2005-02-25 | BWBR0002375 | Wet op de Ruimtelijke Ordening
This commit is contained in:
parent
19847394fb
commit
71f7446405
1 changed files with 35 additions and 41 deletions
|
|
@ -24,7 +24,9 @@ concrete beleidsbeslissing: een als zodanig door het bestuursorgaan aangegeven b
|
|||
|
||||
Onze projectminister: Onze minister die overeenkomstig artikel 39a, eerste lid, als zodanig is aangewezen;
|
||||
|
||||
rijksprojectbesluit: besluit als bedoeld in artikel 39b.
|
||||
rijksprojectbesluit: besluit als bedoeld in artikel 39b;
|
||||
|
||||
inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Rijks planologisch beleid
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,7 +107,7 @@ De in deze wet voorziene algemene maatregelen van bestuur treden niet eerder in
|
|||
|
||||
**5.** Gedurende de in het derde lid genoemde termijn kan een ieder schriftelijk zijn bedenkingen omtrent het ontwerp inbrengen. Provinciale staten stellen belanghebbenden en degenen die tijdig hun bedenkingen hebben ingebracht in de gelegenheid tot een gedachtenwisseling over het ontwerp. Van de gedachtenwisseling wordt een verslag gemaakt dat binnen twee weken aan de aanwezigen wordt toegezonden.
|
||||
|
||||
**6.** Binnen vier maanden na afloop van de in het derde lid genoemde termijn stellen provinciale staten het streekplan vast. Zij kunnen hun beslissing éénmaal voor ten hoogste acht weken verdagen. Voor zover bij de vaststelling van het plan wijzigingen worden aangebracht ten opzichte van het ontwerp en de gewijzigde vaststelling een concrete beleidsbeslissing betreft, wordt de inspecteur van de ruimtelijke ordening tevoren in de gelegenheid gesteld alsnog daartegen bedenkingen in te brengen.
|
||||
**6.** Binnen vier maanden na afloop van de in het derde lid genoemde termijn stellen provinciale staten het streekplan vast. Zij kunnen hun beslissing éénmaal voor ten hoogste acht weken verdagen. Voor zover bij de vaststelling van het plan wijzigingen worden aangebracht ten opzichte van het ontwerp en de gewijzigde vaststelling een concrete beleidsbeslissing betreft, wordt Onze Minister tevoren in de gelegenheid gesteld alsnog daartegen bedenkingen in te brengen.
|
||||
|
||||
**7.** Voor zover het ontwerp van een streekplan zijn grondslag vindt in een in een planologische kernbeslissing opgenomen concrete beleidsbeslissing is het vijfde lid niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,11 +123,11 @@ De in deze wet voorziene algemene maatregelen van bestuur treden niet eerder in
|
|||
|
||||
**1.** Voor zover in het streekplan een concrete beleidsbeslissing is opgenomen kan Onze Minister binnen vier weken na de toezending van het afschrift van het besluit tot vaststelling van het streekplan provinciale staten schriftelijk mededelen dat hij overweegt ten aanzien van die concrete beleidsbeslissing toepassing te geven aan artikel 6.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister geeft slechts toepassing aan het eerste lid, indien de inspecteur van de ruimtelijke ordening op grond van artikel 4a, vijfde of zesde lid, bedenkingen tegen die concrete beleidsbeslissing heeft ingebracht wegens kennelijke strijd met het nationaal ruimtelijk beleid.
|
||||
**2.** Onze Minister geeft slechts toepassing aan het eerste lid, indien hij op grond van artikel 4a, vijfde of zesde lid, bedenkingen tegen die concrete beleidsbeslissing heeft ingebracht wegens kennelijke strijd met het nationaal ruimtelijk beleid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister geen toepassing geeft aan het eerste lid, wordt het besluit tot vaststelling van het streekplan met ingang van de zesde week na de dagtekening daarvan bekendgemaakt door dit besluit samen met het vastgestelde streekplan voor een ieder ter inzage te leggen op het provinciehuis en ter secretarie van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft. Artikel 4a, vierde lid, eerste en tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid, zendt hij gelijktijdig een afschrift van zijn mededeling aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening.
|
||||
**4.** Indien Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid, zendt hij gelijktijdig een afschrift van zijn mededeling aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
**5.** Binnen twaalf weken na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling beslist Onze Minister omtrent toepassing van artikel 6.
|
||||
|
||||
|
|
@ -147,7 +149,7 @@ De in deze wet voorziene algemene maatregelen van bestuur treden niet eerder in
|
|||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid kan Onze Minister na overleg met gedeputeerde staten, de Rijksplanologische Commissie gehoord, voor zover een juiste uitvoering van het Regeringsbeleid de totstandkoming of herziening van planologische maatregelen vordert, aan de provinciale staten aanwijzingen geven omtrent de inhoud van een streekplan.
|
||||
|
||||
**3.** Van zijn besluit, bedoeld in het eerste lid en van aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid, zendt Onze Minister behalve aan het provinciaal bestuur afschriften aan de Rijksplanologische Commissie en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid op door Onze Minister te bepalen plaatsen ter inzage. De nederlegging wordt tevoren door de zorg van Onze Minister in de *Staatscourant* en daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen bekendgemaakt.
|
||||
**3.** Van zijn besluit, bedoeld in het eerste lid en van aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid, zendt Onze Minister behalve aan het provinciaal bestuur afschriften aan de Rijksplanologische Commissie en aan de inspecteur. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid op door Onze Minister te bepalen plaatsen ter inzage. De nederlegging wordt tevoren door de zorg van Onze Minister in de *Staatscourant* en daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Provinciale staten zijn verplicht, bij de herziening van een streekplan dit plan in overeenstemming te brengen met de in het tweede lid bedoelde aanwijzingen. Voor zover deze aanwijzingen betrekking hebben op een gebied waarvoor geen streekplan is vastgesteld, bestaat een overeenkomstige verplichting zodra provinciale staten tot vaststelling van een streekplan overgaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -181,7 +183,7 @@ Het gemeentebestuur betrekt de ingezetenen van de gemeente en in de gemeente een
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
De vaststelling van het structuurplan wordt bekendgemaakt door het besluit tot vaststelling samen met het structuurplan voor een ieder ter inzage te leggen ter gemeentesecretarie. Artikel 8, eerste lid, vijfde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het structuurplan mededeling gedaan aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening.
|
||||
De vaststelling van het structuurplan wordt bekendgemaakt door het besluit tot vaststelling samen met het structuurplan voor een ieder ter inzage te leggen ter gemeentesecretarie. Artikel 8, eerste lid, vijfde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het structuurplan mededeling gedaan aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Bestemmingsplannen
|
||||
|
||||
|
|
@ -256,7 +258,7 @@ Bij een bestemmingsplan kan ten aanzien van bepaalde werken uit te voeren in bep
|
|||
|
||||
**2.** Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald, dat de toepasselijkheid van dit artikel is uitgesloten indien het belang ter bescherming waarvan een bepaalde bestemming in het plan is opgenomen, zich niet verdraagt met een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders zenden van iedere vrijstelling onverwijld afschrift aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening.
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders zenden van iedere vrijstelling onverwijld afschrift aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
**4.** Na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn is degeen aan wie de vrijstelling is verleend of diens rechtsopvolger verplicht de met het bestemmingsplan strijdige situatie te zijner keuze hetzij in de vorige toestand te herstellen, hetzij met het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -288,7 +290,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** De gemeenteraad kan, behoudens het gestelde in het tweede en derde lid, ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Onder een goede ruimtelijke onderbouwing wordt bij voorkeur een gemeentelijk of intergemeentelijk structuurplan verstaan. Indien er geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt er gemotiveerd waarom het te realiseren project past binnen de toekomstige bestemming van het betreffende gebied. De gemeenteraad kan de in de eerste volzin bedoelde vrijstellingsbevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in door gedeputeerde staten, in overeenstemming met de inspecteur van de ruimtelijke ordening, aangegeven categorieën van gevallen. Gedeputeerde staten kunnen daarbij tevens bepalen onder welke omstandigheden vooraf een verklaring van gedeputeerde staten dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben, is vereist. Het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot een goede ruimtelijke onderbouwing is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in door gedeputeerde staten, in overeenstemming met de inspecteur, aangegeven categorieën van gevallen. Gedeputeerde staten kunnen daarbij tevens bepalen onder welke omstandigheden vooraf een verklaring van gedeputeerde staten dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben, is vereist. Het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot een goede ruimtelijke onderbouwing is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders kunnen eveneens vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen. Het derde lid van artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -319,13 +321,13 @@ c. indien geen verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten is vereist, b
|
|||
|
||||
**6.** Indien tot aanvraag van de verklaring van geen bezwaar wordt besloten, wordt deze binnen twee weken nadien met de aanvraag om vrijstelling en de in voorkomend geval ingebrachte zienswijzen aan gedeputeerde staten gezonden.
|
||||
|
||||
**7.** Alvorens het besluit omtrent de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 19, eerste lid, of in voorkomend geval tweede lid, te nemen, horen gedeputeerde staten de inspecteur van de ruimtelijke ordening.
|
||||
**7.** Alvorens het besluit omtrent de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 19, eerste lid, of in voorkomend geval tweede lid, te nemen, horen gedeputeerde staten de inspecteur.
|
||||
|
||||
**8.** Het besluit omtrent de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 19, eerste lid, of in voorkomend geval tweede lid, wordt binnen acht weken na ontvangst van de desbetreffende aanvraag bekendgemaakt. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Gedeputeerde staten kunnen de verklaring weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening. Indien gedeputeerde staten binnen de gestelde termijn geen besluit aan de gemeenteraad, of in voorkomend geval burgemeester en wethouders hebben bekendgemaakt, wordt dit gelijkgesteld met een besluit tot weigering van de verklaring.
|
||||
**8.** Het besluit omtrent de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 19, eerste lid, of in voorkomend geval tweede lid, wordt binnen acht weken na ontvangst van de desbetreffende aanvraag bekendgemaakt. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan aan de inspecteur. Artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Gedeputeerde staten kunnen de verklaring weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening. Indien gedeputeerde staten binnen de gestelde termijn geen besluit aan de gemeenteraad, of in voorkomend geval burgemeester en wethouders hebben bekendgemaakt, wordt dit gelijkgesteld met een besluit tot weigering van de verklaring.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de inspecteur van de ruimtelijke ordening aan gedeputeerde staten te kennen heeft gegeven dat de beoogde vrijstelling in kennelijke strijd is met het nationaal ruimtelijk beleid en gedeputeerde staten niettemin besluiten tot verlening van de verklaring van geen bezwaar, treedt het besluit van gedeputeerde staten niet in werking. Gedeputeerde staten doen hiervan mededeling bij de bekendmaking van hun besluit aan de gemeenteraad of in voorkomend geval burgemeester en wethouders, onder gelijktijdige verzending van een afschrift aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening.
|
||||
**9.** Indien de inspecteur aan gedeputeerde staten te kennen heeft gegeven dat de beoogde vrijstelling in kennelijke strijd is met het nationaal ruimtelijk beleid en gedeputeerde staten niettemin besluiten tot verlening van de verklaring van geen bezwaar, treedt het besluit van gedeputeerde staten niet in werking. Gedeputeerde staten doen hiervan mededeling bij de bekendmaking van hun besluit aan de gemeenteraad of in voorkomend geval burgemeester en wethouders, onder gelijktijdige verzending van een afschrift aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister kan gedurende acht weken na verzending aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening van de mededeling, bedoeld in het negende lid, het besluit van gedeputeerde staten vervangen door een eigen besluit inhoudende weigering van de verklaring. Alvorens te besluiten hoort hij de Rijksplanologische Commissie en gedeputeerde staten. Indien Onze Minister binnen die termijn geen besluit heeft bekendgemaakt dan wel zoveel eerder als hij heeft medegedeeld van vervanging af te zien, treedt het besluit van gedeputeerde staten in werking. Gedeputeerde staten doen daarvan mededeling aan de gemeenteraad of in voorkomend geval burgemeester en wethouders.
|
||||
**10.** Onze Minister kan gedurende acht weken na verzending aan de inspecteur van de mededeling, bedoeld in het negende lid, het besluit van gedeputeerde staten vervangen door een eigen besluit inhoudende weigering van de verklaring. Alvorens te besluiten hoort hij de Rijksplanologische Commissie en gedeputeerde staten. Indien Onze Minister binnen die termijn geen besluit heeft bekendgemaakt dan wel zoveel eerder als hij heeft medegedeeld van vervanging af te zien, treedt het besluit van gedeputeerde staten in werking. Gedeputeerde staten doen daarvan mededeling aan de gemeenteraad of in voorkomend geval burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**11.** De gemeenteraad beslist, of in voorkomend geval burgemeester en wethouders beslissen omtrent het verlenen van vrijstelling binnen twee weken na de inwerkingtreding van het besluit van gedeputeerde staten. Burgemeester en wethouders zenden afschrift van het besluit omtrent vrijstelling aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
|
|
@ -404,7 +406,7 @@ Het bestemmingsplan wordt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier wek
|
|||
|
||||
**4.** Indien het besluit van gedeputeerde staten strekt tot het onthouden van goedkeuring, kunnen daarbij voorschriften als bedoeld in artikel 14 worden gegeven voor zover dat noodzakelijk is om te voorkomen dat een terrein minder geschikt wordt voor de verwerkelijking van een daaraan bij het plan te geven bestemming.
|
||||
|
||||
**5.** Gelijktijdig met de bekendmaking doen gedeputeerde staten mededeling van hun besluit door toezending van een afschrift aan hen die bedenkingen hebben ingebracht krachtens artikel 27, aan de provinciale planologische commissie en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Indien het derde lid dan wel artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden wordt het besluit van gedeputeerde staten vervangen door een schriftelijke mededeling van gedeputeerde staten van dat feit.
|
||||
**5.** Gelijktijdig met de bekendmaking doen gedeputeerde staten mededeling van hun besluit door toezending van een afschrift aan hen die bedenkingen hebben ingebracht krachtens artikel 27, aan de provinciale planologische commissie en aan de inspecteur. Indien het derde lid dan wel artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden wordt het besluit van gedeputeerde staten vervangen door een schriftelijke mededeling van gedeputeerde staten van dat feit.
|
||||
|
||||
**6.** Behoudens indien toepassing kan worden gegeven aan artikel 29, eerste lid, wordt binnen twee weken na de bekendmaking van het besluit omtrent goedkeuring van gedeputeerde staten dit besluit, of zo het derde lid dan wel artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, de schriftelijke mededeling van dat feit, met het bestemmingsplan ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage gelegd voor de duur van zes weken. Artikel 23, eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -414,13 +416,13 @@ Het bestemmingsplan wordt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier wek
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister kan binnen vier weken na de bekendmaking van het besluit omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan aan gedeputeerde staten schriftelijk mededelen dat hij overweegt dat besluit voor zover in kennelijke strijd met het nationaal ruimtelijk beleid te vervangen door een eigen besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover het besluit van gedeputeerde staten strekt tot goedkeuring geeft Onze Minister slechts toepassing aan het eerste lid, indien de inspecteur van de ruimtelijke ordening op de in het eerste lid genoemde grondslag bedenkingen heeft ingebracht bij gedeputeerde staten op grond van artikel 27, eerste of tweede lid.
|
||||
**2.** Voor zover het besluit van gedeputeerde staten strekt tot goedkeuring geeft Onze Minister slechts toepassing aan het eerste lid, indien de inspecteur op de in het eerste lid genoemde grondslag bedenkingen heeft ingebracht bij gedeputeerde staten op grond van artikel 27, eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister geen toepassing geeft aan het eerste lid wordt het besluit van gedeputeerde staten met het bestemmingsplan met ingang van de zesde week na de bekendmaking, bedoeld in artikel 28, vijfde lid, ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage gelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid zenden gedeputeerde staten hem terstond hun besluit onder bijvoeging van de zich onder hen bevindende, op de zaak betrekking hebbende stukken, voor zover dit niet in strijd is met enige wettelijke bepaling tot geheimhouding.
|
||||
|
||||
**5.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid doet Onze Minister daarvan gelijktijdig mededeling door toezending van een afschrift aan de Rijksplanologische Commissie, aan de betrokken gemeente en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid doet Onze Minister daarvan gelijktijdig mededeling door toezending van een afschrift aan de Rijksplanologische Commissie, aan de betrokken gemeente en aan de inspecteur. Artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Binnen twaalf weken na de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling beslist Onze Minister omtrent vervanging van het besluit van gedeputeerde staten. Alvorens te beslissen hoort hij de Rijksplanologische Commissie, gedeputeerde staten en de betrokken gemeenteraad.
|
||||
|
||||
|
|
@ -519,7 +521,7 @@ Indien een samenwerkingsgebied mede betrokken is bij een plan als bedoeld in de
|
|||
|
||||
**1.** Het regionaal structuurplan behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Het plan wordt daartoe zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na de dagtekening van het besluit tot vaststelling, aan gedeputeerde staten verzonden.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens het besluit omtrent goedkeuring te nemen horen gedeputeerde staten de provinciale planologische commissie en voorzover het regionaal structuurplan mede een beschermd stads- of dorpsgezicht omvat, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening, wegens het belang van het aangewezen beschermde stads- of dorpsgezicht of wegens het belang van bescherming van archeologische vindplaatsen. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan door toezending van een afschrift aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening, aan de provinciale planologische commissie en aan genoemde Rijksdienst.
|
||||
**2.** Alvorens het besluit omtrent goedkeuring te nemen horen gedeputeerde staten de provinciale planologische commissie en voorzover het regionaal structuurplan mede een beschermd stads- of dorpsgezicht omvat, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening, wegens het belang van het aangewezen beschermde stads- of dorpsgezicht of wegens het belang van bescherming van archeologische vindplaatsen. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan door toezending van een afschrift aan Onze Minister, aan de provinciale planologische commissie en aan genoemde Rijksdienst.
|
||||
|
||||
### Artikel 36f
|
||||
|
||||
|
|
@ -547,13 +549,13 @@ Bij of krachtens algemeen maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gege
|
|||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid kan Onze Minister na overleg met het algemeen bestuur, gedeputeerde staten en de Rijksplanologische Commissie gehoord, voor zover een juiste uitvoering van het Regeringsbeleid de totstandkoming of herziening van regionale planologische maatregelen vordert, aan het algemeen bestuur aanwijzingen geven omtrent de inhoud van een regionaal structuurplan.
|
||||
|
||||
**3.** Van zijn besluit, bedoeld in het eerste lid en van aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid, zendt Onze Minister behalve aan het algemeen bestuur afschriften aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid op door Onze Minister te bepalen plaatsen ter inzage. De nederlegging wordt tevoren door de zorg van Onze Minister in de *Staatscourant* en daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen bekendgemaakt.
|
||||
**3.** Van zijn besluit, bedoeld in het eerste lid en van aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid, zendt Onze Minister behalve aan het algemeen bestuur afschriften aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid op door Onze Minister te bepalen plaatsen ter inzage. De nederlegging wordt tevoren door de zorg van Onze Minister in de *Staatscourant* en daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten kunnen na overleg met het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam, de provinciale planologische commissie gehoord, dat algemeen bestuur verplichten binnen een door hen te bepalen termijn een regionaal structuurplan vast te stellen of te herzien.
