diff --git a/wet/wet-participatiebudget/BWBR0025039/README.md b/wet/wet-participatiebudget/BWBR0025039/README.md index b0ff027f2dd..e549b943566 100644 --- a/wet/wet-participatiebudget/BWBR0025039/README.md +++ b/wet/wet-participatiebudget/BWBR0025039/README.md @@ -29,7 +29,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *Onze Ministers:* Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; - *opleiding educatie:* opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; - *participatievoorziening:* opleiding educatie of re-integratievoorziening; -- *re-integratievoorziening:* voorziening, waaronder begrepen sociale activering als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, juncto tweede lid, van de Wet werk en bijstand; +- *re-integratievoorziening:* een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAZ en artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAW, gericht op arbeidsinschakeling; - *regionaal opleidingencentrum:* een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. ## Hoofdstuk 2. Participatiebudget @@ -54,14 +54,21 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: **2.** In aanvulling op het eerste lid kan het college re-integratievoorzieningen of opleidingen educatie aanbieden aan iedere in Nederland woonachtige vreemdeling van achttien jaar of ouder die krachtens artikel 11, derde lid, van de Wet werk en bijstand met een Nederlander wordt gelijkgesteld. -**3.** In aanvulling op het eerste en tweede lid kan het college re-integratievoorzieningen aanbieden aan personen van 16 of 17 jaar oud voor wie de leerplicht of kwalificatieplicht nog niet is geëindigd en ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject geraden is, voor zover deze re-integratievoorzieningen voorzien in de kosten van ondersteuning die nodig zijn bij een leer-werktraject voor die personen. +**3.** + +In aanvulling op het eerste en tweede lid kan het college re-integratievoorzieningen aanbieden aan: + +a. personen van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, +b. personen van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald, + +ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject geboden is, voor zover deze re-integratievoorzieningen voorzien in de kosten van ondersteuning die nodig zijn bij een leer-werktraject voor die personen. **4.** Voor zover het college: a. een opleiding educatie aanbiedt, is de Wet educatie en beroepsonderwijs van toepassing; -b. een re-integratievoorziening aanbiedt aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, tweede zin, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAW, of artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAZ, is de Wet werk en bijstand, de IOAW, respectievelijk de IOAZ, van toepassing. +b. een re-integratievoorziening aanbiedt, is de Wet werk en bijstand van toepassing, tenzij het betreft een voorziening ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAW respectievelijk van de IOAZ, in welk geval de IOAW respectievelijk de IOAZ van toepassing is. **5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorwaarden worden gesteld waaronder de kosten van opleidingen educatie of re-integratievoorzieningen, niet zijnde uitvoeringskosten, ten laste van de uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kunnen worden gebracht. @@ -75,7 +82,7 @@ b. een re-integratievoorziening aanbiedt aan een persoon als bedoeld in artikel **3.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, niet volledig door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen binnen dertien maanden na het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, wordt de uitkering teruggevorderd. Indien volledige terugvordering naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, stelt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de terugvordering op een lager bedrag vast. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet binnen drie maanden na afloop van de dertien maanden, bedoeld in de eerste zin, mededeling van terugvordering aan het college. -**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de terugvordering, bedoeld in het tweede en derde lid, alsmede over de verdeling van de teruggevorderde gelden. Daarbij kan worden bepaald dat een gedeelte van het niet bestede deel van de uitkering niet wordt teruggevorderd. De tweede zin is niet van toepassing op het deel van de uitkering dat in strijd met artikel 14 niet is besteed bij een regionaal opleidingencentrum. +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de terugvordering, bedoeld in het tweede en derde lid, alsmede over de verdeling van de teruggevorderde gelden. Daarbij kan worden bepaald dat een gedeelte van het niet bestede deel van de uitkering niet wordt teruggevorderd. ### Artikel 5