2012-01-05 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
0baebe3a01
commit
71a545b5e2
1 changed files with 3 additions and 3 deletions
|
|
@ -402,7 +402,7 @@ b. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge artikel 3.5.
|
|||
|
||||
**1.** Aan een studerende met een partner die financieel van hem afhankelijk is en die niet in aanmerking komt voor studiefinanciering, wordt een toeslag voor een partner toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een toetsingsinkomen heeft dat naar de maatstaf van 1 januari 2008 minder bedraagt dan € 8 129,26 Per 1 januari 2011: € € 8.807,73en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaar waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Bij de bepaling van het toetsingsinkomen van de partner is artikel 8, derde, vijfde en zesde lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 3.17, derde tot en met zesde en tiende lid, van deze wet, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een toetsingsinkomen heeft dat naar de maatstaf van 1 januari 2008 minder bedraagt dan € 8 129,26 Per 1 januari 2012: € € 8.905,50en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaar waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Bij de bepaling van het toetsingsinkomen van de partner is artikel 8, derde, vijfde en zesde lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 3.17, derde tot en met zesde en tiende lid, van deze wet, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in artikel 3.18.
|
||||
|
||||
|
|
@ -452,7 +452,7 @@ In afwijking van de eerste volzin kan een studerende als bedoeld in de eerste vo
|
|||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**3.** Op het toetsingsinkomen in het peiljaar wordt in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2008 gelijk aan € 15 928,16Per 1 januari 2011: € 17.257,51.. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de tweede volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2008 gelijk is aan € 20 199,42Per 1 januari 2011: € 21.885,25..
|
||||
**3.** Op het toetsingsinkomen in het peiljaar wordt in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2008 gelijk aan € 15 928,16Per 1 januari 2012: € 17.449,07.. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of de aanvullende alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de tweede volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2008 gelijk is aan € 20 199,42 Per 1 januari 2012: € 22.128,18..
|
||||
|
||||
**4.** Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het toetsingsinkomen in het peiljaar en de vrije voet in het toekenningsjaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -531,7 +531,7 @@ Het verschil tussen het maximale bedrag van de aanvullende beurs en de voor een
|
|||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
**1.** Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van Onze Minister op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2011 van € 13 215,83.
|
||||
**1.** Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van Onze Minister op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2011 van € 13 215,83 Per 1 januari 2012:€ 13.362,53.
|
||||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue