2022-05-14 | BWBR0041522 | Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
This commit is contained in:
parent
4895d4d422
commit
740bdc5ff1
1 changed files with 103 additions and 65 deletions
|
|
@ -66,7 +66,7 @@ f. *commissaris:* commissaris van de Koning.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.2
|
||||
|
||||
**1.** Aan een statenlid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Provinciewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 79p van de Provinciewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de provincie een toelage verleend van € 128,23 per maand.
|
||||
**1.** Aan een statenlid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, of artikel 61a, vierde lid, van de Provinciewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 79p van de Provinciewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de provincie een toelage verleend van € 128,23 per maand.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.
|
||||
|
||||
|
|
@ -130,13 +130,15 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten,
|
|||
|
||||
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat de statenleden eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op een statenlid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een statenlid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
|
||||
**2.** Voor zover het lidmaatschap van provinciale staten in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het statenlidmaatschap toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op een statenlid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een statenlid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.10
|
||||
|
||||
**1.** Een statenlid ontvangt ten laste van de provincie een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 114,44 per jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Een statenlid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
|
||||
**2.** Voor zover het lidmaatschap van provinciale staten in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het lidmaatschap van provinciale staten toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -272,7 +274,7 @@ Voor de duur dat de commissaris zijn werkelijke woonplaats nog niet heeft in de
|
|||
a. een vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, en
|
||||
b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de commissaris of de gedeputeerde in verband met zijn benoeming is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen en zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die dubbele woonlasten.
|
||||
**3.** Indien de commissaris of de gedeputeerde in verband met zijn benoeming is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen en zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die dubbele woonlasten, alsmede een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
|
||||
|
||||
**4.** De commissaris heeft uiterlijk één jaar na eervol ontslag of niet-herbenoeming bij vertrek uit de provincie of uit de aan hem ter beschikking gestelde woning eenmalig aanspraak op een vergoeding voor de kosten van verhuizing voor zover hij niet uit anderen hoofde aanspraak heeft op een verhuiskostenvergoeding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -284,9 +286,11 @@ b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de ben
|
|||
|
||||
**1.** De commissaris of de gedeputeerde betaalt voor het bewonen van een door de provincie aan hem in verband met de uitoefening van zijn ambt ter beschikking gestelde woning een eigen bijdrage per maand aan de provincie.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de commissaris of de gedeputeerde voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de provincie aan hem vergoed.
|
||||
**2.** Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van de provincie.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
|
||||
**3.** Indien de commissaris of de gedeputeerde voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de provincie aan hem vergoed.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -303,7 +307,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
|
|||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten kunnen aan de commissaris of de gedeputeerde ten laste van de provincie een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door de provincie gecontracteerde vervoerder.
|
||||
|
||||
**2.** Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden. Een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden.
|
||||
**2.** Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden.
|
||||
|
||||
**3.** Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -313,7 +317,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
|
|||
|
||||
**6.** Indien de commissaris of de gedeputeerde een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de provincie aan hem vergoed.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de commissaris of de gedeputeerde een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de provinciekas gestort.
|
||||
**7.** Voor zover de commissaris of de gedeputeerde een aan hem ter beschikking gestelde auto gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de provinciekas gestort.
|
||||
|
||||
**8.** De commissaris of de gedeputeerde betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan de provincie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -452,11 +456,13 @@ b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onv
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kennen gedeputeerde staten hem op aanvraag ten laste van de provincie een voorziening toe als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel een financiële tegemoetkoming daarvoor.
|
||||
**1.** Indien een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kunnen gedeputeerde staten hem op zijn aanvraag ten laste van de provincie voorzieningen toekennen, die strekken tot het kunnen blijven uitoefenen van het ambt of tot herstel of bevordering van de mogelijkheid om het ambt weer te gaan uitoefenen dan wel een financiële vergoeding daarvoor.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
|
||||
**2.** Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden verstaan voorzieningen die een werkgever op grond van artikel 611 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als goed werkgever dient te verstrekken en voorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
|
||||
**3.** Regels, gesteld bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
|
||||
|
||||
**4.** De regels, gesteld krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -467,13 +473,14 @@ b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in ar
|
|||
c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 2.2.7, eerste en vierde lid;
|
||||
d. de vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder a;
|
||||
e. de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 2.2.7, derde lid;
|
||||
f. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid;
|
||||
g. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 2.2.7, vijfde lid, 2.2.8, tweede lid, en 2.2.10, zesde lid;
|
||||
h. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid;
|
||||
i. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 2.3.2;
|
||||
j. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 2.3.3;
|
||||
k. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 2.3.4, en
|
||||
l. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.3.7, eerste lid.
|
||||
f. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 2.2.8, tweede lid;
|
||||
g. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid;
|
||||
h. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 2.2.7, vijfde lid, 2.2.8, tweede lid, en 2.2.10, zesde lid;
|
||||
i. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid;
|
||||
j. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 2.3.2;
|
||||
k. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 2.3.3;
|
||||
l. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 2.3.4, en
|
||||
m. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.3.7, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2.4. Commissieleden
|
||||
|
||||
|
|
@ -497,7 +504,7 @@ b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in
|
|||
Een commissielid heeft ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van:
|
||||
|
||||
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de provincie gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -596,7 +603,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1.2
|
||||
|
||||
**1.** Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 128,23 per maand.
|
||||
**1.** Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, of artikel 61a, vierde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 128,23 per maand.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
|
||||
|
||||
|
|
@ -614,7 +621,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l
|
|||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
|
||||
|
||||
**3.** Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het tweede lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
**3.** Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -648,7 +655,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap.
|
|||
Een raadslid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
|
||||
|
||||
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies, en
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -670,13 +677,15 @@ c. de kosten ervan reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
|
|||
|
||||
**1.** De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de raadsleden eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
|
||||
**2.** Voor zover het lidmaatschap van de gemeenteraad in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het raadslidmaatschap toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.10
|
||||
|
||||
**1.** Een raadslid ontvangt ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 114,44 per jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
|
||||
**2.** Voor zover het lidmaatschap van de gemeenteraad in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het lidmaatschap van de gemeenteraad toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -764,7 +773,7 @@ De bezoldiging per maand van de wethouder is afhankelijk van de inwonersklasse w
|
|||
|
||||
**11.** De burgemeesters en de wethouder ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de burgemeester of de wethouder vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
|
||||
|
||||
**12.** De burgemeester en de wethouder ontvangen een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hen genoten bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de burgemeester of de wethouder vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
|
||||
**12.** De burgemeester en de wethouder ontvangen een eindejaarsuitkering van 9,8 onderscheidenlijk 8,3% van de door hen genoten bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de burgemeester of de wethouder vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
|
||||
|
||||
**13.** Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het zevende lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangen de burgemeester en de wethouder een uitkering op dezelfde voet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -844,7 +853,7 @@ Voor de duur dat de burgemeester of een wethouder met toepassing van artikel 71,
|
|||
a. een vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, en
|
||||
b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de burgemeesters of de wethouder in verband met zijn benoeming is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen en zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die dubbele woonlasten.
|
||||
**3.** Indien de burgemeesters of de wethouder in verband met zijn benoeming is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen en zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die dubbele woonlasten, alsmede een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
|
||||
|
||||
**4.** De burgemeester heeft binnen uiterlijk één jaar na eervol ontslag of niet-herbenoeming bij vertrek uit de gemeente of uit de aan hem ter beschikking gestelde woning ten laste van de gemeente eenmalig aanspraak op vergoeding van verhuiskosten voor zover hij niet uit anderen hoofde aanspraak heeft op een verhuiskostenvergoeding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -856,9 +865,11 @@ b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de ben
|
|||
|
||||
**1.** De burgemeester of de wethouder betaalt voor het bewonen van een door de gemeente aan hem in verband met de uitoefening van zijn ambt ter beschikking gestelde woning een eigen bijdrage per maand aan de gemeente.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de burgemeester of de wethouder voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed.
|
||||
**2.** Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van de gemeente.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
|
||||
**3.** Indien de burgemeester of de wethouder voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -875,7 +886,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
|
|||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders kan aan de burgemeester of de wethouder ten laste van de gemeente een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door de gemeente gecontracteerde vervoerder.
|
||||
|
||||
**2.** Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden. Een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden.
|
||||
**2.** Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden.
|
||||
|
||||
**3.** Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -885,7 +896,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt
|
|||
|
||||
**6.** Indien de burgemeester of de wethouder een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de burgemeester of de wethouder een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de gemeentekas gestort.
|
||||
**7.** Voor zover de burgemeester of de wethouder een aan hem ter beschikking gestelde auto gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de gemeentekas gestort.
|
||||
|
||||
**8.** De burgemeester of de wethouder betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan de gemeente.
|
||||
|
||||
|
|
@ -919,7 +930,7 @@ c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking k
|
|||
|
||||
### Artikel 3.2.13
|
||||
|
||||
De wethouder aan wie in verband met haar zwangerschap en bevalling of ziekte grond van artikel 45, eerste lid, van de Gemeentewet verlof is verleend, ontvangt in afwijking van artikel 3.2.6, tweede lid, een vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van de helft van het bedrag, genoemd in die bepaling.
