2008-01-31 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-31 12:00:00 +00:00
parent c50c289193
commit 7320c6d1fa

View file

@ -3947,67 +3947,43 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Armenië geldt geen besluit in de zin van artik
### [4]. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
#### 1. Datum
Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt.
#### 2. Achtergrond
#### 1. Achtergrond
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Azerbeidzjan. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 16 november 2005 over de situatie in Azerbeidzjan.
#### 2. Besluitmoratorium
#### 3. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Azerbeidzjan geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
Ten aanzien van asielzoekers uit Azerbeidzjan is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vw.
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
##### 4.1. Etnisch Azeris
##### 3.1. Etnisch Azeris
Met betrekking tot de beoordeling van asielaanvragen van etnisch Azeris is het algemene asielbeleid van toepassing.
##### 4.2. Etnisch Armeniërs
##### 3.2. Etnisch Armeniërs
###### 4.2.1. Inleiding
###### 3.2.1. Inleiding
Naar aanleiding van de oorlog om Nagorny Karabach hebben verreweg de meeste etnisch Armeniërs Azerbeidzjan al tussen 1988 en 1990 verlaten. Zij zijn over het algemeen naar één van de voormalige Sovjetstaten zoals de Rusland, Belarus, Armenië, Oekraïne en Georgië getrokken. In Nederland worden asielaanvragen ingediend door zowel personen die recentelijk Azerbeidzjan hebben verlaten, als personen die al jaren geleden Azerbeidzjan hebben verlaten.
Naar aanleiding van de oorlog om Nagorny Karabach hebben verreweg de meeste etnisch Armeniërs Azerbeidzjan al tussen 1988 en 1990 verlaten. Zij zijn over het algemeen naar één van de voormalige Sovjetstaten zoals Rusland, Belarus, Armenië, Oekraïne en Georgië getrokken. In Nederland worden asielaanvragen ingediend door zowel personen die recentelijk Azerbeidzjan hebben verlaten als personen die al jaren geleden Azerbeidzjan hebben verlaten.
Gelet op het mogelijke tijdsverloop sinds het vertrek van de etnisch Armeniër zal eerst moeten worden bezien of de vreemdeling niet inmiddels in het bezit is van het staatsburgerschap van één van die deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie.
###### 3.2.2. Vertrokken uit Azerbeidzjan vóór 1988
Bij die beoordeling van het asielrelaas wordt meegewogen dat, blijkens het ambtsbericht van de Minister van BuZa, al jaren geen sprake meer is van discriminatie van overheidswege. Tevens meldt eerder genoemd ambtsbericht dat er geen gevallen bekend zijn waarin enkel de etnische afkomst aanleiding is voor detentie, mishandeling of andere direct op de persoon gerichte fysieke acties. Voorts kunnen etnisch Armeniërs de bescherming inroepen van de Azerbeidzjaanse autoriteiten tegen intimidatie of achterstelling, hoewel niet kan worden uitgesloten dat de autoriteiten minder geneigd zijn bescherming te bieden aan etnisch Armeniërs (dan aan etnisch Azeris). Gelet hierop kan in beginsel van een etnisch Armeniër verlangd worden dat hij in voorkomende gevallen om de bescherming van de Azerbeidzjaanse autoriteiten verzoekt.
Een beroep op gebeurtenissen vóór 1988 zal, gelet op het tijdsverloop, niet snel leiden tot de conclusie dat er sprake is van vluchtelingenschap of van schending van artikel 3 EVRM. Immers, indien de vreemdeling voor 1988 is vertrokken en daarna geruime tijd buiten Azerbeidzjan heeft verbleven, zal niet snel aannemelijk gemaakt kunnen worden dat de vreemdeling thans nog te vrezen zou hebben in Azerbeidzjan.
###### 4.2.2. Vertrokken uit Azerbeidzjan vóór 1988
Dit laat echter onverlet de mogelijkheid dat een vreemdeling in het asielrelaas op individuele gronden aannemelijk maakt dat hij te vrezen heeft voor vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM.
Een beroep op gebeurtenissen vóór 1988 zal, gelet op het tijdsverloop, niet snel leiden tot de conclusie dat er sprake is van vluchtelingenschap of van schending van het EVRM. Immers, indien de vreemdeling voor 1988 is vertrokken en daarna geruime tijd buiten Azerbeidzjan heeft verbleven, zal niet snel aannemelijk gemaakt kunnen worden dat de vreemdeling thans nog te vrezen zou hebben in Azerbeidzjan.
Dit laat echter onverlet de mogelijkheid dat een vreemdeling in het asielrelaas op individuele gronden aannemelijk maakt dat hij te vrezen heeft voor vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
Gelet op de berichtgeving in het ambtsbericht van het Ministerie van BuZa, dat geen nadere informatie bekend is omtrent de positie van een etnisch Armeniër bij terugkeer naar Azerbeidzjan, wordt bij zaken, waarbij de asielzoeker tot 1993 is vertrokken, eerder aangenomen dat bij terugkeer een schending plaatsvindt van het gestelde in artikel 3 EVRM. Op het al dan niet tegenwerpen van een vestigingsalternatief wordt hieronder nader ingegaan.
###### 4.2.3. Vertrokken uit Azerbeidzjan tussen 1988 en 1992
###### 3.2.3. Vertrokken uit Azerbeidzjan tussen 1988 en 1992
Een bijzondere positie wordt ingenomen door de groep van etnisch Armeniërs die in de periode 1988 tot en met 1992 uit Azerbeidzjan zijn vertrokken.
De keuze voor 1988 is gelegen in het feit dat in dat jaar de eerste onlusten zijn begonnen (27/28 februari 1988). De keuze voor het jaar 1992 is gebaseerd op het feit dat de situatie rond Nagorny Karabach na 1992 over het gewelddadige hoogtepunt heen was; eerst in 1994 is de wapenstilstand formeel getekend.
Tevens stelt het ambtsbericht dat de meeste etnisch Armeniërs Azerbeidzjan in 1992 reeds hadden verlaten. Het betreft in Azerbeidzjan dus een niet-geïntegreerde groep; dit in uitdrukkelijke tegenstelling tot de groep die na 1992 is gebleven en de oorlog heeft meegemaakt en daarmee geïntegreerd wordt beschouwd met de gemeenschap waar zij verblijven of verbleven hebben.
###### 3.2.4. Vertrokken uit Azerbeidzjan vanaf 1993
Voor de etnisch Armeniërs die vanaf 1988 tot en met 1992 zijn vertrokken uit Azerbeidzjan, gelden de volgende voorwaarden:
Het normale asielbeleid is van toepassing, met inachtneming van wat in C24/4.2.1 is bepaald.
er dient sprake te zijn van een geloofwaardig en consistent individueel relaas; en
de vreemdeling, etnisch Armeniër uit Azerbeidzjan, heeft aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat hij/zij in deze (oorlogs)periode (1988 1992) is vertrokken én als gevolg van deze onlusten is vertrokken; en
de vreemdeling heeft aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt niet één van de andere nationaliteiten van de deelrepublieken van de voormalige Sovjetunie te hebben gekregen of verkregen.
Indien een etnisch Armeniër, afkomstig uit Azerbeidzjan, voldoet aan de hierboven gestelde cumulatieve voorwaarden, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
###### 4.2.4. Vertrokken uit Azerbeidzjan vanaf 1993
Het normale asielbeleid is van toepassing, met inachtneming van wat hiervan in C24/4.2.1 is bepaald.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt, dat etnisch Armeniërs die na 1992 in Azerbeidzjan zijn gebleven doorgaans geheel in de maatschappij geïntegreerd zijn. Naarmate de etnisch Armeniër recenter uit Azerbeidzjan is vertrokken, zal hij (meer) gemotiveerd moeten aangeven aan welke behandeling hij bij terugkeer in het land van herkomst bloot zal worden gesteld en dat die behandeling waar hij aan bloot gesteld zal worden, een behandeling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en in artikel 3 EVRM.
##### 4.3. Gemengd gehuwden
##### 3.3. Gemengd gehuwden
Het hiervoor gestelde met betrekking tot etnische Armeniërs is ook van toepassing op gemengd gehuwden.
@ -4015,121 +3991,65 @@ Onder gemengd gehuwden wordt zowel een huwelijk verstaan van een etnisch Azeri m
Hoewel in het ambtsbericht van de Minister van BuZa geen expliciete vermelding wordt gemaakt met betrekking tot de positie van personen die een gemengde relatie onderhouden, wordt op grond van hetgeen is beschreven met betrekking tot de positie van gemengd gehuwden aangenomen dat dit in beginsel eveneens van toepassing is op personen die een duurzame gemengde relatie onderhouden.
##### 4.4. Kinderen uit een gemengd huwelijk
##### 3.4. Kinderen uit een gemengd huwelijk
Voor wat betreft kinderen (minder- of meerderjarig) uit een gemengd huwelijk is van belang dat de etniciteit doorgaans wordt doorgegeven via de vaderlijke lijn. In beginsel houdt dat in dat een kind van een etnisch Azeri vader, zelf ook etnisch Azeri is en dat een kind van een etnisch Armeense vader, zelf ook etnisch Armeens is. Van kinderen uit een gemengd huwelijk, die zich reeds zelfstandig (los van de ouders) hebben gevestigd, wordt in beginsel aangenomen dat zij de etniciteit van de vader hebben doorgekregen.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat in Azerbeidzjan woonachtige kinderen uit een gemengd huwelijk, van wie de vader etnisch Azeri is, doorgaans geheel in de Azerbeidzjaanse maatschappij zijn geïntegreerd. Bovendien is in Azerbeidzjan geen sprake meer van discriminatie van overheidswege en zijn er geen gevallen bekend van kinderen van gemengde afkomst, die problemen hebben ondervonden, die uitsluitend gerelateerd waren aan hun etnische afkomst.
##### 3.5. Vrouwen
Gelet op vorenstaande is de enkele omstandigheid dat betrokkene (minder- of meerderjarig) kind is van ouders van gemengde afkomst als hierboven bedoeld onvoldoende om te concluderen dat sprake is van vervolging op grond van etniciteit in de zin van het Vluchtelingenverdrag noch dat op voorhand een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM.
Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.
Voor de beoordeling van aanvragen van kinderen, die geboren zijn uit een gemengd huwelijk, die Nederland zijn ingereisd met beide ouders, is naast vorenstaande tevens het hiervoor gestelde met betrekking tot gemengd gehuwden van belang.
Eerwraak komt in Azerbeidzjan in beperkte mate voor. In Bakoe komt het sporadisch voor; op het platteland (met name in het zuiden) is het meer gangbaar. Het kan voorkomen dat een vrouw slachtoffer is van eerwraak, maar dat dit geweld onder de noemer van huiselijk geweld valt.
Indien een kind van een etnisch Azeri vader langdurig bij zijn alleenstaande etnisch Armeense moeder heeft verbleven (zonder aanwezigheid van de vader), kan een dergelijk kind als etnisch Armeens worden aangemerkt. Bij deze overweging is tevens van belang de beheersing van de Armeense taal, alsmede het bezit van identiteitsdocumenten met een Armeense naam, en/of het gebied waaruit het kind afkomstig is dan wel waar het langdurig (met zijn moeder) heeft verbleven.
##### 3.6. Dienstplichtigen en deserteurs
Vorenstaande kan overeenkomstig worden toegepast op een kind van een etnisch Armeense vader, die langdurig bij zijn alleenstaande etnisch Azeri moeder heeft verbleven (zonder aanwezigheid van de vader).
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
Indien een kind op grond van vorenstaande wordt aangemerkt als etnisch Armeens, dan is met betrekking tot de toets of sprake kan zijn van vluchtelingschap dan wel mogelijke schending van het gestelde in artikel 3 EVRM alsmede of sprake is van een vlucht- of vestigingsalternatief, het beleid inzake etnische Armeniërs van toepassing.
#### 4. Traumatabeleid
Indien een kind op grond van vorenstaande wordt aangemerkt als etnisch Azeri, dan is met betrekking tot de toets of sprake kan zijn van vluchtelingschap dan wel mogelijke schending van het gestelde in artikel 3 EVRM alsmede of sprake is van een vlucht- of vestigingsalternatief, het beleid inzake etnische Azeri van toepassing.
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Azerbeidzjan geen bijzonderheden.
##### 4.5. Vrouwen
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.
##### 4.6. Dienstplichtigen en deserteurs
Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
Ten aanzien van Azerbeidzjan heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
De strafmaat voor dienstweigering en desertie, zoals vermeld in het ambtsbericht van de Minister van BuZa, is niet als onevenredig zwaar aan te merken. Voor zover het betreft een etnisch Armeniër, afkomstig uit Nagorny Karabach, wordt verwezen naar paragraaf 3.5.2 van het ambtsbericht.
Ten aanzien van Azerbeidzjan heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
Dienstweigeraars en deserteurs uit Azerbeidzjan komen in beginsel niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning asiel.
#### 5. Traumatabeleid
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Hetgeen hierboven is gesteld met betrekking tot het binnenlands en buitenlands vestigingsalternatief is ook van toepassing met betrekking tot het traumatabeleid.
Voor het overige zijn er met betrekking tot Azerbeidzjan geen bijzonderheden.
#### 6. Categoriale bescherming
#### 5. Categoriale bescherming
Asielzoekers uit Azerbeidzjan komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing. Ten aanzien van Azerbeidzjan geldt in het bijzonder het volgende.
Indien van een etnisch Azeri geconcludeerd wordt dat hij te vrezen heeft voor vervolging in de enclave Nagorny Karabach van de zijde van de Karabachse autoriteiten dan wel van de zijde van de etnisch Armeense bevolking, dan wel dat er bij terugkeer naar Nagorny Karabach een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 van het EVRM, dan is er in beginsel een vlucht- of vestigingsalternatief in Azerbeidzjan voor handen.
Bij deze beoordeling dient overigens wel in het oog gehouden te worden dat er in Nagorny Karabach zo goed als geen (alleenstaande) Azeris meer verblijven.
Bij deze beoordeling dient overigens wel in het oog gehouden te worden dat er in Nagorny Karabach zo goed als geen (alleenstaande) Azeris meer verblijven
Etnische Armeniërs van wie geconcludeerd wordt dat zij verdragsvluchteling zijn, dan wel dat schending van artikel 3 EVRM dreigt, komen in beginsel niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, aangezien in beginsel een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief in Nagorny Karabach voorhanden is.
Indien om individuele redenen wordt geconcludeerd dat het binnenlands vestigingsalternatief in Nagorny Karabach niet kan worden tegengeworpen, of indien bij etnisch Armeniërs wordt geconcludeerd dat er bij terugkeer naar Nagorny Karabach een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM, dan komen etnisch Armeniërs evenmin op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, aangezien in beginsel een buitenlands vestigingsalternatief in Armenië aanwezig is.
Immers, uit het ambtsbericht van het Ministerie van BuZa blijkt dat de Armeense autoriteiten bereid zijn etnisch Armeniërs terug/over te nemen. Uit Azerbeidzjan vertrokken etnisch Armeniërs worden door Armenië adequaat opgevangen. Bovendien kunnen zij eenvoudig in aanmerking komen voor de Armeense nationaliteit. Zij worden door de Armeense autoriteiten niet teruggestuurd naar Azerbeidzjan.
Dit buitenlands vestigingsalternatief wordt niet tegengeworpen aan verdragsvluchtelingen. Indien om individuele redenen wordt geconcludeerd dat aan een verdragsvluchteling het binnenlands vluchtalternatief in Nagorny Karabach niet kan worden tegengeworpen, dan kan de vergunning alsnog op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw worden verleend. In een dergelijk geval wordt aan een eventueel buitenlands vluchtalternatief geen toepassing gegeven, aangezien het Vluchtelingenverdrag daar geen ruimte voor biedt.
Indien geconcludeerd wordt dat een etnisch Armeniër, afkomstig uit Nagorny Karabach, te vrezen heeft voor vervolging in Nagorny Karabach, dan kan een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw worden verleend. In een dergelijk geval wordt aan een binnenlands vlucht- of buitenlands vestigingsalternatief geen toepassing gegeven.
Het binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief Nagorny Karabach, noch het buitenlands vestigingsalternatief Armenië wordt tegengeworpen aan de groep die tussen 1988 en 1992 Azerbeidzjan heeft verlaten, indien wordt voldaan aan de genoemde voorwaarden. Dit laat onverlet dat eerder verblijf in Armenië kan worden tegengeworpen in het kader van artikel 31, tweede lid, onder h of i, Vw.
Etnische Armeniërs van wie geconcludeerd wordt dat zij Verdragsvluchteling zijn, dan wel dat schending van artikel 3 EVRM dreigt, komen in beginsel niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, aangezien in beginsel een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief in Nagorny Karabach voorhanden is.
Gemengd gehuwden, die na 1992 uit Azerbeidzjan zijn vertrokken, kan een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief worden tegengeworpen in andere delen van Azerbeidzjan, indien dit mogelijk is op grond van het algemene beleidskader zoals omschreven in C4/2.2.
Gemengd gehuwden, afkomstig uit Nagorny Karabach, wordt geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen in de rest van Azerbeidzjan, tenzij zij na het vertrek uit Nagorny Karabach, langdurig in (de rest van) Azerbeidzjan hebben verbleven. Het binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief in Nagorny Karabach wordt niet tegengeworpen bij gemengd gehuwden, afkomstig uit Azerbeidzjan, aangezien het blijkens het ambtsbericht van de Minister van BuZa niet zeker is dat zij zich kunnen handhaven in Nagorny Karabach, tenzij zij na het vertrek uit Azerbeidzjan, langdurig in Nagorny Karabach hebben verbleven.
Gelet op hetgeen is vermeld in het ambtsbericht van de Minister van BuZa over de positie van gemengd gehuwden (waaronder begrepen de kinderen uit een dergelijk huwelijk) in Armenië wordt geconcludeerd dat het buitenlands vestigingsalternatief in Armenië ook kan worden tegengeworpen aan gemengd gehuwden, zowel in gevallen waar de man etnisch Azeri is als ook in gevallen waar de vrouw etnisch Azeri is.
Weliswaar is het blijkens het voornoemde ambtsbericht mogelijk dat gemengd gehuwden die zich voor het eerst in Armenië vestigen, te maken krijgen met lokale weerstand, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat daarom reeds op voorhand een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM.
Slechts indien gemengd gehuwden aannemelijk hebben gemaakt dat bij een terugkeer naar Armenië een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM, kan een buitenlands vestigingsalternatief in Armenië niet worden tegengeworpen. In dergelijke gevallen kan een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw worden verleend.
In zaken waarin een beroep wordt gedaan op het traumatabeleid gelden dezelfde criteria met betrekking tot de toepassing van het vestigingsalternatief.
##### 7.2. Veilig land van herkomst
##### 6.2. Veilig land van herkomst
Azerbeidzjan wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
Azerbeidzjan wordt niet beschouwd als veilig derde land.
Ten aanzien van de vraag of er een land van eerder verblijf is, wordt opgemerkt dat het mogelijk is dat betrokkene, indien hij ten tijde van de voormalige Sovjet-Unie uit de toenmalige deelrepubliek Azerbeidzjan is vertrokken, niet in het bezit is gesteld van het staatsburgerschap van één van deze voormalige deelrepublieken, maar anderszins verblijf had.
Dit wordt meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag ingevolge artikel 31, tweede lid, onder i, Vw (zie C4/3.9).
Indien uit het relaas van betrokkene, de (doorlopende) duur van de verblijfsvergunning of onderzoek door de Minister van BuZa niet valt af te leiden dat de asielzoeker duurzame bescherming zal genieten in het land van eerder verblijf, dan wordt geen toepassing gegeven aan artikel 31, tweede lid, onder i, Vw.
Uit het ambtsbericht van het Ministerie van BuZa blijkt dat de Armeense autoriteiten bereid zijn etnisch Armeniërs terug of over te nemen. Uit Azerbeidzjan vertrokken etnisch Armeniërs worden door Armenië adequaat opgevangen. Zij worden door de Armeense autoriteiten niet teruggestuurd naar Azerbeidzjan. De aanvraag om toelating als vluchteling van etnisch Armeniërs die eerder langer dan twee weken in Armenië hebben verbleven, kan in voorkomende gevallen derhalve worden afgewezen op grond van artikel 31, tweede lid, onder i Vw (zie C4/3.9).
##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
##### 7.5. Nationaliteit of staatsburgerschap
##### 6.5. Nationaliteit of staatsburgerschap
Op het moment dat de Sovjet-Unie nog als staat bestond, zijn velen reeds uit de toenmalige deelrepubliek Azerbeidzjan vertrokken, veelal naar één van de andere deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie. Nadat de voormalige Sovjet-Unie ophield te bestaan (december 1991), hebben velen het staatsburgerschap verkregen van één van deze later zelfstandig geworden republieken.
Op het moment dat de Sovjet-Unie nog als staat bestond zijn velen reeds uit de toenmalige deelrepubliek Azerbeidzjan vertrokken, veelal naar één van de andere deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie. Nadat de voormalige Sovjet-Unie ophield te bestaan (december 1991) hebben velen het staatsburgerschap verkregen van één van deze later zelfstandig geworden republieken.
Voor de voorwaarden ter vaststelling van het staatsburgerschap in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie wordt verder verwezen naar het ambtsbericht van het Ministerie van BuZa inzake Staatsburgerschap- en Vreemdelingenwetgeving in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie van 14 augustus 2002 (kenmerk DPV/AM-743442).
Van belang is verder hetgeen is opgenomen in het algemene ambtsbericht inzake de algehele situatie in Azerbeidzjan. Hierin heeft het Ministerie van BuZa een hoofdstuk opgenomen inzake staatsburgerschapwetgeving Azerbeidzjan, met name de Nationaliteitswet 1990, de Grondwet van Azerbeidzjan van 1995 en de Wet op het Staatsburgerschap van 1998.
Hieruit komt naar voren dat er sprake kan zijn van staatloosheid bij personen die vóór 1 januari 1999 Azerbeidzjan hebben verlaten. Personen die het staatsburgerschap van Azerbeidzjan eenmaal hebben verkregen, kunnen dat niet hebben verloren op grond van verblijf in het buitenland.
Echter, gelet op het feit dat er tevens sprake is geweest van de-registratie (tot 1994) van personen van etnisch Armeense komaf door de Azerbeidzjaanse autoriteiten, kan het moeilijk zijn voor deze personen om hun rechten op het staatsburgerschap aan te tonen.
#### 8. Opvangmogelijkheden Amvs
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs
Ten aanzien van Amvs uit Azerbeidzjan kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
#### 9. Vertrekmoratorium
#### 8. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Azerbeidzjan geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
@ -5229,92 +5149,70 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Iran geldt geen besluit in de zin van artikel 4
### [13]. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
#### 1. Datum
#### 1. Achtergrond
Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt.
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Ivoorkust. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
#### 2. Achtergrond
Deze landenparagaaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Ivoorkust. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
De beleidsconclusies in deze landenparagaaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 7 augustus 2006 over de situatie in Ivoorkust.
#### 3. Overgangsbeleid
#### 2. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
##### 4.1. Etnische groepen en minderheden
##### 3.1. Etnische groepen en minderheden
In heel Ivoorkust, en met name in Duékoué, Guiglo en de Vertrouwenszone is sprake van gespannen verhoudingen tussen leden van Ivoriaanse etnische groepen en leden van immigrantengemeenschappen. Veel door milities gepleegde mensenrechtenschendingen zijn etnisch gemotiveerd. Bij wegversperringen in regeringsgebied ondervinden noorderlingen en buitenlanders meer hinder dan leden van andere bevolkingsgroepen. Sinds het aantreden van een nieuwe legerchef in november 2004 is het niet ongebruikelijk dat officieren door hem bevraagd worden over hun politieke opvattingen. Met name leden van de Baoulé- en Dioula-bevolkingsgroepen zouden het hebben moeten ontgelden.
In heel Ivoorkust, en met name in Duékoué, Guiglo en de voormalige Vertrouwenszone is sprake van gespannen verhoudingen tussen leden van Ivoriaanse etnische groepen en leden van immigrantengemeenschappen. Een deel van de mensenrechtenschendingen die in Ivoorkust worden gepleegd, is etnisch gemotiveerd. Bij wegversperringen in regeringsgebied ondervinden noorderlingen en immigranten meer hinder dan leden van andere bevolkingsgroepen. Zij lopen ook een verhoogd risico om slachtoffer te worden van schendingen van mensenrechten.
Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking te komen, dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden vanwege zijn etnische afkomst, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM.
##### 3.2. Personen met dissidente opvattingen en journalisten
##### 4.2. Personen met dissidente opvattingen en journalisten
De Grondwet erkent het recht op vrije meningsuiting, maar verbiedt tevens “alle vormen van propaganda” met als doel het aanzetten tot haat. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat het erop lijkt dat de situatie voor journalisten, na de ondertekening van het akkoord van Ouagadoudou, is verbeterd. Over het algemeen is men vrij om te zeggen en publiceren wat men wil. Journalisten kunnen vrijelijk vaak zeer kritische artikelen over de regering of de rebellen publiceren, zonder dat er sprake is van represailles. Gewelddadige acties door pro-Gbagbo-groeperingen komen echter nog voor.
De grondwet erkent het recht op vrije meningsuiting. Niettemin werden personen met dissidente opvattingen gedurende de verslagperiode van het bovengenoemde ambtsbericht zowel door leden van de Forces Nouvelles, het Ivoriaanse leger als van de verschillende milities geïntimideerd.
De grondwettelijk vastgelegde persvrijheid in Ivoorkust is ernstig beteugeld. Er zijn berichten over mishandeling van journalisten en confiscatie en vernietiging van oppositiekranten door soldaten van de Forces armées nationales de Côte dIvoire.
Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking te komen, dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden vanwege zijn dissidente opvattingen dan wel zijn werkzaamheden als journalist te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM.
##### 4.3. Vrouwen
##### 3.3. Vrouwen
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.
Hoewel genitale verminking in 1998 bij wet werd verboden, komt dit nog steeds voor in Ivoorkust. In het algemeen komt genitale verminking voor onder de plattelandsbevolking in het noorden en westen; in mindere mate in het centrale deel van het land. Veel ouders in de steden laten hun dochters in het dorp van herkomst besnijden. Genitale verminking wordt meestal uitgevoerd bij jonge meisjes of meisjes in hun puberteit. Het is vaak niet mogelijk om effectief de bescherming van de overheid in te roepen tegen genitale verminking; zeker gezien het feit dat genitale verminking in het noorden voorkomt, waar centraal overheidsgezag nagenoeg ontbreekt. In het zuiden behoort opvang van gevluchte meisjes, zeker gezien de huidige politieke en veiligheidssituatie, niet tot de prioriteiten, al bestaan in Abidjan wel opvangcentra.
Geweld tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van seksueel geweld en seksuele intimidatie, komt op grote schaal voor in Ivoorkust. Seksueel geweld en seksuele intimidatie zijn strafbaar gesteld, maar in de praktijk wordt nauwelijks opgetreden tegen de daders. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat het zeer moeilijk is om met succes aangifte te doen.
Indien een vrouw nog niet besneden is en dit in haar land van herkomst niet kan ontlopen, kan sprake zijn van een reëel risico voor een schending van artikel 3 EVRM. In die situatie kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend.
Hoewel genitale verminking in 1998 bij wet werd verboden, komt dit nog steeds voor in Ivoorkust, waarbij de daders over het algemeen ongestraft blijven. In het algemeen komt genitale verminking voor onder de plattelandsbevolking in het noorden en westen; in mindere mate in de centrale en zuidelijke delen van het land. Veel ouders in de steden laten hun dochters in het dorp van herkomst besnijden. Genitale verminking wordt meestal uitgevoerd bij jonge meisjes of meisjes in hun puberteit.
##### 4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
##### 3.4. Dienstplichtigen en deserteurs
Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
#### 5. Traumatabeleid
#### 4. Traumatabeleid
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Ivoorkust geen bijzonderheden.
#### 6. Categoriale bescherming
#### 5. Categoriale bescherming
Asielzoekers uit Ivoorkust komen behoudens contra-indicaties op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
Asielzoekers uit Ivoorkust komen met ingang van 28 november 2005 behoudens contra-indicaties op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Gezien de algehele situatie in Ivoorkust wordt geen vlucht- en/of vestigingsalternatief tegengeworpen.
Gezien de algehele situatie in Ivoorkust wordt geen vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen.
##### 7.2. Veilig land van herkomst
##### 6.2. Veilig land van herkomst
Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig derde land.
##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
Ten aanzien van Ivoorkust zijn er nog de volgende aandachtspunten.
Zowel leden van het regeringsleger, de politie en de veiligheidsdienst, als leden van (rebellen)milities en patriottische jongeren hebben zich in Ivoorkust op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Om die reden moet bijzondere aandacht besteed worden aan de vraag of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dergelijke artikel 1F-indicaties kunnen zich met name voordoen bij leden van de Mouvement Patriotique de la Côte dIvoire, de Mouvement Populaire Ivorien du Grand-Ouest en de Mouvement pour la Justice et la Paix.
##### 7.5. Legale uitreis
Ivorianen kunnen in beginsel zonder restricties van en naar het buitenland reizen, al werden in 2004 leden van de oppositie door de politie lastig gevallen op het vliegveld van Abidjan. In mei 2004 kondigde president Gbagbo aan dat zijn toestemming vereist was voor buitenlandse reizen van ministers.
#### 8. Opvangmogelijkheden Amvs
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs
Ten aanzien van Amvs uit Ivoorkust kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
#### 9. Vertrekmoratorium
#### 8. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
Ivoriaanse asielzoekers die op grond van het vertrekmoratorium in aanmerking kwamen voor opvang en die nu een nieuwe aanvraag indienen hebben recht op voor opvang, gelet op het van toepassing zijnde beleid van categoriale bescherming.
### [14]. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
#### 1. Datum