2009-01-01 | BWBR0004471 | Monumentenwet 1988
This commit is contained in:
parent
6dff1d28f4
commit
738a44119c
1 changed files with 32 additions and 39 deletions
|
|
@ -41,17 +41,24 @@ i. de Raad: de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specif
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, onroerende monumenten aanwijzen als beschermd monument.
|
||||
**1.** Onze minister kan ambtshalve onroerende monumenten aanwijzen als beschermd monument.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat Onze minister ter zake een beschikking geeft, vraagt hij advies aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het monument is gelegen en, indien de monumenten zijn gelegen buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tevens aan gedeputeerde staten.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister doet mededeling van de adviesaanvraag, bedoeld in het tweede lid, aan degenen die in de basisregistratie kadaster als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker.
|
||||
Onze minister kan op aanvraag onroerende monumenten aanwijzen als beschermd monument, indien het betreft:
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders stellen de in het derde lid genoemde belanghebbenden in de gelegenheid zich te doen horen en plegen het overleg, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
|
||||
a. monumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1, die zijn vervaardigd na 31 december 1939, en
|
||||
b. monumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders brengen hun advies uit binnen vijf maanden na de verzending van de in het tweede lid bedoelde adviesaanvraag, gedeputeerde staten binnen vier maanden.
|
||||
**3.** Voordat Onze minister ter zake een beschikking geeft, vraagt hij advies aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het monument is gelegen en, indien de monumenten zijn gelegen buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tevens aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**6.** Onze minister beslist, de Raad gehoord, binnen tien maanden na de datum van de verzending van de adviesaanvraag aan burgemeester en wethouders, dan wel indien om aanwijzing is verzocht, binnen tien maanden na ontvangst van dat verzoek.
|
||||
**4.** Onze minister doet mededeling van de adviesaanvraag, bedoeld in het derde lid, aan degenen die in de basisregistratie kadaster als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders stellen de in het derde lid genoemde belanghebbenden in de gelegenheid zich te doen horen en plegen het overleg, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
|
||||
|
||||
**6.** Burgemeester en wethouders brengen hun advies uit binnen vijf maanden na de verzending van de in het derde lid bedoelde adviesaanvraag, gedeputeerde staten binnen vier maanden.
|
||||
|
||||
**7.** Onze minister beslist, de Raad gehoord, binnen tien maanden na de datum van de verzending van de adviesaanvraag aan burgemeester en wethouders, dan wel indien om aanwijzing is verzocht, binnen tien maanden na ontvangst van dat verzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -59,7 +66,7 @@ Onze minister doet mededeling van zijn beschikking aan burgemeester en wethouder
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in artikel 3, derde lid, heeft plaatsgevonden tot het moment dat inschrijving in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt ingeschreven in een van die registers, zijn de artikelen 11 tot en met 33 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in artikel 3, vierde lid, heeft plaatsgevonden tot het moment dat inschrijving in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt ingeschreven in een van die registers, zijn de artikelen 11 tot en met 31 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -71,7 +78,7 @@ Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in artikel 3, derde lid, h
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien het monument niet gelegen is binnen het grondgebied van enige gemeente, zijn artikel 3, tweede tot en met zesde lid, artikel 4 en artikel 6 niet van toepassing.
|
||||
**1.** Indien het monument niet gelegen is binnen het grondgebied van enige gemeente, zijn artikel 3, derde tot en met zevende lid, artikel 4 en artikel 6 niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens Onze minister ten aanzien van een monument als bedoeld in het eerste lid een beschikking geeft, hoort hij de Raad.
|
||||
|
||||
|
|
@ -87,7 +94,7 @@ Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in artikel 3, derde lid, h
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Van wijziging in de in artikel 48, tweede lid, onder b en k, van de Kadasterwet bedoelde gegevens of de kadastrale aanduiding van een beschermd monument geeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers binnen veertien dagen kennis aan Onze minister, die deze wijziging aanbrengt in het register.
|
||||
**1.** Van wijziging in de kadastrale aanduiding van een beschermd monument geeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers binnen veertien dagen kennis aan Onze minister, die deze wijziging aanbrengt in het register.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister doet mededeling van de wijziging aan gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
|
|
@ -137,7 +144,7 @@ b. een monument dat in gebruik is bij Onze Minister van Defensie en tevens een m
|
|||
|
||||
Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in de gevallen dat burgemeester en wethouders beslissen over de aanvraag, dezen het ontwerp van het besluit ter inzage leggen na ontvangst van de adviezen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, en
|
||||
a. in de gevallen dat burgemeester en wethouders beslissen over de aanvraag, dezen het ontwerp van het besluit ter inzage leggen na ontvangst van het advies of de adviezen, bedoeld in artikel 16, derde lid, en
|
||||
b. in de gevallen dat Onze minister beslist over de aanvraag, burgemeester en wethouders ten aanzien van het door hem opgesteld ontwerp van het besluit toepassing geven aan de artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
|
@ -148,39 +155,39 @@ b. in de gevallen dat Onze minister beslist over de aanvraag, burgemeester en we
|
|||
|
||||
**5.** Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing in de gevallen waarin een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 13 wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**6.** In de gevallen dat burgemeester en wethouders beslissen over de aanvraag, delen dezen Onze minister mee dat zij het ontwerp van een besluit ter inzage hebben gelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenteraad stelt een verordening vast waarin tenminste de inschakeling wordt geregeld van een commissie op het gebied van de monumentenzorg, die burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
**2.** De vastgestelde verordening, bedoeld in het eerste lid, wordt onverwijld ter kennis gebracht van Onze minister. Zij treedt twee maanden nadat zij ter kennis is gebracht van Onze minister in werking, tenzij Onze minister vóór die datum de verordening tot schorsing heeft voorgedragen.
|
||||
|
||||
**3.** Op wijziging en intrekking van de verordening is het bepaalde in het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De gemeenteraad stelt een verordening vast waarin ten minste de inschakeling wordt geregeld van een commissie op het gebied van de monumentenzorg die burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 11. Van de commissie maken geen deel uit leden van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente. Binnen de commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** In de gevallen dat burgemeester en wethouders over de aanvraag om vergunning beslissen, zenden zij onmiddellijk afschrift van de aanvraag aan de directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en, indien het beschermde monument ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, aan gedeputeerde staten.
|
||||
**1.** In bij ministeriële regeling te bepalen gevallen leggen burgemeester en wethouders een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11 voor advies voor aan Onze minister. In de gevallen, bedoeld in de eerste volzin, zenden burgemeester en wethouders onmiddellijk afschrift van de aanvraag om vergunning aan de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten. De gevallen, bedoeld in de eerste volzin, kunnen onder meer betreffen het afbreken van een beschermd monument, het reconstrueren van een beschermd monument en het geven van een nieuwe bestemming aan een beschermd monument.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister en gedeputeerde staten adviseren schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift.
|
||||
**2.** Indien de aanvraag een beschermd monument betreft dat buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom ligt, zenden burgemeester en wethouders onmiddellijk afschrift van de aanvraag om vergunning aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier maanden na de datum van ontvangst van het laatste van de adviezen, bedoeld in het tweede lid, doch in ieder geval binnen de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalde termijn.
|
||||
**3.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, adviseert Onze minister schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift. Indien gedeputeerde staten advies uitbrengen, gebeurt dat schriftelijk binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift.
|
||||
|
||||
**4.** Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het derde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier maanden na de datum van ontvangst van het advies of het laatste van de adviezen, bedoeld in het derde lid, doch in ieder geval binnen de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalde termijn.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders doen van de beschikking op de aanvraag om vergunning mededeling aan Onze minister en aan gedeputeerde staten.
|
||||
**5.** Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het vierde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.
|
||||
|
||||
**6.** De werking van de vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Burgemeester en wethouders doen van de beschikking op de aanvraag om vergunning mededeling aan Onze minister en aan gedeputeerde staten. Daarbij geven burgemeester en wethouders een omschrijving van de aard van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**7.** De werking van de vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** In de gevallen dat Onze minister over de aanvraag om vergunning beslist, zenden burgemeester en wethouders de aanvraag onmiddellijk na ontvangst aan hem door. Zij zenden gelijktijdig afschrift aan gedeputeerde staten en stellen de aanvrager schriftelijk in kennis van de datum van doorzending. Voor de toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden burgemeester en wethouders aangemerkt als het in dat artikel bedoelde bestuursorgaan.
|
||||
**1.** In de gevallen dat Onze minister over de aanvraag om vergunning beslist, zenden burgemeester en wethouders de aanvraag onmiddellijk na ontvangst aan hem door. Zij zenden gelijktijdig afschrift aan gedeputeerde staten en stellen de aanvrager schriftelijk in kennis van de datum van doorzending.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 16, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 16, zesde lid, is van toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 16, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 16, zevende lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister doet van de beschikking op de aanvraag om vergunning mededeling aan burgemeester en wethouders en aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders dan wel Onze minister nemen met betrekking tot een kerkelijk monument geen beslissing ingevolge artikel 16 of 17 dan in overeenstemming met de eigenaar, voorzover het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of de levensovertuiging in dat monument in het geding zijn.
|
||||
Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot een kerkelijk monument geen beslissing ingevolge artikel 16 dan in overeenstemming met de eigenaar, voorzover het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of de levensovertuiging in dat monument in het geding zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -633,21 +640,7 @@ Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar ges
|
|||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
**1.** Zolang een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 15 niet van kracht is, beslist Onze minister omtrent aanvragen voor vergunning als bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met inachtneming van het derde tot en met achtste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders zenden een aanvraag onmiddellijk na ontvangst aan Onze minister door. Zij zenden gelijktijdig afschrift aan gedeputeerde staten en stellen de aanvrager schriftelijk in kennis van de datum van doorzending. Voor de toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden burgemeester en wethouders aangemerkt als het in dat artikel bedoelde bestuursorgaan.
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders en, indien het beschermde monument ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, gedeputeerde staten adviseren aan Onze minister over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van doorzending.
|
||||
|
||||
**5.** Onze minister beslist binnen vier maanden na de datum van ontvangst van het laatste van de adviezen, bedoeld in het derde lid, doch in ieder geval binnen de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalde termijn.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 16, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 16, zesde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Onze minister doet van de beschikking op de aanvraag om vergunning mededeling aan burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**8.** Op de beslissing omtrent de aanvraag zijn de artikelen 18 tot en met 21 van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue