diff --git a/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md b/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md index c9344a24122..3a31321979e 100644 --- a/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md +++ b/amvb/besluit-risicos-zware-ongevallen-1999/BWBR0010475/README.md @@ -27,7 +27,8 @@ h. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel i. inspecteur: inspecteur bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; j. veiligheidsrapport: rapport als bedoeld in artikel 10; k. bijlage: bij dit besluit behorende bijlage; -l. installatie: technische eenheid binnen een inrichting waar gevaarlijke stoffen worden vervaardigd, gebruikt, gebezigd, verwerkt of opgeslagen; daartoe wordt mede gerekend alle uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spoorwegemplacementen, laad- en loskades, aanlegsteigers voor de installatie, pieren, depots of soortgelijke, al dan niet drijvende constructies, die nodig zijn voor de werking van de installatie. +l. installatie: technische eenheid binnen een inrichting waar gevaarlijke stoffen worden vervaardigd, gebruikt, gebezigd, verwerkt of opgeslagen; daartoe wordt mede gerekend alle uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spoorwegemplacementen, laad- en loskades, aanlegsteigers voor de installatie, pieren, depots of soortgelijke, al dan niet drijvende constructies, die nodig zijn voor de werking van de installatie; +m. het ADR: de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171). ### Artikel 2 @@ -35,10 +36,11 @@ Dit besluit is niet van toepassing op: a. inrichtingen in gebruik bij de krijgsmacht; b. inrichtingen voor zover daarvoor een vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens de Kernenergiewet; -c. inrichtingen die krachtens artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet aangewezen zijn als mijnbouwwerken; -d. inrichtingen voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen om ze daar te laten; +c. inrichtingen die krachtens artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet aangewezen zijn als mijnbouwwerken, met uitzondering van inrichtingen waar chemische of thermische verwerkingsactiviteiten en de daarmee verbandhoudende opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden; +d. inrichtingen voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen om ze daar te laten, met uitzondering van inrichtingen die in werking zijn voor het zich ontdoen van residuen, waaronder residuvijvers of -bekkens, die gevaarlijke stoffen bevatten, in het bijzonder indien zij worden gebruikt in verband met chemische of thermische verwerking van mineralen; e. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten; -f. spoorwegemplacementen, voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop dit besluit van toepassing is. +f. spoorwegemplacementen, voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop dit besluit van toepassing is; +g. inrichtingen die krachtens artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet aangewezen zijn als mijnbouwwerken ten behoeve van het opsporen en winnen van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van die wet, voorzover het opsporen en winnen van die delfstoffen plaatsvindt op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van die wet. ### Artikel 3 @@ -79,7 +81,8 @@ Degene die de inrichting drijft, stelt het bevoegd gezag onverwijld schriftelijk a. iedere significante wijziging van de inrichting die betrekking heeft op een of meer onderwerpen waaromtrent in of bij de aanvraag gegevens zijn verstrekt als bedoeld in artikel 5.15a, eerste lid, onder a tot en met f, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, of waaromtrent in de kennisgeving, bedoeld in artikel 26, eerste lid, gegevens zijn verstrekt; b. iedere significante wijziging van de processen waarbij een gevaarlijke stof wordt gebruikt; -c. de sluiting van een installatie. +c. elke significante wijziging van de inrichting die het risico van zware ongevallen ernstig zou kunnen beïnvloeden; +d. de sluiting van een installatie. **2.** @@ -254,7 +257,7 @@ Met betrekking tot een inrichting waarop dit besluit van toepassing is beziet he ### Artikel 21 -**1.** Degene die een inrichting drijft, houdt een bijgewerkte lijst van in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen bij en zorgt er voor dat deze lijst door een ieder kan worden geraadpleegd. +**1.** Degene die een inrichting drijft, houdt een bijgewerkte lijst van in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen bij en zorgt er voor dat deze lijst door een ieder kan worden geraadpleegd. Indien krachtens artikel 19.3 van de Wet milieubeheer een tweede tekst van het veiligheidsrapport is overgelegd waar uit de beschrijving van de stoffen ingevolge Bijlage III, eerste lid, onderdeel j, stoffen zijn weggelaten, blijft vermelding van die stoffen op de lijst, bedoeld in de eerste zin, achterwege. **2.** Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid. @@ -264,7 +267,7 @@ Met betrekking tot een inrichting waarop dit besluit van toepassing is beziet he **2.** Degene die een inrichting drijft draagt er zorg voor dat het interne noodplan tenminste eens per drie jaar wordt geëvalueerd, beproefd en zonodig gewijzigd. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met veranderingen die zich in de inrichting hebben voorgedaan, en met nieuwe kennis en inzichten omtrent de bij een zwaar ongeval te nemen maatregelen. -**3.** Het interne noodplan en de wijziging daarvan worden opgesteld met raadpleging van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, van de belanghebbende werknemers. +**3.** Het interne noodplan en de wijziging daarvan worden, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, opgesteld met raadpleging van de belanghebbende werknemers. Over het interne noodplan en de wijziging daarvan worden tevens de werknemers geraadpleegd van andere werkgevers die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in de inrichting werkzaam zijn. **4.**