From 7433ef06ef34a6c9329c0a19235987101c992e55 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-01 | BWBR0012778 | Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart --- .../BWBR0012778/README.md | 325 +++++++++--------- 1 file changed, 168 insertions(+), 157 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md b/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md index e80ce316b82..a2fb5e41f04 100644 --- a/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md +++ b/amvb/besluit-zeevaartbemanning-handelsvaart-en-zeilvaart/BWBR0012778/README.md @@ -14,6 +14,8 @@ citeertitel: Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart ### Artikel 1 +**1.** + In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de wet: de Zeevaartbemanningswet; @@ -36,7 +38,10 @@ q. kW: kiloWatt; r. GT: de bruto inhoud van het schip, vastgesteld volgens de bepalingen krachtens de Meetbrievenwet 1981; s. lengte: de lengte van een zeilschip die gelijk is aan 96 procent van de lengte van de lastlijn op 85 procent van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de bovenzijde van de kielplaat, dan wel gelijk is aan de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning gemeten op deze lastlijn, indien deze laatste lengte groter is. t. kennisbewijs: het diploma of certificaat afgegeven door een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) dan wel een getuigschrift of verklaring afgegeven door een instelling als bedoeld in de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) of een certificaat afgeven door een door Onze Minister erkende opleiding waaruit blijkt dat een erkende opleiding met goed gevolg is afgesloten; -u. High Speed Craft Code; de International Code of Safety for High Speed Craft van 20 mei 1994, opgenomen in de bijlage van de Regeling HSC-Code. +u. High Speed Craft Code; de International Code of Safety for High Speed Craft van 20 mei 1994, opgenomen in de bijlage van de Regeling HSC-Code; +v. aannemersmaterieel: schepen gebruikt voor het uitvoeren van bagger-, kust- en oeverwerken, met inbegrip van schepen gebruikt voor de bevoorrading van op zee gelegen mijnbouwinstallaties en sleepboten, mits gebruikt binnen een afstand gelegen binnen 200 zeemijlen vanuit een met name genoemde werkhaven. + +**2.** Een werkhaven als bedoeld in dit besluit beschikt 24 uur per dag over nautische en technische ondersteuning ten behoeve van schepen die in gebruik zijn als aannemersmaterieel. ### Artikel 2 @@ -144,13 +149,13 @@ c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar he ### Artikel 9 -**1.** Onze Minister erkent een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat, niet zijnde een Lid-Staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, indien ten aanzien van dat vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt voldaan aan de criteria van artikel 9, derde lid, van de Richtlijn nr. 94/58/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn nr. 98/35/EG (Minimumopleidingsniveau van zeevarenden). +**1.** Onze Minister erkent een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat, niet zijnde een Lid-Staat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of de Bondsstaat Zwitserland, indien ten aanzien van dat vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 18, derde lid, van Richtlijn nr. 2001/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 april 2001 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (PbEG L 136). **2.** Onze Minister kan tot 1 februari 2002 ten behoeve van zeevarenden die voor 1 augustus 1998 met hun opleiding of dienst aan boord zijn begonnen, andere criteria hanteren dan die genoemd in artikel 9, derde lid van de in het eerste lid genoemde richtlijn voor de erkenning van hun diploma of vaarbevoegdheidsbewijs. **3.** Indien een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt erkend als gelijkwaardig aan een vaarbevoegdheidsbewijs met inachtneming van artikel 4 wordt aan de aanvrager het overeenkomstige Nederlandse vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning afgegeven. -**4.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als kapitein, eerste stuurman of hoofdwerktuigkundige, legt de aanvrager het bewijs over dat hij de door Onze Minister erkende opleidingsmodule wetgeving met gunstig gevolg heeft afgesloten. +**4.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste stuurman of hoofdwerktuigkundige legt de aanvrager het certificaat Wetgeving en Openbaar Gezag over. **5.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op vaarbevoegdheidsbewijzen van gezellen. @@ -192,6 +197,8 @@ d. diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart. **4.** Met het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart wordt voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs gelijkgesteld het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart. +**5.** Voor de dienst aan boord van zeilschepen wordt met het kennisbewijs wachtstuurman in combinatie met het certificaat grote zeilvaart, bedoeld in artikel 86 van dit besluit, gelijkgesteld het kennisbewijs grote zeilvaart. + ### Artikel 12 **1.** @@ -266,33 +273,19 @@ iii. een diensttijd heeft van een jaar als stuurman; Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als stuurman-werktuigkundige kleine schepen de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als: -1. a. maritiem officier kleine schepen; -b. eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van - -i. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en -ii. de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; -c. tweede werktuigkundige tot 3000 kW, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; -2. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, indien hij een diensttijd heeft van twee jaar; -3. eerste maritiem officier kleine schepen, indien hij naast het genoemde in 1, onderdeel b, onder i, een diensttijd heeft van twee jaar als maritiem officier; -4. kapitein tot 3000 GT, indien hij naast het genoemde in 1, onderdeel b, onder i, in het bezit is van - -i. het certificaat radarnavigator; -ii. het certificaat scheepsmanagement-N, en -iii. een diensttijd heeft van twee jaar als stuurman of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman of maritiem officier. +a. maritiem officier kleine schepen en maritiem officier op alle aannemersmaterieel; +b. eerste stuurman tot 3000 GT en eerste stuurman op alle aannemersmaterieel, indien hij in het bezit is van het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie en hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; +c. tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmaterieel, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; +d. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmaterieel, indien hij een diensttijd heeft van twee jaar; +e. eerste maritiem officier kleine schepen en eerste maritiem officier op alle aannemersmaterieel, indien hij naast het certificaat genoemd in onderdeel b, een diensttijd heeft van twee jaar als maritiem officier; +f. kapitein tot 3000 GT en kapitein op alle aannemersmaterieel, indien hij naast het certificaat genoemd in onderdeel b, in het bezit is van het certificaat radarnavigator, het certificaat scheepsmanagement-N, alsmede een diensttijd heeft van twee jaar als stuurman of maritiem officier, waarvan ten minste één jaar als eerste stuurman of eerste maritiem officier. ### Artikel 17 -Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als stuurman tot 3000 GT geeft de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als: +Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als stuurman tot 3000 GT de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als: -1. eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van - -i. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en -ii. de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; -2. kapitein tot 3000 GT, indien hij naast het genoemde in 1, onder i, in het bezit is van - -i. het certificaat radarnavigator; -ii. het certificaat scheepsmanagement-N, en -iii een diensttijd heeft van drie jaar als stuurman, dan wel twee jaar als stuurman, waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman. +a. eerste stuurman tot 3000 GT en eerste stuurman op alle aannemersmaterieel, indien hij in het bezit is van het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie en de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; +b. kapitein tot 3000 GT en kapitein op alle aannemersmaterieel, indien hij naast het certificaat genoemd onder a, in het bezit is van het certificaat radarnavigator, het certificaat scheepsmanagement-N en een diensttijd heeft van drie jaar als stuurman, dan wel twee jaar als stuurman, waarvan ten minste één jaar als eerste stuurman. ### Artikel 18 @@ -309,16 +302,16 @@ ii. een diensttijd heeft van drie jaar als werktuigkundige, waarvan ten minste e Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het diploma als motordrijver de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als: -1. wachtwerktuigkundige alle schepen; -2. tweede werktuigkundige tot 3000 kW, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; -3. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, indien hij een diensttijd heeft van twee jaar als werktuigkundige waarvan tenminste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige. +a. wachtwerktuigkundige alle schepen; +b. tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmateriaal, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; +c. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmateriaal, indien hij een diensttijd heeft van twee jaar als werktuigkundige waarvan tenminste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige. ### Artikel 20 Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als werktuigkundige tot 3000 kW de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als: -1. tweede werktuigkundige tot 3000 kW, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; -2. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, als hij een diensttijd heeft van twee jaar als werktuigkundige waarvan tenminste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige. +a. tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmaterieel, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; +b. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmaterieel, mits hij een diensttijd heeft van twee jaar als werktuigkundige, waarvan tenminste één jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige. ### Artikel 21 @@ -331,15 +324,16 @@ ii. een leeftijd heeft bereikt van 18 jaar; 2. kapitein op reizen nabij de kust, indien hij, naast het genoemde in 1.i. i. een leeftijd heeft bereikt van 20 jaar, en hij -ii. een diensttijd heeft van een jaar, zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden. +ii. een diensttijd heeft van een jaar, zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden; +3. wachtwerktuigkundige op reizen nabij de kust. ### Artikel 22 -Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator is vereist het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen en de leeftijd van 18 jaar. +Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator is vereist het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit randapparaten en radio-apparaten en de leeftijd van 18 jaar. ### Artikel 23 -Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator met de beperking tot het gebruik van VHF/UHF radio-communicatieapparatuur is vereist het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen en de leeftijd van 18 jaar. +Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator met de beperking tot het gebruik van VHF/UHF radio-communicatieapparatuur is vereist het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit randapparaten en radio-apparaten en de leeftijd van 18 jaar. ### Artikel 24 @@ -413,9 +407,9 @@ b. zij zijn in het bezit van een voor het type tankschip bestemd veiligheidstrai **1.** Dit artikel is van toepassing op kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van passagiersschepen. -**2.** Alvorens hun taken aan boord van passagiersschepen worden opgedragen is er voor de betrokken zeevarenden een door de inspecteur-generaal goedgekeurd schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij de opleiding, zoals vereist in het vierde tot en met het achtste lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid. +**2.** Alvorens hun taken aan boord van passagiersschepen worden opgedragen is er voor de betrokken zeevarenden een door de inspecteur-generaal goedgekeurd schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij de opleiding en training, zoals vereist in het vierde tot en met het achtste lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid. -**3.** Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, zevende en achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar. +**3.** Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, zevende en achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar of tonen aan dat zij in de afgelopen vijf jaar tenminste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van passagierschepen. **4.** Voor personeel aan boord van passagiersschepen, aan wie in de alarmrol de taak wordt opgedragen om passagiers bij te staan in noodsituaties, is er het bewijs dat zij de training in groepsbegeleiding, bedoeld in artikel 74 hebben voltooid. @@ -439,7 +433,7 @@ In plaats van de bewijzen en certificaten, genoemd in artikel 74 tot en met 78, **2.** Alvorens hun taken aan boord van ro-ro passagiersschepen worden opgedragen zijn zeevarenden in het bezit van een document waaruit blijkt dat zij de opleiding en training, zoals vereist in het vierde tot en met het achtste lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid. -**3.** Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding en training hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, het zevende en het achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar. +**3.** Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding en training hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, het zevende en het achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar of tonen aan dat zij in de voorafgaande vijf jaar tenminste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van ro-ro passagierschepen. **4.** Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van ro-ro passagiersschepen aan wie in de alarmrol de taak wordt opgedragen om passagiers bij te staan in noodsituaties, zijn in bezit van het bewijs groepsbegeleiding, bedoeld in artikel 79. @@ -479,7 +473,7 @@ Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden en werktuigkundigen van hogesnelheid ### Artikel 36 -**1.** Kapiteins, stuurlieden en maritiem officieren van zeilschepen met een lengte van 40 meter of meer zijn in het bezit van het certificaat grote zeilvaart. +**1.** Kapiteins, stuurlieden en maritiem officieren van zeilschepen met een lengte van 40 meter of meer zijn, naast één der in artikel 11, eerste, tweede of derde lid, genoemde kennisbewijzen of diploma’s in het bezit van het certificaat grote zeilvaart, dan wel in bezit van het in artikel 11, vijfde lid, genoemde kennisbewijs grote zeilvaart. **2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de bemanning van zeilschepen met een lengte van minder dan 40 meter. @@ -497,6 +491,8 @@ c. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie. ### Artikel 38 +**1.** + Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman alle schepen wordt afgegeven aan a. officieren en oud-officieren van de Zeedienst der Koninklijke Marine, met de rang van luitenant ter zee tweede klasse oudste categorie of een hogere rang, die @@ -513,20 +509,34 @@ v. het certificaat scheepsmanagement-N, en vi. een diensttijd hebben behaald van ten minste een half jaar op schepen in de handelsvaart met een bruto-tonnage van 3000 of meer; b. de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven op grond van artikel 37, die in het bezit is van: -i. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie; -ii. het certificaat radarnavigator; -iii het certificaat scheepsmanagement-N, en -iv. een diensttijd heeft behaald van een jaar. +i. het certificaat radarnavigator; +ii. het certificaat scheepsmanagement-N, en +iii. in de handelsvaart een diensttijd heeft behaald van één jaar. + +**2.** + +Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman op alle zeilschepen wordt afgegeven aan officieren en oud-officieren van de Zeedienst der Koninklijke Marine, met de rang van luitenant ter zee tweede klasse oudste categorie of een hogere rang, die: + +a. in het bezit zijn van een getuigschrift van het Koninklijk Instituut voor de Marine; +b. in het bezit van het onder a genoemde getuigschrift gedurende ten minste vier jaar zijn geplaatst en dienst hebben gedaan als wachtsofficier op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan, en +c. in het bezit zijn van de aantekening navigatieofficier, alsmede van: + +i. een kennisbewijs ten aanzien van de Nederlandse en voornaamste internationale wettelijke voorschriften betreffende de zeescheepvaart; +ii. het certificaat grote zeilvaart; +iii. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en +iv. het certificaat radarnavigator. ### Artikel 39 -Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein alle schepen wordt afgegeven aan de houder van een bevoegdheid afgegeven op grond van artikel 38, die een diensttijd heeft behaald van een jaar als eerste stuurman. +**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein alle schepen wordt afgegeven aan de houder van een bevoegdheid afgegeven op grond van artikel 38, eerste lid, die een diensttijd heeft behaald van een jaar als eerste stuurman. + +**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein alle zeilschepen wordt afgegeven aan de houder van een bevoegdheid afgegeven op grond van artikel 38, tweede lid, die een diensttijd heeft behaald van een jaar als eerste stuurman aan boord van zeilschepen. ### Artikel 40 Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman tot 3000 GT wordt afgegeven aan -a. onderofficieren en oud-onderofficieren Operationele Dienst van de Koninklijke Marine, die +onderofficieren en oud-onderofficieren Operationele Dienst van de Koninklijke Marine, die 1. in het bezit zijn van de Zeewachtstandaard M, zoals vastgesteld door Onze Minister van Defensie; 2. ten minste een jaar geplaatst zijn en zelfstandig dienst hebben gedaan op de brug op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan, en zij daarnaast in het bezit zijn van: @@ -567,7 +577,7 @@ b. de houder van een bevoegdheid afgegeven op grond van artikel 42, die een dien ### Artikel 44 -Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan onderofficieren van de Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen en oud-onderofficieren Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen, die +Een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtwerktuigkundige alle schepen en tweede werktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan onderofficieren van de Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen en oud-onderofficieren Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen, die 1. de rang van korporaal of hoger hebben bekleed, en 2. ten minste een jaar dienst hebben gedaan op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is. @@ -681,15 +691,16 @@ d. de houder van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, afgegev ### Artikel 54 -Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, wordt afgegeven aan: de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's, die een diensttijd heeft behaald van twee jaar. +Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmaterieel, wordt afgegeven aan: de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's, die een diensttijd heeft behaald van twee jaar. ### Artikel 55 -Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan: +Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmaterieel wordt afgegeven aan: a. de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's; b. de houder van het diploma als scheepswerktuigkundige, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's; -c. de houder van het diploma machinist aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's. +c. de houder van het diploma machinist aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's; +d. De houder van een vrijstelling van het bezit van een diploma als scheepswerktuigkundige, voor de dienst aan boord van aannemersmaterieel, afgegeven op grond van artikel 11 van de Wet op de zeevaartdiploma’s zoals dit artikel luidde vóór 1 augustus 1988, mits hij op 1 februari 2002 tevens in het bezit was van een verklaring van geschiktheid en bekwaamheid als bedoeld in artikel 119 van het Schepenbesluit 1965 zoals dit luidde vóór 1 februari 2002. ### Artikel 56 @@ -727,7 +738,7 @@ a. voldoet de aanvrager aan: b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan: – sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code; -– sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigator, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement; +– sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement; – sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code; – sectie A-III/2, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement; – sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en @@ -789,14 +800,14 @@ Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige kleine schepen, a. voldoet de aanvrager aan: – voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag; -– voorschrift II/2, paragraaf 3.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag; +– voorschrift II/2, paragraaf 4.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag; – voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW Verdrag; – voorschrift III/3, paragraaf 2.2 van de bijlage van het STCW-Verdrag; – voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag; b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan: – sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code; -– sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigator, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement; +– sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement; – sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code; sectie A-III/3, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement; – sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en c. heeft de aanvrager @@ -810,12 +821,12 @@ Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtstuurman tot 3000 GT, a. voldoet de aanvrager aan: – voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag; -– voorschrift II/2, paragraaf 3.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag; +– voorschrift II/2, paragraaf 4.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag; – voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag; b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan: – sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code; -– sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigator, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement; +– sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement; – sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en c. heeft de aanvrager @@ -1012,17 +1023,35 @@ Voor de afgifte van het certificaat stoomvoortstuwing heeft de houder van ten mi ### Artikel 85 -**1.** Voor de afgifte van een *type rating certificate* voor de dienst aan boord van een hogesnelheidsvaartuig heeft de houder van tenminste het kennisbewijs wachtstuurman of wachtwerktuigkundige dan wel het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart of het diploma A als scheepswerktuigkundige, met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift 18.3.3 van de High Speed Craft Code. +**1.** Voor de afgifte van een type rating certificate voor de dienst aan boord van een hogesnelheidsvaartuig bestemd of gebezigd voor het vervoer van 36 passagiers of meer heeft de houder van tenminste het kennisbewijs wachtstuurman of wachtwerktuigkundige dan wel het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart of het diploma A als scheepswerktuigkundige, met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift 18.3.3 van de High Speed Craft Code. -**2.** Een *type rating certificate* heeft een geldigheidsduur van maximaal twee jaar. Na afloop van de geldigheidsduur kan de geldigheid van het certificaat telkenmale met een periode van maximaal twee jaar worden verlengd mits de betrokkene aantoont dat hij in de afgelopen twee jaar tenminste een half jaar heeft dienst gedaan aan boord van het, in het certificaat genoemde, hogesnelheidsvaartuig. +**2.** Voor de afgifte van een type rating certificate voor de dienst aan boord van een hogesnelheidsvaartuig bestemd of gebezigd voor het vervoer van minder dan 36 passagiers heeft de houder van tenminste het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift 18.3.3 van de High Speed Craft Code. + +**3.** Een *type rating certificate* heeft een geldigheidsduur van maximaal twee jaar. Na afloop van de geldigheidsduur kan de geldigheid van het certificaat telkenmale met een periode van maximaal twee jaar worden verlengd mits de betrokkene aantoont dat hij in de afgelopen twee jaar tenminste een half jaar heeft dienst gedaan aan boord van het, in het certificaat genoemde, hogesnelheidsvaartuig. #### Paragraaf Zeilschepen ### Artikel 86 -**1.** Voor afgifte van het certificaat grote zeilvaart voor de dienst aan boord van zeilschepen met een lengte van 40 meter of meer heeft de houder van een diploma of kennisbewijs als bedoeld in de artikelen 58, 59, 62 en 63 met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen. +**1.** Voor afgifte van het certificaat grote zeilvaart voor de dienst aan boord van zeilschepen met een lengte van 40 meter of meer heeft de houder van een diploma of kennisbewijs als bedoeld in de artikelen 58, 59, 62 of 63 met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen. -**2.** Een officier of onderofficier, onderscheidenlijk een oud-officier of oud-onderofficier van de Koninklijke Marine die in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs dat is afgegeven op grond van een van de artikelen 37 tot en met 41, is bevoegd dienst te doen aan boord van zeilschepen, mits de houder hiervan met goed gevolg examen heeft afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen. +**2.** + +Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman grote zeilvaart voldoet de aanvrager aan: + +– voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-verdrag; +– voorschrift II/2, paragraaf 4.3 van de bijlage bij het STCW-verdrag; +– voorschrift IV/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-verdrag; en +– voorschrift VI/1 van de bijlage bij het STCW-verdrag; + +en heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan: + +– sectie A-II/1, de paragrafen 1 tot en met 6, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading; +– sectie A-II/2, de paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading, en onder toevoeging van de aspecten materialen en tuigage, scheepsvormen, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen, + +en heeft de aanvrager een vaartijd behaald van tenminste een jaar waarvan tenminste één seizoen aan boord van zeilschepen is doorgebracht. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten voor de dienst aan boord van zeilschepen met een lengte van minder dan 40 meter. ### Paragraaf 7. Beroepsvereisten overige veiligheidstrainingen @@ -1106,6 +1135,18 @@ b. een diensttijd behaald van ten minste en half jaar in de kombuis van een zees **2.** In afwijking van lid 1, onder a en b, kan de inspecteur-generaal een diploma als scheepskok afgeven aan een aanvrager die aantoont dat hij op 1 augustus 1986 als scheepskok voer of als zodanig bij een rederij in dienst was en gedurende de daaraan voorafgaande periode een dienstverband van tenminste drie jaar als scheepskok heeft gehad met een Nederlandse zeewerkgever, en op die datum 23 jaar of ouder was. +### Artikel 92a + +**1.** Voor de afgifte van het certificaat »Wetgeving en Openbaar Gezag» heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding wetgeving en openbaar gezag afgerond. + +**2.** + +Deze opleiding omvat in elk geval: + +a. kennis en inzicht in de Nederlandse wetgeving op de scheepvaart betrekking hebbende; +b. kennis van de bepalingen en handleidingen inzake het uitoefenen van openbaar gezag aan boord, alsmede vaardigheid in de toepassing hiervan, en +c. kennis van de maatregelen te nemen ter beveiliging van het schip en vaardigheid in het optreden in havens en op zee wat betreft veiligheidsaangelegenheden. + ## Hoofdstuk 5. Nadere regels aangaande de monsterrol en het monsterboekje ### Paragraaf 1. De monsterrol @@ -1129,26 +1170,17 @@ d. de naam en roepletters van het schip. **1.** Alvorens een schip voor de eerste maal naar zee vertrekt en vervolgens met tussenpozen van niet meer dan twaalf maanden wordt een monsterrol opgemaakt. -**2.** Van elke wijziging in de bemanningssamenstelling wordt een wijziging in de monsterrol opgemaakt. +**2.** Bij elke wijziging in de bemanningssamenstelling wordt een monsterrol opgemaakt. -**3.** Ter uitvoering van het gestelde in artikel 34, eerste lid, onderdeel d, van de wet zendt de kapitein binnen een week dan wel in de eerstvolgende haven de opgemaakte monsterrol dan wel de wijzigingen in de monsterrol aan de scheepsbeheerder. +**3.** Ter uitvoering van artikel 34, eerste lid, onderdeel d, van de wet zendt de kapitein binnen een week na het opmaken, dan wel in de eerstvolgende haven de monsterrol aan de scheepsbeheerder. -**4.** De scheepsbeheerder houdt aantekening van de datum van ontvangst van ontvangen monsterrollen of ontvangen wijzigingen in de monsterrollen. +**4.** De scheepsbeheerder houdt aantekening van de datum van ontvangst van monsterrollen. + +**5.** De monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden ten behoeve van het houden van toezicht door de inspecteur-generaal. ### Artikel 95 -**1.** De scheepsbeheerder stelt de inspecteur-generaal telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij een opgemaakte monsterrol dan wel een wijziging in enige monsterrol van de kapitein heeft ontvangen. - -**2.** - -Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot het, door de scheepsbeheerder, in kennis stellen van de inspecteur-generaal van opgemaakte monsterrollen en wijzigingen in de monsterrol voor het houden van toezicht op: - -a. de naleving van de wettelijke bepalingen inzake de bevoegdheden van de bemanningsleden; -b. de bemanningssamenstelling; -c. de verleende ontheffingen; -d. de toepassing van andere wet- en regelgeving waarbij de samenstelling van de bemanning van belang is. - -**3.** De opgemaakte monsterrollen en de wijzigingen in de monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden van de inspecteur-generaal. +De scheepsbeheerder stelt de inspecteur-generaal telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij van de kapitein een opgemaakte monsterrol heeft ontvangen. ### Artikel 96 @@ -1248,136 +1280,111 @@ De artikelen 97, tweede lid, 98 en 99 zijn van overeenkomstige toepassing bij de ### Artikel 104 -**1.** Alle bemanningsleden aan boord van Nederlandse schepen zijn voorzien van een geldige geneeskundige verklaring van algemene lichamelijke geschiktheid voor de zeevaart. +**1.** Alle bemanningsleden aan boord van Nederlandse schepen zijn voorzien van een geldige geneeskundige verklaring zeevaart. -**2.** De bemanningsleden aan wie het houden van uitkijk dan wel de wacht op de brug of in de ruimte voor de machines kan worden opgedragen zijn in het bezit van geldige geneeskundige verklaringen van geschiktheid betreffende het gezichtsorgaan en het gehoororgaan. +**2.** Een bemanningslid dat aan boord met een wachtfunctie is belast, is bovendien voorzien van een verklaring dat dit lid voldoet aan de medische eisen betreffende het gezichtsorgaan en het gehoor, bedoeld in artikel 106, eerste lid, tweede volzin. -**3.** Bij regeling van Onze Minister worden de modellen van de geneeskundige verklaringen vastgesteld. +**3.** Het model voor de verklaringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt door Onze Minister vastgesteld. ### Artikel 105 -**1.** Ten behoeve van de afgifte van een in artikel 104, eerste of tweede lid, genoemde geneeskundige verklaring worden de bemanningsleden aan een daarop gericht medisch onderzoek onderworpen. +**1.** Ten behoeve van de afgifte van een in artikel 104 genoemde geneeskundige verklaring worden de bemanningsleden aan een daarop gericht medisch onderzoek onderworpen door een door Onze Minister daartoe als keuringsarts aangewezen geneeskundige. -**2.** +**2.** Indien de keuringsarts twijfels heeft omtrent de medische geschiktheid dan wel wanneer in de medische eisen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, een specialistisch rapport is vereist, verwijst deze arts de keurling voor deelonderzoek door naar een specialist. -Een geneeskundige verklaring: +**3.** Een geneeskundige verklaring zeevaart wordt afgegeven door een keuringsarts die heeft vastgesteld dat de keurling voldoet aan de voor die verklaring van toepassing zijnde medische eisen, bedoeld in artikel 106, eerste lid. -a. van algemene lichamelijke geschiktheid voor de zeevaart wordt afgegeven door een aangewezen geneeskundige; -b. betreffende het gezichtsorgaan wordt afgegeven door een aangewezen medisch specialist op het gebied van de oogheelkunde; en -c. betreffende het gehoororgaan wordt afgegeven door een aangewezen medisch specialist op het gebied van de keel-, neus- en oorheelkunde; die heeft vastgesteld dat de onderzochte voldoet aan de voor die verklaring van toepassing zijnde medische eisen, bedoeld in het eerste lid. +**4.** Indien de gekeurde gebruik wenst te maken van zijn recht om opnieuw te worden onderzocht, wordt hij onderzocht door een ingevolge artikel 42, eerste lid, van de wet als scheidsrechter aangewezen geneeskundige. -**3.** Indien de gekeurde gebruik wenst te maken van zijn recht om opnieuw te worden onderzocht, wordt hij onderzocht door een ingevolge artikel 42, eerste lid, van de wet als scheidsrechter aangewezen geneeskundige dan wel medisch specialist op het gebied van de oogheelkunde, onderscheidenlijk van de keel-, neus- en oorheelkunde. - -**4.** De in dit besluit bedoelde onderzoeken worden verricht door geneeskundigen of medisch specialisten die niet de behandelend arts of specialist van de onderzochte zijn. +**5.** De in dit besluit bedoelde onderzoeken worden verricht door geneeskundigen die niet de behandelend arts of specialist van de keurling zijn. ### Artikel 106 -**1.** Bij regeling van Onze Minister worden de medische eisen vastgesteld waaraan de aanvrager moet voldoen om in aanmerking te komen voor elk van de geneeskundige verklaringen, genoemd in artikel 105. +**1.** Bij regeling van Onze Minister worden de medische eisen vastgesteld waaraan de keurling moet voldoen om in aanmerking te komen voor de geneeskundige verklaring, bedoeld in artikel 104. Daarbij worden tevens de medische eisen betreffende het gezichtsorgaan en het gehoor vastgesteld voor bemanningsleden die aan boord een wachtfunctie vervullen. **2.** Bij regeling van Onze Minister worden de procedures en andere voorschriften vastgesteld die in acht worden genomen bij elk van de onderzoeken, bedoeld in artikel 105. **3.** Bij de vaststelling van medische eisen wordt bepaald ten aanzien van welke nieuwe medische eisen een ontheffing als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet kan worden verleend. -**4.** In afwijking van het derde lid wordt de desbetreffende geneeskundige verklaring, indien ontheffing wordt gegeven van een bepaalde medische eis, afgegeven door de Medisch Adviseur Scheepvaart. +**4.** In afwijking van het vereiste in het eerste lid kan de Medisch Adviseur Scheepvaart aan een keurling ontheffing verlenen van één van de medische eisen indien naar zijn mening het niet voldoen aan die medische eis de veiligheid niet nadelig beïnvloedt. ### Artikel 107 -**1.** Een medisch onderzoek naar de algemene lichamelijke geschiktheid wordt voorafgegaan door een onderzoek op tuberculose door middel van een Mantoux-onderzoek of een röntgenologisch onderzoek van de borstorganen. Dit onderzoek wordt verricht door een daartoe bevoegde geneeskundige. +**1.** De geldigheid van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 104 vervalt na verloop van ten hoogste twee jaar na de datum van afgifte ervan. -**2.** Indien de uitslag van het Mantoux-onderzoek of het röntgenologisch onderzoek gunstig is, plaatst de geneeskundige een voor dat doel bestemd stempel op de daarvoor bestemde bladzijde van het monsterboekje van de gekeurde, dan wel op diens bewijs van inschrijving aan een erkende opleiding voor zeevarenden. +**2.** Op medische gronden kan de keuringsarts een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als genoemd in artikel 104 afgeven voor een kortere duur dan die, genoemd in het eerste lid. -**3.** a. Indien de uitslag van het Mantoux-onderzoek of het röntgenologisch onderzoek niet gunstig is, wordt geen stempelafdruk geplaatst. -b. De geneeskundige geeft in dat geval een verklaring aan de gekeurde mee ten behoeve van de geneeskundige die de algemene lichamelijke keuring verricht, waarin de gevonden afwijking wordt aangegeven. - -**4.** Indien sinds het onderzoek op tuberculose, bedoeld in het eerste lid, meer dan een jaar is verstreken, wordt dat onderzoek opnieuw verricht. +**3.** De keuringsarts kan voorts een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 104 afgeven voor een beperkt vaargebied. ### Artikel 108 -**1.** +**1.** De keuringsarts kan de gekeurde tijdelijk of blijvend ongeschikt voor de zeevaart verklaren. -De geldigheid van de onderscheiden geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart vervalt na verloop van de volgende termijnen na de datum van afgifte ervan: +**2.** -a. de geneeskundige verklaring van algemene lichamelijke geschiktheid voor de zeevaart: één jaar; -b. de geneeskundige verklaring van geschiktheid betreffende het gezichtsorgaan: zes jaar, waarbij de geldigheid elke twee jaar wordt bevestigd; -c. de geneeskundige verklaring van geschiktheid betreffende het gehoororgaan: zes jaar, waarbij de geldigheid elke twee jaar wordt bevestigd. +De gekeurde is: -**2.** Ten behoeve van de bevestiging, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, worden het gezichtsorgaan en het gehoororgaan elke twee jaar onderzocht als onderdeel van het onderzoek naar de algemene lichamelijke geschiktheid. - -**3.** In afwijking van het eerste lid blijft een geneeskundige verklaring bij overschrijding van de genoemde termijnen aan boord in elk geval geldig zolang de zeevarende aan boord van het zeeschip blijft, en zich nog geen gelegenheid tot keuring door een aangewezen geneeskundige of medisch specialist heeft voorgedaan. - -**4.** Op medische gronden kan de geneeskundige een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 104, eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, afgeven voor een kortere duur dan die, genoemd in het eerste lid. +a. tijdelijk ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij niet langer dan drie jaren voor de zeevaart ongeschikt zal zijn; +b. blijvend ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij langer dan drie jaren voor de zeevaart ongeschikt zal zijn. ### Artikel 109 -**1.** De geneeskundige kan de gekeurde tijdelijk, voorlopig of blijvend ongeschikt voor de zeevaart verklaren. - -**2.** - -De gekeurde is - -a. tijdelijk ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij niet langer dan 42 dagen voor de zeevaart ongeschikt zal zijn; -b. voorlopig ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij langer dan 42 dagen en niet langer dan drie jaar voor de zeevaart ongeschikt zal zijn; -c. blijvend ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij langer dan drie jaar voor de zeevaart ongeschikt zal zijn. +De keuringsarts die het onderzoek uitvoert, neemt de in artikel 106, eerste lid, bedoelde medische eisen, de in artikel 106, tweede lid, bedoelde procedures en andere voorschriften, alsook voorzover van toepassing, de artikelen 107 en 108 in acht. ### Artikel 110 -De geneeskundige, medisch specialist of als scheidsrechter aangewezen geneeskundige of medisch specialist die het onderzoek uitvoert, neemt de in artikel 106, eerste lid, bedoelde medische eisen, de in artikel 106, tweede lid, bedoelde procedures en, voor zover van toepassing, de artikelen 108 en 109 in acht. +**1.** Een geneeskundige kan Onze Minister verzoeken hem aan te wijzen als keuringsarts. Bij het verzoek wordt een geldig bewijs van registratie als arts, bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, overgelegd. + +**2.** Indien het verzoek is ingediend door een geneeskundige die in het buitenland zijn praktijk houdt, vergewist de Medisch Adviseur Scheepvaart zich van diens vakbekwaamheid. + +**3.** Onze Minister gaat niet over tot aanwijzing van een geneeskundige indien diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet gewaarborgd is, of ingeval diens professionele kundigheden, praktijkervaring of beroepsuitrusting naar het oordeel van de Medisch Adviseur Scheepvaart, ressorterend onder Onze Minister, ontoereikend zijn. + +**4.** Bij het besluit van Onze Minister over de aanwijzing worden het aantal reeds aangewezen geneeskundigen en de spreiding over het land in relatie tot de regionale of plaatselijke behoefte in aanmerking genomen. + +**5.** De aanwijzing als keurend arts wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaren. Na afloop van deze periode kan een hernieuwd verzoek om aanwijzing als keurend arts worden ingediend; bij dit hernieuwde verzoek wordt het bewijsstuk vermeld in het eerste lid overgelegd, tenzij het tweede lid van toepassing is. + +**6.** De aangewezen geneeskundige is verplicht de door Onze Minister, op aanbeveling van de Medisch Adviseur Scheepvaart, aangewezen nascholingscursussen te volgen. De kosten van deelname komen voor rekening van de betrokken geneeskundige. ### Artikel 111 -Onze Minister zendt aan de geneeskundige of medisch specialist die is aangewezen om de onderzoeken als bedoeld in artikel 105 te verrichten als keurend arts of als scheidsrechter de geldende medische eisen en procedures, bedoeld in artikel 106, alsmede de wijzigingen van die medische eisen en procedures. - -### Artikel 112 - -**1.** Een geneeskundige of medisch specialist kan Onze Minister verzoeken hem aan te wijzen als keurend arts of als scheidsrechter. - -**2.** - -Bij het verzoek worden documenten en andere bewijsstukken van de volgende gegevens, dan wel gewaarmerkte afschriften ervan, overgelegd: - -a. naam en voornaam; -b. geboortedatum; -c. praktijkadres, en -d. een geldig bewijs van registratie als arts, bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, of -e. een geldig bewijs van registratie als medisch specialist. - -**3.** Indien het verzoek is ingediend door een geneeskundige of medisch specialist die in het buitenland zijn praktijk houdt, kan in plaats van de bewijsstukken, genoemd in het tweede lid, onderdelen d en e, volstaan worden met een artsdiploma of een ander bewijsstuk waaruit de bevoegdheid blijkt tot uitoefening van de geneeskunst en waaruit de datum blijkt van het behalen ervan. - -**4.** Bij het besluit van Onze Minister over de aanwijzing kunnen in aanmerking worden genomen het aantal reeds aangewezen geneeskundigen of medisch specialisten, hun specialisme en de spreiding van de aangewezen geneeskundigen en medische specialisten over het land in relatie tot de regionale of plaatselijke behoefte. - -**5.** Onze Minister gaat niet over tot aanwijzing van een geneeskundige, medische specialist of scheidsrechter indien diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet gewaarborgd is. - -### Artikel 113 - -Onze Minister trekt een aanwijzing in indien is gebleken dat de aangewezen geneeskundige, medisch specialist of scheidsrechter: +Onze Minister trekt, op advies van de Medisch Adviseur Scheepvaart, een aanwijzing in indien is gebleken dat de keuringsarts of scheidsrechter: a. de algemeen geldende medische of ethische normen niet in acht neemt; -b. zich bij herhaling niet aan de procedures, bedoeld in artikel 106, tweede lid, houdt; +b. zich bij herhaling niet houdt aan het gestelde in de artikelen 105 tot en met 109 of zijn beroepsuitrusting niet toereikend is voor zijn taak als keuringsarts; c. valse of vervalste verklaringen heeft afgegeven; -d. niet meer in het betrokken register vermeld is als arts of als medisch specialist; +d. niet meer in het betrokken register vermeld is als arts; e. onder curatele is gesteld wegens geestelijke stoornis; f. anderszins niet meer gerechtigd is de geneeskunst uit te oefenen; g. een daartoe strekkend verzoek heeft ingediend; -h. diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet langer gewaarborgd is; of -i. niet meer werkzaam is in de patiëntenzorg en een te gering aantal keuringen heeft verricht om door praktische ervaring zijn bekwaamheid als keuringsarts op peil te houden. +h. diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet langer gewaarborgd is; +i. een te gering aantal keuringen heeft verricht om door praktische ervaring zijn bekwaamheid als keuringsarts op peil te houden, of +j. heeft verzuimd een voor hem aangewezen nascholingscursus te volgen. -### Artikel 114 +### Artikel 112 -**1.** De Medisch Adviseur Scheepvaart kan geneeskundige verklaringen, afgegeven op grond van medische eisen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig zijn aan het geheel van de medische eisen die krachtens dit besluit worden gesteld, gelijkstellen met een of meer krachtens dit besluit afgegeven geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart. - -**2.** Een geneeskundige verklaring als bedoeld in het eerste lid die niet op grond van dit besluit is afgegeven, mag niet langer dan een jaar voor de beoordeling zijn afgegeven. - -**3.** De schriftelijke beslissing tot gelijkstelling van de Medisch Adviseur Scheepvaart, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als een geneeskundige verklaring in de zin van artikel 104, eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, van dit besluit. - -### Artikel 115 - -**1.** De kosten van een geneeskundig of specialistisch onderzoek of heronderzoek als bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet komen voor rekening van de scheepsbeheerder of werkgever. +**1.** De kosten van een geneeskundig onderzoek, heronderzoek of specialistisch deelonderzoek als bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet komen voor rekening van de scheepsbeheerder of werkgever. **2.** Voor zover er geen scheepsbeheerder of werkgever is aan te wijzen worden de kosten, bedoeld in het eerste lid, gedragen door degene die opdracht heeft gegeven voor het onderzoek. -**3.** De kosten van een geneeskundig of specialistisch onderzoek als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet worden door het Rijk gedragen. +**3.** De kosten van een geneeskundig onderzoek of specialistisch deelonderzoek als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet worden door het Rijk gedragen. -**4.** De kosten van een heronderzoek of een aanvullend specialistisch onderzoek, bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet kunnen worden gedragen door het Rijk, voor zover zij naar het oordeel van de inspecteur-generaal redelijkerwijs niet voor rekening van de gekeurde behoren te komen. +**4.** De kosten van een heronderzoek of een aanvullend specialistisch deelonderzoek, bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet worden gedragen door het Rijk, voor zover zij naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs niet voor rekening van de gekeurde behoren te komen. + +### Artikel 113 + +**1.** De Medisch Adviseur Scheepvaart kan geneeskundige verklaringen, afgegeven op grond van medische eisen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig zijn aan het geheel van de medische eisen die krachtens dit besluit worden gesteld, gelijkstellen met een of meer krachtens dit besluit afgegeven geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart. + +**2.** Een geneeskundige verklaring als bedoeld in het eerste lid die niet op grond van dit besluit is afgegeven, mag niet langer dan twee jaren vóór de beoordeling zijn afgegeven. + +**3.** Bij toepassing van het eerste lid geeft de Medisch Adviseur Scheepvaart een geneeskundige verklaring af als genoemd in artikel 104 van dit besluit. + +### Artikel 114 + +Vervallen + +### Artikel 115 + +Vervallen ## Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen voor de bemanning van zeeschepen @@ -1408,11 +1415,11 @@ f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van ### Artikel 118 -**1.** De kapitein en het bemanningslid aan wie, onder de verantwoordelijkheid van de kapitein, de zorg voor het gebruik en het beheer van de medische uitrusting is overgedragen zijn in het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg-O (onbeperkt), bedoeld in artikel 91, tweede lid, of, wanneer aan het schip een certificaat van deugdelijkheid voor beperkt vaargebied is afgegeven in die zin dat het schip uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A2, zoals omschreven in artikel 2 van bijlage V bij het Schepenbesluit 1965, van het certificaat scheepsgezondheidszorg-B (beperkt), bedoeld in artikel 91, eerste lid. +**1.** De kapitein en het bemanningslid aan wie, onder de verantwoordelijkheid van de kapitein, de zorg voor het gebruik en het beheer van de medische uitrusting is overgedragen zijn in het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg-O (onbeperkt), bedoeld in artikel 91, tweede lid, of, wanneer aan het schip een veiligheidscertificaat voor vrachtschepen dan wel veiligheidscertificaat voor passagierschepen voor beperkt vaargebied is afgegeven in die zin dat het schip uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A2, zoals omschreven in artikel 2 van bijlage V bij het Schepenbesluit 1965, van het certificaat scheepsgezondheidszorg-B (beperkt), bedoeld in artikel 91, eerste lid. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden bezitters van het kennisbewijs maritiem officier, middelbaar maritiem officier, stuurman werktuigkundige kleine schepen, baggeraarstuurman, wachtstuurman, stuurman grote zeilvaart en stuurman kleine zeilvaart en het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart geacht in het bezit te zijn van het certificaat scheepsgezondheiszorg B. -**3.** De in het eerste lid bedoelde personen volgen ten minste eenmaal in de vijf jaar een bijscholingscursus als bedoeld in artikel 91, derde lid, die voor personen aan boord van vaartuigen met een certificaat van deugdelijkheid voor onbeperkt vaargebied mede een herhalingsstage, bedoeld in artikel 91, vierde lid, omvat. +**3.** De in het eerste lid bedoelde personen volgen ten minste eenmaal in de vijf jaar een bijscholingscursus als bedoeld in artikel 91, derde lid, die voor personen aan boord van vaartuigen met een veiligheidscertificaat voor vrachtschepen dan wel veiligheidscertificaat voor passagierschepen voor onbeperkt vaargebied mede een herhalingsstage, bedoeld in artikel 91, vierde lid, omvat. **4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel. @@ -1438,9 +1445,9 @@ f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van ### Artikel 121 -**1.** Aan boord van een schip dat reizen onderneemt buiten het zeegebied A1, zoals omschreven in artikel 2 van bijlage V van het Schepenbesluit 1965, is ten minste één persoon die als chef van de wacht, bedoeld in de Bijlage bij Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 315/1997, Section A-VIII/2, eerste lid, kan optreden in het bezit van een algemeen certificaat maritieme radio-communicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen; een van deze personen is door de kapitein aangewezen als de verantwoordelijke persoon voor de afhandeling van radioberichtgeving tijdens noodgevallen. Alle andere personen die als chef van de wacht kunnen optreden zijn in het bezit zijn van het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie +**1.** Aan boord van een schip dat reizen onderneemt buiten het zeegebied A1, zoals omschreven in artikel 2 van bijlage V van het Schepenbesluit 1965, is ten minste één persoon die als chef van de wacht, bedoeld in de Bijlage bij Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 315/1997, Section A-VIII/2, eerste lid, kan optreden in het bezit van een algemeen certificaat maritieme radio-communicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit randapparaten en radio-apparaten; een van deze personen is door de kapitein aangewezen als de verantwoordelijke persoon voor de afhandeling van radioberichtgeving tijdens noodgevallen. Alle andere personen die als chef van de wacht kunnen optreden zijn in het bezit zijn van het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie -**2.** Aan boord van een schip dat uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A1, is ten minste één der personen die als chef van de wacht kunnen optreden in het bezit van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen. +**2.** Aan boord van een schip dat uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A1, is ten minste één der personen die als chef van de wacht kunnen optreden in het bezit van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit randapparaten en radio-apparaten. ### Artikel 122 @@ -1469,6 +1476,10 @@ d. onverminderd het bepaalde onder a, op olietankschepen, chemicaliëntankschepe Bij regeling van Onze Minister kunnen, ter uitvoering van Verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen. +### Artikel 124a + +Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van de Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van zeeschepen en havenfaciliteiten (PbEG L 129) nadere regels worden gesteld omtrent de opleiding van de voorgeschreven scheepsbeveiligingsofficier. + ## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 125