2009-10-01 | BWBR0004593 | Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.

This commit is contained in:
Coornhert 2009-10-01 12:00:00 +00:00
parent 4abd8a0263
commit 72f85ff5f5

View file

@ -20,13 +20,13 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
«de wet»: de Wet op het voortgezet onderwijs;
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en wat het landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en wat het landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht;
bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, indien het een school voor voortgezet onderwijs betreft, en het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w.1 en w.2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, indien het een instelling voor educatie en beroepsonderwijs betreft;
bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, indien het een school voor voortgezet onderwijs betreft, en het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, onder 1 en 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, indien het een instelling voor educatie en beroepsonderwijs betreft;
kandidaat: ieder die door het bevoegd gezag tot het eindexamen of deeleindexamen wordt toegelaten;
@ -84,11 +84,11 @@ eindexamen v.m.b.o.: een eindexamen dat leidt tot een diploma v.m.b.o. voor zove
deeleindexamen: een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;
staatsexamencommissie: een commissie als bedoeld in artikel 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
herkansing: het opnieuw deelnemen aan een toets van het centraal examen of het schoolexamen;
examenstof: de aan de kandidaat te stellen eisen.
examenstof: de aan de kandidaat te stellen eisen;
College voor examens: College voor examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens.
**2.** Waar in dit besluit wordt gesproken van «directeur» en van «directeur en de secretaris», wordt daaronder wat instellingen voor educatie en beroepsonderwijs betreft verstaan, de examencommissie v.a.v.o., tenzij anders blijkt.
@ -106,6 +106,8 @@ examenstof: de aan de kandidaat te stellen eisen.
**6.** In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid is een toelatingsbedrag niet verschuldigd door kandidaten die zijn ingeschreven bij een andere uit de openbare kas bekostigde school, - al dan niet in de zin van dit besluit -, afdeling of onderwijsinstelling en die aldaar geen eindexamen dan wel deeleindexamen afleggen.
**7.** Het in het vijfde lid bedoelde bedrag kan bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
### Artikel 3
**1.** De directeur en de examinatoren van een school voor voortgezet onderwijs nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen af, onverminderd artikel 37.
@ -141,7 +143,7 @@ Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een
**4.** De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken.
**5.** In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen drie dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de directeur en aan de inspectie.
**5.** In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen vijf dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de directeur en aan de inspectie.
### Artikel 6
@ -193,13 +195,13 @@ f. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is
### Artikel 10
**1.** Onverminderd artikel 9 kan de staatsexamencommissie op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ontheffing verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door de staatsexamencommissie wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien de staatsexamencommissie dit nodig oordeelt, onderzoekt zij of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.
**1.** Onverminderd artikel 9 kan het College voor examens op verzoek van de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ontheffing verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door het College voor examens wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het College voor examens dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.
**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken
**3.** Tot de in het eerste lid bedoelde diploma's, getuigschriften en andere bewijsstukken behoren in elk geval die betreffende het Internationaal Baccalaureaat, het Europees Baccalaureaat en die betreffende het overeenkomstige onderwijs in een lid-staat van de Europese Unie.
**4.** Indien de staatsexamencommissie de gevraagde ontheffing verleent, verstrekt zij de verzoeker een bewijs van ontheffing, en zendt zij aan de inspectie alsmede de Informatie Beheer Groep een afschrift daarvan.
**4.** Indien het College voor examens de gevraagde ontheffing verleent, verstrekt het college de verzoeker een bewijs van ontheffing, en zendt het college aan de inspectie alsmede de Informatie Beheer Groep een afschrift daarvan.
**5.** Het bewijs van ontheffing vermeldt de gronden van de ontheffing, het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de ontheffing berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken.
@ -207,7 +209,7 @@ f. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is
### Artikel 10a
Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingediend bij de staatsexamencommissie, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift of andere bewijsstuk waarop het verzoek om ontheffing berust.
Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 10 wordt schriftelijk ingediend bij het College voor examens, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift of andere bewijsstuk waarop het verzoek om ontheffing berust.
### Artikel 11
@ -534,11 +536,13 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel
**2.** Het eerste en tweede tijdvak worden afgenomen in het laatste leerjaar.
**3.** Het derde tijdvak wordt aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door de staatsexamencommissie.
**3.** Het derde tijdvak wordt aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door het College voor examens.
**4.** Onze Minister kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak eveneens wordt afgenomen door de staatsexamencommissie.
**4.** Het College voor examens kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak wordt afgenomen door het College voor examens.
**5.** Bij toepassing van het derde of vierde lid, leveren de kandidaten de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. De voorzitter van de staatsexamencommissie bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin, alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin, aan de kandidaten worden teruggegeven.
**5.** Bij toepassing van het derde of vierde lid, leveren de kandidaten de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor examens bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin, alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin, aan de kandidaten worden teruggegeven.
**6.** Het College voor examens kan bepalen dat een toets wordt afgenomen op een tijdstip dat is gelegen voor de aanvang van het eerste tijdvak.
### Artikel 37a
@ -548,7 +552,7 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel
**3.** Artikel 49, negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het derde tijdvak aansluitend aan het voorlaatste leerjaar afgenomen door de staatsexamencommissie.
**4.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het derde tijdvak aansluitend aan het voorlaatste leerjaar afgenomen door het College voor examens.
### Artikel 38
@ -562,33 +566,15 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel
### Artikel 39
**1.**
Onze Minister stelt een centrale examencommissie vaststelling opgaven in. Deze commissie heeft als taak:
a. het vaststellen van de dagen en uren waarop de centrale examens in de verschillende tijdvakken aanvangen en waarop de toetsen van het centraal examen worden gehouden;
b. het tot stand brengen van de opgaven van de centrale examens;
c. het vaststellen van de opgaven van de centrale examens;
c1. het vaststellen van het aantal en de tijdsduur van de toetsen van het centraal examen;
c2. het vaststellen van de wijze waarop de centrale examens worden afgenomen;
d. het tot stand brengen van de beoordelingsnormen voor de centrale examens;
e. het vaststellen van de beoordelingsnormen voor de centrale examens;
f. het geven van regels voor het bepalen van een score, voortvloeiend uit de beoordeling;
g. het geven van regels voor de omzetting van de scores in cijfers voor de centrale examens;
h. het geven van regels met betrekking tot de hulpmiddelen die gebruikt mogen worden bij het maken van de opgaven van de centrale examens;
i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
**2.** De commissie, bedoeld in het eerste lid, kan bepalen dat een toets wordt afgenomen op een tijdstip dat is gelegen voor de aanvang van het eerste tijdvak.
**3.** Onze Minister geeft regels voor de vergoeding van de kosten en voor de beloning van de leden van de centrale examencommissie vaststelling opgaven.
Vervallen
### Artikel 40
**1.** De Informatie Beheer Groep zorgt ervoor dat de opgaven, de beoordelingsnormen en de door de commissie gegeven regels, bedoeld in artikel 39 met uitzondering van de in het eerste lid, onder *g* en *h*, bedoelde regels, tijdig worden gedrukt en verzonden aan de directeur van de school.
**1.** De Informatie Beheer Groep zorgt ervoor dat de opgaven, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet College voor examens tijdig worden gedrukt en verzonden aan de directeur van de school.
**2.** De directeur zorgt ervoor, dat de opgaven voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd. De commissie, bedoeld in artikel 39, kan opgaven aanwijzen waarop de eerste volzin niet van toepassing is.
**2.** De directeur zorgt ervoor, dat de opgaven voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd. Het College voor examens kan opgaven aanwijzen waarop de eerste volzin niet van toepassing is.
**3.** Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook, aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededeling van door de commissie, bedoeld in artikel 39, vastgestelde errata.
**3.** Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook, aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededeling van door het College voor examens vastgestelde errata.
**4.** De directeur draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend.
@ -602,31 +588,31 @@ i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
### Artikel 41
**1.** De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel f. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur.
**1.** De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor examens toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor examens. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur.
**2.** De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de betrokken gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid toekomen.
**3.** De gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid, beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen en de in artikel 39, eerste lid, onderdeel f, bedoelde regels voor het bepalen van de score toe. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vijfde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.
**3.** De gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid, beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor examens. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vijfde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid.
### Artikel 41a
**1.** De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het praktisch gedeelte van het centraal examen van een eindexamen v.m.b.o., de examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de praktijkopgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast, volgens daartoe door de in artikel 39 bedoelde commissie gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel f. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.
**1.** De directeur draagt er zorg voor dat bij het maken van het praktisch gedeelte van het centraal examen van een eindexamen v.m.b.o., de examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de praktijkopgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast, volgens daartoe door het College voor examens gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor examens. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor examens. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.
**2.** Voor het praktisch gedeelte van het centraal examen v.m.b.o. vindt de beoordeling tevens plaats door een tweede examinator. De tweede examinator kan een deskundige als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet of een andere examinator van de school zijn. De tweede examinator beoordeelt het resultaat van de praktijkopgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid. Artikel 41, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor het praktisch gedeelte van het centraal examen v.m.b.o. vindt de beoordeling tevens plaats door een tweede examinator. De tweede examinator kan een deskundige als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet of een andere examinator van de school zijn. De tweede examinator beoordeelt het resultaat van de praktijkopgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid. Artikel 41, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 42
**1.** De examinator en de gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid, stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een derde onafhankelijke gecommitteerde aanwijzen. De beoordeling van de derde gecommitteerde komt in de plaats van de eerdere beoordelingen.
**2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel g.
**2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens.
### Artikel 43
**1.** Indien het centraal examen naar het oordeel van de inspectie niet op regelmatige wijze heeft plaatsgehad kan zij besluiten dat het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw wordt afgenomen.
**2.** De inspectie verzoekt de commissie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, nieuwe opgaven vast te stellen en bepaalt op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen.
**2.** De inspectie verzoekt het College voor examens nieuwe opgaven vast te stellen en bepaalt op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen.
### Artikel 44
@ -636,11 +622,11 @@ Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakk
**1.** Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de directeur, is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen voor ten hoogste twee toetsen per dag alsnog te voltooien.
**2.** Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van de staatsexamencommissie zijn eindexamen te voltooien.
**2.** Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van het College voor examens zijn eindexamen te voltooien.
**3.** De kandidaat meldt zich zo spoedig mogelijk door tussenkomst van de directeur aan bij de voorzitter van de desbetreffende staatsexamencommissie. In dat geval deelt de directeur aan de commissie mede, wanneer dat zich voordoet, dat ten behoeve van de kandidaat toepassing is gegeven aan artikel 55, eerste, tweede dan wel derde lid, en waaruit deze toepassing bestaat.
**3.** De kandidaat meldt zich zo spoedig mogelijk door tussenkomst van de directeur aan bij het College voor examens. In dat geval deelt de directeur aan het College voor examens mede, wanneer dat zich voordoet, dat ten behoeve van de kandidaat toepassing is gegeven aan artikel 55, eerste, tweede dan wel derde lid, en waaruit deze toepassing bestaat.
**4.** Na afloop van het derde tijdvak deelt de staatsexamencommissie het resultaat mede aan de directeur.
**4.** Na afloop van het derde tijdvak deelt het College voor examens het resultaat mede aan de directeur.
### Artikel 46
@ -758,7 +744,7 @@ f. volgens welke differentiatie, bedoeld in artikel 7, derde lid, is geëxaminee
g. de eindcijfers voor de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 49, vierde lid, en
h. de uitslag van het eindexamen.
**2.** De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van de staatsexamencommissie, een diploma uit, waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het dipoma v.m.b.o. is in elk geval de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken.
**2.** De directeur reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van het College voor examens, een diploma uit, waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het dipoma v.m.b.o. is in elk geval de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken.
**3.** Indien een kandidaat in meer vakken examen heeft afgelegd dan in de vakken die ten minste samen een eindexamen vormen, worden de vakken die niet bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken, op de cijferlijst vermeld, tenzij de kandidaat daartegen bedenkingen heeft geuit.
@ -882,7 +868,7 @@ f. de uitslag van het eindexamen.
**3.** De directeur draagt er zorg voor dat een volledig stel van de bij de centrale examens gebruikte opgaven gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard blijft in het archief van de school.
**4.** Een kandidaat die voor een vak ten overstaan van de staatsexamencommissie centraal examen aflegt met geheime opgaven, kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij de voorzitter van die commissie.
**4.** Een kandidaat die voor een vak ten overstaan van het College voor examens centraal examen aflegt met geheime opgaven, kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij het College voor examens.
### Artikel 58