|
||||
|
||||
**5.** Bij toepassing van het vierde lid kunnen gedeputeerde staten na overleg met het algemeen bestuur, de provinciale planologische commissie gehoord, voor zover bovengemeentelijke belangen dat vorderen, aanwijzingen geven omtrent de inhoud van een regionaal structuurplan. Deze aanwijzingen moeten hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of het provinciaal ruimtelijk beleid, voor zover dit is neergelegd in een besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
|
||||
|
||||
**6.** Van hun besluit, bedoeld in het vierde lid, en van aanwijzingen als bedoeld in het vijfde lid, zenden gedeputeerde staten behalve aan het algemeen bestuur, afschriften aan de provinciale planologische commissie en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen als bedoeld in het vijfde lid ter provinciale griffie, op de secretarie van het desbetreffende regionale openbaar lichaam en van de gemeenten op wier grondgebied het betrekking heeft ter inzage. Artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt door gedeputeerde staten tevens in de *Staatscourant* geplaatst.
|
||||
**6.** Van hun besluit, bedoeld in het vierde lid, en van aanwijzingen als bedoeld in het vijfde lid, zenden gedeputeerde staten behalve aan het algemeen bestuur, afschriften aan de provinciale planologische commissie en aan Onze Minister. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen als bedoeld in het vijfde lid ter provinciale griffie, op de secretarie van het desbetreffende regionale openbaar lichaam en van de gemeenten op wier grondgebied het betrekking heeft ter inzage. Artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt door gedeputeerde staten tevens in de *Staatscourant* geplaatst.
|
||||
|
||||
**7.** Het algemeen bestuur is verplicht bij de herziening van het regionaal structuurplan dit plan in overeenstemming te brengen met aanwijzingen als bedoeld in het tweede of vijfde lid. Voor zover die aanwijzingen betrekking hebben op een gebied, waarvoor geen regionaal structuurplan is vastgesteld, bestaat een overeenkomstige verplichting zodra het algemeen bestuur tot vaststelling van een regionaal structuurplan overgaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -598,13 +600,13 @@ Voor zover een gemeente, waarvan grondgebied begrepen is in een regionaal struct
|
|||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid kan Onze Minister na overleg met gedeputeerde staten en de gemeenteraad, de Rijksplanologische Commissie gehoord, voorzover bovengemeentelijke belangen dat vorderen, aanwijzingen geven omtrent de inhoud van een bestemmingsplan. Hij gaat hiertoe niet eerder over dan vier weken nadat hij de Tweede Kamer der Staten-Generaal van zijn voornemen tot het geven van bedoelde aanwijzingen in kennis heeft gesteld. Het voornemen gaat vergezeld van de door gedeputeerde staten en de gemeenteraad gemaakte opmerkingen. Indien en voor zover bedoelde aanwijzingen niet gebaseerd zijn op een planologische kernbeslissing geeft Onze Minister geen uitvoering aan zijn voornemen, dan na uitdrukkelijke instemming daarmee door de Tweede Kamer. Met het voornemen wordt geacht te zijn ingestemd, indien de Tweede Kamer binnen vier weken na de inkennisstelling van het voornemen geen besluit heeft genomen omtrent de behandeling daarvan.
|
||||
|
||||
**3.** Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van besluiten en aanwijzingen van Onze Minister, als bedoeld in het eerste en tweede lid, mededeling gedaan door toezending van een afschrift aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid wordt, tegelijkertijd met de toezending van de afschriften, op door Onze Minister te bepalen plaatsen ter inzage gelegd. Artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt tevens in de *Staatscourant* geplaatst.
|
||||
**3.** Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van besluiten en aanwijzingen van Onze Minister, als bedoeld in het eerste en tweede lid, mededeling gedaan door toezending van een afschrift aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur. Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid wordt, tegelijkertijd met de toezending van de afschriften, op door Onze Minister te bepalen plaatsen ter inzage gelegd. Artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt tevens in de *Staatscourant* geplaatst.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten kunnen na overleg met de gemeenteraad, de provinciale planologische commissie gehoord, de gemeenteraad verplichten een bestemmingsplan vast te stellen of te herzien.
|
||||
|
||||
**5.** Bij toepassing van het vierde lid kunnen gedeputeerde staten na overleg met de gemeenteraad, de provinciale planologische commissie gehoord, voorzover bovengemeentelijke belangen dat vorderen, aanwijzingen geven omtrent de inhoud van een bestemmingsplan. Deze aanwijzingen moeten hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of het provinciaal ruimtelijk beleid, voorzover dit is neergelegd in een besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
|
||||
|
||||
**6.** Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van besluiten en aanwijzingen van gedeputeerde staten, als bedoeld in het vierde en vijfde lid, mededeling gedaan door toezending van een afschrift aan de provinciale planologische commissie en aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Een aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid wordt, tegelijkertijd met de toezending van de afschriften, op het provinciehuis en bij de desbetreffende gemeentesecretarie ter inzage gelegd. Artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt tevens in de *Staatscourant* geplaatst.
|
||||
**6.** Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van besluiten en aanwijzingen van gedeputeerde staten, als bedoeld in het vierde en vijfde lid, mededeling gedaan door toezending van een afschrift aan de provinciale planologische commissie en aan de inspecteur. Een aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid wordt, tegelijkertijd met de toezending van de afschriften, op het provinciehuis en bij de desbetreffende gemeentesecretarie ter inzage gelegd. Artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt tevens in de *Staatscourant* geplaatst.
|
||||
|
||||
**7.** De gemeenteraden zijn verplicht binnen een jaar na dagtekening van een besluit als bedoeld in het eerste of vierde lid, een bestemmingsplan vast te stellen of te herzien en dat in overeenstemming te brengen met aanwijzingen als bedoeld in het tweede of vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -843,7 +845,7 @@ Voor zover het verzoek van Onze Minister geen grondslag vindt in een plan als be
|
|||
|
||||
**4.** Indien burgemeester en wethouders besluiten tot medewerking aan het verzoek, leggen zij binnen twee weken na dagtekening van hun besluit het verzoek tot het verlenen van vrijstelling met de bijbehorende aanvraag gedurende vier weken ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders geven van de nederlegging te voren in de *Staatscourant*, in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente verspreid worden, en voorts op de gebruikelijke wijze kennis. Afschrift van de kennisgeving wordt gezonden aan gedeputeerde staten en de inspecteur van de ruimtelijke ordening. Indien Onze Minister om medewerking heeft verzocht, wordt tevens een afschrift gezonden aan Onze Minister.
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders geven van de nederlegging te voren in de *Staatscourant*, in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente verspreid worden, en voorts op de gebruikelijke wijze kennis. Afschrift van de kennisgeving wordt gezonden aan gedeputeerde staten en de inspecteur. Indien Onze Minister om medewerking heeft verzocht, wordt tevens een afschrift gezonden aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**6.** De kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid voor een ieder om gedurende de termijn van terinzageligging schriftelijk bedenkingen tegen het verlenen van vrijstelling naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
|
|
@ -853,7 +855,7 @@ Voor zover het verzoek van Onze Minister geen grondslag vindt in een plan als be
|
|||
|
||||
**9.** Indien burgemeester en wethouders niet binnen de in het zevende lid genoemde termijn besluiten dan wel bij hun besluit ingevolge het zevende lid geen vrijstelling verlenen, besluiten gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister omtrent het verlenen van de vrijstelling binnen vier weken na afloop van die termijn, dan wel na eerdere kennisgeving van dat besluit. Burgemeester en wethouders dragen onverwijld de desbetreffende stukken over aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister.
|
||||
|
||||
**10.** Tegelijkertijd met de bekendmaking van het besluit op het verzoek om vrijstelling wordt daarvan mededeling gedaan aan degenen die bedenkingen naar voren hebben gebracht, aan gedeputeerde staten en de inspecteur van de ruimtelijke ordening en, indien Onze Minister om medewerking heeft verzocht, tevens aan Onze Minister. Indien gedeputeerde staten of Onze Minister hebben besloten tot verlening van vrijstelling, handelen zij overeenkomstig, met dien verstande dat gedeputeerde staten of Onze Minister tevens mededeling doen van het besluit door toezending van een afschrift aan burgemeester en wethouders alsmede aan provinciale staten onderscheidenlijk de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Afschrift van het besluit ligt zo spoedig mogelijk voor een ieder ter gemeentesecretarie ter inzage. Het vijfde lid, eerste volzin, is van toepassing.
