2017-08-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2017-08-01 12:00:00 +00:00
parent a5471d3b96
commit 7387fe6609

View file

@ -42,7 +42,8 @@ m. beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg: beroepsopleiding als bedo
n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;
n1. opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a;
o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, tweede lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, alsmede op een opleiding educatie;
p. vervallen;
p. centraal examen: centraal examen of examenonderdeel bestaande uit door het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens, vastgestelde toetsen die door of in opdracht van de instelling worden afgenomen overeenkomstig daarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen;
p1. instellingsexamen: examen of examenonderdeel, bestaande uit toetsen die zijn vastgesteld en worden afgenomen door of in opdracht van de instelling;
q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder;
r. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;
s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
@ -60,7 +61,8 @@ w. bevoegd gezag:
3. wat een instelling als bedoeld in de artikelen 1.4.1 dan wel 1.4a.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
4. wat een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in artikel 2.8.1;
y. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid;
x1. burgerservicenummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
y. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid;
z. personeel:
1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling;
@ -69,7 +71,11 @@ aa. vervallen;
bb. vervallen;
cc. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;
dd. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;
ee. ondernemingsraad: een ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.
ee. ondernemingsraad: een ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden;
ff. lerarenregister: lerarenregister als bedoeld in artikel 4.4.1.
gg. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
hh. registervoorportaal: registervoorportaal als bedoeld in artikel 4.4.14;
ii. basisgegevens: gegevens als bedoeld in artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen a tot en met d.
### Artikel 1.1.2
@ -77,9 +83,9 @@ Vervallen
### Artikel 1.1.3
**1.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.7, 1.3.8, 1.3.9, 1.7.1, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1 tot en met 4.1.4, 4.2.1 tot en met 4.2.5, 6.1.2 tot en met 6.1.3a, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1 tot en met 8.1.1d, 8.1.2, tweede lid, 8.1.3, eerste tot en met derde lid, 8.1.4 tot en met 8.2.1, 8.4.1, 8.4.2, 8.5.1, 8.5.2 en 9.1.2, alsmede de bepalingen vastgesteld in hoofdstuk 8a voor zover zij de instellingen betreffen, zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
**1.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.7, 1.3.8, 1.3.9, 1.7.1, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1 tot en met 4.1.4, 4.2.1 tot en met 4.2.5, 6.1.2 tot en met 6.1.3a, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.0.1 tot en met 8.1.1d, 8.1.2, tweede lid, 8.1.3, eerste tot en met derde lid, 8.1.4 tot en met 8.2.1, 8.2.2a, 8.4.1, 8.4.2, 8.5.1, 8.5.2 en 9.1.2, alsmede de bepalingen vastgesteld in hoofdstuk 8a voor zover zij de instellingen betreffen, zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
**2.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.8, 1.3.9, 1.7.1, 2.1.9, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1, 4.1.2, 4.1.4, 4.2.1 tot en met 4.2.5, 6.1.2 tot en met 6.1.3a, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1 tot en met 8.1.1d, 8.1.2, eerste lid, 8.1.3 tot en met 8.2.1, 8.4.1, 8.4.2, 8.5.1, 8.5.2, 9.1.1, 9.1.3, eerste lid, 9.1.4, 9.1.7 en 9.1.8, alsmede de bepalingen vastgesteld in hoofdstuk 8a voor zover zij de instellingen betreffen, zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
**2.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.8, 1.3.9, 1.7.1, 2.1.9, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1, 4.1.2, 4.1.4, 4.2.1 tot en met 4.2.5, 6.1.2 tot en met 6.1.3a, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.0.1 tot en met 8.1.1d, 8.1.2, eerste lid, 8.1.3 tot en met 8.2.1, 8.2.2a, 8.4.1, 8.4.2, 8.5.1, 8.5.2, 9.1.1, 9.1.3, eerste lid, 9.1.4, 9.1.7 en 9.1.8, alsmede de bepalingen vastgesteld in hoofdstuk 8a voor zover zij de instellingen betreffen, zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
### Titel 2. Doelstellingen onderwijs
@ -195,7 +201,7 @@ Het bevoegd gezag draagt zorg voor het personeelsbeleid, voor zover het betreft
**1.**
Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in artikel 1.1.1, onder b, bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of van een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6 is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in artikel 1.1.1, onder b, bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of van een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
a. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6,
a1. de informatie aan aspirant-deelnemers, bedoeld in artikel 6.1.3a,
@ -207,19 +213,38 @@ f. de opneming in het Centraal register.
Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in artikel 7.4.8, voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft.
**1a.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in andere dan in het eerste lid genoemde leerwegen, met dien verstande dat voor die opleiding artikel 7.2.2, tweede lid, niet van toepassing is en ten aanzien van het onderwijs artikel 7.2.7, eerste lid, niet in acht behoeft te worden genomen voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming en artikel 7.2.7, tweede tot en met achtste lid, niet in acht behoeft te worden genomen. Het tweede tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**1a.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in andere dan in het eerste lid genoemde leerwegen, met dien verstande dat voor die opleiding artikel 7.2.2, tweede lid, niet van toepassing is en ten aanzien van het onderwijs artikel 7.2.7, eerste lid, niet in acht behoeft te worden genomen voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming en artikel 7.2.7, tweede tot en met achtste lid, niet in acht behoeft te worden genomen. Het tweede tot en met elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**1b.** Een beroepsopleiding als bedoeld in lid 1 of lid 1a van een andere dan een in artikel 1.1.1, onder b, bedoelde instelling bevat geen keuzedelen die niet zijn gekoppeld aan een kwalificatie, behorend bij een beroepsopleiding waarvoor de instelling een diploma-erkenning heeft op grond van lid 1 of lid 1a.
**2.** Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen.
**3.**
**4.** Voor zover ten aanzien van een instelling toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een niet uit s Rijks kas bekostigde instelling.
In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister de aanvraag toewijzen voor anderhalf jaar, indien een aanvraag wordt gedaan door:
**5.** De artikelen 1.3.8 en 1.3.9 zijn van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
a. een bevoegd gezag dat geen andere beroepsopleiding verzorgt waaraan een diploma of certificaat als bedoeld in het eerste lid is verbonden, of
b. een bevoegd gezag dat drie jaren of minder voorafgaand aan de aanvraag voor een andere beroepsopleiding die het verzorgt, een waarschuwing als bedoeld in artikelen 6.1.5 of 6.2.3 heeft ontvangen, indien de inspectie uit een oogpunt van kwaliteitsbewaking hiertoe aanleiding ziet.
**6.**
**4.**
Bij toepassing van het derde lid wordt de toewijzing na de in het derde lid bedoelde periode van anderhalf jaar voor onbepaalde tijd van rechtswege verlengd, tenzij Onze Minister uiterlijk twee maanden voordat die periode van anderhalf jaar is verstreken, besluit om de desbetreffende beschikking in te trekken omdat:
a. de opleiding in de praktijk van onvoldoende kwaliteit blijkt te zijn,
b. het bevoegd gezag heeft aangegeven geen verlenging te wensen, of
c. de opleiding niet binnen één jaar na de toewijzing is gestart.
**5.** Indien een beschikking op grond van het vierde lid, onderdeel a, is ingetrokken, brengt het bevoegd gezag, alvorens het een nieuwe aanvraag als bedoeld in het eerste lid of lid 1a indient, zodanige verbeteringen aan dat aannemelijk is dat de desbetreffende opleiding of opleidingen in de praktijk wel van voldoende kwaliteit zal respectievelijk zullen, zijn.
**6.** Indien een toewijzing als bedoeld in het derde lid wordt gedaan, informeert het bevoegd gezag de deelnemers en aspirant-deelnemers daarover en over de mogelijkheden om hun opleiding elders af te ronden in het geval dat de beschikking wordt ingetrokken.
**7.** Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen.
**8.** Voor zover ten aanzien van een instelling toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een niet uit s Rijks kas bekostigde instelling.
**9.** De artikelen 1.3.8 en 1.3.9 zijn van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
**10.**
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
@ -230,7 +255,7 @@ d. artikel 2.5.5e;
e. de artikelen 8.1.1a, 8.1.8 en 8.1.8a; en
f. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
**7.** Voor een beroepsopleiding als bedoeld in de aanhef van het zesde lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het zesde lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van artikel 2.5.5c, eerste en derde lid, voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het zesde lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
**11.** Voor een beroepsopleiding als bedoeld in de aanhef van het tiende lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het tiende lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van artikel 2.5.5c, eerste en derde lid, voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het tiende lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
### Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
@ -252,7 +277,7 @@ f. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
**8.**
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding educatie ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
a. artikel 2.3.6a, eerste, tweede, vierde, vijfde, en zevende tot en met negende lid, met dien verstande dat van de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, uitsluitend worden verstrekt de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, e tot en met i, en k tot en met m, waarbij onderdeel g wordt gelezen als: het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald;
b. artikel 2.3.6b;
@ -494,7 +519,7 @@ b. het aantal deelnemers dat een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 heeft beha
**7.**
Deelnemers die niet zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegegevens, tellen alleen mee, indien:
Deelnemers die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen tellen alleen mee, indien:
a. zij onderwijs, daaronder begrepen de beroepspraktijkvorming, in Nederland volgen, en
b. zij in Nederland, België of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen en Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland wonen.
@ -701,7 +726,7 @@ m. de locatie waar het onderwijs wordt gevolgd.
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid.
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.0.2, eerste lid, en artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
**5.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
@ -858,7 +883,7 @@ s. de onderdelen van een kwalificatie en de keuzedelen waarvoor toepassing is ge
**5.** Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene bij de opgave, bedoeld in artikel 8.0.3, derde en vierde lid, en bij de opgave, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid.
**7.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
@ -1096,6 +1121,25 @@ Vervallen
Vervallen
### Titel 1a
### Artikel 4.1a.1
**1.** Onder het beroep van docent wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de instelling, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de instelling.
**2.** Docenten komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe als het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van deelnemers.
**3.**
Docenten beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder wordt verstaan de zeggenschap over:
a. de inhoud van de lesstof;
b. de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt;
c. de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de deelnemers en de contacten met de ouders;
d. het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de docenten als onderdeel van het team.
**4.** Het bevoegd gezag maakt met de docenten afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van docenten als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd. Bij het maken van deze afspraken wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen.
### Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling
### Artikel 4.2.1
@ -1209,17 +1253,242 @@ Artikel 4.1.2, met uitzondering van het vijfde lid, is van overeenkomstige toepa
### Titel 4
#### Paragraaf 1. Het lerarenregister
### Artikel 4.4.1
Vervallen
**1.** Er is een lerarenregister. In het lerarenregister zijn van docenten voor wie de grond voor benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is gelegen in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder c, persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de instelling, de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, en de herregistratie opgenomen.
**2.**
Het lerarenregister heeft tot doel:
a. het vastleggen van het onderwijs waarvoor een docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c, voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. het vastleggen op welke wijze een docent voldoet aan de bekwaamheidseisen; en
c. het vastleggen of een docent voldoet aan de herregistratiecriteria.
**3.**
In aanvulling op het tweede lid heeft het lerarenregister tot doel gegevens te verstrekken:
a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van docenten als bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.3b; en
b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het lerarenregister.
### Artikel 4.4.2
Vervallen
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 4.4.3
Vervallen
Onze Minister is voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
### Artikel 4.4.4
Onze Minister benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens die belast is met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
### Artikel 4.4.5
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
### Artikel 4.4.6
**1.**
Het lerarenregister bevat voor elke daarin opgenomen docent:
a. het burgerservicenummer;
b. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, het adres, de postcode, en de geboortedatum van de docent;
c. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, waaronder in ieder geval de ingangsdatum ervan;
d. gegevens betreffende de instelling waaraan hij benoemd is of tewerkgesteld zonder benoeming, waaronder in ieder geval het registratienummer van de instelling;
e. het onderwijs waarvoor de docent kan opgaan voor herregistratie;
f. voor welk onderwijs als bedoeld in onderdeel e de docent opgaat voor herregistratie;
g. gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en
h. gegevens betreffende de herregistratie waaronder, indien van toepassing, de aantekening, bedoeld in artikel 4.4.11, tweede lid.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met h, nader worden gespecificeerd.
### Artikel 4.4.7
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c, voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het lerarenregister.
**2.** De docent verstrekt aan Onze Minister de gegevens, genoemd in artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen e tot en met g.
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tijdstippen en wijze van levering, de correctie van gegevens en over het aantonen van de bekwaamheidseisen, bedoeld in het derde lid.
### Artikel 4.4.8
**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 4.4.6, eerste lid, onder b, zijn gekoppeld aan het burgerservicenummer van de desbetreffende docent en worden door Onze Minister verkregen uit de basisregistratie personen indien de docent als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen.
**2.** Indien de docent niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, worden de desbetreffende gegevens verkregen uit de levering op grond van artikel 4.4.7.
### Artikel 4.4.9
Nadat een docent de gegevens, bedoeld in artikel 4.4.7, tweede en derde lid, heeft verstrekt, neemt Onze Minister het burgerservicenummer en de andere gegevens die zijn geleverd op grond van artikel 4.4.7 en verkregen op grond van artikel 4.4.8 of 4.4.18, tweede lid, op in het lerarenregister, met dien verstande dat hij de basisgegevens slechts opneemt voor zover deze niet kunnen worden verkregen uit de basisadministratie personen.
### Artikel 4.4.10
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 4.4.11
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 4.4.12
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 4.4.13
**1.**
Gegevens van een docent als bedoeld in artikel 4.4.6 worden verwijderd uit het lerarenregister:
a. indien betrokkene Onze Minister hier om verzoekt;
b. indien betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
c. indien betrokkene is overleden.
**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden alle in het lerarenregister geregistreerde gegevens van betrokkene verwijderd.
**3.** Indien een of meerdere gegevens van een docent op grond van het eerste lid worden verwijderd uit het lerarenregister, blijven deze gegevens tot vijf jaar na verwijdering bewaard.
**4.** Indien op grond van artikel 4.4.7 gegevens worden verstrekt voor heropname van een docent in het lerarenregister, worden door Onze Minister van deze docent de bewaarde gegevens als bedoeld in artikel 4.4.7, eerste lid, onderdelen e tot en met h, opgenomen in het lerarenregister.
**5.** Op verzoek van een docent aan Onze Minister is het eerste lid, aanhef en onder b, op deze docent niet van toepassing.
**6.** Met pensioengerechtigde leeftijd wordt in dit artikel bedoeld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet.
### Artikel 4.4.14
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.**
Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt:
a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
b. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming;
c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming;
d. indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft van de docent: gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie;
e. overige gegevens betreffende de herregistratie.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld;
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
**4.** Uit het lerarenregister kunnen aan betrokkenen het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
**5.** De betrokkene heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 4.4.13, derde lid.
**6.**
Uit het lerarenregister worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van:
a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
b. de beleidsvorming.
**7.** Uit het lerarenregister worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**8.** De gegevens, bedoeld in het zesde lid, onder b, en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
#### Paragraaf 2. Het registervoorportaal
### Artikel 4.4.15
**1.** Er is een registervoorportaal. In het registervoorportaal zijn van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming en niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school en de benoeming of tewerkstelling opgenomen.
**2.** Het registervoorportaal heeft tot doel het inzichtelijk maken welke docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen.
**3.**
In aanvulling op het tweede lid heeft het registervoorportaal tot doel gegevens te verstrekken:
a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en
b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**4.** Het eerste lid, is niet van toepassing op docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, zesde lid.
**5.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het registervoorportaal.
### Artikel 4.4.16
**1.** Het registervoorportaal bevat voor elke daarin opgenomen docent de basisgegevens die op grond van artikel 4.4.17 worden geleverd, waaronder in ieder geval het gegeven betreffende het onderwijs waarvoor hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader worden gespecificeerd.
### Artikel 4.4.17
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of zijn tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, tweede lid, onder c, met uitzondering van de geschiktheidsverklaring afgegeven op grond van 4.2.4, eerste lid, onder b, derde en vijfde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het registervoorportaal.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het tijdstip en de wijze van levering en over de correctie van de gegevens.
### Artikel 4.4.18
**1.**
De docent blijft voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen vermeld:
a. totdat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen van dat onderwijs; of
b. maximaal voor de duur van de periode, genoemd in het artikel op grond waarvan deze docent dit onderwijs geeft.
**2.** Het bevoegd gezag stelt een docent die in het registervoorportaal is opgenomen in staat te voldoen aan de vereisten om voor het desbetreffende onderwijs in het lerarenregister te kunnen worden opgenomen.
**3.** Vanaf het moment dat een docent voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen, voldoet aan de criteria om in het lerarenregister te worden vermeld, worden de gegevens van deze docent verstrekt voor opname in het lerarenregister.
**4.** Indien een docent opgenomen is in het registervoorportaal niet langer voldoet aan de vereisten die op grond van de in artikel 4.4.17, eerste lid, genoemde bepalingen zijn gesteld aan de docent, worden de gegevens van deze docent verwijderd uit het registervoorportaal en gedurende vijf jaar bewaard.
### Artikel 4.4.19
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.**
Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt:
a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
b. overige gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; en
c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld;
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
**4.** Uit het registervoorportaal kunnen aan de docent het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
**5.** De docent heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 4.4.18, derde lid.
**6.** Uit het registervoorportaal worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming.
**7.** Uit het registervoorportaal worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**8.** De gegevens, bedoeld in het zesde en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
### Artikel 4.4.20
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 4.4.21
De artikelen, 4.4.1, vierde lid, 4.4.3 tot en met 4.4.5, 4.4.8 tot en met 4.4.10, zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal.
## Hoofdstuk 5. Toezicht
@ -1263,7 +1532,7 @@ Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten a
**1.** Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de instelling voldoende keuzedelen verzorgt waar deelnemers uit kunnen kiezen in het kader van hun beroepsopleiding.
**2.** Het bevoegd gezag kan één of meer onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met d, aanbieden die niet behoren tot de kwalificaties of de keuzedelen, mits deze onderdelen betrekking hebben op persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming, aantoonbaar van voldoende kwaliteit zijn en niet samenvallen met onderdelen van de desbetreffende kwalificatie. Bij toepassing van de eerste volzin legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4, dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, derde lid.
**2.** Het bevoegd gezag kan één of meer onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met d, aanbieden die niet behoren tot de kwalificaties of de keuzedelen, mits deze onderdelen betrekking hebben op persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming, aantoonbaar van voldoende kwaliteit zijn en niet samenvallen met onderdelen van de desbetreffende kwalificatie. Bij toepassing van de eerste volzin legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4, dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
### Artikel 6.1.3
@ -1273,7 +1542,7 @@ Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten a
**3.** Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat een beroepsopleiding alleen door de instelling wordt aangeboden als de verzorging van die opleiding, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het beroepsonderwijs, doelmatig is.
**4.** Het bevoegd gezag legt over wijzigingen van het opleidingenaanbod van een instelling met betrekking tot het arbeidsmarktperspectief en de doelmatige verzorging van een opleiding verantwoording af in het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4.
**4.** Het bevoegd gezag legt over wijzigingen van het opleidingenaanbod van een instelling met betrekking tot het arbeidsmarktperspectief en de doelmatige verzorging van een opleiding verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4.
### Artikel 6.1.3a
@ -1308,14 +1577,12 @@ c. niet of niet meer wordt voldaan aan een of meer zorgplichten, bedoeld in arti
Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs:
a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in artikel 1.3.1, voor zover van toepassing, vervalt,
b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6 meer is verbonden, en
b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 meer is verbonden, en
c. in het Centraal register wordt geregistreerd dat de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, van de instelling met betrekking tot de opleiding zijn ontnomen en de ingangsdatum en de einddatum daarvan.
**3.** Bij een beschikking tot ontneming van rechten bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop die beschikking van kracht wordt zodanig, dat de voor de opleiding ingeschreven deelnemers de opleiding aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
**4.** Onze Minister neemt een beschikking als bedoeld in het eerste lid voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het studiejaar waarin het in het derde lid bedoelde tijdstip valt.
**5.** Onze Minister maakt de ontneming van rechten, bedoeld in dit artikel, openbaar.
**4.** Onze Minister maakt de ontneming van rechten, bedoeld in dit artikel, openbaar.
### Artikel 6.1.4a
@ -1373,10 +1640,10 @@ Vervallen
Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door een niet uit s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in artikel 1.4.1, ontnemen indien
a. gebleken is dat de kwaliteit van de opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest,
b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, of aan artikel 1.4.1, zesde lid, onderdelen a tot en met e, of
b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, of aan artikel 1.4.1, tiende lid, onderdelen a tot en met e, of
c. in strijd is gehandeld met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
**2.** Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6 is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
**2.** Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in een andere leerweg als bedoeld in artikel 1.4.1, lid 1a.
@ -1481,7 +1748,7 @@ Vervallen
**2.** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de opleiding niet meer openstaat.
**3.** Onze Minister beëindigt de registratie ambtshalve wanneer de instelling de opleiding niet langer verzorgt en het bevoegd gezag de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, niet of niet tijdig doet.
**3.** Onze Minister kan de registratie ambtshalve beëindigen wanneer er gedurende ten minste één jaar geen deelnemers meer zijn ingeschreven aan de opleiding en de inspectie uit een oogpunt van kwaliteitsbewaking hiertoe aanleiding ziet.
**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van de examinering door exameninstellingen.
@ -1724,9 +1991,9 @@ b. voor een eenjarige basisberoepsopleiding en voor de specialistenopleiding ten
c. voor een tweejarige basisberoepsopleiding en voor een tweejarige vakopleiding ten minste 2000 klokuren omvat, waarvan ten minste 1250 begeleide onderwijsuren en ten minste 450 klokuren beroepspraktijkvorming, met dien verstande dat in het eerste studiejaar ten minste 700 begeleide onderwijsuren worden verzorgd;
d. voor een driejarige vakopleiding en de middenkaderopleiding ten minste 3000 klokuren omvat, waarvan ten minste 1800 begeleide onderwijsuren en ten minste 900 klokuren beroepspraktijkvorming, met dien verstande dat in het eerste studiejaar ten minste 700 begeleide onderwijsuren worden verzorgd.
Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de onder a tot en met d genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, derde lid.
Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de onder a tot en met d genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
**4.** Het onderwijsprogramma voor een opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg voldoet aan de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, bedoeld in het eerste lid, indien het bevoegd gezag voor de deelnemer een onderwijsprogramma verzorgt dat elk studiejaar ten minste 850 klokuren omvat, waarvan ten minste 200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren beroepspraktijkvorming. Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, derde lid.
**4.** Het onderwijsprogramma voor een opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg voldoet aan de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, bedoeld in het eerste lid, indien het bevoegd gezag voor de deelnemer een onderwijsprogramma verzorgt dat elk studiejaar ten minste 850 klokuren omvat, waarvan ten minste 200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren beroepspraktijkvorming. Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
**5.** Het onderwijsprogramma, bedoeld in het derde en vierde lid, omvat alle onderwijsactiviteiten, gericht op het bereiken van de onderwijs- en vormingsdoelen van de opleiding, waaraan door de deelnemer wordt deelgenomen onder verantwoordelijkheid en toezicht van het bevoegd gezag en bestaat uitsluitend uit begeleide onderwijsuren en beroepspraktijkvorming.
@ -1738,7 +2005,7 @@ Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het aanbod van keuzedelen aan deelnemers alsmede de omvang van het keuzedeel of de keuzedelen die onderdeel uitmaken van de beroepsopleiding en de omvang van de onderdelen, bedoeld in artikel 6.1.2a, tweede lid.
**10.** Het bevoegd gezag kan op verzoek van de deelnemer bij het aanbod van keuzedelen bij een opleiding afwijken van de koppeling van keuzedelen aan de kwalificatie van de opleiding zoals opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.2.4, zesde lid, eerste volzin. De keuzedelen die bij een opleiding worden aangeboden, vallen niet samen met een of meer onderdelen van de kwalificatie van de opleiding. Het bevoegd gezag legt verantwoording af over de toepassing van de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid in het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4, dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, derde lid.
**10.** Het bevoegd gezag kan op verzoek van de deelnemer bij het aanbod van keuzedelen bij een opleiding afwijken van de koppeling van keuzedelen aan de kwalificatie van de opleiding zoals opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.2.4, zesde lid, eerste volzin. De keuzedelen die bij een opleiding worden aangeboden, vallen niet samen met een of meer onderdelen van de kwalificatie van de opleiding. Het bevoegd gezag legt verantwoording af over de toepassing van de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4, dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
### Artikel 7.2.8
@ -1863,13 +2130,46 @@ b. de procedures rond de examens en de voorwaarden waaronder examens worden afge
### Artikel 7.4.5
**1.** Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling stelt, al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen, een examencommissie in ten behoeve van de organisatie en het afnemen van de examens voor elke door de instelling verzorgde opleiding of voor groepen van opleidingen.
**1.** Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling stelt, al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen, ten behoeve van de examinering een examencommissie in voor elke door de instelling verzorgde opleiding of voor groepen van opleidingen.
**2.** Het bevoegd gezag benoemt de leden van de examencommissie.
**2.** Het bevoegd gezag kan de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 7.4.5a gedeeltelijk opdragen aan een centrale examencommissie.
**3.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie voldoende is gewaarborgd.
**4.** Het bevoegd gezag benoemt de leden van de examencommissie op basis van hun deskundigheid op het gebied van de desbetreffende opleiding of groepen van opleidingen of op het gebied van examinering.
**5.** Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, hoort het bevoegd gezag de leden van de desbetreffende examencommissie en toetst het de deskundigheid van het te benoemen lid.
**6.** Ten minste één lid van de examencommissie is afkomstig van buiten de opleiding of groep van opleidingen waarvoor de examencommissie is ingesteld.
**7.** Ten minste één lid van de examencommissie is als docent verbonden aan de opleiding of groep van opleidingen waarvoor de examencommissie is ingesteld.
**8.** Ten minste één lid van de examencommissie is afkomstig uit de beroepspraktijk, voor zover hierin niet wordt voorzien met een lid als bedoeld in het zesde lid.
**9.** Leden van het bevoegd gezag en personen die anderszins financiële verantwoordelijkheid dragen binnen de instelling worden niet benoemd tot lid van de examencommissie. In afwijking van de eerste volzin kunnen personen die anderszins financiële verantwoordelijkheid dragen binnen de instelling worden benoemd tot lid van de examencommissie indien de examencommissie regels vaststelt ter voorkoming van belangenverstrengeling bij de toedeling en uitvoering van haar taken.
### Artikel 7.4.5a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Een examencommissie heeft behoudens artikel 7.4.5, tweede lid, ten minste de volgende taken en bevoegdheden:
a. het borgen van de kwaliteit van de examinering en van de instellingsexamens,
b. het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen om instellingsexamens te beoordelen en vast te stellen,
c. het vaststellen van de instellingsexamens,
d. het op objectieve en deskundige wijze vaststellen of een deelnemer voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma, een certificaat of een instellingsverklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a alsmede het uitreiken of afgeven daarvan,
e. het verlenen van vrijstelling van een instellingsexamen of een centraal examen en
f. het bij de uitslag betrekken van een keuzedeel waarin de deelnemer in het kader van een eerder door hem gevolgde beroepsopleiding examen heeft afgelegd maar dat niet met goed gevolg door hem is afgesloten.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, en kunnen andere taken en bevoegdheden dan bedoeld in het eerste lid aan de examencommissie worden toegekend.
**3.** De examencommissie stelt regels vast over de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, en de maatregelen die zij in dat verband kan nemen.
**4.** Indien een deelnemer bij het examen fraudeert, kan de examencommissie de deelnemer het recht ontnemen één of meer door de examencommissie aan te wijzen examens af te leggen, gedurende een door de examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar. Bij ernstige fraude kan het bevoegd gezag op voorstel van de examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokkene definitief beëindigen.
**5.** Indien een deelnemer bij de examencommissie een verzoek of een klacht indient waarbij een lid van de examencommissie is betrokken, neemt het betrokken lid geen deel aan de behandeling van het verzoek of de klacht.
**6.** De examencommissie stelt jaarlijks een verslag op over de examenkwaliteit per opleiding, aan de hand van de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4, en haar werkzaamheden en verstrekt dit verslag aan het bevoegd gezag van de instelling of de exameninstelling.
### Artikel 7.4.6
@ -1881,7 +2181,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 7.4.6a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Een deelnemer die één of meer onderdelen van de opleiding met goed gevolg heeft afgesloten waarvoor geen diploma als bedoeld in artikel 7.4.6, eerste lid, of certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3, eerste lid, kan worden uitgereikt, ontvangt desgevraagd een door de desbetreffende examencommissie af te geven instellingsverklaring. Daarin zijn in elk geval opgenomen de onderdelen die op de datum van beëindiging van de opleiding met goed gevolg door de deelnemer zijn afgesloten en een lijst met examenresultaten.
### Artikel 7.4.7
@ -1926,7 +2226,15 @@ c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse
### Artikel 7.4.8a
Vervallen
**1.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor een behoorlijke behandeling van klachten van deelnemers, aspirant-deelnemers, voormalige deelnemers en examendeelnemers, personeel en overige betrokkenen bij het onderwijs of de praktijkbegeleiding van de instelling over gedragingen van het bevoegd gezag of ten behoeve van de instelling met taken belaste personen.
**2.** Het bevoegd gezag voorziet in de klachtbehandeling met overeenkomstige toepassing van in elk geval de artikelen 9:3 tot en met 9:7, eerste lid, 9:8, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, en derde lid, eerste volzin, 9:9, 9:10, eerste lid, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 9:11, 9:12, eerste lid, 9:12a, 9:15 en 9:16 van de Algemene wet bestuursrecht.
**3.** Het bevoegd gezag voorziet in een klachtencommissie die is belast met de behandeling van en advisering over klachten en die bestaat uit ten minste drie leden die geen deel uitmaken van een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onder w, waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag.
**4.** Op een ieder die is betrokken bij de uitvoering van dit artikel is artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
**5.** Het bevoegd gezag stelt voor de instelling een regeling vast waarin de klachtbehandeling met inachtneming van de voorgaande leden nader is uitgewerkt en maakt deze openbaar.
### Artikel 7.4.9
@ -1992,7 +2300,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwasseneno
**1.** Aan de deelnemers wordt gelegenheid gegeven een examen af te leggen.
**2.** Artikel 7.4.5 is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Artikel 7.4.5, eerste tot en met vijfde en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a en c. Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogrammas en de verdeling daarvan in onderdelen. De examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs omvatten een rekentoets. Bij de vaststelling van de opgaven van de rekentoets worden de referentieniveaus rekenen in acht genomen die voor de desbetreffende schoolsoorten zijn vastgesteld op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent deze toets vastgesteld.
@ -2000,7 +2308,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwasseneno
**5.** Artikel 7.4.6, eerste en derde lid, is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van een examen van de opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
**6.** Artikel 7.4.8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**6.** De artikelen 7.4.8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 7.4.8a, zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
@ -2090,6 +2398,59 @@ Vervallen
### Titel 0. Aanmelding
### Artikel 8.0.1
**1.** Uiterlijk op 1 april voorafgaand aan een studiejaar meldt degene die zich als deelnemer wenst te laten inschrijven voor een beroepsopleiding die start bij de aanvang van dat studiejaar, zich aan bij de desbetreffende instelling. Na de aanmelding kan de betrokkene zijn aanmelding nog wijzigen.
**2.** Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal beroepsopleidingen worden vastgesteld waarvoor de betrokkene zich kan aanmelden.
**3.**
Dit artikel is niet van toepassing op:
a. een deelnemer die zich aanmeldt bij een andere beroepsopleiding dan die waar hij oorspronkelijk was ingeschreven maar kan aantonen dat de aanmelding het gevolg is van een beëindiging van de inschrijving op grond van artikel 8.1.7a, op een zodanig tijdstip dat hij zich niet kon aanmelden uiterlijk 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor hij zich wenst in te schrijven; en
b. deelnemers aan een experiment doorlopende leerlijnen vmbo-mbo als bedoeld in het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 20142022.
### Artikel 8.0.2
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.** Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van het eerste lid regels vastgesteld. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de bij de opgave te leveren gegevens, het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd.
### Artikel 8.0.3
**1.** Bij de aanmelding, bedoeld in artikel 8.0.1, legt de betrokkene of, als deze minderjarig is, diens ouders, voogden of verzorgers, zijn persoonsgebonden nummer over onder vermelding van, indien van toepassing, de school als bedoeld in de Wet op het voorgezet onderwijs, de school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of de instelling als bedoeld in deze wet waar hij op het moment van aanmelding staat ingeschreven.
**2.** Het persoonsgebonden nummer wordt overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document, waarop tevens de gegevens over de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene zijn vermeld. Indien geen persoonsgebonden nummer kan worden overgelegd, worden in plaats daarvan de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene vermeld.
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**5.** Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld ter uitvoering van het derde en vierde lid. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de gegevens en het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd.
**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
### Artikel 8.0.4
**1.**
Een betrokkene die uiterlijk 1 april is aangemeld in overeenstemming met artikel 8.0.1, eerste lid, heeft desgevraagd recht op een studiekeuzeadvies.
Dit recht geldt alleen als betrokkene deelneemt aan de intakeactiviteiten die het bevoegd gezag met het oog op dit studiekeuzeadvies organiseert.
**2.** Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal studiekeuzeadviezen worden vastgesteld waarop de betrokkene recht heeft.
**3.** Het bevoegd gezag kan intakeactiviteiten organiseren en aan de hand daarvan een studiekeuzeadvies uitbrengen ten behoeve van andere dan de in het eerste lid bedoelde betrokkenen.
**4.** De studiekeuzeadviezen zijn niet bindend.
**5.** Het bevoegd gezag stelt ter uitvoering van dit artikel nadere regels vast die in elk geval betrekking hebben op de intakeactiviteiten die door de instelling, al dan niet per opleiding, worden georganiseerd, de aard en inhoud van de intakeactiviteiten, de termijn waarbinnen de intakeactiviteiten plaatsvinden en de gevallen waarin, de termijn waarbinnen en de wijze waarop studiekeuzeadviezen wordt uitgebracht.
**6.** Bij het vaststellen van de nadere regels treft het bevoegd gezag voor betrokkenen afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba respectievelijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten zodanige voorzieningen dat zij kunnen deelnemen aan de intakeactiviteiten zonder dat hun fysieke aanwezigheid op de instelling vereist is.
**7.** Het bevoegd gezag stelt de in het vijfde lid bedoelde informatie voor een ieder beschikbaar uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar waarvoor deze geldt.
### Titel 1. Inschrijving
### Artikel 8.1.1
@ -2111,7 +2472,7 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b
**3.** De toelating tot beroepsopleidingen staat voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, uitsluitend open voor degenen voor wie de volledige leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969, is geëindigd.
**4.** Het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel beëindigd indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel beëindigd indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel beëindiging van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden beëindigd op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
**4.** Het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven voor een entreeopleiding of een basisberoepsopleiding, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel beëindigd indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. Ten aanzien van degenen die wensen te worden ingeschreven voor een vakopleiding, middenkaderopleiding of een specialistenopleiding, kan het bevoegd gezag ook aangeven dat zij geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te onderschrijven en kan de inschrijving van een betrokkene ook worden geweigerd dan wel beëindigd, indien deze de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet onderschrijft. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel beëindigd indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel beëindiging van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden beëindigd op grond van de tweede of derde volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
**5.** De inschrijving voor een opleidingsdomein kan uitsluitend geschieden voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op het tweede, derde of vierde niveau, bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid.
@ -2133,13 +2494,23 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b
### Artikel 8.1.1b
**1.** De toelating tot de entreeopleiding staat uitsluitend open voor degenen die niet ten minste voldoen aan de vooropleidingseisen van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 8.2.1, vierde lid, en op wie paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is, met uitzondering van degenen ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 3b van de Leerplichtwet 1969.
**1.** Onverminderd de artikelen 8.1.1, 8.1.2 en 8.1.7b, staat de toelating tot de entreeopleiding uitsluitend open voor degenen die niet ten minste voldoen aan de vooropleidingseisen van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 8.2.1, vierde lid, en op wie paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is, met uitzondering van degenen ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 3b van de Leerplichtwet 1969.
**2.** Het bevoegd gezag kan de toelating tot de entreeopleiding slechts weigeren indien diegene die om toelating verzoekt in de afgelopen twee studiejaren bij een instelling was ingeschreven voor een entreeopleiding.
### Artikel 8.1.1c
Het bevoegd gezag beslist over de toelating tot de basisberoepsopleiding, de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding. Het bevoegd gezag kan bepalen dat de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid onder zijn verantwoordelijkheid wordt uitgeoefend door een door het bevoegd gezag in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de omvang, werkzaamheden en bevoegdheden van de toelatingscommissie.
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**5.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**6.** Het bevoegd gezag stelt met in achtneming van de voorgaande leden de toelatingsprocedure vast en stelt deze informatie voor een ieder beschikbaar uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar waarvoor deze geldt.
### Artikel 8.1.1d
@ -2920,10 +3291,6 @@ De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de ar
### Artikel 12.2.3
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
### Artikel 12.2.3
Vervallen
### Artikel 12.2.4
@ -3188,6 +3555,10 @@ Vervallen
### Titel 4b
### Artikel 12.4b.1
De leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet van 25 januari 2017 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs en een technische aanpassing (Stb. 2017, 43), worden aangemerkt als leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 zoals luidend na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van voornoemde wet.
### Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
### Artikel 12.5.1