2002-01-01 | BWBR0012258 | Interim-besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen
This commit is contained in:
parent
07cde24942
commit
7149d785f8
1 changed files with 202 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,202 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Interim-besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen
|
||||
bwb_id: BWBR0012258
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2001-03-09'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012258
|
||||
citeertitel: Interim-besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Interim-besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
b. brandweerregio: het grondgebied van de gemeenten die ingevolge artikel 3 van de Brandweerwet 1985 samen een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen;
|
||||
c. WGHR-regio: het grondgebied van de gemeenten die ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen;
|
||||
d. de regionale brandweer: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Brandweerwet 1985;
|
||||
e. het bestuur: het bestuur van het orgaan of de rechtspersoon, ingesteld bij de gemeenschappelijke regeling, bedoeld in artikel 5 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen;
|
||||
f. gebied: het grondgebied van de regio, bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993, waarin de desbetreffende brandweerregio of WGHR-regio is gelegen;
|
||||
g. basisbedrag: het basisbedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
h. variabel bedrag 1: het bedrag vastgesteld volgens de formule, neergelegd in tabel A van de bij dit besluit behorende bijlage 1;
|
||||
i. variabel bedrag 2: het bedrag vastgesteld volgens de formule, neergelegd in tabel B van de bij dit besluit behorende bijlage 1;
|
||||
j. aantal inwoners: het aantal inwoners van de in de desbetreffende regio's of gebieden liggende gemeenten volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft.
|
||||
k. de algemene bijdrage: de bijdragen, bedoeld in de artikelen 3 en 4;
|
||||
l. de bijzondere bijdrage: de bijdragen, bedoeld in de artikelen 6 en 7;
|
||||
m. de incidentele bijdrage: de bijdragen, bedoeld in de artikelen 8 en 9.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Verdeelsystematiek
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het basisbedrag bedraagt voor de taken van de regionale brandweer per gebied € 304 215,56 en voor de taken van het bestuur per gebied € 349 765,03.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII), jaarlijks uiterlijk op 1 oktober voor het eerstvolgende jaar de bedragen vast, die als variabel bedrag 1 en 2 worden verdeeld over respectievelijk de regionale brandweren en de besturen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid worden de bedragen voor het jaar 2001 vastgesteld op f 58 300 000 voor de regionale brandweren en op f 30 500 000 voor de besturen.
|
||||
|
||||
**4.** De structuurkenmerken vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage 1, komen overeen met die welke bij het Besluit financiële verhouding 2001 zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt de jaarlijkse bijdrage aan een regionale brandweer als volgt vast:
|
||||
|
||||
basisbedrag x aantal inwoners van de brandweerregio + variabel bedrag 1
|
||||
|
||||
aantal inwoners per gebied
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt de jaarlijkse bijdrage aan een bestuur als volgt vast:
|
||||
|
||||
basisbedrag x aantal inwoners van de WGHR-regio + variabel bedrag 2
|
||||
|
||||
aantal inwoners per gebied
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Indien een brandweerregio of een WGHR-regio zich over meer dan één gebied uitstrekt, wordt het bedrag overeenkomstig de artikelen 3 en 4 verdeeld, met dien verstande dat de betreffende basisbedragen naar evenredigheid van het inwoneraantal van de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten in de onderscheiden gebieden worden verdeeld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Bijzondere bijdragen en incidentele bijdragen
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in artikel 3:
|
||||
|
||||
a. ontvangt de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond jaarlijks een bedrag van € 195 125,49 en
|
||||
b. ontvangen de Regionale Brandweer Amsterdam en Omstreken, de Regionale Brandweer Gewest Midden-Limburg, de Hulpverleningsdienst Groningen en de Regionale Brandweer Zeeland elk jaarlijks een bedrag van € 100 739,20.
|
||||
|
||||
**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, is bestemd voor de bekostiging van functionarissen, belast met de uitvoering van de taken in het kader van de voorbereiding op de bestrijding van rampen en zware ongevallen, voortvloeiend uit de paragrafen 3 en 4 vanhet Besluit risico's zware ongevallen 1999 en van hun ondersteuning.
|
||||
|
||||
**3.** Over de inzet van de in het tweede lid genoemde functionarissen en hun ondersteuning worden afspraken gemaakt met de besturen van de omliggende regionale brandweren, zoals neergelegd in de bij dit besluit behorende bijlage 2, en met de besturen van de in de desbetreffende regio's gelegen gemeenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in artikel 3:
|
||||
|
||||
a. ontvangt de Regionale Brandweer Streekgewest Westelijk Noord-Brabant een bedrag van € 151 579,42 ten behoeve van de bestrijding van rampen en zware ongevallen op de Schelde/Rijnverbinding en de voorbereiding daarop;
|
||||
b. ontvangen de Regionale Brandweer Rivierenland, Regionale Brandweer Nijmegen en Omstreken en de Regionale Brandweer Zuid-Holland Zuid respectievelijk een bedrag van € 47 646,92 € 56 722,53 en € 102 100,54 ten behoeve van de instandhouding van blusboten;
|
||||
c. ontvangen de Regionale Brandweer/Centrale Post Ambulancevervoer Fryslân, de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Fryslân en het Gewest Kop van Noord-Holland respectievelijk een bedrag van f 84 000,00 f 224 000,00 en f 61 000,00 voor extra voorzieningen ten behoeve van de Waddeneilanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Onze Minister kan incidenteel in een bijzonder geval aan een regionale brandweer of een bestuur een bijdrage verstrekken, waarvan hij de hoogte en de bestemming bepaalt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan de regionale brandweer of het bestuur tot het bedrag van de werkelijke uitgaven de additionele kosten vergoeden die zijn verbonden aan het houden van oefeningen met een bijzonder karakter voor zover deze op verzoek van Onze Minister worden gehouden en niet in het kader van het algemene oefenbeleid passen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Betaalbaarstelling, verantwoording en beleidsinformatie
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
De betaling van de algemene en de bijzondere bijdragen vindt plaats in vier gelijke termijnen op 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De regionale brandweer respectievelijk het bestuur, besteedt de algemene bijdrage ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Brandweerwet 1985 respectievelijk artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen.
|
||||
|
||||
**2.** Een bedrag tot maximaal gelijk aan de algemene bijdrage kan ten behoeve van de uitoefening van de in het eerste lid genoemde taken worden gereserveerd voor het daaropvolgende jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt overschreden, kan Onze Minister de algemene bijdrage voor een volgend jaar met ten hoogste het bedrag van de overschrijding in mindering brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De regionale brandweer respectievelijk het bestuur, zendt voor 1 oktober van het jaar volgend op het uitkeringsjaar aan Onze Minister de jaarrekening van het desbetreffende jaar en de toelichting daarop.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De jaarrekening bevat in ieder geval gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de besteding van de algemene bijdragen;
|
||||
b. de besteding van de bijzondere bijdragen;
|
||||
c. de besteding van de incidentele bijdragen;
|
||||
d. de reservering, bedoeld in artikel 11, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** De jaarrekening is voorzien van een verslag en een verklaring, die zijn afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De accountant geeft een verklaring af, waarin hij zijn oordeel geeft over:
|
||||
|
||||
a. de getrouwheid van het beeld dat de jaarrekening geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen op 31 december van het uitkeringsjaar, van het resultaat over het uitkeringsjaar en van de besteding van de totale bijdrage;
|
||||
b. de rechtmatigheid van de besteding van de algemene bijdrage, de bijzondere bijdrage en de incidentele bijdrage.
|
||||
|
||||
**5.** Ten behoeve van de controle op de besteding van de bijdragen verstrekt de regionale brandweer respectievelijk het bestuur desgevraagd aan de door Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaren van de accountantsdienst, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Comptabiliteitswet, de benodigde informatie. Deze ambtenaren kunnen tevens informatie inwinnen bij de accountant, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover de regionale brandweer respectievelijk het bestuur een deel van de algemene of de bijzondere bijdrage aan een ander doel heeft besteed dan waarvoor die bijdrage is bestemd, kan Onze Minister dat deel van de desbetreffende bijdrage in mindering brengen op de bijdrage voor een volgend jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Incidentele bijdragen die aan een ander doel zijn besteed, dan waarvoor zij zijn bestemd, kunnen worden teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**3.** Alvorens Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt, nodigt hij de regionale brandweer respectievelijk het bestuur uit hem binnen drie maanden daarover inlichtingen te verschaffen.
|
||||
|
||||
**4.** Binnen twee maanden na ontvangst van de in het derde lid bedoelde inlichtingen, dan wel binnen twee maanden na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, maakt Onze Minister zijn beslissing omtrent de vermindering van de bijdrage voor het volgende jaar bekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De regionale brandweer en het bestuur verstrekken jaarlijks voor 31 december van het uitkeringsjaar een activiteitenplan aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Het activiteitenplan bevat de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de activiteiten ten behoeve van de versterking van de rampenbestrijdingsorganisatie van het uitkeringsjaar en de desbetreffende voorgenomen activiteiten van het daarop volgende jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de inrichting van het in het eerste lid genoemde activiteitenplan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Het Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2001 en vervalt met ingang van 1 januari 2003.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Interim-Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1
|
||||
|
||||
**Behorende bij de artikelen 3 en 4 van het Interim-Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen**
|
||||
|
||||
Het *totale* variabele bedrag wordt over de structuurkenmerken verdeeld als volgt:
|
||||
|
||||
Het variabele bedrag per brandweerregio wordt berekend als volgt, waarbij het gaat om het aantal per structuurkenmerk per brandweerregio:
|
||||
|
||||
(gewicht * inwo) + (gewicht * kernen) + (gewicht * opptot) + (gewicht * woonruim) + (gewicht * oppbep) + (gewicht * kpreg) + (gewicht * oad) + (gewicht * histkrn)
|
||||
|
||||
Het gewicht (in guldens, per eenheid afgerond op centen) wordt berekend als volgt:
|
||||
|
||||
het totale bedrag per structuurkenmerk gedeeld door het totale aantal eenheden per structuurkenmerk in Nederland.
|
||||
|
||||
Het totale variabele bedrag wordt over de structuurkenmerken verdeeld als volgt:
|
||||
|
||||
Het variabele bedrag per wghr-regio wordt berekend als volgt, waarbij het gaat om het aantal eenheden per structuurkenmerk per wghr-regio:
|
||||
|
||||
(gewicht * inwo) + (gewicht * woonruim) + (gewicht * oppbeb)
|
||||
|
||||
Het gewicht (in guldens, per eenheid afgerond op centen) wordt berekend als volgt:
|
||||
|
||||
het totale bedrag per structuurkenmerk gedeeld door het totale aantal eenheden per structuurkenmerk in Nederland.
|
||||
|
||||
## Bijlage 2
|
||||
|
||||
**Behorende bij artikel 6, derde lid, van het Interim-Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen**
|
||||
|
||||
ca. 17 VR-bedrijven
|
||||
|
||||
ca. 19 VR-bedrijven
|
||||
|
||||
ca. 22 VR-bedrijven
|
||||
|
||||
ca. 55 VR-bedrijven
|
||||
|
||||
ca. 14 VR-bedrijven
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue