From 7392e460092ef278df9b6b9abc90e9f069cd99f1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jul 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2017-07-01=20|=20BWBR0019285=20|=20Besluit=20fi?= =?UTF-8?q?nanci=C3=ABle=20bepalingen=20bodemsanering?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0019285/README.md | 145 ++++++++---------- 1 file changed, 62 insertions(+), 83 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-financiële-bepalingen-bodemsanering/BWBR0019285/README.md b/amvb/besluit-financiële-bepalingen-bodemsanering/BWBR0019285/README.md index 6b41d9572c4..f20b13d0a0b 100644 --- a/amvb/besluit-financiële-bepalingen-bodemsanering/BWBR0019285/README.md +++ b/amvb/besluit-financiële-bepalingen-bodemsanering/BWBR0019285/README.md @@ -18,81 +18,38 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – wet: Wet bodembescherming; – budgethouder: gedeputeerde staten en daarmee op grond van artikel 88 van de wet gelijkgestelde bestuursorganen; -– subsidiabele saneringskosten: de werkelijk gemaakte kosten voor de uitvoering van de sanering, overeenkomstig het saneringsplan, die voor subsidie in aanmerking komen; -– werkvoorraad landbodems: vastgestelde kosten van onderzoek en sanering van verontreinigde landbodems; -– werkvoorraad landbodems landelijk gebied: vastgestelde kosten van onderzoek en sanering van verontreinigde landbodems in het landelijk gebied; -– apparaatskosten: kosten van personeel, informatievoorziening, organisatie, financieel beheer en automatisering verbonden aan de uitvoering van de taken van de wet; +– subsidiabele saneringskosten: de werkelijk gemaakte kosten voor een sanering die is uitgevoerd, overeenkomstig het saneringsplan, bedoeld in artikel 39 van de wet, dan wel overeenkomstig artikel 39b van de wet; – bedrijfsterrein: bedrijfsterrein als bedoeld in artikel 55a van de wet. ## Hoofdstuk 2. Verstrekken van budget aan overheden ### Artikel 2 -**1.** - -Het aan de budgethouder bekend te maken indicatieve budget wordt gevormd door het totaal van de volgende onderdelen van het landelijk op grond van artikel 76 en 76n van de wet uit te keren bodemsaneringsbudget: - -a. de op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit bestaande toezeggingen aan de budgethouder; -b. het door Onze Minister te berekenen bedrag dat gelijk is aan 30% van de bijdrage die ten behoeve van bodemsanering op grond van de wet is verleend aan de budgethouder voor de budgetperiode 2002 tot en met 2004; -c. een door Onze Minister voor de budgethouder gereserveerd bedrag bestemd voor onderzoek en sanering van gasfabrieken; -d. het op grond van een ministeriële regeling te bepalen budget ter tegemoetkoming in de kosten van het onderzoek van onderzoeksgevallen en van het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging van regionale waterbodems zoals bedoeld in artikel 76n van de wet; -e. het op grond van een ministeriële regeling te bepalen bedrag voor de budgethouders, gebaseerd op het relatieve aandeel van de budgethouder in de werkvoorraad landbodems landelijk gebied. - -**2.** Voor de verlening van het budget bedoeld in artikel 76a, derde lid, van de wet, kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld. De artikelen 4, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 5 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 3 -**1.** - -Voor gemeenten, genoemd in het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wet bodembescherming, komen apparaatskosten verbonden aan de uitvoering van de wet voor een vergoeding in aanmerking op grond van artikel 76b van de wet. Deze vergoeding bestaat uit een door Onze Minister te bepalen bedrag per formatieplaats vermenigvuldigd met: - -a. een door Onze Minister te bepalen aantal vaste formatieplaatsen; -b. het relatieve aandeel van de gemeente in de werkvoorraad landbodems vermenigvuldigd met het door Onze Minister te bepalen aantal formatieplaatsen voor variabele taken. - -**2.** Andere niet-projectgebonden kosten dan apparaatskosten als bedoeld in het eerste lid, komen in aanmerking voor vergoeding op grond van bij ministeriële regeling vast te stellen regels. +Vervallen ### Artikel 4 -**1.** De aanvraag tot verlening van het budget, bedoeld in artikel 76c van de wet, wordt, vergezeld van het in dat artikel bedoelde programma dat is vastgesteld door de budgethouder, voor 15 november voorafgaand aan de budgetperiode ingediend bij Onze Minister. - -**2.** - -In het programma worden aan de orde gesteld: - -a. de doorloop van prestaties uit eerdere budgetperioden, -b. de terugloop van de werkvoorraad landbodems, -c. de regionale waterbodems, -d. andere bij ministeriële regeling te benoemen onderwerpen. - -**3.