|
||||
**10.** Tegelijkertijd met de bekendmaking van het besluit op het verzoek om vrijstelling wordt daarvan mededeling gedaan aan degenen die bedenkingen naar voren hebben gebracht, aan gedeputeerde staten en de inspecteur en, indien Onze Minister om medewerking heeft verzocht, tevens aan Onze Minister. Indien gedeputeerde staten of Onze Minister hebben besloten tot verlening van vrijstelling, handelen zij overeenkomstig, met dien verstande dat gedeputeerde staten of Onze Minister tevens mededeling doen van het besluit door toezending van een afschrift aan burgemeester en wethouders alsmede aan provinciale staten onderscheidenlijk de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Afschrift van het besluit ligt zo spoedig mogelijk voor een ieder ter gemeentesecretarie ter inzage. Het vijfde lid, eerste volzin, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 40a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1047,9 +1049,9 @@ h. het verlenen van voorschotten en de betaling daarvan.
|
|||
|
||||
**1.** Ten behoeve van overleg over zaken betreffende de ruimtelijke ordening is er een Rijksplanologische Commissie. De commissie heeft voorts tot taak Onze Minister en desgevraagd Onze andere Ministers van advies te dienen over zaken betreffende de ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter van de Commissie wordt door Ons benoemd. Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers benoemen de leden der commissie. Elke Minister kan zoveel leden benoemen als bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald. Het hoofd van de Rijksplanologische Dienst is ambtshalve lid van de commissie.
|
||||
**2.** De voorzitter van de Commissie wordt door Ons benoemd. Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers benoemen de leden der commissie. Elke Minister kan zoveel leden benoemen als bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald.
|
||||
|
||||
**3.** Het secretariaat van de commissie berust bij de Rijksplanologische Dienst.
|
||||
**3.** Onze Minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
|
||||
|
||||
**4.** Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur subcommissies instellen en bepalen, in welke gevallen het advies dier subcommissies in de plaats treedt van dat der Rijksplanologische Commissie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1057,25 +1059,13 @@ h. het verlenen van voorschotten en de betaling daarvan.
|
|||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Er is een Rijksplanologische Dienst, die onder meer tot taak heeft op bij algemene maatregel van bestuur nader aan te geven wijze:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister bij te staan in zijn bij artikel 2 omschreven taak;
|
||||
b. onderzoekingen te verrichten en adviezen te verstrekken ten behoeve van de ruimtelijke ordening;
|
||||
c. werkzaam te zijn ten behoeve van het algemene toezicht op de uitvoering van deze wet en van de krachtens deze wet uitgevaardigde voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Tot de dienst behoren inspecteurs van de ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
**3.** De inrichting van de dienst wordt nader bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders zijn verplicht aan de inspecteur binnen wiens ambtsgebied hun gemeente ligt, alle door hem verlangde inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van deze wet en van verordeningen betreffende de ruimtelijke ordening.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van het overleg over zaken betreffende de ruimtelijke ordening is er in elke provincie een provinciale planologische commissie. Deze commissie dient voorts het provinciaal bestuur van advies over de uitvoering van de taak, die bij of krachtens deze wet aan dat bestuur is opgedragen.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter, de leden en de secretaris der commissie worden door gedeputeerde staten benoemd. De inspecteur van de ruimtelijke ordening, binnen wiens ambtsgebied de provincie ligt, is ambtshalve lid van de commissie.
|
||||
**2.** De voorzitter, de leden en de secretaris der commissie worden door gedeputeerde staten benoemd. De inspecteur is ambtshalve lid van de commissie.
|
||||
|
||||
**3.** Wij geven bij algemene maatregel van bestuur voorschriften omtrent de samenstelling der commissies.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1362,7 +1352,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
De inspecteurs van de ruimtelijke ordening alsmede de door de commissaris van de Koning en de burgemeester aangewezen ambtenaren zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voorzover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
|
||||
De inspecteur alsmede de door de commissaris van de Koning en de burgemeester aangewezen ambtenaren zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voorzover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
|
|
@ -1370,9 +1360,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, mede met betrekking tot de uitvoering van verordeningen betreffende de ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue