From 730fab71710b350f5c267db04e5d897a9ca779d4 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-07-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 878 ++++++++++----------- 1 file changed, 397 insertions(+), 481 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 743ece17aad..d5aa1e7b948 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -56,7 +56,7 @@ broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in artikel 2.26; -Commissie voor de milieu-effectrapportage: de Commissie voor de milieu-effectrapportage, bedoeld in artikel 2.17; +Commissie voor de milieueffectrapportage: de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in artikel 2.17; doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid; @@ -367,18 +367,13 @@ De emissieautoriteit draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst gelde Vervallen -### Paragraaf 2.2. De Commissie voor de milieu-effectrapportage +### Paragraaf 2.2. De Commissie voor de milieueffectrapportage ### Artikel 2.17 -**1.** Er is een Commissie voor de milieu-effectrapportage. +**1.** Er is een Commissie voor de milieueffectrapportage. -**2.** - -De commissie heeft tot taak: - -a. Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overeenkomstig artikel 7.5, zesde lid, van advies te dienen met betrekking tot verzoeken om ontheffing van de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport; -b. het bevoegd gezag overeenkomstig de artikelen 7.14, eerste lid, 7.26 en 7.26b van advies te dienen met betrekking tot milieu-effectrapporten. +**2.** De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 7.12, eerste lid, dan wel artikel 7.32, vijfde lid, in samenhang met artikel 7.12, eerste lid, van advies te dienen met betrekking tot milieueffectrapporten. ### Artikel 2.18 @@ -386,29 +381,29 @@ De commissie brengt elk jaar aan Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natu ### Artikel 2.19 -**1.** De commissie bestaat uit deskundigen op het gebied van de beschrijving, de bescherming en de verontreiniging en aantasting van het milieu en op het gebied van de overeenkomstig de artikelen 7.2 en 7.6 aangewezen activiteiten. +**1.** De commissie bestaat uit leden die deskundig zijn op het gebied van de beschrijving, de bescherming en de verontreiniging en aantasting van het milieu en op het gebied van de overeenkomstig de artikelen 7.2 en 7.6 aangewezen activiteiten. -**2.** De voorzitter, een of meer plaatsvervangende voorzitters en de overige leden van de commissie worden door Ons, op gezamenlijke voordracht van Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, benoemd en ontslagen. De voordracht tot benoeming van de voorzitter geschiedt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad. +**2.** De voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters van de commissie worden door Ons, op gezamenlijke voordracht van Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, benoemd en ontslagen. De voordracht tot benoeming van de voorzitter geschiedt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad. -**3.** De leden worden, met uitzondering van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters, benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij zijn terstond wederbenoembaar. +**3.** De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter of plaatsvervangende voorzitters kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. -**4.** De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. +**4.** De overige leden van de commissie worden benoemd en ontslagen door de voorzitter van de commissie voor de tijd van vijf jaren en zijn terstond wederbenoembaar. Zij kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter. ### Artikel 2.20 -De rechtspositie van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de overige leden wordt voor zover nodig nader geregeld bij algemene maatregel van bestuur. +Vervallen ### Artikel 2.21 -**1.** Zodra de commissie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen met betrekking tot een verzoek om ontheffing of een milieu-effectrapport, stelt de voorzitter, na overleg met de plaatsvervangende voorzitters, uit de leden van de commissie een werkgroep samen, die aan het bevoegd gezag advies uitbrengt. De voorzitter of de door hem aangewezen plaatsvervangende voorzitter van de commissie is voorzitter van de werkgroep. +**1.** Zodra de commissie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen met betrekking tot een milieueffectrapport, stelt de voorzitter, na overleg met de plaatsvervangende voorzitters, uit de leden van de commissie een werkgroep samen, die aan het bevoegd gezag advies uitbrengt. De voorzitter of de door hem aangewezen plaatsvervangende voorzitter van de commissie is voorzitter van de werkgroep. -**2.** Als lid van een werkgroep worden slechts leden van de commissie aangewezen, die niet rechtstreeks betrokken zijn of zijn geweest bij de activiteit of bij de alternatieven daarvoor, als bedoeld in artikel 7.10, eerste lid, onder b, of bij een besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt. +**2.** Als lid van een werkgroep worden slechts leden van de commissie aangewezen, die niet rechtstreeks betrokken zijn of zijn geweest bij de activiteit of bij de alternatieven daarvoor, als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, onder b, onderscheidenlijk artikel 7.23, eerste lid, onder b, of bij een plan onderscheidenlijk een besluit bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt. **3.** Indien een lid van een werkgroep niet meer voldoet aan het in het tweede lid gestelde vereiste, ontheft de voorzitter van de werkgroep hem, na overleg met de voorzitter van de commissie, van zijn lidmaatschap van de werkgroep. **4.** De werkgroep kan zich doen bijstaan door deskundigen die geen lid zijn van de commissie. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. -**5.** De voorzitter van de commissie deelt aan het bevoegd gezag en aan degene die het milieu-effectrapport maakt of zou moeten maken, mede uit welke leden van de commissie de werkgroep bestaat en door welke deskundigen zij zich doet bijstaan. +**5.** De voorzitter van de commissie deelt aan het bevoegd gezag en aan degene die het milieueffectrapport maakt of zou moeten maken, mede uit welke leden van de commissie de werkgroep bestaat en door welke deskundigen zij zich doet bijstaan. ### Artikel 2.22 @@ -418,7 +413,7 @@ De rechtspositie van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de overi ### Artikel 2.23 -De commissie heeft een secretaris, die door Ons wordt benoemd en ontslagen, op gezamenlijke voordracht van Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de commissie gehoord. De commissie heeft een bureau, dat onder leiding staat van de secretaris. +De commissie heeft een secretaris, die door de voorzitter wordt benoemd en ontslagen, de commissie gehoord. De commissie heeft een bureau, dat onder leiding staat van de secretaris. ### Artikel 2.24 @@ -1335,7 +1330,7 @@ b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen. Gereserveerd. -## Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage +## Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage ### Paragraaf 7.1. Algemeen @@ -1347,23 +1342,23 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Onze Ministers: Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; -de commissie: de Commissie voor de milieu-effectrapportage. +de commissie: de Commissie voor de milieueffectrapportage. **2.** -Tenzij anders is bepaald, wordt vanaf paragraaf 7.4 in dit hoofdstuk verstaan onder: +Tenzij anders is bepaald, wordt in de paragrafen 7.3 tot en met 7.5 en 7.7 tot met 7.12 in dit hoofdstuk verstaan onder: a. activiteit: -1°. activiteit die is aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en waarop artikel 7.8c van toepassing is, of krachtens artikel 7.6, eerste lid; +1°. activiteit die is aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en waarop artikel 7.18 van toepassing is, of krachtens artikel 7.6, eerste lid; 2°. activiteit als bedoeld in artikel 7.2a, eerste lid; -b. plan: plan bij de voorbereiding waarvan krachtens de artikelen 7.2, tweede lid, 7.2a, eerste lid, of 7.6, tweede lid, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt; -c. besluit: besluit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt krachtens artikel 7.2, derde lid, krachtens artikel 7.2, vierde lid, in samenhang met artikel 7.8c, of krachtens artikel 7.6, derde lid; -d. ecologische hoofdstructuur: het samenstel van de gebieden en de verbindingen tussen die gebieden, dat krachtens de Wet ruimtelijke ordening door het provinciaal bestuur als zodanig is aangewezen en begrensd, alsmede de grote wateren en de Noordzee, overeenkomstig kaart 5 van de Nota Ruimte, deel 3A (Kamerstukken II 2004/05, 29 435, nr. 154), voorzover die niet behoren tot een gebied als bedoeld in artikel 7.2a, eerste lid. +b. plan: plan bij de voorbereiding waarvan krachtens de artikelen 7.2, tweede lid, 7.2a, eerste lid, of 7.6, tweede lid, een milieueffectrapport moet worden gemaakt; +c. besluit: besluit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt krachtens artikel 7.2, derde lid, krachtens artikel 7.2, vierde lid, in samenhang met artikel 7.18, of krachtens artikel 7.6, derde lid; +d. ecologische hoofdstructuur: het samenstel van de gebieden en de verbindingen tussen die gebieden, dat krachtens de Wet ruimtelijke ordening door het provinciebestuur als zodanig is aangewezen en begrensd, alsmede de grote wateren en de Noordzee, overeenkomstig kaart 5 van de Nota Ruimte, deel 3A (Kamerstukken II 2004/05, 29 435, nr. 154), voorzover die niet behoren tot een gebied als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998. **3.** Het tweede lid, onder a, onder 2°, geldt niet indien een bepaling uitsluitend betrekking heeft op een besluit als bedoeld in dat lid, onder c. -**4.** In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, voorzover het plannen betreft, onder bevoegd gezag mede verstaan het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het voorbereiden dan wel vaststellen van een plan. +**4.** In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder bevoegd gezag verstaan het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het voorbereiden dan wel vaststellen van een plan of een besluit. **5.** @@ -1375,18 +1370,11 @@ b. indien het bevoegd gezag een ander bestuursorgaan is: 1º. een door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen bestuursorgaan en een door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangewezen bestuursorgaan, en 2º. de inspecteur, voor zover het betreft het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 8.7, eerste lid, onder a, aangewezen categorie. -**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot een daarbij aangewezen activiteit of plan, dan wel besluit worden bepaald wie, onderscheidenlijk welk orgaan voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt aangemerkt als degene die de activiteit onderneemt, onderscheidenlijk als bevoegd gezag. Daarbij kunnen voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillende personen of organen worden aangewezen. - ### Artikel 7.1a -Dit hoofdstuk is mede van toepassing op: +Vervallen -a. activiteiten als bedoeld in artikel 7.2 die plaatsvinden in de exclusieve economische zone; -b. de ter zake van de onder a bedoelde activiteiten krachtens artikel 7.2 aangewezen plannen of besluiten; -c. plannen als bedoeld in artikel 7.2a, voor zover een daarin voorgenomen activiteit plaats zal vinden in de exclusieve economische zone; -d. activiteiten als bedoeld in artikel 7.4 die plaatsvinden in de exclusieve economische zone. - -### Paragraaf 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is +### Paragraaf 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is ### Artikel 7.2 @@ -1395,32 +1383,34 @@ d. activiteiten als bedoeld in artikel 7.4 die plaatsvinden in de exclusieve eco Bij algemene maatregel van bestuur worden de activiteiten aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; -b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder zij worden ondernomen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. +b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. **2.** -Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden bij de maatregel de categorieën van plannen aangewezen bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt. Een plan wordt slechts aangewezen indien het plan het kader vormt voor een besluit als bedoeld in het derde of vierde lid. Een plan vormt in elk geval het kader voor een zodanig besluit indien in dat plan: +Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden bij de maatregel de categorieën van plannen aangewezen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Een plan wordt slechts aangewezen indien het plan het kader vormt voor een besluit als bedoeld in het derde of vierde lid. Een plan vormt in elk geval het kader voor een zodanig besluit indien in dat plan: a. een locatie of een tracé wordt aangewezen voor die activiteiten, of b. een of meerdere locaties of tracés voor die activiteiten worden overwogen. -**3.** Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden de categorieën van besluiten aangewezen bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt. +**3.** Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden de categorieën van besluiten aangewezen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. -**4.** Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag krachtens de artikelen 7.8b of 7.8d moet beoordelen of die activiteiten de in dat onderdeel bedoelde gevolgen hebben, en indien dat het geval is, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt. +**4.** Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag krachtens de artikelen 7.17 of 7.19 moet beoordelen of die activiteiten de in dat onderdeel bedoelde gevolgen hebben, en indien dat het geval is, bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. **5.** Bij de maatregel kan een plan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in het derde of vierde lid, mits dat plan voor de desbetreffende activiteit niet is aangewezen op grond van het tweede lid. **6.** Tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, kunnen mede activiteiten behoren, die in samenhang met andere activiteiten belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. -**7.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat de aanwijzing van een activiteit, dan wel van een plan of besluit slechts geldt in daarbij aangewezen categorieën van gevallen. +**7.** Tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, behoren activiteiten waarvoor bij de maatregel categorieën van plannen en besluiten worden aangewezen en die plaatsvinden in de exclusieve economische zone. -**8.** Bij of krachtens de maatregel wordt het tijdstip bepaald met ingang waarvan met betrekking tot een aangewezen categorie van plannen of besluiten de in het tweede, derde, en vierde lid bedoelde verplichtingen ingaan. +**8.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat de aanwijzing van een activiteit, dan wel van een plan of besluit slechts geldt in daarbij aangewezen categorieën van gevallen. ### Artikel 7.2a -**1.** Een milieu-effectrapport wordt gemaakt bij de voorbereiding van een op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht vast te stellen plan waarvoor, in verband met een daarin opgenomen activiteit, een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van artikel 19f, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998. +**1.** Een milieueffectrapport wordt gemaakt bij de voorbereiding van een op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht vast te stellen plan waarvoor, in verband met een daarin opgenomen activiteit, een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van artikel 19j, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998. -**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt de passende beoordeling opgenomen in het milieu-effectrapport. Die beoordeling wordt als zodanig herkenbaar weergegeven in dat rapport. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin sprake is van kleine gebieden en kleine wijzigingen die geen aanzienlijke milieueffecten hebben, waarop de verplichting tot het maken van een milieueffectrapport, als bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing is. + +**3.** Tot een activiteit als bedoeld in het eerste lid behoort een activiteit als bedoeld in dat lid die plaatsvindt in de exclusieve economische zone. ### Artikel 7.3 @@ -1429,406 +1419,324 @@ b. een of meerdere locaties of tracés voor die activiteiten worden overwogen. Bij de maatregel, bedoeld in artikel 7.2, worden geen plannen aangewezen die: a. uitsluitend betrekking hebben op de landsverdediging of op een noodsituatie als bedoeld in de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden; -b. betrekking hebben op de begroting of financiën van het Rijk, de provincie, de gemeente of een waterschap; -c. gedurende de programmeringsperiode, bedoeld in artikel 3, negende lid, van richtlijn nr. 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (PbEG L 197), worden medegefinancierd in het kader van: - -1°. verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake Structuurfondsen (PbEG L 161), of -2°. verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160). +b. betrekking hebben op de begroting of financiën van het Rijk, de provincie, de gemeente of een waterschap. **2.** Artikel 7.2a is niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 7.4 -**1.** Indien Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of een van Onze andere Ministers voornemens is een activiteit te ondernemen, die niet is opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2 en die belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu, deelt hij dat voornemen onverwijld mede aan Onze Minister. - -**2.** Jaarlijks doen Onze Ministers en Onze andere Ministers in de memorie van toelichting op het desbetreffende hoofdstuk van de Rijksbegroting ieder voor hun ministerie verslag van de toepassing van het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 7.5 -**1.** - -Onze Ministers te zamen kunnen ontheffing verlenen van de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport bij de voorbereiding van een krachtens artikel 7.2, derde lid, aangewezen besluit in gevallen waarin: - -a. degene die de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, onderneemt, daarmee een activiteit ten aanzien waarvan reeds eerder een milieu-effectrapport is gemaakt, herhaalt of voortzet, indien het milieu-effectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens betreffende mogelijke nadelige gevolgen van de te ondernemen activiteit voor het milieu kan bevatten en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land; -b. met betrekking tot dezelfde activiteit reeds eerder een milieu-effectrapport overeenkomstig het bij of krachtens de paragrafen 7.4, 7.5, en 7.6 bepaalde is gemaakt, indien het milieu-effectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens betreffende mogelijke nadelige gevolgen van die activiteit voor het milieu kan bevatten en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land; -c. het algemeen belang het onverwijld ondernemen van de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, noodzakelijk maakt. - -**2.** Een ontheffing krachtens het eerste lid kan worden verleend op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, of van het bevoegd gezag. - -**3.** Onze Ministers tekenen de datum van ontvangst van het verzoek aan op het geschrift waarbij het is ingediend, en zenden de verzoeker een bericht van ontvangst, waarin die datum is vermeld. - -**4.** Behoudens in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder *c*, stellen Onze Ministers, voordat zij op het verzoek beslissen, het bevoegd gezag, indien het verzoek daarvan niet afkomstig is, in de gelegenheid hun omtrent het verzoek advies uit te brengen. In een geval als bedoeld in het eerste lid, onder *a* of *b*, stellen zij tegelijkertijd ook de commissie daartoe in de gelegenheid. Indien van de gelegenheid advies uit te brengen gebruik wordt gemaakt, wordt het advies binnen vijf weken na de datum waarop daarom is verzocht, aan Onze Ministers gezonden. - -**5.** De beslissing op het verzoek wordt genomen uiterlijk negen weken na de datum van ontvangst. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de commissie en het bevoegd gezag. - -**6.** - -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent: - -a. de wijze waarop het verzoek om een ontheffing moet worden gedaan en de gegevens die van de verzoeker kunnen worden verlangd; -b. de terinzagelegging van het verzoek en de daarbij overgelegde gegevens en de kennisgeving van die terinzagelegging; -c. de wijze waarop en de termijn waarbinnen een ieder bedenkingen tegen verlening van de ontheffing bij Onze Ministers kan inbrengen. +Vervallen ### Artikel 7.6 -**1.** Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde gebieden als bedoeld in artikel 7.2a, eerste lid, die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Artikel 7.2, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. +**1.** Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde gebieden als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Artikel 7.2, zesde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. -**2.** Terzake van die activiteiten kunnen zij de categorieën van plannen aanwijzen bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. De artikelen 7.2, tweede lid, tweede en derde volzin, vijfde, zevende en achtste lid, en 7.3, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Terzake van die activiteiten kunnen zij de categorieën van plannen aanwijzen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. De artikelen 7.2, tweede lid, tweede en derde volzin, vijfde en achtste lid, en 7.3, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. -**3.** Terzake van die activiteiten wijzen zij de categorieën van besluiten aan bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. Artikel 7.2, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Terzake van die activiteiten wijzen zij de categorieën van besluiten aan bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. -**4.** Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste tot en met derde lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten en de besturen van de waterschappen in hun provincie. Zij stellen de in artikel 7.1, vijfde lid, onder b, 1°, bedoelde instantie, alsmede Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen. +**4.** Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste tot en met derde lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten en de dagelijkse besturen van de waterschappen in hun provincie. Zij stellen de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.1, vijfde lid, onder b, onder 1, en Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen. **5.** Gedeputeerde staten leggen met het ontwerp van het besluit aan provinciale staten een verslag over van het gevoerde overleg, de uitgebrachte adviezen en de naar voren gebrachte zienswijzen, waarbij zij onder opgave van redenen aangeven in hoeverre daarmee rekening is gehouden. **6.** Tegelijkertijd met de bekendmaking van het besluit, houdende een aanwijzing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt daarvan mededeling gedaan door toezending van een exemplaar aan ieder van Onze Ministers en, voorzover het de aanwijzing betreft van categorieën van besluiten als bedoeld in het derde lid, aan de commissie. +### Paragraaf 7.3. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan + ### Artikel 7.7 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over een aanwijzing als bedoeld in artikel 7.6, eerste tot en met derde lid. - -### Artikel 7.8 - -**1.** Gedeputeerde staten kunnen van de krachtens een aanwijzing als bedoeld in artikel 7.6 geldende verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport ontheffing verlenen in gevallen als bedoeld in artikel 7.5, eerste en tweede lid. Artikel 7.5, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Behoudens in een geval als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder c, stellen gedeputeerde staten, voordat zij een ontheffing verlenen, het bevoegd gezag, indien het verzoek daarvan niet afkomstig is, en de in artikel 7.1, vijfde lid, bedoelde instanties met uitzondering van de inspecteur in de gelegenheid advies uit te brengen. Artikel 7.5, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Bij een besluit, houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 7.6 worden regelen gesteld omtrent de in artikel 7.5, achtste lid, genoemde onderwerpen. - -### Paragraaf 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens - -### Artikel 7.8a - -**1.** Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag. - -**2.** Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval aandacht besteed aan de in artikel 7.8*b*, eerste lid, bedoelde bijzondere omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen. - -**3.** Bij een mededeling als bedoeld in het eerste lid kan degene die de activiteit wil ondernemen, verklaren dat hij bij de voorbereiding van het besluit een milieu-effectrapport maakt. - -### Artikel 7.8b - -**1.** Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan artikel 7.8*a*, derde lid, neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt. - -**2.** Indien wenselijk, vindt, alvorens het bevoegd gezag een beslissing neemt, overleg plaats met degene die de mededeling heeft gedaan. - -**3.** Indien met betrekking tot de activiteit meer dan één besluit is aangewezen, nemen de bevoegde bestuursorganen de in het eerste lid bedoelde beslissing gezamenlijk. - -**4.** Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling aangegeven omstandigheden. - -**5.** - -Het bevoegd gezag doet mededeling van zijn beslissing door: - -a. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen, en indien is beslist dat voor de activiteit geen milieu-effectrapport moet worden gemaakt, kennisgeving in de *Staatscourant*; -b. terinzagelegging; -c. kennisgeving in een publicatie in een ander land indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. - -**6.** - -In kennisgevingen als bedoeld in het vijfde lid vermeldt het bevoegd gezag ten minste: - -a. het tijdstip waarop een exemplaar van de beslissing ter inzage wordt gelegd, alsmede de uren waarop en de plaats waar het ter inzage ligt; -b. de strekking van de beslissing. - -### Artikel 7.8c - -Degene die een activiteit, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, wil ondernemen, is verplicht een milieu-effectrapport te maken indien: - -a. het bevoegd gezag heeft beslist dat bij de voorbereiding van het betrokken besluit een milieu-effectrapport moet worden gemaakt; -b. hij een verklaring heeft gedaan als bedoeld in artikel 7.8a, derde lid. - -### Artikel 7.8d - -**1.** Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, wil ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit dat krachtens het vierde lid van dat artikel is aangewezen een beslissing omtrent de vraag of vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt. Artikel 7.8b, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** - -Onder een zo vroeg mogelijk stadium wordt het volgende verstaan: - -a. indien het een besluit betreft waarvan krachtens wettelijk voorschrift het voorontwerp van het besluit ter inzage wordt gelegd, het stadium voorafgaand aan de terinzagelegging van dat voorontwerp, of -b. indien deze verplichting niet geldt, het stadium voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-besluit. - -**3.** Het bevoegd gezag neemt de beslissing na overleg met de instanties die bij of krachtens een wet moeten worden betrokken bij de voorbereiding van het betrokken besluit. - -**4.** - -Het bevoegd gezag doet van de beslissing mededeling door: - -a. terinzagelegging; -b. kennisgeving in een publicatie in een ander land indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land; -c. kennisgeving in de *Staatscourant* indien is beslist dat voor de activiteit geen milieu-effectrapport wordt gemaakt. - -**5.** - -Bij de bekendmaking en mededeling van de beslissing vermeldt het bevoegd gezag ten minste: - -a. het tijdstip waarop een exemplaar van de beslissing ter inzage wordt gelegd, alsmede de uren waarop en de plaats waar het ter inzage ligt; -b. de strekking van de beslissing. - -### Artikel 7.8e - -De artikelen 7.8a tot en met 7.8d vinden geen toepassing ten aanzien van een activiteit, aangewezen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, voor zover die activiteit bij een provinciale verordening krachtens artikel 7.6, eerste lid, overeenkomstig de omschrijving in die algemene maatregel van bestuur is aangewezen en het een besluit betreft dat ter zake van die activiteit bij die verordening overeenkomstig die maatregel is aangewezen. - -### Paragraaf 7.4. Het milieu-effectrapport - -### Artikel 7.9 - -**1.** In gevallen waarin een besluit wordt genomen op verzoek van degene die de betrokken activiteit onderneemt, maakt deze het milieu-effectrapport. - -**2.** In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen maakt het bevoegd gezag het milieu-effectrapport. - -### Artikel 7.10 - **1.** -Een milieu-effectrapport bevat ten minste: +Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan, wordt opgesteld door het bevoegd gezag en bevat ten minste: a. een beschrijving van hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd; -b. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op: - -1°. een plan: een beschrijving van de voorgenomen activiteit, alsmede van de alternatieven daarvoor, die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven; -2°. een besluit: een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de wijze waarop zij zal worden uitgevoerd, alsmede van de alternatieven daarvoor, die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven; -c. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op: - -1°. een plan: een overzicht van eerder vastgestelde plannen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven; -2°. een besluit: een aanduiding van het besluit of de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport wordt gemaakt, en een overzicht van de eerder genomen beslissingen van bestuursorganen, die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven. +b. een beschrijving van de voorgenomen activiteit, alsmede van de alternatieven daarvoor, die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven; +c. een overzicht van eerder vastgestelde plannen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven; d. een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteit of de beschreven alternatieven daarvoor gevolgen kunnen hebben, alsmede van de te verwachten ontwikkeling van dat milieu, indien die activiteit noch de alternatieven worden ondernomen; e. een beschrijving van de gevolgen voor het milieu, die de voorgenomen activiteit, onderscheidenlijk de beschreven alternatieven kunnen hebben, alsmede een motivering van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven; -f. een vergelijking van de ingevolge onderdeel d beschreven te verwachten ontwikkeling van het milieu met de beschreven gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit, alsmede met de beschreven gevolgen voor het milieu van elk der in beschouwing genomen alternatieven; -g. een overzicht van de leemten in de onder d en e bedoelde beschrijvingen ten gevolge van het ontbreken van de benodigde gegevens; -h. een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieu-effectrapport en van de daarin beschreven gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven. +f. een vergelijking van de ingevolge onderdeel d beschreven te verwachten ontwikkeling van het milieu met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit, alsmede met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van elk der in beschouwing genomen alternatieven; +g. een beschrijving van de maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu van de activiteit te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen; +h. een overzicht van de leemten in de beschrijvingen, bedoeld in de onderdelen d en e, ten gevolge van het ontbreken van de benodigde gegevens; +i. een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieueffectrapport en van de daarin beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven. -**2.** Het milieu-effectrapport is gesteld in de Nederlandse taal. Indien het rapport betrekking heeft op een besluit kan het bevoegd gezag aan degene die de activiteit onderneemt, bij het geven van de in artikel 7.15 bedoelde richtlijnen toestemming verlenen het rapport in een daarbij aan te wijzen andere taal te stellen. De in het eerste lid, onder h, bedoelde samenvatting is steeds in de Nederlandse taal gesteld. Indien een activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben. - -**3.** Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit behoort tot de ingevolge het eerste lid, onder *b*, te beschrijven alternatieven in ieder geval het alternatief waarbij de nadelige gevolgen voor het milieu worden voorkomen, dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, deze met gebruikmaking van de beste bestaande mogelijkheden ter bescherming van het milieu, zoveel mogelijk worden beperkt. - -**4.** Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit kan het bevoegd gezag bepalen dat, indien niet alle nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden beperkt, bij de ingevolge het eerste lid, onder b, te beschrijven alternatieven tevens de mogelijkheden worden beschreven om door het treffen van voorzieningen of maatregelen elders de resterende nadelige gevolgen te compenseren. - -**5.** - -Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan: - -a. stemt het bevoegd gezag het rapport, waaronder het detailniveau daarvan, af op de mate van gedetailleerdheid van het plan en op de fase van het besluitvormingsproces waarin het plan zich bevindt, alsmede, indien het plan deel uitmaakt van een hiërarchie van plannen, in het bijzonder op de plaats die het plan inneemt in die hiërarchie; -b. mag gebruik worden gemaakt van andere milieu-effectrapporten die voldoen aan het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk. - -**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens worden bepaald en beschreven. - -### Artikel 7.11 - -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit, gegevens worden aangewezen, die een milieu-effectrapport in het belang van een goede besluitvorming, naast de in artikel 7.10 bedoelde, moet bevatten. Daarbij kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop die gegevens worden bepaald en beschreven. - -**2.** Bij een maatregel krachtens het eerste lid kan worden bepaald dat een aanwijzing of regel slechts geldt in daarbij aangewezen categorieën van gevallen. - -**3.** Onze Ministers kunnen te zamen regelen stellen met betrekking tot de vorm van een milieu-effectrapport. - -### Paragraaf 7.4a. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan - -### Artikel 7.11a - -**1.** Een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan is gereed op het moment dat het ontwerp van het plan ter inzage wordt gelegd. - -**2.** Het milieu-effectrapport kan worden opgenomen bij of in het plan, mits het daarin als zodanig herkenbaar is weergegeven. - -### Artikel 7.11b - -Alvorens het milieu-effectrapport op te stellen, raadpleegt het bevoegd gezag de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het plan berust bij de voorbereiding van het plan moeten worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die gericht is op wat relevant is voor het plan en die op grond van artikel 7.10 in het milieu-effectrapport moet worden opgenomen. - -### Artikel 7.11c - -**1.** Zo spoedig mogelijk nadat een bestuursorgaan het voornemen heeft opgevat tot het voorbereiden van een plan, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan artikel 7.11b, geeft het kennis van dat voornemen, met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. - -**2.** - -In de kennisgeving wordt vermeld of: - -a. stukken betreffende het voornemen ter inzage zullen worden gelegd, en waar en wanneer, -b. er gelegenheid wordt geboden zienswijzen over het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn, -c. de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen of het ontwerp van het plan, en -d. met betrekking tot het ontwerp van het plan toepassing moet worden gegeven aan artikel 7.26a. +**2.** Het milieueffectrapport is gesteld in de Nederlandse taal. De in het eerste lid, onder i bedoelde samenvatting is steeds in de Nederlandse taal gesteld. Indien een activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben. **3.** -In de kennisgeving wordt voorts vermeld: +Het bevoegd gezag: -a. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een krachtens artikel 7.2, tweede lid, aangewezen plan, en de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen, activiteit plaatsvindt in een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur: dat de in het plan voorgenomen activiteit plaatsvindt in de ecologische hoofdstructuur; -b. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan als bedoeld in artikel 7.2a, eerste lid: dat in het milieu-effectrapport tevens een passende beoordeling als bedoeld in dat artikel wordt opgenomen. +a. stemt het rapport, waaronder het detailniveau daarvan, af op de mate van gedetailleerdheid van het plan en op de fase van het besluitvormingsproces waarin het plan zich bevindt, alsmede, indien het plan deel uitmaakt van een hiërarchie van plannen, in het bijzonder op de plaats die het plan inneemt in die hiërarchie; +b. mag gebruik maken van andere milieueffectrapporten die voldoen aan het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk. -### Paragraaf 7.5. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens worden bepaald en beschreven. -### Artikel 7.12 +### Paragraaf 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan -**1.** Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens de artikelen 7.2, eerste lid, onder a, of 7.6, eerste lid, voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens het derde lid van die artikelen, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag. +### Artikel 7.8 -**2.** Het bevoegd gezag tekent de datum van ontvangst van de mededeling aan op het geschrift waarbij zij is gedaan, en zendt degene die haar heeft gedaan, onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld. +Alvorens het milieueffectrapport op te stellen, raadpleegt het bevoegd gezag de adviseurs en de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het plan berust bij de voorbereiding van het plan worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die gericht is op wat relevant is voor het plan en die op grond van artikel 7.7 in het milieueffectrapport moet worden opgenomen. -**3.** Het zendt tegelijkertijd een exemplaar van de mededeling aan de commissie en aan de adviseurs. Het vermeldt daarbij de datum van ontvangst. +### Artikel 7.9 -**4.** Het geeft voorts tegelijkertijd kennis van de ontvangst van de mededeling met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Kennisgeving geschiedt in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. - -**5.** Indien overeenkomstig artikel 14.6, eerste lid, een verzoek is gedaan tot toepassing van artikel 14.5, vindt toepassing van het derde en vierde lid eerst plaats nadat op dat verzoek is beslist. - -**6.** Onze Ministers stellen regelen omtrent de inhoud van een mededeling als bedoeld in het eerste lid. - -**7.** Indien een activiteit als bedoeld in het eerste lid belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de mededeling in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben. - -### Artikel 7.13 - -**1.** Indien het bevoegd gezag degene is die het milieu-effectrapport moet maken dat betrekking heeft op een besluit, deelt het aan de commissie en de adviseurs mee in het kader van welk door hem voorgenomen besluit het dat rapport zal maken. - -**2.** Het geeft tegelijkertijd kennis van het door hem voorgenomen besluit met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7.12, vierde lid, tweede volzin. - -**3.** Artikel 7.12, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 7.14 - -**1.** Het bevoegd gezag stelt de commissie en de adviseurs in de gelegenheid advies uit te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit. - -**2.** De commissie brengt haar advies uit binnen negen weken na de openbare kennisgeving van de in artikel 7.12, eerste lid, bedoelde mededeling, onderscheidenlijk van het in artikel 7.13, eerste lid, bedoelde voornemen. Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie in haar advies daarop in. - -**3.** Indien het bevoegd gezag het milieu-effectrapport niet zelf maakt, pleegt het voorts overleg over het geven van richtlijnen inzake de inhoud ervan met degene die de activiteit onderneemt. - -**4.** Het bevoegd gezag stelt een ieder in de gelegenheid naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport. - -### Artikel 7.15 - -**1.** Het bevoegd gezag geeft uiterlijk dertien weken na de openbare kennisgeving van een mededeling als bedoeld in artikel 7.12, eerste lid, of van een voornemen als bedoeld in artikel 7.13, eerste lid, richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport. In gevallen als bedoeld in artikel 7.13, eerste lid, kan het bevoegd gezag de termijn, bedoeld in de eerste volzin, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen. +**1.** Zo spoedig mogelijk nadat een bestuursorgaan het voornemen heeft opgevat tot het voorbereiden van een plan, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan artikel 7.8, geeft het kennis van dat voornemen, met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** -De in het eerste lid bedoelde richtlijnen kunnen: +In de kennisgeving wordt vermeld: -a. betrekking hebben op de wijze waarop aan het bij of krachtens de artikelen 7.10 of 7.11 bepaalde moet worden voldaan; -b. gegevens als bedoeld in artikel 7.10 of 7.11 aanwijzen die het milieu-effectrapport in elk geval moet inhouden, zo nodig nadat daarnaar onderzoek is verricht. +a. dat stukken betreffende het voornemen openbaar zullen worden gemaakt, en waar en wanneer, +b. dat er gelegenheid wordt geboden zienswijzen over het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn, +c. of de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen, en +d. of met betrekking tot het ontwerp van het plan toepassing moet worden gegeven aan artikel 7.11. -**3.** De gegevens bedoeld in het tweede lid, onder b, omvatten de gegevens die zijn aangegeven in bijlage IV bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, voor zover het bevoegd gezag dat noodzakelijk acht ter uitvoering van artikel 5, eerste lid, van die richtlijn. +**3.** In de kennisgeving wordt voorts vermeld, indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens artikel 7.2, tweede lid, aangewezen plan, en de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen, activiteit plaatsvindt in een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur: dat de in het plan voorgenomen activiteit plaatsvindt in de ecologische hoofdstructuur. -**4.** Ingeval de richtlijnen een milieu-effectrapport betreffen, dat moet worden gemaakt bij de voorbereiding van een besluit waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, kan geen onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden verlangd ter verkrijging van gegevens als bedoeld in artikel 7.10, eerste lid, onder d. +**4.** Kennisgeving vindt plaats in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. -**5.** De richtlijnen worden bekendgemaakt aan degene die de activiteit onderneemt en meegedeeld aan de commissie, de adviseurs en degenen die bij het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 7.14, vierde lid, zienswijzen naar voren hebben gebracht. Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 7.10 -### Artikel 7.16 +**1.** Een milieueffectrapport is gereed op het moment dat het ontwerp van het plan ter inzage wordt gelegd. -De artikelen 7.12 tot en met 7.15 vinden geen toepassing indien degene die het milieu-effectrapport zou moeten maken, reeds beschikt over een milieu-effectrapport, opgesteld overeenkomstig het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde, en in dat milieu-effectrapport als alternatief de activiteit is beschreven, waarop het besluit betrekking heeft, bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt. +**2.** Het milieueffectrapport kan worden opgenomen bij of in het plan, mits het daarbij of daarin als zodanig herkenbaar is weergegeven. -### Paragraaf 7.6. De beoordeling van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit +### Paragraaf 7.5. Het plan -### Artikel 7.17 - -**1.** Een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit en dat niet door het bevoegd gezag is gemaakt, wordt aan het bevoegd gezag overgelegd. - -**2.** Het bevoegd gezag tekent de datum van ontvangst van het rapport daarop aan. Het zendt degene die het heeft overgelegd, een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld. - -### Artikel 7.18 - -**1.** Indien het bevoegd gezag van oordeel is, dat een aan hem overgelegd milieu-effectrapport, mede gelet op de daarvoor overeenkomstig artikel 7.15 gegeven richtlijnen, niet voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 7.10 en 7.11 gestelde regels, dan wel dat het onjuistheden bevat, deelt het dat onder opgave van redenen uiterlijk zes weken na de in artikel 7.17, tweede lid, bedoelde datum mede aan degene die het rapport heeft gemaakt. - -**2.** Indien het bevoegd gezag van oordeel is dat het milieu-effectrapport slechts te kort schiet op ondergeschikte punten, kan het de mededeling, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten. - -**3.** Ten aanzien van een milieu-effectrapport met betrekking waartoe het eerste lid toepassing heeft gevonden, blijven de overige artikelen van deze paragraaf buiten toepassing. - -### Artikel 7.19 - -Het bevoegd gezag kan een orgaan aanwijzen, dat voor de toepassing van artikel 7.20 voor hem in de plaats treedt. - -### Artikel 7.20 - -**1.** Het bevoegd gezag zendt van een milieu-effectrapport onverwijld een exemplaar aan de commissie en aan de adviseurs. Het vermeldt daarbij de in artikel 7.17, tweede lid, bedoelde datum. - -**2.** Het geeft kennis van het milieu-effectrapport met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Kennisgeving geschiedt in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. Van een milieu-effectrapport dat niet door het bevoegd gezag is gemaakt, wordt uiterlijk acht weken na de in artikel 7.17, tweede lid, bedoelde datum openbaar kennisgegeven. - -**3.** De artikelen 3:11, 3:14, 3:15, eerste lid, 3:16 en 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «het ontwerp van het te nemen besluit» en «het ontwerp» wordt gelezen: het milieu-effectrapport. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. - -**4.** De zienswijzen kunnen slechts betrekking hebben op het, mede gelet op de overeenkomstig artikel 7.15 gegeven richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport, niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens de artikelen 7.10 en 7.11 gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat. - -### Artikel 7.21 - -Vervallen - -### Artikel 7.22 - -Vervallen - -### Artikel 7.23 - -Vervallen - -### Artikel 7.24 - -Vervallen - -### Artikel 7.25 - -Vervallen - -### Artikel 7.26 - -**1.** De commissie wordt tot uiterlijk vijf weken na het einde van de in artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Artikel 7.20, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** De commissie betrekt in haar advies de overeenkomstig afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht uitgebrachte adviezen en de overeenkomstig artikel 7.20, derde lid, juncto artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht naar voren gebrachte zienswijzen. - -**3.** Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie in haar advies daarop in. - -### Paragraaf 7.6a. Het plan - -### Artikel 7.26a +### Artikel 7.11 **1.** Indien de procedure van totstandkoming van een plan er niet in voorziet dat het ontwerp van dat plan ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze over dat ontwerp naar voren te brengen, wordt in afwijking van die procedure: a. met betrekking tot het ontwerp van dat plan toepassing gegeven aan de artikelen 3:11 en 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht, en -b. een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen, overeenkomstig de artikelen 3:16 en 3:17, eerste lid, van die wet. +b. een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen, overeenkomstig de artikelen 3:15 en 3:16 van die wet. **2.** -Indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in het ontwerp van het plan: +Indien het milieueffectrapport niet is opgenomen in het ontwerp van het plan: a. wordt bij de terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:11, van de Algemene wet bestuursrecht, tevens het rapport ter inzage gelegd, b. wordt bij de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:12, van die wet, tevens kennisgegeven van het rapport, en c. kan een zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 van die wet tevens betrekking hebben op het rapport. -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt, indien krachtens wettelijk voorschrift een plan binnen een bepaalde termijn moet worden vastgesteld, die termijn verlengd met ten minste de termijn, bedoeld in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht. +**3.** Indien het eerste lid, onder a, van toepassing is, wordt, indien krachtens wettelijk voorschrift een plan binnen een bepaalde termijn moet worden vastgesteld, welke termijn korter is dan de termijn, bedoeld in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht, die termijn verlengd tot de termijn, bedoeld in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht, vermeerderd met twee weken. -### Artikel 7.26b +### Artikel 7.12 -**1.** Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een krachtens artikel 7.2, tweede lid, aangewezen plan, en de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen, activiteit plaatsvindt in een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur of indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan als bedoeld in artikel 7.2a, eerste lid, wordt de commissie uiterlijk op het moment dat de in artikel 7.26a genoemde stukken ter inzage worden gelegd in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over dat rapport. +**1.** Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens artikel 7.2, tweede lid, aangewezen plan of op een plan als bedoeld in artikel 7.2a, eerste lid, wordt de commissie uiterlijk op het moment dat de in artikel 7.11 genoemde stukken ter inzage worden gelegd in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over dat rapport overeenkomstig de termijn die geldt voor het inbrengen van zienswijzen. -**2.** Artikel 7.26, derde lid, is van toepassing. +**2.** Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie, indien zij advies uitbrengt, daar in haar advies op in. -### Artikel 7.26c +### Artikel 7.13 -**1.** Het bevoegd gezag stelt een plan niet vast dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de paragrafen 7.4 en 7.4a. +Het bevoegd gezag stelt een plan niet vast: -**2.** Het bevoegd gezag stelt een plan evenmin vast indien het plan ten opzichte van het ontwerp van dat plan zodanig is gewijzigd dat de gegevens die in het milieu-effectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het plan ten grondslag kunnen worden gelegd. +a. dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de paragrafen 7.3 en 7.4; +b. indien het plan ten opzichte van het ontwerp van dat plan zodanig is gewijzigd dat de gegevens die in het milieueffectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het plan ten grondslag kunnen worden gelegd. -### Artikel 7.26d +### Artikel 7.14 **1.** -Bij het plan wordt in ieder geval vermeld: +In of bij het plan wordt in ieder geval vermeld: -a. de wijze waarop rekening is gehouden met de in het milieu-effectrapport beschreven gevolgen voor het milieu van de activiteit waarop het plan betrekking heeft; -b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieu-effectrapport beschreven alternatieven; -c. hetgeen is overwogen omtrent de bij het ontwerp van het plan terzake van het milieu-effectrapport naar voren gebrachte zienswijzen; -d. indien de commissie overeenkomstig artikel 7.26b advies heeft uitgebracht, hetgeen is overwogen omtrent dat advies. +a. de wijze waarop rekening is gehouden met de in het milieueffectrapport beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de activiteit waarop het plan betrekking heeft; +b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieueffectrapport beschreven alternatieven; +c. hetgeen is overwogen omtrent de bij het ontwerp van het plan terzake van het milieueffectrapport naar voren gebrachte zienswijzen; +d. hetgeen is overwogen omtrent het door de commissie overeenkomstig artikel 7.12 uitgebrachte advies. -**2.** Het bevoegd gezag bepaalt bij de vaststelling van het plan de termijn of de termijnen waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 7.39, wordt gestart, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten. +**2.** -### Artikel 7.26e +Indien van toepassing wordt in het plan tevens vermeld: -**1.** Indien de procedure van totstandkoming van een plan niet voorziet in een openbare kennisgeving van een vastgesteld plan, wordt van dat plan kennisgegeven op de wijze, voorzien in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. +a. hetgeen in het milieueffectrapport of in het advies, bedoeld in artikel 7.12, omtrent mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen is overwogen; +b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artikel 7.38a, vijfde lid. -**2.** Indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in het plan wordt van dat rapport kennisgegeven tegelijk met het plan. +**3.** Het bevoegd gezag bepaalt bij het plan de termijn of de termijnen waarop met het onderzoek, bedoeld in artikel 7.39, wordt begonnen, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten. -### Paragraaf 7.7. Het besluit +**4.** Degene die de in dat plan voorgenomen activiteit onderneemt, verleent aan het bevoegd gezag desgevraagd alle medewerking en verstrekt alle inlichtingen, die het redelijkerwijs voor het verrichten van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, behoeft. + +### Artikel 7.15 + +**1.** + +Indien de procedure van totstandkoming van een plan niet voorziet in: + +a. een openbare kennisgeving van een vastgesteld plan, wordt dat plan bekend gemaakt op de wijze, voorzien in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht; +b. mededeling door toezending van een exemplaar van een vastgesteld plan aan de commissie en degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht, wordt mededeling gedaan zoals voorzien in artikel 3:43 van de Algemene wet bestuursrecht. + +**2.** Indien het milieueffectrapport niet is opgenomen in het plan wordt van dat rapport kennisgegeven tegelijk met het plan. + +### Paragraaf 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt + +### Artikel 7.16 + +**1.** Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag. + +**2.** Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval aandacht besteed aan de in artikel 7.17, eerste lid, bedoelde nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. + +**3.** Bij een mededeling als bedoeld in het eerste lid kan degene die de activiteit wil ondernemen, verklaren dat hij bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport maakt. + +### Artikel 7.17 + +**1.** Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan artikel 7.16, derde lid, neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. + +**2.** Indien met betrekking tot de activiteit meer dan één besluit is aangewezen, nemen de bevoegde bestuursorganen de in het eerste lid bedoelde beslissing gezamenlijk. + +**3.** Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling aangegeven criteria. + +**4.** + +Het bevoegd gezag doet mededeling van zijn beslissing door: + +a. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen, en indien is beslist dat voor de activiteit geen milieueffectrapport moet worden gemaakt, kennisgeving in de *Staatscourant*; +b. kennisgeving in een publicatie in een ander land indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land; +c. terinzagelegging. + +**5.** + +In kennisgevingen als bedoeld in het vierde lid vermeldt het bevoegd gezag ten minste: + +a. het tijdstip waarop een exemplaar van de beslissing ter inzage wordt gelegd, alsmede de uren waarop en de plaats waar het ter inzage ligt; +b. de strekking van de beslissing. + +### Artikel 7.18 + +Degene die een activiteit, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, wil ondernemen, maakt een milieueffectrapport, indien: + +a. het bevoegd gezag heeft beslist dat bij de voorbereiding van het betrokken besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt; +b. hij een verklaring gegeven heeft als bedoeld in artikel 7.16, derde lid. + +### Artikel 7.19 + +**1.** Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, wil ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit dat krachtens het vierde lid van dat artikel is aangewezen een beslissing omtrent de vraag of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Artikel 7.17, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**2.** + +Onder een zo vroeg mogelijk stadium wordt het volgende verstaan: + +a. indien het een besluit betreft waarvan krachtens wettelijk voorschrift het voorontwerp van het besluit ter inzage wordt gelegd, het stadium voorafgaand aan de terinzagelegging van dat voorontwerp, of +b. indien onderdeel a niet van toepassing is, het stadium voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-besluit. + +**3.** Het bevoegd gezag neemt de beslissing na overleg met de bestuursorganen die bij of krachtens een wet moeten worden betrokken bij de voorbereiding van het betrokken besluit. + +**4.** + +Het bevoegd gezag doet van zijn beslissing mededeling door: + +a. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen, en indien is beslist dat voor de activiteit geen milieueffectrapport wordt gemaakt, kennisgeving in de Staatscourant; +b. kennisgeving in een publicatie in een ander land indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land; +c. terinzagelegging. + +**5.** + +In de kennisgevingen, bedoeld in het vierde lid, vermeldt het bevoegd gezag ten minste: + +a. het tijdstip waarop een exemplaar van de beslissing ter inzage wordt gelegd, alsmede de uren waarop en de plaats waar het ter inzage ligt; +b. de strekking van de beslissing. + +### Artikel 7.20 + +De artikelen 7.16 tot en met 7.19 vinden geen toepassing ten aanzien van een activiteit, aangewezen in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, voor zover die activiteit bij een provinciale verordening krachtens artikel 7.6, eerste lid, overeenkomstig de omschrijving in die algemene maatregel van bestuur is aangewezen en het een besluit betreft dat ter zake van die activiteit bij die verordening overeenkomstig die maatregel is aangewezen. + +### Paragraaf 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit + +### Artikel 7.21 + +**1.** Het bevoegd gezag kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt ontheffing verlenen van de verplichting tot het maken van een milieueffectrapport bij de voorbereiding van een krachtens artikel 7.2, derde lid, dan wel artikel 7.6, derde lid, aangewezen besluit in gevallen waarin het algemeen belang het onverwijld ondernemen van de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, noodzakelijk maakt. + +**2.** + +Een verzoek om ontheffing bevat in elk geval: + +a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; +b. een beschrijving van de omstandigheden waaronder de activiteit zal worden uitgevoerd; +c. de redenen voor het verzoek, en +d. een aanduiding van de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. + +**3.** Indien in een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt verwezen naar stukken, gaat het verzoek vergezeld van die stukken. + +**4.** De beslissing op het verzoek wordt genomen uiterlijk negen weken na de ontvangst daarvan. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de beslissing mededeling gedaan aan Onze Ministers. + +**5.** Uiterlijk twee weken na de mededeling, bedoeld in het vierde lid, doet het bevoegd gezag gelijktijdig mededeling van de beslissing op het verzoek, bedoeld in dat lid, door kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen, en in de Staatscourant, en wordt een exemplaar van de beslissing ter inzage gelegd, ten aanzien waarvan in de kennisgeving de plaats, het tijdstip en de uren worden vermeld. + +### Artikel 7.22 + +**1.** In gevallen waarin een besluit wordt genomen op verzoek van degene die de betrokken activiteit onderneemt, maakt deze het milieueffectrapport. + +**2.** In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen maakt het bevoegd gezag het milieueffectrapport. + +### Artikel 7.23 + +**1.** + +Een milieueffectrapport bevat de volgende gegevens: + +a. een beschrijving van hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd; +b. een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de wijze waarop zij zal worden uitgevoerd, alsmede van de alternatieven daarvoor, die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven; +c. een aanduiding van het besluit of de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt gemaakt, en een overzicht van de eerder genomen beslissingen van bestuursorganen, die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven. +d. een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteit of de beschreven alternatieven daarvoor gevolgen kunnen hebben, alsmede van de te verwachten ontwikkeling van dat milieu, indien die activiteit noch de alternatieven worden ondernomen; +e. een beschrijving van de gevolgen voor het milieu, die de voorgenomen activiteit, onderscheidenlijk de beschreven alternatieven kunnen hebben, alsmede een motivering van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven; +f. een vergelijking van de ingevolge onderdeel d beschreven te verwachten ontwikkeling van het milieu met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit, alsmede met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van elk der in beschouwing genomen alternatieven; +g. een beschrijving van de maatregelen om belangrijke nadelige milieueffecten van de activiteit te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen; +h. een overzicht van de leemten in de beschrijvingen, bedoeld in de onderdelen d en e, ten gevolge van het ontbreken van de benodigde gegevens; +i. een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieueffectrapport en van de daarin beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven; +j. alsmede de gegevens die zijn aangewezen in bijlage IV van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, voor zover het milieueffectrapport deze gegevens niet reeds op grond van de onderdelen a tot en met i bevat. + +**2.** Het milieueffectrapport is gesteld in de Nederlandse taal. Het bevoegd gezag kan aan degene die de activiteit onderneemt, bij het geven van het in artikel 7.26 onderscheidenlijk artikel 7.27 bedoelde advies toestemming verlenen het rapport in een daarbij aan te wijzen andere taal te stellen. De in het eerste lid, onder i, bedoelde samenvatting is steeds in de Nederlandse taal gesteld. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens worden bepaald en beschreven. + +### Paragraaf 7.8. De voorbereiding van het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit waarop + +### Artikel 7.24 + +**1.** Degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens de artikelen 7.2, eerste lid, onder a, onder b in samenhang met artikel 7.18, of 7.6, eerste lid, en die voornemens is een aanvraag in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, of 7.6, derde lid, en waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van toepassing zijn, deelt dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag. + +**2.** Op verzoek van de aanvrager brengt het bevoegd gezag advies uit inzake de reikwijdte en het detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieueffectrapport. + +**3.** Bij afwezigheid van een verzoek als bedoeld in het tweede lid kan het bevoegd gezag ambtshalve advies uitbrengen. + +### Artikel 7.25 + +Het bevoegd gezag raadpleegt de adviseurs en de bestuursorganen, die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het besluit berust bij de voorbereiding van het besluit worden betrokken, ten behoeve van het geven van advies als bedoeld in artikel 7.24, tweede en derde lid, en pleegt voorts overleg over dat advies met degene die de activiteit onderneemt. + +### Artikel 7.26 + +Het bevoegd gezag geeft uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek dan wel bij ontstentenis daarvan uiterlijk zes weken na de mededeling van het voornemen, een advies als bedoeld in artikel 7.24. Het bevoegd gezag kan de termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. + +### Artikel 7.26a + +Op de voorbereiding van een milieueffectrapport, ten aanzien van een activiteit als bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, dat betrekking heeft op een besluit als bedoeld in dat lid en voor welke activiteit tevens een besluit is vereist waarvoor op grond van artikel 19f, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 een passende beoordeling moet worden gemaakt, is in afwijking van de artikelen 7.24 tot en met 7.26, artikel 7.27 van overeenkomstige toepassing. + +### Paragraaf 7.9. De voorbereiding van het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit waarop ### Artikel 7.27 -**1.** Het bevoegd gezag neemt een krachtens artikel 7.2, derde lid, of 7.6, derde lid, aangewezen besluit niet dan nadat toepassing is gegeven aan de artikelen 7.12 tot en met 7.26. +**1.** Degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, dan wel onder b, in samenhang met artikel 7.18, of 7.6, eerste lid, en die voornemens is een aanvraag in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, en waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht of afdeling 13.2 niet van toepassing zijn, deelt dat voornemen zo spoedig mogelijk schriftelijk mee aan het bevoegd gezag. -**2.** Het bevoegd gezag neemt een besluit evenmin, indien de gegevens die in het milieu-effectrapport zijn opgenomen, redelijkerwijs niet meer aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd in verband met aanmerkelijke wijziging van de omstandigheden waarvan bij het maken van het milieu-effectrapport is uitgegaan. +**2.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel alvorens het milieueffectrapport op te stellen, indien een bestuursorgaan degene is die de activiteit wil ondernemen, raadpleegt het bevoegd gezag de adviseurs en de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het besluit berust bij de voorbereiding van het besluit worden betrokken, over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die is gericht op wat relevant is voor het besluit en die op grond van artikel 7.23 in het milieueffectrapport moet worden opgenomen. -**3.** Het bevoegd gezag neemt een beslissing omtrent een krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, aangewezen activiteit, en ten aanzien waarvan geen provinciale verordening krachtens artikel 7.6, eerste lid, van toepassing is, niet dan nadat toepassing is gegeven aan de artikelen 7.8a tot en met 7.8d . +**3.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling dan wel na het opvatten van het voornemen door een bestuursorgaan, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan het tweede lid, geeft het bevoegd gezag kennis van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, dan wel van zijn eigen voornemen, met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. + +**4.** + +In de kennisgeving wordt vermeld: + +a. dat stukken betreffende het voornemen openbaar zullen worden gemaakt, en waar en wanneer, +b. dat er gelegenheid wordt geboden zienswijzen over het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn, en +c. of de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen. + +**5.** In de kennisgeving wordt voorts vermeld indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, aangewezen besluit en voor de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid, onder a, van dat artikel aangewezen, activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied: dat voor de activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. + +**6.** Kennisgeving vindt plaats in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. + +**7.** In het geval het bevoegd gezag niet degene is die de activiteit wil ondernemen, geeft het uiterlijk zes weken na ontvangst van de mededeling, een advies inzake de reikwijdte en het detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieueffectrapport. Het bevoegd gezag kan de termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. + +### Paragraaf 7.10. Het besluit ### Artikel 7.28 @@ -1836,26 +1744,25 @@ d. indien de commissie overeenkomstig artikel 7.26b advies heeft uitgebracht, he Het bevoegd gezag laat een aanvraag om een besluit buiten behandeling indien -a. bij het indienen van de aanvraag geen milieu-effectrapport is overgelegd; -b. ten aanzien van het overgelegde milieu-effectrapport artikel 7.18, eerste lid, toepassing heeft gevonden; -c. in gevallen waarin krachtens artikel 14.5 ter voorbereiding van meer dan een besluit één milieu-effectrapport wordt gemaakt, de van de aanvrager afkomstige aanvragen tot het nemen van de andere betrokken besluiten niet tegelijkertijd worden ingediend. +a. bij het indienen van de aanvraag geen milieueffectrapport is overgelegd, tenzij van de plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport op grond van artikel 7.21 ontheffing is verleend; +b. het overgelegde milieueffectrapport, mede gelet op het advies wanneer dat daarover op grond van artikel 7.26 onderscheidenlijk artikel 7.27 is gegeven, niet voldoet aan artikel 7.23, dan wel onjuistheden bevat; +c. in gevallen waarin krachtens artikel 14.5 ter voorbereiding van meer dan een besluit één milieueffectrapport wordt gemaakt, de van de aanvrager afkomstige aanvragen tot het nemen van de andere betrokken besluiten niet tegelijkertijd worden ingediend. -**2.** - -Het bevoegd gezag laat de aanvraag tevens buiten behandeling indien een besluit als bedoeld in artikel 7.8a krachtens wettelijk voorschrift op aanvraag wordt genomen en - -a. bij het indienen van de aanvraag geen afschrift is gevoegd van de beslissing krachtens artikel 7.8b, eerste lid, inhoudende dat geen milieu-effectrapport behoeft te worden gemaakt, of -b. bij het indienen van de aanvraag geen milieu-effectrapport is overgelegd. +**2.** Het bevoegd gezag laat de aanvraag tevens buiten behandeling indien deze een besluit als bedoeld in artikel 7.2, vierde lid, betreft, dat krachtens wettelijk voorschrift op aanvraag wordt genomen, en waarover krachtens artikel 7.17, eerste lid, geen beslissing is genomen dan wel is beslist dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt hetwelk niet is overgelegd. ### Artikel 7.29 -Indien van een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28, openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport - zo nodig in afwijking van artikel 7.20, tweede lid, derde volzin - in ieder geval gelijktijdig openbaar kennisgegeven. +**1.** Indien van een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28, openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieueffectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven. + +**2.** In het geval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land, geschiedt de openbare kennisgeving van de aanvraag en het milieueffectrapport in een publicatie in dat andere land. ### Artikel 7.30 -**1.** Indien krachtens wettelijk voorschrift van het voorontwerp of het ontwerp van een besluit openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 7.29. Indien krachtens wettelijk voorschrift zowel van een voorontwerp als van een ontwerp van het besluit openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig met het voorontwerp kennisgegeven. +**1.** Indien de procedure van totstandkoming van het besluit voorziet in openbare kennisgeving van het voorontwerp of het ontwerp van een besluit, wordt van het milieueffectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 7.29. Indien die procedure voorziet in openbare kennisgeving van zowel een voorontwerp als een ontwerp van het besluit, wordt van het milieueffectrapport gelijktijdig met het voorontwerp kennisgegeven. -**2.** Van het ontwerp van een besluit wordt, indien van een aanvraag om of een voorontwerp van het besluit openbaar kennis is gegeven, niet openbaar kennisgegeven dan nadat toepassing is gegeven aan de artikelen 7.17 tot en met 7.20 en 7.26. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de openbare kennisgeving in een publicatie in een ander land in het geval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. + +**3.** Indien de procedure van totstandkoming van het besluit niet voorziet in openbare kennisgeving van de aanvraag, het voorontwerp of het ontwerp van een besluit, wordt in afwijking van die procedure, van het milieueffectrapport gelijktijdig met het ontwerp van het besluit openbaar kennisgegeven met toepassing van artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 7.31 @@ -1863,7 +1770,15 @@ Vervallen ### Artikel 7.32 -Indien over een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28 dan wel het voorontwerp of het ontwerp van een besluit zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen zienswijzen over het milieu-effectrapport in ieder geval gelijktijdig naar voren worden gebracht met zienswijzen over die aanvraag dan wel dat voorontwerp of ontwerp. +**1.** Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28, dan wel het voorontwerp of het ontwerp van een besluit als bedoeld in artikel 7.30, ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld daarover zienswijzen naar voren te brengen, kunnen zienswijzen over het milieueffectrapport gelijktijdig naar voren worden gebracht met zienswijzen over die aanvraag dan wel dat voorontwerp of ontwerp, waarmee het milieueffectrapport ter inzage is gelegd. + +**2.** Indien de procedure van totstandkoming van een besluit er niet in voorziet dat de aanvraag, het voorontwerp of het ontwerp van het besluit ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze daarover naar voren te brengen, zijn in afwijking van die procedure de artikelen 3:11, 3:12, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen over het milieueffectrapport kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Zienswijzen over het milieueffectrapport kunnen gelijktijdig naar voren worden gebracht met de zienswijzen over het ontwerp van het besluit. + +**3.** De zienswijzen op het milieueffectrapport kunnen slechts betrekking hebben op de inhoud van het milieueffectrapport, het niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens artikel 7.23 gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat. + +**4.** Indien het eerste lid van toepassing is en de procedure van totstandkoming van een besluit voorziet in de vaststelling van een besluit binnen een bepaalde termijn, dan wordt die termijn, wanneer deze korter is dan de termijn, bedoeld in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht, verlengd tot de termijn, bedoeld in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht vermeerderd met twee weken. + +**5.** Artikel 7.12 is van overeenkomstige toepassing op een besluit waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht of afdeling 13.2 niet van toepassing zijn, en op een besluit ter zake van een activiteit als bedoeld in artikel 7.26a. ### Artikel 7.33 @@ -1871,9 +1786,7 @@ Vervallen ### Artikel 7.34 -**1.** Indien met betrekking tot handelingen als bedoeld in de artikelen 7.28, eerste lid, 7.29, 7.30 en 7.32 de krachtens deze wet en krachtens andere wettelijke voorschriften geldende termijnen niet even lang zijn, geldt voor de betrokken perioden met betrekking tot de totstandkoming van het besluit de langste van die termijnen. - -**2.** Indien krachtens wettelijk voorschrift een besluit binnen een bepaalde termijn moet worden genomen, wordt die termijn verlengd met vijf weken, alsmede, indien ingevolge het eerste lid langere termijnen in de plaats treden van termijnen die bij de totstandkoming van het besluit zouden gelden, met de som van de verschillen tussen de laatstbedoelde en de ingevolge het eerste lid geldende termijnen. +Vervallen ### Artikel 7.35 @@ -1900,93 +1813,97 @@ b. een beslissing nemen, ertoe strekkende dat de activiteit niet wordt ondernome Een krachtens een andere wettelijke regeling te nemen besluit wordt, ook voor zover daarbij artikel 7.35 wordt toegepast, geacht krachtens die regeling te worden genomen. +### Artikel 7.36a + +Het bevoegd gezag neemt een besluit niet: + +a. dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de artikelen 7.22 en 7.23 en aan paragraaf 7.8 of 7.9; +b. indien de gegevens die in het milieueffectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd. + ### Artikel 7.37 **1.** -De motivering van een besluit vermeldt in ieder geval: +In het besluit wordt in ieder geval vermeld: -a. de wijze waarop rekening is gehouden met de in het milieu-effectrapport beschreven gevolgen voor het milieu van de activiteit waarop het besluit betrekking heeft; -b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieu-effectrapport beschreven alternatieven; -c. hetgeen is overwogen omtrent de terzake van het milieu-effectrapport overeenkomstig artikel 7.20, derde lid, juncto artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht naar voren gebrachte zienswijzen en de overeenkomstig artikel 7.26 uitgebrachte adviezen. - -**2.** Het bevoegd gezag bepaalt bij het besluit de termijn of de termijnen waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 7.39, wordt gestart, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten. - -### Artikel 7.38 - -**1.** Van een besluit doet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk mededeling door toezending van een exemplaar aan degenen die overeenkomstig artikel 7.20, derde lid, juncto artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zienswijzen naar voren hebben gebracht, en, voorzover van toepassing, aan de commissie en aan de adviseurs. Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Het doet van zijn besluit tevens zo spoedig mogelijk mededeling met overeenkomstige toepassing van artikel 3.44, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. - -### Paragraaf 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen - -### Artikel 7.38a - -**1.** - -Indien een in een plan voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een ander land, wordt aan de regering van dat land of aan een door die regering aan te wijzen autoriteit van dat land verstrekt: - -a. het ontwerp van het plan, en, indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in dat ontwerp, het milieu-effectrapport, gelijktijdig met de terinzagelegging daarvan in Nederland; -b. het vastgestelde plan, en, indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in dat plan, het milieu-effectrapport, gelijktijdig met de bekendmaking daarvan in Nederland. - -**2.** Indien een in een besluit voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, worden de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie, alsmede de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit en het besluit aan de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in het andere land verstrekt gelijktijdig met de bekendmaking in Nederland. Tevens worden deze informatie en deze bescheiden toegezonden aan de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van dat andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied. Artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 7.14, eerste lid, en 7.20, vierde lid, zijn ten aanzien van die instanties van overeenkomstige toepassing. - -**3.** De ingevolge het eerste, dan wel tweede lid te verstrekken stukken dienen als grondslag voor het overleg met bestuursorganen in het betrokken andere land over de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu in dat andere land kan hebben, en de maatregelen die worden overwogen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. - -**4.** Onze Minister is belast met de taken die voortvloeien uit de toepassing van het eerste tot en met derde lid, voorzover het betreft het verschaffen van informatie aan en overleg met de regering van het andere land. Overigens is het bevoegd gezag belast met die taken. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste tot en met derde lid. - -### Artikel 7.38b - -Behoudens het bepaalde in artikel 7.38a, eerste dan wel tweede lid, informeren Onze Minister onderscheidenlijk het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk nadat uit de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie duidelijk is geworden dat er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in dat andere land. Artikel 7.38a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 7.38c - -**1.** - -Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan zendt het bevoegd gezag indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land, aan Onze Minister een exemplaar van: - -a. het ontwerp van dat plan en, indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in dat ontwerp, het milieu-effectrapport; -b. het vastgestelde plan en, indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in dat plan, het milieu-effectrapport. +a. de wijze waarop rekening is gehouden met de in het milieueffectrapport beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de activiteit waarop het besluit betrekking heeft; +b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieueffectrapport beschreven alternatieven; +c. hetgeen is overwogen omtrent de overeenkomstig artikel 7.32 ter zake van het milieueffectrapport naar voren gebrachte zienswijzen. **2.** -Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit zendt het bevoegd gezag indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land, aan Onze Minister: +In het besluit wordt tevens vermeld: -a. een exemplaar van de mededeling, bedoeld in artikel 7.12; -b. een exemplaar van de richtlijnen, bedoeld in artikel 7.15; -c. een exemplaar van het milieu-effectrapport, bedoeld in artikel 7.20; -d. een exemplaar van de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk van het ontwerp van het besluit; -e. een exemplaar van het besluit, bedoeld in artikel 7.27. +a. indien de commissie overeenkomstig artikel 7.32, vijfde lid, in samenhang met artikel 7.12, advies heeft uitgebracht, hetgeen is overwogen omtrent dat advies; +b. indien van toepassing, hetgeen in het milieueffectrapport omtrent mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen is overwogen, en +c. indien van toepassing, hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artikel 7.38a, vijfde lid. -**3.** Bij de toezending verzoekt het bevoegd gezag Onze Minister toepassing te geven aan artikel 7.38a, eerste lid. +**3.** Het bevoegd gezag bepaalt bij het besluit de termijn of de termijnen waarop met het onderzoek, bedoeld in artikel 7.39, wordt begonnen, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten. + +**4.** Degene die de in dat besluit voorgenomen activiteit onderneemt, verleent aan het bevoegd gezag desgevraagd alle medewerking en verstrekt alle inlichtingen, die het redelijkerwijs voor het verrichten van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, behoeft. + +### Artikel 7.38 + +Indien de procedure van totstandkoming van een besluit niet voorziet in: + +a. bekendmaking van een besluit, wordt dat besluit bekend gemaakt op de wijze, voorzien in afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht; +b. mededeling door toezending van een exemplaar van een besluit aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht en, voor zover van toepassing, aan de commissie, de adviseurs en de bestuursorganen die bij de voorbereiding worden betrokken, wordt mededeling gedaan zoals voorzien in artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht. + +### Paragraaf 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen + +### Artikel 7.38a + +**1.** Nadat uit de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie duidelijk is geworden dat er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land als gevolg van een voorgenomen activiteit, wordt de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit van dat andere land zo spoedig mogelijk geïnformeerd. + +**2.** + +Indien een in een plan voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een ander land, wordt, onverminderd het eerste lid, aan de regering van dat land of aan een door die regering aan te wijzen autoriteit van dat land verstrekt: + +a. het ontwerp van het plan, en, indien het milieueffectrapport niet is opgenomen in dat ontwerp, het milieueffectrapport, gelijktijdig met de terinzagelegging daarvan in Nederland; +b. het vastgestelde plan, en, indien het milieueffectrapport niet is opgenomen in dat plan, het milieueffectrapport, gelijktijdig met de bekendmaking daarvan in Nederland. + +**3.** + +Indien een in een besluit voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, wordt, onverminderd het eerste lid, aan de regering van dat land of een door die regering aan te wijzen autoriteit van dat land verstrekt: + +a. de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk het voorontwerp of het ontwerp van het besluit alsmede de milieueffectrapportage en, indien van toepassing, een advies als bedoeld in artikel 7.26 onderscheidenlijk artikel 7.27, gelijktijdig met de terinzagelegging daarvan in Nederland; +b. het besluit en het milieueffectrapport gelijktijdig met de bekendmaking daarvan in Nederland. + +**4.** Op de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van het andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied zijn de artikelen 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 7.9, tweede lid, onder c, artikel 7.25, onderscheidenlijk artikel 7.27, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Tevens worden de in het tweede en derde lid bedoelde bescheiden toegezonden aan deze instanties. + +**5.** De ingevolge het tweede of derde lid te verstrekken stukken dienen als grondslag voor het overleg met bestuursorganen in het betrokken andere land over de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu in dat andere land kan hebben, en de maatregelen die worden overwogen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. + +**6.** Het bevoegd gezag is belast met de taken die voortvloeien uit de toepassing van het eerste tot en met vierde lid. Het bevoegd gezag geeft informatie en zendt de ingevolge het tweede en derde lid verstrekte stukken tevens aan Onze Minister, welke stukken eveneens dienen als grondslag voor het door het bevoegd gezag te voeren overleg, bedoeld in het vijfde lid. + +**7.** Onze Minister is in algemene zin belast met het onderhouden van contacten met de regering van het andere land en is betrokken bij overleg op regeringsniveau indien het overleg over een voorgenomen activiteit tussen het bevoegd gezag en de bestuursorganen van dat land niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. + +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid. + +### Artikel 7.38b + +Vervallen + +### Artikel 7.38c + +Vervallen ### Artikel 7.38d -Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu meent te kunnen ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland, geven Onze Minister, onderscheidenlijk het bevoegd gezag op verzoek van dat land toepassing aan artikel 7.38a, eerste tot en met derde lid. +Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu meent te kunnen ondervinden van een in een plan dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland, geven het bevoegd gezag, onderscheidenlijk Onze Minister op verzoek van dat land toepassing aan artikel 7.38a, eerste tot en met vijfde lid, met inachtneming van de taakverdeling tussen het bevoegd gezag en Onze Minister, bedoeld in artikel 7.38a, zesde en zevende lid. ### Artikel 7.38e -Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland kan Onze Minister: - -a. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan, bepalen dat het bevoegd gezag dat plan niet vaststelt dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de termijn waarbinnen zienswijzen over het ontwerp van dat plan naar voren kunnen worden gebracht, in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artikel 7.38a, derde lid, aan het bevoegd gezag te doen toekomen; -b. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit, bepalen dat het bevoegd gezag dat besluit niet neemt, dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de in artikel 7.26 bedoelde termijn in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artikel 7.38a, derde lid, aan het bevoegd gezag te doen toekomen. +Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland kan Onze Minister bepalen dat het bevoegd gezag dat plan dan wel besluit niet vaststelt dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de termijn waarbinnen zienswijzen over het ontwerp van dat plan dan wel over de aanvraag, het voorontwerp of ontwerp van dat besluit naar voren kunnen worden gebracht, in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artikel 7.38a, zevende lid, aan het bevoegd gezag te doen toekomen. ### Artikel 7.38f -De motivering van een besluit vermeldt in ieder geval: - -a. indien in het milieu-effectrapport of in het advies, bedoeld in artikel 7.26, aandacht wordt geschonken aan mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen, hetgeen daaromtrent is overwogen; -b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artikel 7.38a, tweede lid. +Vervallen ### Artikel 7.38g -**1.** Indien een voorgenomen activiteit in een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in Nederland kan hebben, draagt Onze Minister zorg voor het onderhouden van de contacten met dat land. +Indien een voorgenomen activiteit in een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in Nederland kan hebben, draagt Onze Minister zorg voor het onderhouden van de contacten met dat land indien er geen contact over een voorgenomen activiteit tot stand is gekomen tussen de direct betrokken bestuursorganen in Nederland en de bestuursorganen van het andere land dan wel indien het contact niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. -**2.** Onze Minister kan bij uitvoering van het eerste lid de commissie om advies verzoeken. - -### Paragraaf 7.9. Evaluatie +### Paragraaf 7.12. Evaluatie ### Artikel 7.39 @@ -1996,15 +1913,17 @@ b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artike ### Artikel 7.40 -Degene die de in dat plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit onderneemt, is verplicht aan het bevoegd gezag desgevraagd alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken, die het redelijkerwijs voor het verrichten van het in artikel 7.39 bedoelde onderzoek behoeft. +Vervallen ### Artikel 7.41 **1.** Het bevoegd gezag stelt een verslag op van het onderzoek. -**2.** Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan zendt het bevoegd gezag het verslag aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.11b. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan waarover de commissie overeenkomstig artikel 7.26b advies heeft uitgebracht, zendt het bevoegd gezag het verslag tevens aan de commissie. +**2.** Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een plan zendt het bevoegd gezag het verslag aan de adviseurs, de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.8, en aan de commissie. -**3.** Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit zendt het bevoegd gezag het verslag aan degene die de activiteit onderneemt, aan de commissie en aan de adviseurs. Het maakt het verslag gelijktijdig bekend met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. +**3.** Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een besluit zendt het bevoegd gezag het verslag aan degene die de activiteit onderneemt, aan de bestuursorganen en aan de adviseurs. Het maakt het verslag gelijktijdig bekend met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. + +**4.** Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een besluit waarover de commissie overeenkomstig artikel 7.32, vijfde lid, in samenhang met artikel 7.12, advies heeft uitgebracht, zendt het bevoegd gezag het verslag tevens aan die commissie. ### Artikel 7.42 @@ -2014,7 +1933,7 @@ Degene die de in dat plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit onderneemt, is ### Artikel 7.43 -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 7.39, 7.41 en 7.42. +Vervallen ## Hoofdstuk 8. Inrichtingen @@ -2339,7 +2258,7 @@ a. deze veranderingen niet leiden tot een andere inrichting dan waarvoor vergunn b. het voornemen tot het uitvoeren van de verandering door de vergunninghouder schriftelijk overeenkomstig de krachtens het zesde lid, onder a, gestelde regels aan het bevoegd gezag is gemeld, en c. het bevoegd gezag aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de voorgenomen verandering voldoet aan de aanhef en onderdeel a en de verandering naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot toepassing van de artikelen 8.22, 8.23 of 8.25. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op veranderingen ten aanzien waarvan, indien zij vergunningplichtig zouden zijn geweest, bij de voorbereiding van de besluiten terzake, een milieu-effectrapport had moeten worden gemaakt. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op veranderingen ten aanzien waarvan, indien zij vergunningplichtig zouden zijn geweest, bij de voorbereiding van de besluiten terzake, een milieueffectrapport had moeten worden gemaakt. **3.** Een besluit inzake een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding, bekendgemaakt. @@ -4192,7 +4111,7 @@ de Waterwet. ### Artikel 13.2 -Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven uiterlijk tien weken na ontvangst van de aanvraag. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de artikelen 3:11, 3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onder a, en 3:14 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 13.4 en 13.6 van overeenkomstige toepassing. +Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de artikelen 3:11, 3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onder a, en 3:14 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 13.4 en 13.6 van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 13.3 @@ -4288,7 +4207,7 @@ c. de betrokken beschikkingen gezamenlijk overeenkomstig artikel 3:44 van de Alg Gedeputeerde staten kunnen van de bestuursorganen die bevoegd zijn te beslissen op de aanvragen waarover de in artikel 14.1 bedoelde coördinatie zich uitstrekt, alsmede van de bij de beslissingen op die aanvragen betrokken adviseurs de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen en adviseurs zijn gehouden de van hen gevorderde medewerking te verlenen. -### Paragraaf 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport +### Paragraaf 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport ### Artikel 14.4a @@ -4296,19 +4215,19 @@ In deze paragraaf wordt onder activiteit, plan of besluit verstaan een activitei ### Artikel 14.4b -Ingeval terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan wordt ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieu-effectrapport gemaakt. Het rapport wordt voorbereid met toepassing van de paragrafen 7.5 en 7.6. +Ingeval terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan wordt ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieueffectrapport gemaakt. Het rapport wordt voorbereid met toepassing van de paragrafen 7.8 onderscheidenlijk 7.9 en 7.10. ### Artikel 14.4c -**1.** Ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt ter voorbereiding van die plannen één milieu-effectrapport gemaakt. +**1.** Ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt ter voorbereiding van die plannen één milieueffectrapport gemaakt. -**2.** Buiten de gevallen, bedoeld in het eerste lid, kan, ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan moet worden vastgesteld, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, door de bestuursorganen die die plannen moeten vaststellen, worden besloten dat ter voorbereiding van die plannen één milieu-effectrapport wordt gemaakt. +**2.** Buiten de gevallen, bedoeld in het eerste lid, kan, ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan moet worden vastgesteld, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, door de bestuursorganen die die plannen moeten vaststellen, worden besloten dat ter voorbereiding van die plannen één milieueffectrapport wordt gemaakt. ### Artikel 14.5 -**1.** Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt en op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport gemaakt. +**1.** Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt en op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieueffectrapport gemaakt, met toepassing van paragraaf 7.8. -**2.** Buiten de gevallen, in het eerste lid bedoeld, kan, ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, worden besloten dat ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport wordt gemaakt. +**2.** Buiten de gevallen, in het eerste lid bedoeld, kan, ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, worden besloten dat ter voorbereiding van die besluiten één milieueffectrapport wordt gemaakt, met toepassing van paragraaf 7.9. **3.** @@ -4322,13 +4241,11 @@ c. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen va ### Artikel 14.6 -**1.** Degene die een activiteit onderneemt in een geval als bedoeld in artikel 14.5, kan tegelijkertijd met een mededeling als bedoeld in artikel 7.12, eerste lid, verzoeken aan artikel 14.5, tweede lid, toepassing te geven. +**1.** Degene die een activiteit onderneemt in een geval als bedoeld in artikel 14.5, kan tegelijkertijd met een mededeling als bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, dan wel in artikel 7.27, eerste lid, verzoeken aan artikel 14.5, tweede lid, toepassing te geven. -**2.** In gevallen als bedoeld in artikel 14.5, derde lid, onder *b* en *c*, kan een zodanig verzoek ook worden gedaan door een bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. Het wordt ingediend uiterlijk twee weken na de dag waarop met betrekking tot het milieu-effectrapport de kennisgeving krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 7.12, vierde lid, heeft plaatsgevonden. +**2.** In gevallen als bedoeld in artikel 14.5, derde lid, onder b en c, kan een zodanig verzoek ook worden gedaan door een bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. Het wordt ingediend uiterlijk twee weken na de dag waarop met betrekking tot het milieueffectrapport de mededeling krachtens artikel 7.24, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 7.27, eerste lid, heeft plaatsgevonden. -**3.** Het verzoek - waarin alle besluiten vermeld zijn, waarop het betrekking heeft - wordt schriftelijk ingediend bij het orgaan dat erover moet beslissen. In een geval als bedoeld in artikel 14.5, derde lid, onder *c*, wordt het verzoek ingediend bij een der bevoegde bestuursorganen; dat orgaan zendt het onverwijld aan de andere bevoegde organen. - -**4.** Het orgaan waarbij het verzoek is ingediend, tekent de datum van ontvangst aan op het geschrift waarbij het verzoek is ingediend, en zendt de verzoeker een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld. +**3.** Het verzoek - waarin alle besluiten vermeld zijn, waarop het betrekking heeft - wordt schriftelijk ingediend bij het orgaan dat erover moet beslissen. In een geval als bedoeld in artikel 14.5, derde lid, onder c, wordt het verzoek ingediend bij een der bevoegde bestuursorganen; dat orgaan zendt het onverwijld aan de andere bevoegde organen. ### Artikel 14.7 @@ -4344,7 +4261,7 @@ In gevallen als bedoeld in artikel 14.5, derde lid, onder c, wordt bij de beslis ### Artikel 14.9 -**1.** Indien op grond van artikel 14.5, eerste lid, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, dan wel overeenkomstig artikel 14.5, tweede lid, is besloten tot het maken van één milieu-effectrapport, wordt dat rapport gecoördineerd voorbereid en behandeld. +**1.** Indien op grond van artikel 14.5, eerste lid, een milieueffectrapport moet worden gemaakt, dan wel overeenkomstig artikel 14.5, tweede lid, is besloten tot het maken van één milieueffectrapport, wordt dat rapport gecoördineerd voorbereid en behandeld. **2.** @@ -4356,17 +4273,17 @@ c. in andere gevallen: het krachtens artikel 14.8 daartoe aangewezen bestuursorg ### Artikel 14.10 -**1.** Het met de coördinatie belaste orgaan bevordert dat bij het geven van de in artikel 7.15 bedoelde richtlijnen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die richtlijnen en dat bij het nemen van de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport wordt gemaakt, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die besluiten. +**1.** Het met de coördinatie belaste orgaan bevordert dat bij het geven van de in artikel 7.26 onderscheidenlijk artikel 7.27, zevende lid, bedoelde adviezen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die adviezen en dat bij het nemen van de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt gemaakt, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die besluiten. **2.** Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zoveel mogelijk zorg voor dat: -a. van de mededelingen van de voornemens tot het indienen van verzoeken, als bedoeld in artikel 7.12, eerste lid, alsmede van de voornemens tot het nemen van besluiten, als bedoeld in artikel 7.13, eerste lid, te zamen overeenkomstig artikel 7.12, vierde en vijfde lid, wordt kennisgegeven; -b. de krachtens artikel 7.15 te geven richtlijnen te zamen worden toegezonden aan degene die het milieu-effectrapport maakt; -c. het milieu-effectrapport wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen en overeenkomstig artikel 7.20, eerste lid, aan de adviseurs en de Commissie voor de milieu-effectrapportage; -d. van het milieu-effectrapport overeenkomstig artikel 7.20, tweede lid, wordt kennisgegeven; -e. overigens toepassing wordt gegeven aan artikel 7.20 en aan artikel 7.26, eerste lid. +a. van de mededelingen van de voornemens tot het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 7.24 onderscheidenlijk artikel 7.27, eerste lid, alsmede van het opvatten door het bevoegd gezag van het voornemen, als bedoeld in artikel 7.27, tweede lid, te zamen overeenkomstig artikel 7.27, derde lid, wordt kennisgegeven; +b. de krachtens artikel 7.26 onderscheidenlijk artikel 7.27, zevende lid, te geven adviezen te zamen worden toegezonden aan degene die het milieueffectrapport maakt; +c. het milieueffectrapport wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen, aan de adviseurs en de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.25, onderscheidenlijk artikel 7.27, tweede lid; +d. van het milieueffectrapport overeenkomstig artikel 7.29 of 7.30 wordt kennisgegeven; +e. overigens toepassing wordt gegeven aan artikel 7.32. **3.** Artikel 14.4 is van overeenkomstige toepassing. @@ -4374,18 +4291,17 @@ e. overigens toepassing wordt gegeven aan artikel 7.20 en aan artikel 7.26, eers **1.** -In gevallen waarin een orgaan met de coördinatie van de voorbereiding en behandeling van een milieu-effectrapport is belast, kan: +In gevallen waarin een orgaan met de coördinatie van de voorbereiding en behandeling van een milieueffectrapport is belast: -a. in afwijking van artikel 7.17, eerste lid, het rapport aan dat orgaan worden overgelegd; -b. de Commissie voor de milieu-effectrapportage en kunnen de adviseurs hun adviezen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport en over het rapport bij dat orgaan indienen; -c. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig artikel 7.14, vierde lid, geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen; -d. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 7.20, derde lid, geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen. +a. kan het rapport aan dat orgaan worden overgelegd; +b. kunnen de adviseurs en de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.25 onderscheidenlijk artikel 7.27, tweede lid, en de Comissie voor de milieueffectrapportage hun adviezen over het geven van adviezen inzake de inhoud van het rapport en over het rapport bij dat orgaan indienen; +c. kan degene die gebruik maakt van de in artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 7.32 geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren brengen. **2.** Indien stukken met een inhoud als bedoeld in het eerste lid worden overgelegd onderscheidenlijk ingediend bij een ander bevoegd gezag, zendt het deze onverwijld aan het met de coördinatie belaste orgaan. ### Artikel 14.12 -**1.** Ingeval ter zake van een activiteit een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, en ter zake van die activiteit één of meer besluiten moeten worden genomen ten aanzien waarvan artikel 14.1 niet kan worden toegepast, kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, worden besloten tot een gecoördineerde voorbereiding van deze besluiten. +**1.** Ingeval ter zake van een activiteit een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, en ter zake van die activiteit één of meer besluiten moeten worden genomen ten aanzien waarvan artikel 14.1 niet kan worden toegepast, kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, dan wel ambtshalve, worden besloten tot een gecoördineerde voorbereiding van deze besluiten. **2.** @@ -4396,9 +4312,9 @@ b. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen va ### Artikel 14.13 -**1.** Een verzoek als bedoeld in artikel 14.12, eerste lid, wordt schriftelijk ingediend gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in artikel 7.12, eerste lid. Het verzoek vermeldt alle besluiten waarop het betrekking heeft. +**1.** Een verzoek als bedoeld in artikel 14.12, eerste lid, wordt schriftelijk bij het bevoegd gezag ingediend gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in artikel 7.24 onderscheidenlijk artikel 7.27, eerste lid. Het verzoek vermeldt alle besluiten waarop het betrekking heeft. -**2.** Artikel 7.12, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag zendt onverwijld een afschrift van het verzoek aan de andere bevoegde organen. +**2.** Het bevoegd gezag zendt onverwijld een afschrift van het verzoek aan de andere bevoegde organen. **3.** Een verzoek als bedoeld in artikel 14.12, eerste lid, wordt alleen ingewilligd, indien het bevoegd gezag en de andere bevoegde organen daarmee instemmen. Artikel 14.7, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -4406,24 +4322,24 @@ b. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen va **1.** -Indien een verzoek als bedoeld in artikel 14.12, eerste lid, wordt ingewilligd, treedt het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt, op als het met de coördinatie belaste orgaan. +Indien een verzoek als bedoeld in artikel 14.12, eerste lid, wordt ingewilligd, treedt het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport moet worden gemaakt, op als het met de coördinatie belaste orgaan. -De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de artikelen 7.12 tot en met 7.20 en 7.26 aangemerkt als adviseur. +De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de artikelen 7.24 tot en met 7.26, onderscheidenlijk artikel 7.27 aangemerkt als adviseur. -**2.** Indien ter zake van de activiteit waarop het verzoek betrekking heeft, meer dan één besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van die besluiten, het met de coördinatie belaste orgaan aangewezen. +**2.** Indien ter zake van de activiteit waarop het verzoek betrekking heeft, meer dan één besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van die besluiten, het met de coördinatie belaste orgaan aangewezen. **3.** Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zo veel mogelijk zorg voor dat: -a. bij het geven van de in artikel 7.15 bedoelde richtlijnen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van de besluiten waarop het verzoek betrekking heeft; +a. bij het geven van de in artikel 7.26 onderscheidenlijk artikel 7.27, zevende lid, bedoelde adviezen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van de besluiten waarop het verzoek betrekking heeft; b. tussen de bevoegde bestuursorganen tijdig overleg wordt gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten te bevorderen. **4.** Artikel 14.4 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 14.15 -Met betrekking tot de termijn waarbinnen de betrokken besluiten moeten worden genomen, is artikel 7.34 van overeenkomstige toepassing. +Met betrekking tot de termijn waarbinnen de betrokken besluiten moeten worden genomen, is artikel 7.32, vierde lid van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 14.16 @@ -6692,11 +6608,11 @@ Onverminderd artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur verstrekt een bestuur ### Artikel 19.5 -**1.** Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van hoofdstuk 7 is gedaan en betrekking heeft op een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan waarover de commissie overeenkomstig artikel 7.26b om advies moet worden gevraagd, dan wel op een besluit als bedoeld in artikel 7.1, derde lid, wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan de Commissie voor de milieu-effectrapportage. +**1.** Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van hoofdstuk 7 is gedaan en betrekking heeft op een plan onderscheidenlijk besluit waarover de Commissie voor de milieueffectrapportage overeenkomstig artikel 7.12 onderscheidenlijk artikel 7.32, vijfde lid, in samenhang met artikel 7.12, in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen, wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan die commissie. -**2.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht indien het een besluit op aanvraag betreft of van paragraaf 7.2 of 7.5 is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de artikelen 3:18 en 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 31 van de Dienstenwet en de artikelen 7.5, zesde lid, 7.20, tweede lid, en 13.8 geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort. +**2.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht indien het een besluit op aanvraag betreft of van paragraaf 7.2 of 7.8 onderscheidenlijk 7.9 is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de artikelen 3:18 en 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 31 van de Dienstenwet en artikel 7.21, vijfde lid, en 13.8 geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort. -**3.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht indien het geen besluit op aanvraag betreft of van paragraaf 7.6 of 7.7 is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. +**3.** Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van afdeling 3.4 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht indien het geen besluit op aanvraag betreft of van paragraaf 7.10 is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in artikel 19.4, eerste lid, bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. ### Artikel 19.6 @@ -6708,7 +6624,7 @@ De artikelen 19.3 tot en met 19.5 zijn van overeenkomstige toepassing op gegeven ### Artikel 19.6b -Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel 7.2 ter zake van een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake vergunning voor een inrichting krachtens artikel 8.1, ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur tegen de openbaarmaking verzet, is artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan. +Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel 7.2 ter zake van een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake vergunning voor een inrichting krachtens artikel 8.1, ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur tegen de openbaarmaking verzet, is artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan. ### Artikel 19.7 @@ -6959,7 +6875,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken **3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan. -**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.10, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.20a, eerste lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7, 18.3 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. +**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.2, eerste lid, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.10, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.20a, eerste lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7, 18.3 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. **5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.