2018-01-01 | BWBR0003954 | Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 923c38f7f5
commit 72a86cb159

View file

@ -55,15 +55,16 @@ n. persoon:
3°. indien de geldende wetgeving in een staat in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit, of
4°. een andere juridische constructie, ongeacht de aard of vorm ervan, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert die aan een onder deze wet vallende belasting zijn onderworpen;
o. langs elektronische weg: door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking met inbegrip van digitale compressie en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of elektromagnetische middelen;
p. CCN-netwerk: het op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (common communication network CCN) gebaseerde gemeenschappelijk platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.
p. CCN-netwerk: het op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (common communication network CCN) gebaseerde gemeenschappelijk platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen;
q. Richtlijn (EU) 2015/849: Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141).
**2.** Wijzigingen van Richtlijn 2011/16/EU gaan voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
**2.** Wijzigingen van Richtlijn 2011/16/EU of Richtlijn (EU) 2015/849 gaan voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 2a
**1.**
Voor de toepassing van dit artikel en afdeling 4A en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Voor de toepassing van dit artikel, afdeling 4a en de daarop berustende bepalingen en artikel 10g wordt verstaan onder:
a. *rapporterende financiële instelling:* een Nederlandse financiële instelling, niet zijnde een niet-rapporterende financiële instelling;
b. *Nederlandse financiële instelling:*
@ -114,7 +115,7 @@ v. *passieve niet-financiële entiteit (passieve NFE):*
1°. een NFE die niet een actieve NFE is;
2°. een beleggingsentiteit als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel A, onder 6, onderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU die niet een financiële instelling in het land Nederland of in een deelnemend rechtsgebied is;
w. *actieve niet-financiële entiteit (actieve NFE):* een actieve NFE als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel D, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU;
x. *rekeninghouder:* een rekeninghouder als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel E, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;
x. *rekeninghouder:* een rekeninghouder als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel E, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU, met dien verstande dat onder «voor de toepassing van deze richtlijn» in dat onderdeel wordt verstaan: voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen;
y. *financiële activa:* financiële activa als bedoeld in bijlage I, sectie VIII, onderdeel A, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU;
z. *het land Nederland:* Nederland en de BES eilanden, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, onder 4°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
@ -436,7 +437,7 @@ Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in artikel 8 wordt ingesteld, is verpli
### Artikel 10a
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden identificatie- en rapportagevoorschriften voor rapporterende financiële instellingen gegeven met het oog op het door die instellingen verstrekken van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10b tot en met 10f en de identificatie van de te rapporteren rekeningen en te rapporteren personen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften voor rapporterende financiële instellingen gegeven met het oog op het door die instellingen verstrekken van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10b tot en met 10f en de identificatie van de te rapporteren rekeningen en te rapporteren personen en met het oog op de door Onze Minister te verstrekken informatie, bedoeld in de artikelen 10b en 10c, aan rechtsgebieden ten aanzien waarvan het land Nederland een verplichting heeft om die informatie te verstrekken.
### Artikel 10b
@ -490,17 +491,25 @@ In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, is een rapporterende fin
a. de rapporterende financiële instelling krachtens andere wetgeving of uit hoofde van een rechtsinstrument van de Europese Unie dat van kracht is of op 5 januari 2015 van kracht was, verplicht is of was die geboorteplaats te verkrijgen en te rapporteren, en
b. de geboorteplaats beschikbaar is in de elektronisch doorzoekbare gegevens die door de rapporterende financiële instelling worden beheerd.
### Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen
### Artikel 10g
**1.** Onze Minister verkrijgt met het oog op de tenuitvoerlegging en handhaving van de tot uitvoering van Richtlijn 2011/16/EU strekkende bepalingen van deze wet en de daarop berustende bepalingen en teneinde te waarborgen dat de administratieve samenwerking waarin Richtlijn 2011/16/EU voorziet, functioneert, desgevraagd binnen een door hem te stellen termijn en op een door hem te bepalen wijze toegang tot de mechanismen, procedures, documenten en overige inlichtingen, bedoeld in de artikelen 13, 30, 31 en 40 van Richtlijn (EU) 2015/849, voor zover deze artikelen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op verkrijging van toegang met het oog op de tenuitvoerlegging en handhaving van artikel 2a en afdeling 4a en de daarop berustende bepalingen, alsmede met het oog op het nakomen van overeenkomsten met rechtsgebieden op grond waarvan het land Nederland de informatie, bedoeld in de artikelen 10b en 10c, aan die rechtsgebieden zal verstrekken.
### Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening
### Artikel 11
**1.** Indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige, de administratieplichtige of de rapporterende financiële instelling is te wijten dat de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 en afdeling 4A en de op dat artikel en die afdeling berustende bepalingen, niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist zijn of worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan Onze Minister hem, onderscheidenlijk haar, een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan opleggen.
**1.** Indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige, de administratieplichtige, de rapporterende financiële instelling of degene die de toegang, bedoeld in artikel 10g, moet verlenen, is te wijten dat de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 en afdeling 4a en de op dat artikel en die afdeling berustende bepalingen en artikel 10g, niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist zijn of worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan Onze Minister hem, onderscheidenlijk haar, een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan opleggen.
**2.** Hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bestuurlijke boete die op grond van het eerste lid wordt opgelegd.
**3.** In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.
**4.** Hoofdstuk IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van het in artikel 69 van die wet genoemde vereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 8 en 10 en afdeling 4A en de op die artikelen en die afdeling berustende bepalingen.
**4.** Hoofdstuk IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van het in artikel 69 van die wet genoemde vereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 8, 10 en 10g en afdeling 4a en de op die artikelen en die afdeling berustende bepalingen.
### Artikel 12
@ -632,9 +641,7 @@ Ingeval een richtlijn of een andere regeling van internationaal of interregionaa
### Artikel 26
**1.** De ontvangst van spontaan verkregen inlichtingen wordt door Onze Minister onmiddellijk, doch in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst aan de bevoegde autoriteit van de verstrekkende lidstaat bevestigd.
**2.** De ontvangst van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings of voorafgaande verrekenprijsafspraken als bedoeld in Richtlijn 2011/16/EU wordt door Onze Minister onmiddellijk, doch in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, aan de bevoegde autoriteit van de verstrekkende lidstaat bevestigd indien deze bevoegde autoriteit heeft aangegeven dat deze inlichtingen naar alle waarschijnlijkheid van belang zullen zijn voor Nederland.
De ontvangst van spontaan verkregen inlichtingen wordt door Onze Minister onmiddellijk, doch in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst aan de bevoegde autoriteit van de verstrekkende lidstaat bevestigd.
### Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand
@ -655,7 +662,7 @@ b. aanwezig kunnen zijn bij een administratief onderzoek dat wordt uitgevoerd op
### Artikel 28
Op inlichtingen die door Onze Minister in het kader van wederzijdse bijstand van een bevoegde autoriteit van een andere staat zijn verkregen, alsmede op inlichtingen die op grond van de artikelen 8, 10b en 10c zijn verkregen, is de verplichting tot geheimhouding, bedoeld in artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van overeenkomstige toepassing.
Op inlichtingen die door Onze Minister in het kader van wederzijdse bijstand van een bevoegde autoriteit van een andere staat zijn verkregen, alsmede op inlichtingen die op grond van de artikelen 8, 10b, 10c en 10g zijn verkregen, is de verplichting tot geheimhouding, bedoeld in artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 29