7 +4202,7 @@ b. het gehalte aan onopgeloste stoffen ten hoogste 100 milligram per liter bedra ### Artikel 3.78 -**1.** De artikelen 3.79 tot en met 3.83 zijn van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen in de open lucht binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam. +**1.** De artikelen 3.79 tot en met 3.83 zijn van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen in de open lucht. **2.** De artikelen 3.84, 3.85 en 3.87 zijn van toepassing op het gebruik van meststoffen bij de teelt van gewassen in de open lucht. @@ -4204,7 +4212,9 @@ b. het gehalte aan onopgeloste stoffen ten hoogste 100 milligram per liter bedra ### Artikel 3.78a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen en op braakliggend land in de open lucht wordt een techniek gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75%, ten opzichte van een bij ministeriële regeling aangewezen referentietechniek. + +**2.** De driftreductie van de techniek, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetoond volgens een bij ministeriële regeling aangewezen testmethode. ### Artikel 3.79 @@ -4241,68 +4251,46 @@ b. bij teelt anders dan de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruc **1.** -De teeltvrije zone, bedoeld in artikel 3.79, tweede lid, bedraagt bij de teelt van aardappelen, uien, bloembollen en bloemknollen in andere gebieden dan de gebieden, genoemd in bijlage 1, aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, wortelen, vaste planten, en in neerwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen: +De teeltvrije zone, bedoeld in artikel 3.79, tweede lid, bedraagt bij de teelt van aardappelen, uien, bloembollen en bloemknollen, aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, wortelen, vaste planten, en in neerwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen: a. ten minste 150 centimeter; -b. ten minste 100 centimeter, indien gebruik gemaakt wordt van: - -1°. veldspuitapparatuur met luchtondersteuning; -2°. een overkapte beddenspuit; -3°. een motorisch aangedreven handgedragen spuit, of -4°. vanggewas, dat voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen, of +b. ten minste 100 centimeter, indien een techniek wordt gebruikt waarmee een driftreductie wordt bereikt van ten minste 90%, ten opzichte van een bij ministeriële regeling aangewezen referentietechniek, of c. ten minste 50 centimeter, indien gebruik gemaakt wordt van een handmatig aangedreven handgedragen spuit. -**2.** +**2.** De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van in opwaartse of zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen ten minste 500 centimeter. -De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van bloembollen en bloemknollen in de gebieden, genoemd in bijlage 1: - -a. ten minste 150 centimeter, indien gebruik gemaakt wordt van: - -1°. veldspuitapparatuur die is voorzien van driftarme doppen, aangewezen bij ministeriële regeling, of -2°. veldspuitapparatuur die is voorzien van spuitdoppen, aangewezen bij ministeriële regeling, waarvan de onderlinge afstand niet groter is dan 25 centimeter en de apparatuur zodanig is ingesteld dat de spuitdoppen zich niet hoger dan 30 cm boven het gewas bevinden, of -b. ten minste 100 centimeter, indien gebruikt wordt gemaakt van: - -1°. veldspuitapparatuur die is voorzien van driftarme doppen, aangewezen bij ministeriële regeling en de bestrijding van Botrytis plaatsvindt op basis van een waarschuwingssysteem van een onafhankelijk deskundige dat voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen; -2°. veldspuitapparatuur met luchtondersteuning; -3°. veldspuitapparatuur die is voorzien van spuitdoppen, aangewezen bij ministeriële regeling, waarvan de onderlinge afstand niet groter is dan 25 centimeter, waarbij gebruik wordt gemaakt van luchtondersteuning en de apparatuur zodanig is ingesteld dat de spuitdoppen zich niet hoger dan 30 cm boven het gewas bevinden; -4°. een overkapte beddenspuit, of -5°. een handgedragen spuit. - -**3.** De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van in opwaartse of zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen ten minste 500 centimeter. - -**4.** +**3.** De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten: -a. ten minste 900 centimeter; -b. ten minste 450 centimeter, indien gebruik wordt gemaakt van een reflectiescherm, of -c. ten minste 300 centimeter, indien: +a. ten minste 450 centimeter, of +b. ten minste 300 centimeter, indien: -1°. gebruik wordt gemaakt van een tunnelspuit; -2°. gebruik wordt gemaakt van een vanggewas, dat voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen; -3°. sprake is van biologische productiemethode; -4°. gebruik wordt gemaakt van een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en van een emissiescherm, die voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen, of -5°. gebruik wordt gemaakt van een dwarsstroomspuit of axiaalspuit en bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur en slechts gebruik wordt gemaakt van spuitdoppen waarvan door een deskundig, onafhankelijk instituut is vastgesteld dat het gebruik van die spuitdoppen bij die wijze van bespuiten resulteert in een driftdepositie in een oppervlaktewaterlichaam in de volbladsituatie van ten hoogste 1,5%. +1°. een techniek wordt gebruikt waarmee een driftreductie wordt bereikt van ten minste 90%, ten opzichte van een bij ministeriële regeling aangewezen referentietechniek, of +2°. een biologische productiemethode wordt toegepast. -**5.** In afwijking van het vierde lid, onderdeel a, bedraagt de teeltvrije zone, aangrenzend aan de kopakker ten minste 600 centimeter, indien bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. +**4.** De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van andere gewassen dan de gewassen, genoemd in het eerste tot en met derde lid, ten minste 50 centimeter. -**6.** De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van grasland, graszaad, haver, rogge, spelt, teff, triticale, vlas, zomertarwe, wintertarwe, zomergerst en wintergerst ten minste 25 centimeter. - -**7.** De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van andere gewassen dan de gewassen, genoemd in het eerste tot en met zesde lid, ten minste 50 centimeter. +**5.** De driftreductie van een techniek, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het derde lid, onderdeel b, onder 1°, wordt aangetoond volgens een bij ministeriële regeling aangewezen testmethode. ### Artikel 3.80a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Tot 1 januari 2021 geldt artikel 3.78a, niet voor de teelt van in opwaartse of zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen. + +**2.** + +Tot 1 januari 2021 geldt artikel 3.80, derde lid, niet voor de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten waarbij een teeltvrije zone van 3 meter wordt gehanteerd, en: + +a. langs het oppervlaktewater een vanggewas is geplaatst dat voldoet aan ministeriële eisen; +b. of, gebruik wordt gemaakt van een tunnelspuit. ### Artikel 3.81 -**1.** In afwijking van artikel 3.80, eerste, tweede, vierde lid, onderdelen b en c, zesde en zevende lid, bedraagt de teeltvrije zone langs de oppervlaktewaterlichamen, aangewezen in de bijlage bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet ten minste 500 centimeter. +**1.** In afwijking van artikel 3.80, eerste, derde lid, onderdelen a en b, en vierde lid bedraagt de teeltvrije zone langs de oppervlaktewaterlichamen, aangewezen in de bijlage bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet ten minste 500 centimeter. -**2.** In afwijking van artikel 3.80, eerste lid, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het tweede lid van dat artikel van toepassing is, indien sprake is van teelt van bloembollen en bloemknollen gedurende een periode van twee of meer opeenvolgende seizoenen op een perceel. +**2.** In afwijking van artikel 3.80 kan het bevoegd gezag, indien sprake is van een talud dat breder is dan 200 centimeter, bij maatwerkvoorschrift een smallere teeltvrije zone vaststellen. -**3.** In afwijking van artikel 3.80 kan het bevoegd gezag, indien sprake is van een talud dat breder is dan 200 centimeter, bij maatwerkvoorschrift een smallere teeltvrije zone vaststellen. - -**4.** In afwijking van artikel 3.80 kan het bevoegd gezag bij het lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam, indien het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt, bij maatwerkvoorschrift een bredere teeltvrije zone vaststellen. +**3.** In afwijking van artikel 3.80 kan het bevoegd gezag bij het lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam, indien het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt, bij maatwerkvoorschrift een bredere teeltvrije zone vaststellen. ### Artikel 3.82 @@ -4314,37 +4302,29 @@ Op braakliggend land worden binnen een afstand van 50 centimeter vanaf de instee Het gebruik van veldspuitapparatuur is verboden, tenzij: -a. deze uitsluitend is voorzien van spuitdoppen die in het toe te passen drukbereik, vergeleken met de grensdop van de klasse fijn en midden volgens de classificatie van de British Crop Protection Council (931-030-F110 bij 3 bar), een ten minste 50% kleiner volumepercentage druppels met een diameter kleiner dan 100 μm produceren; -b. de buitenste in gebruik zijnde spuitdop aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam een kantdop is die aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam een verticale of nagenoeg verticale neerwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligt, en -c. de apparatuur zodanig is ingesteld dat de spuitdoppen zich niet hoger dan 50 cm boven het gewas bevinden. +a. de buitenste in gebruik zijnde spuitdop aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam een kantdop is die aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam een verticale of nagenoeg verticale neerwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligt, en +b. de apparatuur zodanig is ingesteld dat de spuitdoppen zich niet hoger dan 50 cm boven het gewas bevinden. -**2.** +**2.** Bij het gebruik van veldspuitapparatuur wordt de spuitdruk geregistreerd door een drukregistratievoorziening. -Het driftarme karakter van spuitdoppen als bedoeld in het eerste lid: +**3.** Bij het op- en zijwaarts spuiten van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten met een axiaal- of dwarsstroomspuit, waarbij spuitdoppen worden gebruikt die uitsluitend zijn aangewezen voor het gebruik bij een spuitdruk lager dan 5 bar, wordt de spuitdruk geregistreerd door een drukregistratievoorziening. -a. is vastgelegd in een keuringsverklaring, afgegeven door een deskundig, onafhankelijk instituut, waaruit blijkt dat een driftarme dop, die bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt toegepast, voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen ten aanzien van driftarme doppen, en -b. wordt volgens een bij ministeriële regeling te bepalen testmethode vastgesteld. +**4.** Een drukregistratievoorziening als bedoeld in het tweede en derde lid, voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. -**3.** +**5.** -Bij het gebruik van veldspuitapparatuur wordt: +Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden bij een windsnelheid groter dan 5 meter per seconde, gemeten op: -a. de spuitdruk geregistreerd door een drukregistratievoorziening, of -b. uitsluitend gebruik gemaakt van venturidoppen uit de 50% driftreductieklasse. +a. twee meter boven het grondoppervlak bij neerwaartse bespuiting; +b. of, een meter boven de gemiddelde boomhoogte bij op- of zijwaartse bespuiting; -**4.** Bij het op- en zijwaarts spuiten van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten op de wijze, bedoeld in artikel 3.80, vierde lid, onderdeel c, onder 5°, waarbij spuitdoppen worden gebruikt die uitsluitend zijn aangewezen voor het gebruik bij een spuitdruk lager dan 5 bar, wordt de spuitdruk geregistreerd door een drukregistratievoorziening. +tenzij degene die de gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, kan aantonen dat redelijkerwijs niet anders dan door het gebruik van die middelen bij een windsnelheid groter dan 5 meter per seconde een teeltbedreigende situatie kan worden afgewend. -**5.** Een drukregistratievoorziening als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. +**6.** Het gebruik van een spuitgeweer dat is voorzien van een werveldop of dat gebruik maakt van een werkdruk van 5 bar of meer is verboden. -**6.** Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden bij een windsnelheid groter dan 5 meter per seconde, gemeten op spuitdophoogte, tenzij degene die de gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, kan aantonen dat redelijkerwijs niet anders dan door het gebruik van die middelen bij een windsnelheid groter dan 5 meter per seconde een teeltbedreigende situatie kan worden afgewend. +**7.** Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met een overkapte beddenspuit. -**7.** Het gebruik van een spuitgeweer dat is voorzien van een werveldop of dat gebruik maakt van een werkdruk van 5 bar of meer is verboden. - -**8.** Het eerste tot en met zesde lid is niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met een overkapte beddenspuit. - -**9.** Het eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, zijn niet van toepassing op een veldspuit als bedoeld in artikel 3.80, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, of onderdeel b, onder 3°. - -**10.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan bij ministeriële regeling ten aanzien van de daarbij aangewezen driftarme doppen een lagere hoogte worden vastgesteld waarop de spuitdoppen zich ten hoogste boven het gewas mogen bevinden. +**8.** Het tweede tot en met vierde lid zijn tot 1 januari 2019 niet van toepassing op veldspuitapparatuur die niet is voorzien van een drukregistratievoorziening als bedoeld in die leden. ### Artikel 3.84 @@ -4364,8 +4344,8 @@ Bij het op andere wijze dan door middel van een werk lozen van meststoffen in ee Bij het gebruik van bladmeststoffen op een strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone: -a. bij het bemesten van gewassen als bedoeld in artikel 3.80, eerste, tweede, zesde en zevende lid, gebruik gemaakt van kantdoppen die aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam een verticale of nagenoeg verticale neerwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligen en andere driftarme doppen die zich niet hoger dan 50 centimeter boven het gewas of de kale bodem bevinden, of -b. bij het bemesten van gewassen als bedoeld in artikel 3.80, derde en vierde lid, geen gebruik gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. +a. bij het bemesten van gewassen als bedoeld in artikel 3.80, eerste en vierde lid, gebruik gemaakt van kantdoppen die aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam een verticale of nagenoeg verticale neerwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligen en andere driftarme doppen die zich niet hoger dan 50 centimeter boven het gewas of de kale bodem bevinden, of +b. bij het bemesten van gewassen als bedoeld in artikel 3.80, tweede en derde lid, geen gebruik gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. **6.** Bij het gebruik van bladmeststoffen bij de teelt van een gewas waarbij ingevolge artikel 3.79, zevende lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, geen teeltvrije zone wordt aangehouden, wordt gebruik gemaakt van een emissiescherm, dat voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. @@ -5258,7 +5238,7 @@ Binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam a. worden gewasbeschermingsmiddelen slechts gebruikt met mechanisch voortbewogen apparatuur, indien deze uitsluitend is voorzien van driftarme doppen, en zodanig is ingesteld dat de spuitdoppen zich niet hoger dan 50 cm boven de grond bevinden; b. wordt geen gebruik gemaakt van een spuitgeweer dat is voorzien van een werveldop of dat gebruik maakt van een werkdruk van 5 bar of hoger; -c. worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt bij een windsnelheid van meer dan 5 meter per seconde gemeten op spuitdophoogte. +c. worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt bij een windsnelheid van meer dan 5 meter per seconde gemeten op twee meter boven het grondoppervlak. ### Afdeling 3.8. Overige activiteiten @@ -6438,10 +6418,6 @@ Onverminderd artikel 2.12 kan het bevoegd gezag in afwijking van het tweede lid a. de nuttige toepassing van de afvalstof is toegestaan, en b. de toepassing van de afvalstof bijdraagt aan de fysische of bouwtechnische eigenschappen van de bouwstof en daarmee de inzet van primaire grondstoffen uitspaart. -### Artikel 4.74la - -In afwijking van artikel 6.1, eerste lid, worden voor inrichtingen als bedoeld in categorie 11.3, onderdeel c, onder 2°, van bijlage I, bij het Besluit omgevingsrecht waarvoor tot de inwerkingtreding van deze paragraaf een vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, de voorschriften van die vergunning voor onbepaalde tijd aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de voorschriften van de vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van artikel 2.20. - #### Paragraaf 4.5a.5. Het vormgeven van betonproducten ### Artikel 4.74m @@ -8687,7 +8663,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Activiteitenbesluit milieubeheer. ## Bijlage 1 -Als gebied als bedoeld in artikel 3.80, eerste en tweede lid, zijn aangewezen: +Vervallen ## Bijlage 2. Standaard berekeningswijze van de kosteneffectiviteit behorend bij