** In het programma wordt aan de hand van bij ministeriële regeling aan te geven toetsbare grootheden inzicht gegeven in de doelstellingen die met het te verlenen budget zullen worden gerealiseerd in deze periode, alsmede de werkzaamheden met betrekking tot waterbodems. Tevens wordt aangegeven wat hierbij het aandeel is van onderzoek en saneringen op initiatief van anderen dan de budgethouder. - -**4.** In het programma wordt een financiële paragraaf opgenomen, waarin inzicht wordt geboden in de mate waarin het indicatieve budget, de eigen middelen van de budgethouder en de inzet van anderen dan de budgethouder, bijdragen aan het realiseren van de in het programma opgenomen doelstellingen en prestaties. Tevens beschrijft de budgethouder de te nemen maatregelen om bijdragen van derden in de financiering van het programma te bewerkstelligen. - -**5.** Bij ministeriële regeling wordt het model van het programma vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in dit artikel. +Vervallen ### Artikel 5 -Onze Minister verleent het budget voor zover het programma, bedoeld in artikel 76c van de wet, voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4 en de in het programma weergegeven doelstellingen voldoende invulling geven aan de onderwerpen genoemd in artikel 4, tweede lid. +Vervallen ### Artikel 6 -Afwijkingen van het programma, bedoeld in artikel 76c van de wet, en de voortgang van de uitvoering daarvan worden door de budgethouder elk jaar voor 1 mei in het kader van de toepassing van artikel 87b van de wet gemeld. +Vervallen ### Artikel 7 -**1.** De aanvraag tot vaststelling van het budget, bedoeld in artikel 76g van de wet, wordt voor 15 juli van het jaar na afloop van de budgetperiode bij Onze Minister ingediend. - -**2.** Verantwoordingsinformatie over de besteding van het verleende budget wordt verstrekt op de wijze bedoeld in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001. In de bijlage bij de jaarrekening, bedoeld in artikel 58a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, wordt na afloop van de budgetperiode een vergelijking opgenomen waarin de doelstellingen uit het in artikel 76c van de wet genoemde programma en de aan het budget verbonden verplichtingen worden vergeleken met de bereikte resultaten en de verschillen worden toegelicht. - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de aanvraag en de bij te voegen stukken. +Vervallen ### Artikel 7a -**1.** Het bedrag, bedoeld in artikel 76o, eerste lid, onder a, van de wet, bedraagt € 0,45. - -**2.** Als maximum, bedoeld in artikel 76o, tweede lid, van de wet, geldt een bedrag van € 226 890,11. - -**3.** Het eerste en tweede lid werken terug tot en met 1 januari 2006. +Vervallen ## Hoofdstuk 3. Verstrekken subsidies aan derden @@ -122,7 +79,7 @@ a. door Onze Minister is vastgesteld dat, en voor welk deel, de verontreiniging b. de eigendom onderscheidenlijk de erfpacht voor 1 januari 1995 is verworven; c. de aanmelding, bedoeld in artikel 12, plaatsvindt voor 1  januari 2008, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat door bijzondere omstandigheden aanmelding voor die datum niet mogelijk was; d. de sanering wordt uitgevoerd in overeenstemming met de wet; -e. in de beschikking bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, is vastgesteld dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dat spoedig dient te worden gesaneerd, dan wel de noodzaak tot sanering is ontstaan naar aanleiding van voorgenomen activiteiten op het desbetreffende bedrijfsterrein, en +e. een saneringsplan als bedoeld in artikel 39 van de wet dan wel een melding op grond van artikel 39b, derde lid, van de wet is uiterlijk op 31 december 2023 bij gedeputeerde staten ingediend; f. er op grond van artikel 75, eerste, derde en zesde lid van de wet door de Staat geen kosten verhaald zullen worden op de aanvrager van de subsidie. **2.** Indien het bedrag van de subsidie hoger zal zijn dan het bedrag van de kosten die verhaald zullen worden, geldt de voorwaarde in het eerste lid, onder f, niet voor dat deel van de subsidie dat het kostenverhaal te boven gaat. @@ -163,6 +120,24 @@ d. een begroting van de saneringskosten. **3.** De aanvrager ontvangt onverwijld een bericht van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening, waarin de datum van ontvangst van de aanvraag wordt vermeld. +### Artikel 13a + +**1.** Indien de subsidieontvanger de sanering in delen wil uitvoeren dient de aanvraag, bedoeld in artikel 13, vergezeld te gaan van een onderverdeling van de uitvoering van de sanering in delen die, in de tijd dan wel in uitvoering, als apart deel kan worden aangeduid. + +**2.** + +Indien de subsidieontvanger een deel van de uitvoering van de sanering overdraagt aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld in artikel 30 dient de aanvraag, bedoeld in artikel 13, tevens vergezeld te gaan van: + +a. een getekende overeenkomst met de coördinerende rechtspersoon waarin het bedrag is opgenomen dat de subsidieontvanger betaalt aan de coördinerende rechtspersoon voor collectieve sanering als bedoeld in artikel 31, en +b. een goedgekeurd saneringsplan als bedoeld in artikel 39 van de wet dan wel een melding op grond van artikel 39b van de wet. + +**3.** + +Indien de subsidieontvanger een deel van de uitvoering van de sanering overdraagt aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld in artikel 55d, eerste lid, van de wet dient de aanvraag, bedoeld in artikel 13, tevens vergezeld te gaan van: + +a. een getekende overeenkomst met het bestuursorgaan dat het gebiedsplan uitvoert waarin het bedrag is opgenomen dat de subsidieontvanger vergoedt aan dat bestuursorgaan, en +b. het gebiedsplan, bedoeld in artikel 55d, eerste lid, of het wijzigingsbesluit, bedoeld in artikel 55g, tweede lid, van de wet. + ### Artikel 14 **1.** Onze Minister neemt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening een beslissing op de aanvraag, waarbij het percentage van de subsidie wordt bepaald met inachtneming van de artikelen 17 tot en met 19, onder vermelding van een maximumbedrag. @@ -181,14 +156,17 @@ c. op het moment van de beslissing omtrent verlening reeds een aanvang is gemaak ### Artikel 16 -**1.** +**1.** Aan de verleningsbeschikking wordt de verplichting verbonden dat de sanering van een geval van ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein voor 1 januari 2030 moet zijn afgerond. -Aan de verleningsbeschikking worden de volgende verplichtingen verbonden: +**2.** -a. de sanering heeft niet tot gevolg dat de bodem geschikt wordt gemaakt voor gevoeliger gebruik dan gebruik als bedrijfsterrein en -b. het bedrijfsterrein wordt niet binnen vijf jaar nadat gedeputeerde staten hebben ingestemd met het verslag, bedoeld in artikel 39c van de wet, ten behoeve van gevoeliger gebruik dan gebruik als bedrijfsterrein benut of vervreemd. +Aan de verleningsbeschikking kan op verzoek van de subsidieontvanger, en nadat de gegevens, bedoeld in artikel 13a, zijn overgelegd, worden opgenomen: -**2.** Indien zich binnen vijf jaar na subsidievaststelling een situatie voordoet als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, meldt de eigenaar of erfpachter die onverwijld aan Onze Minister. +a. dat de sanering van een geval van ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein op in de aanvraag aangegeven en afgebakende delen wordt uitgevoerd, met het oog op een gedeeltelijke vaststelling van de uitgevoerde delen van de sanering; +b. dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld in artikel 30, of, +c. dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld in artikel 55d, eerste lid, van de wet. + +**3.** Indien in een verleningsbeschikking toepassing is gegeven aan het tweede lid, onderdeel b of c, kan het bedrag dat wordt verleend, voor het deel van de uitvoering van de sanering dat wordt overdragen, bij deze verleningsbeschikking gelijktijdig worden vastgesteld. ### Artikel 17 @@ -215,6 +193,12 @@ c. 15% van de subsidiabele saneringskosten, indien de verwerving van het zakelij **6.** In het geval van een subsidieverlening als bedoeld in artikel 11, vierde lid, is de hoogte van het subsidiepercentage ingevolge dit artikel, gelijk aan de hoogte van het subsidiepercentage dat aan de eigenaar of erfpachter zou zijn verleend als geen overdracht zou hebben plaatsgevonden. +**7.** Indien de sanering tot gevolg heeft dat de bodem geschikt wordt gemaakt voor een gevoeligere functie dan als bedrijfsterrein, wordt voor de hoogte van de subsidiabele kosten uitgegaan van de saneringsdoelstelling voor een functie als bedrijfsterrein. + +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de saneringskostenposten die in aanmerking komen voor subsidiabele saneringskosten. + +**9.** De hoogte van de subsidie voor het deel van de uitvoering van de sanering dat de subsidieontvanger overdraagt aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld in artikel 30 van dit besluit, of aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld in artikel 55d, eerste lid, van de wet, of het wijzigingsbesluit, bedoeld in artikel 55g, tweede lid, van de wet, wordt berekend met toepassing van het betreffende percentage van de artikelen 17 en 19, over het bedrag dat in de overeenkomst, bedoeld in artikel 13a, tweede lid, is opgenomen. + ### Artikel 18 Onder verwerving als bedoeld in artikel 17 wordt niet verstaan: @@ -241,7 +225,12 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking to ### Artikel 21 -**1.** De aanvraag tot subsidievaststelling wordt bij Onze Minister ingediend gelijktijdig met de indiening van het verslag, bedoeld in artikel 39c van de wet, of uiterlijk dertien weken daarna. +**1.** + +De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend uiterlijk dertien weken na de volgende besluiten of handelingen en in ieder geval voor 1 januari 2030: + +a. de beschikking tot instemming met een schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 39b, zesde lid, of artikel 39c van de wet, of +b. het doen van een schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 39b, zesde lid, indien geen instemming is vereist krachtens artikel 39b, zevende lid. **2.** De aanvraag gaat vergezeld van een financieel verslag dat is opgebouwd overeenkomstig de begroting van de saneringskosten op grond waarvan subsidie is verleend. @@ -249,6 +238,8 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking to **4.** Het financiële verslag gaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt afgegeven na toetsing van de wijze van besteding van de gelden op basis van de wet, dit besluit en de daarop berustende regelgeving. +**5.** De aanvraag tot vaststelling voor een in de verleningsbeschikking, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, opgenomen deel van de sanering gaat tevens vergezeld van een verslag van de werkzaamheden van dat deel van de sanering, opgebouwd als een schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 39b of 39c van de wet. + ### Artikel 22 **1.** Onze Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling op de aanvraag, in elk geval nadat is beslist op het verslag, bedoeld in artikel 39c van de wet. @@ -265,7 +256,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking to ### Artikel 24 -**1.** Op aanvraag van de subsidie-ontvanger kan Onze Minister ten hoogste eenmaal een voorschot verlenen, indien de aanvrager financiële zekerheid heeft gesteld voor het nog te voltooien gedeelte van de sanering. +**1.** Op aanvraag van de subsidie-ontvanger kan Onze Minister ten hoogste tweemaal een voorschot verlenen, indien de aanvrager financiële zekerheid heeft gesteld voor het nog te voltooien gedeelte van de sanering. **2.** De hoogte van het voorschot wordt berekend naar rato van het gedeelte van de subsidiabele saneringskosten die zijn gemoeid met de uitvoering van de sanering voor zover deze is voltooid. @@ -281,37 +272,23 @@ Het subsidiebedrag wordt betaald binnen acht weken nadat de beschikking tot subs **1.** De bestuursorganen aan wie Onze Minister de uitvoering van bepalingen van dit besluit krachtens artikel 76j, vierde lid, van de wet heeft gedelegeerd, melden een aanvraag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, voorafgaand aan de beslissing omtrent verlening van de subsidie bij Onze Minister. -**2.** - -De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat: - -a. een concept van de beschikking tot subsidieverlening op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, die een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid, voornemens is af te geven; -b. de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens. +**2.** De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens. ### Artikel 27 **1.** De bestuursorganen, bedoeld in artikel 26, dienen jaarlijks een aanvraag in tot verstrekking van een bijdrage ter vergoeding van subsidie en betaling van voorschotten aan derden ten behoeve van de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel e. -**2.** +**2.** De aanvraag om een bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk uiterlijk op 31 maart na het kalenderjaar waarover de bijdrage wordt gevraagd, ingediend bij Onze Minister. -De aanvraag om een bijdrage, bedoeld in het eerste lid: - -a. wordt schriftelijk uiterlijk 31 maart na het kalenderjaar waarover de bijdrage wordt gevraagd, ingediend bij Onze Minister, en -b. bevat de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens en de gegevens, bedoeld in artikel 28 alsmede de verklaring bedoeld in artikel 29, eerste lid. - -**3.** Onze Minister stelt de bijdrage aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 26, vast indien de aanvraag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het tweede lid. - -**4.** De bestuursorganen, bedoeld in artikel 26, kunnen schriftelijk een gemotiveerde aanvraag voor een voorschot op de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, indienen. Deze aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid, onder b, en kan worden ingediend indien en voor zover bedoelde bestuursorganen voorzien dat er onvoldoende financiële middelen op grond van de uitvoering van de wet zijn om de subsidie aan derden, ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, tijdig te kunnen uitbetalen. +**3.** De bestuursorganen, bedoeld in artikel 26, kunnen schriftelijk een gemotiveerde aanvraag voor een voorschot op de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, indienen. Deze aanvraag kan worden ingediend indien en voor zover bedoelde bestuursorganen voorzien dat er onvoldoende financiële middelen op grond van de uitvoering van de wet zijn om de subsidie aan derden, ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, tijdig te kunnen uitbetalen. ### Artikel 28 -Van de besteding van de bijdrage bedoeld in artikel 27, eerste lid, wordt een bestedingsverantwoording opgesteld overeenkomstig de bij ministeriële regeling te stellen regels. +Vervallen ### Artikel 29 -**1.** De bestedingsverantwoording bedoeld in artikel 28, gaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. - -**2.** De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld met inachtneming van de bij ministeriële regeling gestelde regels. +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Collectieve saneringen @@ -419,7 +396,7 @@ d. het treffen van een andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt: -a. Met betrekking tot de uitvoering van het saneringsplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid: wanneer gedeputeerde staten overeenkomstig artikel 39c, derde lid, hebben ingestemd met het daarin bedoelde verslag; +a. Met betrekking tot de uitvoering van het saneringsplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid: wanneer gedeputeerde staten overeenkomstig artikel 39c, tweede lid, hebben ingestemd met het daarin bedoelde verslag; b. Wanneer gedeputeerde staten aan degene aan wie de verplichting was opgelegd te kennen hebben gegeven dat naar hun oordeel financiële zekerheid niet langer vereist is. **6.** Gedeputeerde staten bepalen de hoogte van het bedrag waarvoor financiële zekerheid wordt gesteld op basis van de te verwachten kosten van sanering of nazorg na een periode van 5 jaar. Het bedrag kan op verzoek van degene die de zekerheid heeft gesteld tussentijds worden bijgesteld indien een deel van de maatregelen waarvoor zekerheid is gesteld, is uitgevoerd. @@ -450,7 +427,7 @@ b. Wanneer gedeputeerde staten aan degene aan wie de verplichting was opgelegd t ### Artikel 42 -Indien op grond van artikel 86b van de wet, het bedrag dat uit ’s Rijks kas beschikbaar is, wordt verhoogd of anderszins budgettaire ruimte ontstaat en Onze Minister het budget verhoogt, kan Onze Minister andere criteria dan de in artikel 4, tweede lid genoemde, laten gelden. Voorafgaand aan de verhoging van het budget wordt door de budgethouder een aanvulling van het programma, bedoeld in artikel 76c, eerste lid, van de wet ingediend. De artikelen 3, 4, tweede tot en met vijfde lid, 5 en 7 zijn van toepassing. +Vervallen ### Artikel 43 @@ -462,15 +439,17 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens Een aanvraag om subsidieverlening, ingediend op een tijdstip gelegen vóór de inwerkingtreding van dit besluit, wordt afgehandeld overeenkomstig de op dat tijdstip geldende regelgeving. +### Artikel 44a + +Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2025 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. + ### Artikel 45 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiële bepalingen bodemsanering. ### Artikel 46 -**1.** Indien het bij koninklijke boodschap van 11 maart 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen (29 462) tot wet wordt verheven, treedt die wet in werking met ingang van 1 januari 2006. Indien het Staatsblad waarin die wet of dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2005, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst. - -**2.** Indien het bij koninklijke boodschap van 11 maart 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen (29 462) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking, met uitzondering van artikel 40 en de daarbij behorende bijlage, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De artikelen 2, 3, 4, 5, 41 en 43 werken terug tot en met 1 januari 2005. +Vervallen ## Bijlage . behorende bij