|
||||
De wethouder aan wie in verband met zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel 45, eerste lid, van de Gemeentewet verlof is verleend, ontvangt in afwijking van artikel 3.2.6, tweede lid, een vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van de helft van het bedrag, genoemd in die bepaling.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1045,11 +1056,13 @@ b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onv
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien een raadslid, een wethouder of de burgemeester naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kent het college van burgemeester en wethouders hem op aanvraag ten laste van de gemeente een voorziening toe als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel een financiële tegemoetkoming daarvoor.
|
||||
**1.** Indien een raadslid, een wethouder of de burgemeester naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kan het college van burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag ten laste van de gemeente voorzieningen toekennen, die strekken tot het kunnen blijven uitoefenen van het ambt of tot herstel of bevordering van de mogelijkheid om het ambt weer te gaan uitoefenen dan wel een financiële vergoeding daarvoor.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
|
||||
**2.** Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden verstaan voorzieningen die een werkgever op grond van artikel 611 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als goed werkgever dient te verstrekken en voorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
|
||||
**3.** Regels, gesteld bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
|
||||
|
||||
**4.** De regels, gesteld krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -1060,13 +1073,14 @@ b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in ar
|
|||
c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 3.2.7, eerste en vierde lid;
|
||||
d. de vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder a;
|
||||
e. de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 3.2.7, derde lid;
|
||||
f. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid;
|
||||
g. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 3.2.7, vijfde lid, 3.2.8, tweede lid, en 3.2.10, zesde lid;
|
||||
h. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.11, eerste lid;
|
||||
i. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 3.3.2;
|
||||
j. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 3.3.3;
|
||||
k. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 3.3.4, en
|
||||
l. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.3.7, eerste lid.
|
||||
f. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 3.2.8, tweede lid;
|
||||
g. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid;
|
||||
h. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 3.2.7, vijfde lid, 3.2.8, tweede lid, en 3.2.10, zesde lid;
|
||||
i. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.11, eerste lid;
|
||||
j. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 3.3.2;
|
||||
k. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 3.3.3;
|
||||
l. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 3.3.4, en
|
||||
m. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.3.7, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3.4. Commissieleden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1103,7 +1117,7 @@ b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in
|
|||
Een commissielid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
|
||||
|
||||
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de gemeente als daarbuiten gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1234,13 +1248,15 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt v
|
|||
|
||||
**1.** Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat de leden van het algemeen bestuur eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op een lid van het algemeen bestuur dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van het algemeen bestuur wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
|
||||
**2.** Voor zover het lidmaatschap van het algemeen bestuur in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het lidmaatschap van het algemeen bestuur toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op een lid van het algemeen bestuur dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van het algemeen bestuur wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.10
|
||||
|
||||
**1.** Een lid van het algemeen bestuur ontvangt ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 114,44 per jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
|
||||
**2.** Voor zover het lidmaatschap van het algemeen bestuur in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het lidmaatschap van het algemeen bestuur toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1274,7 +1290,7 @@ c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikele
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2.1
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan op verzoek van het algemeen bestuur, gedeputeerde staten gehoord, een deeltijdfactor voor de voorzitter vaststellen.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan op verzoek van het algemeen bestuur, gedeputeerde staten gehoord, een deeltijdfactor voor de voorzitter vaststellen.
|
||||
|
||||
**2.** De bezoldiging van de voorzitter bedraagt € 10.222,96 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1347,13 +1363,32 @@ c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien de voorzitter bij zijn benoeming zijn werkelijke woonplaats nog niet heeft in het waterschap, heeft hij ten laste van het waterschap eenmalig aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten bij verhuizing in verband met zijn benoeming naar het waterschap.
|
||||
**1.** Indien de voorzitter bij zijn benoeming zijn werkelijke woonplaats nog niet heeft in het waterschap, heeft hij ten laste van het waterschap eenmalig aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten bij verhuizing naar het waterschap in verband met zijn benoeming.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over de hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een voorzitter die bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben, heeft voor de duur dat hij zijn werkelijke woonplaats nog niet in het waterschap heeft, ten laste van het waterschap, aanspraak op:
|
||||
|
||||
a. een vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, en
|
||||
b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een voorzitter bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben, in verband daarmee is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen en zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die dubbele woonlasten, alsmede een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een voorzitter bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben, hij in verband daarmee is verhuisd en op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, heeft hij uiterlijk één jaar na eervol ontslag of niet-herbenoeming, eenmalig aanspraak op een vergoeding voor de kosten van verhuizing bij vertrek uit het waterschap of uit de aan hem ter beschikking gestelde woning, voor zover hij niet uit anderen hoofde aanspraak heeft op een verhuiskostenvergoeding.
