2005-03-01 | BWBR0007342 | Loodsgeldbesluit 1995
This commit is contained in:
parent
d0351296f4
commit
7225b0ff26
1 changed files with 24 additions and 40 deletions
|
|
@ -38,7 +38,9 @@ van onderdeel A van de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet.
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
De bij ministeriële regeling vast te stellen loodsgeldtarieven worden onderscheiden in een zeeloodsgeldtarief, verder aangeduid als Z-tarief, een binnenloodsgeldtarief, verder aangeduid als B-tarief, een havenloodsgeldtarief, verder aangeduid als H-tarief, en loodsvergoedingen.
|
||||
**1.** De bij ministeriële regeling vast te stellen loodsgeldtarieven worden onderscheiden in een zeeloodsgeldtarief, verder aangeduid als Z-tarief, een binnenloodsgeldtarief, verder aangeduid als B-tarief, en loodsvergoedingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het Z-tarief, het B-tarief en de loodsvergoedingen kunnen per zeehavengebied, aangewezen bij ministeriële regeling, verschillen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -46,11 +48,9 @@ De bij ministeriële regeling vast te stellen loodsgeldtarieven worden ondersche
|
|||
|
||||
**2.** De bepaling van het B-tarief geschiedt mede naar gelang van de tijdens de loodsreis door het desbetreffende zeeschip afgelegde afstand in zeemijlen. Onder een zeemijl wordt verstaan de mijl van 1852 m.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de bepaling van het H-tarief geldt als grondslag de lengte, zoals bepaald in artikel 1, onderdeel *n*, van de Meetbrievenwet 1981 en vermeld in een Internationale Meetbrief (1969) als bedoeld in artikel 1, onderdeel *i*, van die wet. Indien geen meetbrief als bedoeld aanwezig is, geldt als grondslag de lengte over alles volgens Lloyd's Register of Shipping.
|
||||
**3.** Voor de bepaling van het Z- en B-tarief kan mede als grondslag gelden de frequentie waarmee een schip of twee of meer naar type, afmetingen, diepgang, uitrusting en manoeuvreer-eigenschappen in belangrijke mate overeenkomstige schepen die geëxploiteerd worden door eenzelfde natuurlijke of rechtspersoon of samenwerkingsverband een zeehaven of zeehavengebied aandoen. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering hiervan nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de bepaling van het Z-, B- en H-tarief kan mede als grondslag gelden de frequentie waarmee een schip of twee of meer naar type, afmetingen, diepgang, uitrusting en manoeuvreer-eigenschappen in belangrijke mate overeenkomstige schepen die geëxploiteerd worden door eenzelfde natuurlijke of rechtspersoon of samenwerkingsverband een zeehaven of zeehavengebied aandoen. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering hiervan nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de bepaling van de loodsgeldtarieven kunnen ter uitvoering van internationale afspraken en besluiten van volkenrechtelijke organisaties uitsluitend of mede andere dan de in het eerste tot en met vierde lid genoemde grondslagen worden gehanteerd.
|
||||
**4.** Voor de bepaling van de loodsgeldtarieven kunnen ter uitvoering van internationale afspraken en besluiten van volkenrechtelijke organisaties uitsluitend of mede andere dan de in het eerste tot en met derde lid genoemde grondslagen worden gehanteerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -58,16 +58,20 @@ Het Z-tarief wordt geheven:
|
|||
|
||||
a. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen, welke bestemd zijn voor of komen van een zeehaven, van een positie zeewaarts de uiterton tot in die zeehaven of omgekeerd;
|
||||
b. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen, welke bestemd zijn voor of komen van een binnenhaven, voor het gedeelte van een positie zeewaarts de uiterton tot op de scheepvaartweg voor de voorbij te varen zeehaven of omgekeerd.
|
||||
c. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen die de meridiaan 4° 47’ 00” E passeren op het gedeelte van die meridiaan dat in het noorden wordt begrensd door de zuidzijde van Texel en in het zuiden wordt begrensd door het vasteland van Noord-Holland, zeewaarts van die meridiaan;
|
||||
d. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen die de uiterton, bedoeld in bijlage II, onderdeel II, onder 4, passeren, zeewaarts van die uiterton.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het B-tarief wordt geheven voor loodsreizen tussen zee- en binnenhavens dan wel tussen binnenhavens onderling en wordt berekend naar de afstand tussen die havens.
|
||||
**1.** Het B-tarief wordt geheven voor loodsreizen tussen zee- en binnenhavens, dan wel tussen binnenhavens onderling of in binnenhavens, en wordt berekend naar de afgelegde afstand tussen of in die havens.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de meest voorkomende loodsreizen worden deze afstanden bij ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het B-tarief wordt eveneens geheven voor loodsreizen naar, tussen en in binnenhavens die in Noord-Holland zijn gelegen, voor de scheepvaartwegen die niet zeewaarts van het gedeelte van de meridiaan, bedoeld in artikel 4, onderdeel c, zijn gelegen, alsmede voor de scheepvaartwegen die niet zeewaarts van de uiterton, bedoeld in bijlage II, onderdeel II, onder 4, zijn gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Het H-tarief wordt geheven voor loodsreizen in de havenbekkens en samenstellen van havenbekkens van Rotterdam, Vlaardingen en Schiedam, uitmondend in het Calandkanaal, het Beerkanaal, het Hartelkanaal of de Nieuwe Maas. In afwijking van artikel 5, eerste lid, wordt voor deze loodsreizen geen loodsgeld volgens het B-tarief geheven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -93,7 +97,7 @@ De loodsreizen van of naar een zeehaven, dan wel van of naar een binnenhaven, va
|
|||
|
||||
**1.** Indien een kapitein van een zeeschip gelijktijdig gebruik maakt van de diensten van meer dan een loods, zonder dat hij daartoe krachtens een wettelijk voorschrift verplicht is, is evenveel maal loodsgeld verschuldigd als er loodsen aan boord zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een kapitein van een zeeschip gelijktijdig gebruik maakt van de diensten van meer dan een loods, omdat hij daartoe krachtens een wettelijk voorschrift verplicht is, is eenmaal loodsgeld volgens het Z-, B- of H-tarief verschuldigd alsmede, voor zover er kosten als bedoeld in artikel 10 zijn gemaakt, evenzovele vergoedingen daarvoor als er loodsen aan boord zijn.
|
||||
**2.** Indien een kapitein van een zeeschip gelijktijdig gebruik maakt van de diensten van meer dan een loods, omdat hij daartoe krachtens een wettelijk voorschrift verplicht is, is eenmaal loodsgeld volgens het Z- of B-tarief verschuldigd alsmede, voor zover er kosten als bedoeld in artikel 10 zijn gemaakt, evenzovele vergoedingen daarvoor als er loodsen aan boord zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -129,17 +133,17 @@ Indien een kapitein van een zeeschip zeewaarts de uiterton geen gebruik heeft ku
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Indien een zeeschip naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet behoorlijk bestuurbaar is, is anderhalf maal het loodsgeld volgens het Z-, B- of H-tarief verschuldigd.
|
||||
Indien een zeeschip naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet behoorlijk bestuurbaar is, is anderhalf maal het loodsgeld volgens het Z- of B-tarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** In geval van ijsgang is anderhalf maal het loodsgeld volgens het Z-, B- of H-tarief verschuldigd.
|
||||
**1.** In geval van ijsgang is anderhalf maal het loodsgeld volgens het Z- of B-tarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
**2.** Onder ijsgang wordt verstaan zodanig drijfijs of vast ijs, dat daardoor naar het oordeel van de bevoegde autoriteit het bevaren van een of meer van de scheepvaartwegen, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, of 11, onderdeel *b*, van de Scheepvaartverkeerswet, ernstig wordt bemoeilijkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Indien op de binnenwateren, niet zijnde de havenbekkens, bedoeld in artikel 6, en voor zover het een zeegat betreft binnenwaarts de uiterton een zeeschip als gevolg van slecht weer, het krabben van ankers, het breken van ankertuig of soortgelijke niet te voorziene oorzaken, genoodzaakt wordt zijn ligplaats te verlaten en een veiliger ligplaats te gaan innemen, is, indien daarbij van de diensten van een loods is gebruikgemaakt, het loodsgeld volgens het B-tarief verschuldigd naar de tijdens de loodsreis afgelegde afstand in zeemijlen.
|
||||
Indien op de binnenwateren en voor zover het een zeegat betreft binnenwaarts de uiterton een zeeschip als gevolg van slecht weer, het krabben van ankers, het breken van ankertuig of soortgelijke niet te voorziene oorzaken, genoodzaakt wordt zijn ligplaats te verlaten en een veiliger ligplaats te gaan innemen, is, indien daarbij van de diensten van een loods is gebruikgemaakt, het loodsgeld volgens het B-tarief verschuldigd naar de tijdens de loodsreis afgelegde afstand in zeemijlen.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,7 +163,7 @@ Indien op de binnenwateren, niet zijnde de havenbekkens, bedoeld in artikel 6, e
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Indien een kapitein van een zeeschip in een zeehaven dan wel in een binnenhaven, niet zijnde een havenbekken of samenstel van havenbekkens als bedoeld in artikel 6, een andere ligplaats gaat innemen (verhaalreis), is ongeacht de afstand loodsgeld volgens het B-tarief verschuldigd voor een afgelegde afstand van minder dan 8 zeemijlen.
|
||||
Indien een kapitein van een zeeschip in een zeehaven dan wel in een binnenhaven een andere ligplaats gaat innemen (verhaalreis), is ongeacht de afstand loodsgeld volgens het B-tarief verschuldigd voor een afgelegde afstand van minder dan 8 zeemijlen.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,25 +173,13 @@ Indien een kapitein van een zeeschip in een zeehaven dan wel in een binnenhaven,
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het H-tarief wordt verhoogd met 50%, indien:
|
||||
|
||||
a. tijdens het loodsen het tijdelijke oponthoud van een schip dat is vastgemaakt aan boeien, dukdalven, palen of kaden of op stroom is geankerd, omdat de ligplaats nog niet ingenomen kan worden, langer dan een half uur heeft geduurd;
|
||||
b. het schip, na zijn ligplaats te hebben bereikt of op stroom te zijn gebracht, op daartoe gedaan verzoek, door dezelfde loods, zonder dat deze het schip heeft verlaten, naar een andere ligplaats, gelegen binnen een havenbekken als bedoeld in artikel 6 wordt geloodst;
|
||||
c. tijdens het loodsen door de loods hulp wordt verleend bij het stellen van het kompas.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het schip tijdens het loodsen bij wisseling van ligplaats in een havenbekken als bedoeld in artikel 6 over de Nieuwe Maas of de Nieuwe Waterweg wordt verhaald, is naast het van toepassing zijnde B-tarief 50% van het loodsgeld volgens het H-tarief verschuldigd. In dit geval is het eerste lid niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het schip tijdens het loodsen bij wisseling van ligplaats in een havenbekken als bedoeld in artikel 6 slechts over het Calandkanaal, het Beerkanaal of het Hartelkanaal wordt verhaald, is naast het van toepassing zijnde B-tarief slechts eenmaal het loodsgeld volgens het H-tarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
**4.** Een verhoging als bedoeld in het eerste lid wordt slechts eenmaal per loodsreis toegepast.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** De verhogingen van het loodsgeld worden toegepast in de volgorde van de artikelen van dit hoofdstuk, met dien verstande dat elke volgende verhoging wordt berekend over het dan reeds verhoogde bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde in dit hoofdstuk ten aanzien van de verschuldigdheid van het loodsgeld volgens het Z-, B- of H-tarief, laat de eventuele verschuldigdheid van de in het loodsgeld begrepen loodsvergoedingen onverlet.
