2005-01-01 | BWBR0001947 | Ambtenarenwet
This commit is contained in:
parent
9c07df763b
commit
71d650056a
1 changed files with 33 additions and 36 deletions
|
|
@ -28,41 +28,38 @@ citeertitel: Ambtenarenwet
|
|||
|
||||
Titel III is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. ministers en staatssecretarissen,
|
||||
b. de commissarissen van de Koning,
|
||||
c. krachtens de Grondwet of de wet voor hun leven benoemde ambtenaren,
|
||||
d. de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen,
|
||||
e. notarissen en gerechtsdeurwaarders,
|
||||
f. de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers van de rechtbanken alsmede de raden en de plaatsvervangende raden in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem,
|
||||
g. de raden en de plaatsvervangende raden in het gerechtshof te 's-Gravenhage, bedoeld in artikel 61 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet,
|
||||
h. de raden en de plaatsvervangende raden in de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam, bedoeld in artikel 66 van de Wet op de rechterlijke organisatie,
|
||||
i. de raden en de plaatsvervangende raden in de bijzondere kamer van het gerechtshof te Arnhem, bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie,
|
||||
j. de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de buitengewone leden van het College bescherming persoonsgegevens als bedoeld in artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens,
|
||||
k. de leden van dagelijkse besturen van waterschappen, met uitzondering van de voorzitters,
|
||||
l. de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de andere leden van de Sociaal-Economische Raad, de voorzitters en de plaatsvervangende voorzitters van de produkt-, de hoofdbedrijf- en de bedrijfschappen en de leden van de besturen van deze lichamen, alsmede degenen die deel uitmaken van organen van lichamen als bedoeld in artikel 110 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie,
|
||||
m. het personeel in dienst van de Sociaal-Economische Raad, de produkt-, de hoofdbedrijf- en de bedrijfschappen en de lichamen, bedoeld in artikel 110 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie,
|
||||
n. de leden van de Raden van bestuur en de Raden van advies van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
o. vervallen;
|
||||
p. de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het Nederlands Instituut van Registeraccountants, de leden van het bestuur van dit lichaam en de leden van de andere bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants ingestelde colleges,
|
||||
q. de voorzitter, de ondervoorzitter en de andere leden van het bestuur van de Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij,
|
||||
r. de voorzitter en de leden van het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet en van het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en het personeel van bedoelde colleges;
|
||||
s. de voorzitter en de leden van het College bouw ziekenhuisvoorzieningen en van het College sanering ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, en het personeel van de bedoelde colleges;
|
||||
t. de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, de leden van het bestuur van dit lichaam en de leden van de andere bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten ingestelde colleges,
|
||||
u. de voorzitter en de leden van het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet tarieven gezondheidszorg, en het personeel van het bedoelde college;
|
||||
v. militaire ambtenaren,
|
||||
w. onbezoldigde ambtenaren, behorende tot het personeel van de buitenlandse dienst,
|
||||
x. vervallen;
|
||||
y. de leden van de Commissie gelijke behandeling, bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling,
|
||||
z. de leden van een adviescollege als bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde een adviescollege als bedoeld in artikel 3 van die wet,
|
||||
aa. de voorzitter en de andere leden van het bestuur van het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110, eerste lid van de Wet op het notarisambt,
|
||||
bb. de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de andere leden van het bestuur van dit lichaam en de leden van het bestuur van de ringen en hun plaatsvervangers;
|
||||
cc. de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en de andere leden van het bestuur van dit lichaam.
|
||||
dd. de voorzitter en de leden van de commissie van toezicht, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
|
||||
cc. wethouders.
|
||||
ee. de leden van de KNMI-raad, bedoeld in artikel 11 van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.
|
||||
gg. gedeputeerden.
|
||||
– ministers en staatssecretarissen;
|
||||
– de commissarissen van de Koning;
|
||||
– krachtens de Grondwet of de wet voor hun leven benoemde ambtenaren;
|
||||
– de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen;
|
||||
– notarissen en gerechtsdeurwaarders;
|
||||
– de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de buitengewone leden van het College bescherming persoonsgegevens, bedoeld in artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens;
|
||||
– de leden van dagelijkse besturen van waterschappen, met uitzondering van de voorzitters;
|
||||
– de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de andere leden van de Sociaal-Economische Raad, de voorzitters en de plaatsvervangende voorzitters van de produkt-, de hoofdbedrijf- en de bedrijfschappen en de leden van de besturen van deze lichamen, alsmede degenen die deel uitmaken van organen van lichamen als bedoeld in artikel 110 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;
|
||||
– het personeel in dienst van de Sociaal-Economische Raad, de produkt-, de hoofdbedrijf- en de bedrijfschappen en de lichamen, bedoeld in artikel 110 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;
|
||||
– de leden van de Raden van bestuur en de Raden van advies van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
– de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het Nederlands Instituut van Registeraccountants, de leden van het bestuur van dit lichaam en de leden van de andere bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants ingestelde colleges;
|
||||
– de voorzitter, de ondervoorzitter en de andere leden van het bestuur van de Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij;
|
||||
– de voorzitter en de leden van het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in artikel 1a van de Ziekenfondswet en van het College van toezicht op de zorgverzekeringen, bedoeld in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en het personeel van bedoelde colleges;
|
||||
– de voorzitter en de leden van het College bouw ziekenhuisvoorzieningen en van het College sanering ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, en het personeel van de bedoelde colleges;
|
||||
– de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, de leden van het bestuur van dit lichaam en de leden van de andere bij of krachtens de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten ingestelde colleges;
|
||||
– de voorzitter en de leden van het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet tarieven gezondheidszorg, en het personeel van het bedoelde college;
|
||||
– militaire ambtenaren;
|
||||
– onbezoldigde ambtenaren, behorende tot het personeel van de buitenlandse dienst;
|
||||
– de leden van de Commissie gelijke behandeling, bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling;
|
||||
– de leden van een adviescollege als bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde een adviescollege als bedoeld in artikel 3 van die wet;
|
||||
– de voorzitter en de andere leden van het bestuur van het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110, eerste lid, van de Wet op het notarisambt;
|
||||
– de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de andere leden van het bestuur van dit lichaam en de leden van het bestuur van de ringen en hun plaatsvervangers;
|
||||
– de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en de andere leden van het bestuur van dit lichaam;
|
||||
– de voorzitter en de leden van de commissie van toezicht, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002;
|
||||
– wethouders;
|
||||
– de leden van de KNMI-raad, bedoeld in artikel 11 van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
|
||||
– de leden en de plaatsvervangende leden van de Raad voor werk en inkomen, bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
– het lid van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet 1996;
|
||||
– de deskundige leden, bedoeld in de artikelen 48, derde lid, 66, tweede lid, 67, derde lid, 69, tweede lid, en 70, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en hun plaatsvervangers;
|
||||
– gedeputeerden.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 125, 125bis, 125a, 125c, 125d, 125f en 126 zijn niet van toepassing op de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, g, h, i en j, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van die wet.
|
||||
**2.** De artikelen 125, 125bis, 125a, 125c, 125d, 125f en 126 zijn niet van toepassing op de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in de artikelen 1, onder b, onderdelen 4° tot en met 8°, en 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -728,7 +725,7 @@ De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen
|
|||
|
||||
### Artikel 126
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag eener provincie nalatig blijft aan artikel 125 uitvoering te geven, of wel, ingeval Wij aanvulling, wijziging of intrekking van gegeven uitvoeringsvoorschriften gewenscht achten, zoodanige aanvulling, wijziging of intrekking ondanks daartoe strekkende aanmaning binnen een te stellen termijn van ten minste drie maanden niet tot stand brengt, zijn Wij bevoegd Gedeputeerde Staten uit te noodigen het noodzakelijk besluit vast te stellen. Blijven ook Gedeputeerde Staten in gebreke, of, ingeval aan hen in de reglementen der waterschappen, veenschappen en veenpolders het geven van uitvoering aan artikel 125 is opgedragen, blijven zij daarin nalatig of brengen zij de door Ons gewenschte aanvulling, wijziging of intrekking niet tot stand in voege en binnen een termijn als vorenomschreven, zoo geschiedt de vaststelling door Ons. Een ingevolge dit lid vastgesteld besluit wordt geacht van het bevoegd gezag afkomstig te zijn. De afkondiging geschiedt binnen veertien dagen, nadat het besluit door het bevoegd gezag is ontvangen; in het gebruikelijke formulier van afkondiging worden daarbij de noodzakelijke wijzigingen aangebracht.
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag eener provincie nalatig blijft aan artikel 125 uitvoering te geven, of wel, ingeval Wij aanvulling, wijziging of intrekking van gegeven uitvoeringsvoorschriften gewenscht achten, zoodanige aanvulling, wijziging of intrekking ondanks daartoe strekkende aanmaning binnen een te stellen termijn van ten minste drie maanden niet tot stand brengt, zijn Wij bevoegd Gedeputeerde Staten uit te noodigen het noodzakelijk besluit vast te stellen. Blijven ook Gedeputeerde Staten in gebreke, of, ingeval aan hen in de reglementen der waterschappen het geven van uitvoering aan artikel 125 is opgedragen, blijven zij daarin nalatig of brengen zij de door Ons gewenschte aanvulling, wijziging of intrekking niet tot stand in voege en binnen een termijn als vorenomschreven, zoo geschiedt de vaststelling door Ons. Een ingevolge dit lid vastgesteld besluit wordt geacht van het bevoegd gezag afkomstig te zijn. De afkondiging geschiedt binnen veertien dagen, nadat het besluit door het bevoegd gezag is ontvangen; in het gebruikelijke formulier van afkondiging worden daarbij de noodzakelijke wijzigingen aangebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat wordt overgegaan tot de in het eerste lid bedoelde aanmaning tot aanvulling, wijziging of intrekking van gegeven uitvoeringsvoorschriften wordt de Raad van State gehoord. Artikel 18*a* van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -741,7 +738,7 @@ De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen
|
|||
De voorgaande leden vinden mede toepassing:
|
||||
|
||||
a. voor de voorschriften, vast te stellen door het bevoegde gezag der gemeenten, met dien verstande dat voor Gedeputeerde Staten, burgemeester en wethouders, en voor de commissaris van de Koning, de burgemeester in de plaats treden en dat in plaats van artikel 266 van de Provinciewet, artikel 273 van de Gemeentewet (*Stb.* 1992, 96) wordt gelezen.
|
||||
b. voor de voorschriften vast te stellen door het bevoegd gezag der waterschappen, veenschappen en veenpolders, met dien verstande, dat voor zoover de uitvoering van artikel 125 geheel of gedeeltelijk aan de besturen der instellingen zelf is overgelaten, de uitnoodiging wordt gericht tot het door Ons aangewezen gezag of een door Ons benoemden bijzonderen commissaris.
|
||||
b. voor de voorschriften vast te stellen door het bevoegd gezag der waterschappen, met dien verstande, dat voor zoover de uitvoering van artikel 125 geheel of gedeeltelijk aan de besturen der instellingen zelf is overgelaten, de uitnoodiging wordt gericht tot het door Ons aangewezen gezag of een door Ons benoemden bijzonderen commissaris.
|
||||
|
||||
### Artikel 127
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue