From 7350ab0e21cdc9832766c5351ab0279d87fe4612 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 6 Dec 2025 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2025-12-06 | BWBR0046981 | Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022 --- .../BWBR0046981/README.md | 100 ++++++++---------- 1 file changed, 44 insertions(+), 56 deletions(-) diff --git a/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md b/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md index 7af1dd8ec22..a39ef880314 100644 --- a/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md +++ b/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md @@ -120,11 +120,11 @@ Het onderzoek vindt plaats overeenkomstig de Praktische Uitwerking van het Insti **6.** Indien de aanvraag zich naar het oordeel van het Instituut daarvoor leent, kan het Instituut ervoor kiezen om de schade ten behoeve van de advisering door de deskundige op te laten nemen door een opnemer. +**7.** Wanneer de deskundige het Instituut over de hoogte van de schadevergoeding adviseert, dan gaat hij uit van het prijspeil dat geldt ten tijde van het opstellen van het eerste adviesrapport dat naar aanleiding van de aanvraag is uitgebracht. + ### Artikel 2.3 -**1.** Het Instituut kan, indien de aanvraag zich daarvoor leent, een aanvrager aanbieden om zijn aanvraag te behandelen door middel van de aannemersvariant. - -**2.** Als de aanvrager ervoor kiest om gebruik te maken van de aannemersvariant, dan neemt in afwijking van het bepaalde in artikel 2.2, een door het Instituut aangewezen aannemer de schade op en maakt de aannemer een beoordeling van de kosten van herstel van de schade. Voor het overige is het bepaalde in artikel 2.2 onverkort van toepassing. +Vervallen ### Artikel 2.4 @@ -145,7 +145,7 @@ b. een tweede advies van één of meerdere andere deskundigen. **2.** Van het verzoek om een nader advies of een tweede advies wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. -**3.** Artikel 2.4 is van overeenkomstige toepassing op het nadere advies, bedoeld in het eerste lid, onder a, indien daartoe naar het oordeel van het Instituut uit oogpunt van zorgvuldigheid aanleiding bestaat. Artikel 2.4 is in elk geval van toepassing op een tweede advies als bedoeld in het eerste lid, onder b. +**3.** Artikel 2.4 is van overeenkomstige toepassing op het nadere advies, bedoeld in het eerste lid, onder a, indien daartoe naar het oordeel van het Instituut uit oogpunt van zorgvuldigheid aanleiding bestaat. ### Artikel 2.5a @@ -212,9 +212,14 @@ d. overnachtingskosten tot ten hoogste een bedrag gelijk aan het bedrag voor ‘ Het Instituut biedt een aanvrager de mogelijkheid om een vaste vergoeding aan te vragen, indien: -a. de aanvraag betrekking heeft op een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG; -b. (i) de aanvrager een natuurlijk persoon is die de eigendom heeft van het object, tenzij die eigendom is belast met een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht; of -(ii) de aanvrager een natuurlijk persoon is die het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht op het object heeft; +a. de aanvraag betrekking heeft op: + +i. een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG, en +ii. indien van toepassing, de aangrenzende onroerende zaken met een eigen kadastrale aanduiding die aanhorig zijn aan het object; +b. de aanvrager: + +i. een natuurlijk persoon is die de eigendom heeft van het object en, indien van toepassing, de aanhorige onroerende zaak, tenzij die eigendom is belast met een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht; of +ii. een natuurlijk persoon is die het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht op het object en, indien van toepassing, op de aanhorige onroerende zaken, heeft; c. de aanvraag is ingediend namens alle natuurlijke personen die recht hebben op de vergoeding, als dat meerdere personen zijn; d. (i) zich op het adres van het object, sinds de bouw van ten minste één pand, als gevolg van een aardbeving uit het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk, een trillingssnelheid heeft voorgedaan van ten minste 2 mm/s, te berekenen via de methode van Bommer, met een overschrijdingskans van 1%; (ii) het object in een door het Instituut aangewezen gebied ligt waar schade kan zijn opgetreden als gevolg van indirecte effecten van diepe bodemdaling, veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk; of @@ -251,26 +256,10 @@ g. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik. In dit artikel wordt verstaan onder: -– *cultuurcode:* cultuuraanduiding, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994; – *oppervlakte:* oppervlakte zoals opgenomen in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen; – *WOZ-waarde:* waarde, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken. -**2.** - -De vaste eenmalige vergoeding van € 5.000, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, geldt voor de volgende objecten: - -a. bebouwd, cultuurcode 18: berging – stalling (garage-schuur), waarbij: - -(i) de oppervlakte kleiner is dan 30 m^2, of -(ii) de oppervlakte gelijk is aan of groter is dan 30 m^2 en de WOZ-waarde lager is dan € 50.000. -b. bebouwd, cultuurcode 100: perceel bebouwd – gebruik onbekend, waarbij: - -(i) de oppervlakte kleiner is dan 30 m^2, of -(ii) de oppervlakte gelijk is aan of groter is dan 30 m^2 en de WOZ-waarde lager is dan € 50.000. -c. bebouwd, geen cultuurcode is vermeld in het Kadaster, waarbij: - -(i) de oppervlakte kleiner dan 30 m^2, of -(ii) de oppervlakte gelijk is aan of groter is dan 30 m^2 en de WOZ-waarde lager is dan € 50.000. +**2.** De vaste vergoeding van € 5.000, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, geldt voor objecten waarvan de oppervlakte kleiner is dan 30 m^2, of de oppervlakte gelijk is aan of groter is dan 30 m^2 en de WOZ-waarde lager is dan € 50.000. **3.** Het Instituut hanteert als waardepeildatum voor de WOZ-waarde het derde kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag voor een vaste vergoeding gedaan is. @@ -280,7 +269,10 @@ c. bebouwd, geen cultuurcode is vermeld in het Kadaster, waarbij: Het Instituut kan een aanvullende vaste vergoeding toekennen, indien: -a. de aanvraag betrekking heeft op een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG; +a. de aanvraag betrekking heeft op: + +i. een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG; en +ii. indien van toepassing, de aangrenzende onroerende zaken met een eigen kadastrale aanduiding die aanhorig zijn aan het object; b. fysieke schade aan dat object eerder is behandeld door de NAM, het CVW, de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut; c. de vastgestelde vergoedingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d van het derde lid, voor dat object gezamenlijk minder dan € 10.000 bedragen dan wel minder dan € 5.000, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft; d. door de aanvrager nieuwe schade als bedoeld in artikel 2.11 wordt gemeld in het geval de huidige rechthebbende niet eerder voor het object een melding voor fysieke schade heeft gedaan bij de NAM, CVW, burgerlijke rechter, TCMG of het Instituut; @@ -299,7 +291,7 @@ b. de bij besluit van de TCMG of het Instituut vastgestelde vergoedingen voor fy c. de vaste vergoeding van € 5.000, toegekend krachtens artikel 2.8 of artikel 3, eerste lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen; en d. de vergoede facturen, indien voor het object een besluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen is genomen. -**4.** Zo nodig in afwijking van het derde lid, bedraagt de aanvullende vaste vergoeding minimaal € 5.000, dan wel minimaal € 2.500, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft en zich een aardbeving heeft voorgedaan in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 5 mm/s, te berekenen met de methode van Bommer met 1% overschrijdingskans, sinds de laatste opname bij de individuele maatwerkprocedure of de datum van ondertekening van de vaststellingsovereenkomst bij een vaste vergoeding. +**4.** Zo nodig in afwijking van het derde lid, bedraagt de aanvullende vaste vergoeding minimaal € 5.000, dan wel minimaal € 2.500, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft en zich een aardbeving heeft voorgedaan in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 2 mm/s, te berekenen met de methode van Bommer met 1% overschrijdingskans, sinds de laatste opname bij de individuele maatwerkprocedure. **5.** Het Instituut bepaalt of de schade dient te worden opgenomen overeenkomstig artikel 2.9. @@ -316,9 +308,12 @@ Het Instituut doet geen definitief aanbod als bedoeld in het eerste lid, of wijs a. niet aan één van de in artikel 2.8b genoemde voorwaarden is voldaan; b. het Instituut heeft bepaald dat een opname van de schade plaats dient te vinden en deze opname door toedoen van de aanvrager niet heeft plaatsgevonden; c. de aanvrager of één van de gezamenlijke aanvragers inmiddels al drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend; -d. op 14 december 2023 of later de keuze voor een vaste vergoeding is aangeboden en niet voor een vaste vergoeding is gekozen, tenzij de aanvrager voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de aanvullende vaste vergoeding; -e. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het eerste lid, niet heeft aanvaard; of -f. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik. +d. voor het object op 14 december 2023 of later de keuze voor een vaste vergoeding is aangeboden en niet voor die vergoeding is gekozen, tenzij de aanvrager in de procedure waar dat aanbod is gedaan voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de vaste vergoeding; +e. voor het object eerder is gekozen voor de individuele maatwerkbeoordeling, als bedoeld in hoofdstuk 2a, en in de aanvraagprocedure is aangegeven dat een keuze voor de individuele maatwerkbeoordeling betekent dat later niet meer gekozen kan worden voor de aanvullende vaste vergoeding, tenzij de aanvrager in de aanvraagprocedure waar die informatie is gegeven voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de aanvullende vaste vergoeding; +f. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het eerste lid, niet heeft aanvaard; of +g. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik. + +**4.** Het derde lid, aanhef en onderdelen d en e, zijn niet van toepassing indien de woning is verkocht en overgedragen en de oude eigenaren door het Instituut niet zijn gevraagd om te bevestigen dat de schade volledig is opgenomen. ### Artikel 2.9 @@ -362,11 +357,11 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: – *kadastrale aanduiding:* kadastrale aanduiding als bedoeld in artikel 2 van het Kadasterbesluit; – *klein duurzaam herstel:* maatregelen met beperkte kosten die constructieve verbeteringen aan een gebouw opleveren, zijn vermeld op de website van het Instituut en worden uitgevoerd overeenkomstig de richtlijnen van het Instituut; – *mm/s:* mm/s te berekenen via de methode van Bommer [2019], met een overschrijdingskans van 1%; -– *nieuwe schade:* schade die: +- *nieuwe schade:* schade die: -(i) niet is opgenomen in het deskundigenrapport dat behoort bij het besluit tot daadwerkelijk herstel, +(i) niet is opgenomen in het deskundigenrapport dat behoort bij het besluit tot daadwerkelijk herstel; (ii) niet identiek is aan een schade die eerder is beoordeeld; en -(iii) geen schade is die hersteld is onder daadwerkelijk herstel en weer is teruggekomen, tenzij een situatie als bedoeld in artikel 2.10, derde lid, zich heeft voorgedaan; +(iii) geen schade is die is hersteld onder daadwerkelijk herstel en weer is teruggekomen, tenzij zich een situatie als bedoeld in artikel 2.10, derde lid, heeft voorgedaan of het terugkomen van de schade redelijkerwijs een gevolg kan zijn van een gebrek aan de constructie van het gebouw dat niet verholpen is onder daadwerkelijk herstel of duurzaam herstel en het gaat om een schade met een objectclassificatie DS1 of DS2; – *onderneming:* onderneming in de zin van de artikelen 101, eerste lid, en 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; – *schade:* fysieke schade die naar haar aard redelijkerwijs zou kunnen zijn ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk; – *woonfunctie:* wonen anders dan recreatief, logies of tijdelijk verblijf. @@ -377,7 +372,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: **2.** Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1a.1 van de Regeling Tijdelijke wet Groningen en de aanvrager hierom vraagt, kan het Instituut besluiten dat de aanvrager het bedrag dat beschikbaar is voor daadwerkelijk herstel in geld krijgt uitgekeerd in plaats van het uitvoeren van daadwerkelijk herstel. -**3.** Het maximale bedrag voor daadwerkelijk herstel bedraagt per volledig object zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste een eigen adres € 60.000, inclusief btw. +**3.** Het maximale bedrag voor daadwerkelijk herstel bedraagt € 60.000, inclusief btw, per volledig object zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste een eigen adres en, indien van toepassing, de aangrenzende onroerende zaken met een eigen kadastrale aanduiding die aanhorig zijn aan het object. **4.** Daadwerkelijk herstel is uitsluitend mogelijk voor schades, met uitzondering van schades aan mestkelders, die zijn opgenomen in het rapport van een deskundige dat behoort bij het besluit tot daadwerkelijk herstel of nieuwe schades die gemeld en beoordeeld zijn overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.17, tweede lid, of 2.21. Indien er sprake is van een eerder beoordeelde schade wordt tevens aan het bepaalde in artikel 2.14 voldaan. @@ -392,8 +387,14 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Een aanvrager kan in aanmerking komen voor daadwerkelijk herstel, indien op het moment van de aanvraag aan de onderdelen a tot en met i is voldaan en op het moment van het nemen van een beslissing op die aanvraag aan de onderdelen a tot en met m is voldaan: a. er is ten minste één schade die niet identiek is aan een eerder beoordeelde schade aan een gebouw dat in aanmerking komt voor daadwerkelijk herstel; -b. de aanvraag heeft betrekking op een volledig object, zijnde een onroerende zaak bestaande uit ten minste één gebouw of een gedeelte daarvan met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres; -c. de aanvrager is een natuurlijk persoon of rechtspersoon die de eigendom heeft van het object onderscheidenlijk de houder is van een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht, indien de eigendom van het object daarmee is belast; +b. de aanvraag betrekking heeft op: + +i. een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG; en +ii. indien van toepassing, de aangrenzende onroerende zaken met een eigen kadastrale aanduiding die aanhorig zijn aan het object; +c. de aanvrager: + +i. een natuurlijk persoon is die de eigendom heeft van het object en, indien van toepassing, de aanhorige onroerende zaak, tenzij die eigendom is belast met een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht; of +ii. een natuurlijk persoon is die het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht op het object en, indien van toepassing, op de aanhorige onroerende zaken, heeft; d. de aanvraag is ingediend door alle eigenaren onderscheidenlijk alle houders van de onder c bedoelde rechten; e. aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onderdeel d, is voldaan; f. indien de aanvrager een natuurlijk persoon is, er nog geen drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de eenmalige vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend; @@ -402,8 +403,9 @@ h. er geen sprake van fraude of misbruik is geweest en er bestaat bij het Instit i. op het object rust geen finaliteit, tenzij in een vaststellingsovereenkomst een spijtoptantenbepaling is opgenomen en de aanvrager aan de voorwaarden van die bepaling voldoet; j. indien de aanvrager een rechtspersoon is, ondertekent hij de door het Instituut versterkte standaardverklaring dat voldaan is aan het bepaalde onder g; k. indien aan de aanvrager na het indienen van de aanvraag de keuze voor een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2a, een vaste vergoeding als bedoeld in hoofdstuk 2b of daadwerkelijk herstel is voorgelegd en de aanvrager heeft niet voor de individuele maatwerkbeoordeling of de vaste vergoeding gekozen, tenzij in een vaststellingsovereenkomst een spijtoptantenbepaling is opgenomen en de aanvrager aan de voorwaarden van die bepaling voldoet; -l. de aanvrager heeft alle schade laten opnemen, indien het Instituut om een nulmeting heeft verzocht; en -m. de aanvrager de door het Instituut aangeboden vaststellingsovereenkomst sluit met de Staat der Nederlanden. +l. de aanvrager heeft alle schade laten opnemen, indien het Instituut om een nulmeting heeft verzocht; +m. de aanvrager de door het Instituut aangeboden vaststellingsovereenkomst sluit met de Staat der Nederlanden; en +n. indien voor het object een besluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen is genomen, de aanvrager ermee instemt dat er geen nieuwe facturen worden ingediend. **2.** @@ -586,7 +588,7 @@ c. het geoffreerde bedrag vermeerderd met de post onvoorzien, zoals volgend uit **3.** Voor de waarde van de woning, waarbij het effect van bodembeweging is weggedacht, wordt uitgegaan van de WOZ-waarde als bedoeld in het tweede lid, maar vermeerderd met het percentage waardedaling volgens de formule, waarbij x geldt als het percentage waardedaling. -**4.** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt afgeweken van de WOZ-waarde indien de aanvrager de betreffende woning voorafgaand aan de aanvraag heeft verkocht en overgedragen. In dat laatste geval wordt voor de waarde van de woning uitgegaan van de verkoopprijs van de woning. Indien de verkoopprijs niet kan worden vastgesteld aan de hand van de notariële akte, zal het Instituut (alsnog) uitgaan van de laatste WOZ-waarde voorafgaand aan de verkoop. +**4.** Indien de aanvrager de betreffende woning voor de peildatum van 1 januari 2021 en voorafgaand aan de aanvraag heeft verkocht en overgedragen wordt, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, afgeweken van de WOZ-waarde met 1 januari 2021 als peildatum. In die situatie wordt voor de waarde van de woning uitgegaan van de verkoopprijs van de woning. Indien de verkoopprijs niet kan worden vastgesteld aan de hand van de notariële akte, zal het Instituut uitgaan van de laatste WOZ-waarde voorafgaand aan de verkoop. **5.** Het Instituut hanteert voor het bepalen van het percentage van de waardedaling van een woning het percentage dat volgt uit de methode van Atlas Research (voorheen: Atlas voor gemeenten), waarbij wordt uitgegaan van het model met bevingen van 2,9 mm/s of meer, te vermeerderen met eenmaal de standaardfout in verband met eventuele individuele verschillen of onzekerheden. @@ -650,7 +652,7 @@ c. op een adres staat ingeschreven, waarvoor een actieve markt bestaat. Het Instituut wijst een aanvraag tot vergoeding van waardedaling af indien: -a. die betrekking heeft op een object met een WOZ-waarde van minder dan € 50.000 of vanaf € 3.000.000, of +a. die betrekking heeft op een object met een WOZ-waarde van minder dan of gelijk aan € 50.000 of vanaf € 3.000.000, of b. de aanvrager het object voor 16 augustus 2012 heeft verkocht, of na die datum heeft gekocht. **5.** @@ -753,27 +755,13 @@ Voor wat betreft de veiligheidssituatie van de woning(en) van de aanvrager onder ### Artikel 4.5 -**1.** - Voor wat betreft de omvang van de fysieke schade aan de woning(en) betrekt het Instituut de som van alle uitgekeerde vergoedingen voor fysieke schade op de adressen waarop de aanvrager op enig moment gedurende de procedure tot afhandeling van die fysieke schade woonachtig was. Daarbij onderscheidt het Instituut de volgende vijf situaties en de daarbij behorende aanwijzing voor een persoonsaantasting: -| Som vergoedingen fysieke schade | Aanwijzing persoonsaantasting | | -| --- | --- | --- | -| *€ 0 tot € 1.000* | 0 | Geen aanwijzing | -| *€ 1.000 tot € 10.001* | 1 | Lichte aanwijzing | -| *€ 10.001 tot € 25.000* | 2 | Aanwijzing | -| *€ 25.000 tot € 45.000* | 3 | Sterke aanwijzing | -| *€ 45.000 of meer* | 4 | Zeer sterke aanwijzing | - -**2.** Indien de aanvrager geen eigenaar was van de woning op het adres waarop de procedure tot afhandeling van fysieke schade als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft, wordt de vergoeding voor fysieke schade voor 50% betrokken in de som van uitgekeerde vergoedingen voor fysieke schade. - -**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt met de eigenaar als bedoeld in het tweede lid gelijkgesteld de duurzaam samenlevende partner van de eigenaar. - ### Artikel 4.6 **1.** -Voor wat betreft de duur van de procedure(s) tot afhandeling van de fysieke schade betrekt het Instituut de som van de afhandelingsduur van alle procedures tot afhandeling van fysieke schade aan de woning(en) op de adressen waarop de aanvrager op het moment van die afhandeling woonachtig was en ten aanzien waarvan de aanvrager eigenaar was. Daarbij onderscheidt het Instituut de volgende vijf situaties en de daarbij behorende aanwijzing voor een persoonsaantasting: +Voor wat betreft de duur van de procedure(s) tot afhandeling van de fysieke schade betrekt het Instituut de som van de afhandelingsduur van alle procedures tot afhandeling van fysieke schade aan de woning(en) op de adressen waarop de aanvrager op het moment van die afhandeling woonachtig was. Daarbij onderscheidt het Instituut de volgende vijf situaties en de daarbij behorende aanwijzing voor een persoonsaantasting: | Som afhandelingsduur | Aanwijzing persoonsaantasting | | | --- | --- | --- | @@ -789,8 +777,6 @@ Voor wat betreft de duur van de procedure(s) tot afhandeling van de fysieke scha **4.** Bij het bepalen van de som van de afhandelingsduur als bedoeld in het eerste lid, kan het Instituut rekening houden met de termijn waarbinnen de afhandeling van de procedure(s) op verzoek van de aanvrager is opgeschort of anderszins te wijten is aan omstandigheden die redelijkerwijs voor rekening van de aanvrager dienen te worden gelaten. -**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt met de eigenaar als bedoeld in het eerste lid gelijkgesteld de duurzaam samenlevende partner van de eigenaar. - ### Artikel 4.7 **1.** @@ -975,6 +961,8 @@ b. met toepassing van artikel 6:184 van het Burgerlijk Wetboek verdergaande rede **2.** Het Instituut stelt deskundigen ter beschikking aan de bezwaaradviescommissie. +**3.** Wanneer de deskundige het Instituut over de hoogte van de schadevergoeding adviseert tijdens de bezwaarprocedure, dan gaat hij uit van het prijspeil dat geldt ten tijde van het opleveren van het eerste adviesrapport van het besluit waartegen het bezwaar is ingediend. + ## Hoofdstuk 7. Slot ### Artikel 7.1