|
||||
**2.** Het bepaalde in dit hoofdstuk ten aanzien van de verschuldigdheid van het loodsgeld volgens het Z- of B-tarief, laat de eventuele verschuldigdheid van de in het loodsgeld begrepen loodsvergoedingen onverlet.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -216,27 +208,19 @@ Bij deze aanwijzing kan worden bepaald dat twee of meer aangewezen organisaties
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie doet jaarlijks vóór 1 juli, na afloop van het overleg, bedoeld in artikel 28, eerste lid, een voorstel aan Onze Minister voor de herziening van de loodsgeldtarieven. Dit voorstel gaat vergezeld van een verslag van de uitkomsten van het overleg.
|
||||
**1.** De algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie doet jaarlijks vóór 1 juli, na afloop van het overleg, bedoeld in artikel 28, eerste lid, een voorstel aan Onze Minister voor de herziening van de loodsgeldtarieven. Dit voorstel gaat vergezeld van een verslag van de uitkomsten van het overleg. Onze Minister kan, op verzoek van de algemene raad, een andere datum vaststellen.
|
||||
|
||||
**2.** Wijzigingen van de loodsgeldtarieven treden in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgend op dat, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt voor de eerste maal een voorstel gedaan binnen vier maanden na inwerkingtreding van dit besluit. Het tweede lid is niet van toepassing op de wijziging van de loodsgeldtarieven in het jaar volgend op het jaar waarin dit besluit in werking treedt.
|
||||
**2.** Jaarlijkse wijzigingen van de loodsgeldtarieven treden in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgend op dat, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De index, bedoeld in artikel 15*a*, vijfde lid, onderdeel *b*, van de Scheepvaartverkeerswet, wordt bepaald overeenkomstig de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde Consumentenprijsindex Alle huishoudens, afgeleid, en het indexcijfer voor regelingslonen, gebaseerd op de lonen per week en per maand voor volwassenen, inclusief spaarloon, vakantietoeslag en overige uitkeringen, onderscheidenlijk in de verhouding 3 : 2, over de periode van 12 maanden, eindigende op de laatste dag van de maand februari die voorafging aan het overleg, bedoeld in artikel 28, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de wijziging van de loodsgeldtarieven in het jaar volgend op het jaar waarin dit besluit in werking treedt, wordt uitgegaan van de in het eerste lid bedoelde index, met dien verstande dat een afwijkende referentieperiode kan worden gehanteerd.
|
||||
De index, bedoeld in artikel 15*a*, vijfde lid, onderdeel *b*, van de Scheepvaartverkeerswet, wordt bepaald overeenkomstig de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde Consumentenprijsindex Alle huishoudens, afgeleid, en het indexcijfer voor CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen, onderscheidenlijk in de verhouding 3 : 2, over de periode van 12 maanden, eindigende op de laatste dag van de maand februari die voorafging aan het overleg, bedoeld in artikel 28, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. De verdeling van de loodsgeldopbrengsten van de Scheldevaart
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Het gedeelte van de ingevolge het Scheldereglement geheven loodsgelden, dat strekt tot vergoeding van de kosten van individuele dienstverlening, anders dan het loodsen, wordt bepaald op een percentage van de volgende hoogte:
|
||||
|
||||
a. van de vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 1995 ingevolge het Scheldereglement geheven loodsgelden: 7,9%;
|
||||
b. van de in het kalenderjaar 1996 ingevolge het Scheldereglement geheven loodsgelden: 6,4%;
|
||||
c. van de vanaf 1 januari 1997 ingevolge het Scheldereglement geheven loodsgelden: 4,9% .
|
||||
Het gedeelte van de ingevolge het Scheldereglement geheven loodsgelden, dat strekt tot vergoeding van de kosten van individuele dienstverlening, anders dan het loodsen, wordt bepaald op 4,9%.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -260,9 +244,9 @@ Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
|||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Loodsgeldbesluit 1995.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het Loodsgeldbesluit 1995
|
||||
## Bijlage I. als bedoeld in
|
||||
|
||||
## Bijlage II. als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Loodsgeldbesluit 1995
|
||||
## Bijlage II. als bedoeld in
|
||||
|
||||
Voor de hieronder genoemde zeehavens en zeegaten worden de daarachter vermelde punten als uitertonnen aangemerkt:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue