From 71781e90e0090fc43ca1915a998118ecc3ca8fd8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Sep 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-09-01 | BWBR0009124 | Zeevaartbemanningswet --- .../BWBR0009124/README.md | 56 +++++++++++++++---- 1 file changed, 45 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md b/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md index 2a2cf24b94d..66fe4c837c6 100644 --- a/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md +++ b/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md @@ -279,6 +279,8 @@ b. de intrekking van de erkenning. **2.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bescheiden worden overgelegd bij de aanvraag van een vaarbevoegdheidsbewijs. +**3.** Het hoofd van de Scheepvaartinspectie vergewist zich ervan dat een persoon de Nederlandse nationaliteit bezit, dan wel de nationaliteit van een van de staten, bedoeld in artikel 30, alvorens aan deze een van de vaarbevoegdheden als kapitein, onderscheidenlijk schipper, af te geven die zijn genoemd in artikel 18, tweede lid. + ### Artikel 21 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald voor welke bij internationale regeling aangewezen bijzondere functies of werkzaamheden het bezit van een certificaat of enig ander document voorgeschreven is, alsmede welke beroepsvereisten daarvoor gelden. @@ -365,30 +367,62 @@ De kapitein oefent zijn gezag uit zodra hij aan boord is en het gezag heeft aanv ### Artikel 29 -**1.** Op Nederlandse schepen worden alleen Nederlanders als kapitein aangesteld. +**1.** + +Op Nederlandse schepen worden alleen personen als kapitein aangesteld die de nationaliteit bezitten van: + +a. het Koninkrijk der Nederlanden, dan wel +b. van een andere staat, doch uitsluitend indien zij ingevolge artikel 30 zijn vrijgesteld van de in de aanhef en onderdeel a genoemde eis. **2.** Bij ministeriële regeling kan, onder het stellen van voorwaarden of beperkingen, ten behoeve van vissersvaartuigen vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bedoelde vereiste. ### Artikel 30 -**1.** Onze Minister kan op verzoek van een scheepsbeheerder voor diens schip of voor diens schepen, voor een periode van ten hoogste twee jaren, ontheffing verlenen van de in artikel 29 bedoelde verplichting. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. +**1.** Personen die de nationaliteit bezitten van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, zijn vrijgesteld van de nationaliteitseis, bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, voor het dienstdoen op Nederlandse schepen die geen vissersvaartuig zijn. **2.** -De scheepsbeheerder toont bij de aanvraag aan: +Aan personen die de nationaliteit bezitten van een andere staat kan bij regeling van Onze Minister vrijstelling worden verleend van de nationaliteitseis, bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, voor het dienstdoen op Nederlandse schepen die geen vissersvaartuig zijn, mits het betreft: -a. dat zijn schip niet met een Nederlandse kapitein kan worden bemand, dan wel dat zijn schepen niet met voldoende Nederlandse kapiteins kunnen worden bemand, en -b. dat bij het voortduren van deze situatie zijn scheepvaartbedrijf in ernstige problemen komt. +a. staten waarmee, ingevolge een daartoe strekkend besluit van de Raad van de Europese Unie, toetredingsonderhandelingen gaande zijn en die voorkomen op een lijst die bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld, of +b. een staat die niet behoort tot een van de staten, bedoeld onder a. -**3.** Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend indien de kapitein, ten behoeve van wie de ontheffing is aangevraagd, de nationaliteit bezit van een van de lid-staten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en indien er geen bezwaren tegen de kapitein bestaan in verband met de veiligheid van de staat. +**3.** -**4.** Een ontheffing wordt ingetrokken indien de scheepsbeheerder of de kapitein de voorschriften of beperkingen van de ontheffing niet naleeft. +De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kan slechts worden verleend indien: -**5.** Bij ministeriële regeling worden de procedures vastgesteld voor de aanvraag en voor de beoordeling of aan de vereisten van het eerste en tweede lid is voldaan. +a. het Koninkrijk der Nederlanden voor Nederland met die staat een schriftelijke afspraak heeft gemaakt voor de erkenning van vaarbevoegdheidsbewijzen als bedoeld in Voorschrift I/10 van de Bijlage van het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationale Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144), en +b. de goedkeuringsprocedure opgenomen in artikel 18, derde lid, in verbinding met artikel 23, tweede lid, van Richtlijn nr. 2001/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 april 2001 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (PbEG L 136), is voltooid. -**6.** De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat een kopie van de ontheffing aan boord is van het schip, waarop de betrokken kapitein dienst doet. +**4.** Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kunnen beperkingen of nadere voorschriften worden verbonden. -**7.** Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de ontheffingen op grond van dit artikel in de praktijk. +**5.** Door werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw wordt, ter regulering van de arbeidsmarkt voor kapiteins met de Nederlandse nationaliteit, respectievelijk die van een staat als bedoeld in het eerste lid, voor hun sector een privaatrechtelijke regeling vastgesteld omtrent afgifte aan een scheepsbeheerder van een schriftelijke toestemming tot het aanstellen van een persoon met een andere nationaliteit in de functie van kapitein. + +**6.** Elk der regelingen, bedoeld in het vijfde lid, bevat bepalingen ten aanzien van de afgifte, respectievelijk de weigering van een verklaring als bedoeld in het vijfde lid, door een paritair samengestelde commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw. + +**7.** + +De regeling als bedoeld in het vijfde lid, bevat daarnaast in elk geval: + +a. een klachtenprocedure ten behoeve van eerste stuurlieden, respectievelijk eerste maritieme officieren die naar hun oordeel op onjuiste gronden niet zijn aangesteld in de functie van kapitein op een Nederlands schip; +b. de vaststelling van de werkzaamheden van de commissie, bedoeld in het zesde lid, en +c. de wijze van verkrijging van betrouwbare en zo volledig mogelijke informatie als omschreven in het achtste lid, welke jaarlijks vóór 1 april aan Onze Minister dient te worden verstrekt. + +**8.** + +De informatie, bedoeld in het zevende lid, onder c, omvat: + +a. het aantal zeevarenden op de Nederlandse vloot, gerangschikt naar functie, leeftijd en nationaliteit; +b. het aantal Nederlandse officieren dat in het verstreken jaar voor het eerst, anders dan als stagiair, is gemonsterd op Nederlandse zeeschepen; +c. het aantal beschikbare stageplaatsen; +d. het aantal Nederlandse studenten dat als stagiair is geplaatst, en +e. het aantal buitenlandse studenten dat als stagiair is geplaatst, alsmede de nationaliteit van deze stagiairs. + +**9.** Onze Minister kan, indien de informatie als bedoeld in het achtste lid, hem daartoe gerede aanleiding geeft, alsmede op een daartoe strekkend verzoek van een of van beide Commissies als bedoeld in het zesde lid, aan het hoofd van de Scheepvaartinspectie aanwijzing geven de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als kapitein, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk op te schorten. + +**10.** Voorafgaand aan de vaststelling van een regeling als bedoeld in het tweede lid pleegt Onze Minister overleg over het ontwerp van een regeling met de werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw. + +**11.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de vrijstelling van de eisen neergelegd in artikel 29, eerste lid, voor de gevallen waarin de privaatrechtelijke regeling, bedoeld in het vijfde lid, niet binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dat vijfde lid tot stand is gekomen, dan wel vervallen is zonder dat door de werkgevers- en werknemersorganisaties in de desbetreffende sector is voorzien in vervanging van die regeling. ### Artikel 31 @@ -813,7 +847,7 @@ h. Besluit bijzondere verkrijging diploma A als scheepswerktuigkundige. ### Artikel 83 -Artikel 30 vervalt zes jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. +Vervallen ### Artikel 84