From 72dd47e021edb73ff3d30d5e67b34c8a5d2b1c4e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jul 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-07-01 | BWBR0026710 | Invoeringswet Waterwet --- .../BWBR0026710/README.md | 32 +++++++++---------- 1 file changed, 16 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/wet/invoeringswet-waterwet/BWBR0026710/README.md b/wet/invoeringswet-waterwet/BWBR0026710/README.md index ca589aad6f9..4b625da71e0 100644 --- a/wet/invoeringswet-waterwet/BWBR0026710/README.md +++ b/wet/invoeringswet-waterwet/BWBR0026710/README.md @@ -109,7 +109,7 @@ Wijzigt de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. Ingetrokken worden: a. de Grondwaterwet, -b. de wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen; +b. de wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen; c. de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; d. de Wet verontreiniging zeewater; e. de Wet op de waterhuishouding en @@ -135,29 +135,29 @@ De leidraden die zijn tot stand gebracht ingevolge artikel 5 van de Wet op de wa ### Artikel 2.5 -De door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ingevolge artikel 10, derde lid, van de Wet op de waterkering kosteloos verkrijgbaar gestelde kaart wordt voor de periode die loopt tot en met 31 december van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarin artikel 2.7, tweede lid, van de Waterwet in werking treedt, gelijkgesteld met de peilkaart, bedoeld in laatstgenoemd artikel. +De door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ingevolge artikel 10, derde lid, van de Wet op de waterkering kosteloos verkrijgbaar gestelde kaart wordt voor de periode die loopt tot en met 31 december van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarin artikel 2.7, tweede lid, van de Waterwet in werking treedt, gelijkgesteld met de peilkaart, bedoeld in laatstgenoemd artikel. ### Artikel 2.6 -**1.** De eerste rapportage van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 2.12, derde lid, van de Waterwet, wordt uitgebracht voor 16 januari 2011, met uitzondering van de rapportage over de verslagen van beheerders ingevolge artikel 2.12, tweede lid, van die wet, welke wordt uitgebracht voor 16 januari 2017. +**1.** De eerste rapportage van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 2.12, derde lid, van de Waterwet, wordt uitgebracht voor 16 januari 2011, met uitzondering van de rapportage over de verslagen van beheerders ingevolge artikel 2.12, tweede lid, van die wet, welke wordt uitgebracht voor 16 januari 2017. -**2.** De eerste rapportage van de minister, bedoeld in artikel 2.12, derde lid, van de Waterwet, wordt uitgebracht voor 16 januari 2012. +**2.** De eerste rapportage van de minister, bedoeld in artikel 2.12, derde lid, van de Waterwet, wordt uitgebracht voor 16 januari 2012. ### Artikel 2.7 -De eerste toezending van een verslag als bedoeld in artikel 2.13 van de Waterwet vindt plaats voor 16 januari 2018. +De eerste toezending van een verslag als bedoeld in artikel 2.13 van de Waterwet vindt plaats voor 16 januari 2018. #### Paragraaf 2.2.3. Overgangsbepalingen ### Artikel 2.8 -**1.** De aanwijzingen van beheerders ingevolge artikel 3.2 van de Waterwet kunnen, voor zover die betrekking hebben op de vaarweg- of havenfunctie van onderdelen van watersystemen, uiterlijk drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel worden vastgesteld. +**1.** De aanwijzingen van beheerders ingevolge artikel 3.2 van de Waterwet kunnen, voor zover die betrekking hebben op de vaarweg- of havenfunctie van onderdelen van watersystemen, uiterlijk zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel worden vastgesteld. **2.** Tot het tijdstip van van kracht worden van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid blijft de zorg voor de vaarweg- of havenfunctie berusten bij het overheidslichaam dat onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.2 van de Waterwet die zorg behartigde met betrekking tot de desbetreffende vaarweg of haven. ### Artikel 2.9 -De ingevolge artikel 15, tweede lid, van de Wet op de waterkering vastgestelde alarmeringspeilen worden voor de periode die loopt tot en met 31 december van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarin artikel 3.3, tweede lid, van de Waterwet in werking treedt, gelijkgesteld met de alarmeringspeilen, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, van de Waterwet. +De ingevolge artikel 15, tweede lid, van de Wet op de waterkering vastgestelde alarmeringspeilen worden voor de periode die loopt tot en met 31 december van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarin artikel 3.3, tweede lid, van de Waterwet in werking treedt, gelijkgesteld met de alarmeringspeilen, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, van de Waterwet. ### Artikel 2.10 @@ -173,13 +173,13 @@ Besluiten als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet op de waterkering die ### Artikel 2.12 -**1.** Een nota waterhuishouding, provinciaal plan voor de waterhuishouding of beheerplan voor de rijkswateren dan wel voor andere wateren dan rijkswateren, die of dat is vastgesteld overeenkomstig de Wet op de waterhuishouding en betrekking heeft op de planperiode die aanvangt op 22 december 2009, wordt gelijkgesteld met het nationaal waterplan, onderscheidenlijk het regionaal waterplan van de betrokken provincie of het beheerplan van de betrokken beheerder, een en ander als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Waterwet. +**1.** Een nota waterhuishouding, provinciaal plan voor de waterhuishouding of beheerplan voor de rijkswateren dan wel voor andere wateren dan rijkswateren, die of dat is vastgesteld overeenkomstig de Wet op de waterhuishouding en betrekking heeft op de planperiode die aanvangt op 22 december 2009, wordt gelijkgesteld met het nationaal waterplan, onderscheidenlijk het regionaal waterplan van de betrokken provincie of het beheerplan van de betrokken beheerder, een en ander als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Waterwet. **2.** Indien onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Waterwet met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht een nota of plan als bedoeld in het eerste lid in voorbereiding is, blijft de Wet op de waterhuishouding van toepassing op de verdere voorbereiding, vaststelling en goedkeuring daarvan. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de aldus tot stand gebrachte nota en het aldus tot stand gebrachte plan. ### Artikel 2.13 -De eerste herziening van de plannen, bedoeld in artikel 4.8 van de Waterwet, wordt voltooid voor 22 december 2015. +De eerste herziening van de plannen, bedoeld in artikel 4.8 van de Waterwet, wordt voltooid voor 22 december 2015. #### Paragraaf 2.2.5. Overgangsbepalingen @@ -221,7 +221,7 @@ blijft de Waterschapswet van toepassing op die goedkeuring, onderscheidenlijk de **2.** Artikel 5.4 van de Waterwet is niet van toepassing op de aanleg, versterking of verlegging van een primaire waterkering ten aanzien waarvan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel toepassing is gegeven aan afdeling 3.5 dan wel artikel 3.33, eerste lid, of artikel 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. -**3.** Het eerste lid en artikel 5.4 van de Waterwet zijn niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in artikel XII van de Wet van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet op de waterkering en intrekking van de Deltawet grote rivieren, de Deltawet, de Deltaschadewet, de Wet schade oesterkwekers, de Vergunningwet Westerschelde, de Zuiderzeewet en de Zuiderzeesteunwet (Stb. 275), die zijn goedgekeurd door gedeputeerde staten vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.4 van de Waterwet. +**3.** Het eerste lid en artikel 5.4 van de Waterwet zijn niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in artikel XII van de Wet van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet op de waterkering en intrekking van de Deltawet grote rivieren, de Deltawet, de Deltaschadewet, de Wet schade oesterkwekers, de Vergunningwet Westerschelde, de Zuiderzeewet en de Zuiderzeesteunwet (Stb. 275), die zijn goedgekeurd door gedeputeerde staten vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.4 van de Waterwet. ### Artikel 2.17 @@ -239,7 +239,7 @@ blijft de Waterschapswet van toepassing op die goedkeuring, onderscheidenlijk de ### Artikel 2.18 -**1.** Een gedoogplicht die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 5.21 en 5.22 van de Waterwet voor een rechthebbende ten aanzien van gronden of wateren van kracht is ingevolge artikel 31 of 32 van de Grondwaterwet wordt gelijkgesteld met een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.21, onderscheidenlijk 5.22 van de Waterwet. +**1.** Een gedoogplicht die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 5.21 en 5.22 van de Waterwet voor een rechthebbende ten aanzien van gronden of wateren van kracht is ingevolge artikel 31 of 32 van de Grondwaterwet wordt gelijkgesteld met een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.21, onderscheidenlijk 5.22 van de Waterwet. **2.** Een gedoogplicht die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.24 van de Waterwet voor een rechthebbende ten aanzien van gronden of wateren van kracht is ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 12 of 12a van de Waterstaatswet 1900 wordt gelijkgesteld met een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.24 van de Waterwet. @@ -271,7 +271,7 @@ Een opdracht krachtens artikel 74, eerste lid, of 75 van de Waterstaatswet 1900 ### Artikel 2.24 -Een concessie voor een handeling als bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van kracht is overeenkomstig artikel 1 van de Wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen, wordt gelijkgesteld met een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleende watervergunning als bedoeld in de Waterwet voor de desbetreffende handeling voor zover deze krachtens artikel 6.5, onderdeel c, van die wet wordt vereist. +Een concessie voor een handeling als bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel van kracht is overeenkomstig artikel 1 van de Wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen, wordt gelijkgesteld met een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleende watervergunning als bedoeld in de Waterwet voor de desbetreffende handeling voor zover deze krachtens artikel 6.5, onderdeel c, van die wet wordt vereist. ### Artikel 2.25 @@ -331,17 +331,17 @@ Een vergunning of ontheffing voor een handeling in een watersysteem of een besch **1.** -Het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van paragraaf 6.2 van de Waterwet blijft van toepassing ten aanzien van de voorbereiding en vaststelling van een besluit op een voor die inwerkingtreding gedane aanvraag om een vergunning, ontheffing of concessie als bedoeld in: +Het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van paragraaf 6.2 van de Waterwet blijft van toepassing ten aanzien van de voorbereiding en vaststelling van een besluit op een voor die inwerkingtreding gedane aanvraag om een vergunning, ontheffing of concessie als bedoeld in: a. artikel 14 van de Grondwaterwet, b. artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, -c. artikel 1 van de wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen, +c. artikel 1 van de wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen, d. artikel 1, eerste, tweede of derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, e. artikel 3 van de Wet verontreiniging zeewater, f. artikel 24 van de Wet op de waterhuishouding, of g. een verordening van een waterschap als bedoeld in artikel 6.13 van de Waterwet, alsmede op de beslissing op een bezwaar of beroep, ingediend onderscheidenlijk ingesteld tegen een zodanig besluit. -**2.** Een vergunning, ontheffing of concessie die overeenkomstig het eerste lid wordt verleend wordt, zodra deze onherroepelijk is geworden, gelijkgesteld met een door het betrokken bestuursorgaan verleende watervergunning voor de desbetreffende handeling, voor zover na de inwerkingtreding van paragraaf 6.2 van de Waterwet nog steeds een vergunning of ontheffing voor die handeling wordt vereist. +**2.** Een vergunning, ontheffing of concessie die overeenkomstig het eerste lid wordt verleend wordt, zodra deze onherroepelijk is geworden, gelijkgesteld met een door het betrokken bestuursorgaan verleende watervergunning voor de desbetreffende handeling, voor zover na de inwerkingtreding van paragraaf 6.2 van de Waterwet nog steeds een vergunning of ontheffing voor die handeling wordt vereist. ### Artikel 2.30 @@ -371,7 +371,7 @@ Het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk VI van de Grondwaterwet, zoals dat luidd **1.** De artikelen 7.14 tot en met 7.17 van de Waterwet zijn niet van toepassing indien de schade is veroorzaakt door een uitoefening van een taak of bevoegdheid die plaatsvond voor het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen. -**2.** De artikelen 12b of 78 van de Waterstaatswet 1900, 9 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, 40 en 41 van de Wet op de waterhuishouding dan wel 41 en 42 van de Grondwaterwet, zoals die luidden onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van de Waterwet, blijven van toepassing met betrekking tot een schade als bedoeld in het eerste lid, voor zover onderscheidenlijk onder die bepalingen vallend. +**2.** De artikelen 12b of 78 van de Waterstaatswet 1900, 9 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, 40 en 41 van de Wet op de waterhuishouding dan wel 41 en 42 van de Grondwaterwet, zoals die luidden onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van de Waterwet, blijven van toepassing met betrekking tot een schade als bedoeld in het eerste lid, voor zover onderscheidenlijk onder die bepalingen vallend. ### Artikel 2.35