|
||||
|
||||
**5.** Verschuldigde loon- of inkomstenbelasting over de vergoedingen op grond van dit artikel worden ten laste van het waterschap aan de voorzitter vergoed.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.8
|
||||
|
||||
(leeg)
|
||||
**1.** Indien een voorzitter bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben en hem door het waterschap in verband met de uitoefening van zijn ambt een woning ter beschikking wordt gesteld, betaalt hij voor het bewonen daarvan een eigen bijdrage per maand aan het waterschap.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van het waterschap.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de voorzitter voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -1370,7 +1405,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap, gemaakt
|
|||
|
||||
**1.** Het dagelijks bestuur kan aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ten laste van het waterschap een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door het waterschap gecontracteerde vervoerder.
|
||||
|
||||
**2.** Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden. Een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden.
|
||||
**2.** Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden.
|
||||
|
||||
**3.** Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1380,9 +1415,9 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap, gemaakt
|
|||
|
||||
**6.** Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de kas van het waterschap gestort.
|
||||
**7.** Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de kas van het waterschap gestort.
|
||||
|
||||
**8.** De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigene bijdrage per maand aan het waterschap.
|
||||
**8.** De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan het waterschap.
|
||||
|
||||
**9.** Indien aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1446,7 +1481,7 @@ Indien de voorzitter langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen zi
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2.19
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
**1.** De voorzitter wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1467,9 +1502,9 @@ Een ontslag als bedoeld in het derde lid, onder a, kan slechts plaatsvinden indi
|
|||
a. er sprake is van ongeschiktheid tot het vervullen van zijn ambt wegens ziekte of gebreken gedurende een ononderbroken periode van zes maanden, en
|
||||
b. herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde termijn van zes maanden te verwachten is.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, wordt een medisch onderzoek ingesteld door een of meer door Onze Minister aangewezen geneeskundigen en, indien de voorzitter dit wenst, een door de voorzitter aangewezen geneeskundige. De voorzitter is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het starten van het onderzoek en de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid. Indien de voorzitter geen medewerking verleent, is de in het vierde lid, onder b, genoemde voorwaarde niet van toepassing.
|
||||
**5.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, wordt een medisch onderzoek ingesteld door een of meer door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen geneeskundigen en, indien de voorzitter dit wenst, een door de voorzitter aangewezen geneeskundige. De voorzitter is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het starten van het onderzoek en de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid. Indien de voorzitter geen medewerking verleent, is de in het vierde lid, onder b, genoemde voorwaarde niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Het ontslag op grond van het derde lid, onder a, b en c, wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het derde lid, onder d en e, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
**6.** Het ontslag op grond van het derde lid, onder a, b en c, wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het derde lid, onder d en e, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4.3. Gemeenschappelijke bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1481,7 +1516,7 @@ b. herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde
|
|||
|
||||
### Artikel 4.3.2
|
||||
|
||||
Het dagelijks bestuur stelt ten laste van het waterschap aan een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de duur van de uitoefening van zijn functiet informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan de daarbij behorende abonnementen.
|
||||
Het dagelijks bestuur stelt ten laste van het waterschap aan een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan de daarbij behorende abonnementen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1521,11 +1556,13 @@ b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onv
|
|||
|
||||
### Artikel 4.3.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kent het dagelijks bestuur hem op aanvraag ten laste van het waterschap een voorziening toe als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel een financiële tegemoetkoming daarvoor.
|
||||
**1.** Indien een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kan het dagelijks bestuur hem op zijn aanvraag ten laste van het waterschap voorzieningen toekennen, die strekken tot het kunnen blijven uitoefenen van het ambt of tot herstel of bevordering van de mogelijkheid om het ambt weer te gaan uitoefenen dan wel een financiële vergoeding daarvoor.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
|
||||
**2.** Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden verstaan voorzieningen die een werkgever op grond van artikel 611 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als goed werkgever dient te verstrekken en voorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
|
||||
**3.** Regels, gesteld bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
|
||||
|
||||
**4.** De regels, gesteld krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -1535,12 +1572,13 @@ a. de vergoedingen en toelage, bedoeld in de artikelen 4.1.6 en 4.2.6;
|
|||
b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 4.1.10;
|
||||
c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 4.2.7, eerste lid;
|
||||
d. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid;
|
||||
e. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikel 4.2.10, zesde lid;
|
||||
f. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.11, eerste lid;
|
||||
g. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2;
|
||||
h. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 4.3.3;
|
||||
i. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 4.3.4, en
|
||||
j. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3.7, eerste lid.
|
||||
e. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 4.2.8, tweede lid;
|
||||
f. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikel 4.2.10, zesde lid;
|
||||
g. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.11, eerste lid;
|
||||
h. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2;
|
||||
i. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 4.3.3;
|
||||
j. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 4.3.4, en
|
||||
k. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3.7, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4.4. Commissieleden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1564,7 +1602,7 @@ b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in
|
|||
Een commissielid heeft ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van:
|
||||
|
||||
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue