2018-05-23 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000
This commit is contained in:
parent
c8f257421d
commit
72feb8a399
1 changed files with 61 additions and 28 deletions
|
|
@ -29,9 +29,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- luchtvaartuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Luchtvaartwet;
|
||||
- mijnbouwinstallatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet;
|
||||
- richtlijn langdurig ingezetenen: richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16), zoals gewijzigd door richtlijn 2011/51/EU van het Europees Parlement en de Raad teneinde haar werkingssfeer uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten (PbEU 2011, L 132);
|
||||
- richtlijn 2005/71/EG: richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek (PbEU L 289);
|
||||
- richtlijn 2009/50/EG: Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (PbEU L 155);
|
||||
- richtlijn 2014/66/EU: richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157);
|
||||
- *richtlijn (EU) 2016/801:* richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (herschikking) (PbEU 2016, L 132);
|
||||
- Schengeninformatiesysteem: het in artikel 1, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengensysteem van de tweede generatie (SIS II) bedoelde informatiesysteem (PbEU 2006, L 381);
|
||||
- Schengen Uitvoeringsovereenkomst: de op 19 juni 1990 te Schengen tot stand gekomen Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de bondsrepubliek Duitsland en de Franse republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145), alsmede de daarop gebaseerde Protocollen;
|
||||
- Schengengebied: het grondgebied van de staten waarop de Schengengrenscode en de Schengen Uitvoeringsovereenkomst van toepassing zijn;
|
||||
|
|
@ -111,16 +111,16 @@ c. de vreemdeling feitelijk tewerkstelt.
|
|||
|
||||
### Artikel 1.11
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG, kan als referent optreden de krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderzoeksinstelling, waarmee de vreemdeling een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 2005/71/EG heeft gesloten, die, voor zover op grond van de Handelsregisterwet 2007 vereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, en die:
|
||||
Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor het verrichten van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, kan als referent optreden de krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderzoeksinstelling, waarmee de vreemdeling een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801 heeft gesloten, die, voor zover op grond van de Handelsregisterwet 2007 vereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, en die:
|
||||
|
||||
a. een publieke onderzoeksinstelling is als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder b, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en die functieprofielen zoals opgenomen in het universitaire systeem van functieordenen onder de functiefamilie «onderzoek en onderwijs» hanteert voor onderzoekers in loondienst;
|
||||
b. een publieke onderzoeksinstelling is, die is opgenomen in de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
c. een particuliere onderzoeksinstelling is, die is opgenomen in het National Academic Research and Collaborations Information System;
|
||||
d. een particuliere onderzoeksinstelling is, waaraan met betrekking tot het lopende of het vorige kalenderjaar een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel q, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen is afgegeven.
|
||||
d. een particuliere onderzoeksinstelling is, waaraan met betrekking tot het lopende of het vorige kalenderjaar een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen is afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor lerend werken, kan als referent optreden de werkgever, die, voor zover op grond van de Handelsregisterwet 2007 vereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, en met wie de vreemdeling een leer-werkovereenkomst heeft gesloten.
|
||||
Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor lerend werken, kan als referent optreden de werkgever, die, voor zover op grond van de Handelsregisterwet 2007 vereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, en met wie de vreemdeling een leer-werkovereenkomst heeft gesloten of een stageovereenkomst met de elementen, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, onder i tot en met v, van richtlijn (EU) 2016/801.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -293,8 +293,9 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze
|
|||
|
||||
De toegang wordt evenmin geweigerd, indien de vreemdeling uit een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie naar Nederland terugkeert als:
|
||||
|
||||
a. houder of voormalig houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart of verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming»;
|
||||
b. gezinslid van een vreemdeling als bedoeld in onderdeel a, voor zover dat gezinslid houder is of is geweest van een door Onze Minister afgegeven verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van die vreemdeling.
|
||||
a. houder of voormalig houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart of verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», of onder de beperking «onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801;
|
||||
b. gezinslid van een vreemdeling als bedoeld in onderdeel a, voor zover dat gezinslid houder is of is geweest van een door Onze Minister afgegeven verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van die vreemdeling;
|
||||
c. houder of voormalig houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «studie».
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1b
|
||||
|
||||
|
|
@ -591,6 +592,17 @@ g. voor andere vreemdelingen: acht dagen.
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid verstrijkt de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, in geval van verlenging wegens bijzondere omstandigheden, niet later dan op de achtste dag nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling het voornemen heeft langer dan 180 dagen in Nederland te verblijven.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bedraagt 180 dagen binnen een periode van 360 dagen voor de categorie van:
|
||||
|
||||
a. onderzoekers die houder zijn van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 die een deel van het onderzoek in Nederland uitvoeren aan een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderzoeksinstelling;
|
||||
b. de hen vergezellende familieleden die houder zijn van een door die andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning voor verblijf als partner of minderjarig kind bij die onderzoeker.
|
||||
|
||||
**5.** De termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bedraagt 360 dagen voor de categorie van studenten die houder zijn van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor studenten die onder een uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen of onder een overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor hoger onderwijs vallen, die een deel van de studie in Nederland volgen aan een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderwijsinstelling.
|
||||
|
||||
**6.** De in het vierde en vijfde lid bedoelde termijn verstrijkt onmiddellijk indien Onze Minister bewijs of ernstige en objectieve redenen heeft om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen dan die bedoeld in het vierde en vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Verlening onder beperking en voorschriften
|
||||
|
|
@ -612,7 +624,7 @@ f. seizoenarbeid;
|
|||
g. overplaatsing binnen een onderneming;
|
||||
h. arbeid in loondienst;
|
||||
i. grensoverschrijdende dienstverlening;
|
||||
j. wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG;
|
||||
j. onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801;
|
||||
k. lerend werken;
|
||||
l. arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel;
|
||||
m. studie;
|
||||
|
|
@ -1055,7 +1067,7 @@ f. geen gevaar voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 of
|
|||
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de vreemdeling, die:
|
||||
|
||||
a. een aanvraag tot het verlenen van verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, dan wel houder is van een zodanige verblijfsvergunning;
|
||||
b. een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG, waarop nog niet onherroepelijk is beslist;
|
||||
b. een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 heeft ingediend, waarop nog niet onherroepelijk is beslist;
|
||||
c. gemeenschapsonderdaan of langdurig ingezetene is;
|
||||
d. in Nederland verblijft op grond van een verdrag dat de toegang en het tijdelijk verblijf van bepaalde categorieën natuurlijke personen in verband met handel en investeringen gemakkelijker maken;
|
||||
e. in Nederland verblijft als seizoensarbeider of als vreemdeling die onder Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PbEU 1997, L 18) valt en in Nederland ter beschikking is gesteld.
|
||||
|
|
@ -1148,7 +1160,7 @@ De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt niet verleend onder een
|
|||
|
||||
### Artikel 3.33
|
||||
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt onder een beperking verband houdend met wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG verleend aan de vreemdeling, die op grond van een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 2005/71/EG onderzoek in de zin van die richtlijn verricht of gaat verrichten aan een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderzoeksinstelling in de zin van die richtlijn.
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 verleend aan de onderzoeker in de zin van artikel 3, onder 2, van die richtlijn, die op grond van een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 10 van die richtlijn met de bij ministeriële regeling genoemde gegevens, onderzoek in de zin van die richtlijn verricht of gaat verrichten aan een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderzoeksinstelling in de zin van die richtlijn.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1158,10 +1170,15 @@ a. de vreemdeling beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf di
|
|||
b. de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld;
|
||||
c. de vreemdeling bereid is een onderzoek naar of behandeling voor tuberculose te ondergaan en daaraan mee te werken of de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen;
|
||||
d. de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 of de nationale veiligheid;
|
||||
e. de onderzoeksinstelling krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend en ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd.
|
||||
e. de onderzoeksinstelling krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend en ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd;
|
||||
f. van de te vervullen arbeidsplaats de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden ten minste liggen op het niveau dat wettelijk is vereist en in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is;
|
||||
g. de vreemdeling duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a;
|
||||
h. Onze Minister geen bewijs of ernstige en objectieve redenen heeft om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen dan onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de onderzoeksinstelling niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de onderzoeksinstelling niet als referent aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvraag wordt afgewezen indien gelijktijdig de aanmelding, bedoeld in artikel 4.47, is gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.34
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1187,7 +1204,9 @@ Vervallen
|
|||
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met lerend werken worden verleend aan de vreemdeling:
|
||||
|
||||
a. die in Nederland relevante werkervaring verwerft of wil verwerven in het kader van diens arbeid of studie buiten Nederland;
|
||||
b. bij wie geen afwijzingsgrond van toepassing is uit artikel 16 van de Wet en artikel 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen.
|
||||
b. bij wie geen afwijzingsgrond van toepassing is uit artikel 16 van de Wet en artikel 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen;
|
||||
c. bij wie Onze Minister geen bewijs of ernstige en objectieve redenen heeft om vast te stellen dat het verblijf andere doelen dient of zou dienen dan lerend werken, en
|
||||
d. die voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde nadere voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.40
|
||||
|
||||
|
|
@ -1210,7 +1229,7 @@ a. voltijdshoger of wetenschappelijk onderwijs volgt of gaat volgen dat is geacc
|
|||
b. voltijds voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs volgt of gaat volgen, waarvoor Nederland naar het oordeel van Onze Minister het meest aangewezen land is en waarmee de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het land van herkomst, of
|
||||
c. een bij regeling van Onze Minister na overleg met Onze Minister die het aangaat aangewezen opleiding of studie volgt;
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de hogeronderwijsinstelling niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend, indien de student, bedoeld in artikel 2, onder b, van richtlijn 2004/114/EG, voldoet aan alle in de artikelen 6 en 7 van die richtlijn genoemde voorwaarden.
|
||||
**2.** De verblijfsvergunning wordt slechts verleend indien Onze Minister geen bewijs of ernstige en objectieve redenen heeft om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen dan studie in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat het geen voltijds onderwijs betreft, indien de vreemdeling een langdurig ingezetene is en hoger onderwijs of beroepsonderwijs volgt of wil volgen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1225,7 +1244,7 @@ Vervallen
|
|||
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan worden verleend onder een beperking verband houdend met het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst aan een vreemdeling die in de drie jaar direct voorafgaand aan de aanvraag:
|
||||
|
||||
a. aan een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs met goed gevolg een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding heeft afgerond;
|
||||
b. wetenschappelijk onderzoek heeft verricht op basis van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG of onder de beperking arbeid als kennismigrant;
|
||||
b. wetenschappelijk onderzoek heeft verricht op basis van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 of onder de beperking arbeid als kennismigrant;
|
||||
c. in Nederland een postdoctorale opleiding van ten minste twaalf maanden heeft afgerond;
|
||||
d. een opleiding heeft afgerond in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid of een opleiding die wordt verzorgd in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of een Erasmus Mundus Masters Course heeft afgerond;
|
||||
e. aan een bij ministeriële regeling aangewezen buitenlandse onderwijsinstelling een masteropleiding of een postdoctorale opleiding van ten minste twaalf maanden heeft afgerond of is gepromoveerd en:
|
||||
|
|
@ -1260,6 +1279,8 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
|
|||
a. de uitwisselingsprogramma’s, bedoeld in het eerste lid, onder a;
|
||||
b. de verlening van de verblijfsvergunning ter uitvoering van internationale verplichtingen.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de gronden, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, indien de vreemdeling Europees Vrijwilligerswerk gaat verrichten op grond van de overeenkomst als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a, van richtlijn (EU) 2016/801. De verblijfsvergunning wordt slechts verleend indien Onze Minister geen bewijs of ernstige en objectieve redenen heeft om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen dan Europees Vrijwilligerswerk.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.44
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1440,7 +1461,7 @@ Een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor een verblijfsdoel als b
|
|||
| | | – drie jaar indien met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen, of |
|
||||
| | | – vijf jaar, indien de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt of een verdrag daartoe verplicht |
|
||||
| i. «Grensoverschrijdende dienstverlening» | De duur van de werkzaamheden als vermeld in de krachtens artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen door de dienstverrichter verstrekte verklaring, met een maximum van twee jaar | Niet verlengbaar na twee jaar |
|
||||
| j. «Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar |
|
||||
| j. «Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar |
|
||||
| k. «Lerend werken» | Ten hoogste één jaar | Niet verlengbaar na één jaar |
|
||||
| l. «Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel» | De duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar |
|
||||
| m. «Studie» | De duur van de studie met inbegrip van de voorbereiding daarop en de afronding daarvan, maar niet langer dan vijf jaar | Telkens met ten hoogste vijf jaar |
|
||||
|
|
@ -1545,7 +1566,7 @@ e. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80
|
|||
f. die in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met grensoverschrijdende dienstverlening;
|
||||
g. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank Den Haag een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is;
|
||||
h. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant of arbeid als zelfstandige;
|
||||
i. die houder is van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van richtlijn 2005/71/EG afgegeven door een andere staat die Partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is van die houder, tenzij sprake is van gezinsvorming;
|
||||
i. die houder is van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 afgegeven door een andere staat die Partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is van die houder, tenzij sprake is van gezinsvorming;
|
||||
j. die verblijf beoogt voor medische behandeling en die ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder j, van de Wet heeft gehad;
|
||||
k. die minderjarig is, schoolgaand is en drie jaar ononderbroken hoofdverblijf in Nederland heeft en een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging bij een Nederlander of een hoofdpersoon met rechtmatig verblijf, als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, van de Wet;
|
||||
l. van wie uitzetting in strijd met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zou zijn;
|
||||
|
|
@ -1585,8 +1606,9 @@ De in artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet bedoelde middelen van bestaan
|
|||
|
||||
a. wettelijk toegestane arbeid in loondienst, voorzover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen;
|
||||
b. wettelijk toegestane arbeid als zelfstandige, voorzover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen;
|
||||
c. inkomensvervangende uitkeringen krachtens een sociale verzekeringswet waarvoor premies zijn afgedragen, of
|
||||
d. eigen vermogen, voorzover de bron van de inkomsten niet wordt aangetast en de vereiste belastingen zijn afgedragen.
|
||||
c. inkomensvervangende uitkeringen krachtens een sociale verzekeringswet waarvoor premies zijn afgedragen;
|
||||
d. eigen vermogen, voorzover de bron van de inkomsten niet wordt aangetast en de vereiste belastingen zijn afgedragen, of
|
||||
e. in geval van verblijf voor onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, studie, lerend werken of uitwisseling in het kader van Europees vrijwilligerswerk: financiële ondersteuning van de referent, een subsidie, een beurs of een toelage.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1674,7 +1696,7 @@ Buiten de gevallen, bedoeld in artikel 3.77, kan de aanvraag tot het verlenen va
|
|||
|
||||
### Artikel 3.79a
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart of wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart of onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet wordt afgewezen om de reden dat ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder k, van de Wet, is overgelegd. Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanwijzing als referent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1858,7 +1880,7 @@ De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
|
|||
a. niet meer studeert aan een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderwijsinstelling, of
|
||||
b. niet overeenkomstig bij ministeriële regeling vastgestelde normen voldoende studievoortgang boekt.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij de erkenning als referent van de onderwijsinstelling is ingetrokken om reden dat deze geen geaccrediteerd onderwijs in de zin van hoofdstuk 5A van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek meer aanbiedt, is het eerste lid, onder a, niet van toepassing, indien de vreemdeling als student in de zin van artikel 2 van richtlijn 2004/114/EG op grond van die richtlijn is toegelaten.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wet wordt geen verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland aangenomen als een onderzoeker of student tijdelijk verblijft in een andere lidstaat van de Europese Unie in het kader van mobiliteit in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 en de gastovereenkomst dan wel de inschrijving als student geldig blijft.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid, onder a, en het tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1879,7 +1901,7 @@ b. arbeid verricht ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening en aanspraak heeft o
|
|||
|
||||
### Artikel 3.89a
|
||||
|
||||
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met uitwisseling, studie, het verrichten van arbeid als kennismigrant of wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG, wordt, indien de erkenning van de referent is geschorst of ingetrokken, niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, van de Wet afgewezen, dan nadat de vreemdeling die te goeder trouw is gedurende een termijn van drie maanden in de gelegenheid is geweest om alsnog aan de beperking te voldoen.
|
||||
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met uitwisseling, studie, het verrichten van arbeid als kennismigrant of onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, wordt, indien de erkenning van de referent is geschorst of ingetrokken, niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, van de Wet afgewezen, dan nadat de vreemdeling die te goeder trouw is gedurende een termijn van drie maanden in de gelegenheid is geweest om alsnog aan de beperking te voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.89b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1899,7 +1921,7 @@ c. een uitkering krachtens de Participatiewet heeft aangevraagd.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.89c
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet wordt afgewezen om de reden dat ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder k, van de Wet, is overgelegd. Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanwijzing als referent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1923,7 +1945,7 @@ Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunnin
|
|||
|
||||
### Artikel 3.91a
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met uitwisseling, studie, het verrichten van arbeid als kennismigrant of wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG, wordt, indien de erkenning van de referent is geschorst of ingetrokken, niet op grond van artikel 19 van de Wet, in samenhang met artikel 18, eerste lid, onder f, van de Wet, ingetrokken, dan nadat de vreemdeling die te goeder trouw is gedurende drie maanden in de gelegenheid is geweest om alsnog aan de beperking te voldoen.
|
||||
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met uitwisseling, studie, het verrichten van arbeid als kennismigrant of onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, wordt, indien de erkenning van de referent is geschorst of ingetrokken, niet op grond van artikel 19 van de Wet, in samenhang met artikel 18, eerste lid, onder f, van de Wet, ingetrokken, dan nadat de vreemdeling die te goeder trouw is gedurende drie maanden in de gelegenheid is geweest om alsnog aan de beperking te voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.91b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1934,7 +1956,7 @@ Onverminderd artikel 3.91a kan de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tij
|
|||
a. niet meer studeert aan een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderwijsinstelling, of
|
||||
b. niet overeenkomstig bij ministeriële regeling vastgestelde normen voldoende studievoortgang boekt.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij de erkenning van de onderwijsinstelling is ingetrokken om reden dat deze geen geaccrediteerd onderwijs meer aanbiedt, is het eerste lid, onder a, niet van toepassing, indien de vreemdeling als student in de zin van artikel 2 van richtlijn 2004/114/EG voldoet aan de in die richtlijn opgenomen voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 19 in samenhang met artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wet wordt geen verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland aangenomen als een onderzoeker of student tijdelijk verblijft in een andere lidstaat van de Europese Unie in het kader van mobiliteit in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 en de gastovereenkomst dan wel de inschrijving als student geldig blijft.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid, onder a, en het tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1944,7 +1966,7 @@ De Europese blauwe kaart kan worden ingetrokken op de in artikel 3.89b, eerste l
|
|||
|
||||
### Artikel 3.91d
|
||||
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG wordt niet ingetrokken op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet ingetrokken op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet wordt ingetrokken om de reden dat ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder h, van de Wet, is overgelegd. Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanwijzing als referent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2122,7 +2144,7 @@ c. de maatregelen die in geval van onregelmatigheden of ordeverstoring kunnen wo
|
|||
|
||||
### Artikel 3.99
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend door de vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn erkende referent, indien de vreemdeling in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling of studie, dan wel voor het verrichten van arbeid als kennismigrant of wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG.
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend door de vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn erkende referent, indien de vreemdeling in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling of studie, dan wel voor het verrichten van arbeid als kennismigrant of onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2238,6 +2260,8 @@ De aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanv
|
|||
|
||||
**5.** Indien Onze Minister een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» verleent aan een vreemdeling in het kader van langetermijnmobiliteit in de zin van artikel 22 van richtlijn 2014/66/EU, doet hij daarvan mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat die als eerste een verblijfsvergunning heeft afgegeven voor de binnen een onderneming overgeplaatste persoon.
|
||||
|
||||
**6.** Indien Onze Minister een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 verleent in het kader van langetermijnmobiliteit in de zin van artikel 29 van richtlijn (EU) 2016/801, doet hij daarvan mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat die als eerste een verblijfsvergunning heeft afgegeven voor de vreemdeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.103aa
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of afwijzing van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan van een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, met de aantekening dat die staat de vreemdeling internationale bescherming heeft verleend, verzoekt Onze Minister die staat te bevestigen of de vreemdeling aldaar nog steeds internationale bescherming geniet. In het bevestigend geval zet Onze Minister de vreemdeling uit naar die staat, onverminderd het toepasselijke Unierecht en het beginsel van de eenheid van het gezin.
|
||||
|
|
@ -2253,6 +2277,8 @@ b. is voldaan aan artikel 3.105c, tweede lid, onder a of b.
|
|||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» en de vreemdeling in een tweede lidstaat verblijfsrecht geniet in het kader van mobiliteit in de zin van artikel 21 of 22 van richtlijn 2014/66/EU, doet Onze Minister van die intrekking onmiddellijk mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat van het tweede verblijf.
|
||||
|
||||
**5.** Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 of studie, doet Onze Minister in voorkomende gevallen van die intrekking onmiddellijk mededeling bij de bevoegde instanties van de lidstaat waar de vreemdeling verblijfsrecht geniet in het kader van mobiliteit in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.103b
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister een inreisverbod uitvaardigt, registreert Onze Minister dit inreisverbod in het Schengen Informatiesysteem.
|
||||
|
|
@ -3444,8 +3470,9 @@ Werkgevers, van wie bij Onze Minister bekend is dat zij een vreemdeling in diens
|
|||
Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die:
|
||||
|
||||
a. houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf afgegeven voor een verblijfsdoel waarbij het verrichten van arbeid is toegestaan;
|
||||
b. kan aantonen dat hij naar Nederland is gekomen voor het verrichten van arbeid gedurende ten hoogste 90 dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van zijn binnenkomst, of
|
||||
c. naar Nederland is gekomen om aan te monsteren of als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip.
|
||||
b. kan aantonen dat hij naar Nederland is gekomen voor het verrichten van arbeid gedurende ten hoogste 90 dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van zijn binnenkomst;
|
||||
c. naar Nederland is gekomen om aan te monsteren of als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, of
|
||||
d. naar Nederland is gekomen voor een verblijf op grond van artikel 3.3, vierde of vijfde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de arbeid geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of het verlenen van seksuele diensten aan derden, tenzij de vreemdeling gemeenschapsonderdaan is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3512,6 +3539,12 @@ b. het zich laten fotograferen en het laten afnemen van vingerafdrukken.
|
|||
|
||||
**3.** Indien de vreemdeling jonger is dan twaalf jaar, doet degene bij wie de vreemdeling woont of verblijft de melding.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid kan de aanmelding door een onderzoeker of student die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste 180 binnen 360 dagen onderscheidenlijk ten hoogste 360 dagen op grond van artikel 3.3, vierde of vijfde lid, namens de vreemdeling geschieden door de erkende referent waar hij het deel van zijn onderzoek of studie gaat verrichten. In dat geval kan de aanmelding in afwijking van het eerste lid geschieden zodra de erkende referent het voornemen tot een dergelijk verblijf kent.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het al dan niet in persoon verstrekken van gegevens of bescheiden bij de aanmelding.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen gevallen worden aangewezen waarin de aanmelding schriftelijk kan geschieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.48
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -3855,7 +3888,7 @@ e. de vreemdeling in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning als bedoel
|
|||
f. de vreemdeling Nederlander wordt of krachtens enige wet als Nederlander moet worden behandeld;
|
||||
g. de vreemdeling is overleden.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid, onder b, worden de kosten van uitzetting niet verhaald op de referent of de gewezen referent van een vreemdeling, met wie die referent of gewezen referent een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 2005/71/EG heeft gesloten, voor zover die kosten zijn gemaakt zes maanden of langer, nadat die gastovereenkomst is beëindigd.
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid, onder b, worden de kosten van uitzetting niet verhaald op de referent of de gewezen referent van een vreemdeling, met wie die referent of gewezen referent een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801 of een leer-werkovereenkomst of stageovereenkomst als bedoeld in artikel 1.12 heeft gesloten, voor zover die kosten zijn gemaakt zes maanden of langer, nadat die overeenkomst is beëindigd.
|
||||
|
||||
**5.** De noodzakelijke kosten van uitzetting worden niet verhaald op de vreemdeling of, indien deze minderjarig is, op degenen die het wettig gezag over hem uitoefenen of uitoefenden, indien die kosten kunnen worden verhaald op diens referent of gewezen referent.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue