diff --git a/amvb/besluit-basisregistratie-personen/BWBR0034306/README.md b/amvb/besluit-basisregistratie-personen/BWBR0034306/README.md index afa014d383b..4a9a471e814 100644 --- a/amvb/besluit-basisregistratie-personen/BWBR0034306/README.md +++ b/amvb/besluit-basisregistratie-personen/BWBR0034306/README.md @@ -232,7 +232,7 @@ Voor inschrijving als ingezetene komen niet in aanmerking: a. de personen die door Onze Minister van Buitenlandse Zaken zijn aangewezen in verband met hun bijzondere verblijfsrechtelijke status; b. de in Nederland hun dienst uitoefenende militairen behorend tot de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie; -c. de in Nederland hun dienst uitoefenende leden van het burgerpersoneel, die in dienst zijn bij de krijgsmacht van een vreemde mogendheid als bedoeld in onderdeel b, of die in dienst zijn van een hoofdkwartier als bedoeld in artikel 3 van het op 28 augustus 1952 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag – nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten – nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noordatlantisch Verdrag (Trb. 1953, 11) en beschikken over een door het hoofdkwartier afgegeven identiteitsbewijs; +c. de in Nederland hun dienst uitoefenende leden van het burgerpersoneel, die in dienst zijn bij de krijgsmacht van een vreemde mogendheid als bedoeld in onderdeel b, of die in dienst zijn van een hoofdkwartier als bedoeld in artikel 3 van het op 28 augustus 1952 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag – nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten – nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Trb. 1953, 11) en beschikken over een door het hoofdkwartier afgegeven identiteitsbewijs; d. de echtgenoten of geregistreerde partners van personen als bedoeld in onderdeel b of c; e. de inwonende minderjarige kinderen van personen als bedoeld in onderdeel b, c of d; f. vreemdelingen die geen toelating hebben tot Nederland en verblijven in een door het Rijk beschikbaar gestelde accommodatie die uitsluitend bestemd is voor het bieden van tijdelijke opvang aan vreemdelingen, gedurende de eerste zes maanden van het verblijf in Nederland. @@ -244,7 +244,7 @@ f. vreemdelingen die geen toelating hebben tot Nederland en verblijven in een do Het eerste lid, aanhef en onderdelen c, d, en e, is niet van toepassing op: a. aldaar bedoelde personen die reeds gedurende een jaar als ingezetene zijn ingeschreven; -b. aldaar bedoelde personen die geen onderdaan zijn van een staat die is aangesloten bij de Noordatlantische Verdragsorganisatie; +b. aldaar bedoelde personen die geen onderdaan zijn van een staat die is aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie; c. aldaar bedoelde personen die staatloos zijn. **4.** @@ -446,8 +446,8 @@ a. de volgende organen binnen de Belastingdienst: 1°. de directeur, de inspecteur en de ontvanger, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, wat betreft: -– de heffing van rijksbelastingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van andere heffingen, premies of bijdragen van het rijk voor zover bij of krachtens de wet opgedragen; -– de invordering van belastingen, andere heffingen van het rijk en tegemoetkomingen op grond van de Invorderingswet 1990; +– de heffing van rijksbelastingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van andere heffingen, premies of bijdragen van het Rijk voor zover bij of krachtens de wet opgedragen; +– de invordering van belastingen, andere heffingen van het Rijk en tegemoetkomingen op grond van de Invorderingswet 1990; – de heffing en invordering van invoerrechten en accijnzen op grond van de Algemene douanewet; – de toepassing van de Algemene douanewet met betrekking tot de taken, voortvloeiende uit het bepaalde in artikel 1:1 van de Algemene douanewet; 2°. de Belastingdienst/Toeslagen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, wat betreft de uitkering en terugvordering van tegemoetkomingen op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; @@ -482,6 +482,10 @@ b. over de nationaliteit: de nationaliteit of nationaliteiten, dan wel een aandu **3.** Onze Minister neemt daarnaast andere algemene gegevens op voor zover de betrokkene daarom verzoekt en de gegevens bij de inschrijving kunnen worden vastgesteld. +### Artikel 33a + +De gevallen, bedoeld in artikel 2.67, derde lid, van de wet, zijn de gevallen waarin de betrokkene niet in staat is om in persoon te verschijnen vanwege de toestand van zijn gezondheid. Zo nodig kan de overlegging worden verlangd van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts. + ### Artikel 34 **1.** Een aangewezen bestuursorgaan legt bij een verzoek om inschrijving als bedoeld in artikel 2.68 van de wet ten minste een opgave over van de volgende gegevens over de burgerlijke staat van de betrokkene: de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum en het geslacht. @@ -533,7 +537,7 @@ c. verstrekking op basis van een zoekvraag, zijnde een verstrekking op verzoek v ### Artikel 38 -Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt een overheidsorgaan of een derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier. +Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt een overheidsorgaan of een derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld aanvraagformulier. ### Artikel 39 @@ -625,7 +629,7 @@ d. de informatie tijdig op een andere manier kan worden verkregen. ### Artikel 46 -Het college van burgemeester en wethouders of Onze Minister voldoet in ieder geval niet aan een verzoek van een betrokkene als bedoeld in de artikelen 3.22, eerste lid, 3.22a, eerste lid, en 3.23, eerste lid, van de wet, voor zover de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie heeft plaatsgevonden voor de uitvoering van de hieronder bedoelde taken en voor zover het overheidsorgaan waaraan of de derde aan wie de gegevens ter uitvoering van die taken zijn verstrekt, heeft aangegeven dat aan het verzoek van de betrokkene niet kan worden voldaan: +Het college van burgemeester en wethouders of Onze Minister voldoet in ieder geval niet aan een verzoek van een betrokkene als bedoeld in de artikelen 3.22, eerste lid, 3.22a, eerste lid, en 3.23, derde lid, van de wet, voor zover de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie heeft plaatsgevonden voor de uitvoering van de hieronder bedoelde taken en voor zover het overheidsorgaan waaraan of de derde aan wie de gegevens ter uitvoering van die taken zijn verstrekt, heeft aangegeven dat aan het verzoek van de betrokkene niet kan worden voldaan: a. taken op grond van de artikelen 3, 4 en 49 van de Politiewet 2012 die worden uitgevoerd in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten; b. taken op grond van artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;