2016-01-01 | BWBR0033004 | Wet financiering politieke partijen

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent efa80dca4b
commit 729471e717

View file

@ -43,7 +43,7 @@ k. *peildatum:* de eerste dag van het kalenderjaar.
Om een politieke jongerenorganisatie als neveninstelling aan te wijzen is vereist dat:
a. de organisatie een vereniging is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter bevordering van de politieke participatie van jongeren,
b. de vereniging ten minste honderd leden telt die niet jonger zijn dan 14 jaar en niet ouder zijn dan 27 jaar, die per jaar € 5 of meer contributie betalen,
b. de vereniging ten minste honderd leden telt die niet jonger zijn dan 14 jaar en niet ouder zijn dan 27 jaar, die per jaar € 5 of meer contributie betalen,
c. de leden, bedoeld onder b, ten minste tweederde deel van het ledenbestand vormen, en
d. de jongerenorganisatie schriftelijk instemt met de aanwijzing als jongerenorganisatie door de politieke partij.
@ -80,7 +80,7 @@ d. instemming van haar leden heeft om te worden aangemerkt als lid van de politi
### Artikel 7
**1.** Onze Minister verstrekt na een daartoe strekkende aanvraag subsidie aan een politieke partij indien die partij op de peildatum beschikt over 1 000 leden die vergader- en stemrechten hebben in de politieke partij en elk per jaar minimaal € 12 contributie betalen. Het lidmaatschap blijkt uit een uitdrukkelijke wilsverklaring van betrokkene.
**1.** Onze Minister verstrekt na een daartoe strekkende aanvraag subsidie aan een politieke partij indien die partij op de peildatum beschikt over 1 000 leden die vergader- en stemrechten hebben in de politieke partij en elk per jaar minimaal € 12 contributie betalen. Het lidmaatschap blijkt uit een uitdrukkelijke wilsverklaring van betrokkene.
**2.**
@ -104,18 +104,18 @@ i. activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes.
De subsidie bedraagt ten hoogste de som van de volgende bedragen:
a. een basisbedrag van € 173.240,82, per kamerzetel van de politieke partij een bedrag van € 50.247,81 en per lid van de politieke partij een bedrag dat gelijk is aan € 1.896.891,33 gedeeld door het totale aantal leden van de politieke partijen die op de peildatum subsidie ontvangen;
b. indien de politieke partij op de peildatum een politiek-wetenschappelijk instituut heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 2, een basisbedrag van € 121.675,08 en een bedrag van € 12.506,55 per kamerzetel van de politieke partij;
a. een basisbedrag van € 173.240,82, per kamerzetel van de politieke partij een bedrag van € 50.247,81 en per lid van de politieke partij een bedrag dat gelijk is aan € 1.896.891,33 gedeeld door het totale aantal leden van de politieke partijen die op de peildatum subsidie ontvangen;
b. indien de politieke partij op de peildatum een politiek-wetenschappelijk instituut heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 2, een basisbedrag van € 121.675,08 en een bedrag van € 12.506,55 per kamerzetel van de politieke partij;
c. indien de politieke partij op de peildatum een politieke jongerenorganisatie heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 3, een bedrag per kamerzetel van de politieke partij en een bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie, berekend overeenkomstig het tweede lid;
d. indien de politieke partij op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 4, een basisbedrag en een bedrag per kamerzetel van de politieke partij, berekend overeenkomstig het derde lid.
**2.** Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt berekend door € 487.744,42 te delen door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een politieke jongerenorganisatie hebben aangewezen. Het bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie wordt berekend door € 487.744,42 te delen door het totale aantal leden van alle aangewezen politieke jongerenorganisaties.
**2.** Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt berekend door € 487.744,42 te delen door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een politieke jongerenorganisatie hebben aangewezen. Het bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie wordt berekend door € 487.744,42 te delen door het totale aantal leden van alle aangewezen politieke jongerenorganisaties.
**3.** Het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 623.833 te delen door het totale aantal politieke partijen dat op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen. Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 897.711 te delen door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten hebben aangewezen.
**3.** Het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 623.833 te delen door het totale aantal politieke partijen dat op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen. Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 897.711 te delen door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten hebben aangewezen.
**4.** Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt voor de vaststelling van het aantal kamerzetels van een politieke partij, het aantal leden van een politieke partij en het aantal leden van een politieke jongerenorganisatie uitgegaan van de peildatum.
**5.** De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd, overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
**5.** De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd, overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
### Artikel 9
@ -135,13 +135,13 @@ d. indien de politieke partij op de peildatum een instelling voor buitenlandse a
### Artikel 11
**1.** De aanvraag tot verlening van de subsidie en een voorschot op deze subsidie voor een kalenderjaar worden voor 1 november van het voorafgaande jaar bij Onze Minister ingediend.
**1.** De aanvraag tot verlening van de subsidie en een voorschot op deze subsidie voor een kalenderjaar worden voor 1 november van het voorafgaande jaar bij Onze Minister ingediend.
**2.** De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan, een begroting, een raming van de ledentallen van de politieke partij op de peildatum en, indien van toepassing, van de aangewezen politieke jongerenorganisatie.
**3.** Onze Minister verleent na een daartoe strekkende aanvraag een voorschot op de subsidie. Het voorschot bedraagt 80% van de subsidie die aan de politieke partij wordt verleend.
**4.** Onze Minister verleent de subsidie en het voorschot op de subsidie vóór 1 januari van het kalenderjaar.
**4.** Onze Minister verleent de subsidie en het voorschot op de subsidie vóór 1 januari van het kalenderjaar.
**5.** Indien Onze Minister de subsidie of het voorschot niet binnen de termijn, genoemd in het vierde lid, kan verlenen, stelt Onze Minister de politieke partij daarvan schriftelijk in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking alsnog wordt genomen.
@ -151,9 +151,9 @@ d. indien de politieke partij op de peildatum een instelling voor buitenlandse a
### Artikel 12
**1.** De aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor een kalenderjaar wordt vóór 1 juli van het volgende kalenderjaar ingediend bij Onze Minister, tezamen met het financieel verslag, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, onder a, en 26, en het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 26, onder e.
**1.** De aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor een kalenderjaar wordt vóór 1 juli van het volgende kalenderjaar ingediend bij Onze Minister, tezamen met het financieel verslag, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, onder a, en 26, en het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 26, onder e.
**2.** Onze Minister stelt vervolgens de subsidie vast vóór 1 november.
**2.** Onze Minister stelt vervolgens de subsidie vast vóór 1 november.
**3.** Indien Onze Minister de subsidie niet voor de in het tweede lid bepaalde datum kan vaststellen, stelt Onze Minister de politieke partij daarvan schriftelijk in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking alsnog wordt genomen.
@ -233,7 +233,7 @@ c. de datum van de bijdrage.
In afwijking van het eerste lid kan registratie achterwege blijven van:
a. bijdragen van € 1000 of minder;
a. bijdragen van € 1000 of minder;
b. bijdragen van neveninstellingen van de partij.
**3.**
@ -255,7 +255,7 @@ b. de hoogte van de schuld.
### Artikel 23
**1.** Indien een politieke partij een anonieme geldelijke bijdrage van meer dan € 1 000 ontvangt, maakt zij het gedeelte dat het bedrag van € 1 000 te boven gaat, over op de daartoe aangewezen rekening van Onze Minister. Indien een politieke partij een anonieme bijdrage in natura van meer dan € 1 000 ontvangt, dan maakt zij het gedeelte van de tegenwaarde dat het bedrag van € 1 000 te boven gaat over aan Onze Minister, dan wel vernietigt zij de bijdrage.
**1.** Indien een politieke partij een anonieme geldelijke bijdrage van meer dan € 1 000 ontvangt, maakt zij het gedeelte dat het bedrag van € 1 000 te boven gaat, over op de daartoe aangewezen rekening van Onze Minister. Indien een politieke partij een anonieme bijdrage in natura van meer dan € 1 000 ontvangt, dan maakt zij het gedeelte van de tegenwaarde dat het bedrag van € 1 000 te boven gaat over aan Onze Minister, dan wel vernietigt zij de bijdrage.
**2.** Een op grond van het eerste lid overgemaakte geldelijke bijdrage of tegenwaarde van een bijdrage in natura komt toe aan de Staat.
@ -267,11 +267,11 @@ De artikelen 20 tot en met 23 zijn niet van toepassing op afdelingen van een pol
**1.**
Voor 1 juli van elk kalenderjaar zendt een politieke partij aan Onze Minister:
Voor 1 juli van elk kalenderjaar zendt een politieke partij aan Onze Minister:
a. een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar met daarin een weergave van de gegevens, die op grond van artikel 20 in de administratie zijn opgenomen;
b. een overzicht van de bijdragen van in totaal € 4 500 of meer die de partij in dat kalenderjaar van een gever heeft ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, zijn geregistreerd;
c. een overzicht van de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, zijn geregistreerd, en
b. een overzicht van de bijdragen van in totaal € 4 500 of meer die de partij in dat kalenderjaar van een gever heeft ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, zijn geregistreerd;
c. een overzicht van de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, zijn geregistreerd, en
d. de schriftelijke verklaring van de accountant, bedoeld in het derde lid.
**2.** De politieke partij geeft opdracht tot onderzoek van het financieel verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De accountant onderzoekt of het financieel verslag en de overzichten, genoemd in het eerste lid, onder b en c, voldoen aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften.
@ -315,18 +315,18 @@ h. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 25, derde lid, tevens de nalevin
Onverminderd artikel 25 verstrekt een politieke partij die deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal tussen de eenentwintigste en de veertiende dag voor de dag van de stemming voor deze verkiezing aan Onze Minister per kalenderjaar een overzicht van:
a. de bijdragen van in totaal € 4500 of meer die de partij in een kalenderjaar van een gever heeft ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, zijn geregistreerd;
b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, zijn geregistreerd.
a. de bijdragen van in totaal € 4500 of meer die de partij in een kalenderjaar van een gever heeft ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, zijn geregistreerd;
b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, zijn geregistreerd.
**2.** Het overzicht bevat de in het eerste lid bedoelde bijdragen en schulden in de periode die aanvangt op 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van stemming.
**2.** Het overzicht bevat de in het eerste lid bedoelde bijdragen en schulden in de periode die aanvangt op 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van stemming.
**3.** Onze Minister maakt het overzicht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de zevende dag voor de dag van de stemming, openbaar. Onze Minister maakt het overzicht openbaar, in ieder geval door publicatie in de Staatscourant. Van de gegevens over het adres van een natuurlijke persoon, wordt uitsluitend de woonplaats openbaar gemaakt. Op verzoek van een politieke partij blijft in het overzicht, genoemd in het eerste lid, onder a, openbaarmaking van de gegevens over de naam en de woonplaats van de gever, zijnde een natuurlijke persoon, achterwege, indien dit naar het oordeel van Onze Minister gelet op het belang van de veiligheid van die persoon is aangewezen. Artikel 25, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 29
**1.** Indien een kandidaat geplaatst op een kandidatenlijst van een politieke partij die deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van een gever in een kalenderjaar bijdragen heeft ontvangen van in totaal € 4 500 of meer, verstrekt de partij tussen de eenentwintigste en de veertiende dag voor de dag van de stemming voor deze verkiezing aan Onze Minister een overzicht van deze bijdragen, met daarbij de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid. Op bijdragen aan een kandidaat is artikel 23 van overeenkomstige toepassing.
**1.** Indien een kandidaat geplaatst op een kandidatenlijst van een politieke partij die deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van een gever in een kalenderjaar bijdragen heeft ontvangen van in totaal € 4 500 of meer, verstrekt de partij tussen de eenentwintigste en de veertiende dag voor de dag van de stemming voor deze verkiezing aan Onze Minister een overzicht van deze bijdragen, met daarbij de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid. Op bijdragen aan een kandidaat is artikel 23 van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het overzicht bevat de bijdragen die zijn ontvangen in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van stemming.
**2.** Het overzicht bevat de bijdragen die zijn ontvangen in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van stemming.
**3.** Onverminderd artikel 1, onder h en i, wordt voor de toepassing van dit artikel onder bijdrage aan een kandidaat verstaan een bijdrage ten bate van de politieke activiteiten of van de werkzaamheden in het kader van de verkiezingscampagne van de kandidaat.
@ -344,10 +344,10 @@ b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond va
**2.**
Voor 1 juli van elk kalenderjaar zendt een neveninstelling van een politieke partij aan Onze Minister een overzicht van:
Voor 1 juli van elk kalenderjaar zendt een neveninstelling van een politieke partij aan Onze Minister een overzicht van:
a. de bijdragen van in totaal € 4500 of meer die in het voorafgaande kalenderjaar van een gever zijn ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, zijn geregistreerd.
b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, zijn geregistreerd.
a. de bijdragen van in totaal € 4500 of meer die in het voorafgaande kalenderjaar van een gever zijn ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, zijn geregistreerd.
b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, zijn geregistreerd.
**3.** Voor de toepassing van artikel 21, eerste en tweede lid, kan registratie achterwege blijven van bijdragen van de politieke partij.
@ -357,7 +357,7 @@ b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond va
### Artikel 31
**1.** Indien een vereniging waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, terwijl aan die vereniging bij de laatst gehouden verkiezingen geen kamerzetels zijn toegewezen, zijn op deze vereniging in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voor het jaar waarin de kandidaatstelling voor deze verkiezing plaatsvindt en eindigt op de dag van stemming, de artikelen 21, 23 en 28 van overeenkomstige toepassing.
**1.** Indien een vereniging waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, terwijl aan die vereniging bij de laatst gehouden verkiezingen geen kamerzetels zijn toegewezen, zijn op deze vereniging in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voor het jaar waarin de kandidaatstelling voor deze verkiezing plaatsvindt en eindigt op de dag van stemming, de artikelen 21, 23 en 28 van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op bijdragen aan kandidaten geplaatst op de kandidatenlijst van de vereniging is artikel 29 van overeenkomstige toepassing.
@ -365,9 +365,9 @@ b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond va
### Artikel 32
**1.** Indien een kandidaat, die deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal zonder dat boven de kandidatenlijst waarop hij is geplaatst de aanduiding van een politieke partij is geplaatst, van een gever in een kalenderjaar bijdragen heeft ontvangen van in totaal € 4 500 of meer, verstrekt de kandidaat die als eerste op de lijst is geplaatst tussen de eenentwintigste en de veertiende dag voor de dag van de stemming voor deze verkiezing aan Onze Minister een overzicht van deze bijdragen, met daarbij de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid. Op bijdragen aan een kandidaat is artikel 23 van overeenkomstige toepassing.
**1.** Indien een kandidaat, die deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal zonder dat boven de kandidatenlijst waarop hij is geplaatst de aanduiding van een politieke partij is geplaatst, van een gever in een kalenderjaar bijdragen heeft ontvangen van in totaal € 4 500 of meer, verstrekt de kandidaat die als eerste op de lijst is geplaatst tussen de eenentwintigste en de veertiende dag voor de dag van de stemming voor deze verkiezing aan Onze Minister een overzicht van deze bijdragen, met daarbij de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid. Op bijdragen aan een kandidaat is artikel 23 van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het overzicht bevat de bijdragen die zijn ontvangen in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van de stemming.
**2.** Het overzicht bevat de bijdragen die zijn ontvangen in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van de stemming.
**3.** Onverminderd artikel 1, onder h en i, wordt voor de toepassing van dit artikel onder bijdrage aan een kandidaat verstaan een bijdrage ten bate van de politieke activiteiten of van de werkzaamheden in het kader van de verkiezingscampagne van de kandidaat.
@ -427,7 +427,7 @@ c. artikel 37, eerste lid.
**3.** De boete wordt opgelegd aan de politieke partij, de neveninstelling, de vereniging, bedoeld in artikel 31, dan wel aan de kandidaat, bedoeld in artikel 32.
**4.** Bij handelen of nalaten in strijd met één van de artikelleden of onderdelen daarvan, genoemd in het eerste lid, bedraagt de boete ten hoogste € 25 000.
**4.** Bij handelen of nalaten in strijd met één van de artikelleden of onderdelen daarvan, genoemd in het eerste lid, bedraagt de boete ten hoogste € 25 000.
**5.** Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd wegens het handelen of nalaten door verenigingen als bedoeld in artikel 31, indien begaan voor de dag van de registratie van de aanduiding, bedoeld in artikel 31.
@ -451,10 +451,10 @@ Indien Onze Minister bij de uitoefening van zijn taken op grond van deze wet stu
Indien een politieke partij op grond van de artikelen 137c,d, e, f, of g, of artikel 429 quater van het Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot een geldboete, vervalt van rechtswege de aanspraak op subsidie gedurende een periode die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden. Deze periode is:
a. een jaar, bij een geldboete van minder dan € 1125;
b. twee jaar, bij een geldboete van € 1 125 of meer, maar minder dan € 2250;
c. drie jaar, bij een geldboete van € 2 250 of meer, maar minder dan € 3 375, en
d. vier jaar, bij een geldboete van € 3 375 of meer.
a. een jaar, bij een geldboete van minder dan € 1125;
b. twee jaar, bij een geldboete van € 1 125 of meer, maar minder dan € 2250;
c. drie jaar, bij een geldboete van € 2 250 of meer, maar minder dan € 3 375, en
d. vier jaar, bij een geldboete van € 3 375 of meer.
**2.** Indien een politieke partij wegens een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht is veroordeeld, vervalt van rechtswege de aanspraak op subsidie gedurende een periode van vier jaar die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden.
@ -486,11 +486,11 @@ De Wet subsidiëring politieke partijen wordt ingetrokken.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, worden ten behoeve van de kalenderjaren 2011 tot en met 2015, na toepassing van artikel 8, vijfde lid, nader gewijzigd door het resultaat van de berekening:
a. per 1 januari 2011 te verlagen met 1,39%;
b. per 1 januari 2012 te verlagen met 1,5%;
c. per 1 januari 2013 te verlagen met 1,5%;
d. per 1 januari 2014 te verlagen met 1,5%;
e. per 1 januari 2015 te verlagen met 1,5%.
a. per 1 januari 2011 te verlagen met 1,39%;
b. per 1 januari 2012 te verlagen met 1,5%;
c. per 1 januari 2013 te verlagen met 1,5%;
d. per 1 januari 2014 te verlagen met 1,5%;
e. per 1 januari 2015 te verlagen met 1,5%.
### Artikel 44