2024-01-01 | BWBR0002629 | Wet op de omzetbelasting 1968

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 609c756d7b
commit 721a534db0

View file

@ -640,7 +640,7 @@ c. handelingen als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdelen i, j en k,
**4.** De aftrek van belasting vindt plaats overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel op het tijdstip waarop de belasting wordt verschuldigd. Indien op het tijdstip waarop de ondernemer goederen en diensten gaat gebruiken, blijkt, dat de belasting ter zake voor een groter of kleiner gedeelte in aftrek is gebracht dan waartoe de ondernemer op grond van het gebruik is gerechtigd, wordt hij de te veel afgetrokken belasting op dat tijdstip verschuldigd. De verschuldigd geworden belasting wordt op de voet van artikel 14 voldaan. De te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven.
**5.** Geen aftrek vindt plaats van belasting welke in rekening is gebracht ter zake van het verstrekken van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden.
**5.** Geen aftrek vindt plaats van belasting welke in rekening is gebracht ter zake van het verstrekken van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden. De vorige zin is niet van toepassing als de belasting in rekening wordt gebracht aan een ondernemer die deze dienst vervolgens onder bezwarende titel verricht aan een ander.
**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de aftrek van belasting, ingeval goederen en diensten door de ondernemer mede worden gebruikt anders dan voor belaste handelingen of anders dan voor de handelingen, bedoeld in het tweede lid. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met wijzigingen in het gebruik van onroerende zaken, bedoeld in het eerste lid, laatste alinea. Voorts kan daarbij worden bepaald dat het afstoten van goederen welke de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt, buiten aanmerking wordt gelaten.
@ -2201,11 +2201,95 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen:
a. nadere regels worden gesteld welke tot vergemakkelijking van de heffing van belasting kunnen leiden;
b. andere in het kader van de wet passende nadere regels worden gesteld ter aanvulling van in de wet geregelde onderwerpen.
## Hoofdstuk VII. Bestuurlijke boete
### Afdeling 6. Algemene verplichtingen voor betalingsdienstaanbieders
### Artikel 39a
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
a. *betalingsdienstaanbieder:* een van de categorieën van betalingsdienstaanbieders als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van Richtlijn 2015/2366/EU, of een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie op grond van artikel 32 van die richtlijn een vrijstelling is verleend;
b. *betalingsdienst:* een bedrijfsactiviteit als bedoeld in bijlage I, in de onderdelen 3 tot en met 6, van de in Richtlijn 2015/2366/EU;
c. *betaling:* behoudens de uitsluitingen in artikel 3 van Richtlijn 2015/2366/EU, een betalingstransactie als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van die richtlijn of een geldtransfer als bedoeld in artikel 4, onderdeel 22 van die richtlijn;
d. *betaler:* een betaler als bedoeld in artikel 4, onderdeel 8, van Richtlijn 2015/2366/EU;
e. *begunstigde:* een begunstigde als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van Richtlijn 2015/2366/EU;
f. *lidstaat van herkomst:* lidstaat van herkomst als bedoeld in artikel 4, onderdeel 1, van Richtlijn 2015/2366/EU;
g. *lidstaat van ontvangst:* lidstaat van ontvangst als bedoeld in artikel 4, onderdeel 2, van Richtlijn 2015/2366/EU;
h. *betaalrekening:* een betaalrekening als bedoeld in artikel 4, onderdeel 12, van Richtlijn 2015/2366/EU;
i. *IBAN:* IBAN als bedoeld in artikel 2, onderdeel 15, van Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad;
j. *BIC:* BIC als bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van Verordening (EU) 260/2012;
k. *Richtlijn 2015/2366/EU:* Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PbEU 2015, L 337);
l. *Verordening (EU) nr. 260/212:*
Verordening (EU) nr. 260/212 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PbEU 2012, L 94);
m. *Verordening (EU) nr. 904/2010:*
Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2010, L 268).
### Artikel 39b
**1.** Betalingsdienstaanbieders houden voldoende nauwkeurige registers van begunstigden en van betalingen betreffende betalingsdiensten die zij voor elk kalenderkwartaal verlenen, teneinde de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in staat te stellen controles uit te oefenen op de leveringen van goederen en diensten die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1a en 1b geacht worden plaats te vinden in een lidstaat, om de doelstelling inzake bestrijding van btw-fraude te behalen.
**2.** De verplichting is alleen van toepassing op betalingsdiensten die verband houden met grensoverschrijdende betalingen. Een betaling wordt als grensoverschrijdende betaling aangemerkt indien de betaler zich in een lidstaat bevindt en de begunstigde in een andere lidstaat, in een derdelandsgebied of in een derde land.
**3.** De verplichting is van toepassing wanneer een betalingsdienstaanbieder in de loop van een kalenderkwartaal betalingsdiensten verleent die betrekking hebben op meer dan 25 grensoverschrijdende betalingen aan dezelfde begunstigde.
**4.** Het aantal grensoverschrijdende betalingen wordt berekend op basis van de door de betalingsdienstaanbieders verleende betalingsdiensten per lidstaat en per identificatiecode als bedoeld in artikel 39c, tweede lid. Indien de betalingsdienstaanbieder over informatie beschikt dat de begunstigde meerdere identificatiecodes heeft, wordt de berekening per begunstigde verricht.
**5.** De verplichting is niet van toepassing op door de betalingsdienstaanbieders van de betaler verleende betalingsdiensten voor elke betaling waarbij ten minste één van de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde in een lidstaat is gevestigd als dat blijkt uit de BIC van die betalingsdienstaanbieder of uit een andere bedrijfsidentificatiecode die de betalingsdienstaanbieder en zijn locatie ondubbelzinnig identificeert. De betalingsdienstaanbieders van de betaler betrekken niettemin deze betalingsdiensten in de berekening, bedoeld in het derde lid.
**6.**
De registers worden:
a. door de betalingsdienstaanbieder in elektronische vorm gehouden voor een periode van drie kalenderjaren vanaf het einde van het kalenderjaar van de betalingsdatum;
b. overeenkomstig artikel 24 ter van Verordening (EU) nr. 904/2010 beschikbaar gesteld aan de lidstaat van herkomst van de betalingsdienstaanbieder, of aan de lidstaat van ontvangst indien de betalingsdienstaanbieder betalingsdiensten verleent in andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst.
**7.** Indien de lidstaat, bedoeld in het zesde lid, Nederland betreft, worden de registers uit eigen beweging door de betalingsdienstaanbieder verstrekt aan de inspecteur.
### Artikel 39c
**1.**
Voor de toepassing van artikel 39b, tweede lid, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1a en 1b, wordt de locatie van de betaler geacht in de lidstaat te zijn die overeenstemt met:
a. het IBAN van de betaalrekening van de betaler of enige andere identificatiecode die de betaler ondubbelzinnig identificeert en de locatie van de betaler opgeeft, of, bij gebreke van een dergelijke identificatiecode;
b. de BIC of een andere bedrijfsidentificatiecode die de namens de betaler handelende betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert en de locatie van de betalingsdienstaanbieder opgeeft.
**2.**
Voor de toepassing van artikel 39b, tweede lid, wordt de locatie van de begunstigde geacht in de lidstaat, in het derdelandsgebied of in het derde land te zijn die overeenstemt met:
a. het IBAN van de betaalrekening van de begunstigde of een andere identificatiecode die de begunstigde ondubbelzinnig identificeert en de locatie van de begunstigde opgeeft, of, bij gebreke van een dergelijke identificatiecode;
b. de BIC of een andere bedrijfsidentificatiecode die de namens de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert en zijn locatie van de betalingsdienstaanbieder opgeeft.
### Artikel 39d
**1.**
De registers bevatten de volgende gegevens:
a. de BIC of enige andere bedrijfsidentificatiecode die de betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert;
b. de naam of bedrijfsnaam van de begunstigde zoals deze wordt vermeld in de registers van de betalingsdienstaanbieder;
c. indien voorhanden, een btw-identificatienummer of een ander nationaal fiscaal nummer van de begunstigde;
d. het IBAN of, indien er geen IBAN voorhanden is, enige andere identificatiecode die de begunstigde ondubbelzinnig identificeert en de locatie van de begunstigde geeft;
e. de BIC of een andere bedrijfsidentificatiecode die de namens de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert en de locatie van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde geeft, indien de begunstigde middelen ontvangt zonder over een betaalrekening te beschikken;
f. indien voorhanden, het adres van de begunstigde zoals het wordt vermeld in de registers van de betalingsdienstaanbieder;
g. de bijzonderheden van eventuele grensoverschrijdende betalingen;
h. de bijzonderheden van alle terugbetalingen waarvan is vastgesteld dat zij verband houden met de grensoverschrijdende betalingen.
**2.**
De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, bevat de volgende bijzonderheden:
a. de datum en het tijdstip van de betaling of de terugbetaling;
b. het bedrag en de valuta van de betaling of de terugbetaling;
c. de lidstaat van oorsprong van de door de begunstigde of in zijn naam ontvangen betaling, de lidstaat van bestemming van de terugbetaling, naargelang het geval, en de informatie die is gebruikt om de oorsprong van de bestemming van de betaling of de terugbetaling overeenkomstig artikel 39c vast te stellen;
d. alle verwijzingen die de betaling ondubbelzinnig identificeren;
e. in voorkomend geval informatie waaruit blijkt dat de betaling in de fysieke locatie van de handelaar is geïnitieerd.
## Hoofdstuk VII. Bestuurlijke boetes
### Artikel 40
**1.** Indien de ondernemer een btw-melding als bedoeld in artikel 28q die hij in Nederland moet doen of de lijst, bedoeld in artikel 37a, niet of niet tijdig heeft ingediend, dan wel een onvolledige of onjuiste btw-melding of lijst heeft ingediend, vormt dat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5.514 kan opleggen.
**1.** Indien de ondernemer een btw-melding als bedoeld in artikel 28q die hij in Nederland moet doen of de lijst, bedoeld in artikel 37a, niet of niet tijdig heeft ingediend, dan wel een onvolledige of onjuiste btw-melding of lijst heeft ingediend, vormt dat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste de derde categorie kan opleggen.
**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt, in afwijking van artikel 5:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de in artikel 28q of artikel 37a, eerste lid, genoemde verplichting is ontstaan.
@ -2213,7 +2297,11 @@ b. andere in het kader van de wet passende nadere regels worden gesteld ter aanv
### Artikel 41
Vervallen
**1.** Indien het aan opzet of grove schuld van de betalingsdienstaanbieder is te wijten dat de verplichtingen, bedoeld in Hoofdstuk VI, Afdeling 6, niet worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan opleggen.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een betalingsdienstaanbieder betaalgegevens aan de Belastingdienst aanlevert die betrekking hebben op minder dan 26 grensoverschrijdende betalingen aan dezelfde begunstigde in de loop van een kalenderkwartaal.
**3.** De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt, in afwijking van artikel 5:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de in Hoofdstuk VI, afdeling 6 genoemde verplichtingen zijn ontstaan.
### Artikel 41a