2005-06-30 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
d271cf90da
commit
720b7829ca
1 changed files with 16 additions and 33 deletions
|
|
@ -86,8 +86,6 @@ inwonerequivalent: biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal;
|
|||
|
||||
de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit: de richtlijn (EG) nr. 96/62 van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
|
||||
|
||||
de EG-verordening milieubeheer- en milieuauditsysteem: de verordening nr. 761/2001 van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (PbEG L 114);
|
||||
|
||||
waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
|
||||
|
||||
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken;
|
||||
|
|
@ -498,6 +496,14 @@ Gereserveerd.
|
|||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt onder Onze Ministers verstaan: Onze Minister, te zamen met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft, die tot hun verantwoordelijkheid behoren.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2
|
||||
|
||||
**1.** Het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, hierna aan te duiden als RIVM, brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen. Het rapport wordt uitgebracht ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voordat Onze Ministers het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan vaststellen. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen in gevallen waarin de geldingsduur van een nationaal milieubeleidsplan met toepassing van artikel 4.6, tweede lid, wordt verlengd, kan worden afgeweken van de in de eerste volzin gestelde termijn van vier jaar.
|
||||
|
|
@ -2890,28 +2896,11 @@ b. het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Ka
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2
|
||||
|
||||
**1.** Degene die de inrichting drijft, stelt jaarlijks een milieuverslag op, dat op een beknopte en voor een algemeen publiek begrijpelijke wijze is geformuleerd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verslag geeft met betrekking tot het verslagjaar een getrouw beeld van de belasting van het milieu, veroorzaakt door de inrichting, en de zorg voor het milieu, die bij het drijven van die inrichting is betracht. Het verslag bevat daartoe een beschrijving op hoofdlijnen van:
|
||||
|
||||
a. de aard van de inrichting en de activiteiten en processen in de inrichting;
|
||||
b. de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door de inrichting, met inbegrip van een samenvatting van de relevante kwantitatieve gegevens;
|
||||
c. de technische, organisatorische en administratieve maatregelen en voorzieningen die met betrekking tot de inrichting zijn getroffen in het belang van de bescherming van het milieu.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het verslag verschaft met betrekking tot de in het tweede lid genoemde onderwerpen inzicht in:
|
||||
|
||||
a. de kenmerkende veranderingen die zich in het verslagjaar ten opzichte van het daaraan voorafgaande verslagjaar hebben voorgedaan, en
|
||||
b. de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen in het eerstvolgende verslagjaar.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het verslag mede bevat een beschrijving op hoofdlijnen van milieuzorg met betrekking tot producten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.3
|
||||
|
||||
De verplichting tot het opstellen van een milieuverslag ten behoeve van het publiek, als bedoeld in artikel 12.2, geldt niet, indien degene die de inrichting drijft, met betrekking tot die inrichting als organisatie is geregistreerd op grond van artikel 6 van de EG-verordening milieubeheer- en milieuauditsysteem en als zodanig is opgenomen in de lijst van geregistreerde organisaties, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van die verordening.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -2949,21 +2938,17 @@ c. de uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie of de
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor een milieuverslag als bedoeld in artikel 12.4 dat ten behoeve van een bestuursorgaan wordt opgesteld, indien overeenkomstig afdeling 2.2 van de Algemene wet bestuursrecht de Friese taal gebruikt wordt. Indien het milieuverslag in de Friese taal is gesteld, verstrekt degene die de inrichting drijft, daarvan op verzoek een vertaling in de Nederlandse taal.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene die de inrichting drijft, gegevens verstrekt in verband met de verkrijging of de voortzetting van de registratie als organisatie als bedoeld in artikel 12.3 is op die gegevens het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.7
|
||||
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk, maar niet later dan zes maanden na afloop van het verslagjaar geeft degene die de inrichting drijft, desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt hij tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een milieuverslag dat hij ingevolge artikel 12.2 of artikel 12.4 moet opstellen.
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk, maar niet later dan zes maanden na afloop van het verslagjaar geeft degene die de inrichting drijft, desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt hij tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een milieuverslag dat hij ingevolge artikel 12.4 moet opstellen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die de inrichting drijft geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage en de verkrijgbaarheid van het verslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt. In gevallen waarin zowel ten behoeve van het publiek een milieuverslag als bedoeld in artikel 12.2, als ten behoeve van een bestuursorgaan een milieuverslag als bedoeld in artikel 12.4 moet worden opgesteld, geschiedt de kennisgeving met betrekking tot beide verslagen tezamen.
|
||||
**2.** Degene die de inrichting drijft geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage en de verkrijgbaarheid van het verslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene die een inrichting drijft, met betrekking tot die inrichting als organisatie is geregistreerd als bedoeld in artikel 12.3, worden gegevens als bedoeld in artikel 12.6, derde lid, voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met een ten behoeve van het publiek opgesteld milieuverslag als bedoeld in artikel 12.2.
|
||||
|
||||
**4.** Een ieder kan van degene die de inrichting drijft, bij de burgerlijke rechter nakoming vorderen van de in dit artikel omschreven verplichtingen.
|
||||
**3.** Een ieder kan van degene die de inrichting drijft, bij de burgerlijke rechter nakoming vorderen van de in dit artikel omschreven verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.8
|
||||
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk na het opstellen van een milieuverslag ten behoeve van een bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin, maar niet later dan drie maanden na afloop van het verslagjaar, legt degene die de inrichting drijft, twee exemplaren van het door hem over het afgelopen verslagjaar opgestelde milieuverslag over aan dat bestuursorgaan. In gevallen als bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin, legt hij tegelijkertijd tevens twee exemplaren van het verslag over aan het in die volzin bedoelde bestuursorgaan.
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk na het opstellen van een milieuverslag ten behoeve van een bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin, maar niet later dan drie maanden na afloop van het verslagjaar, zendt degene die de inrichting drijft, het milieuverslag elektronisch of indien dat verslag niet elektronisch wordt verzonden, twee exemplaren van het door hem over het afgelopen verslagjaar opgestelde milieuverslag aan dat bestuursorgaan. In gevallen als bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin, zendt hij, indien het milieuverslag niet elektronisch wordt verzonden, tegelijkertijd tevens twee exemplaren van dat verslag aan het in die volzin bedoelde bestuursorgaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin, zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan de inspecteur. Het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin, zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan het rijksinstituut, bedoeld in artikel 32 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5231,7 +5216,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.2, vierde lid, 12.4, 12.5,15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, derde lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5,15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, derde lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5301,9 +5286,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 22.3
|
||||
|
||||
**1.** Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 12.10 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
## Bijlage . bij de Wet milieubeheer
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue