From 71cf1584e43d3db4b091774aec3120a613695377 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Apr 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-04-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs --- .../BWBR0007625/README.md | 33 ++++++++++++------- 1 file changed, 21 insertions(+), 12 deletions(-) diff --git a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md index bdb84b47e90..701cc33b0a2 100644 --- a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md +++ b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md @@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Wet educatie en beroepsonderwijs In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken; +a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. instelling: 1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1, @@ -1184,7 +1184,7 @@ b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 4.2.3, eerste lid, blijk 3°. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een universitaire lerarenopleiding, 4°. een getuigschrift of diploma van een opleiding die vóór 1 augustus 1991 was gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs, 5°. een ten aanzien van het door hem te geven onderwijs verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, -6°. een gelijkwaardig buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de Lid-Staten van de EU, dan wel een gelijkwaardig Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma, of +6°. een op grond van artikel 4.2.1a gelijkgesteld buitenlands getuigschrift of diploma, of c. in het bezit is van een door het bevoegd gezag afgegeven geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 4.2.4, en d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het geven van onderwijs. @@ -1198,7 +1198,7 @@ d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het geven van onderw ### Artikel 4.2.1a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Onze Minister kan aan een persoon die in het bezit is van een buiten de Europese Economische Ruimte en Zwitserland behaald bewijsstuk waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond voor het docentschap, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, of voor het verrichten van onderwijsondersteunende werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, de bevoegdheid tot het geven van beroepsonderwijs onderscheidenlijk het verrichten van onderwijsondersteunende werkzaamheden verlenen. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen. ### Artikel 4.2.2 @@ -1208,7 +1208,7 @@ Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van artikel 4.2.3, tweed a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in artikel 4.2.3, tweede lid, bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of -c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, of +c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, dan wel de bevoegdheidsverlening als bedoeld in artikel 4.2.1a, of d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en e. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van die werkzaamheden. @@ -1241,11 +1241,22 @@ Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van elk personeelslid dat een functie of ### Artikel 4.2.3b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Degene die op 31 juli 2017 voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan een instelling is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming, alsmede degene die eerder al voor het geven van dat onderwijs benoemd is geweest of tewerkgesteld zonder benoeming, voldoet aan de bekwaamheidseisen voor het geven van dat onderwijs. + +**2.** Degene die binnen een periode van vijf jaren gerekend vanaf 1 augustus 2017 voor de eerste keer wordt benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan een instelling, dient binnen een periode van vijf jaren gerekend vanaf het tijdstip van die eerste benoeming of die eerste tewerkstelling zonder benoeming, te voldoen aan de bekwaamheidseisen voor het geven van dat onderwijs om belast te kunnen blijven worden met de desbetreffende werkzaamheden. Bij algemene maatregel van bestuur kan deze periode worden verlengd met een daarbij te bepalen periode indien verlenging noodzakelijk is voor een goede invoering van die bekwaamheidseisen. + +**3.** + +Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene die: + +a. onderwijsondersteunende werkzaamheden ten behoeve van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan een instelling verricht, vanaf het moment dat voor die werkzaamheden bekwaamheidseisen zijn vastgesteld; of +b. is aangewezen, eerder was aangewezen onderscheidenlijk voor de eerste keer wordt aangewezen voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare instellingen. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste tot en met derde lid. ### Artikel 4.2.3c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Artikel 1.3.6, eerste lid, wat het onderhouden van de bekwaamheid betreft, vindt voor een bepaalde personeelscategorie voor het eerst toepassing met ingang van het tijdstip waarop de bekwaamheidseisen voor die categorie in werking treden. ### Artikel 4.2.4 @@ -1920,8 +1931,6 @@ b. een schoolbegeleidingsdienst als bedoeld in artikel 180 van de Wet op het pri **4.** Het Rijk verstrekt aan schoolbegeleidingsdiensten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bekostiging voor activiteiten die worden verricht met betrekking tot de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de bekostiging, bedoeld in de vorige volzin. -**5.** Schoolbegeleidingsdiensten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn de schoolbegeleidingsdiensten die voor de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen, in de periode 1 augustus 1999 tot 1 augustus 2004 subsidie ontvingen van een gemeente op grond van artikel IX van de Wet van 10 december 1998 (Stb. 733), tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek inzake de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen. - ### Titel 2. Het beroepsonderwijs #### Paragraaf 1. Reikwijdte @@ -2253,13 +2262,13 @@ a. op verzoek van de op grond van de in het eerste lid genoemde wet bevoegde aut b. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan een Nederlandse beroepsopleiding, of c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in artikel 7.2.2 bedoeld niveau van beroepsuitoefening. -**4.** Onze minister kan beleidsregels stellen met het oog op een doelmatige vervulling van de in het eerste lid genoemde taken door de rechtspersoon. +**4.** Onze Minister kan beleidsregels stellen met het oog op een doelmatige vervulling van de in het eerste lid genoemde taken door de rechtspersoon. **5.** De rechtspersoon verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van diens taak redelijkerwijs benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. **6.** Indien naar het oordeel van Onze Minister de rechtspersoon zijn taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de rechtspersoon in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren. Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in de eerste volzin. -**7.** Onze minister verstrekt, onder door hem op te leggen verplichtingen, aan de rechtspersoon jaarlijks uit 's Rijks kas middelen ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken. +**7.** Onze Minister verstrekt, onder door hem op te leggen verplichtingen, aan de rechtspersoon jaarlijks uit 's Rijks kas middelen ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken. ### Artikel 7.4.8 @@ -3069,7 +3078,7 @@ h. het toekennen van eventuele andere bevoegdheden aan de deelnemersraad. **1.** Er is een landelijke geschillencommissie medezeggenschap, waarbij elke instelling is aangesloten. De commissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter, en drie plaatsvervangende leden. -**2.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, benoemt de leden en plaatsvervangende leden voor vier jaar. Zij zijn een keer herbenoembaar. +**2.** Onze Minister benoemt de leden en plaatsvervangende leden voor vier jaar. Zij zijn een keer herbenoembaar. **3.** Een lid en een plaatsvervangend lid worden benoemd op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de gezamenlijke bevoegde gezagsorganen van de instellingen en een lid en een plaatsvervangend lid op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de deelnemersraden van de instellingen. Deze twee leden doen een bindende voordracht voor het derde lid, tevens voorzitter, en diens plaatsvervanger. @@ -3264,7 +3273,7 @@ c. indien de instelling een of meer organisatorische eenheden omvat: 3°. de verhouding van het hoofd van de desbetreffende eenheid tot het college van bestuur en 4°. de samenstelling, de wijze van benoeming en de werkwijze van het hoofd van de desbetreffende eenheid. -**2.** Het college van bestuur zendt het bestuursreglement, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk aan Onze minister. +**2.** Het college van bestuur zendt het bestuursreglement, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk aan Onze Minister. **3.** Indien de statuten van een bijzondere instelling de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onder a en c regelen, is regeling daarvan in het bestuursreglement niet noodzakelijk.